Tanais – 44

Tanais 7 februari 2013

18-iv-R1 3 uur ’s middags
Buiten de schrijn van Risha staat een bonte stoet mensen. We gaan verder naar de ambassadestad. De mensen zullen daar hun intrek nemen. De stoet gaat verder met ritueel kabaal. De hoge brahmanen gaan voorop, daarna de aanstaande koning en zijn aanhang, vervolgens de lagere brahmanen en dan de ambassadeurs en overige genodigden. Men is nogal teleurgesteld in de vervallen staat van het stadje. Bij het middenplein krijgen we de ruimte. De deftige huizen zijn onbewoonbaar en Chang laat de mensen met genoegen hun yurts zien. De ambassadeurs hadden geen 50 jaar achterstallig onderhoud verwacht. “Excuses voor het ongemak,” is een faux pas. Maar het koninklijk paleis is net zo vervallen en als ze zien dat Risha en Chantal ook een yurt moeten betrekken, begrijpen ze dat het geen opzettelijke belediging was.
De Qartiaan wil het grote handelsgebouw aan het centrale plein claimen. Dat is een van de vijf gebouwen met een kelder die in de grot met de stinkende poel uitkomt. Als Risha voor de grap opmerkt dat er nog een bordeel nodig is, gaat Daguerre daar serieus op in. Zij krijgt daar een van de vijf huizen met kelder voor. De Qartiaan heeft geen yurt nodig, maar gaat meteen zijn ruïne in. “Die knap ik zelf we op,” zegt hij. Chang gaat via een van de andere huizen snel naar de grot om de doorgang naar de magie-winkel in te laten storten. Maar onderweg komt hij de Qartiaan al tegen. Die heeft een oude kaart in de hand. Waar nu een smerig water staat, is daar een keurig ovaal getekend met een legende in het Qartiaans. Chang is nieuwsgierig.
“Kom ik zal het je laten zien,” zegt de ambassadeur. Hij zet wat parafernalia om de poelen prevelt een spreuk. “Krak!” Het water verdwijnt gorgelend en er komt een zwarte ovaal tevoorschijn. “Dit is het.” “Het voelt mooi, maar ook melancholisch,” zegt Chang. “Ja. Maar het zou alleen mooi moeten zijn, het verdriet hoort hier niet. Dit is een doorgang, het is een tegenhanger van Sorceror’s Well. Ik denk dat u mijn advies goed kunt gebruiken. Als u mij de toegang tot de heilige poel toestaat, zal ik jullie helpen.” “Dat zal de koning moeten beslissen, maar ik zie het wel zitten.” “Nu we hier toch met zijn tweeën zij, wat is het nut van al die brahmanen? Voor hun is deze bron onrein. Dit is niet van hun en u en ik willen hen er niet bij. En de put is anathema voor Eenoog! Voor ons Qartianen is dit een reine plek en ik wil er graag toegang toe om te mediteren.”
Chang verwacht dat daar wel met Risha over te praten is.
“Hebben jullie toevallig een schriftje gevonden?”
Chang is echt vergeten dat hij dat bij zijn vorige bezoek in zijn ransel had gestoken en antwoordt “Nee”.
“Jammer. Daar staan de veiligheidsinstructies in.”
Ze gaan samen mediteren. Voor Chang leidt dat niet tot inzichten. Hij steekt er een mote essence in: “Klabberdebam!”
De Qartiaan wordt abrupt gestoord in zijn meditatie en deinst achteruit. Het zwarte ovaal valt weg en je kunt achter de spiegel kijken. Het is een verticale schacht met rondom rijen nissen in de muur. Een kleine zwerm vampiervleermuizen vliegt er door naar buiten de ruimte in. “We hebben dat schrift nodig,” roept de handelaar, “er is hier iets dat niet klopt! Wat doen die nissen daar? Dit hoort een bron te zijn met zoet water tot een paar meter onder de opening.”
Ze gaan naar boven. Chang belooft om de mannen die de huizen hebben schoongemaakt te vragen of iemand het schrift gevonden heeft.

Gwan gaat de huizen inspecteren. Vooral het houtwerk is rot. Het zou sneller en goedkoper zijn om alles af te breken en de hele stad opnieuw te bouwen, maar dat is wel zonde van de mooie architectuur.
Risha en “Chantal” hebben ook een yurt. “Jij hebt er tenminste nog een leuke meid aan overgehouden,” zegt Risha tegen Claude. Ze verkleden zich voor het avondeten en gaan weer naar de gasten. Het eten is sjiek, uitgebreid, maar niet erg bijzonder. Feestvreugde en kou. Chang vertelt over de bron en de Qartiaan. In de verte klinkt geschreeuw. In een uithoek van het pein stuiven mensen weg, het is bij de mensen van Kofkof uit Abishqueck. Chang, Gwan en Risha er op af. Er staan mensen met getrokken lansen de duisternis in te turen, maar er is niks meer te zien. “Het had klauwen en heeft iemand van ons meegegrist. Het vloog die kant op!” Gwan pakt zijn kristallen bol en ziet een heel grote vleermuis die naar het Oosten fladdert. We gaan snel naar beneden om te paard er achteraan te gaan. Claude doet alsof Chantal boos is, pakt makkelijke kleren en de spullen van Claude. Na een half uur komen we bij de vleermuis. Die lijkt ergens naar te zoeken. Een pijl van Risha en de warboomerang van Claude halen het beest uit de lucht. Zijn slachtoffer overleeft de val, omdat hij precies bovenop de vleermuis terecht komt. Snel verzorgen. Hij kijkt glazig en ziet er grauw uit. De vleermuis verandert in een mens, Hij ziet er verhongerd uit. We nemen ze allebei mee terug.
In de stad is grote consternatie. Er zijn nog meer mensen zijn op dezelfde manier verdwenen. Iedereen wordt ondergebracht in het kasteel. Dat is krap, maar wel veiliger dan buiten blijven. We zijn acht mensen kwijt en die zijn niet meer te traceren. De dode vleeermuisman is een vampier, zwaar ondervoed, met geatrofieerde spieren en een weke huid. Zijn slachtoffer blijkt besmet en Claude maakt hem af.
Chang ontdekt dat het schriftje in zijn eigen bagage zit en geeft het aan Risha, Die leest de inleiding. Daar staat dat toen de brahmanen Bronwe inrichtten, deze bron een Soulfield heilige plek was. Hij is door de brahmanen niet goed afgedicht. Toen de Qartiaanse ambassadeur de put ontdekte, was de schade al gedaan. Hij was aan de oppervlakte gecorrumpeerd. De Qartianen hebben hem verzegeld.
We halen de handelaar er bij. Hij stelt zich aan Risha voor als Qadier Halanie en belooft te helpen Hij spreekt de waarheid. Hij is stomverbaasd dat Risha het schrift kan lezen. Qadier leest verder. In het verslag staat dat in de nissen doodskisten zitten. Dat gaat 20 rijen diep en daarvoorbij bereik je pas de echte put. Het water staat onnatuurlijk laag. Dus daarom is de bron verzegeld, ze konden hem niet zuiveren zonder hem te vernietigen.
De aanvallen van vampiers worden ons door de ambassadeurs niet kwalijk genomen. Eindelijk gebeurt er eens iets spannends. Hier wordt geschiedenis geschreven!

