Tanais – 47

Tanais 47

 

Het is de 9e dag van maand 11 R1, 12 uur ’s middags.

 

Risha probeert nog wat ghee aan Ganesh te offeren, zonder moeilijke vragen, maar het begint heel lokaal te regenen en de vlam dooft gelijk weer uit. 

Gwan en Chang zijn bij de poort naar de ambassadeursstad. Ze worden ingehaald door Claude en Risha. Bij de poort worden we niet herkend. Chang zegt te zijn uitgenodigd door kader Halali, de Qartiaan. Er wordt een boodschapper gestuurd. Na een uur en een kwartier komt er iemand van diens huishouden om ons af te schepen. Risha zegt in keurig Qartiaans dat Kadier ons wel degelijk verwacht en dat hij een vriend van Adrarn is. Dat verwart hem, dus hij haalt die jongen er bij. 

“Wat leuk! Zijn jullie er weer? We dachten dat jullie dood waren!” 

Hij neemt ons mee de stad in. Het is allemaal nieuwbouw, totdat we bij de binnenstad komen. De straten rondom het plein zijn mooi gerestaureerd. In Ye Olde Magick Shoppe worden we een achterkamertje binnengeleid, en daar vertellen we over onze ervaring in de onderwereld. Adrarn verveelt zich hier. Zijn oom heeft zijn opleiding op zich genomen en die is heel traditioneel. Bij ons was het veel leuker. Hij gaat liever weer met ons mee. 

Daarna gaan we bij Daguerre langs. Aan de zijkant van het stadspaleis is de ‘werkingang’. Twee mooie, schaarsgeklede dames ontvangen ons. Er is een bar, maar het is nog vroeg, we zijn de enige klanten. Chang gaat aan het bier en Risha vermaakt zich met de meisjes. Na het eerste rondje vraagt Claude naar Daguerre. Een meisje gaat voor hem kijken. “Maar het is op jouw verantwoording!” zegt ze.

Even later komt ze terug. Daguerre wil niemand zien. Claude geeft haar een fooi en een bout van de boot om aan Daguerre te laten zien. Dan duurt het niet lang meer. Ze komt binnen met een man en vraagt aan Claude (die nog steeds vermomd is): “Ken ik u?”

“We hebben met elkaar opgetrokken aan de kust.” 

Ze handelt het even af met haar klant en vraagt ons mee te gaan naar een sjieke zijkamer. Ze komt meteen ter zake: “Doe die vermomming maar af. Jullie horen dood te zijn…” “Nee, maar we waren wel in het dodenrijk.” “Nou, fijn dat je terug bent. Wat is er gebeurd? Er is een nieuwe koning, of eigenlijk prins. Ik voorzie wel wat problemen tussen Risha en hem. Het gifgas in het Zuiden krijgen we niet weg. Verder is alles eigenlijk goed. De haven en de weg er naar toe zijn goed aangelegd. Ik ben de provincie welvarend aan het maken en  aan de posiie van de vrouwen wordt verbeterd. Die oude wijven heb ik er uitgeknikkerd. Officieel is Shearton in quarantaine. Eenoog heeft zijn aandacht verlegd naar Vixen en Selene. Mensen zijn bang voor ‘het grauw’.”

Ze is bereid om Chantal te halen. Risha geeft een van zijn orichalcum zwaarden mee om te bewijzen dat we het echt zijn. Onderwijl wordt er een luxe diner aangericht. Wanneer Chantal aankomt, valt haar mond open. “Wat leuk!” ze meent het nog ook! 

Risha spreekt met haar af dat hij zich nog even gedeist houdt en aan het begin van de herfst officieel uit de dood zal opstaan, mooi conform de legendes. Zij regeert de lente en de zomer, hij gaat over de herfst en de winter. Daar zal heer Arend zich ook wel in kunnen vinden.

Wij leggen uit over de grauwe pest uit de voortijd. Zij vertelt dat ze in de lunair stad is geweest. Het is mooi, maar nep. Een ruïne die ze hebben heropgebouwd. Claude zegt de heilige stad van de solars te hebben gezien. En Risha vertelt van het witte hert. Ze is bedroefd dat zij niet mee heeft kunnen doen met het eten van het hart. Maar: “Blijkbaar hebben we verschillende wegen te gaan.” Ze vindt het leuk om te horen dat ook de solars ouder zijn dan de goden. En ze vertelt dat de lunars minder kennis hebben dan  de siderials, en vooral veel minder weten van het begin en einde van de vorige wereld. Het interesseert ze ook niet zo. 

