Tanais – 55

22-ii-R2 ochtend.

Het is een mooie herfstdag. Gwan is terug. Daguerre is achtergebleven in het Zuiden. Hij hoort van het personeel dat er brahmanen zijn gesignaleerd in Arjan’s Abode en dat Risha’s grote broer daarbij aanwezig is met soldaten. We komen elkaar tegen bij het ontbijt. In overleg wordt besloten om de werkloosheid aan te pakken door soldaten te ronselen voor het leger.
Risha gaat naar de priesterstad. Bij het Kanesh-heiligdom is een vrolijke menigte arme shintasta-nomaden. Er is een kind met een paardenhoofd geboren! Risha instrueert de wachters: de aankomende groep brahmanen mag de stad binnen, maar de bankgebouwen zijn vooralsnog gereserveerd voor de koning.
Gwan praat met aannemers. Hij laat zijn lege zakken zien. “Dat is jammer, meneer. We maken af waar we voor vooruitbetaald zijn, dat zijn de stallen bij de arena. Daarna moeten we vertrekken. Mocht u onze diensten weer kunnen betalen, dan kunt u ons vinden.”
Claude maakt intussen wervingsposters voor het leger. Chang overlegt met zijn officier en stelt voor mensen uit de gevangenis te ronselen: kiezen tussen je gerechte straf of twee jaar militaire dienst met de mogelijkheid om bij te tekenen.
Risha gaat naar de tempel van Kanesh. Inderdaad, daar ligt een jongetje met het hoofd van een veulen te blèren. Een man spreekt de menigte opzwepend toe: “… tijd van transformatie! … revolutie! … geschenk van de goden in plaats van heer Arend! …” De moeder zit in het hutje erachter. Als Risha daar naar toe gaat, worden de mensen boos. Ze denken dat hij heiligschennis gaat plegen door de moeder te bezoeken. Hij laat even zijn aura zien; daar wordt iedereen stil van. Op de drempel van de hut plaatst hij een handvol godstukken. Daarna keert hij naar het kindje en offert de ghee die hij had meegenomen. Kanesh manifesteert zich aan hem. Risha feliciteert hem met het prachtige kind. De god met het paardenhoofd zegt niets, maar glundert als een jonge vader. Daarna offert de koning aan de andere goden. Hij vertelt dat de brahmanen in aantocht zijn.
Claude is intussen verkleed als soldaat de biljetten aan het aanplakken. Her en der ziet hij groenhuidige dames die de menigte opzwepen: “Alles wordt afgepakt! Brood! Bier! Seks!” Hij gaat de anderen waarschuwen dat hiertegen moet worden opgetreden.
Chang heeft Adrarn opgehaald en laat hem mee exerceren. Dat vindt de jongen beter dan de saaie studie bij zijn oom.
Even overleg tijdens de lunch. Risha laat een paar nieuwe bordelen bouwen in Shanti en Claude gaat naar de zaakwaarneemster van Daguerre, Claudette, om te vragen om in de benedenstad filialen te openen. Tot de bordelen klaar zij huren we een paar panden van Cyrion en MacArthur.
Na het eten gaat Risha mediteren onder de heilige eik. Aan Oaken vraagt hij om een spreuk waarmee hij als verkenner naar de Hoogzetel kan. “Die kun je krijgen in ruil voor een queeste. Kom morgenavond terug. En iets anders, Pashupati heeft Claude als hoofdbrahmaan gevraagd, maar wij andere goden zijn het daar niet mee eens.”
Zonder dat Rishi dat weet is Claude in het doodsbos ernaast bezig ghee aan Pashupati te offeren. “Ik bied mijn excuses aan voor mijn onbeleefdheid gisteren. Ik wil wel hoofdbrahmaan worden.” De god zegt: “Roei 90% van de brahmanen uit, en de baan is voor jou. Zie het als onkruid wieden.” Oeps, massamoord. Daar moet zelfs Claude eventjes over nadenken.
Chang ontdekt dat er in de benedenstad slechts een minderheid bereid is om dienst te nemen. De rest is uit op ons bloed. We moeten eerst die groene dames uitschakelen dus. Maar het is al erg laat, dus eerst slapen.

23-ii-R2 ’s morgens vroeg

We ontbijten gezamenlijk in het zomerpaleis. Een boodschapper wordt aangemeld. “Koning Mahakrishna is in aantocht met een compleet gevolg van brahmanen en soldaten. Hij arriveert over 15 minuten bij de tempelstad. Risha springt op en wil er naar toe rennen. Chang legt uit dat ze niet kunnen verwachten dat we alles gereed hebben. “Ik ben niet bang voor monsters en demonen. Maar dit is mijn broer!” De jonge koning zadelt zijn paard en galoppeert er naar toe, onderweg nog een paar boterhammen in zijn mond proppend. Hij is exact op tijd om de stoet aan de poort te begroeten.
“Hee broertje,” roept Mahakrishna joviaal, “Er is een supernova geweest. Er moeten een paar dingen veranderen!” Hijgend begroet Risha zijn broer en vertelt van de wondergeboorte. Grote broer rijdt er op af, stijgt af en laat een ghee-brander aanrukken. Hij knielt voor het kindje en voert het correcte offerritueel uit. De brahmanen kijken zuur.
“Zo, dat hebben we gehad. Heb je ergens wat betere accommodatie dan deze krottenwijk?”
Risha lacht en neemt hem mee naar het kasteel. “Dat is beter.” De koning en zijn soldaten nemen hun intrek in de gastenverblijven. “Ik zie je na de lunch broertje! En je hoeft niet bang te zijn, dat harnasje mag je houden.”
Intussen kijken de anderen mee via de kristallen bol. Ze zien dat de brahmanen een soulfielder verwijderen uit het groepje Kanesh-aanbidders en hem de stad uitgooien. Chang besluit in te grijpen. Hij gaat er naartoe. Als hij de brahmanen aanspreekt bijten ze hem toe: “Wie denk je wel dat je bent!”
Kalm antwoordt hij: “De minister. Bij koninklijk bevel is het iedereen toegestaan dit kind eer te betonen.”
De brahmanen druipen af. Dan loopt hij door naar het kasteel om Risha op te halen.

half 10

We gaan samen naar Shanti om orde op zaken te stellen. Claude over de daken, wij door de straat. Risha tekt zijn Soul Sword. We lopen door de ambassadestad. Beneden is het onrustig, en er branden vuurtjes. Op een plein staat een menigte van wel 500 man naar een groene vrouw te luisteren. Die is magie aan het bedrijven. Claude schiet vanaf het dak. Rischa rent over de schouders en hoofden heen. Chang en Gwan gebruiken hun ellebogen om door de menigte heen te komen. Claude’s pijl laat de abyssal in een gaswolk verdwijnen. Risha landt met een saldo in het midden en begint een eigen toespraak. Hij zet zijn Presence Excellency in, en slaagt erin om de gemoederen te bedaren. De groene dames zijn hier niet meer welkom. Als we klaar zijn is het middaguur aangebroken. Tijd voor lunch en daarna overleg met Risha’s broer. En vooral niet de afspraak met Oaken vanavond vergeten.

Xp 3

Tanais – 54

Het verslag van Risha’s belevenissen staat beneden. Eerst is hier het relaas van Claude en Chang.

Dag 20, mnd 2, Risha 2, 1pm

Risha is onvindbaar in het zomerpaleis. Chang luncht met Claude en Dagere. Gwan is al onderweg om een pegasus klaar te maken voor zijn rit naar de haven; voor de opening hiervan. Chang en Claude vragen Dagere mee te gaan. Dagere wil wel, maar heeft ook een dringend probleem dat opgelost dient te worden. Haar bordeel heeft geduchte concurentie uit Shanty-town. Dat moet stoppen. Chang en Claude zien het probleem niet, vrije markt en zo. Als Dagere verteld van verdwenen klanten worden ze iets meer geïnteresseerd. Ze besluiten polshoogte te nemen. Aangezien koning Risha niet te vinden is, besluiten ze meteen maar te gaan. Het leger heeft van Chang opdracht gekregen op te treden als ze na 24 uur niet terug zijn. Terwijl ze in vermomming de stinkende krotten van Shanty town passeren vliegt de pegasus met Gwan en Dagere richting het zuiden.
Ze stoppen bij een voor hun bekend bordeel, dat is gerund door een groenhuidige vrouw. Chang vertelt de vrouw dat Claude hier wel zin heeft in een verzetje. Echter, na een gesprek waarbij Claude laat doorschemeren niet in het aanbod te zijn geïnteresseerd, brengt ze hun mee naar een tweede locatie. Hier gaar Claude mee naar de SM kelder. Hij wordt vastgebonden en alleengelaten. Hij ruikt zwavelgas en ziet een geheime deur. Met zijn Larceny excelency weet hij zijn boeien los te maken en de deur te openen. Chang houd de groene dame bezig. Onder de kelder is weer een kelder, met een man bewusteloos op een bed met rare wonden. Dit is niet goed. Er is weer een geheime deur, weer een kelder, weer een slachtoffer; deze keer dood. Claude ziet ook weer een geheime deur, maar besluit met dit bewijs naar boven te gaan. Hij gooit het lijk voor de groene vrouw neer en beschuldigd haar. Echter de vrouw doet de man ontwaken, niks aan de hand toch? Chang echter ziet het werk van een Necromancer.
Ze gaan naar buiten, halen versterking en laten een groep soldaten het bordeel onderzoeken. Terwijl de officier de groene dame ondervraagt gaan Chang en Claude via de achterdeur ongezien weer naar binnen en naar beneden. Er blijken 9 kelder onder elkaar te zijn. De onderste heeft een metalen rooster in de vloer met daaronder een spelonk. De zwavelgeur is hier sterk en Chang beseft dat het toxisch is. Gelukkig heeft hij een Solarcharm tegen dit gif. Als het de giftige gassen van de vulkaan aankan, dan dit ook.
Ze gaan met spiderclimb de spelonk in en komen in een gang. Een gang gegraven door een grote worm. Dit is niet goed. De volgen een gedeelte van de tunnel en het lijkt erop dat onder Shantytown grote wormen gatenkaas aan het maken zijn van de grond. De worm lijkt hier 1 keer per week langs te komen. De tunnel lijkt 2 jaar oud, ongeveer zolang als zij geëxalteerd zijn. Wegens de toxiciteit van de lucht hier is wachten geen optie. Ze gaan terug. Weer inde spelonk zien ze de vrouw staan op het deksel. Chang slaat het deksel aan gort, de vrouw valt, maar verandererd in groene rook…………………………………….
Teleurgesteld gaan ze terug naar de diplomatenstad (met een stuk of 20 slachtoffers die verslaafd zijn aan de groene feeks en langzaam in een soort dark creatures aan het veranderen zijn; duurt 2 jaar voordat ze weer helemaal genezen zijn, ze worden voor eigen bescherming opgesloten) en laten het leger het bordeel dichttimmeren.
Ze komen in gesprek met Cadir en de siderials. Der Alte ziet in de groene dame een abysal, een onderwereld exalted. Die worm is vast ook onderwereld gelinkt. Cadir zit ongemakkelijk te schuifelen op zijn stoel. Hij is het niet eens met Der Alte. Eenoog is de lord of the flies, de insektenmeester. Geen abyssal. Nehar Nemal de necromancer daarentegen is het wel. Ze werken samen en de groene abyssal vrouw is dus een abyssal maar werkt dus ook samen met de minions van eenoog, dus ook die worm. Daarnaast schijnen deze groene feeksen een hive mind te hebben. Niet zo mooi, dan is nu bekend dat wij ze gevonden hebben. Maar waar is de bron van de worm, waar is de link met sorcerors well. Het lijkt een bron net als die van de fairy Queen. De bron zit volgens claude op max 1 week afstand hiervan. De worm komt hier immers 1 keer per week…..
Siderials gaan info winnen over de wormen en over hoe de energie van Bronwee gebruikt kan worden.
Bier, veel bier ’s nachts gaat Claude naar de tempel van Pashurpati en offert ghee. Hij vraagt naar de dood van Arend en de zwarte steen in diens hoofd. “Oaken heeft Arend doodgemaakt en door de manier van doden is die steen ontstaan; daarin zit zijn ziel. Wees niet bezorgd hij kan gewoon reïncarneren……Claude, wil je de opperbrahmaan worden?”
“Hoe veel tijd kost dat?”
“%&$#^…………………………………….”
“sorry, wist niet dat je boos werd………”
Claude gaat weer naar huis.

21ste dag

In de ochtend staat Chang op het exercitieterein en de troepen te trainen. Claude besteld materialen voor de wapens voor de troepen bij Mac Arthur. Cyrion komt bij Chang en vraagt bescherming van de troepen bij zijn komende taak: vertellen in Shanty-town dat het brood vanaf morgen niet meer gratis zal zijn. Chang gaat met 5 soldaten en Claude verkleed als soldaat nummer zes mee. Er breekt inderdaad een rel uit. Terwijl de menigte op de broden afrennen slaat Chang op imponeren de wijze een steen in duizend stukken. Claude reageert ook erg snel en gooit een mes door het hoofd van de voorste relschopper. Die valt dood neer voor hij een brood kan pakken.
Chang geeft Claude op zijn donder, maar Claude wijst op het resultaat. Echt rustig zal het niet lang blijven. De troepen worden Shantytown ingestuurd. Er zijn kunstenaars bezig spotprenten tegen de koning en zijn generaal te maken, ook Gwan komt er niet goed vanaf. Claude weet er drie te pakken en pint ze met een mes door het hoofd vast aan hun creaties. (Hier zal Risha wel weer erg boos om worden). Om niet te bloeddorstig over te komen, besluit Claude de twee volgende rellenleiders die hij snapt gevangen te nemen. Ook de orde troepen onder leiding van Chang pakken een groot aantal onruststokers op. De rust keer weer terug, maar voor hoelang? We moeten snel wat doen aan onze staatsfinanciën…….

Risha’s avontuur:

20-ii-R2 5 uur ’s middags.