De volgende ochtend maakt Claude zich als Chantal op voor de trouwerij. Hij draagt een stevige leren broek onder de trouwjurk. Om half elf moeten we acte de présence geven, dus Chang wil om half negen bij de put zijn voor als bij zonsopgang de vampiers terugkeren. Maar het blijft stil. Het waterniveau is duidelijk gestegen. Gwan schijnt het licht van zijn kasteteken de put in. In 1 op de 10 nissen begint het te sissen en te smeulen. De allerzwakste vampiers konden niet meer naar buiten en worden nu verzengd door het licht. Solars zijn behoorlijk dodelijk voor vampiers.
Dan begint de ceremonie. We gaan via de weg weer omlaag en rijden onderlangs naar de priesterstad. Langs de weg staan priesters aan weerszijden te zingen. Met Spirit Sight ziet Chang een soort schaakbord in de lucht waar reusachtig grote goden als publiek om de stad heen zitten. Chantal moet het Ushasvuur aansteken in een vrouwendeel van het tempelcomplex. Caude is geen vrouw. Het plan was slecht doordacht. Hij voelt zijn ballen verschrompelen. Heel onaangenaam. Maar hij zet toch door. De lucifers doen het niet. Hij steekt er essence in. Het vuur flakkert even en gaat weer uit. Er wordt onrustig gefluisterd. Een vrouwelijke brahmaan zegt: “Zal ik je hand even vasthouden? Je bibbert een beetje.” Zelfs met hulp lukt het niet. Dat veroorzaakt nog meer onrust. Chang ziet dat sommige goden nu wat beter beginnen op te letten. Een aantal dames gaan zingen en pakken ‘Chantal’ van twee kanten vast. Wij zij er om je te steunen. Pashupati glimlacht, Mutri fronst, Ushas is helemaal niet blij en de rest van de goden let niet zo op.
Door naar het vuur van Shagri. Nu kijken alle goden belangstellend. De gevoelloosheid breidt zich uit. Het lukt weer niet om het vuur aan te steken. Sandra en Florence zitten bij dit altaar. Hier zakt Claude bewusteloos in elkaar . Ze proberen hem bij te brengen, maar de goden hebben besloten hun geen kracht te geven. Lichte paniek. Sandra en Florence steken met een bewusteloze Chantal als ledepop het vuur aan. Chang ziet dat de goden nu wel heel belangstellend toekijken, en dat de godinnen nu wel heel verontwaardigd zijn. Chantal wordt naar buiten gedragen. Er daalt een stilte neer over de menigte. Chang doet Touch of Blissful Relief (twee tienen en een willpower = volledig success). De goden zien het vooralsnog door de vingers.
Er wordt naar Risha gekeken. Die weet het ook niet, maar zegt: “Misschien kunnen Sandra en Florence helpen?” Bij het volgende altaar slaat de slapte weer toe, maar met zijn drieën is het geen probleem om het vuur in een keer aan te steken. Er klinkt voorzichtig gejuich.
Dan komen ze aan het vuur van Samas. De grote ketel staat op het altaar midden op het plein. Je ruikt het aardgas. Dit zou minder moeilijk moeten zijn want het is een mannenvuur. Het gaat dan ook moeiteloos aan. En dat is ook weer verdacht. Risha hoort brahmanen mompelen: “Dat het vuur van Samas zo hard brandt moet wel het werk van Eenoog zijn.”
De goden kijken boos. De godinnen worden in bedwang gehouden: “Om nou alle brahmanen te straffen om iets wat één idioot gedaan heeft … nee.” Toch zoeken ze naar een excuus om een bliksemschicht te gooien.

Op het laatste plein staat alles klaar voor het offer. Het staat vol met offerdieren, maagden zingen, Chantal wordt onder een deken gestopt met het paard dat wordt gewurgd (Claude voelt niks). Ze komt snel weer tevoorschijn. Risha klieft het hoofd van het paard.
Oaken wordt ook zichtbaar voor Risha en vraagt hem waarom hij dit gedaan heeft. Risha biedt zijn excuses aan. Chantal is geen Shintasta. De goden zijn boos, maar Risha krijgt toch de zegen. Dan gaan ze weg. Risha vraagt Oaken of er nog wat gedaan kan worden. De god blijft nog even praten met zijn kampioen: “Dit was een wanvertoning. Maar de brahmanen hoeven er niets van te weten.”
Er zijn hier meer mensen die de geestenwereld kunnen zien. Sommige brahmanen en de siderials. Ze hebben gezien dat de god aan de koning verscheen, maar gelukkig niet gehoord wat hij zei.

Tanais – 43

17-iv-R1

4 uur ‘s ochtends

De catamaran wordt verstopt in de delta, ergens op een onbereikbare plek, en onklaar gemaakt tegen diefstal. Claude ontmantelt ook de duikklok. Doodop reist het gezelschap verder op de pegasi. Chang sukkelt onderweg nog in slaap, maar Gwan heeft dat op tijd door en wekt hem voordat hij van zijn paard stort.

Risha gaat ’s morgens naar de brahmanen om te doen alsof hij braaf mee wil doen aan de ceremonie.  Onderweg naar hun verblijven komt hij allerlei spannende shintasta genodigden èn ongenodigden aan. Saddhus zijn een soort hippie-brahmanen en vratyas zijn ascetische priester-krijgers. En er zijn natuurlijk heel veel nomaden. Risha vraagt aan de hoofdbrahmaan wat hij moet doen. Hij hoeft geen teksten te leren, maar hijn wordt wel meegenomen naar een achterkamer, waar een groot heilig kromzwaard wordt bewaard. Die is bedoeld om het paard te slachten. Risha krijgt een mindere brahmaan mee en gaat bij de slagers in de leer om het dier in één slag te onthoofden. Hij krijgt een diagram en allerlei ingewikkelde instructies en blijkt zowel de kracht als het talent te hebben. Na het oefenen mengt hij zich anoniem tussen de toegstroomde mensen. De jonge brahmaan die met Gwan meegereisd was staat op een zeepkistje te oreren. Zijn publiek zijn de intelligentere mensen. “Het gaat om het innerlijk, niet om de uiterlijkheden! Offeren vanuit een leeg hart is betekenisloos.” Risha wéét dat de goden daar anders over denken en gaat even de discussie aan. Maar de brahmaan heeft het over je persoonlijke ontwikkeling. De koning gaat verder en vindt een groepje boeddhistische monniken in oranje gewaden. Ze houden zich wat afzijdig. Gwan had ze al genoemd, het zijn shaolin monniken en ze prediken geweldloosheid. Hij vraagt wat er zoal gebeurd is bij Shearton en ze vertellen er over. Ook hun filosofie klinkt heel zinnig. Daarna gaat hij naar een siddhu die op één been staat met een dikke joint. Risha vraagt hoe hij in contact komt met de goden. De heilige man blaast een wolk hasj dampen in zijn gezicht. Dat is een duidelijk anwoord.

 

Adrarn is met Chantal naar de Soulfields. Hij is Nettie aan het versieren, dat lukt heel aardig: het iseen gezellig en lieflijk stel. Hij kookt voor haar en ze vindt het vreemd, maar wel erg lekker. Chantal is ondertussen de koningin aan het spelen en gedraagt zich waardig. Dat wordt door de soulfielders op prijs gesteld, maar brengt het Adrarn in verwarring. Zo kent hij haar niet.

 

Hoog in het luchtruim vliegen drie pegasi met vier ruiters die zo uitgeput zijn dat ze niet van het uitzicht kunnen genieten.

 

Risha gaat naar de boeddhisten om te vragen wat er bij Shearton is gebeurd. Ze vertellen dat zij als laatsten de stad uit zijn geschopt. Als je geen lid bent van Eenoog, kom jke de stad niet in. De revolutionaire raad is gekruisigd. Maar de monniken zijn geweldloos, dus zij mochten vertrekken. Het Oude Bospad is dicht. Als je slim bent, neem je die niet. Elke keer dat je passeert moet je spirituele tol betalen: een stukje karma. Dat maakt je ook vatbaarder voor et geloof van Eenoog. Risha realiseert zich dat dit betekent dat alle schapenhandelaren die heen-en-weer reizen dus allang missionarissen van het kwaad zijn. Dat bevestigt de monnik. Risha hoort ook dat Sorceror’s Well weer bewoond is en dat de bron wakker is. Het Niets van de monniken is onthechting, maar het Niets van de Abyss, dat wil je niet weten. De monnik is er gelaten onder: “Er zal altijd kwaaad zijn. Niet meedoen, dat is het enige wat er op zit. Er is geen probleem als jij het er niet van maakt.”

 

De middag gaat voorbij en het wordt donker. De Pegasi komen aan. Claude heeft zich vermomd als zuiderling en noemt zich Frans Bouwer. Risha begroet ze bij de stalln. Claude en Risha leggen het bij. Claude heeft belooft geen brahmanen meer aan te vallen en Risha belooft het verleden te laten rusten en amnestie voor Claude te regelen. Claude heeft nog twee andere verzoeken. De ene is een huis in Bronwe voor Daguerre en haar gouverneur van het Zuiden te maken. De andere vraag is voor alle vrouwen het recht om hun eigen man te kiezen. “Dat laatste,” zegt Risha, “kan ik niet beloven. Die macht heb ik niet. En als ik zomaar een volstrekt onbekende vrouw gouverneur maak, dat zal niemand accepteren. Mijn positie als koning is nog erg wankel.” Na enig onderhandelen stelt Daguerre een proefperiode voor. Dat lijkt acceptabel.

