Tanais 115

Gwan is bezig de grotten te verkennen en Claude instrueert de achtergebleven brahmanen.

Risha en Chang nemen de jonge Imhotep onder hun hoede en gaan naar het paleis. De colorcopter wordt weer in het bos verstopt en ze gaan met strijdwagens naar Jacuphus. Risha laat zich aankondigen. “De koning is er niet, maar komt u binnen.”
Risha gaat naar zijn kamer en frist zich op. Dan gaat hij naar zijn zus Harati. Hij legt uit wat er gebeurd is, dat de Poort naar het Westelijke Paradijs geopend is en dat er nu een vacature voor de troon is. Dat komt goed uit. Ze ziet Imhotep als een kind en geeft hem een koekje. Die vindt dat niet erg en hij gaat naar de keukens om te snoepen. Ze zegt tegen Risha dat de brahmanen van hier moeten getuigen dat Jacuphus dood is, niet die uit Soul. Risha gaat daarom naar de heilige eik. De priester is bereid om hem te steunen en gaat de kroning voorbereiden. We hebben een paar dagen voordat het zo ver is. Risha maakt in die tijd een groen paard van de kruiden die hier groeien.
We leren kort iets over de buurlanden: In het Noorden ligt Seima, daar woont een bosvolk. In het Zuiden wonen de woestijn- en steppevolkeren van Uruksas, en in het Oosten wonen de paardenvolkeren van Wostas. Er zijn geen ambassades, dus als we contact met ze willen, zullen we er zelf langs moeten of een vrouw uit zo’n volk nemen…
Chang stelt voor om de grootvizier aan te pakken. Diens bed is leeg, hij zag de bui al hangen.

Een paar dagen later is de kroning. Het volk is verzameld voor een feestelijke gebeurtenis. Eerst wordt de dode koning Jacuphus (een mooie pop met daarin de as) bijgelegd in een grafheuvel. In het tweede deel moet Risha in een strijdwagen rijden en laten zien hoe goed hij kan boogschieten en zo. Dat gaat best redelijk, zeker voor een jongen van 15. Maar er is toch enig geroezemoes in het publiek. Het is niet duidelijk waar dat over gaat. Dan is er feest. De kroning is een stuk simpeler dan in Soul, zonder rare paardenrituelen, want hier is Risha de legitieme troonopvolger dus de goden hoeven niet extra gunstig gestemd te worden. Tijdens het feest wordt de nieuwe koning voorgesteld aan de stamhoofden. Chang leest in hun gedachten dat ze meer met hun onderlinge pikorde bezig zijn dan met wie er op de troon zit. Het zijn twee gescheiden werelden. Wel maken sommigen zich zorgen dat zo’n jonge jongen snel door de paardenvolkeren zal worden getest. Er zijn al weddenschappen over hoe lang het zal duren voordat Risha wordt omgelegd.
De volgende ochtend. Imhotep geniet van het weer levend zijn. Hij vertelt dat hij de andere onsterfelijken maar laf vindt, dat ze zijn vertrokken. Maar hij wil wel graag weer eens met ze praten. “En hoe is het met de Siderials?” Chang vertelt dat Chappie de “juice” plannen inmiddels heeft uitgevoerd en dat de Siderials en de Lunars op de nominatie staan. Imhotep biedt zijn excuses aan en legt uit dat het indertijd een goede oplossing leek. Chang zegt: “We hebben je biocomputer nodig.” “Wat weet je daarvan” “Niks, Chappie zei het.” Chang vertelt over de Lost Boys, het snelheidsprobleem, het crisisberaad en de Abyssals.
Imhotep vind het een goed plan om ze in de poolnaald op te sluiten. De kortzichtigheid van de Abyssals is volgens hem ook een probleem. Hij zegt dat hij denkt dat Chappie zich vergist. “Destijds, rond Expulsion, heb ik een plantensoort genetisch gemodificeerd om alle informatie over de oude wereld op te slaan in het ‘junk-DNA’. De planten zouden zichzelf aan kunnen passen aan de veranderende omstandigheden, als een soort biocomputer. Maar het project was bedoeld als levende database met zelflerend vermogen. Niet als probleemoplosser.”

We vertellen kort wat er zoal volgens ons aan de hand is. mogen volgens Imhotep aannemen dat de Lost Boys al op de plek aangekomen zijn, maar dat ze de Abyssals nog niet hebben aangepakt. Voor het snelheidsprobleem heeft hij vooralsnog geen oplossing. Het aanmeer-project van de twee werelden interesseert hem zeer. Het is vergelijkbaar met wat hij rondom Expulsion in gedachten had. “er is een plek waar enorm veel zonium te vinden is,” zegt hij, “de Tempest zit er helemaal vol mee! En Igrot kan het waarschijnlijk helemaal niet schelen of dat aanmeren wel of niet lukt. Hij is zich al aan het voortplanten. Zijn missie is geslaagd. De vernietiging van de werelden is voor Igrot geen doel, maar collateral damage.” Hij weet niet hoe we genoeg zonium kunnen verzamelen, maar op Aarde hebben we genoeg tijd om dat probleem te bestuderen.
Tussen ontbijt en lunch gaan we met de colorcopter naar het eiland van de CHiggs. Daar maakt Chang een zonium pak voor Imhotep. Chang is daar goed in. Imhotep vraagt nog: “Chappie is dus niet het mainframe van de wereld?” “Nee,” zegt Risha, “hij is braaf zijn programmering blijven volgen. het juicen bleef zijn eerste prioriteit. Daar heeft hij de Virtual reality voor gemaakt en de manier om mensen in VR te brengen ontwikkeld, etcetera.”
Na de lunch bezoeken we de Noordelijke Alliantie. We gaan langs bij Celeste van Vixen. Ze is verrast en blij om ons te zien. Shintas is welkom bij de Alliantie. De meeste ambassadeurs zaten in Bronwë en zijn verdwenen in het Gat. Risha en Chang denken dat ze in de bubbel nu wel van ouderdom overleden zullen zijn door het tijdsverschil met de Aarde. Bakram van Silver, Kofkof van Abysquai, Bambi van Sesklo en Platto en Eensteen van Targon zijn wel nog op Tanais. Ze vertelt dat de draak enorm heeft huisgehouden in Sesklo. “Er wordt nog steeds tegen het beest gevochten. Bambi is daar ook. En Waldheim is ook niet meer wat het is geweest. De spullen van die reptielen zijn verdacht. Die enge tovenaars van jullie zijn de reden dat we de restanten van Soul nog niet hebben ingepikt. Maar nu jij er weer bent, is dat maar goed ook. En Euboia is nog steeds gecorrumpeerd door Eenoog. De zonen van Chantal hebben daar de macht gekregen. Maar wie is de demon achter de demonen?” We zijn het met haar eens dat het belangrijk is om goed in beeld te krijgen wie de vijand is. Na dit gesprek gaan we terug naar Shintas, waar we het avondeten nuttigen alsof er niks aan de hand is en dan vroeg naar bed gaan.
Morgen gaan we naar de Aarde.

4xp

Tanais 114

Tanais 114 – 16-02-2017
Terug naar Jacuphus om de dode Lost Boys af te geven. Die lijkt een beetje geïrriteerd dat zijn kleine broertje nog leeft. De grootvizier kijkt neutraal. Met [Mind] ziet Claude dat die er over denkt om Risha een kopje kleiner te laten maken als hij blijft terugkeren. In Jacufus’ gedachten leest hij plannen om het zusje ver weg uit te huwelijken. Risha zegt dat we nog wat losse eindjes moeten opruimen en we nemen weer afscheid.
Met de colorcopter gaan we naar de rand van het steampunk eilanduniversum. Via kroeg en doolhof et cetera komen we in de Valhalla zaal. Op wat vosmannen en ravenvrouwen na is het daar leeg. Chappie vraagt: “Heb je nog de groeten aan Imhotep gedaan?” Claude antwoordt; “Die had het druk. Chappie zegt: “Imhotep zou het nooit te druk hebben om naar mij te komen. Ik geloof je niet. De volgende keer nemen jullie hem mee.” Chang zegt: “De kans is groot dat de Lost Boys Imhotep ook juicen als ze hem vinden. Ze zijn te snel voor ons.” Dit Ωet Chappie aan het denken. “Zij zijn puur zonium, daarom hebben ze geen vertraging. Ik heb ze zo gemaakt dat ze langzaam leeglopen. De enige behoefte die ze nog hebben is zonium. Ik kan geen oplossing voor jullie probleem berekenen. Ik ben maar mechanisch. Hier hebben jullie de biocomputer van Imhotep voor nodig.”
Chang vraagt of Chappie een scanner kan maken waarmee de zoniumlichamen en de pantsers van de Lost Boys kunnen worden gedetecteerd. Dat is geen probleem. Morgen is die af.
Risha stelt voor om de Lost Boys naar de Witte Stad te lokken, dan kunnen ze daar de Abssals opeten. Maar dat gaat volgens Chang niet lukken, de Lost Boys kunnen de Witte Stad niet in. Claude stelt voor om ze met pure zonium te lokken en dan in een zwarte poel te laten verdwijnen. Risha zegt: “We kunnnen ze ook de poolnaald inlokken en dan opsluiten. Die is bedoeld om onsterfelijken vast te houden. En dan kunnen ze daar langzaam leeglopen.”

