Sessie zestien

Vanuit het heldere tropische zonlicht stappen de exalts door de sterrenpoort in de klamme duisternis van de riolen onder MosKovia. Meteen voelen ze pijlpunten in hun rug prikken. De poort wordt aan deze zijde goed bewaakt. Gelukkig herkennen de bewakers al snel hun nieuwe bendeleider Raine en ze brengen Gerard naar hen toe.
"Zo, dus jij wou met dertig beastmen door mijn stad gaan lopen?" begint Gerard zodra hij Raine ziet.
"Het plan is dat we in kleine groepjes komen en zo snel mogelijk door de poort gaan."
"
Ja, dat is je plan. In werkelijkheid zullen ze allemaal tegelijk komen. Ze zullen de stad op stelten zetten en een complete wijk in puin leggen. Uiteindelijk zullen vijftien van jullie beastmen sterven en de rest gevangen worden. Vergeet niet dat ik de toekomst kan zien."

Gerard (of beter gezegd de siderial die door hem heen spreekt) biedt ons een andere mogelijkheid aan. Hij zal een portaal openen vanuit het riool naar een poeltje in het bos buiten de stad. Van daaruit kunnen Gnawing Elk en zijn gevolg direct naar de sterrenpoort. Wij moeten dan wel voor bewaking zorgen totdat Elk er is. Dat lijkt geen probleem en Gerard geeft aan Ma Si een kaart naar de juiste plek.

Een paar rioolbuizen verderop laat Gerard ons een buis zien waarin het water van onderen verlicht lijkt te zijn. Ster en Raine blijven achter want zij hebben nog zaken in de stad. Dyjab en Silverclaw gaan vast naar Porto Libre en Ma Si Tamuz duikt in het water. Ze komt boven in een waterbekken in het woud. Maar de poel wordt bewaakt door een woudgeest in de vorm van een zwijn met een berenkop. Brownbear4Het wezen is eerst vijandig, maar Ma Si weet het te kalmeren en de geest is bereid om ze de poel te laten gebruiken in ruil voor een gunst. Hier is een bard gestorven terwijl hij een lied zong dat hij net gecomponeerd had. De geest heeft hem gedood omdat hij deze plek ontheiligde, maar nu is hij nieuwsgierig hoe het lied afliep. Het skelet van de bard ligt naast een boom, met een vermolmde luit nog in de handen. Maar hoe kom je achter het stervenslied van iemand die al meer dan een jaar dood is? Dyjab herinnert zich dat Raine met zijn overleden moeder kan spreken en stelt voor om hem er bij te halen. Zo gebeurt het en met de hulp van Raine’s moeder wordt de geest van de zanger opgeroepen en Raine leert het lied. Ze moeten de overledene wel beloven dat het lied op een festival in een grote stad op het marktplein ten gehore zal worden gebracht. Dat is niet zo’n groot probleem. En als Raine het voor hem zingt, is de bosgeest ook tevredengesteld. Raine keert terug naar Mos Kovia. Ma Si vliegt in uilengedaante samen met de pterok Uulation naar het kamp van de lunar. Dyjab en Silverclaw gaan naar Porto Libre om met Sluiers de komst van heer Cesus voor te bereiden. Dat betekent niet alleen een feest voorbereiden met een banket en vermaak, maar ook en veel belangrijker: een geldige reden bedenken waarom Cesus zijn abyssal exalt Witte Rouw en Paarse Sluiers niet met zich mee terug naar het Schiehallion zou nemen. Ze bedenken dat Sluiers kan zeggen dat ze in een bewoond gebied meer zombies voor hem kan animeren, maar is dat wel ethisch verantwoord ten opzichte van de bewoners van Porto Libre?

Inmiddels is Ster met een paar van de dieven in gesprek geraakt. Over Raine’s optreden zijn de meningen verdeeld. Sommigen vonden het goed wat hij gedaan heeft, anderen waren het er mee oneens, maar de consensus is dat ze hem (voorlopig) aanvaarden als baas. Over de energiewapens, waar Ster zeer in geinteresseerd is, weten ze niet meer dan dat de vorige baas er voor heeft gezorgd. Ze komen in ieder geval niet bij het handelshuis vandaan. Na enkele uren komt de solar weer terug. Ze gaan meteen op weg naar het handelshuis dat in 1st age technologie doet. Helaas arriveren ze vlak na sluitingstijd. De deuren zijn  al dicht en de wachters willen hen niet toelaten.

"Ja maar ik ben een klant van Irene Markie." probeert Ster.