Claude blijkt niet onder de indruk van de gore details van de ceremonie, hij heeft al voorbereidingen getroffen in de vorm van leren onderkleding en zo. Risha merk nog op dat Chantal geacht wordt na de ceremonie hetr boek uit de grafheuvel te tekenen. Ze is er niet. Dus het zou fijn zijn als dat boek weer in de grafheuvel ligt, om tijd te rekken. Gwan biedt aan hier achterheen te gaan.

 

Dan worden we gestoord door een bediende. “Majesteit, er zijn drie gasten. Eentje met een vreemd vervoergeval.” Dat klinkt als Der Alte. Claude verandert zich in Chantal en gaat, net als Gwan en Chang, slapen. Ze waren al moe voor de reis, nu zijn ze uitgeput. Risha begroet de drie siderials.

Ze staan voor de poort met een wit hert op een Tenser’s Floating Disk. “We blijven niet voor de ceremonie,” begint Der Alte. Risha zegt dat ze meer dan welkom zijn en dat er veel lekker eten en drank zal zijn. “maar we willen wel op de achtergrond blijven kijken.” vervolgt de siderial, “We hebben iets onderschept. Hoge Eenogers jaagden op dit hert. Maar dat hadden jullie moeten doen. Het is een profetie, een vergeten mythe. ‘Als het witte hert verschijnt, staat er iets belangrijks te gebeuren.’ Wij zijn natuurlijk neutraal. Maar we staan net iets meer aan jullie kant. Het witte hert heeft met de witte stad te maken. Wie de kracht van het witte hert tot zich neemt, krijgt de sleutels van de witte stad. Zelf gejaagd, zelf het hart opeten.“ Risha biedt ze de laatste luxe gastenkamers aan en gaat daarna aan het hert sjorren. Zodra hij het van de schijf heeft, begint het tot leven te komen. Stasis! Hij duwt het dier er snel weer op en stuurt een bediende uit ‘om koningin Chantal, generaal Chang en minister Gwan te wekken, maar als ze niet willen komen is het niet erg.’ Chang was inderdaad best moeilijk te wekken. Risha geeft de gewonde bediende een ruime schadeloosstelling.

Hij legt kort uit wat de siderials vertelden en duwt de vliegschijf naar de tuin. Daar duwt hij het hert van de schijf af. Eerst beweegt het nog een beetje langzaam, maar dan wordt het bovennatuurlijk snel. Risha mist het dier twee maal met zijn soulsteel boog. Hij is blij dat hij er voor gekozen heeft om niet egoistisch alleen op de hert te jagen, maar zijn vrienden er bij te betrekken. Gwan raakt het dier, Claude raakt ook en Risha´s laatste pijl is eveneens raak. Risha onthooft het hert in één slag, volgens de instructies van het paardenofferritueel en snijdt dan het hart er uit. Hij neemt een grote hap uit het hart en laat het rondgaan onder zijn kameraden. Dan vilt Risha het hert. Het karkas gaat naar de keuken, het hoofd naar de taxidermist en de huid naar de looier. Daar wil hij een mooi leren pak van laten maken. De ballen zijn natuurlijk voor Claude, sorry ‘Chantal’.

Natuurlijk is de hele jacht, het delen van het hart en het opdelen van het hert door tientallen hovelingen vanuit de ramen gezien. Risha vindt dat niet erg, het helpt in de vorming van een mythos.

 

18-iv-R1

De volgende dag, acht uur. Er is een juichende menigte. Diverse soorten brahmanen maken zich nuttig of juist onnuttig. Er zijn zoveel maagden als ze konden vinden. Iedereen is te paard, behalve Risha en Claude/Chantal. Die hebben een wagen, getrokken door twee paarden. Het offerpaard wordt apart aan de teugel meegevoerd. De processie duurt lang en de hofastroloog kijkt naar de sterren. “Tlakos staat in Oaken’s Boat. Een gunstig voorteken voor deze regering.”

Gwan is nog bezorgd over de rituelen, de brahmanen stellen hem gerust. De hemel is loodgrijs. Na een paar uur komt de processie aan een vierkant stenen altaar. Daar wordt een vuur ontstoken. De koning en de ‘koningin’ werpen er geklaarde boter op.

Dan komen we in de buurt van de ambassadeursstad. De brahmanen hebben hier een schrijn gebouwd voor de weggelopen kinderen. Risha gaat naar binnen met zijn volgelingen. Malice, de jonge brahmaan die samen met Risha uit Satem is gevlucht, wordt geinstalleerd als priester. Oudere brahmanen voelen zich gepasseerd en dit heeft kwaad bloed gezet.

In de schrijn staat en bronzen beeld van Risha. Het is levensecht. Risha is er heel  blij mee. De brahmanen hebben echt moeite gedaan om deze schrij  aan de regels te laten voldoen. Bij de installatie van de schrijn committeert hij een paar motes Essence aan het beeld en aan zijn priester (Essence Lending Method) … Risha’s cultus is er een punttje sterker door geworden. De priester kan nu magie gebruiken. Weggelopen kinderen zullen hier een veilig thuis vinden.

Het begint te sneeuwen en er steekt een koude, gure wind op. Terwijl Risha bezig is, komen er zes mannen te paard aan met het Shintasta banier van Satem. Ze houden halt voor de ingang van de schrijn. Als de jonge prins Risha naar buiten komt ziet hij tot zijn schrik dat zijn broer, de koning van Satem, er zelf bij is! Er is op aarde maar één persoon waar hij bang voor is en dat is zijn broer! Maar hij houdt zich groot.

“Welkom, broer,” zegt Risha, “ik zag dat er nog een klein troontje was dat leeg stond. Jij bent de oudste, aan jou is het grote rijk. Het rijk van Satem is van jou. Ik wil niet doodgaan en ik wil jouw troon niet.  Als jij mij dit kleine landje gunt, dan kunnen wij in vrede samen leven.”  Zijn broer lijkt het aanbod te accepteren en vervoegt zich bij de stoet die naar de ambassadeursstad gaat.

 

Over naar Chantal en Adrarn. De Soulfields zijn megalitische tombes met een voorportaal. De afsluitsteen van een ervan is verwijderd. Daaromheen iseen soort amfitheater gemaakt. Priesteressen invokeren Chantal en zij moet er naar binnen gaan. Adrarn vraagt: “wat ga je daar doen?” “Ik moet de tombe in, naar de doden en terug. En terugkeren als de vrouwe van Faery. De koningin van de doden komt in mij, en dan ga ik spreken. Ik weet nog niet wat. Het is minder statisch dan de shintasta. Het zou voor mij een reinigende ervaring moeten zijn. Ik zal me waarschijnlijk wel anders gedragen … ”

Ze gaat naar binnen. Dan klinkt er een luid grkrijs. Gekerm vanuit de tombe. Er gaat een rimpeling van verrassing door de mensen. Da valt plaatselijk het licht uit. Het geschreeuw wordt harder. Er is angst in het publiek.

 

KNAL!!! De tombe ontploft.

 

Het publiek stuift uit elkaar. Adrarn zoekt beschutting op. Daarna wordt het stil. Een heel grote zwarte raaf stijgt op uit de tombe en vliegt naar het Oosten. Dan gaan de priesters voorzichtig een kijkje nemen. Chantal is er niet. In de tombe vinden ze resten van keramiek en as van crematies. Is dit de bedoeling?  Nee!  Maar misschien weten de siderials meer … ?
Nettie zoekt beschutting bij Adrarn en hij troost haar. Men gaat maar weer huiswaarts. De familie neemt hen op sleeptouw.