Risha geeft het personeel opdracht om te verhuizen van het zomerpaleis naar het kasteel. Zelf gaat hij op zoek naar de heartstone van Bronwe. Het kasteel heeft maar drie verdiepingen. In de kelder zijn de keuken, de bijkeukens en de voorraadkelders. Op de begane grond zijn de ophaalbruggen en de ontvangstruimten. Op de eerste etage zijn slaapkamers en privevertrekken en daarboven zijn de kantelen. Het kasteel is niet zo groot. Eerst gaat hij naar boven. De oude koninklijke slaapkamer is door Chantal luxueus ingericht. Achter een wandtapijt vind hij metselwerk dat er iets anders uitziet. Hij vindt al snel een slot, dat niet bestand is tegen zijn charm Lock Opening Touch. De geheime deur geeft toegang tot een verborgen kast. De kast is leeggehaald, op een enorm boek na, een atlas gespecialiseerd in kaarten van Selene, Silver, Forochel, alles ten noorden van Silver en Soul, en een kaart van New Salish, de lunar stad. Hij bestudeert aandachtig de weg naar de stad. In de pas van Kwaled naar het Noordwesten is New Salish twee stadjes hoog aan weerszijden van de kloof. Achterin de kast vind hij nog een uitermate goed verstopte kluis met 10.000 goudstukken, de reserveschatkist.
Deze verdieping is verder ingericht als woonverdieping voor de lunars, het is een soort duiventil. De ramen zijn heel belangrijk. Ruimtes aan de binnenkant van het kasteel zijn voor service. Er is een kleine zitkamer voor de bediendes en hij vindt de latrines. (Nu komt er een ouderwetse botch, bij het zoeken gooi ik geen enkel succes, maar wel twee 1-en.) Om de een of andere reden denkt de jonge koning dat er wel daar eens een geheime gang te vinden zou kunnen zijn. Hij laat zich in het gat zakken en klimt naar beneden. Hij vindt wel een manier om het kasteel uit te komen via een ventilatieopening, maar daar gaat het 60 meter recht naar beneden. Onder de derrie klautert hij weer naar boven. Gelukkig is er niemand in dit deel van het kasteel, dus hij gaat snel naar de badruimte om zich op te knappen. Het is inmiddels een uur of negen.
Ook in de troonzaal zijn geen bijzondere dingen te vinden. Risha gaat even op de troon zitten. Die is te groot en zit ongemakkelijk. Even tijd nemen om na te denken. O ja, het beekje dat onder het kasteel ontspringt is magisch. Hij besluit om de bron te gaan zoeken.
Vanaf deze kant is de geheime gang naar de bron moeilijk te vinden, maar hij weet waar hij naar zoekt en vindt de doorgang in een nis tussen twee bijkeukens. Het luikje is gerepareerd. Hij gaat via het beekje omhoog, dat is een deel van de gang waar hij nog niet eerder is geweest. Het loopt zo’n 15 meter door en achter een bocht vindt hij de bron. Er is een gemetselde tuit in de rotswand waar het water in onregelmatige gutsen omhoog spurt. Het is mossig, de vloer is belopen en de zitbank naast de bron is schoongemaakt. Sporen wijzen aan dat er bekers hebben gestaan naast de bron en er is iets van 1m80 lang en 80 cm breed met vier poten. Hij gaat op de bank mediteren. Het zou wel eens hetzelfde water als dat van de bron in de ambassadestad kunnen zijn, maar het vereist snel zijn kracht. Je kunt hier dromen met een slokje water. Het is heel privé. Risha vangt wat water op met zijn handen en neemt een grote slok. Dan gaat hij slapen in het mos. Het is laat dus hij valt gemakkelijk in slaap.
Beeld: Een chinese parelduiker die in de oceaan duikt. Heel diep. Hij komt heel erg lang daarna boven met een mooie steen.
Betekenis: De machtigste heartstones liggen het diepste en je kan het ook niet door iemand anders laten doen. En heel af en toe komt er eentje los en die kan dan van de oppervlakte worden geplukt. Abyssals kunnen ook dingen omhoog halen uit de bronnen waar zij toegang toe hebben. Met dezelfde beperking hoopt hij.

21-ii-R2

Het is inmiddels druk in het kasteel. De bedienden hebben niet door waar Risha plotseling vandaan komt. Hij snaait een stuk gebraden spek uit de keuken en vraagt hoe laat het is. 5 uur ’s middags. Gelukkig, er is maar 1 dag weg. Een slokje is minder erg dan onderdompeling. “En hoe was de dag?”
“Uw kabinet is weg. Er is onrust in Shanti Town, want u heeft verordonneerd dat men voortaan moet betalen voor brood.” “Nee, ik zei: ‘voor bier!’ ”
“Het heeft slechts geleid tot enkele kleine opstandjes en die zijn in de kiem gesmoord. Generaal Chang heeft het onder controle.”
Risha regelt dat er 100 goudstukken per maand naar het hospitaal van Strega gaat. Dan krijgt hij zij avondeten en daarna gaat hij om 7 uur naar Kadier. Hij vertelt zijn droom. Hij heeft wel een zwarte steen gevonden, maar die heeft hij verhandeld, al 5 maanden geleden, aan de vader van Adrarn. Ze zijn magisch, maar niemand kan er wat mee behalve als pronkvoorwerp. Rishe is heel erg bedroefd, want die dingen komen maar eens in de tien jaar bovendrijven. Kadier belooft een volgende voor de koning te bewaren. Hij heeft ook onfris nieuws: Claude en Chang zijn Shanti ingegaan en hebben een ondergronds gangenstelsel gevonden. Het lijkt met de bronnen samen te hangen. Dit gangenstelsel hoort bij de bron van Bronwe en die van de Faery Queen; niet die van Nehal Nemar, die is veel ouder. Hij legt uit dat Abyssals puur evil zijn maar Eenoog is lawful evil. De machtsplek hoeft overigens geen bron te zijn, de hoogzetel is bijvoorbeeld een bergtop. Er zijn Abyssals gesignaleerd in Shanti, maar de gangen zijn van Eenoog en de abyssals zijn van Nehal Nemar. Blijkbaar werken ze samen.
Het gangenstelsel loopt tot hier, en tot Sorceror’s Well vanaf een plek van Eenoog.
Daarna gaat hij naar zijn vriendinnetje Sarina (die hij ook al een half jaar niet meer heeft gezien). Ze heeft een textielwinkel in de tweede ring. Dat loopt goed en ze heeft het naar haar zin. Ze ziet er goed uit en is positief. Risha spreekt met haar af dat ze iedere maand op de derde dag na volle maan met de oude groep samen komen bij Daguerre. Dat is de beste plek voor onder- en bovenwereld o elkaar te ontmoeten. Zij zal de anderen mobiliseren, Zack krijgt het via via te horen en Bruiser zit ergens aan het front.Die krijgt wel een marsorder. Maar ze heeft wat moeite met Malice. Zack, Strega en Sarina zijn jaloers omdat hij wel wat gekregen heeft en zij niet.
’s Nachts gaat Risha nog even naar zijn tempeltje. Karachas doet open, die schrikt zich een beroerte. Malice slaapt al maar wordt meteen gewekt. Hij blijkt een heel protocol te hebben opgesteld over welke riten er precies wanneer moeten worden gehouden. Risha herinnert hem hoe het vroeger in het roverskamp was. Maar voor brahmanen hoort het tellen van bakstenen en dergelijke er nou eenmaal bij! Risha verklaart dat de priesters naar buiten toe goede daden moeten doen, maar dat de ware eredienst is voor de inner circle. Malice moet zijn genezende gaven gebruiken om zieltjes te winnen. Ieder heeft zijn eigen weg. De priester ziet het wel zitten en vraagt om een publiek optreden van Risha voor de outer circle. Dan gaat hij slapen

3xp

Tanais – 53

19-ii-R2
Claude, nog steeds in de vorm van MacArthur, verdwijnt en voert de echte als alibi dronken. Daarna gaat hij via de sloppenwijk naar het banket. Eerst is er nog een receptie. Iedereen is er behalve Chantal en Celene, die zitten bij het bed van heer Arend in het kasteel. Daar gaat Gwan met de ambassadeurs overleggen. Hij heeft een beetje last van de dronken MacArthur, maar weet die af te schudden. Bambi vindt dat het hier eindelijk beschaafd begint te worden. Gwan maakt zich zorgen over de staatskas. Zij ijvert voor meer bouwen. Cyrian heeft een kwade dronk: “Dit kan niet kloppen! Dit is doorgestoken kaart, maar ik kan niets bewijzen! Ik neem mijn verlies, maar over twee weken wil ik een revanche!”. Gwan komt er achter dat dit de hobbies van de hovelingen zijn. Heer Arend heeft heel wat oogjes dichtgeknepen. Hij maakt een afspraak met ze voor overleg morgen om 12 uur. Barkust kijkt ongemakkelijk: “Er is nog een onderwerp waar we het over moeten hebben. De uitstaande lenigen. Kan ik jullie om een uur of 9 spreken?”
Risha is op dat moment naar de brahmanenstad. Hij mag er natuurlijk in, maar een aantal shintasta uit de benedenstad die ook naar binnen willen, worden tegengehouden. Risha geeft opdracht om ze ook binnen te laten, maar bedenkt te laat dat hij ze wel moet waarschuwen voor de vrouwenverblijven. Ze staan even bewonderend te kijken en stuiven dan uiteen naar verschillende heiligdommen om te bidden. Risha offert aan Oaken en draagt zijn overwinning en de eikel van de demon aan hem op. De god toont zich, maar spreekt niet. Het voelt wel goed, de verloren zoon is terug. Dan draagt hij bij alle andere altaren van de mannelijke goden ook een offer op. Het weer klaart op en het wordt een mooie nazomerdag. Het voelt aan als thuiskomen.
We worden door iedereen gefeliciteerd met de overwinning. Chang loopt met de Malphean Iron staf in zijn ene en een bokaal in zijn andere hand door de zaal met soldaat Bart de Smid als schenker. Hij doet alsof hij dronken is, maar er zit water in de kan. Hij ontdekt dat de lunars ook bij heer Arend zijn. De Alte, Phantom en Red zijn er wel. “Zozo jochie,” zegt der Alte, “moet je wel zo zwaaien met dat ding?” Chang gaat er maar niet op in. Hij gaat verder mensen afluisteren. Het zijn vooral hofroddels. Barkust en Bambi hebben het er over dat dingen anders moeten gaan lopen. Brood en spelen dienen om mensen aan te trekken, maar er komen vooral mannen op af die niks uitvoeren.
Claude is daar natuurlijk ook, incognito. Hij wordt herkend door de siderials en raakt met ze in gesprek. Die zijn tijdelijk verhuisd naar vrienden in Vixen. De toren in het bos is tijdelijk buiten gebruik. Claude vraagt naar magitech. “In hoeverre ben jij op de hoogte van de bron onder de stad?” Het lijkt hun een goed idee om daar met ons heen te gaan om te schouwen wat dat nu was met die zoon van Idris. Er zit een hoop kracht in. Kadier heeft hem goed hersteld. Dat lijkt Claude wel een goed idee.
Dan komt de koning binnen. Het wordt stil. Risha gaat op een stoel in het midden van de zaal zitten en krijgt wat te drinken. Eén voor één komen mensen naar hem toe om te socializen. De sociale pikorde is duidelijk zichtbaar.
Dan is het diner. Chantal en de lunars zijn er ook hier niet bij. Celene komt wel nog even. Na de zesde gang kunnen we weg zonder ons te hoeven verontschuldigen. We gaan bij Kadier de gang in. Die is mooi aan het worden. Het wordt een echt heiligdom, maar de bron is naturel gelaten. Kadier doet de openingsceremonie. Dan nemen de siderials het over. Ze gaan chanten. De oppervlakte van het water wordt een soort kristallen bol.

We zien een groot tableau. Een blij kijkende Risha die het hoofd van de demon omhoog houdt. De anderen staan er omheen. Het beeld zoemt in op het lichaam van de demon. Daar achter staat een rij van nog acht van dezelfde demonen. Daar weer achter staan twee heren aan de ene kant van een soort schaaktafel. Wij staan aan de andere kant. We herkennen ze als Idris en Nehal Nemar. Zij hebben net een pion gezet en die is door ons geslagen. Ze zijn niet blij, maar ze hebben nog een grotere troef achter de hand.
Risha kijkt of de demonen allemaal identiek zijn, of dat hij verschillen ziet. Er zij drie groepen van drie. Chang kijkt naar het schaakbord. Hij ziet negen pionnen, eentje is net geslagen. Waar kunnen we ze verwachten? Hij ziet dat de tweede uit de serie waaruit we er eentje hebben verslagen op een boven de bergtoppen uitstekende bergtop huist. De Hoogzetel. Gwan wil weten: ‘als ze gaan aanvallen, zit er een leider tussen?’ Hij komt er achter dat ze één voor één aanvallen. Claude is geïnteresseerd in de bewapening. Hij ziet dat ze hun bewapening krijgen van Idris, die zelf de negende is, en van Nehal Nemar samen. Maar die is nu nog niet af. Het wordt afgestemd op wat er nodig is.
De siderials kijken elkaar aan. Het is niet goed gekomen met de kinderen van Chantal. Ze leggen uit dat onze ontwikkeling is verbonden aan die van de Abyssals. Als wij sterker worden, worden zij ook sterker. Risha bedenkt zich opeens dat dit onze merkwaardige afwezigheden kan verklaren. As wij door in zo’n put springen groeien we, we kunnen dan pas bestaan als de abyssals weer bij zijn. De siderials vinden dit wel een acceptabele verklaring. Ook vertellen ze dat we sinds het eten van het hart van het witte hert in staat zijn om de stad in te gaan. Daar kunnen we heen als ons geheugen terug is. Daar krijgen we onze kracht terug. Maar je komt in een soort herhaling terecht waardoor je dezelfde dingen gaat doen als voorheen. De zitting wordt opgebroken. We overleggen nog even over morgen: Risha wil de priesterstad weer openen voor publiek. Het contract met de dwergen zal ongetwijfeld worden ingetrokken nu hun eilandje is ontploft en dat gaat 50.000 goudstukken per maand schelen. Om half een gaan we naar bed.