Dan wil een van de wachters wel even naar binnen om te kijken of de vrouwe tijd voor hem heeft en even later komt ze naar buiten.

"Ik weet dat u al gesloten bent en u heeft het ongetwijfeld heel druk, maar mogen wij u uitnodigen voor een zakelijk diner?"

Als dat op onze kosten is, wil ze wel met ons naar een van de duurste restaurants  aan de overkant van het plein. Raine vraagt haar over de beveiliging van het handelshuis. Als Ster niet twee dagen tevoren voor een vermogen aan artefactjes van haar had gekocht, zou ze dit misschien verdacht vinden. Maar nu vertelt ze trots over hoe veilig haar spullen zijn met het oogmerk om een potentiele handelspartner te behagen. Zij raadt dat Ster en Raine exalts zijn, maar als Ster haar plechtig verklaart dat hij niet zo’n gehate solar of dragonblooded is en ook geen lunar, dan is het goed.

20060824c12p086_2"Maar wat ben je dan wel?"

"Nou, heeft u wel eens van Mountain Folk gehoord?"

"Ja, een van mijn levaranciers heeft wel eens contact met ze gehad. Maar jij ziet er helemaal niet uit als een trol."

"Ik ben door dezelfde Maker gemaakt, maar een ander model … Kunt u mij eens in  contact brengen met die leverancier? Ik wil ze namelijk graag eens bezoeken."

Niet alleen heeft Ster het voordeel dat hij de waarheid spreekt, ook zijn puntoren en grijze huid horen niet bij enig algemeen menselijk type of bekende soort exalt. Raine houdt zich inmiddels wijselijk stil. Hij is wel degelijk zo’n gehate solar. Aan het einde van de avond heeft Ster een lucratief handelscontractbinnen: hij kan spullen uit Autochthon aan haar leveren, maar ook’gevonden’ artefacten en andere handel uit Porto Libre. Zelf wil zeliever niet met dure waar die kant op, maar dat wij een manier hebbenom dingen snel te transporteren interesseert haar wel.

Ma Si vliegt met Uulation naar de vestiging van Gnawing Elk. Onderweg leert ze een toverspreuk van hem. Gnawing Elk is in het begin niet erg toeschietelijk. De rationele en politieke argumenten die ma Si aandraagt, lijken aan dovemansoren gericht. Pas als ze uiteindelijk de noodzaak benoemt om nieuwe kinderen tot dragon kings op te voeden,  draait Elk als een blad van een boom om.

"Een uitstervend ras, met kleine kinderen in nood, had je dat nou maar eerder gezegd."

BeastsofchaosBinnen een half uur is het hele kamp opgebroken en zijn de lunar en zijn dertig  beastmen onderweg. Het is voor hun een dag lopen.

Ster en Raine blijven niet de hele tijd in Mos Kovia wachten. Ze gaan ook nog naar het voorstadje Zelenograd, een zeer gevaarlijke enclave waar de wapensmeden wonen die werken met verboden magische materialen. Ster gaat op zoek naar zijn favoriete magische materiaal, Stermetaal, en vindt een huifkar waar een meterioriet van zo’n 1000 kg verhandeld wordt. Een klein tiental smeden staat er omheen te onderhandelen. Niemand is rijk genoeg om het brok in zijn geheel te kopen en er worden strategische allianties gesloten terwijl he tmetalen hemelgesteente in stukken gezaagd wordt. Ster koopt van zijn laatste geld een stuk van 75 kg Stermetaal en maakt de afspraak met een paar smeden om over twee maanden langs te komen om stermetalen wapens en harnassen van ze af te nemen. Raine ziet zijn kans schoon en steelt een even groot stuk.

Inmiddels is in Porto Libre het feest ter ere van Cesus Gustav begonnen, een paar dagen te vroeg, maar dan is men alvast in de stemming – en Dyjab geniet van
een vakkundige massage. Via de poel en de riolen komen Gnawing Elk en zijn manschappen bij de sterrepoort aan en daarvandaan is het nog maar een stap naar het vergeten continent Lemurie. De dragon kings zijn blij met de nieuwelingen. Zo, dat is een probleem opgelost. Ma Si, Ster en Raine kunnen nu eindelijk ook naar huis.