 

 

3 xp

Tanais – 15

Tussendoor avontuur – 15

Terug bij de kampplaats, bespreken we de opties. Als we een maagd zoeken voor het oproepen van een eenhoorn, wie moet dat dan zijn? Ze moet maagd zijn, maar wel al geslachtsrijp. Terug naar Aryanxe2x80x99s Abode. Strega, xc3xa9xc3xa9n van de volgelingen van Risha, gaat naar de vroedvrouw om raad te vragen. Die kent de geheime mysterixc3xabn van vrouwen. Ze denkt in eerste instantie dat Strega voor een abortus komt. Officieel zijn alle meisjes maagd tot het huwelijk, maar sommigen zijn meer maagd dan anderen. Als het misverstand is opgelost, zegt ze dat een meisje dat naar de eenhoorns gaat, de soulmate van zoxe2x80x99n dier wordt en ze zal daarna geen man meer huwen. Ze heeft nog meer advies: xe2x80x9cVerlaat Risha, die zogenaamde helden gaan opgeknoopt worden.xe2x80x9d

Risha zelf is naar de brahmaan. Die weet niets van vrouwendingen. Het enige wat hij van eenhoorns afweet is dat we er meerdere nodig hebben, tenminste xc3xa9xc3xa9n voor ons en xc3xa9xc3xa9n voor het meisje. Zij zal zich verbinden met de eenhoorn en een vrouwelijke brahmaan worden. Hij is blij te horen dat we de pegasus zelf kunnen vangen. Daarmee kun je naar Sorcerorxc2xb4s Well vliegen en daar de nachtmerries oproepen. Nachtmerries zijn heel krachtige magische wezens en de magie van een hele kudde is sterker dan de Wyld. Dus als we ze eenmaal hebben gevangen, dan kunnen we door de Wyld heen galopperen.

Claude gaat naar de kroeg. Hij wil weten welke meisjes er nog niet ten prooi zijn gevallen aan de lokale Don Juan. Een jonge, gespierde stalknecht weet wel xc2xb4hoe hij de merries moet behandelenxc2xb4: xe2x80x9cJe wordt aan de hoogste boom gehangen als ze je snaaien, maar het schijnt dat je Gwendoline tegen betaling wel zo ver krijgt.xe2x80x9d xe2x80x9cNee, ik zoek iemand die niemand nog gehad heeft.xe2x80x9d xe2x80x9cIk ga jou niet vertellen wie er allemaal geen maagd meer is. Dat leidt tot problemen.xe2x80x9d xe2x80x9cIk wil juist weten wie er nog wxc3xa8l maagd is.xe2x80x9d xe2x80x9dDe vrouw van Aryan,xe2x80x9d fluistert de jongen. Tegen betaling van een paar zilverstukken geeft hij een naam Florence. Volgens hem is ze nog maagd. Haar vader is gestorven en ze wil als maagd het huwelijk in om geen risicoxe2x80x99s te lopen. Met een goede bruidsschat kan ze voor haar oude moeder zorgen. Claude gaat naar de keuken waar het meisje, een jaar of zeventien is ze, piepers zit te schillen. Ze is inderdaad best mooi. Maar als hij haar wil aanspreken wordt hij door een dikke matrone de keuken uitgejaagd.

Risha stelt voor om onder de vrouwen het verhaal te doen rondgaan dat er een maagdelijk meisje gezocht wordt die met de hulp van een eenhoorn een vrouwelijke brahmaan kan worden. Strega verspreidt het gerucht. Dan gaan we weer naar de brahmaan om te vragen of hij weet wanneer het gaat regenen. Dan kunnen we de pegasus gaan vangen. Hij gaat in trance en weet even later te vertellen dat er overmorgen wel een paar druppels gaan vallen. Hij vermeld er bij dat pegasi dol zijn op bloemen die uit de Wyld komen. Maar die kennis daar hebben we niks aan, want Wyld bloemen blijven maar drie uur goed. We vertrekken naar het betoverde bos, en we zijn precies op tijd in Bronwxc3xab voor de voorspelde bui. Helaas had de brahmaan gelijk. Het zijn inderdaad maar een paar druppels. Dat is een hele teleurstelling.
Maar als we een half uurtje later weer weggaan, begint het opeens toch te plenzen. We zetten allemaal onze anima op maximale lichtsterkte en er verschijnt meteen een fraaie regenboog. Tegen de tijd dat we bijna door onze essence heen zijn verschijnt er bovenaan een gevleugeld paard. We lokken hem en het dier komt naar beneden gedenderd. Voordat hij wegvliegt weet Claude met de Triple Distance Technique een lasso over hem heen te gooien. Raak! Hij heeft een vleugel te pakken. De pegasus verliest zijn evenwicht en valt van de regenboog af. Chang, Gwan en Risha rennen er op af. Gwan struikelt. Risha vangt het dier en kalmeert hem. Chang geneest eerst Gwan en daarna de pegasus. Hij blijft achter om voor het paard te zorgen en het te temmen. De rest gaat terug voor de maagd.

Bij Aryanxe2x80x99s Abode is alles nog steeds normaal. Risha gaat naar de brahmaan om te melden dat we de pegasus hebben. Claude vermomt zich als aardappelkoopman. Hij maakt een praatje met Florence en snijdt voor haar een eenhoorntje uit een pieper. Ze is een heel deugdzaam meisje. Toch spreekt hij met haar af in de kroeg. Als hij ghaar die avond ziet aankomen, grist hij een fles en twee glazen mee. xe2x80x9cWijntje?xe2x80x9d
Dat gaat haar ietsjes te snel. Na de eerste paar slokken wordt ze vrolijk. Hij praat met haar over de eenhoorn en over brahmaan worden.
xe2x80x9cHet klinkt heel spannend, maar ik moet voor mijn moeder zorgen.xe2x80x9d
Ze schuift dichterbij en legt haar hand op zijn schouder. Ene Sandra is wel heel enthousiast, vertelt ze. Het is te horen dat ze zelf ook wel graag zou willen, maar dat ze niet durft.
xe2x80x9cZo iets is niks voor mij.xe2x80x9d
Ze meent er niks van dus.
Claude besluit haar te xe2x80x98redden van de eenhoornxe2x80x99. Nadat de fles wijn op is deelt hij een comfortabel bosje met haar. Ze zijn snel klaar en ze wil nog wat knuffelen, maar hij heeft er geen zin meer in. Dan valt Florence voldaan in slaap. Hij schrijft een briefje waarin hij vertelt dat hij is weggeroepen om tegen de Exc3xa9noog te vechten, maar dat hij voor haar terug zal komen als de oorlog over is en hij het overleeft. Hij kleedt zich weer om als Claude en gaat terug.
Daar vertelt hij Risha over Sandra.
xe2x80x9cGoed werk!xe2x80x9d
xe2x80x9cMaar,xe2x80x9d zegt Claude, xe2x80x9cdie Florence is niet geschikt.xe2x80x9d

Gwan is intussen ook de kroeg ingegaan. Hij heeft een schilderijtje gemaakt van een eenhoorn om te kijken hoe men erop reageert. Niet erg positief: xe2x80x9cJoh, je bent toch geen wijf!xe2x80x9d
Hij vertelt dat hij op zek is naar een meisje die van eenhoorns houdt. Maar nee, deze mannen weten niets van vrouwenzaken. Er is wel een meisje van 17 in de keuken in de soep aan het roeren. Misschien weet zij iets.
xe2x80x9cHee, Sandra iemand heeft een wijvenplaat gemaakt.xe2x80x9d
Gwan stelt zich voor en laat de plaat zien.
xe2x80x9cMooi gedaan hoor. Ben je soms ergens op uit? Ik heb betere openingszinnen gehoord.xe2x80x9d
Ze raken in gesprek. Ja, ze heeft gehoord van de mogelijkheid om via een eenhoorn een vrouwelijke brahmaan te worden. Op Gwans opmerking: xe2x80x9cDat kan via mij xe2x80xa6 je hoeft niet met me naar bed, xe2x80x9d krijgt hij nog net geen klap in zijn gezicht.
xe2x80x9cAls je echt wat te melden hebt, zeg het dan.xe2x80x9d
Hij wil afspreken bij de grot van de brahmaan.
xe2x80x9cOK, morgenochtend spreken we elkaar daar. xe2x80x9c

De volgende morgen gaan we met zxe2x80x99n allen naar de grot. Claude heeft zich ditmaal vermomd als shintasta vrouw. Sandra is er al. Ze is beledigd en verdrietig omdat ze door de brahmaan is weggestuurd. We sussen en Strega vertelt een en ander. De twee meisjes en Claude gaan naar de vroedvrouw voor verdere instructies. Chang, Gwan en Risha mogen natuurlijk niet mee naar de vrouwelijke mysterixc3xabn.
De vroedvrouw controleert of Sandra nog maagd is.
xe2x80x9cJa, mooi zo. En jullie hebben de grot gevonden. Mooi. Er zijn twee mogelijkheden, je kunt je eigen bloed gebruiken of dat van een witte kip. De handafdruk moet je maken door het bloed over je hand te blazen en dit lied zingen. En als het goed is komen de eenhoorns. Maar geen enkele man mag dit horen. Dit is geheim Als er mannen bij zijn gaat het fout, dan is alles voor niks geweest.xe2x80x9d
Ze leert de drie het magische gezang waarmee de dieren uit de steen gezongen kunnen worden.