Chang uit zijn zorgen over mogelijke infiltratie door eenoog aanhang. Die zorgen deelt Chantal. Claude vraagt naar onze eigendommen die Vixen zou teruggeven. “Hmmm, die heeft heer Arend. Ik regel wel wat. Ik laat het lijken alsof Claude ze heeft gestolen vanuit het dodenrijk.”  Risha vraagt naar Sandra en Florence. Zij zijn met de brahmanen mee naar Farfields. Chantal mist haar vriendinnen wel. 

Dan komt Kadier binnen. Hij schrikt wat als hij de koningin in het bordeel ziet zitten. Op vraag van Risha vertelt hij dat de Qartianen twee bronnen van magie kennen: hun schrift en de goden, en hij adviseert om veel te blijven oefenen en aan alle goden te offeren (oeps…). Claude zegt in de bibliotheek van Geb te hebben gelezen over Eenoog. Kan Kadier ons meer vertellen? Die adviseert ons om daarheen te gaan. Hij geeft ons introductiebrieven voor de bibliotheek van Warka. En voor kennis over het begin van de wereld moet je te rade gaan bij de wezens die daar toen waren: de goden. Maar er zijn ook ‘donkere rassen’: Vuur, IJs en Water. En de Animal People in de diepste wouden, ver van de beschaving – die gaan dood als beschaafde mensen te dichtbij komen. Hij adviseert Risha te blijven offeren om weer in de gunst van de goden te komen. Dan verexcuseert Chantal zich. Risha krijgt bankbrieven om in den vreemde bij zijn vermogen te kunnen en Adrarn krijgt toestemming om weer met ons mee te reizen. Het wordt nog een gezellige nacht. Risha laat zich verwennen. 

 

10-xi-R1

Chang heeft een kater. Risha gaat naar zijn eigen tempeltje en verleent aan Malice in een plechtig ritueel de investituur. Hij investeert daar 12 motes dedicated essence in, waardoor Malice voortaan een Essence van 2 heeft en toegang krijgt tot Solar charms. Dit is een life changing event voor de jonge priester: hij kan nu wonderen verrichten in naam van koning Risha en hij gaat de god van de verloren kinderen invoegen in de rang der goden. 

We willen nog even langs bij de bron. Hij is heel mooi opgeknapt, met fraai metselwerk en beelden van de Qartiaanse goden. Het is een prima meditatieplek. Chang en Claude stemmen zich af en voelen dat het hier heel oud is. Er is een verbondenheid met alles, magisch vitaliserend. Ze voelen de drie-eenheid van Bracken Moors, Sorceror’s Well en Bronwe. Het is als een thuiskomen. Claude zit te genieten. Risha kleedt zich uit en stapt voorzichtig in het water. Chang gaat geheel gekleed. Ook Gwan steekt een voet in het water en dan duikt Claude er vanaf de kant in. Op het moment dat hij helemaal onder is, worden de anderen meegezogen. 

We krijgen weer een visioen, een mind-meld: De epidemie is volledig uit de hand gelopen. De mensheid is verdoemd. Gwan en Chantal hebben stasis-tombes gemaakt. Bommen slaan overal in. Chang drukt zelf ook op de knoppen. En dan gaan wij naar de stasistombes. Epiloog Claude en Bonaire leveren chemicaliën af bij een metalen wand. Er komt een paas goedje naar buiten. Claude voelt een verrukking alsof hij de jackpot heeft gewonnen. Hij proeft ervan, ziet sterren, extase! 

We komen weer boven drijven. Risha’s kleren liggen er niet meer en opeens zit Adrarn daar te mediteren. Op ons geproest schrikt hij op. Hij is heel blij ons te zien; we zijn weer vier maanden weggeweest. Hij neemt ons snel mee naar boven, naar Kadier. Voor Kadier klinkt het alsof Eenoog ons misleid heeft, al vanaf Sorceror’s Well. Het is waarschijnlijk in Eenoogs voordeel als wij die bronnen ingaan en steeds maanden weg zijn!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s