Midden in de nacht wekt de butler Risha. Zijn aanwezigheid is dringend gewenst in het kasteel van Chantal en heer Arend. Risha vertelt waar hij heen gaat, de anderen willen doorslapen. Het kasteel is in rep en roer. Chantal in tranen, droeve lunars. Arend ligt daar dood. Er zit een gat in zijn hoofd en daar zit een zwarte steen in. Er zijn meer dan twaalf andere lunars. “De goden grijpen zelden in, maar als ze het doen …” Die zwarte steen zit Risha niet lekker. Hij zegt dat hij hier eerder de hand van Eenoog, dan van de goden bespeurt. Hij probeert Chantal te troosten, maar daar is geen tijd voor. “Het is belangrijk om heer Arend volgens de juiste riten te begraven. U kunt weer gaan.” Blijkbaar willen ze hem daar niet bij hebben. Hij gaat weer slapen.

20-ii-R2
Vlak voor de dageraad wordt Claude wakker van vogelgekrijs. Hij ziet een enorme raaf met heer Arend op de rug en veel roofvogels er omheen. Ze vliegen naar Nieuw Salish.
Om half acht opstaan, schone kleren aan, eten en om half negen bij elkaar. De butler zegt dat koningin Chantal, de lunars en heer Arend verdwenen zijn. Ze veranderden in vogels en zijn weggevlogen. Het regentschap is daarmee vacant en Risha moet dus zelf regeren. Risha roept een dag van nationale rouw uit. Dan wordt Barkust binnengelaten, statig als alleen een dwerg dat kan. Claude activeert een charm waarmee hij weet of iemand de waarheid spreekt. Barkust schrikt als hij hoort waarom Chantal en heer Arend er niet bij zijn. Hij zegt dat zijn opdracht is om te vertellen dat de betalingen per direct zijn stopgezet. Risha stelt hem gerust. We hebben dit al zien aankomen. De boodschapper wordt niet gestraft voor de boodschap. Bovendien is de bauchlietmijn op het vasteland veilig. Daar blijkt Barkust niets van te weten. Hij heeft ook geen idee wat bauchliet eigenlijk is, maar wel dat iemand uit Euboria er heel veel geld voor betaalt. Hij denkt dat het land van Bambi niet over de kennis beschikt om zo’n mijn te exploiteren, maar ze hoeven ook niet te weten waar de mijn is. Risha stelt voor dat Silver prospectors naar de andere twee eilandjes stuurt. Claude stelt voor dat de Noordelijke Liga Targon annexeert. Vergeet ook de feestelijke opening van de haven niet!
Tussen de vergaderingen door gaan we even praten met Einstein en Plato over het verbeteren van het lot van de goblins. Ze zitten in de Houten Klaas, een louche gelegenheid die escort service levert aan rijpere heren. Ze worden een beetje genegeerd door de overige jongens, maar hebben samen veel lol. De eigenaresse is een dame met een groene huid en zwart sluik haar. Voor 5 goudstukken krijgen we het tweetal een dag mee. De goblins vinden het geen slecht idee van ons om Targon binnen te vallen. Ze adviseren ons de zweep er over te leggen, maar de goblins wel hun geloof te laten. Effectief moeten we hun een nieuwe koningin leveren en er moet duidelijke structuur en leiding zijn. “Als er maar een paar regels zijn, dan kunnen we verder onze gang gaan.” De oudste vrouw interpreteert wat de koningin zegt. “De mijn is ook een soort vreemde overheersing. Zorg dat er eten en drinken, etcetera is. Sterke mannen leggen de zweep er over. Er hoeft niet veel te worden georganiseerd, het gaat op instinct. Voor wat betreft de koningin: jong is beter. Als je ons een lijfwacht geeft van mensen, dan zij wij de sterksten.” Wij zijn gezien met de escorts, dat wordt een smeuige roddel.

Om 12 uur is de vergadering. Ale ambassadeurs zijn er. De inkomsten zijn weggevallen. Gwan wil handel. Cyrion en MacArthur willen eerst melden dat morgen de laatste brooduitdeling is, daarna zijn de voorraden op. Eten voor shanti town kost 3000 goudstukken per week. Rishi schiet uit eigen zak een maand voor. Daarna moeten we het via de Qartianen regelen. Hij heeft geen zin om zijn geld weg te gooien op de manier van heer Arend. Als hij dat hoort, kijkt Kofkof blij op. Hij stelt voor om de mannen van shanti te werk te stellen en belasting te gaan heffen.
Verder wordt gemeld dat er een supernova in Oaken Shields is geweest. De brahmanen uit Far Fields komen terug. Het is een goed idee om ze welkom te heten.
Rishi stelt prioriteiten: Mensen moeten gewoon betalen voor bier. Claude adviseert de politie. Qart als geldschieter. Hoogzetel bevrijden. Mensen te werk stellen.
Claude vraagt aan MacArthur om zijn geld.

3xp

Tanais – 52

ochtend van de 18e-ii-R2

Risha neemt zijn intrek in het zomerpaleis. Dat wordt snel in orde gebracht door personeel dat nog niet zo heel bekwaam is. Eerst maar even ontbijten. Claude gaat intussen afluisteren bij Celeste en McArthur. Hij verstopt zich in de kast. Celeste foetert de ambassadeur uit: “Hoe heb je je in godensnaam tot wagenrennen kunnen verlagen? Ga zelf maar je chariot mennen. Als je wint, mag je aanblijven.” Claude volgt McArthur naar de shantitown.

Risha gaat na het ontbijt naar zijn tempeltje. Priester Malice en zijn assistent vallen neer in een aanbiddende houding. Een toevallig passerende goedgebouwde jongeman, in een zwart jaden harnas en met een zilveren tiara met een heartstone op zijn voorhoofd, ziet dit gebeuren en blijft geamuseerd kijken.

Gwan gaat de financien nakijken. Heer Arend krijgt 50.000 goudstukken per maand en dat gaat i zin geheel op. Grote bedragen gaan naar Bambi en de andere ambassadeurs voor grote bouwprojecten. De arbeiders zijn lokaal, maar de grondstoffen komen uit het buitenland. Er is veel handel, met 2% belasting is Soul een belastingparadij. Maar hij vindt een handgeschreven aantekening van Arend dat die de belasting op termijn wil gaan verhogen. Een andere kostenpost is het voedsel wat uitgedeeld wordt aan de armen. Er is veel armoede in het rijk, maar er komen steeds meer opleidingsplekken in de bouw. Shantitown profiteert daar niet echt van.

Chang inspecteert de troepen – op dit moment zijn hier alleen paleis- en stadswachten – en gaat uitzoeken wie er waar allemaal gestationeerd zijn. Er zijn 2000 man bij de grens met het quarantainegebied voor Eenoog, 200 man in het zuiden en 100 man politie. Aan de grens met Vixen is geen bewaking. De moraal is goed.

Risha vraagt Malice en de hulppriester om op te staan. Hij wil weten hoe het gaat. De cultus stelt nog niet zo veel voor en de aanhangers zien elkaar eigenlijk niet meer. Malice kan mensen genezen, maar doet dit niet vaak. Hij vertelt dat Sarina een woning in de ambassadeursstad heeft. Strega runt een gaarkeuken in shantitown. Bruiser is gestationeerd aan de grens en van Zack weet hij niets. De man die stond te kijken komt binnen en stelt zich voor als Mariano, priester van Luna en ambassadeur van de lunar-stad. Risha is heel blij om een echte lunar te spreken. Malice vertelt dat de stad uit zijn voegen is gegroeid en het magische bos kwijnt weg. Er zijn straatrellen in shantitown tussen de aanhangers van de raceteams. Heer Arend is te aardig voor ze: hij houdt geen toezicht, maar doet ook niet aan liefdadigheid. De teams zorgen voor brood en bier voor hun aanhang. Marino vraagt waarom er niemand in de priesterstad woont. “Heer Arend heeft de oude goden verboden en de brahmanen de stad uitgegooid,” zegt Malice. De priester van Luna is geschokt. Malice weet nog te melden dat er voor de wagenrennen nog gladiatoren gaan vechten met een monster. Risha wil poolshoogte gaan nemen en Marino wil wel met hem mee.

Claude ziet Risha met een rijkgeklede heer door de sloppenwijk lopen. Hij vindt dat nogal onverstandig, alsof ze een bordje ‘beroof ons’ boven hun hoofd dragen. Hij spreekt ze niet aan, maar blijft zonder opgemerkt te worden een eindje achter McArthur lopen. Die glipt een opiumkeet in. Claude denkt dat dit wel een aantal uren kan gaan duren en besluit om later terug te komen. Hij gaat naar het clubhuis van Vixen om de wagen te bekijken. Dat is een sjiek gebouw met grote staldeuren. Hij glipt naar binnen en inspecteert de strijdwagen. Die ziet er goed uit, maar er zijn wel verbeterpunten. Tijdens de lunchpauze maakt hij er stiekem een superwagen van.

Chang leert dat er eens in de twee weken wel een insluiper van de Eenoog cultus wordt gesnapt. De politie, vooral soulfielders maar ook een paar shintasta, heeft het druk met openbare dronkenschap en diefstal. Maar er gebeuren geen gruwelijke moorden of andere dingen die met Eenoog samen zouden kunnen hangen. Er zijn weinig etnische spanningen. Hij bedenkt zich dat als de wagenrennen een succes zijn, er draagvlak voor een chariot-legioen kan ontstaan. Daarna gaat hij naar Kofkof om les te nemen in het berijden van een pegasus. In het magische bos is een rijschool gevestigd, ‘the last pegasus’, en er staan een stal en voederbakken. Het wordt een beetje Disneyland. Kofkof geeft hem graag les.

Gwan scry’t Archet. Het is een slaperig stadje. Dan leest hij het contract met Silver eens aandachtig door. De huur van het eiland kan op ieder gewenst moment door Silver worden opgezegd en dan is het gedaan met de betaingen.

Claude gaat weer naar het opiumkot. Daar ziet hij net McArthur met een dame een achterkamertje ingaan. Als ze klaar zijn neemt Claude hem in zijn kladden. “Ik heb een mooi voorstel…” De ambassadeur breekt in angstzweet uit als Claude over de ambassadeurswoning begint. Maar dan: “Als jij mij geld en bouwmaterialen levert, dan win ik die race voor je.” ‘U lijkt helemaal niet op mij!’ “Laat dat maar aan mij over. Als ik win, wil ik van jou 10% van je inkomsten over het afgelopen jaar en 5% van je inkomsten zo lang als je hier ambassadeur bent.” ‘OK,’ McArthur gaat akkoord.

Risha en de lunar lopen door de sloppenwijk. Er heerst een opgefokt sfeertje. Hier zijn veel meer mannen dan vrouwen en er is veel vuilnis op straat. Op aanplakbiljetten staan advertenties voor franchisenemers van bordelen en dergelijke. En ook een oproep: ‘Avonturiers gezocht voor gladiatorengevechten in de arena. Rijkdom en faam gegarandeerd. Melden bij James Manson.”Onderweg hoort Risha Marino uit over de witte stad. Marino blijkt hier te zijn om van onze fouten te leren: hoe start je een verlaten stad weer op?  Ze komen bij Strega, die blijkt meer dan alleen een soepkeuken te hebben. Er is een hospitaaltje voor de kinderen uit shantitown. Strega heeft haar goede kant gevonden. Ze bedelt een handvol obolen los bij Marino voor de 25 kideren die nu ziek zijn. Strega blijkt een beetje ruzie te hebben met Malice, die zit alleen maar naar Risha’s beeld te bidden. “Ik heb hem de gave geschonken om charms te gebruiken,” zegt Risha, “die zou hij hier moeten gebruiken om kinderen te genezen. Die gebeden hoor ik toch niet.” De lunar priester geneest een ziek jongetje. “Die krachten kunnen we hier goed gebruiken,” zegt Strega en ze is teleurgesteld dat Marino niet kan blijven. Zij kent Zack nog wel. Die heeft een dievengilde opgericht in Risha’s naam. Risha is tevreden, maar Strega vindt het vreselijk.

Dan gaan Risha en Marino naar James Manson. Tussen de stallen staat de gladiatorenschool. James is er getatoeeerde kleerkasten aan het keuren. De winnaars laat hij toe tot zijn school. Dit tijdverdrijf komt uit het zuiden. Het hoort niet echt thuis in onze cultuur, maar het is razend populair. James ziet de rijkgeklede vreemdeling en denkt een mogelijke mecenas in zij school te verwelkomen. “Wie denkt u dat er gaat winnen?” vraagt James. Marino glimlacht en wijst naar Risha. Omdat de koning al verdwenen was voordat shantitown ontstond, kent niemand hier zijn gezicht. Bovendien weet niemand nog dat hij terug is. De stoere mannen lachen, maar Risha mag tegen Bertus uitkomen. Zonder charms te gebruiken weet Risha drie van die kleerkasten te verslaan. Dat levert wel respect op. “Je bent aangenomen. Ik heb alleen niks in jouw maat, dus je moet zelf voor pantser zorgen. Maar kom niet alleen, stel een groepje samen. Om 10 uur in de arena, het gevecht is om 11 uur.”

Terug in het zomerpaleis stelt Risha Marino voor aan de anderen. Hij komt uit Nieuw Salish, de lunar stad. Na een smakelijke maaltijd gaat Claude de stad in, de rest gaat slapen. ’s Nachts gaat Claude naar de tempelstad. Hij brengt een offer ghee aan Pashupati en vraagt om een excellency in chariot racing. Een zilverkleurige wolk verschijnt: “Zo …” “Ik ga morgen weer een race doen,” zegt Claude, “ter ere van de goden.” “Dus jij gaat de tempelstad weer openen.” Claude zegt dat hij zijn overwinning aan de goden wil opdragen. “Interessant voorstel, Claude die tot inkeer komt. Als er in de arena zichtbaar een ritueel aan mij wordt opgevoerd, krijg jij een grotere kans om te winnen. Je mag de brahmanen vervangen.”