We nemen voor de zekerheid twee witte kippen mee naar het woud. Claudexe2x80x99s stem klinkt een beetje hoger. Bij de grot treffen we Chang. Die heeft vriendschap gesloten met de pegasus.

Tanais – 10

Dag 9. Het is nog steeds donker. 4314005021_d8fdd0621d Ze hadden er al twee dagen geleden moeten zijn. De kans dat de priesters ons nog komen ophalen wordt steeds kleiner. Er is nog wat leer en soulsteel over en Risha stelt voor om er een halsband voor de behezarot van te maken. Dan kunnen we er mee naar de Wyld om een vrouwtje te lokken. Als het ding af is, pakt hij een verdovingsgeweer en schiet ermee op het beest. Hij raakt, maar hij raakt een vitaal onderdeel en het dier sterft. Zelfs de medische kennis van Chang schiet tekort bij zo’n chaos creatuur.

We weten dat allerlei onderdelen als ogen, botten en verteringssappen van het dier erg nuttig zijn voor alchemisten en tovenaars en het vlees is eetbaar. Alleen een deel van de ingewanden is giftig. Terwijl Chang hout haalt en Gwan het dier slacht en rookt in de haard van de pastorie, houdt Risch de wacht. Al na een uur komt er een nieuwe behezaroth uit de wildernis gezweefd. Het snuffelt aan de bloedplas. Snel richt Risha het geweer. Nu weet hij wel te verdoven en hij stopt het monster snel in een kooi. Ditmaal is het wel een wijfje. Als ze bijkomt begint ze de geur van het mannetjesbloed met haar eigen feromonen te neutraliseren. Na een tijdje hangt er een zware, onaangename muskuswalm op de open plek. Dan komt er een mannetje de open plek op, hij zweeft enthousiast op het wijfje af. Chang slaat alarm. Vanaf verschillende kanten komen er nog een heleboel. Prijsschieten dus! Maar Risha en Chang kunnen niet snel geoeg herladen, waardoor er eentje het wijfje bereikt. Zodra ze beginnen te paren houdt de wedren op. Inmiddels hebben we er vier verdoofd, met het vrouwtje en haar partner meegeteld komen we op zes. De rest verdwijnt sneller dan ze gekomen zijn. Met de ene die we geslacht hebben is er genoeg vlees om ons en alle dieren een dag of vier te voeden. De wezens lijken helemaal niet gevaarlijk. Onderling communiceren ze met geuren en kleurveranderingen in de kraag. Maar wij komen er niet achter wat ze bedoelen. Het is tijd om weer te gaan slapen.

De volgende ‘dag’ is het wijfje minder transparant. Ze begint een soort van eierschaal om zich heen te vormen. Hoewel we nu zes van die wezens hebben, gebeurt er deze dag weer niets. Communicatie lukt nog steeds niet. Op dag 11 probeert Risha er weer eentje een halsband om te doen. Maar weer raakt hij bij het verdoven een vitaal onderdeel. Ditmaal weet Chang genoeg van de anatomie om het wezen te redden. Risha realiseert zich eindelijk dat zijn nieuwe meesters hem niet komen ophalen. Hij is er nu van overtuigd dat dit een test is. Hij snapt inmiddels net genoeg van de kleurcodes om te zien dat de behezaroth ondanks alle gedoe onverschillig zijn tegenover ons en hij krijgt door dat wij via onze dromen met ze in contact kunnen komen. We gaan vandaag experimenteren met orde in de Wyld aanbrengen door er tekens in de bomen te kerven. Dit lijkt goed te gaan. Maar Gwan’s timmermansoog ziet dat bomen die eerst op één lijn stonden, na een uur een klein beetje verschoven zijn en na twee uur weer wat verder. Onze symboliek kan de Wyld wel een klein beetje verstevigen, maar niet lang genoeg om een van de paden terug realiteit te laten worden.  Nacht 13. We gaan allemaal slapen met een beeld voor ogen van de toren van de siderial, en ons die er samen met de behezaroth naar toe gaan. Als we er zijn aangekomen laten we ze gaan. Gwan hoort in zijn droom: “Deal!

Om onze goede bedoelingen kracht bij te zetten laten we het vrouwtje de volgende morgen vrij. Ze blijft in de buurt van één van de mannetjes. Als we realiseren dat het haar parner is, laten we die ook gaan. Gwan, Claude en de twee meisjes uit Risha’s gevolg klimmen op de overgebleven behezaroth, die zich nu gewillig laten berijden. Dan lopen we de bosrand in. Tumblr_li7cv5tDa11qhw92fo1_500 Een brede heirbaan strekt zich voor ons uit. Na enkele honderden meters duiken aan weerszijden elfen op die ons vriendelijk toejuichen. Na een kilometer of vijf valt er opeens achter ons een valhek neer en we staan bovenaan een kilometers hoge klif die uitkijkt over de zonovergoten oceaan. Gwan en Risha plus volgelingen hebben nog nooit zoiets gezien.

De behezaroth houden samen een bubbel van gezamenlijkheid in stand. Als we een deel van de groep van hen afzonderen, verdwijnen ze de Wyld in en zien we ze misschien nooit meer terug. Dus deze klip is een moeilijke puzzel. Maar met een zorgvuldig uitgedachte strategie, waarbij er steeds één behezarot boven blijft en één beneden wordt het hele gezelschap naar beneden gevlogen. Dit duurt lang en beneden blijkt de zee inmiddels in zand te zijn veranderd. We zijn moe en moeten gaan slapen. In zijn droom vraagt Risha hoe ver het nog is.
Bèeèe, niet ver!
Gwan droomt van water.
Hij krijgt ook een antwoord: “Als je dat denkt … ja.” en hij moet in zijn droom enorm niezen. Er vliegt een snotbel door de ruimte.

We zitten heel diep in de Wyld en, hoewel de behezaroth ons tegen de ergste effecten beschermen, komen we toch allemaal een beetje veranderd uit de droom.We worden wakker in een diep bos. Gwan is groot en sterk geworden. Rishaxb4s ogen hebben gespleten pupillen gekregen zoals het Eénoog symbool en hij kan er extra scherp mee zien. Zijn lijfwacht Bruiser heeft grote klauwen. Boogschutter en inbreker Zack is gekrompen tot het formaat van een jongetje van een jaar of acht. De nieuwe slagtanden met slangengif van priester Malice zijn achter zijn (of haar) masker niet te zien. De alchemiste Strega wordt een soort kameleon, ze kan haar huidskleur veranderen. Full_439773189 En de mooie martial artist Sarina heeft een tijgervacht. Alleen Chang is niet veranderd. Er hangt een dichte mist. En als we lopen, wordt de mist steeds dichter. Het omsluit ons en wordt een stroperig snot, waarin we nog wel kunnen ademen maar nog maar heel moeilijk lopen. De grond gaat trillen. We zitten in de neus van een reus die gaat niezen. En dan opeens, met een enorme vaart, worden we de Wyld uitgeniesd.

Een kosmisch toeval bepaalt dat we een paar kilometer ten Noorden van Archet in een weiland landen. We liggen in een grote bundel snot, die we snel van ons afwassen in een beekje. Hier blijkt dat Chang toch iets heeft opgelopen. Omdat Zack hem helpt afspoelen, wordt die doodziek. Chang is een drager van hondsdolheid geworden. Hij is zelf imuun, maar mensen die hem aanraken lopen de kans besmet te worden.