Iedereen komt bij elkaar in de zaal bij de sterrepoort. Daar bespreken we nog even nieuwe plannen voor de stad. Het voorstel van Ster en Ma Si om een tovenaarsacademie te beginnen wordt voorlopig uitgesteld. Maar Ster zal de magie die hij van de draken geleerd heeft gebruiken om snel de haven nog even af te maken. Met de stokjes die de dragon kings hebben meegegeven worden restaurantjes en een herberg aan de haven gebouwd. We bedenken dat we als Cesus Gustav er is, een grote schuur voor de productie van zombies uit Mos Kovia neer kunnen buiten de stad en dat we  eventueel ook nog een mooie heirbaan aan kunnen leggen naar het Noorden en we hopen dat Cesus dan bereid zal zijn om Sluiers tot ambassadrice te benoemen. 

Roarmour

Zijn adamanten chackram leent Ster voor een tijd uit aan Silverclaw, om een theorie te testen: misschien stellen de diamanten klauwen Silverclaw wel in staat om zich op  het materiaal adamant af te stemmen. Als dat zo is dan is deze groep namelijk de eerste waarlijk complete cirkel, met voor ieder magisch materiaal een exalt. En dan geeft hij zijn adamanten wapenrusting natuurlijk ook aan Silverclaw. Vandaar dat hij in zijn vrije tijd voor zichzelf uit het stermetaal een nieuwe wapenrusting gaat smeden, in de stijl van de wereld die zijn nieuwe thuis aanhet worden is.

Sessie vijftien

We slapen in een hut die de dragon kings bovenin een boom tevoorschijn hebben getoverd. De volgendeochtend worden we gewekt door een jonge dragon king die een mandje bij zich heeft met daarin vijf twijgen. "Dat jullie deze nog moesten krijgen. Dit laat de boot zinken. Eentje is voldoende", zegt hij. Ook komen er zes pterok, de vliegende variant, om ons te vervoeren naar de schepen van de piraten.
Vanuit de lucht zien we de schepen aangemeerd liggen bij een eiland in de baai. Er is veel bedrijvigheid op en rondom de boten en het is Bay_mi1druk op het strand. Beestmensen zijn bezig bomen te kappen. De schepen worden onderhouden.
Ma Si Tamuz blijkt de taal van de Lintha the verstaan, het is een versie van indiaas gemengd met de taal der Lunars en het lijkt sterk op wat er in haar geboortestreek wordt gesproken. We dalen in de buurt van een groot schip en we zorgen er voor dat we worden gezien. Ma Si spreekt een bemanningslid aan en die haalt de kapitein er bij. De kapitein draagt paarse kleding en hij heeft een hoed met een veer op zijn hoofd. In zijn hand heeft hij een fles waar hij regelmatig een slok uit neemt. Zo te ruiken is dat rum. Hij is duidelijk een dragon blooded. De overige bemanningsleden lijken zo uit een sprookjesverhaal te zijn weggelopen. Sommigen zijn half geit en half mens, andere mensen hebben het onderlijf van een slang en weer andere zijn gevleugeld. Het zijn voornamelijk beastmen, maar er zijn zelfs een paar gewone mensen bij.
Een vette bootsman biedt ons thee aan, de kapitein drinkt rum.  De onderhandelingen gaan nogal stroef. Zes lieden die zeggen te spreken namens een handelsstad die de handelsnatie der Lintha niet kent, en die claimen dat dit eilandenrijk onderdeel is van hun staat? De kapitein denkt het niet. De Lintha lijken niet van zins om hun nieuwe haven zonder slag of stoot op te geven. "Eigenlijk hebben ze een demonstratie nodig" denkt Ster. Dus als de kapitein op hoge toon vraagt: "En hoe denken jullie onze vloten dan tot zinken te brengen?" zegt hij droog: "Nou, zo dus." Sinking_shipHij pakt een van de twijgen en steekt die in het dek. Het effect gaat sneller dan iemand had verwacht! De stok zuigt als het ware alle hout waar het mee in aanraking is op, en wordt een grote boomstam. Er ontstaat een enorm gat in de voorplecht van het schip, dat meteen begint te zinken.

En dan gebeurt er natuurlijk van alles tegelijk. Een slangenwezen grijpt Raine vast. De rest van het gezelschap springt in de poten van de dichtstbijzijnde pterok en vliegt samen met ze omhoog. De bemanningsleden springen van het zinkende schip af, maar niet iedereen kan zwemmen. Ma Si Tamuz verandert in een dolfijn en zwemt snel naar de verdrinkende kapitein toe. Ster trekt aan een verdrinkende scheepsjongen, maar zijn pterok krijgt een vallend brok hout op zijn hoofd en raakt even buiten westen. Toch weten ze te ontkomen. Silverclaw verandert in een grote otter en begint ook een drenkeling naar het eiland te sleuren.