19-ii-R2

Om 9 uur staan Chantal en heer rend bij ons op de stoep. Ze willen nog wat laatste details regelen. Heer Arend wil regent worden, maar Risha zegt dat hij dat aan Chantal over wil laten. Arend gaat morrend akkoord. Claude gaat, vermod als McArthur, naar de stal en brengt wagenmenner Pedro het slechte nieuws dat de koningin wil dat McArthur zelf rijdt. Pedro’s snor begint te trillen. De werknemers willen meteen hun salaris uitgekeerd krijgen (ze hebben een goed salaris) en zetten dat massaal in op het andere team.

10 uur. Marino, Chang, Gwan en Risha (in een leren harnasje) maken hun opwachting bij de arena. Ze worden aan de zijkant in de arena opgesteld. Chantal en Arend zitten al in de loge. Wij worden niet herkend en maken geen diepe indruk op het publiek. De spreekstalmeester begint een toespraak: “Een nieuw element wordt toegevoegd aan de arena: het gevecht. Een tovenaar gaat een monster oproepen en deze helden mogen daar tegen vechten … blabla bla.” Manson schrijdt met apparatuur de arena binnen. Wij worden naar voren geduwd. Manson trekt een driehoek en een cirkel, gaat in de cirkel staan en maakt magische gebaren. Er is een felle flits en er onstaat een zwarte wolk in de driehoek. Als de rook optrekt, staat daar een demon van de 2e cirkel. “De zoon van Idris!” roept de tovenaar. Iedereen deinst terug.

De demon kijkt wat verwonderd. “Wie heeft het lef om Octavian de Quarter Prince uit te dagen?” vraagt hij. Chang is Risha voor en roept: “Ik!” Hij doet Glorious Solar Sabre. Meteen daarna slingert Claude vanaf het dak met zijn Sling of Prowess een kogel naar de demon en Risha doet Whirlwind Armor Donning Prana om zijn eigen harnas op te roepen. Marino rent er op af en slaat met zijn reaver daiklave. Risha mept met een combinatie van charms vier keer, waarvan twee aanvallen raak zijn. De demon slaat hem zijn zwaarden uit de hand en probeert Risha’s ogen uit te drukken met Blinding Punch. Hij raakt, maar het lukt hem niet on Risha blind te maken. Chang en Claude vallen aan, maar missen. Dan grijpt de demon een eikel die aan een koordje om zijn nek hangt, kust die en roept met Command the Beasts of the Earth vier mammoeten op die op ons af chargeren. Marino doet een spreuk waardoor de demon niet meer weg kan van zijn plek. Gwan raakt, maar doet geen schade. Risha heeft zijn zwaarden weer opgeraapt en doet zijn combi nogmaals. Nu geeft hij licht. Zijn anima wordt zichtbaar: astrale dolfijnen springen omhoog in de ochtendzon en het licht schittert in de opspattende druppels. Hij raakt weer. In het publiek veranderen lunars en beastman vorm (slang, tijger, etc) en springen de arena in. Claude slaat de demon ook en het wezen gaat neer. Marino stuurt de bewusteloze demon terug naar de hel. Waar de demon op de grond lag, is het nu puur wit. Daar liggen de eikel en de Malphean ijzeren staf waar het monster mee vocht. Gwan wordt door een lunar uit het publiek weggerukt. Maar Risha krijgt een mammoet over zich heen. Vanuit het publiek wordt er een Flying Guillotine gegooid, het beest wordt zo ongeveer in tweeen gereten. Risha klimt onder de dode mammoet vandaan, onder het bloed. Na een lange stilte barst het publiek uit in luid gejuich.

De arena wordt schoongemaakt voor de wagenrennen. De tovenaar is nergens meer te vinden. De rode en de blauwe wagen worden binnengereden. Claude (in de gedaante van McArthur) plaatst een schaal brandende ghee in de magische cirkel van de tovenaar en draagt de race op aan Pashupati, de Green Man, Oaken en de andere goden van Shintasta-Soul. Heer Arend’s mond valt open. Pashupati vindt het rachtig dat het offer plaats vindt in de on-schaduw van Octavian en staat niet toe dat Arend het ritueel verstoort. Een bliksem uit heldere hemel raakt de lunar en die valt bewusteloos neer. “Dank u Pashupati, voor dit teken!” roept Claude. De race begint en de meningen in het publiek verschuiven. Claude wint en draagt zijn overwinning op aan Pashupati en de Green Man. Undercover brahmanen in het publiek geven een staande ovatie. Claude roept op om eenmaal per maand op deze dag de goden te eren. Chantal lauwert hem.

Als laatste onderdeel van e festiviteiten geeft Chantal de kroon aan Risha. Die kroont zichzelf en geeft dan het regentschap aan haar.  Het publiek is minder enthousiast over Chantal dan over Risha.

4xp

Tanais – 51

14-ii-R2

We overleven de vloedgolf omdat we in een bootje zitten, maar de tsunami verwoest de hele rivierdelta, alles tot 5 meter boven de vloedlijn wordt weggevaagd. Risha overlegt hoe hij de intocht moet doen. Om 11 uur varen we weg, richting Groath. We gaan toch maar niet eerst naar de hobbits, dan kunnen we lekker op ongemak reizen en onderweg nog wat uitrusten. Af en toe passeren we ene dooie goblin in het water. We passeren een vlot met drie overlevenden. We nemen ze aan boord, maar zijn blij als we ze aan de kust weer af kunnen zetten, want het zijn nare jochies. Om 7 uur ’s avonds komen we aan. In Groath wordt opgeruimd en getimmerd. Wij worden niet herkend. We trekken de catamaran op het strand en Claude maakt hem weer onklaar. De haven is gesloten en heeft schade, maar de hoger gelegen gebieden zijn nog intact. Het water begint al schoner te worden. We checken in in herberg “De Verdwenen Koning”. De goblins slapen in de stal. We boeken een aparte kamer voor de ambassadrice. De herbergier kijkt twijfelend naar de verfomfaaide dame, maar Risha’s geld maakt hem vriendelijker en het eten is goed. En dan een lang bad! Daarna gaan we weer naar de gelagzaal. Er is goed nieuws: de ontploffing van de vulkaan heeft een stroming doen ontstaan in het water. Over een week, op de 21e, is de officiële opening van de haven. Ze hopen dat heer Arend tevreden is als hij de macht overneemt. Gwan herkent de oude voorman maar gaat geen praatje maken.

15-ii-R2

De volgende ochtend slapen we uit tot 10 uur, dan gaan we naar de markt. Daar kopen we eenvoudige werkmanskleren (beter is er niet) en gooien de oude vodden weg. Dan regelen we paarden en om 11 uur rijden we naar Soul stad. De weg is inmiddels  goed geplaveid en om de zoveel kilometer is er een rustplek. Als we door Dampet rijden zien we dat dit dorpje ook welvarend aan het worden is.Halverwege de middag komen we aan in Ashcroft. We stoppen niet, maar overnachten in een herberg aan de voorde waar de weg de rivier Sheila kruist.

16-ii-R2

Om 8 uur vertrekken we na een snel ontbijt en om 2 uur zijn we in Soul. We rijden door welvarende akkers. Er lijkt niks te zijn veranderd behalve een betere weg. Soul zelf is rustiger dan voorheen, het is niet langer de hoofdstad. Hier kopen we sjieke kleding, zelfs voor de goblins, maar schoenen willen ze niet. Risha gaat kijken bij het qartiaanse handelshuis. Dat is dichtgetimmerd, verhuisd naar Bronwe. Chang zoekt een houtbewerker en bestelt een paar heel deftige nieuwe chopsticks met eigen ontwerp snijwerk – voor in zijn haar. Claude krijgt ook een setje van zijn eigen design.  Ondertussen leest Gwan de krant. Hoofdartikel: Binnenkort zijn er chariot races bij Bronwe, het team van Cyrion tegen het team van MacArthur (Selene tegen Vixen). Celeste leest mee, ze is verbaasd dat Vixen hier aan meedoet. Nieuws over de troonswisseling: Deze zal plaats vinden in het nieuwe stadium na de races. Ingezonden brief: Bezorgde Soulfielders willen de Hoogzetel terug. Overig nieuws: Indringer van Eenoog geexecuteerd. Er is een dreiging aan de grens met het quarantainegebied (Shearton en Chetwood). Bewoners van de Gnat Swamp zijn zich met hun longhouses en koeien in de Sheila vallei aan het vestigen. Risha komt terug en leest ook wat er zoal gebeurt. Hij krijgt het gevoel dat Arend een betere koning is dan hij. Hij legt aan de anderen uit dat zijn idee om koning te worden nog uit de tijd komt dat hij bij Eenoog sekte zat. Daar gaat alles om macht, en de koning heeft de hoogste macht. Nu vindt hij die macht eigenlijk helemaal niet meer zo belangrijk.

We gaan nog even naar Steddle. De man van Sarah doet open. Hij verbleekt als hij ons ziet en probeert de deur dicht te slaan. Als we blijven, komt Sarah er aan. Ze is heel kwaad. Maar kalmeert als Risha zijn geld laat zien. Hij betaalt de schuld met rente. “Iedereen dacht dat jullie dood waren…” Het is een ongemakkelijke conversatie, zomaar de koning aan je keukentafel. Ze geven uiteindelijk wel hun mening en de roddels over de stand van zaken aan het hof. De Soulsteel Chariot Races zijn geïnspireerd op de race tussen Risha en de dode koning. Maar het doorbreken van het verbod op racewagens ligt nog gevoelig bij de gewone mensen. Heer Arend bestuurt het land prima, maar de ambassadeurs hebben zichzelf wat privileges aangemeten en Arend heeft heel veel geld geleend van Silver’s ambassadeur Barkast Krambach de dwerg. En Bambi van Sesklo, daar moet je echt voor uitkijken. Die laatste vertegenwoordigt ook de zuidelijke landen Ghiobhann en Rhea Silvia. Zij heeft op kosten van Arend bouwmeesters ingehuurd voor de arena en ze speelt Cirion tegen MacArthur uit. De roden tegen de blauwen. Kofkof heeft een rijschool geopend, hij is wel zuiver op de graat. Bronwe is vol en de mensen gaan aan de voet van de heuvel wonen, niet in het magische bos gelukkig. De priesterstad is leeg en verlaten. Risha zegt dat daar toch ook mensen kunnen wonen. Ja, maar dan moet je de tempels afbreken en dat is vast geen goed idee, anders had heer Arend het allang gedaan.  Chang vraagt naar het leger. Er is een goed getrainde militie en uitwisseling met legers van de Noordelijke Liga. 3/4 van het leger is van hier. Langs de grens zijn veel huurlingen gelegerd, dat zal heer Arend een lieve duit kosten. We filosoferen wat over de man die op het eiland kwam. Die kwam van Targon. De boot kwam en ging zuidwaarts. Dus, bauchliet van Targon naar het eiland en van het eiland naar het zuiden. Dus dat flesje is bauchliet? Of de betaling voor het spul (was het schip nou  voor of na de man?) Dan gaan we slapen. (De ambassadrice, Adrarn en de goblins zijn nog in Soul.)

17-ii-R2

We worden gewekt met de geuren van een heerlijk ontbijt. Dan terug naar Soul. Daar staan Eensteen en Plateau op de markt in het schavot. “Groping” staat er op de beschuldiging … “Tja, dat mag dus niet!” grinnikt Risha. We halen de chopsticks op, die echt prachtig zijn geworden. Dan verzamelen we onze spullen en als ’s middags de goblins vrijgelaten worden, gaan we naar Bronwe. Tegen het vallen van de avond komen we aan. Het is druk. De benedenstad is een rommelige shantytown met een hek tussen de krottenen en het bos. Soldaten houden mensen tegen bij de tempelstad en vragen naar pasjes bij de ambassadestad. Gwan scry’t. 1. de geheime gang vanuit het bos naar het kasteel is niet ontdekt. 2. Chantal is in het kasteel bezig om kleding uit te zoeken voor de kroonsoverdracht.  3. De ambassadestad is zeer welvarend. Hier zit het grote geld. Het is druk en helemaal volgebouwd.

Dan wil Celeste even wat zeggen. Zij is de koningin van Vixen en ze staat voor hetzelfde dilemma als Risha. Niks leukers dan te doen alsof je ambassadrice bent. Het jongetje heeft haar leven gered en wat haar betreft wordt Soul een volwaardig lid van de Liga en niet een doorvoerhaven. Ze denkt dat heer Arend voornamelijk banden zal hebben met zijn thuisland Selene en nu dus ook financiële verplichtingen aan Silver. Waarschijnlijk in ruil voor het niets doen aan de vervuiling. Ze adviseert Risha om  zelf de teugels in handen te nemen. Chantal tot regentes te maken en heer Arend eerste minister.

Ze besluiten samen in het openbaar de stad in te gaan. Het is 10 uur ’s avonds en donker. Celeste in haar netste kleren, Risha draagt zijn magische harnas, we hadden geen tijd meer om zijn groene paard te zoeken. Bonk-Bonk op de poort. Een wachter schuift een luikje open, zijn mond valt open. “Leve de koning!!!” De poort wordt open geworpen. De wachters binnen juichen: “Heil de koning!”  het geroep wordt overgenomen, de straten stromen weer vol. We lopen naar het plein, 24 soldaten vormen een impromptu koninklijke wacht. “Maak plaats voor de koning. De koning is terug!” De mensen juichen en maken eerbiedig plaats.

Op het plein komt Kadier in avondkleding naar buiten. Hij is heel blij ons te zien. “Goedenavond. Welkom terug!” ‘Zoals de afspraak was,’ zegt Chang. “De rechtmatige koning is aanwezig,” intoneert de qartiaan. Enkelen vallen stil. Risha zegt vrij luid: “Ik stel u de koningin van Vixen voor.” Dan wordt het nog stiller. We gaan Ye Olde Magick Shoppe binnen. Kadier serveert thee en koekjes, en bier voor Chang. “Een snelle bespreking,” zegt Kadier, “het is een puinhoop. Heer Arend heeft meer geld uitgegeven dan hij heeft, en dat is uitgegeven door de andere ambassadeurs. De qartiaanse bank is buitenspel gezet. Arend kan prima organiseren, maar hij geeft geld uit als water. Er gaat veel geld om, maar het komt niet hier.