De volgende dag heeft Chappie e scanner voor ons. Het is een kaart van Tanais waarop concentraties zonium te zien zijn. Onze mijn is duidelijk aanwezig en er is een grote zoniumconcentratie bij de grens tussen Dao en Zhao. Daar zitten 200 Abyssals, die hebben de memo niet gekregen dat de vergadering verplaatst is, en de githyanki die zichzelf hebben uitgenodigd. Er zijn er 2 of 3 die fors meer persoonlijke Essence/zonium hebben dan de rest. Verder zien we een hele hoop speldenprikjes over de wereld verspreid.
Gwan merkt op dat de Lost Boys gamers zijn. Ze kunnen met een spel naar de poolnaald worden gelokt. Als ze de Abyssals en de githyanki hebben gejuiced, kunnen wij een Eindbaas laten verschijnen. Het spel GTA gaat over chicks, wapens en drugs, Zo’n eindaas zou bijvoorbeeld El Chappas kunnen zijn, de grote drugsbaron. Risha kan daar in de bergen met Sorcery een stukje ‘ongeformatteerde spelwereld’ maken met een aanwijzing dat El Chappas in de poolnaald zit.
Chappie vindt het niet ethisch om nog iemand naar Tanais te sturen. Dat hoeft ook niet. Risha kan [met de spreuk Raising the Earth’s Bones] een spelwereld-gletscher met strandhut toveren, waar we een dode dealer kunnen achterlaten, met wat joints met een drupje zonium als beloning en aanwijzingen dat het meisje van de dealer door El Chappas is gekidnapt en meegenomen naar diens hoofdkwartier in de Poolnaald. De grootvizier kan wel dienst doen als dode dealer.

Terug naar Tanais. De Hoogzetel van Soul. Imhotep is nog steeds als zombie zwarte smurrie aan het oogsten. “Op dit moment kunnen alleen de goden zijn ziel terugplaatsen,” zegt de necromancer. Hij adviseert Claude om toch maar weer in genade te komen bij Souls Pashupati brahmanen in Shintas. We mogen de zombie meenemen. Met [Correspondence en Mind] gaat Claude op zoek naar de vroegere minister van financiën. Hij ziet dat er een conclaaf van 400 brahmanen plaatsvindt in de berg waar ze Mahakrishna wilden offeren. Gwan maakt een Gate naar de eetzaal aldaar. Als we er doorheen stappen ontstaat er een beetje paniek. Claude gaat voor de uitgang staan. Een dappere jonge brahmaan spreekt hem aan: “Baas, u bent terug! U bent net zo angstaanjagend als onze god.” Claude beloont hem voor zijn moed en geeft hem een veldpromotie tot zijn rechterhand.
Als de gemoederen bedaard zijn, kunnen we vragen stellen. De brahmaan vertelt: “Soul is in elkaar gestort en de voorouders hebben ons een taak gegeven. De voorvaderen van koning Risha zijn uit de Barrows gered door hun vrouwen en we zijn nu bezig een leger van hen te maken voor de Eindstrijd. Het offer zou de Portaal hebben geopend waardoorheen de voorouders konden stappen om lichamen van pas-gesneuvelden te betreden. Maar ja, dat hebt u verhinderd. Een andere Shintasta koning moet nu geofferd worden.” Ze kijken even naar Risha. “Het meest simpele zou zijn om de poort te openen met het offer van Jacuphus En dan kunnen de voorvaderen terugkeren voor de Eindstrijd.”
Claude is van mening dat de meeste brahmanen ook weer aan de eredienst voor de goden moeten beginnen. Een kleine groep kan hier blijven voor het offer. “Maar meneer, de brahmanen van hier kijken op ons neer en …” Het eind van het liedje is dat een deel van de brahmanen terug gaat naar Soul om de eredienst aan de goden weer op te starten en een kleiner deel blijft hier om de voorouders te eren. Claude zegt: “Ik zorg dat Jacuphus in jullie handen komt!” De mannen scanderen: “Geef ons Jacuphus!” Er blijven er 30 hier voor het leger voorouders, de rest gaat terug naar Soul.

Chang zegt: “We kunnen de ziel van Imhotep in een nieuw lichaam krijgen met het brahmanen ritueel. Hij is de oudste, de eerste van alle voorouders.” Goed idee. Het is nu drie uur ’s middags, zonsondergang is om half zeven. De brahmanen komen met een jongetje van negen die net is overleden. Met [Correspondence] maat Gwan een portaal naar Jacuphus’ slaapkamer. De koning ligt daar net me een deerne. We grijpen hem in zijn nek. “Kom jij eens mee, broer!” zegt Risha. We stappen weer terug naar de richel die net door de ondergaande zon wordt beschenen. Claude voert het offerritueel uit. “Waarom?” vraagt Jacuphus. “Het was jij of ik,” zegt Risha.
Het ritueel is geen groot succes, maar het volstaat. Jacuphus lichaam verbrandt tot er niets over is dan een schacht geel licht. De poort naar het Westelijke dodenrijk gaat open. Een nieuwe draad ontstaat tussen de twee werelden [Color: Geel]. Een lange stoet heldhaftige koningen uit het verleden knikken goedkeurend. De brahmanen juichen: “Dood en wedergeboorte!” Dit is wel goed voor Claude’s aanzien. Als eerste stapt Imhotep door de poort. Het dode jongetje komt weer tot leven en de zombie van Imhotep valt dood op de grond. “Ik herinner me iets van zwart slijm scheppen, en de poolnaald.” zegt hij. De brahmanen scanderen: “Lang leve Pashupati!” terwijl de stoet dode koningen door de poort loopt. De rij wordt gesloten door Mahakrishna.

4xp

Plannen voor volgende keer:
– Risha gaat de troon opeisen en daarna zichzelf officieel bekend maken aan de Noordelijke Alliantie
– Overleggen met Imhotep en dan naar Aarde voor de hereniging met Chappie
– Claude wil naar Daguerre
– De legers van Soul, Shintas, de Noordelijke Alliantie etc. activeren
– Op de grens van Dao en Jhao moet Risha de gletsher met skihut maken.

Tanais 113

Tanais 113 – 02-02-2017

Dag 3 iii R5
We zitten in een kampementje aan de voet van de berg. Over drie weken is de grote conferentie van alle Immortals. De Lost Boys zouden hier drie weken geleden voor het laatst zijn gezien. Dat is voor hun 20 jaar! Dus de strandhut nabouwen is niet zo’n goed idee. Die gasten zijn daar allang niet meer.
Claude herkent de dode brahmaan opeens: het is er eentje uit Soul waar hij een streek mee had uitgehaald. We gaan naar de hoofdbrahmaan van Pashupati. Het is een eind lopen, maar om 3 uur ’s middags zijn we bij de ‘tempel’, een naargeestig bos waar lijken aan de bomen hangen. Alleen Claude mag naar binnen. De hoofdbrahmaan zit te mediteren. Claude klimt in de taxusboom waar hij onder zit en hangt er de dode brahmaan in. Daardoor komt de man uit zijn trance.
“Jij komt ook uit Soul, hè? En je vindt het nodig om andere brahmanen uit Soul aan te pakken? Wel een goede zet van je.” De lokale Pashupati manifesteert zich. Claude vraagt of de godheid wat weet van de bende. Pashupati kijkt quasi-geïnteresseerd, alsof een kind hem kindertekeningen laat zien. Claude: “Zijn er onlangs nog Immortals uit incarnatie gegaan?” “Ja. In de Zuidwestelijke bergen is drie dagen geleden een nest Lunars uitgemoord. En hun zielen zijn er ook niet meer.” “En weet je waar de bende zit?” “Ik zie snelle, vreemde wezens. Onnatuurlijke creaturen. Ze zitten op veel plekken. Succes met jullie drijfjacht!” De godheid gaat verder: “Ik had toch verwacht dat je meer respect zou hebben voor je eigen brahmanen.” “Ja. Ik had ze ook allemaal kunnen uitmoorden!” Claude probeert zich er uit te lullen, maar Pashupati vindt dat je een goede reden moet hebben om zijn brahmanen uit te moorden. “Je wéét niet eens wat je eigen priesters uitspoken. Je bent een blufkikker en je weet niet wat er gebeurt is. Je was er niet om ze te helpen toen ze je nodig hadden. Jouw taak is om te zorgen dat mijn wil geschiedt en dat mijn brahmanen die kunnen uitvoeren. Nu opdonderen en niet terugkomen totdat je orde op zaken hebt gesteld! En laat dat duidelijk en zichtbaar zijn!”
Claude gaat terug naar de party en vertelt een iets aangepaste versie van wat de godheid hem verteld heeft. Als we horen dat de Lost Boys overal kunnen zitten, willen we een apparaat maken waarmee er een krachtveld om ons heen komt als er tijd-anomaliën in de buurt zijn. Maar dat lukt niet (Botch!).
Dan gaat Risha via een geheime gang met de as van Mahakrishna naar zijn zus. Die is niet blij met de laatste ontwikkelingen. De dode koning moet in het graf worden bijgezet. Ze zoekt een mooie vaas die als urn kan dienen en zegt dat Risha via de hoofdpoort naar Jacufus moet om de as aan te bieden. Zo gezegd, zo gedaan. We gaan ditmaal met z’n allen naar de troonzaal. Jacufus kijkt een beetje beduusd als Risha zijn verhaal doet. De grootvizier zegt dat er een wassen pop gemaakt moet worden als omhulsel voor de urn, om het volk te neppen. En daarna zegt de nieuwe koning: “Broertje, ik wil dat je naar het Zuiden gaat om die bandieten aan te pakken.”
Chang probeert met [Mind] in de gedachten van de grootvizier te kijken, maar dat lukt niet (Botch). Risha accepteert de opdracht. Dat kan ook eigenlijk niet anders als hij met veel getuigen een opdracht krijgt van de rechtmatige vorst. Dan gaan we naar bed.