 

Tanais – 9

De volgende dag is het dorpje bedrijvig als altijd. De welvaart en tevredenheid valt echt op. Chang gaat op zoek naar een genezer waar hij wat meer medische kennis op kan doen. Dat lukt wel. Risha heeft meer interesse op de taal Qartaans te leren, maar er is hier niemand die dat kan. Hem wordt verteld dat hij daarvoor beter naar Soul City kan gaan. En Gwan is benieuwd naar de plaatselijke kunstuitingen. Die zijn er niet in deze vallei. Alle voorwerpen zijn eenvoudig, degelijk en zonder versieringen. Voor cultuur moet je bij de priesters zijn, voorbij de poort naar de hogere gebieden.

TurbanOmstreeks 12 uur wordt Chang bij de poort naar het tweede niveau geroepen. Er zit een tulband op hem te wachten. Gewoontegetrouw stellen hogergeplaatsten zich niet voor, dus de priester komt meteen ter zake:
Beste Chang, we kennen jou en je groepje nog niet lang genoeg om je echt te kunnen vertrouwen. Maar jullie vallen allemaal in positieve zin op. Vooral jij. We kunnen getalenteerde lieden altijd gebruiken want daarvan zijn er gewoon te weinig.
Hoe kan ik mijn trouw bewijzen?” vraagt Chang.
Het is tijd voor je tweede beproeving. Willen jullie promoveren naar het volgende niveau? Zo ja, krijgen jullie een uitdaging. Het is niet verplicht. Op dit niveau kunnen we ook bekwame lieden gebruiken. Ik zal open kaart spelen. De opdracht zal vervelend zijn, maar hij is jullie groep wel waardig. Normaal halen we mensen die als groep bij ons komen uit elkaar, maar jullie zijn een hoop talent bij mekaar. En een goed team is goud waard.
Ik zal het ze voorleggen,” zegt Chang.
Dan spreken we om 4 uur hier weer af voor jullie antwoord.

Chang seint de rest van de groep in. Risha wil zijn volgelingen meenemen. De vijf jongelui zijn sinds Risha die ochtend afstand heeft gedaan van zijn goddelijke status aan hem gaan twijfelen. Maar na een bezielde speech is het heilig vuur weer terug. “Zum Befehl!” De alchemiste Strega is helemaal enthousiast, want hoger op de helling schijnt een meester-alchemist te wonen, waar ze graag bij in de leer wil. Dus op het afgesproken tijdstip staan de negen bij het wachtgebouw. De tulband is er al.
Ga zitten.
Hij maakt gelukkig geen onderscheid tussen de solars en de volgelingen van Risha. Voor hem is Risha blijkbaar nog steeds de enige die bovennatuurlijke krachten heeft.
De opdracht heeft een leuk en een minder leuk aspect. Het leuke is dat de behezarot met jullie mee gaat. We zullen jullie naar een open plek in het woud brengen waar de Wyld geen greep op heeft.
Hij rolt een kaart uit en wijst de strook bos aan die als een hoefijzer van het enorme Chetwood in het Oosten via het Noorden over Archet heen buigt en de smallere strook die in het Westen Zuidwaarts strekt tot de hoogte van Combe.
Kijk, we proberen Archet en Combe af te snijden met een Wyld bos. Chetwood is veilig tegen de legers van Soul en Shintasta, omdat het Wyld is. Maar wij kunnen ook niet in de Wyld leven, dus we hebben een paar bruggenhoofden nodig. Gelukkig zijn er nog wat plekken van vroeger.
Hij wijst naar een paar open plekken ten Noorden van de toren van Phantom Marshley. Zijn vinger blijft rusten op de plek die het dichtste bij is.
Jullie hebben twee taken. De eerste is de behezarot. Dat is een vrouwtje, die zal mannetjes aantrekken en die moeten jullie vangen. Daar willen we er zo veel mogelijk van hebben. De andere opdracht is om het gebied te claimen voor Eenoog. Het is nog niet geclaimd, maar we weten niet wat er op dit moment zit. Stel het veilig als bruggenhoofd. Daar staat een mooie beloning tegenover.
Waar dienen die behezarot voor?” vraagt Risha.
Van die dieren kan onze alchemist allerhande nuttige ingrediënten oogsten.
Strega kijkt blij.
00200022748_tnsOm een plek te zekeren, moet jullie symboliek overvloedig aanwezig zijn. Je zou bijvoorbeeld een vlag kunnen hijsen, maar het hoeft wat ons betreft niet zichtbaar te zijn vanuit de lucht. Wel kun je een oog in de omringende bomen kerven en zo.
Hij kijkt even of er nog vragen zijn en gaat dan verder.
Geef maar een lijst met wat je allemaal nodig denkt te hebben, dan kunnen jullie morgenochtend vroeg weg. Je hebt zeven dagen de tijd. Om een indicatie te geven: als jullie drie beesten vangen, zou dat teleurstellend zijn. En ze kunnen niet echt vliegen. Ze hebben een onzichtbaar onderlijf dat permeabel of massief gemaakt kan worden.
Claude vraagt: “Hoe slim zijn ze?
Als een bovengemiddeld mens.
Chang wil weten hoe het zit met de slagkracht.
Jullie krijgen ieder een verdovingsgeweer
Hoe komen we daar?” vraagt Risha.
Wij brengen jullie en halen je een week later weer op.
Claude bestelt sloten en allerlei materiaal om vallen mee te maken. Risha vraagt om een goede boog en pijlen. Er worden voorraden en kampeerspullen op het lijstje gezet. Paarden zullen we niet nodig hebben.

De volgende ochtend staan we al heel vroeg klaar. Een groot en een klein zweefplatform komen aan. In de kleine zitten twee priesters. Een nerveuze knecht laadt onze spullen op het grote zweefvlot, dat met en kabel aan de kleine vastzit. De kooi met het beest is al aan boord. Gwan merkt dat deze vliegmachines wel heel mooi versierd zijn. We hoeven zelf niet te laden, omdat we de tweede proef gaan afleggen, zijn we het niveau van dienstverlening ontstegen. Als alles gereed is, mogen we op de grote schuit plaatsnemen en dan vertrekken we. We vliegen hoog boven een veelkleurig wervelend geheel, waar af en toe een boomtop bovenuit steekt. Na een half uur bereiken we het gebied waar de zon niet meer schijnt. Onder ons knettert en flitst de Wyld in alle kleuren van de regenboog.

Twaalf uur later daalt het vlot op een schemerig verlichte vlakte van zo’n 2,5 bij 3 km. De hemel is vol sterren en om ons heen zien we het chaotische licht van de Wyld. Twee nerveuze bedienden laden het vlot uit en de tulbanden geven ons wapens. Er is een geweer voor ieder van ons en er zijn dertig patronen met alchemistisch slaapgas. Rishaxb4s nieuwe boog is een meesterwerkje en hij krijgt er soulsteel Bronze___Steel_Bracers_of_Protection armbracers bij.
We komen over zeven dagen de vangst halen,” zegt een van de tulbanden en dan stijgen ze weer op. Zodra de luchtvlotten weg zijn, horen we Chantal weer kermen in het noorderlicht.

In een natuurlijke kom zien we een soort kerkje met een waterput en een woonhuis staan. Vanaf het bouwwerk gaan paden drie kanten op. Zuidwest richting Archet, Noord richting de Sheeplands en pal West richting de andere grote open plek. Maar ze lopen dood waar de muur van Wyld-licht begint.
Claude en Gwan beginnen kooien te maken. Tot zijn verrassing ontdekt Claude dat het hang- en sluitwerk ook van het kostbare soulsteel is gemaakt.
Chang stelt een wachtschema op en zet Risha’s mannen aan het werk om een basiskamnp te bouwen.
En Risha gaat op verkenning uit. Eerst bekijkt hij de waterput,
maar daar is niks wat de moeite waard is om over te rapporteren. Als Chang klaar s met organiseren komt hij Risha helpen. Samen gaan ze het grote kerkgebouw binnen. Het is een hoge zaal, met banken in een cirkelpatroon. In het midden is een groot zwart pentagram in een rode cirkel ingelegd in de vloer. 586
De trap van de toren is wormstekig en gammel. Risha weegt niet zo veel en hij is vrij behendig. Hij durft het wel aan. Maar Chang blijft beneden. De jonge prins geeft lopend commentaar. Op de eerste etage is een soort collegezaaltje met een schoolbord. Op de tweede treft hij een boekenkast en een lessenaar met een kristallen bol. Het eerste boek verpulvert zodra hij ht aanraakt. Dus hij gaat maar verder. De derde en hoogste etage is lopen naar de buitenlucht. Hier hangt een grote bronzen klok. Gezien de toestand van het houtwerk, besluit Risha maar niet toe te geven aan zijn impuls om de klok te luiden.
Op de terugweg wil hij de kristallen bol meenemen. Maar als hij het ding aanraakt is er een enorme elektrische ontlading en hij wordt achterover geslagen. Op mirakuleuze wijze blijft hij ongedeerd. Maar hij is wel enorm geschrokken.