Dan komt Bambi binnen. “Wat onverwacht,” zegt ze. ‘Hoezo onverwacht?’ vraagt Risha, ‘Dit hadden we toch afgesproken?’ “U heeft mijn onvoorwaardelijke steun.”

Vervolgens komt Kofkof binnen: “Vriend!” Chang wil rijles op een pegasus. Dat kan.

Na een paar minuten wordt de deur opengegooid en komen Chantal en Arend zelf binnen. Arend kijkt vuil, maar Chantal lijkt oprecht blij om ons te zien en ze geeft Risha een knuffel. Chang is helemaal ‘nederige dienaar’ en negeert heer Arend totaal.

Arend zegt: “Welkom terug, wie had dat verwacht … laten we de flauwekul overslaan.” Risha steekt van wal. Hij stelt zich voor en zegt dat hij oprecht blij is dat Chantal iemand heeft gevonden waarvan ze houdt. Maar hij heeft ook gehoord dat Arend alles bekostigt met geleend geld. Heer Arend denkt even na. Dan legt hij de deal uit van het bauchliet. Silver huurt het eiland in ruil voor een maandelijkse grote som geld. Gwan krijgt de voorwaarden ter inzage. Chang ziet wel punten voor verbetering: in dit verdrag zijn we geen natie maar een vazalstaat. Arend zegt dat in zijn ogen de Noordelijke Liga groter en belangrijker moet zijn dan de kleine landjes. De handelsbelasting is 2%. We leggen uit dat het eiland is ontploft en Arend gelooft Risha als die zegt dat hij daar op dat moment niet was.

Risha stelt voor dat Chantal zijn regentes wordt, “Ik ben tenslotte pas 14 en in het afgelopen jaar ben ik maar twee weken ouder geworden.” Tot zijn verrassing stemt Arend daar meteen mee in. :Laten we er het beste van maken.” Risha zegt nog: “Ik ben benieuwd naar mijn lunar mate, ik hoop dat zij net zo lief voor mij is als jij voor Chantal.” Arend mompelt: “het zal toch niet …”

Om het gesprek te beëindigen, stelt Risha de koningin van Vixen voor. Er volgen wat kille beleefdheden en daarna komt MacArthur naar voren. Hij knielt. Ze trekt hem omhoog en zegt: “We zullen morgen overleggen.” Hij kijkt betrapt. Claude wordt ingefluisterd dat hij moet gaan afluisteren.

3 xp

Tanais – 50

11-ii-R2

We lopen naar de tweesprong. Daar is nog een overwoekerd paadje naar het strand aan de andere kant van het eiland. Aan het strand vinden we een vermolmde steiger en idem vissershuisjes in de stijl van Zuid-Soul. Er is niemand te zien en het ziet er uit alsof het dorp een jaar of drie geleden is verlaten. De meeste huisjes zijn leeg, maar in eentje liggen goblin-skeletten.  Daar vinden we ook een soort ijzeren fles waar een sterk zuur in gezeten heeft. De skeletten laten sporen van zuur zien. Iemand heeft de goblins ongeveer een jaar geleden verdelgd! 

Chang vindt een verborgen paadje, dat zo te zien nog af en toe wordt gebruikt. In een van de hutten vindt Claude bebloede vrouwenkleding. Hij herkent dat het van Selene is geweest. Redelijk goed verstopt is ook een schriftje, een soort dagboek. Daarin lezen we dat ze eerst het eiland heeft verkend, ze heeft na drie dagen voorgewend weg te gaan en hield zich verborgen in dit verlaten dorp. Ze heeft ontdekt dat eens in de maand een belangrijk iemand van het vasteland met de vegers kwam praten. Er leggen ook regelmatig zeilboten aan die uit het Zuiden komen en daar weer naar terug gaan. Het roet is volgens haar een afleidingsmanoeuvre. (Die conclusie hadden wij ook al getrokken.) Na twee maanden eindigt het dagboek plots met: “Er sluipen hier goblins rond.” De rest laat zich raden.

Als we klaar zijn met zoeken in het dorpje, volgen we het paadje. Aan de sporen zien we dat wat hier loopt niet groter is dan een goblin. Als we een eindje gelopen hebben, gaat er een alarm af. We horen 20 meter verderop lieden wegrennen. Twee goblins. We grijpen ze en ze geven zich zonder gevecht over. De twee heten Eensteen en Plateau. De goblins blijken te zijn gevlucht voor de opzichters. Als we beloven om ze vrij te laten, willen ze ons alles vertellen. Ze vertellen dat hier niks gedolven wordt. Het is wel belangrijk dat het roet uit de vulkaan wordt weggehaald, maar waarom dat moet gebeuren weten ze niet. Het is in ieder geval geen handelswaar. De dwergen hebben een mijn op het vasteland van Targon, het land van de goblins. Drie jaar geleden is daar iets gebeurd en sindsdien wordt er een of ander spul gedolven, een lijn glanzende rots die de grond in loopt. De dwergen hebben met de hoofdgoblins afgesproken dat ze slaven krijgen om hier op dit eiland te werken en in ruil wordt de opbrengst van de echte mijn gedeeld. De meeste goblins kan het niets schelen wat er met hun soortgenoten gebeurt, totdat ze zelf worden weggehaald. Hier zijn ze ongelukkig en alle goblinslaven willen weer vrij zijn. Eensteen en Plateau zijn veel intelligenter dan de meeste slaven. Ze hebben elkaar in de mijn ontmoet en besloten om samen te vluchten. Ze hadden een bootje gemaakt, maar dat is door een andere groep ontvluchte goblins gestolen. Die hebben ook de mensenvrouw gevangen genomen en ze hebben haar meegenomen. Ze denken dat die nu waarschijnlijk dient als koningin. Dat betekent niet dat ze goed behandeld wordt, integendeel! Ze wordt in de rituele kuil van het hoofddorp vastgehouden en wat Targonians met hun koninginnen doen is helemaal niet plezierig. Risha vindt dat ze gered moet worden. We spreken met de twee af dat we ze naar hun thuisland Targon zullen brengen. Vannacht halen we ze met de catamaran op bij het melaatsendorp. 

Het is maar twee uur varen naar de kust van Targon. Onderweg vertellen de goblins dat ze eigenijk wel uitgekeken zijn op hun simpele soortgenoten. Ze adviseren ons om niet gezien te worden, want Targonians zijn een agressief volk dat niet altijd aardig is tegen vreemde soortgenoten en al helemaal niet tegen buitenstaanders. Ze willen wat meer van de wereld zien. We beloven om ze mee te nemen op onze reizen en dan willen ze ons wel helpen om de mensenvrouw te bevrijden. Risha is vrij klein voor zijn leeftijd en kan wel voor een forse goblin doorgaan. Claude vermomt hem vakkundig. 

 

12-ii-R2

Om 3 uur ’s ochtends leggen we aan bij de kust. Risha gaat samen met de twee goblins aan land. De anderen blijven aan boord en gaan buiten zicht voor de rede liggen om te gaan slapen. Het drietal gaat naar een goblindorpje aan de kust. Het is er buitengewoon smerig en het stinkt. Risha’s vermomming is zo goed dat hij zonder moeite geaccepteerd wordt. Hij hoeft zelfs geen naam te verzinnen. ‘Huh’ (zijn antwoord op de vraag “Wie ben jij?”) is genoeg. Maar hij ruikt wel erg naar mensen. Het Targoniaanse dorpsleven is een soort commune en iedereen moet met de nieuwkomers knuffelen want zo krijgen zij de geur van het nest. Voor de twee goblins is dit gewoon leuk, maar voor Risha is het een onvergetelijke ervaring. Pas als de jonge koning tegen zonsopgang genoeg naar goblinzweet stinkt, kan hij doen alsof hij in slaap valt en dan laten ze hem eindelijk met rust. 

Aan boord van het scheepje wordt er in de glazen bol gekeken. Gwan ziet een erg snel zeilscheepje naar het eiland varen. Een vrij lange man ontscheept en gaat het roetpakhuis in. Het is niet duidelijk wat hij daar doet. Maar als hij weer naar buiten komt, geeft hij een zak met goud aan de lokalen en gaat hij weer weg. Ze zetten de achtervolging in en varen naar de Zuidpunt van het eiland. Daar meent Claude iets aan de horizon te zien. Het is inderdaad het zeilscheepje.  Maar het is onnatuurlijk snel en zonder Risha heeft de catamaran niet genoeg van de hobbitmagie aan boord om het in te kunnen halen.

Ze keren om een gaan naar het dorp op het eiland. Iets buiten de haven leggen ze aan.

Tegen de avond wordt Risha weer wakker. Het is een uur of zeven. Hij eet wat met Eensteen en Plateau en dan gaan ze op pad. Na drie kwartier zien ze barakken. Hier is geen slavenarbeid. De goblins die hier werken vormen een bovenklasse. De mijn volgt de ertsader de berg in. Er wordt ’s nachts niet gewerkt. De dwergen wonen in een soort villa. Er staan twee man op wacht en er  liggen twaalf goblins te snurken. Die twaalf ruiken anders dan zij, dus ze kunnen niet onopgemerkt naar binnen. Na een kort overleg besluiten ze de mijn links te laten liggen en ze gaan verder naar Hoofddorp. Risha vindt het een originele naam voor een hoofdstad. 

De rest van het gezelschap wacht de duisternis af. Dan gaan ze naar het pakhuis. Claude maakt het alarm onklaar. Binnen vinden ze dat het pakhuis leeg is, op een laagje roet na. Daar staan verse voetstappen die naar een tegel in de achtermuur leiden. Achter de tegel vinden ze in een kleine geheime ruimte een flesje vol met goudkleurige stroop. Het flesje is van zeer goede kwaliteit Zuiderlijk glas. Zeker niet van hier. Ze nemen het mee en gaan terug naar het schip.

 

13.ii-R2

Negen uur later komen Risha en de twee goblins vermoeid aan. Het stadje ligt op een goed verdedigbare plek, bovenop een 20 meter hoge klif, met een smal en kronkelig toegangspad. Ze verwachten blijkbaar geen aanval, want er staat niemand op wacht. Het is 5 uur ’s ochtends en nog donker. Risha komt bij de rituele kuil. HIj ziet Selene liggen. Ze is naakt en vastgeketend op een plaat steen. Ze ziet er slecht uit. Niet mager, maar halfdood. Ze kermt zacht. In een hut naast de kuil zijn vrouwtjesgoblins een serig brouwsel voor haar aan het klaarmaken. Een leren trechter en een grote soeplepel hangen naast de deur. Zijn plan is simpel. Hij stuurt Eensteen en Plateau naar de voet van de klif en gaat dan zelf, vlak voordat de vrouwtjes klaar, zijn de kuil in. Met Lock Opening Touch maakt hij de ketenen open en dan neemt hij Selene op de schouder. De goblinvrouwen komen net naar buiten met de pan, trechter en soeplepel. Ze kijken met open mond toe hoe een grote goblin met hun koningin op zijn rug door het dorp rent en de afgrond inspringt. De enige reden dat Risha deze sprong overleeft is de charm Ox Body Technique, waardoor hij tweemaal zo veel schade kan weerstaan als een ‘normale’ exalt. Hij weet Selene ongedeerd bovenop zich te laten vallen, maar zelf heeft hij van alles verzwikt en verstuikt en hij zit onder de schaafwonden. Met hulp van de twee goblins weten ze aan de achtervolgers te ontkomen. Een eind verder naar het zuiden bouwen Eensteen en Plateau een vlot. Het gehavende gezelschap kan de rivier afzakken en 24 uur later komen ze aan bij de kust. Deze uren gebruikt Risha voor Body Mending Meditation. Zijn wonden genezen daardoor tienmaal zo snel, maar hij is nog goed gemangeld. Selene herstelt veel langzamer. Ze is het drietal enorm dankbaar voor de redding.

Op het zelfde moment dat Risha aankomt bij de rituele kuil, gaan Claude, Chang en Gwan weer van boord. Ze klimmen omhoog tegen de actieve vulkaan met natte lappen om hun hoofd tegen de giftige gassen. Op twee derde kan Gwan er toch niet meer tegen. Hij blijft achter. De andere twee komen boven en proberen de wand van de vulkaan kapot te slaan en in de krater te laten storten. De opkomende zon projecteert hun schaduw op de rook, dat ziet er heel indrukwekkend uit. Samen slaan ze een forse muur om. Grote wolken gifgas komen omhoog als het gesteente in de lava verdwijnt. Chang valt flauw en het duurt een half uur voordat ze verder kunnen gaan. Dan is Claude aan de beurt. Dat schiet niet op. Om en om gaan ze neer totdat Chang zich een charm tegen vergif herinnert! Dan gaat het snel. De vulkaan raakt verstopt en begint te rommelen. Het gaat knallen. De drie solars rennen de berg af, gaan snel aan boord en varen zo snel mogelijk weg. Chang geeft licht. De vulkaan barst uit, waarmee alle werkers in de berg ten dode zijn opgeschreven. Een kleine tsunami slaat een paar uur later over de kusten van Soul, Vixen en Targon. 

Vanaf het vlot zien Risha en zjjn metgezellen een enorme rookwolk in het westen. Wat later horen ze een enorme knal en daarna begint er een regen van as. 

 

14-ii-R2

De volgende dag ligt de catamaran om negen uur ’s ochtends in de moerassige monding van de rivier op het vlot te wachten. Zo’n kristallen bol is erg handig. Chang ontfermt zich over de zieke Selene en Risha gaat verder met zijn Meditatie. Hij heeft er nog niet aan gedacht om zich af te schminken. 

Als we nog naar Albion willen om van de hobbits magie te leren waarmee naar de witte stad van de solars kunnen, hebben we daar maar weinig tijd voor. Risha heeft beloofd om op de eerste dag van de herfst (19-ii) in Bronwe te zijn, het is twee dagen varen naar Albion en twee dagen terug, en dan moeten we nog van de kust naar de Bronwe. 