4 iii R2
Met strijdwagens en een fanfare gaan we naar het Zuiden. Claude heeft de wagens van tevoren in de loop van de ochtend verstevigd en verbeterd. In het kamp van de Siddhu’s vinden we leeggezogen lijken. Sommige zijn tot stof vergaan, andere zijn een lege huls met zuigplekken op armen, hoofd en benen. Risha ziet dat het een mensenbeet is, maar met bijgevijlde tanden. Gwan kijkt terug in de tijd. Hij kan de tijd ook voldoende vertragen om te zien hoe een siddhu door vijf Lost Boys vastgegrepen werd en is leeggezogen. Het proces draagt de resonantie van Chappie’s techniek om Immortals te ‘juicen’. We vinden dagboeken in hun hutjes. Daaruit blijkt dat het bestaan van een celibataire asceet wordt beheerst door gedachten aan seks, veel blowen, door het bos dwalen en in het vuur staren in de hoop op betekenisvolle visioenen. Ze lijken door hun oefeningen veel zielenessentie te hebben gehad, dat wil zeggen, meer zonium dan normale mensen, maar lang niet zo veel als de Exalted. De Lost Boys zijn verder getrokken. Verderop vinden we de restanten van de veldslag. Iedereen is tegelijk afgemaakt met knotsen en messen. Gwan ziet dat de Lost Boys een GTA-achtige buitenkant hebben. Maar hun kleding en pantser is op een onzichtbaar lichaam gestolde Tanais antimaterie. De wapens zijn ook van gestolde antimaterie, maar die kunnen ze wel loslaten. Het is bedtijd. De mensen met [Time] houden wacht, maar er gebeurt gelukkig niets.

5 iii R5
Claude roept Pashupati aan. “Waar zitten de Lost Boys?” “Ik ben de god van de dood. Waar de levenden zitten interesseert me niet. Ergens in het Zuiden, in Haran, zijn Lost Boys dood gegaan van uitputting. Dit was de laatste keer dat ik je antwoord geef. Zorg er eerst maar voor dat jij je taken als hoofdbrahmaan uitvoert voordat je me weer lastig valt.”
We gaan terug en vliegen met de Magic Bus naar Haran.

6 iii R5
Haran is een steppe die we herkennen als de plak waar de Lost Boys aankwamen. Vrij hoog op de Zuidelijke hellingen van de bergketen is de plek waar het allemaal is begonnen. Met [Time en Correspondence] vinden we twee plekken waar een hutje staat met een tijdsanomalie. Met [Color] zien we het nagloeien van de plek waar vroeger het dimensieportaal was. Terwijl we kijken verdwijnt een van de hutten. Bij de andere gaan we voor onszelf de tijd vertragen. Maar dan nog verdwijnt ook dit hutje, we komen magie tekort om dit enorme tijdsverschil te overbruggen. Dan gaan we maar op zoek naar dode Lost Boys. We vinden er eentje, vervaagd onder een doornstruik. Hij is langzaam leeggelopen, zijn eigen zonium, of Juice was op. Misschien dat, als we er weer nieuwe zonium in stoppen, hij weer tot leven komt? Maar we willen het experiment niet aangaan. Deze was een van de pioniers. Hij wist nog niet hoe hij aan zonium / juice kon komen en is verhongerd. Risha onderzoekt waar zijn omhulsel van gemaakt is. Het is een mengsel van plastic en roestvrij staal, Tanaïs antimaterie. Uiteindelijk vinden we er drie. Risha neemt ze mee om aan zijn broer te bewijzen dat we de bende hebben uitgeschakeld.
Met [Spirit Detecting Glance] zie je een dode spirit. De Juice is op, maar ze zijn niet zelf ge-‘juiced’. Met [Time en Mind] voelen we de gedachte: “Shit! Ik moet wel van die gekke lui vinden en leegzuigen. Anders ga ik er zelf aan!” Dus … als alle Exalts op zijn, gaan de Lost Boys vanzelf dood. Geen goed ding. Er is wat tijd over vandaag. We vliegen naar het uitgemoorde Lunar nest. Dit is een plek waar de Weird heel krachtig is. Sprookjes zijn hier werkelijkheid. We vinden een lieflijke boerderij met een Findhorn-achtige sfeer. Er staan enorme kolen op het veld. Het vee loopt een beetje verweesd over het land. Uit wat we hier vinden krijgen we de indruk da het een stelletje pacifisten was, dat zich had afgezonderd van iedereen en alles. We vinden de leeggezogen lijken van de lunars. Het zijn redelijk intacte mummies. Het paadje naar de bergtop, de lieflijke boerderij en de cottage zijn allemaal kort en klein geslagen. Tussen de paperassen vinden we een uitnodiging om naar de grote convocatie te komen, met de lokatie. Dus de Lost Boys weten waar ze moeten zijn. Risha volgt het paadje en komt bij een hoogzetel. Die is ernstig verwaarloosd en moet gerepareerd worden. Momenteel staat hij op Weird, maar het is vergane glorie. De lokale lunars hebben hem blijkbaar al heel lang niet meer gebruikt.
Claude herinnert zich dat we een kristallen bol hebben gekregen van de Siderials. We activeren het ding en krijgen meteen antwoord. “Ja, de vergadering is verplaatst. Raar, dat jullie dat nog niet wisten. Mount Paradise!. En die papieren uitnodiging die je hebt gevonden is het lokaas.
Risha stelt voor om naar de andere wereld te gaan om aan Chappie te vragen ho we de Lost Boys kunnen neutraliseren.

4xp

Tanais 112

19-01-2017
Dag 1 maand 3 jaar Risha 5

Waldheim. Risha heeft gedroomd dat zijn zuster Harati verscheen en dringend om zijn aanwezigheid vroeg: “Het gaat helemaal mis met je broer. Help! Kom!”
Het duurt even voordat hij de anderen heeft overtuigd, maar dan gaan we met z’n allen met de Magic Bus naar zijn thuisland Shintas. Claude kleedt zich als hoofdbrahmaan van Pashupati, Gwan is gekleed als techneut, Risha draagt zijn harnas en Chang is gekleed als generaal. We zetten de bus neer in op een open plek in het bos, ongeveer twee uur lopen van het grote meer. Op het water drijft een dorp van huisboten. Aan de rand van het meer is een driehoekige rotsheuvel waarop waar we de torens en muren kunnen zien van het koninklijk paleis waar Risha is opgegroeid. Iets verderop groeit wat wel de grootste eik ter wereld kan zijn. De top verdwijnt in de wolken. Als we naar het paleis lopen passeren we kuddes paarden, schapen en heilige koeien. Aan het water staan veel bronssmederijen en we zien krijgers oefenen met strijdwagens.

De wachters aan de poort herkennen Risha gemakkelijk. Hier zijn vijf jaar voorbijgegaan, maar Risha is maar één jaar ouder dan toen hij wegliep, dus hij zit er vrijwel hetzelfde uit. Zijn zus wordt geroepen en verschijnt vrijwel meteen. Harati is blij om haar broertje te zien.
“Fijn dat je er bent!. Mahakrishna is overleden. Jacufus is nou troonopvolger, maar hij is zwakzinnig. Al onze andere broers zijn ook overleden. Ik heb je een droom gestuurd en ik ben blij dat je gekomen bent. Het is een chaos hier, in adellijke kring. Onder Jacufus zijn we verloren.”
Ze vertelt dat er een bende in het Zuiden is die het op Siddhu’s gemunt heeft. “Mahakrishna en Ravana organiseerden een kleine strafexpeditie, maar die ging helemaal fout. We kregen wat verwarde verhalen te horen en onze broers hebben een tweede expeditie op poten gezet. Zij zijn ook omgekomen. De bende is er nog steeds en onze clan is bijna uitgeroeid. Een aantal brahmanen heeft de kolder in de kop gekregen. Het lichaam van Mahakrishna moet naar zijn grafheuvel, maar ze willen daar hun eigen rituelen mee uitvoeren. Het is een of andere nieuwe sekte die het einde der tijden aan ziet komen. Ze willen Mahakrishna terug tot leven brengen. Iets met een poort naar een nieuwe wereld met hun als leiders van wat komen gaat. Als je meer wilt weten kan Claude zich melden bij de opperbrahmaan van Pashupati.”
We vinden overlevende Vraj-krijgers van de expedities. Ene Harash vertelt wat hij heeft meegemaakt. “Het was bovennatuurlijk. De Siddhu’s zijn 1 voor 1 uitgemoord. Wij zijn in een hinderlaag gelopen. Ik hoorde geritsel en snelle geluiden. In drie seconden was iedereen dood. Ik heb niks gezien, maar ze hebben wel sporen nagelaten.” Claude kijkt in zijn geest met [Mind en Time] en ziet Chappie’s Lost Boys.