Raine daarentegen heeft het moeilijk. De beet van de slangenmens blijkt dodelijk. Hij heeft een verlammend gif in zich en wordt door het creatuur in een dodelijke greep gehouden. Terwijl Raine er in doodsnood met zijn khatars op insteekt sterft het wezen, maar hij kan niet meer loskomen en zo zinken ze samen naar de diepte. Hij wordt steeds zwakker en verliest het bewustzijn. Gelukkig heeft Ma Si door wat er gebeurt en nadat ze de kapitein heeft gered, snelt ze de stervende solar te hulp. Nog net op tijd krijgt ze hem aan de kant en ze begint zijn wond te behandelen. Ze smeert kruiden op de wond, maar het gif is al door zijn lichaam verspreid, dus veel meer kan ze niet doen dan hopen dat de constitutie van de exalt goed genoeg is om de vergiftiging te overleven.
Zo staan er nu 25 natte piraten op het strandje. "Geef me je rum! Ik weet dat je nog een fles hebt verstopt!" zegt de kapitein tegen zijn bootsman. En hij neemt een paar ferme slokken. Over het strandje komt een vieze vrouw met lang vet haar en verbleekte paarse kleding aanlopen. De bemanningsleden mijden haar. Ze loopt recht op de groep exalts af en begint te spreken. Rumbeard_and_the_witchVan dichtbij is te zien dat ze drie ogen heeft. Wat ze zegt is warrig en er zijn maar flarden van te verstaan:"Zeven geexalteerden … Autochthonia, de val van Autochthon … dat zal een mooie slaaf zijn van het dodenrijk … demonen … wereldheerschappij … Porto Libre wordt een grote handelsnatie!"

"Zo!" zegt de kapitein, "dus jullie hebben de waarheid gesproken. Nou, dan kunnen we tot zaken komen. Mijn zuster ziet namelijk de dingen die komen gaan, ze is onze zieneres moet je weten, de dochter van een god." Hij steekt zijn hand uit en zegt: "Mij noemen ze Brakke Hond, ik weet ook niet waarom. En ik ben van het huis Mnemon voor als je het weten wilt."

Opeens kunnen we tot zaken komen. De edelstenen van de dragon kings worden getaxeerd en waardevol genoeg bevonden. Het contract wat we afsluiten is dat de Lintha zich op dit eiland in de baai mogen vestigen. Ze kunnen zich gratis laten bevoorraden met wat ze nodig hebben van het vasteland aan water, hout en voedsel. En we spreken af dat we zes scheepsladingen in Porto Libre van ze zullen afnemen tegen een goede prijs. Er wordt op gedronken en dan is de deal gesloten.

Als we terug komen bij de dragon kings, reageren ze verheugd. Vrede is beter dan oorlog en een klein eilandje willen ze daar wel voor opofferen. In de loop van het gesprek wordt verteld wat we in Mos Kovia hebben meegemaakt. Rrakesh vertelt dat er een kaste exalts is die terug in detijd kunnen reizen en dingen kunnen veranderen. Zij worden de siderialsgenoemd. Ooit waren ze de raadgevers van de solars, maar het verhaalgaat dat zij de solars hebben afgezet en de dragon blooded op de troonhebben geholpen. Toen de primordials verslagen werden, hebben zij demerkwaardige vloek opgelopen dat menselijke exalts zich hen niet kunnenherinneren. Dragon kings hebben hier geen last van. Volgens Rrakeshhebben de andere exalts uit de schepping ook een vervloeking: solarslijden onder een immense hoogmoed, lunars hebben twee van hun kastesverloren en passen niet langer in de beschaving, en dragon bloodedhebben een op weinig gebaseerde arrogantie die hen op ongelegenmomenten overmeestert. Alleen de autochthonians zijn niet vervloekt.

Het idee van Dyjab om Gnawing Elk en zijn beastmen uit te nodigen zien de dragon kings wel zitten. Ze zullen hem officieel uitnodigen en aan Ma Si Tamuz wordt gevraagd of zij een pterok genaamd Uulatio met de uitnodiging naar uitgestoten lunar wil brengen. Zes dagen blijven ze weg voordat ze door de sterrepoort terugkeren met het bericht dat Elk niet alleen van harte ingestemd heeft, maar dat hij al onderweg is. Het doorslaggevende argument bleek, heel voorspelbaar, te zijn dat de dragon kings zich de verloren kastes van de lunars nog kunnen herinneren. En ze zijn bereid om te helpen met zijn research.