 

4 xp

Tanais – 49

In de catamaran, boven de witte stad. Dag 8 van maand 2, jaar R2.

We willen naar de tabletten gaan duiken in de duikklok van Claude. Adrarn kan hem gemakkelijk bedienen. Maar Risha maakt zich zorgen dat we eer een aantal maanden zullen kwijtraken. We gaan toch naar beneden.
Er zit geen raam in de duikklok, dus in eerste instantie weten we niet waar na tien minuten afdalen het gebonk vandaan komt. Er zwemt iets tegen de klok aan. Risha steekt zijn hoofd onder de opening door en ziet iets groens en leerachtigs. Drie humanoide gestaltes met lang haar en klauwen, sea hags! Claude laat de klok snel weer ophijsen. We worden niet gevolgd. Ze komen niet hoger dan de diepte waarop we ze aantroffen. Boven zien we knaagsporen aan het touw.
Bij de volgende poging nemen we wapens mee. De barrière boven de witte stad flonkert een beetje en wat daar voorbij ligt ziet er verwrongen uit. De hags komen weer. Het zijn echt wel creaturen of darkness. Chang en Risha schieten, maar pijl en boog doet het onder water vrij slecht dus ze missen. Zij missen ons ook en zwemmen dan buiten ons bereik. Risha en Chang zwemmen er achteraan. Risha raakt in gevecht met een hag, die raakt hem en hij begint te bloeden. Hij slaat de hag ook en die begint ook te bloeden. Chang raakt er ook eentje. Al dat bloed in de zee trekt en heleboel extra hags aan. De overmacht is te groot en we stijgen snel weer op. De gewonde hags worden met rust gelaten, ze komen op Risha’s mensenbloed af.
Weer boven scry’t Gwan het lichaam van Brandaris. Hij ziet een marmeren plaat, maar kan hem niet lezen. We besluiten om de stad voor later te bewaren, als we sterker zijn. Nu eerst maar naar het vervuilende eiland.

’s Avonds om 11 uur komen we daar aan en we leggen stilletjes aan. Het eiland heeft drie bergen, waarvan de eerste twee vulkanen zijn en de middelste rookt. Claude verkent het baaitje. Er is een moerasbos. We klimmen omhoog. Vlak voor de hoogvlakte komen we aan een weg die oost-west loopt. Aan de westkant van het plateau branden lichtjes. Claude sluipt er op af. Er staan vijftien barakken, de honden slaan niet aan. Hij hoort spreken in het dialect van Silver. Niets bijzonders. Hier zit de leiding van het eiland. Dan gaan we naar het oosten, daarna is er een tweesprong. Het pad blijft op dezelfde hoogte en loopt om de berg heen. De hoofdweg gaat naar beneden naar een dorpje met een aanlegsteiger. We volgen het pad en komen bij een stenen gebouw op de derde bergtop. De ruwe steen is goed beklimbaar. Het eindigt met een 30 meter hoge metalen pin. Bovengronds is geen ingang te vinden. We slaan kamp op, goed verborgen. Slapen en Body Mending Meditation.

dag 9 en 10
De volgende nacht gaan we naar de lichtjes onderaan deze berg. Daar staan drie keten. Het ziet er behoorlijk vervallen uit, wel bewoond maar slecht onderhouden en heel vies.
“Wie is daar?”
‘Een paar reizigers.’
“Jullie zijn hier verkeerd, hier heerst de ziekte Ga terug!”
‘We hebben een genezer bij ons.’
“Wij zijn niet meer te genezen, en als jullie ook besmet raken kom je hier niet meer weg. Wij zijn vervloekt.”
We zien een man met allemaal zweren. Een hand is nog maar een stompje. Hij is melaats, met een vleugje Eenoog. Dit kan Chang helaas inderdaad niet genezen. De zieke man vertelt ons dat er op dit eiland wordt gewerkt. Schatzoekers zijn hier al lang niet meer geweest. Een op de honderd dwergen krijgt deze ziekte. De Targonians (ondergrondse dwergen – goblins) zijn immuun. Wij van Silver wonen bovengronds en geven de bevelen, de Targonians zijn halfwits die we van het platteland hebben geroofd. Hij adviseert ons nogmaals dringend om weg te gaan.
Over het strand lopen we naar het gewone dorp. De huizen en de steiger zijn verlicht. Als Claude met Lock Opening Touch in een pakhuis wil kijken, gaat er een alarm af. We gaan snel terug richting de leprozen. De dorpelingen volgen ons niet. We gaan terug naar de slaapplek bij de toren en brengen daar de volgende dag door. ’s nachts gaan we terug naar het schip. We varen via een omweg naar de aanlegsteiger.

dag 11
Om 11 uur ’s ochtends komen we aan. Claude doet zich voor als de schipper. Chang en Risha als soldaten en Gwan en Adrarn zijn de matrozen. Claude vertelt dat hij Celene Grandchere komt ophalen. De havenmeester is verbaasd. De ambassadrice is hier al een maand of vijf niet meer. Er is dus iets misgegaan. Volgens hem is Selene gewoon naar het hoofdkamp gegaan en hij adviseert ons ook om bij het vegerskamp, de leiding, langs te gaan. Dat is goed, maar eerst willen we bier. Er is niet echt een kroeg, maar we kunnen wel ergens wat drinken en daar praten we met lokale dwergen. Ja, er komen wel eens ongure lieden, gisteren nog heeft iemand geprobeerd in te breken.
Vroeg in de avond gaan we naar het hoofdkampement. Er komen dwergen uit de eerste berg, een krater, en die voegen zich bij ons. Er is geen aanvoerder, ze zijn samen de baas. Claude zegt dat we Selene komen ophalen. Nou, die is hier niet meer. Het is hier een vrij komen en gaan, behalve in de mijn. En ze hebben haar handel en wandel niet bijgehouden. Ze heeft hier overnacht, de mijn bezichtigd en is weer weggegaan. En ze heeft geen boodschap achtergelaten. Risha zet zijn Presence Excellency aan. Dan mogen wij ook wel in de mijn kijken. De doorgang is in de eerste krater, er staat een heel sterke luchtstroomm omlaag. . We lopen eerst over een brug met een illusie van vlakke grond er omheen zodat het er vanuit de lucht uitziet alsof er geen doorgang is. Het is rare magie, net als die metalen pin op de derde top. Halverwege is een heel lange ladder omlaag. Het is eng om in een sterke wind een kilometer omlaag te klauteren. Het licht wordt roodachtig en dat komt uit de richting van de tweede krater. In het noordwesten zijn slaapcellen uitgehouwen voor de goblins, een barbaars en primitief volkje. De dwergen opzichters hebben zwepen.
“Hier zijn de Thargarians, daar is het vuur,” zegt onze begeleider. We gaan de gang naar het vuur is. Het wordt steeds heter en het is een enorme windtunnel. Men brengt rugzakken vol roet omhoog. Het wordt hier schoongeveegd. Risha vraagt: “Wat is die drab in het water?” Onbevredigend antwoord: “Dat weet ik niet, daar ga ik niet over.”
Het pad loopt door. De hitte wordt onverdraaglijk, kolkende magma is chemisch aan het reageren. Als ze daar in is gelopen, is dat stiekem gegaan. Chang vraagt naar de ijzeren naald. “Daar gaan wij niet over. Eens per jaar komt een ploeg die er naar kijkt.”
Hij liegt wanneer hij zegt dat het roet het waardevolle product is. Helaas is de handel gemonopoliseerd en wordt alles door Silver opgekocht. Selene is voor het laatst gezien drie dagen nadat ze door Claude afgezet was.
Dit is de dekmantel. de waardevolle spullen worden elders weggehaald.

Plan: De 19e van deze maand moet Risha terug zijn voor het begin van de herfst.
– Eerst gaan we dit spoor volgen naar de derde aanlegplaats
– dan naar de hobbits voor spreuken te leren
– en als er nog tijd over is misschien weer naar de witte stad.

3xp

Tanais – 47

Tanais 47

 

Het is de 9e dag van maand 11 R1, 12 uur ’s middags.

 

Risha probeert nog wat ghee aan Ganesh te offeren, zonder moeilijke vragen, maar het begint heel lokaal te regenen en de vlam dooft gelijk weer uit. 

Gwan en Chang zijn bij de poort naar de ambassadeursstad. Ze worden ingehaald door Claude en Risha. Bij de poort worden we niet herkend. Chang zegt te zijn uitgenodigd door kader Halali, de Qartiaan. Er wordt een boodschapper gestuurd. Na een uur en een kwartier komt er iemand van diens huishouden om ons af te schepen. Risha zegt in keurig Qartiaans dat Kadier ons wel degelijk verwacht en dat hij een vriend van Adrarn is. Dat verwart hem, dus hij haalt die jongen er bij. 

“Wat leuk! Zijn jullie er weer? We dachten dat jullie dood waren!” 

Hij neemt ons mee de stad in. Het is allemaal nieuwbouw, totdat we bij de binnenstad komen. De straten rondom het plein zijn mooi gerestaureerd. In Ye Olde Magick Shoppe worden we een achterkamertje binnengeleid, en daar vertellen we over onze ervaring in de onderwereld. Adrarn verveelt zich hier. Zijn oom heeft zijn opleiding op zich genomen en die is heel traditioneel. Bij ons was het veel leuker. Hij gaat liever weer met ons mee. 

Daarna gaan we bij Daguerre langs. Aan de zijkant van het stadspaleis is de ‘werkingang’. Twee mooie, schaarsgeklede dames ontvangen ons. Er is een bar, maar het is nog vroeg, we zijn de enige klanten. Chang gaat aan het bier en Risha vermaakt zich met de meisjes. Na het eerste rondje vraagt Claude naar Daguerre. Een meisje gaat voor hem kijken. “Maar het is op jouw verantwoording!” zegt ze.

Even later komt ze terug. Daguerre wil niemand zien. Claude geeft haar een fooi en een bout van de boot om aan Daguerre te laten zien. Dan duurt het niet lang meer. Ze komt binnen met een man en vraagt aan Claude (die nog steeds vermomd is): “Ken ik u?”

“We hebben met elkaar opgetrokken aan de kust.” 

Ze handelt het even af met haar klant en vraagt ons mee te gaan naar een sjieke zijkamer. Ze komt meteen ter zake: “Doe die vermomming maar af. Jullie horen dood te zijn…” “Nee, maar we waren wel in het dodenrijk.” “Nou, fijn dat je terug bent. Wat is er gebeurd? Er is een nieuwe koning, of eigenlijk prins. Ik voorzie wel wat problemen tussen Risha en hem. Het gifgas in het Zuiden krijgen we niet weg. Verder is alles eigenlijk goed. De haven en de weg er naar toe zijn goed aangelegd. Ik ben de provincie welvarend aan het maken en  aan de posiie van de vrouwen wordt verbeterd. Die oude wijven heb ik er uitgeknikkerd. Officieel is Shearton in quarantaine. Eenoog heeft zijn aandacht verlegd naar Vixen en Selene. Mensen zijn bang voor ‘het grauw’.”

Ze is bereid om Chantal te halen. Risha geeft een van zijn orichalcum zwaarden mee om te bewijzen dat we het echt zijn. Onderwijl wordt er een luxe diner aangericht. Wanneer Chantal aankomt, valt haar mond open. “Wat leuk!” ze meent het nog ook! 

Risha spreekt met haar af dat hij zich nog even gedeist houdt en aan het begin van de herfst officieel uit de dood zal opstaan, mooi conform de legendes. Zij regeert de lente en de zomer, hij gaat over de herfst en de winter. Daar zal heer Arend zich ook wel in kunnen vinden.

Wij leggen uit over de grauwe pest uit de voortijd. Zij vertelt dat ze in de lunair stad is geweest. Het is mooi, maar nep. Een ruïne die ze hebben heropgebouwd. Claude zegt de heilige stad van de solars te hebben gezien. En Risha vertelt van het witte hert. Ze is bedroefd dat zij niet mee heeft kunnen doen met het eten van het hart. Maar: “Blijkbaar hebben we verschillende wegen te gaan.” Ze vindt het leuk om te horen dat ook de solars ouder zijn dan de goden. En ze vertelt dat de lunars minder kennis hebben dan  de siderials, en vooral veel minder weten van het begin en einde van de vorige wereld. Het interesseert ze ook niet zo. 

Chang uit zijn zorgen over mogelijke infiltratie door eenoog aanhang. Die zorgen deelt Chantal. Claude vraagt naar onze eigendommen die Vixen zou teruggeven. “Hmmm, die heeft heer Arend. Ik regel wel wat. Ik laat het lijken alsof Claude ze heeft gestolen vanuit het dodenrijk.”  Risha vraagt naar Sandra en Florence. Zij zijn met de brahmanen mee naar Farfields. Chantal mist haar vriendinnen wel. 

Dan komt Kadier binnen. Hij schrikt wat als hij de koningin in het bordeel ziet zitten. Op vraag van Risha vertelt hij dat de Qartianen twee bronnen van magie kennen: hun schrift en de goden, en hij adviseert om veel te blijven oefenen en aan alle goden te offeren (oeps…). Claude zegt in de bibliotheek van Geb te hebben gelezen over Eenoog. Kan Kadier ons meer vertellen? Die adviseert ons om daarheen te gaan. Hij geeft ons introductiebrieven voor de bibliotheek van Warka. En voor kennis over het begin van de wereld moet je te rade gaan bij de wezens die daar toen waren: de goden. Maar er zijn ook ‘donkere rassen’: Vuur, IJs en Water. En de Animal People in de diepste wouden, ver van de beschaving – die gaan dood als beschaafde mensen te dichtbij komen. Hij adviseert Risha te blijven offeren om weer in de gunst van de goden te komen. Dan verexcuseert Chantal zich. Risha krijgt bankbrieven om in den vreemde bij zijn vermogen te kunnen en Adrarn krijgt toestemming om weer met ons mee te reizen. Het wordt nog een gezellige nacht. Risha laat zich verwennen. 