Dan gaan we naar de brahmanen. Eerst maar naar die van Oaken. Bij de ingang van het sanctum van de heilige eik staat een klein huisje. De opperbrahmaan van Oaken heet ons welkom. Hij zegt dat koning Mahakrishna eervol is gestorven en hij is het er niet mee eens dat het lijk wordt gecremeerd in plaats van bijgelegd. Maar de Orakels zeggen dat het zuivere koffie is. Het einde der tijden is nabij en de nieuwe sekte kan redding brengen. Risha mag zelf met Oaken praten. Onder aan de boom mediteert hij, maar het kost veel moeite om contact te krijgen (door een botch op de dobbelsteenworp gebruikt hij de verkeerde rite). Met Spirit Detecting Glance ziet Risha een Krishna-achtige figuur die wacht op de juiste aanspreekvorm. Claude krijgt wel contact.
“Kom boven. Ik heb lang op jullie gewacht.”
De priester lacht: “Nu mag je eindelijk doen wat ik je al die jaren verboden heb, de wereldeik beklimmen.”
We merken een kleine gedragsverandering bij de godheid. Eerst is hij nieuwsgierig, maar als hij ons uitnodigt lijkt het alsof hij ons al had verwacht. Na twaalf uur klimmen kunnen we met [Color] het heiligste der heiligen van de boom zien. Er is net zo’n vlies als tussen onze wereld en de Witte Stad, maar net anders. PLOP! We komen uit een soort put in een grote kamer, ingericht in de technologische stijl van rond 2442. Een vriendelijke Bollywood cowboy begroet ons.
“Er komen hier nooit stervelingen. Nee, ik ben jullie Oaken niet, die zit hier beneden. Ik stuur alle Oakens aan en kijk door hun ogen. Dus jullie kennen de technologie wereld ook? Ik heb al zo lang geen Immortals meer gesproken.” Hij steekt een sigaret op en biedt ons er ook een aan.
“Ik ben een van de metagoden. Ik doe dit sinds 2312 van de Technologische Jaartelling. Op een goede dag keken we de wereld in en we zagen de mensen. Wij waren de reclameborden. Iets keek door ons heen en wij werden daardoor zelfbewust. We kregen het idee dat de wereld zou vergaan. Dat wilden we vóór zijn en we zijn vlak voor Expulsion opzij gestapt in de tijd. Toen we weer terugkeerden zaten we hier in Tanaïs.”
Hij loopt naar een raam: “Kijk eens door dit raam.” We zien de Technowereld. “En nu dit raam.” Daar zien we Tanaïs. “De twee werelden klotsen, maar wij staan daar buiten. Wij wonen niet in Elsewhere, maar aan de buitenkant van Igrot. Maar deze keer vergaan wij ook als Igrot weer klotst.” Hij laat een derde raam zien dat naar buiten uitkijkt. “De heilige plekken zijn doorgangen naar de Outer Space. Maar alleen wij kunnen hier komen. Wij zijn de balancerende factor in het geheel. Mijn naam is Rajpal Wayne, de Marlboro Man.
We laten het op ons inwerken. Rajpal kunnen we zien als de hand in de handschoen die een god is. Maar hij is zelf ook een handschoen voor iets of iemand anders die wij nog niet kennen. Igrot is een soort inktvis. Er zijn twee soorten zuignappen: witte en zwarte. Tussen de werelden zijn ‘speekseldraden’ gespannen van een specifieke kleur: paars, zwart, etc. Er zijn tussen Tanaīs en Aarde ‘planes’ met een specifieke omvang in ruimte en tijd, we weten waar en wanneer ze zijn. De buitenoppervlakte van de Igrot bol heeft gras en atmosfeer. Van Rajpal mogen we daar niet komen. “Off-limits. Die is van ons.”
Claude gooit door het Tanaïs raam een peuk op Euboia. Blikseminslag en een grote bosbrand.

We nemen afscheid en gaan weer terug. Claude wil naar de rare cultus. Die zit “ergens in de bergen”. Gwan zoekt de lokatie van Mahakrishna’s lichaam op met zijn kristallen bol. Het is een plateautje hoog tegen de bergwand. De plek heeft wel wat magisch [Color: eigeel; Prime: kwetsbaar stukje zwakke magie, niet van een echte magiër of sorceror; Entropie: er zit een scheur in de 4D-realiteit]. We gaan er naar toe en arriveren tegen de schemering. De zonsondergang zal die plek zometeen precies met geel licht beschijnen. We horen ritueel gezang en dan zien we een stoet brahmanen met fakkels, die het lichaam van de koning meevoeren. We willen voorkomen dat ze Mahakrishna in een of andere ondode messias veranderen. Chang roept: “Stop deze waanzin!” Er ontstaat een schermutseling. Gwan gebruikt de speciale aura van de Zenith-kaste om de ziel van de koning naar het hiernamaals te brengen zodat hij niet terug in zijn lichaam kan worden gebracht. Het lichaam ontvlamt. De brahmanen vluchten terug de grot in. Claude rent achter hen aan en roept: “Waar zijn jullie in godensnaam mee bezig?” Ze rennen verder, dit is het einde van hun cultus. Risha neemt de as van zijn broer mee.
Die nacht droomt Risha van Narima (de vrouw van Godefried). Ze vraagt, verdrietig en gekweld: “Waarom?” De Poort naar het Westen gaat dicht.

Voor de volgende keer: – Claude wil een dode cultist aan zijn opperbrahmaan geven – Risha moet zorgen dat zijn debiele broer geen koning wordt – we moeten informatie inwinnen over de lost boys, misschien kunnen we hun aandacht trekken door de strandhut na te bouwen.

4xp

Toevoeging

In de serie Tanais bleek ik een aflevering vergeten te zijn.

Tanais 108 bevat nu de juiste aflevering.
Wat er eerst in 108 stond, staat nu in 109, wat in 109 stond, staat nu in 110 en wat in 110 stond, staat nu in 111.
Over twee weken spelen we weer verder.