Terug in het kamp vertellen ze wat ze hebben gevonden.
“Een pentagram, dat heeft iets met demonen te maken!” weet Gwan. Flumph_c150
Die nacht slapen we en we houden wacht. Er komt niets af op het klaaglijke geroep van de behezarot.

De volgende morgen gaan wer een soort eendenkooi maken voor de behezarot. Risha doet daar niet aan mee. Fysieke arbeid vindt hij beneden zijn stand en daarom is hij alvast met de tweede opdracht bezig. Uit hout snijdt een groot oog-symbool. Het verbaast hem zelf hoe gemakkelijk dat hem afgaat. Als het klaar is hangt hij het boven de deur van de kerk. Daarna gaat hij samen met Gwan ogen in de bomen aan de bosrand kerven. Eten, wachten, jagen en verkennen. De jacht levert niets op en er komen geen wezens op onze behezarot af. Aan het einde van de dag voert Risha het monster. Het beest blijkt alleen vlees te eten. Het is hem dankbaar, maar op deze manier gaan we wel snel door onze voorraad heen. De tweede nacht wordt er in tweetallen wacht gehouden. Maar er gebeurt weer niets.

De tweede en de derde dag komen er nog steeds geen beesten op onze behezarot af. In de nachten gebeurt er ook niks.De pastorie, zoals we het woonhuis hebben gedoopt, blijkt heel bouwvallig te zijn en niets van belang te bevatten. Onze vleesvoorraad is inmiddels op en het dier heeft honger. Claude heeft een jachthut gebouwd, maar jagen heeft geen zin, er is niets groters op deze vlakte dan duizendpoten. Gwan maakt een hengel en haakt daar een vette duizendpoot aan. Thumb2 Hij werpt uit in het licht van de Wyld en heeft meteen beet. Maar hij houdt het niet. Wat er aan de andere kant zit is groot en sterker dan hij. De hengel wordt naar binnen getrokken en krakend verslon- den. We hebben een stevigere hengel nodig. Dus  bouwt Claude een enorme werphengel met een staander en een tegengewicht. Althans dat was het plan. Tijdens het bouwen bedenkt hij dat het sterk lijkt op een trebuchet  en dat brengt hem op een idee. Hij verandert het ontwerp een beetje, zodat datgene wat aan de haak hangt niet de Wyld uitgetrokken wordt, maar een steen op zijn kop krijgt. Als hij uitwerpt hoort hij gelach en gegrom en iets wat “sst” fluistert. Beet! Het mechaniek gaat af en er suist een zware kei door de lucht. Als de steen het lichtgordijn raakt, horen we een luide ‘Ploing!’ en het projectiel komt met dezelfde snelheid op ons af.

Nog een paar keer hengelen levert niets meer op. Als er een paar grote uilenogen in het licht te zien zijn, schiet Risha er met zijn pijl en boog op en Claude gooit een mes. Het roept luid “Oehoe!” en verdwijnt achter het gordijn. En nu hebben we er genoeg van. We binden ons aan elkaar met een touw en gaan er achteraan. Het lichtscherm is moeiteloos te passeren en daarachter vinden we een mooi eikenbos. Maar de sterren zijn op een doek geschilderd. De uil zit in een boom en Risha schiet hem dood. “Oehoe. Nee … ! ” Het beest was tam en kon praten. Maar nu gaat hij in de jagerstas.

Gwan kert oog-tekentjes in de bomen om ons pad te markeren. De derde boom kermt van de pijn. Het is een diep, laag geluid. Als hij omkijkt, ziet hij een meter of 50 achter ons een tribune met adelijke elfen die naar ons kijken. Als we er naar toe lopen, lijkt de tribune steeds op dezelfde afstand van ons te blijven. Net zoals het einde van een regenboog. Als Chang voorstelt om te wachten, verandert de grond onde ons in zwarte inkt. Op de tribune ontstaat rumoer. Men stoot elkaar verbaasd aan en pakt toneelkijkertjes. Sommigen zijn zelfs flink geschrokken. De duisternis wordt een soort muil die ons op probeert te slokken. Claude en Chang zijn op tijd weg, Gwan weet zich vast te grijpen aan een wittig uitsteeksel. Het lijkt wel de knaagtand van een reuzenkonijn! Maar Risha, die voorop liep, bungelt aan het touw in de opengesperde muil boven de huig.
`Hap!`
Met een enorme inspanning werpt Gwan zich uit de bek van het monster. Het touw wordt doorgesneden en Risha valt in de diepte. De grond sluit zich. Claude gooit een zwerm dolken tegen de grond en Chang slaat ook op de grond. Er welt bloed omhoog. Maar dan staan ze op gewone bosgrond. Gwan steekt zijn zilveren zwaard in de grond en er gebeurt niets.
We moeten eten hebben voor het beest,” roept Claude naar de tribune. 4363374743_9a427054b2
Ze komen niet dichterbij. Maar er staat hier een boom met een oog er in gekerfd. We zijn vlak bij is de open plek.

Risha valt door de duisternis en komt op een koude stenen vloer terecht. In het licht van het kasteteken op zijn voorhoofd ziet hij dat hij in een wijnkelder ligt. Hij tovert zijn harnas aan en trekt zijn zwaarden. Dan loopt hij voorzichtig de trap op. Boven aangekomen staat hij tot zijn verbazing in de vervallen pastorie. Hij ziet zijn groepje bij de bosrand en loopt er op af.
Hoi, ik ben er weer.
Dat avontuur is goed afgelopen. Maar wat een vreemde plek is de Wyld.

We voeren de uil aan de behezarot. Het is niet genoeg om de honger te stillen, maar ze kan er weer eventjes op voort. En dan valt Gwan iets op: Het is helemaal geen vrouwtje! Het is een mannetje en zijn geloei houdt de andere dieren juist op een afstand. Vandaar dat we niks vangen!

Claude heeft een theorie. Hij gaat er van uit dat ze ons niet meer zullen komen ophalen. Wij zijn een outpost. En hier kunnen wij geen kwaad.
Maar waarom hebben we dan zulke dure dingen van soulsteel meegekregen?
Ze hadden ons niet meegekregen als wij hun niet vertrouwden. Maar als de spullen van zo’n goede kwaliteit zijn, dan vertrouwen wij er wel op dat ze ons weer terug zullen halen. Alleen soulsteel is hier niet zo veel waard. tegen de Wyld moet je koud ijzer gebruiken. En ik heb maar één goedkoop ijzeren werpmesje, al de rest is van hoogwaardig staal. Waarschijnlijk vonden ze Risha toch een te grote bedreiging.
Dan moeten we
proberen om toch een stuk of tien behezarot te vangen en die daar zelf af te leveren als ze inderdaad niet komen.