 

10-xi-R1

Chang heeft een kater. Risha gaat naar zijn eigen tempeltje en verleent aan Malice in een plechtig ritueel de investituur. Hij investeert daar 12 motes dedicated essence in, waardoor Malice voortaan een Essence van 2 heeft en toegang krijgt tot Solar charms. Dit is een life changing event voor de jonge priester: hij kan nu wonderen verrichten in naam van koning Risha en hij gaat de god van de verloren kinderen invoegen in de rang der goden. 

We willen nog even langs bij de bron. Hij is heel mooi opgeknapt, met fraai metselwerk en beelden van de Qartiaanse goden. Het is een prima meditatieplek. Chang en Claude stemmen zich af en voelen dat het hier heel oud is. Er is een verbondenheid met alles, magisch vitaliserend. Ze voelen de drie-eenheid van Bracken Moors, Sorceror’s Well en Bronwe. Het is als een thuiskomen. Claude zit te genieten. Risha kleedt zich uit en stapt voorzichtig in het water. Chang gaat geheel gekleed. Ook Gwan steekt een voet in het water en dan duikt Claude er vanaf de kant in. Op het moment dat hij helemaal onder is, worden de anderen meegezogen. 

We krijgen weer een visioen, een mind-meld: De epidemie is volledig uit de hand gelopen. De mensheid is verdoemd. Gwan en Chantal hebben stasis-tombes gemaakt. Bommen slaan overal in. Chang drukt zelf ook op de knoppen. En dan gaan wij naar de stasistombes. Epiloog Claude en Bonaire leveren chemicaliën af bij een metalen wand. Er komt een paas goedje naar buiten. Claude voelt een verrukking alsof hij de jackpot heeft gewonnen. Hij proeft ervan, ziet sterren, extase! 

We komen weer boven drijven. Risha’s kleren liggen er niet meer en opeens zit Adrarn daar te mediteren. Op ons geproest schrikt hij op. Hij is heel blij ons te zien; we zijn weer vier maanden weggeweest. Hij neemt ons snel mee naar boven, naar Kadier. Voor Kadier klinkt het alsof Eenoog ons misleid heeft, al vanaf Sorceror’s Well. Het is waarschijnlijk in Eenoogs voordeel als wij die bronnen ingaan en steeds maanden weg zijn!

Tanais – 46

We zijn nog steeds in het zwarte, in diepe sluimer. Chang slaapt droomloos. De rest heeft een collectieve droom/herinnering: We zien Chang, minder eenvoudig gekleed dan nu, in militair uniform. Hij stemt in met het inzetten van massa vernietigingen wapens! Claude is bezig met zijn vriend Bon Aire pallets met chemicaliën at e leveren bij een zilverachtig metalen gebouw in de wildernis. Gwan runt een galerie met Chantal waar hij in dat leven een liefdes relatie mee had. Het beeld verandert, verder terug in het verleden. We zijn met zijn vieren op rondleiding in een overvol hospitaal. Er is een epidemie. Stadium 1 is dat mensen asgrauw uitslaan. In het 2e stadium vervormen ze en de huid lost bubbelend op. In stadium 3 vallen de mensen kermend van de pijn uit elkaar voordat ze dood gaan.

We worden wakker. Het is een stralende lente ochtend, een graadje of 10, overal bloeien bloemen. De zon is nog steeds rood. De grafvelden zijn uitgestorven. Risha vloekt: “Laat me raden … we hebben weer drie maanden geslapen!” Der Alte strompelt de heuvel af. Hij vindt versteende brokstukken van zijn scootmobiel en vloekt: “Dit is echt! Ik had niet met jullie mee moeten gaan.” Risha fluit op zijn vingers en zijn groene paard komt aan gegaloppeerd. Gelukkig, die heeft op ons gewacht. Er staat hier een grafmonument: “Ter ere van koning Risha en zijn gezelschap” met al onze namen er op, zelfs Claude! Risha laat der Alte op het paard rijden. “Dank je.” Dan gaan we op weg naar Bracken. Dat ligt een uur of zes lopen naar het Westen. Onderweg komen we een koeherder tegen. Een onverzorgde soulfielder van een jaar of 45. Hij weet ons te vertellen dat koningin Chantal het fantastisch doet. Dit is de lente van haar eerste regeringsjaar. ja, de jonge koning is vijf maanden geleden zomaar verdwenen. Heel tragisch. Hij begon net populair te worden. Maar Chantal en haar man Arend doen het fantastisch. Het is een capabele charismatische jongeman, en hij heeft de brahmanen weggestuurd. Die zijn nu verleden tijd. Ze zitten nu in hun klooster in Farfield en daar vallen ze ons niet meer lastig. Chantal zit gewoon i Bronwe met heer rend en de Noordelijke Liga beschermt ons tegen het Land van Eenoog. Die blijkt zich te hebben afgescheiden. Noord en Oost Chetwood en de sheeplands zijn nu een apart land en Shearton is daar de hoofdstad van. De eenogers komen het land niet meer in.
We gaan verder. Gwan kijkt in zijn glazen bol. 1. de catamaran ligt nog steeds op de plek waar we hem hebben achtergelaten. 2. de bron van Bronwe ziet er heel mooi uit. Er staat helder water tot aan de rand en de grot is mooi opgeknapt, het is duidelijk het werk van de Qartiaan. 3. Chantal zit i een sjieke kamer te breien, een lange magere man met een haviksneus heeft een heleboel papieren om zich heen. Hij lijt de boekhouding te doen. 4. De tempel van Risha heet nu ‘kapel van de verloren kinderen’. Er staat een mooi bronzen beeld van de koning en Malice draagt een priestergewaad. Charagas is in de weer met een wierookvat. Hij is nog grauw, maar begint al weer een beetje kleur te krijgen. 5. De Starlit Tower is magisch afgeschermd. Volgens der Alte is dat goed, want dan kan eenoog er ook niet bij. 6. De priesterstad ligt er verlaten bij. De vuren branden nog wel, maar voor de rest is het verwaaid en niet onderhouden. Alleen in het bos van Pashupati hangen verse lichamen in de bomen. 7. Het lukt niet om Daguerre in beeld te krijgen. 8.De pegasi staan in de koninklijke stallen. gwan is behoorlijk uitgeput en besluit om morgen verder te scryen.

We zijn op tijd in Bracken om in een herberg in te kunnen checken en genieten van de lokale biefstuk met boter. Het tafelzilver ziet er verdacht bekend uit. Er zijn hier veel mensen uit Vixren. handelaren en boeren. Het is vrede. De smokkel is weggevallen en er zijn geen soldaten meer. Der Alte zegt dat hij de volgende ochtend door zal reizen naar de Starlit Dependance in Vixen voor een nieuwe scootmobiel. Een paard kost hier 20 zilveren munten. Risha vraagt of er hier tempels zijn. De Green man heeft een heiligdom in het Oude Wijven Bos en Oaken heeft er eentje aan de zuidkant van de stad.

volgende dag
Chang slaapt rustig, maar de anderen hebben nachtmerries over mensen die uit elkaar vallen. Het grauwe is dezelfde kleurloosheid als Eenoog. Risha gaat naar de schrijn van Oaken. Hij offert naar lokaal gebruik een flesje bier en gaat mediteren. Als de godheid verschijnt vraagt hij: “Waarom zijn we vijf maanden weggeweest?” “Misschien zijn jullie nog niet helemaal wakker.” Hij vraagt verder of de godheid een spreuk weet om onder water te ademen. Er komt geen antwoord, alleen een vaag gevoel van gevaar. Dan vraagt hij: “Hoe bereiken we de witte stad?” Nu komt er wel een duidelijk antwoord: “Door je herinneringen terug te krijgen.” ” En hoe doe ik dat?” “Door een pelgrimage langs je verleden.”
Die ochtend oefent Chang zijn kata’s en mediteert ondertussen op de vraag ‘hoe nu verder?’ Gwan zoekt naar paarden. Er is een goede aanvoer vanuit Ashcroft. De handel is goed nu we lid zijn van de Noordelijke Liga. Zelfs Claude is aan het mediteren geslagen. Hij vraagt zich af wat het eten van het witte hert-hart uitmaakt. Hij realiseert zich dat er in de diepte van de zee nog een magische barrière zit, waar dat hart niet tegen helpt. Die is ergens anders voor.
Het wordt lunchtijd en we komen weer bij elkaar. Gwan pakt de kristallen bol. 1. Daguerre ziet er goed uit en draagt dure kleren. Ze spreekt een zaal vol zuiderse vrouwen toe. Er is veel boosheid maar daar kan ze goed mee omgaan. 2. Dan Adrarn. Die zit in een klein klaslokaaltje en Qadier legt hem dingen uit. Adrarn kijkt verveeld. 3. De zee is nog steeds vervuild. En er hangt nu ook een groenige mist. Maar met de aanleg van de nieuwe haven gaat het goed. 4. waar is Selene, de ambassadrice van Vixen? Gwan voelt een pijnscheut en het wordt hem rood voor de ogen, maar er komt geen informatie. Hij houdt er mee op. We spreken af dat we de volgende ochtend naar Bronwe gaan. Drie dagen later komen we aan.

Het is dag 9 van maand 11 van Risha’s eerste regeringsjaar.
In de vroege avond komen we aan. We gaan allemaal incognito. Risha laat zijn groene paard los in het magische bos en daarna gaan we bij de tempelstad langs. Er staan wachters onderaan de toegangsweg en die laten niemand toe. “Op bevel van heer Arend is de priesterstad afgesloten.” We druipen af. Chang en Gwan gaan naar de ambassadeursstad, maar Claude en Risha blijven achter. Met de jonge koning op zijn rug, klimt Claude tegen de bergwand op. Ze worden niet opgemerkt. 1. Risha gaat eerst naar de eik van Oaken. Die staat er florissant bij. Hij offert een flesje bier. De reactie is een beetje vreemd: de god had hier geen soulfield offer verwacht. Maar het bier wordt toch maar geaccepteerd omdat het van Risha komt. 2. Dan merriemelk voor Pashupati. “Waar moet ik beginnen?” vraagt Risha. “Mijn wijze raad: begin er niet aan. Verval niet in de oude fouten.” Claude zegt: “Maar we moeten weten wat we fout hebben gedaan, om het de volgende keer goed te kunnen doen.” “Wat jullie fout hebben gedaan, weten wij goden niet. Dat is voor onze tijd gebeurd. Maar Chantal toch, waarom zou ik al die vragen beantwoorden.” De god lacht: “De weg naar geluk is eenvoudig. Breng de juiste offers.” 3. We gaan verder naar Mutri. Die is een stuk strenger dan Pashupati. Maar na het offer van brandende ghee en de excuses van Claude voor zijn optreden bij de kroning, ziet deze er toch maar van af om Claude neer te bliksemen. “Ik wil tegen Eenoog vechten,” zegt Claude, “hoe kunnen wij ontwaken?” “Dat is niet nodig. Als jullie ontwaken brengen jullie de wereld weer op de rand van de afgrond. Risha zegt: “Maar Eenoog heeft Abyssals en die heeft geen scrupules.” “Eenoog is meer van jullie afhankelijk dan je denkt, jullie houden elkaar in balans. Als jullie sterker worden, wordt zijn manifestatie ook sterker.” 4. Dan naar de Green Man. Het offer lukt goed. “U stelt aan mijn collega’s steeds dezelfde vraag.” “Krijgen we bij u hetzelfde antwoord?” “Als jullie je herinneringen terug willen, hebben jullie de zegen van de goden, maar het lijkt ons beter als jullie gewoon mensen blijven. We zij bevreesd dat jullie de wereld weer kapot maken en krachten wekken die groter zijn dan jullie en dan de goden.” Hij klaagt dat er niet meer geofferd wordt en dat ze daardoor wegkwijnen. Risha zegt: “Het is niet mijn schuld dat er niet meer geofferd wordt. Als shintastakoning kan ik de eredienst weer herstellen. Mag ik dan magie leren van jullie?” De Green Man ziet dit als chantage en wil hem niet helpen: “Dat gebruik je toch maar om te ontwaken.” Gefrustreerd roep Risha: “Kwijn dan maar weg!” De god verdwijnt.

3xp

Tanais – 45

Tanais 21 februari 2013

20-iv-R1  1 uur ’s middags

De brahmanen heffen een getrommel aan en het dode paard wordt afgevoerd. De bewusteloze nep-Chantal wordt weggedragen door Sandra en Florence, die in het complot zaten. Dan is er gedoe aan de poort. Chang wordt er bij gehaald. Een soulfielder wil graag de koning spreken: “Het is vreselijk fout gegaan in de Soulfields!” Hij gaat gedwee met Chang mee naar Risha, die even bij zit te komen in de koninklijke coulissen. De man komt meteen ter zake: “Uw hulp is nodig! De tombe is ontploft en hare koninklijke hoogheid Chantal is spoorloos. Er moet ingegrepen worden!” Risha vraagt aan Sivanesh of hij vrij kan krijgen voor staatszaken. Ja, de koning is verder niet meer nodig in de rituelen en het feest kan wel zonder hem gevierd worden. Risha spreekt met de hoofdbrahmaan af dat er een lege urn bijgezet zal worden op het stierenveld en het gebeente van de soulfield koning wordt naar de kelder van het kasteel gebracht. De tempelstad loopt leeg voor het feest dat die avond in de ambassadestad zal worden gehouden. ‘Chantal’ laat vragen of de koning zijn woord wil houden de siderials om hulp te vragen. Die delegeert het aan Chang en dan trekt hij zich terug om zijn kroningsgewaad uit te trekken en zijn rijkleding te pakken.