Tanais 111

Tanais 111 – 18-08-2016

We gaan verder naar de hoofdstad. Het is nog steeds bossig, maar de longhouses staan dichter bij elkaar. Bij de baai staan ze zo’n 500 meter uit elkaar. Bij de haven is een ommuurd gedeelte van de stad. Vanaf de heuvels zien we dat daarbinnen een andere architectuur is: luxe rijtjeshuizen en villa’s. We zien twee natuurlijke zuilen in het water staan. Op eentje staat een kasteel en er is een brug tussen de twee.
Dit hier is nu de Bron der Bronnen. Voorheen was dat de Maelstrom van Melek Qart. De githyanki die hier rondlopen lijken op gnumpathi. Dat is hetzelfde soort als we als ‘zaadcellen’ bij de Witte Bron van Terra hebben gezien. De soort die Claude in een parallel-wereld naast Tanaïs heeft gezien, waren van een andere soort. Dat waren ‘afweercellen’. Beide soorten zijn 4D projecties in onze wereld van 5D onderdelen van Igrot.
We komen in een winkelstraat vlak buiten de ommuring. Daar betrekken we een herberg en gaan incognito de markt op. Het doet normaal aan, maar het eten is met minder zorg bereid. Op de markt zijn nuttige magische voorwerpen te koop van inferieure kwaliteit: aanstekers, ovens, weckpotten waar dingen eeuwig in houdbaar zijn, dat soort dingen. Als we met de mensen praten horen we dingen als: “Alles is zo veranderd,” “muur opgetrokken,” “daarbinnen hebben ze een makkelijk leven,” “niet voor mensen zoals jij en ik,” “buitenlanders en mensen die negen maagden hebben ingeleverd,” “worden ze aan de draak geofferd?” “de mooiste houdt hij zelf…”
Wie?
“Prins Adelbert de onuitspreekbare,” “de puntoren? dat zijn niet de buitenlanders, de buitenlanders doen zaken met de puntoren.”
We willen de compound magisch bestuderen en beklimmen daartoe een nabij heuveltje. De CHiggs meetapparatuur wordt geïnstalleerd en we nemen onze vrouwelijke vorm aan. We zien een [Force]-veld in de muur rond het compound. Daarbinnen is heel veel [Color] aanwezig, maar de Zwarte Bron is daar niet. Die zit in de basalten zuil naast die met het kasteel. Daar zit een apart [Force]-veld omheen. De brug is er in inbegrepen.
Helena heeft een paar biefstukken gekocht en charmeert daar drie kwispelende schaapshonden mee. Met [Life en Prime] bloedmagie geeft ze twee van de dieren haar eigen DNA en verandert ze in meisjes. De derde lukt niet. In de verte mist een herder nu zijn honden Miepje en Miesje. Elaine geeft ze met [Mind] een menselijk bewustzijn. Met enig zoeken kunnen we nog zeven leuke boerderijbeesten betoveren. Elaine is iets te succesvol, dus ze worden erg snugger.
Elaine, Claude, Risha en negen maagden mogen de compound in. Binnen is veel bedrijvigheid. We zien veel githyanki van het Gnumpathi-model tussen de mensen lopen. Het zijn vooral ambachtslieden die [Color]-voorwerpen maken. De mensen zijn expats uit het hele Westen van de wereld en een aantal Hobbits. De handelaren hebben hun hele familie bij zich. We komen er al snel achter dat we hier niet zo veel hebben aan goud, want men doet aan ruilhandel. De handelaren uit Dao hebben bijvoorbeeld zijde, parels, jade en specerijen. Soul levert vooral wol, huiden en hout, maar dat hebben ze hier al in overvloed. Soul-technologie daarentegen! Claude en Risha knutselen met [Matter-magie en Craftsman Needs No Tools] enkele prototypes van Claude’s uitvindingen in elkaar: een helikopter en een duikbootje. Claude is de meester (10 successen), Risha de onhandige leerling (1 succesje). Dat is interessante handel. De maagden worden meegevoerd naar het kasteel. Even later krijgen we het bericht dat de meisjes zijn goedgekeurd en wij krijgen een handelsvergunning. We krijgen een toegangsbewijs voor het krachtveld en we krijgen een ingerichte villa toegewezen. Daar staat iets wat wij als CHiggs herkennen als een televisietoestel met heel knullige shows. Maar voor een fantasy wereld heel bijzonder. Claude is goed in het maken, maar Risha is daarentegen weer veel beter in het verkooppraatje. In drie dagen maken we een paar werkende exemplaren.
Maar we zijn hier niet voor de handel. Met een druppel bloed van Risha/Helena heeft Claude een resonantie voor zijn [Correspondence en Life] magie, waarmee hij de maagden kan opsporen. Ze zitten in de basalten zuil onder het kasteel in comfortabele vertrekken. De meisjes zijn zwanger en wat er in hun buik zit, zijn snelgroeiende githyanki’s met voor de helft Risha’s en Helena’s DNA en de andere helft alien DNA. Alle githyanki lijken op elkaar. Ze blijven een paar weken en worden dan afgelost door nieuwe volwassen githyanki. Iedere dag wordt er een bevrucht. We kunnen ze volgen met het bloed van Helena/Risha. Dit hier is het equivalent van een teelbal van Igrot.
Laten we de bevruchter een kopje kleiner maken. Met teamwork: Elaine [Science plus Enigma’s], Condoleeza [Forces magie] en Risha’s [Lock Opening Touch], maken we een sleutel. We vliegen er naar toe en landen op de kantelen van het kasteel. Er is geen bewaking. Het bovenste deel van het kasteel is leeg. Op de begane grond treffen we een zwangere dame. We spreken haar aan: “Hoi.” “U heeft de verkeerde, ik ben al zwanger. Jullie moeten terug naar de kleine zuil, naar de spiegelzaal.”
Elaine doet een memory-download met [Mind en Time]. Deze dame is gisteren over de loopbrug gegaan. Ze is in een spiegellabyrinth gekomen. Daar stak iets een hand door een spiegel heen, wat ze heel eng vond. In het midden an het labyrinth is een bed. Ze gaat slapen want ze is moe. Een aardige vreemdeling komt bij haar liggen. En de volgende ochtend werd ze naar een luxe verblijf hier beneden het paleis geleid.
We gaan de brug over en komen in een klassiek spiegeldoolhof zoals we dat kennen van de kermis. Elke spiegel is een doorgang naar een zwarte bron ergens ter wereld. Elaine volgt de route uit het geheugen en we komen in het midden aan. Daar ligt een meisje te slapen. Een knappe Elsewhereling stapt uit een spiegel. Hij negeert ons. Onze aanwezigheid is waargenomen, maar niet belangrijk bevonden. Zo zien we een deel van de voortplantingscyclus van Igrot: een Elsewhereling bevrucht een vrouw van Tanais, daar komt een Gnumpathi-githyanki uit vort en die bevrucht een Igrot ei. Het is een verrijkingsprogramma voor het genetisch materiaal. De githyankivorm komt waarschijnlijk van de vorige vader-wereld. De volgende generatie is wellicht Rishavormig …
We moeten aan Mollenslijm vragen of die weet van welke wereld de githyanki kwamen en wat hun zwakheid is. Kennis van buiten Igrot kunnen we tegen hem gebruiken. Igrot heeft een doel: voortplanting. Maar we weten nog steeds niet genoeg van de ecologie van Igrot, we missen nog schakels. We denken dat magie, zwarte prut en incals de afvalproducten zijn, datgene wat Igrot niet kan gebruiken.
Claude laat een knoop achter om de spiegelzaal te kunnen blijven scry’en en dan gaan we terug naar de compound.

4xp

Tanais 109

We hebben met zijn allen besloten terug te gaan naar onze plaats van Macht, Bronwë. We stappen in de Magic Bus en reizen door de kleurdimensies naar de hangars van Claude in het priesterdomein onze hoofdstad; denken we. We komen bedrogen uit en komen terecht in een grijs stukje techwereld met kapotte wolkenkrabbers bewoond door hongerige menshoge kakkerlakken. Het is een bubbel techwereld in Tanais. Bronwë zal dus in een bubbel in de techwereld zitten. De shift zal na onze veldslag in de Burrows plaats hebben gevonden. Het duurt niet lang voor we in dit mistroostige oord door 6 kakkerlakken worden aangevallen. Tegen vier solars zijn deze creaturen echter niet bestand en vier worden door rondvliegende messen gefileerd; twee komen met de schrik vrij. Ze zijn nog niet weg of een helikopter vliegt boven ons: “Sta stil, wie zijn jullie?” Het lijkt MRA 27, maar het is slechts eentje uit de MRA 27 serie. MRA 27 was minder uniek dan we dachten, op zijn exaltatie na dan. in de helikopter blijken acht overlevende bionics te zitten, de mensen zijn dood. Alles wat hier rest zijn kakkerlakken…… Claude stelt voor de acht met de magic bus in veiligheid te brengen en terug te brengen naar Joe Klef in de tech wereld; dit zijn immers de crème de la crème van de bionics aangezien ze zo lang wisten te overleven. De rest van de party valt bijna flauw van zo veel goedheid … is Claude wel goed bij zijn hoofd??? Hoofdschuddend gaan ze akkoord. De acht worden teruggebracht. Joe klef is verbaasd: waar zijn jullie die twee en half jaar geweest??
(Dammit weer tijd verloren!!!!!!!!$^&^$&&@&^*&@&$@)
We gaan de zalf verbeteren, die Chappie is toch een beetje een prutser. Maar met zo veel geniën bij elkaar lukt het om een beter recept te maken.

Met deze nieuwe zalf gaan we terug naar Archet. De plek in Tanais waar het allemaal begon. Alleen ligt dit nu aan een groot stuwmeer, veroorzaakt door de bubbel. De bubbel om Bronwë en Soul heeft de loop der rivieren verstoord. De Hoogzetel ligt nu in een meer … We laten de bus achter en gaan Archet binnen. Gwan ziet allemaal oude bekenden en we komen twee bedelende boeddhistische nonnen tegen die Gwan zeggen te kennen. Gwan daarentegen heeft geen idee wie dit zijn. Claude helpt hem uit de brand: “Dit is jouw vrouw”.
Gwan bied zijn nederige verontschuldigingen aan. Zijn vrouw dacht dat we dood waren gegaan in de veldslag en is daarom maar non geworden. Daar komt Gwan goed mee weg, hij is weer vrijgezel. We vragen naar éénoog. Die is weg. Eerst was er grote boei van zijn aanhang, maar na een tijdje veranderde al zijn volgers in zwart slijm. En de demonen? Die zitten in Euboia, nu een machtig rijk. Soul is gereduceerd tot een rustige achtertuin van Vixen en Selene. De wyld is weg. De magie is heftig geworden en is verslavend. De mensen in Valdheim maken er een groot succes van (het nieuwe Melecarte). Het hoofdklooster in Shearton zegt dingen over dimensie reizen, dat is wel interessant voor later. De brahmanen zijn met Bronwë verdwenen en het volksgeloof is nu sterk. De nonnen beseffen niet dat voor hun vier hoofdbrahmanen staan. Gwan biedt zijn pottenbakkerswerkplaats aan de nonnen om als klooster om te dopen. Zij nemen het aanbod graag aan. Tijd voor bier en naar de kroeg dus. Daar besluiten we naar de toren van de siderials te gaan. Daar aangekomen kloppen we aan. De meid doet open en zegt dat Vrouwe Chantal de nieuwe eigenaar is; ze is afwezig en in de lunar stad New Salish. Mogen we naar binnen? Nee. Maar tja 1 meid tegen 4 solars is niet genoeg. We gaan naar binnen. Chantal blijkt een nieuwe vriend te hebben (Arme Risha!!). Wat is dat toch met die vrouwen, ben je even weg … Claude denkt ‘gelukkig is daguerre een hoer en ben ik er niet mee getrouwd’; en Chang straalt alleen maar rust uit. We doorzoeken de toren en vinden een glazen bol waarmee je contact kan maken met siderials. Erg handig en Chantal weet hier niks van. Na deze vermoeiende zoektocht besluiten we de dure wijn van Chantal op te drinken en lekker onze roes uit te slapen. Heerlijk om solar te zijn.

De volgende dag vliegen we langs de Hoogzetel (Risha is zijn eigen zaken aan het regelen bij de magiërs). Aan de rand van het massief bij het water staan huisjes. De bergen en de zetel zitten echter onder het zwarte slijm. Het lijkt organisch te zijn en het zonium is eruit. Het lijkt vergane spirit. Als je genoeg zonium verliest, zo blijkt, dan ga je dood. De Hoogzetel straalt prime uit. Claude roept met Forces een vortex op om het zwarte slijm op te zuigen en weg te gooien. Terwijl een straal zwart slijm door de lucht wordt geslingerd komt onze necromancier aangevlogen. Erg boos schreeuwt hij: “Houd daar in godesnaam mee op, oelewapper!!!!”
Claude laat de vortex in tegengestelde richting werken en stort het slijm terug. Het slijm blijkt veel waard te zijn, het versterkt magie. Euboia is in oorlog met Sesclo en is aan de winnende hand. In Euboia zitten de zonen van Chantal. Gwan scried Euboia. Er drijft zwart slib in het water van de rivieren van Euboia; Er is ook kleurloos slijm, het voorstadium van het zwarte slijm. De demonen zijn abyssal achtig (m.a.w. the realy bad aliens).