Tanais – 5

De vallei der grafheuvels ziet er nogal onnatuurlijk uit. De koningen liggen begraven op een enorme vierkante vlakte die is omgeven door bergen. Tiwanaku-view-of-the Halverwege de vlakte is een kaarsrechte verzakking. Het is er grauw en kleurloos. De paarden weigeren om verder te gaan, dus we moeten afstappen om ze achter te laten bij de toegang tot de vallei. De belangrijkste bezittingen worden overgepakt in onze rugzakken. Als we door de kloof trekken, wordt het kil en nevelig. Grote hondensporen, ongeveer formaat deense dog, een week oud, gaan heen en weer. Als we de kloof door zijn. zien we een dubbele rij menhirs. Ze staan erg ver uit elkaar, en iedere menhir is ongeven door een groep kleinere. De naam op die bij de ingang is Godfried. Dat was de eerste koning. Er zijn 20 grote hoofdmenhirs, voor de twintig Shintasta koningen die geheerst hebben over dit land. Na een dag komen we bij het einde van de rij. Hier is een groot geplaveid plein met een enorm diepe kloof er dwars over. Er is duidelijk een aardbeving geweest. We vinden de restanten van een grote koperen ketel die kapot geslagen is. Het is een zogeheten saman-vat, dat gebruikt werd voor rituelen rond de drank mede. Het is al laat dus we slaan hier kamp op.

Tijdens de derde wacht verschijnen er aan de andere kant van de kloof tientallen grote honden. Het is even paniek. Ze gromnen en blaffen, maar ze komen niet aan onze kant. Dus we proberen mar door te slapen. Bij dageraad gaan ze weer weg. We lopen door. Onderweg is er veel vernield door de honden. Na een uur of drie komen we bij de eerste grafheuvel. Deze is al tientallen jaren niet meer onderhouden. We vinden geen ingang en geen naam, alleen een altaartje dat aan de hemelgod Oaken is gewijd. Nog drie uur later komen we bij de volgende grafheuvel. Deze is wat minder oud, maar even slecht onderhouden. Ook hier vinden we een altaartje van Oaken. Als we overnachten, houden we weer wacht. Tijdens de tweede wacht komen er weer van die honden aan. Dit maal vallen ze wel aan. Het wordt een groot gevecht, waarbij Chang gewond raakt. Als we meer dan de helft van de honden hebben verslagen, vlucht de rest weg. Nadat Chang is verbonden, gaan we verder slapen. Die nacht verloopt verder zonder ellende en de volgende ochtend ontbijten we met sateh van hond. De ballen van de reuen worden door de chinezen apart gehouden voor het geval we weer eens per ongeluk een harem inlopen en impotent raken. We offeren ook wat van het vlees op een Oaken altaar.

De weg gaat hier omhoog de horst op. Bij Chang, Risha en Gwan klinkt er een soort plop in de oren en dan is de drank van de Siderials uitgewerkt. Blijkbaar is de siderial drank echt niet geschikt om de solar exaltatie permanent te wekken. Dat is best wel een tegenvaller. Boven aangekomen kijken we uit over een moeras met rechts van ons en links tegen de bergen de ruines van een paar stadjes. Voor ons liggen verse krengen van een heleboel dode honden. Zo te zien zijn  ze verschroeid door bliksem of zoiets. Het zijn er zestien. We dineren met geroosterde hond en lopen daarna door naar het dichtstbijzijnde stadje. Dat ligt aan de rechterkant in het moeras. Voordat we daar zijn moeten we nog een keer overnachten. We houden zoals steeds om beurten de wacht, maar dit maal blijft het rustig.

Tegen de middag bereiken we het naargeestige moeras. We zien menselijke voetstappen in de modder. Vrouwenvoeten. Een eindje de zomp in ligt een ommuurd stadje. We baggeren erheen door het ondiepe water. Af en toe is er een droger stukje, maar het merendeel van de weg lopen we tot ons middel in het water. Risha voorop, dan Claude, vervolgens Chang en de rij wordt gesloten door Gwan. “Slosj” opeens is Gwan weg. Chang ziet even een arm boven water komen en graait er naar. Hij trekt zijn reisgenoot boven water en ziet dat er een blauwige zombie-arm aan hangt. Swamp-Girls-Med We maken wat meer snelheid. Als we bij het dorpje zijn, zit er al een behoorlijke groep zombies achter ons aan. De muur is vervallen, maar het opschrift boven de poort is nog leesbaar: “Vervloekt is hij die hier binnengaat.” Daar hebben we slechte ervaringen mee. We trekken om het dorpje heen. Gelukkig zijn de zombies traag. Aan de andere kant van het dorp vinden we een oud bootje en daarmee zijn we een stuk sneller. Als we eenmaal bij de bergen aan de andere kant van het moeras zijn, klimmen we een eind omhoog voordat we kamp opslaan. Hier in de hoogte zijn we veilig.

’s Anderen daags dalen we af aan de andere kant van de berg. Daar zien we heel in de verte een grafheuvel die aanzienlijk groter is dan alle andere die we tot nu toe gezien hebben. Dat zal de tombe van Ostrongoth zijn. We gaan er rechtstreeks naar toe. Onderweg overnachten we bij een normale grafheuvel. Hier liggen weer een aantal dode honden en we vinden sporen van een voertuig op wieltjes. (Het lijkt wel op de scootmobiel van de oude siderial.) Dit is zo’n twee dagen oud. De volgende dag trekken we verder naar het Oosten. Tegen de avond komen we aan bij de enorme grafheuvel. Hier vinden we inderdaad de oude man in de rolstoel. Hij zit een gebraden kip te eten en kijkt geirriteerd. “Goeiedag, jonge heren.

Gwan vraagt wat hij hier doet. “Iemand moet jullie toch helpen…” Achter hem zien we een pas gedolven gang naar de toegangspoort. De deur van de tombe zit nog dicht. Claude loopt er op af en doet hem open. De oude man loopt rood aan als hij dat ziet. Gwan vraagt wat het probleem is. “Als ik niet naar binnen mag, dan hebben jullie dat recht helemaal niet!”  Het is jammer dat hij de beroerte heeft overleefd. We negeren de oude man verder en gaan naar de poort. Claude maakt licht en Risha brandt een ghee offer op het altaar. Als afstammeling van de begraven koning, Loughcrew mag Risha het graf als eerste betreden. De duistere gang loopt schuin omlaag de aarde in. Vlak voor de poort is een krachtveld waar de oude man niet doorheen kon, maar wij kunnen het allevier zonder probleem passeren. Na een paar meter zijn er twee kamers aan weerszijden van de gang. In de ene is een prachtige gouden strijdwagen opgesteld, in de andere staan gouden harnassen. Claude is erg in de verleiding, maar hij blijft er toch maar van af. Dan komen we bij de echte grafkamer. Aan weerszijden van de ingang staat een tekst: “Geef de koning wat het zijne is.” en “In wie de koning liefheeft zal het vuur ontbranden.” Terwijl we het lezen lichten er drie dingen op: de orichalcum schrijftablet, de zielstalen skeletvinger en de jaden bol. Het maanzilveren zwaard doet niks.

We komen een koepel binnen met in het midden een stenen baar. Daarop ligt een goed geconserveerd skelet. De linkerkant van het gezicht is verbrijzeld. Maar dat is niet de doodsoorzaak. In zijn handen heeft hij namelijk een jaden dolk, met het lemmet in zijn borstkas. Risha krijgt een visioen: Dit is een zeer eerzame dood. De koning openbaart zich aan hem in al zijn glorie. Ondanks dat hij tot een skelet vergaan is, is dit eerder een slaap, dan de dood. Risha knielt. Als Chang hem nadoet en ook knielt, ziet hij hetzelfde. De andere twee bewijzen de oude vorst geen eer en krijgen geen visioen. Gwan voelt geen eerbied voor de oude overheersers en voor Claude is een koning niet meer dan een burger.

Voor de drie lichtgevende voorwerpen zijn duidelijk herkenbare plaatsen rondom het lijk ingeruimd. Het schrijfplankje past precies in een rechthoekige uitsparing aan de rechterzijde, de bol in een ronde holte aan de linkerkant en de skeletvinger heeft zijn eigen plekje, rechtop tussen de benen. Als we de drie reliquieen hebben geplaatst gaat het geheel licht geven als de dageraad. In Risha en Chang, die knielen, ontbrandt een licht, plus het besef dat het ware vuur nog verder in het Zuiden is. De tombe van de geliefde koningin Ashera, ofwel de godin Ushas – de dageraad. Daar moeten we zijn. En we moeten ons niets aantrekken van de siderial in de rolstoel, die is onwaardig in de ogen van koning Ostrongoth, die zijn eigen leven nam om allen te redden. De tovenaar is niet meer dan een oude man die zijn eigen dood niet onder ogen wil zien.