Phantom, der Alte en de Rooie vallen stil als Chang aan komt lopen. Hij wordt vriendelijk begroet: “Goedemiddag, iedereen amuseert zich en de solars overtreffen de oude verhalen. Wat kunnen we voor jullie doen?”  ‘Het is tijd dat Chantal weer kloten krijgt.’ Der Alte grijnst, Chang ook. “Wilt u mij maar volgen.” Na enig aandringen mag der Alte de damestent in. Courtisanes kijken bevreesd naar de scootmobiel. “Claude …”, de dames schrikken. Chang zegt snel: “dames, opzouten!” Smiespelend gaan ze naar buiten. Der Alte begint opnieuw: “Claude … tsja, we meet again. Om je te kunnen helpen, moet je mee naar de Starlit Tower.” Claude wil zich als courtisane vermommen, maar Chang heeft een ander idee. Hij wil dat Claude doet alsof hij der Alte gijzelt en Chantal heeft weggetoverd. Zo gebeurt het. Er ligt een lege jurk in de tent. De wachters zijn te laat. “Niet schieten,” roept Chang, “anders raak je der Alte!” Phantom en de Rooie zitten op de achtergrond te lachen.

Gwan is aan het rondpolsen bij de ambassadeurs. De Noorderlingen zijn vooral geïnteresseerd in de ceremonie om het gebeente van de oude Soulfield koning bij te zetten. Gwan weet daar niet veel over te zeggen. De broer van Risha stelt hem voor aan Gezari Achar, de nieuwe Shintasta ambassadeur. “Risha kent hem nog wel…” Gwan neemt hem mee naar de koning. Gesar blijkt een jeugdvriend van Risha’s broer te zijn. Hij is niet al te snugger en hij blijkt Risha gepest te hebben toen die nog klein was. Gwan heeft de indruk dat hij hier ambassadeur is gemaakt om van hem af te zijn. Als ze bij Risha komen, is die net bezig een dikke leren rijbroek aan te trekken. Hij begroet zijn ‘jeugdvriend’ zonder wrok en heet hem welkom aan het hof. “Leuk om elkaar weer eens te zien. Maar ik moet zo weg voor staatszaken, kun je me verontschuldigen bij mijn broer?” ‘O, die gaat vanavond toch weer terug naar huis.’ Risha hijst zich verder in zijn leren pak en neemt afscheid. Hij gaat met de soulfielder via het paleis en haalt daar de zak met botten van zijn voorganger op voor een herstelritueel. Dan loopt hij incognito door de ambassadestad en gaat zijn groene paard zadelen. Binnen hebben de brahmanen voor lekker weer gezorgd, maar buiten de stad woedt een ijzige sneeuwstorm. De soulfielder gaat achter Risha op het paard zitten. Het wordt een moeilijke, barre tocht.

Als ze weg zijn, gaat Gwan de pegasi zoeken. Chang wil ook weg, maar er is alweer iets loos aan de poort. Hij moet meekomen, want “er staat iets met een tulband aan de poort. Hij zegt dat hij een ambassadeur van Eenoog is.” De man is grauw en grijs en hij draagt inderdaad een tulband. Hij is heel vriendelijk. “Mijn naam is Charagas, ik ben door mijn heer gezonden als ambassadeur. Chang weigert hem de toegang vanwege het kruisigen van de revolutionaire raad in Shearton. Dat betreurt Charagas zeer: ‘Maar dat waren misdadigers! Als er een misverstand is, dan moeten we daar over praten. Als we van tevoren geweten hadden …’  “De koning is er nu niet. Komt u op een later moment terug.”  ‘Maar ik begrijp dat u een ambassade weigert? Dat zal mijn heer verkeerd uitleggen.’ “Nee nee, dat is niet aan mij, daar moet de koning over oordelen.” ‘Dan vraag ik asiel aan, want als ik terugkeer ben ik dood.’ Dat kan Chang hem wel toestaan, Charagas krijgt onderdak in de tempel van Risha. Dan kunnen Gwan en Chang eindelijk ook weg. Ze vliegen door de sneeuwstorm. Na een half uur treffen ze Risha en de soulfielder. Die blijkt Derek Padraig te heten. Derek kent West Chetwood erg goed. Hij gidst ons en maakt er een comfortabel onderkomen voor de nacht.

Claude en der Alte komen bij de Starlit Tower aan. Der Alte bedient de deur met een afstandsbediening. “Neem een wijntje en doe bijna alsof je thuis bent, terwijl ik opzoek wat er moet gebeuren om je te genezen.” Hij pakt een dik boek en begint op zijn gemak te lezen. Na twee uur zegt hij: “Kom maar mee.” Op de tweede etage is een magische cirkel en een planetarium. Claude moet ergens gaan zitten en der Alte trekt aan een aantal hendels totdat er een rood licht uit het planetarium op Claude straalt, de mars-bank.

Bij het kampvuurtje vertelt Derek wat het plan is van de soulfielders: Als Patrick, de eerste soulfield koning trouwt met de godin Moira kan hij in de Soulfields regeren. Chang vraagt dof we dan ook Chantal terug hebben. ‘Nee, Chantal ging de tombe binnen die gereserveerd is voor de Faery Queen. Die had bezit van haar moeten nemen. In plaats daarvan kwam er een grote zwarte raaf tevoorschijn, dat is een manifestatie van de Faery Queen. Meer weten we niet, maar het is geen goed teken.” Risha vraagt of die vogel naar de Hoogzetel is gevlogen. Nee, meer naar het Noorden. Gwan kijkt in zijn glazen bol: waar is Chantal? Hij ziet haar in een een wit marmeren stad hoog in de bergen. Een soort Shangi-La. Ze zit naast een diep ravijn en drinkt wijn met een man met een adelaars profiel. Ze lijken zorgeloos en hebben het naar hun zin.  Er is geen spoor van de raaf.

In de Starlit Tower, terwijl Claude zijn marslicht-bad neemt, begint der Alte ook over Chantal. “Hoe vond je het om haar te spelen?” ‘Wel leuk, totdat het pijnlijk werd.’ “Voor haar is het ook leuk. Ah, jullie weten natuurlijk van niets … Ze heeft haar Lunar maat gevonden en dat hebben jullie gedaan. Voor jullie gaat het een stuk moeilijker worden. Jullie moeten via de zee. Maar Chantal heeft niet van het witte hart gegeten, dus zij is voor eeuwig buiten gesloten uit de witte stad. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Een van de lunars heeft er voor gekozen om haar te helpen. Ze hebben haar geadopteerd omdat ze ontheemd is. Op de korte termijn is ze nu gelukkig, maar op de lange termijn is ze toch buitengesloten.” ‘Voor altijd?’ “Nee voor dit moment, je weet nooit wat er in duizend jaar kan gebeuren. Jullie zijn solars, jullie vinden er vast wel iets op. Eenoog joeg op het witte hert, dat konden we niet laten gebeuren, die was voor jullie bedoeld. Maar we hadden niet voorzien dat Chantal niet van het hart zou eten. Maar op dit moment is ze met kortstondig geluk bezig in de lunar heilige stad, hoog in de bergen, ontoegankelijk. Het is goed voor haar.”  Claude’s onderbuik functioneert inmiddels weer naar behoren. ‘Bedankt! Als ik ooit wat terug kan doen.’ “Dat komt vast nog wel eens.”

21-iv-R1

De volgende ochtend is er een warme wind opgestoken. De sneeuw begint te ontdooien en de laaggelegen soulfields worden drassig. We rijden verder en komen bij een heuvel die heilig aanvoelt. Moira, Derek’s vrouw wacht ons daar op. We maken kamp en eten lunch. In de loop van de dag komen er steeds meer soulfielders naar de heuvel. Morgennacht is het ritueel. Chang is benieuwd hoe het gaat met Adrarn. Die heeft een Nettie, en ze komen ook wel hier. De heilige plek van de Faery Queen geeft toegang tussen de werelden, deze niet, dit is het heiligdom van de godin Moira, die kan een huwelijk sluiten met een overledene. Risha maakt zich zorgen over zijn eigen status als Patrick koning wordt. Moira legt uit wat de bedoeling is: “Ik Moira, jij koning. Jij gaat een brandstapel bouwen. Als Patrick verbrand is, gaan Derek en ik de as verzamelen en die brengen we naar de top van de heuvel. Bij zonsondergang komt Moira en de koning van Soulfield treedt met haar in het huwelijk. En bij het begin van de nieuwe maancyclus kan de Faery Queen terug komen. Hij wordt koning van de doden en jij van de levenden. Het is geen bedreiging voor jouw macht. Chantal is weg, daar kunnen we niks aan doen. Maar jouw koningschap kunnen we lijmen.” Risha is gerustgesteld en gaat brandhout verzamelen. In de loop van de dag komen diverse soulfielders hem daar mee helpen.

Tegen de avond arriveert de scootmobiel met der Alte en Claude. Onderweg krijgt Claude les in ingewikkelde sideraal technomagie. Claude vraagt of der Alte weet waar Risha een spreuk kan leren om onder water te ademen. Die wil dat niet vertellen, dat moet de jongen zelf maar vinden. Siderials zijn officiaal neutraal. Het was al erg genoeg dat ze het witte hert hebben geleverd. De Alte wil wel blijven kijken bij het ritueel.

Gwan kijkt nog even in zijn kristallen bol hoe het in de ambassadestad gaat. De eerste en tweede cirkel gebouwen rond het plein blijven staan en worden gerestaureerd, maar de rest van de stad wordt gesloopt om daarna te worden heropgebouwd. Daguerre weet de werklui goed te enthousiasmeren. In Risha’s tempel is de eenoog ambassadeur druk theologisch aan het discussiëren met Malice.

22-iv-R1

De volgende dag komen er steeds meer mensen. Adrarn is al behoorlijk aan het ‘soulfielden’, going native. Hij stelt ons voor aan Nettie: “Dit zijn de mensen die me hebben gered: Chang is het hoofd van het leger, Gwan is de minister van handel en dat is de koning.” Netie is diep onder de indruk. Ze vaagt ook naar Claude, de vierde man in ons groepje. “Wie hij daar is? Laten we het daar maar niet over hebben.”

Risha vraagt aan Moira hoe de twee pantheons zich volgens de Soulfielders tot elkaar verhouden. “Ushas en Agnes zijn de twee vrouwen van Oaken. De opkomende en ondergaande zon. Daarnaast hebben we de Green Man als echtgenoot van Graire, de volle maan. De riviergodin Sheila kennen de Shintasta niet. Qua heilige pekken hebben we niet alleen de Hoogzetel maar ook de Veenzaal in het Oude Wijven Bos.En ie is nog helemaal van ons. Bronwe is verkloot door de brahmanen.” Chang vertelt over de vampiers die uit de put kwamen. Er zijn er een aantal ontkomen. Die zijn volgens haar naar Sorceror’s Well. Ze gaat er van uit dat er weliswaar een verbond is tussen Sorceror’s Well en de Eenoogaanhang, maar het is zeker niet het zelfde. Sorceror’s Well hoort bij de Abyss en de Eenoog cultus behoort bij de kwaadaardige orde van het Web. Die haalt alle plezier uit het bestaan om maximale efficiëntie te bereiken. Maar Eenoog zelf lijkt een macht te zijn die boven de twee uit stijgt. Ze vertelt ook dat de goden onze offers nodig hebben, daarom hebben ze de brahmanen nodig maar ze kijken er wel op neer.

Vroeg in de namiddag wordt het tijd om de brandstapel aan te steken. Risha maakt er een indrukwekkende show van. Chang ziet met spirit sight dat er angstaanjagende monsters uit de brandstapel komen die zich in een kring om de heilige heuvel opstellen. Als het vuur uitgebrand is moet Risha de as en de botten verzamelen. Met hulp van zijn vrienden lukt het om de belangrijkste botfragmenten bij elkaar te zoeken. De priesteres is tevreden en steekt het mooi in de urn. Dan zetten de aanwezigen een klaagzang in en moet Risha de urn de heuvel op dragen. De monsters maken plaats om de koning langs te laten. Zolang hij de urn draagt is hij veilig. Risha zet hem plechtig op de top. Dan verandert de heuveltop in een waterige grijsheid. Uit de urn stijgt een mooie jongeman op. De godin Moira komt uit de grond omhoog en neemt zijn hand in de hare. Om de heuvel heen verandert de omgeving ook in grauwe golven. Het is niet het grijs van Eenoog, maar meer een midnight blue. De godin en de dode koning omhelzen elkaar. Op de heuvel gaan allemaal plekken open waar de soulfield doden uitkomen. Ze worden langzaam voor iedereen zichtbaar en proberen de aandacht van de levenden te trekken. Het publiek wordt bang. Op de heuvel ontstaan huisjes van 100 jaar geleden. Er zijn vluchtige ontmoetingen tussen levenden en doden. Voor ons solars en ook voor der Alte vervagen de levenden. Wij komen in de dodenwereld terecht. De scootmobiel verandert in een gewone stenen stoel. Der Alte blijkt weer te kunnen lopen. Cool!

Koning Patrick en Moira zakken weg in de bodem. De dode boeren kijken op en om naar ons, een beetje bang. We gaan naar de top. Daar is een zwart gat met een trap omlaag. Het voelt niet eng, er zijn geen diepere lagen onderwereld in de grond, alleen maar donker. Risha maakt licht, maar zijn kasteteken schijnt maar zwak. Het ziet er hier heel natuurlijk uit. Voor de boeren lijkt dit gat niet te bestaan. Wij naar beneden. Het is ontzettend diep. na een paar uur zien we nog steeds geen bodem. Dit lijkt een derde punt te zijn, een driehoek met Bronwe en Sorceror’s Well. Claude begint zich zijn vorige leven als solar te herinneren en zijn vriend die Herbalife verkocht. De anderen zien wit marmer in hun herinnering en zonverlichte straten.  Er is een tafel, waar we ooit aan gezeten hebben. Meer dan alleen wij, er is een soort oorlogsoverleg. Iemand, niet van ons, staat op en dan zien we heel erg veel ontploffingen. De siderial kijkt helder en alert. Hij is alles in zijn geheugen aan het prenten om het later op te kunnen schrijven. Voor Chang en Risha gaat het beeld verder: ze zien een paar van de ontbrekende beelden. De man die opstond, was de generaal. Hij nam de beslissing om aan te vallen. De anderen hadden niet de macht om hem tegen te houden. Het was niet de schuld van ‘de solars’, dit was een eigenhandig besluit van 1 persoon. Risha herinnert zich nog het meeste: hij was ook daar heel jong, hij was tegen de oorlog en wilde meer leren.