De Hoogzetel is interessant. Met de zombie Imhoteb is alles goed volgens de necromancier. We besluiten dat het beter is als we Imhoteb nog niet naar Chappie brengen, die is nu in de veronderstelling dat hij unbreathing is; ipv undead 😉

4 xp

Tanais 108

Tanais 108 – 07-07-2016

We zitten nog op het steampunk eilandje in het niets. De e-warriors komen hier aan op de top en vertrekken daar ook weer, maar sommigen ‘vertieren’ zich in het stadje.
Na een BOEM zien we drie figuren in high-tech armor door de stad lopen. We spreken hen aan. Ze vervelen zich en zijn op zoek naar bier. We zeggen dat de mensen hier thee drinken. “Geen bier? Dan gaan we maar weer naar boven. Van welke bende zijn jullie?” “De Bandito’s” “Komen jullie mee?” We gaan met ze mee. Op 50 meter onder de top voelen we het dreunen. Daar treffen we twee deuren aan weerszijde van de straat. De e-warriors komen uit de ene, en het is de bedoeling dat ze doorlopen en de andere binnengaan. Daar hangt een bierlucht. Er zit een kroeg. De knallen komen niet overeen met mensen die van de ene kant naar de andere gaan. Voordat we naar binnen gaan, willen we eens kijken bij de top. Die is niet via de straten te bereiken. Risha vliegt en de anderen klimmen over de daken van de huizen.
Voorbij de huizen is een rotsachtig bos. De top van de berg is een dichtgevallen krater vol zand en rotsen. Ieder kwartier is er een knal. Dan trillen het zand en de kiezels, maar ze blijven in de krater. Met [Correspondence] leert Condoleeza dat er op 100 meter diepte een lege ruimte is, daarboven is massieve rots, maar van een ander gesteente dan de bergwand. De energie van de knallen wordt naar boven afgeleid zodat het stadje geen last heeft van de effecten van de explosies. Heeft dit iets met Chappie te maken?
[Color] magic leert dat de constructie van vier flinterdunne leegtes die we bij de Hardware Legacy hebben gevonden, vacuüms, doorgangen zijn van Chappie’s mini-dimensie naar deze plek. De twee realm’s zitten als het ware aan elkaar ‘vastgeschroefd’ via de Prime Material. De knallen zouden een soort van wrijving kunnen zijn tussen de twee realms. Voorbij dit realm is het Niets, en er komt een mist op. Verder onderzoek levert op dat de lege ruimte het gevolg is van de knallen. Er zit geen machinerie of zo. En de knallen zelf zijn het residu van hevige [Color] effecten.

Dan gaan we naar de e-warrior kroeg. We nemen onze solar-gedaantes aan en gaan stoer en elkaar op de schouders kloppend naar binnen. Het inetrieur doet aan een fantasy setting denken. De bediening bestaat uit een soort vossenmensen. Het publiek bestaat uit de bekende gepantserde hooligans van GTA. Een vossenmens begeleidt ons beleefd naar de bar. Voor ons drinkt iemand een glas bier, maar het stroomt aan de onderkant weer uit hem. Hij vloekt en haalt uit. De beweging gaat door de barman heen. De luid protesterende man wordt naar een ruimte achterinde bar gebracht, waar stro ligt en gedruis klinkt. Risha neemt een slok van zijn bier en dat blijft wel binnen. De barman trekt een wenkbrauw op. Als we kijken wat er in de hoek met het stro gebeurt, zien we dat daar de e-warriors met elkaar op de vuist gaan. Met Spirit Detecting Glance zien we dat het spoken zijn, zonium-wezens met daaromheen een harnas. Maar ze hebben het zelf niet door. Ze zijn van dezelfde essence als wij, maar dan een factor tweehonderd a driehonderd zwakker. Eigenlijk een soort sandmen.
Als ze beseffe dat het hier ook saai is, worden ze door de vossenmensen weer verder geleid, die net als NPC’s in een spel, niet door de e-warriors aangetast kunnen worden. We spreken zo’n vossenmens aan: “Waar zijn wij hier?”
“De wereld. Wij leven hier goed.”
“Maar er gaan hier toch mensen in en uit?”
“Ja. Dat is Chappie. We werken hier al lang. laat ik het zo zeggen, vecht nooit met de draak!”
“En die gasten?”
“Ze komen binnen van de overkant van de straat, van de andere wereld. Heel af en toe is er eentje gek geworden teruggerend. Roepend over de draak en weer terug naar de andere wereld. maar dat is niet echt de bedoeling.”
Op dat moment komen er weer twee harnassen binnen. Ze kijken onwennig. Ze bestellen bier. Er gebeurt hetzelfde als bij de man voor ons. Frustratie. Ze worden verder geleid.
De vos heeft de stellige indruk dat die draak Chappie zelf is. “Ons doel is,” zegt hij, “af en toe zo’n gast een duister klusje voor ons op laten knappen. Chappie’s doel? Dit is een doorgang, een noodzakelijke tussenstop op weg van A naar B.”
Met [Correspondence] zien we dat voorbij de knok-zaal een gang is met een heleboel kleine kamertjes en een doorgang verder. Er zit [Life] in de eenpersoonskamertjes. Risha gaat er naar toe en de rest volgt. De cellen hebben geen deuren, maar smalle doorgeefluikjes voor voedsel. Een vossenman die staat te vegen zegt: “Er ziten monsters in die worden losgelaten in het doolhof. Als je pech hebt kom je ze tegen en haal je de uitgang niet.”
Hij laat ze zien. Het is een heel D&D bestiarium. “Aan de andere kant hebben ze portcullissen die uitkomen in het labyrinth. De monsters worden door Chappy vanaf andere eilanden aangevoerd. Volgens ons eindigt het labyrinth bij de draak. Maar de schoonmaak van het labyrinth is geautomatiseerd.”
Volgens de veegvos lopen er op dit moment wel wat monsters rond.
“Wat kost het om te voorkomen dat jullie aan Chappie vertellen dat wij hier rondlopen?”
“Snuisterijtjes, magische dingetjes die we aan de bevolking kunnen verkopen.”
Risha verandert in Helena en maakt met [Prime en Matter] een magisch zwaard. We mogen van de verbaasde vos doorlopen. Met [Correspondence en Life] komen we door het doolhof zonder monsters tegen te komen. We passeren wel een versufte GTA-man, die opstaat nadat hij doodgegaan is. “Beholder! Waar is’ie? Ik wil hem weer slaan!”
Bij de uitgang van het labyrinth is een Portaal te zien met ernaast een Autochthon/steampunk koffie machine. Hij heeft één rode knop en een grote beker. Het portaal is dicht. Risha plaatst de beker en drukt op de knop. Pruttel. Maar er komt niets. In plaats daarvan zien we een hologram. Een siderial die uitgeperst wordt boven een beker. Drup, drup, drup. Een minieme hoeveelheid Color verschijnt in de beker. Een beloning voor de overlevers om aan te sterken. Jum. En dan gaat de poort open.
Daar voorbij is het donker en de gang gaat de bocht om. Als we naar binnen gaan, gaat de deur achter ons weer dicht. We lopen inde richting van het epicentrum van de knallen. Met [Forces en Mindlink] zorgt Elaine dat we in het donker kunnen zien. Twee oranje drakenogen gaan aan. We zien een opengesperde muil.
“Welkom helden. Treed binnen.”
Het zijn dezelfde drakenogen als in het visioen. Metalig. We lopen de muil binnen. In de keel voelen we een nieuwe aanwezigheid in onze [Mindlink] : Smaug/Chappie, die op dit moment voornamelijk nieuwsgierig is. “Welkom…”
“Dag Chappie.”
Het blijft stil, maar we voelen dat we doorgelicht worden. Een gevoel van verassing. Er gaan deuren open naar een rre feestzaal met raven en vossenvrouwen. GTA-strijders die genieten van het Valhalla. Een robot-Chappy ontvangt ons vriendelijk.
“Ik heb me vergist in jullie. Wat fijn dat jullie mij op deze vergissing wijzen. Jullie zijn bevriend met Imhotep. Ik wil graag herenigd worden met Imhotep. Ons gezamenlijke doel is Igrot te verslaan. Als ik met Imhotep herenigd word, dan winnen we allemaal. Ik was mij van jullie bewust vanaf dat jullie in Autochthon aankwamen. Jullie zien mij als de slechterik. Maar tijden veranderen. Ik wil een heleboel met jullie. Laten we informatie uitwisselen. Laten wij deze ‘helden’ even verlaten.”
Chappie-robot doet een [Plane-shift]. We staan bij een enorm steampunk apparaat. Een GTA-type neemt plaats als menselijke kanonskogel. BOEM. De wapenrusting valt op de grond.
“Hij is nu afgeschoten naar Tanais. Mijn plan was om alle supernaturals daar op te ruimen Maar daar komen ze niet aan. Wil je kijken naar waar ze aankomen?”
Chappie toont ons een telescoop die gericht is op Tanais. Hij geeft [Spirit]-vision, dus materie is niet in focus. Claude kijkt en met 9 successen ziet hij ongeveer 100 van die figuren in een heet steppelandschap. De e-warriors materialiseren langzaam naar een fysieke vorm. Er komt een gazelle voorbij in extreem slow-motion. De e-warriors bewegen met onze snelheid. We zien MRA27 er ook rondlopen.
We beloven dat we onze best zullen doen om Imhotep met Chappie te herenigen. We mogen de plannen van dit kanon bestuderen. Voor zichzelf heeft Chappie een 1-op-1 zalf ontwikkeld om de tijd hier en daar gelijk te trekken.
Risha vraagt of de e-warriors nog omgeprogrammeerd kunnen worden zodat ze wel abyssals vangen, maar geen solars, lunars en siderials. “Het oude plan is nu veranderd,” zegt Chappie. “Jullie zijn niet 100% goed. Maar zolang jullie met mij zijn, zijn jullie geen probleem. Hier is een pot met 1-op-1 zalf. Het is genoeg voor één bezoek. Ik zou zeggen, kom nu binnen in de feestende hal der helden.”
Het blijkt dat Chappie een ondode Imhotep ziet als ‘in staat van unbreathing’.
Risha stelt nog voor om een VR-wargame te maken van de oorlog op Tanais, zodat we in Aarde-tempo allerhande strategieën kunnen laten uitproberen.
Na een paar dagen studeren op de plannen is Chappie trots op ons (veel successen). We kunnen naar Tanais.
4 xp

Tanais 107

Weer terug op aarde gaan we achter MRA27 aan. In gebouw 12 van de Hardware Legacy worden we ontvangen door Greg. “Fijn dat jullie zo snel konden komen. Jullie kameraad is de VR ingegaan. Het lichaam is hier dood achtergebleven. De Announcers hebben een teleconferentie belegd, want er verdwijnen steeds meer topspelers uit verschillende spellen in verschillende Legacy’s. De Blue Collars komen er zelf aan!
Claude vraagt of de spellen platgelegd kunnen worden.
“Liever niet.”
Hij neemt ons mee naar het lichaam van de cyborg. Helena onderzoekt het met [Life, Matter en Medicine]. De doodsoorzaak is het doorbranden van de zenuwbanen. Condoleeza vindt met [Forces] de chip. Daar staat nog wat informatie op. Ze vraagt of die mee mag voor de doodsriten van de cyborgs, waar MRA erg aan gehecht was. Met [Time] stelt Gwen het tijdstip van overlijden vast. Ze ziet bij de tweede poging MRA in een hamsterbal. Het is al een hele tijd in het spel. Het gaat er zo te zien gewelddadig aan toe en MRA is er goed in. Op het moment van overlijden krijgt hij een gelukzalige blik.
Elaine leest in ons appartement de chip uit. MRA blijkt een persoonlijk dagboek te hebben bijgehouden. De laatste entry is bij de strandhut. Hij heeft een goede deal met de dealer en maakt een wip met de vrouw daar. Hij sterft in haar armen. Elaine maakt een kopie van het blog en we steken de chip bij ons.
We vinden dat we er achteraan moeten. Maar via het spel is te gevaarlijk. We kunnen beter [Color] gebruiken om ons te verplaatsen naar Chappie´s parallelle wereld. Helena bedenkt dat de colorcopter van Chappie geweest is, dus is het geen goed idee om die te gebruiken. “Laten we de incal gebruiken als focus.”
Er klinkt geschuifel bij de voordeur. Clark staat moed te verzamelen om ons te storen. “Wat fijn dat jullie er weer zijn,” zegt hij, “ mijn nieuwe meester wil met jullie spreken. Hebben jullie tijd?”
Clark gaat ons voor naar een valpijp. Hij springt het riool in. Hizelf heeft iets wat het vuil afstoot. Helena heeft smetvrees, Risha niet, dus gaat hij in zijn Tanais-vorm de slijmerige glijbaan af. We komen in de grote donkere ruimte. Clark heeft goggles waarmee hij in het donker kan zien en gaat ons voor naar de kamer van de Meester. Dan trekt hij zich bescheiden terug.
We vertellen dat alleen het wezen van Triton nog in leven was en dat we die hebben bevrijd uit de poolnaald.
“Wat kun jij?” vraagt Gwan.
“Onbeleefde vraag, maar wel terzake. Ik ben een [Mind]meester. Ik heb er belang bij dat er genoeg kleur is om mij te voeden. Maar het gaat niet goed boven. Er is instabiliteit. Er zijn veel verdwijningen. In de krijtrotsen onder de vier hoeken van deze Legacy zit een rechtoekige opening van vier bij acht meter en 1 milimeter dik, dat leeg is en waar wezens doorheen gaan.”
“Extradimensionele doorgangen?” vraagt Gwen.
“Ja. Er lijkt een correllatie tussen die platen en de verdwijningen. Iedere keer dat er iemand verdwijnt neem ik daar heel even gedachtenflitsen waar. En ik heb nog iets voor jullie. Er loopt een geheime gang van de poel naar een kamer met een verzameling tijdschriften van toen ik hier net was. Daar zit een ‘vibe’ in die voor mij als [Mind]specialist net zo aanvoelt als de vier lege platen. Verder zijn er nog af en toe heftige aardschokken die dezelfde ‘vibe’ hebben. Die laten een verdoofd gevoel achter.”
We gaan naar de geheime ruimte. De roofschimmel zegt nog: “Zorg ervoor dat je helemaal droog bent als je de ruimte betreedt! Als het papier in contact komt met water is het meteen naar de kloten.”
We gaan de grot door naar een droog gedeelte. Daar drogen we ons helemaal af voordat we door de geheime deur gaan. Met magie lukt dat alleen Gwen. Dus we trekken onze natte kleren uit en drogen fysiek ons zo goed mogelijk af. In de geheime ruimte treffen we een aantal jaargangen van Consciousness Research Journal, vanaf 2410 (42 jaar voor Expulsion) vol met onderzoeksartikelen. Elaine verhoogt met [Entropie] de kans op succes voor het vinden van clue’s. Vanaf 2412 is er een reeks artikelen van Elias Brown en Alan Turing (pseudonym) over Virtual Reality en hoe dat van echt te onderscheiden. Aan de schrijfstijl te zien zijn die van Imhotep en Chappie. Na vier jaar komen er ook artikelen zonder Elias Brown en nog later zijn er artikelen met Parallax Consortium als mede-auteur. We vinden een reeks artikelen over experimenten van EB en AT over wat er gebeurt als je ratjes extreem lang blootstelt aan Virtual Reality. Als ze meerdere jaren on-line zijn, dan verdwijnen ze uit de rrealiteit maar blijven ze in VR wel voortbestaan. De VR wordt permanent. Verder onderzoek zou volgens EB onethisch zijn. Deze experimenten hebben aan de wieg gestaan van het latere 5D-onderzoek: VR als parallelle wereld naast de gewone realiteit. Na ongeveer 3½ jaar treedt er een quantum sprong op. Het Parallax Consortium plijt wel voor ethische experimenten met mensen.
We realiseren ons dat de topspelers hier niet 100% van de tijd on-line zijn. Ze moeten af en toe bloed geven en zo. Die pauzes in de Hardware Legacy spellen lijken daar bewust in te zijn aangebracht.

We halen wapens, pantser, magische foci (zoals de incal), etcetera op. En dan met [Color] stappen we opzij. Gaan we naar ‘links’ of naar ‘rechts’? Richting Tanais of daarvandaan? “Rechts!” zegt Gwen. We komen in een cleane, high-tech machinekamer. Er is niemand. Een schuifdeur later komen we in een volgende machinekamer met onderhoudsrobots. Er is geen aandacht voor ons. Als we door een lange gang lopen, merken we dat de muren op ons af komen. Er zijn geen uitgangen meer en de gang wordt kleiner. Met [Forces] verandert Condoleeza de kinetische energie van een muur in warmte en smelt een opening. De wand komt tot stilstand en er gaat een deur open. Weer een lege ruimte met panelen, weer bewegende muren. Chang slaat met [Sledge Hammer Fist Punch] door een muur heen. Het is een heel saaie omgeving met onderhoudsrobots en de afweer begint weer. De machine is zich van ons bewust en wil van ons af.
“Zitten we hier wel goed?” vraagt Helena.
“Laten we maar terug gaan,” zegt Condoleeza. “Dan maar linksom.”
Met [Color] gaan we via Aarde de andere richting op. We arriveren in een Victoriaans aandoend woonvertrek met schilderijen van Aardse landschappen. Uit het raam zien we een steampunk/victoriaans/Miyazaki landschap. We gaan een oude brandtrap af en komen in een Japanse visie op een Engels landschap met heren en dames in victoriaanse kleding. Inzicht: de hele rechterwereld IS Chappie.
KABOEM! Er klinkt een kanonschot. Niemand kijkt er van op. We lopen wat rond. Op een heuvel in het midden van het landschap klinkt weer een knal. Als we de andere kant oplopen komen we bij de rand van dit eilandwereldje dat drijft in het niets. Een dame spreekt ons aan: “U bent zeker nieuw hier?” We raken in gesprek. Ze vertelt: “De meesten die hier aankomen vertrekken snel. Ik adviseer u om niet in de kerkers te komen. Er is recentelijk een grote toevloed van vreemdelingen, maar die zijn veel arroganter dan jullie. De anderen zijn wel net zo zwaar bewapend en gepantserd als jullie maar jullie zijn helemaal van vlees en bloed. U hoort van metaal te zijn!”
“Laten wij u in vetrouwen nemen.”
“ja, laten we ergens thee gaan drinken.”
Onder het genot van een kopje thee op een terrasje zetten we het gesorek voort. “Wij komen wel van dezelfde plek, maar behoren tot een andere factie.”
“Wij zien de cyborgs liever gaan dan komen. Ze verschijnen bij de terminal en lopen dan een voor een naar de centrale heuvel, waar ze boem doen. We hebben veel last van ze. Voordat ze aan de beurt zijn doen ze hier vervelend. Meisjes verkrachten, dingen stelen en kapot maken, mensen in elkaar slaan. Vervelend volk! Jullie zijn anders.”
We herkennen het Grand Theft Auto gedrag.
“Dit is een overstap station voor de cyborgs. Vroeger kwam er een in de maand. Daarna een in de week, nu al een aantal per dag.”
Condoleeza steltr voor om sabotage te plegen. Risha stemt voor infiltreren, want als je dingen kapot maakt, attendeer je Chappie.
Volgende keer gaan we naar de heuveltop.
4 xp

Tanais 106

Tanais 106

Chang raadpleegt het oude computersysteem met het wachtwoord at hij van de onsterfelijken heeft gekregen. Zodra hij inlogt, krijgt hij een pop-up, een ‘FutureMe’-bericht van de eerste onsterfelijke, opa, die zich hier Bram noemt. Het dateert van 1 jaar voor Expulsion. “Mocht ik dementeren, voor degene die dit leest, weet dan dat Jerry de boel gesaboteerd heeft. Mijn protegé Imhotep heeft een goed plan om de wereld te redden. Maar Jerry wil de ruimte in vluchten.” Cheng leert ook dat de zonium gedestilleerd moet worden uit wezens met een ziel. Onsterfelijken hebben geen ziel meer. Het is een zeldzame stof die in het universum voorkomt en er voor zorgt dat materie en antimaterie naast elkaar kunnen bestaan. Het was bekend dat je met zonium de Igrot-tentakels kunt losweken. De meeste alien-immortals zitten vol met zonium, in tegenstelling tot de menselijke onsterfelijken.
Terwijl Chang bezig is ontvangen we een bericht van Joe Clef. “Er is weer een vreemde verstoring. Kunnen jullie snel langskomen?” We nemen de Magic Bus naar Plymouth.
“De colormeters bij Sellafield slaan uit.” zegt Joe, “Het is daar oogsttijd.”
Omdat daar een niet-technologische zone is, gaan we in onze solar gedaante. We landen op het vliegveld waar we de eerste keer ook aankwamen. Daar is het nu verlaten. We volgen het paadje door het bos en langs de weilanden met zespotige koeien, de velden en de huisjes van Frank’s volgelingen. De mensen die op het land werken doen alsof ze ons negeren. Alle kleuren zijn feller, de geluiden zijn intenser. Chang verandert in Elaine en doet [detect Color]. De gradient is richting het klooster van Maria Magdalena en ook richting het hutje waar Frank zijn nare rituelen uitvoerde. Twee polen. We lopen verder door het woud naar de hut van Frank. Als we aankomen is het inmiddels donker. We slaan kamp op en oude wacht, maar er gebeurt niets. De volgende ochtend is de kleur zo vol dat het voor onze [Color-sense] van de dingen af begint te druipen. Oogsttijd inderdaad.
Gwan merkt dat er meer spinnen en insecten zijn dan normaal. Met [Spirit Detecting Glance] is te zien dat de mudmen in het zand desintegreren. Specters kronkelen in helse pijnen en lossen op. Het Paars van de Tempest wordt vervangen door Zwart. Het doet Chang denken aan de magie van Nehal Nemar uit Tanais. Risha onderzoekt het, hier wordt geen Color geoogst zoals Eenoog dat doet. Het wordt niet grijs, maar de kleur lost op en wordt vervangen door zwart. De mudmen komen uit de Tempest en Tempest heeft de 5D-frequentie Paars. De golflengte verschuift hier naar Zwart.
Het lijkt er op alsof er hier een nieuwe zwarte bron aan het ontstaan is en zijn benieuwd of er bij het klooster een witte ontstaat. Dat is een dag reizen. De volgende middag komen we in het centrale dorp. We zijn nog in solar vorm, dus we worden niet herkend. Bij het klooster zien we zwarte schimmen. De nonnen lijken die niet op te merken. De schimmen negeren ons, maar hangen rond bij de zusters, die er uitgemergeld uitzien. Het goede is er uitgezogen. Er zijn veel schimmen, veel meer dan zusters. Er ontstaat een sfeer van duisternis. We activeren Charms als Spirit Detecting Glance + SoulCutting Attack en Soul Sword. De schimmen, het kwaad trekt in de nonnen en ze beginnen hysterisch te gillen: “De Dag des Oordeels is gekomen!” “Het is voorbij!”
Gwan zet zijn anima aan. Het duister wijkt voor de glorie van de zon. We kunnen ongehinderd het klooster in en de overgebleven zwarte geesten afmaken. Risha leidt het gezelschap naar de zetel van het orakel, de meltdown. Daar is een enorm gat, waar vroeger kleur-dampen uit opstegen. Nu is er een zwarte leegte, geen zwarte bron, maar een doorgang naar de Abyss. Die heeft deze zwarte kleur als 5D-frequentie. Met [Color]-magie ‘duwen’ we deze plek terug naar het geel-groen dat de frequentie is van onze eigen werkelijkheid.
Claude wil eerst Pashupati contacteren. Hij voelt heel even de aanwezigheid van zijn godheid en dan zijn er een knal en een lichtflits. We worden door een muur heen geslagen. Dit was een materie-antimaterie explosie. Oeps – de nieuwe Pashupati kon in deze wereld niet bestaan en is geëxplodeerd. En Claude is extra geïnspireerd. Gwan scry’t wat er in deze Abyss is. Zijn zicht wordt geblokkeerd door onze Witte Stad, die blijkbaar hier in het midden van de Abyss tussen de wereld van materie en de wereld van antimaterie in zit. We gaan verder met het verschuiven van de frequenties. Ieder verandert in de aardse magiër en volgt haar eigen magische paradigma. Het lukt. Even verdwijnt het zwarte gat en verschijnt de meltdown. We zien een enorm vrouwenhoofd dat gilt van de pijn. Zodra het helemaal werkelijk wordt, breekt het vrij en verdwijnt het uit het zicht. Dan is het zwarte gat van de Abyss weer terug. Helena herkent het hoofd als een van de twee hoofden van de tweehoofdige god van de kloosterorde en de Paulinische orde. Het heiligdom van het andere hoofd is natuurlijk de hut van Frank.
Verder het klooster verkennen. De hoofdnon herkent Helena: “Aaaaah !!! De antichrist !!!”
In het kantoor van de abdes vinden we aantekeningen van de laatste orakels. “Als het dode zaad van de Paulinische orde naar de zusters wordt gebracht, zal de God sterven en de Zwarte Stad zich openen.” Aha. Helena is inderdaad de antichrist. Zij heeft een wagen met dode kinderen naar het klooster gebracht… Terwijl Helena zich herpakt, kijken de anderen met [Time en Mind-link] naar het verleden. Ze zien hoe er hier een blok zwart basalt vanuit de Abyss wordt weggeschoven. Daarachter zijn talloze mijnwerkers aan het werk. Ze stromen als zwarte schimmen door de opening onze wereld in.
We gaan snel naar de hut. Daar komen we de volgende avond aan. Waar eerst het nano-zand was en de huilende geesten is nu de bovenkant te zien van een basalten stad. Op de plaats waar de hut stond is nu een hoge sokkel met daarop een groot dood hoofd. De stad is aan het ‘stollen’, de spirituele dimensie is fysiek aan het worden. Deze Abyss heeft net zoveel zonium als de Tempest. Gwan merkt dat de rand van de Tempest naar ons toe kruipt. Voordat het helemaal realiteit geworden is moeten we handelen! We kunnen nog over de interface tussen deze wereld end e Abyss lopen, maar het wordt zompiger naarmate we verder naar het midden komen. Helena verandert weer in Risha en vliegt met Claude naar het midden. De anderen kunnen er ook heen vliegen en we zakken in het midden bij het gepijnigd kijkende hoofd door de realiteit heen.
Claude roept Pashupati aan. Er is intussen een nieuwe god op die troon gaan zitten. Die verschijnt en kijkt verward, maar ook verwaand. “Onderdaan, u heeft geroepen?” “Dat klopt. Ik wil u een gunst vragen. Dit hoofd is een god van de andere wereld en hij zit vast in de Abyss.” Pashupati zegt: “Uw wens wordt vervuld.” Hij geeft in een enorme ontploffing al zijn energie aan het hoofd. De sokkel is leeg en we zien in onze wereld een enorme tweehoofdige reus-geest. We vliegen de Zwarte Stad uit. Het proces van stollen is nu gestopt.
Wat nu?
– contact opnemen met de bosjesmannen om ze te waarschuwen
– contact zoeken met de tweehoofdige god om hem eventueel over te halen om mee te gaan de ruimte in
Dat laatste kan Risha/Helena niet, want die is de antichrist.
– [Time 3] in de colorcopter inbouwen, zodat we tussen de twee werelden heen en weer kunnen reizen zonder dat we decennia kwijtraken op Aarde als we een paar weken op Tanais zijn.

4 xp.