Inmiddels is Ster in diep gesprek geraakt met Rrakesh. De wiskundige analyse van hun tovenarij spreekt hem heel erg aan en hij wil graag in de leer bij de pterok. De oude dragon king stemt er in toe om zijn  kennis te delen met de jonge autochthonian en hij leert hem een soort organische wiskunde, een pure algebra waarmee de structuur van de werkelijkheid geherdefinieerd kan worden. FutomaniAlles wat met voldoende inzet van mankracht en technologie gedaan kan worden, is op dit eerste niveau van sorcery al te bereiken. Zuivere wiskunde in plaats  van technologie, Ster heeft er aanleg voor en aan het einde van de week heeft hij een spreuk geleerd waarmee het landschap zich naar je wensen vormt, of het nu de tunnels van autochthon zijn of de heuvels van schepping. Die nieuwe haven die maar niet op wil schieten, is nunog maar een minuutje werk.

Oe’al inmiddels, heeft besloten dat hij hier bij zijn soortgenoten wil blijven. Dat is wel jammer, want we zijn aan hem gehecht geraakt, maar het is wel te begrijpen. Hij zal onze liaison zijn. We kopen een hoeveelheid biotechnologie van de dragon kings om de stad verder te helpen opbouwen. Ster en Raine gaan terug naar Mos Kovia en de rest vertrekt naar Porto Libre om de komst van Cesus Gustav af te wachten.

Sessie veertien

Porto Libre staat er nog, gelukkig. Het werk aan de haven heeft vertraging opgelopen omdat het gesteente harder is dan verwacht. De rest van de werkzaamheden aan het stadje lopen wel op schema. In de loop van de nacht krijgt Ster het op z’n heupen. Hij kan niet slapen, er komen vonkjes uit zijn ogen en als dan ook nog zijn aura spontaan aangaat, gaat hij snel naar de binnenplaats. AuraDaar ontploft hij zo ongeveer terwijl zijn lichaam zich aanpast aan een permanent hoger energieniveau. Gek hoor, normaal moet je daarvoor als autochthonian naar een chirurgisch vat en daar allerlei aanpassingen ondergaan en implantaten krijgen. En nu gebeurt het zomaar spontaan. Hij besluit dat hij het maar beter niet aan Juggernaut kan vertellen. En Ster is niet de enige, ook Raine stijgt in Essence. Maar voor een solar is het heel natuurlijk dat het op deze manier gaat. De anderen gebruiken deze nacht om extra charms aan te leren.
De volgende dag gaan we de sterrenpoort door, met lichte bepakking, of in geval van Ster helemaal geen bepakking. Want wat hij in eerste instantie bij zich had was veel en veel te veel, en de dragonkings zijn ongeduldig. Van de weeromstuit laat hij meteen alles maar achter.

GateWe gaan door de poort en komen aan op een tropisch eiland. Volgens de dragon kings zou dit het verloren land van Lemuria zijn. We staan bovenop een heuvel en zien in de verte bergen en ook een baai met een eilandje er in. Het is een natuurlijke haven, met zeven zeilschepen die waarschijnlijk van de Lintha zijn. Als we de heuvel afdalen, zakt het bronzen paard Anastacia steeds weg in de drassige grond, dus blijft ze maar achter om de poort te bewaken. Als we verder trekken door de vochtige hitte wordt de zompige grond rotsiger en er is een weinig gebruikt paadje. Het is paradijselijk, met prachtige boomvarens en stekelrupsen, vlinders en vogels. Aan de voet van de heuvel vinden we een kampement. Het is recent bewoond geweest en bij de vuurplaats vinden we afgekloven ledematen van dragon kings. Fa-an vertelt dat de wilde dragon kings hier de enige roofdieren waren, totdat de mensen kwamen. Maar de Lintha hebben wapens en ze zijn intelligent en ze vinden de reusachtige hagedissen lekker. De beschaafde dragon kings zijn nog niet ontdekt. Die zijn ook maar met heel weinig, veel te weinig om de piraten weg te krijgen. Er zijn twee types dragon kings op het eiland: lucht en woud, oftewel pterok en raptok. De wilde populatie raptok wordt nu bedreigd met uitroeiing. Omdat de beschaafde exalteren vanuit de wilde, zijn de beschaafde dus ook bedreigd.

15970Terwijl we zo keuvelend voortstappen, merken we niet dat we al een tijdje gevolgd worden. Op een smal punt springt een viertal dragon kings met primitieve wapens tevoorschijn. De lunars willen vechten, maar Fa’an houdt ze tegen.  Twijfelend biedt Silverclaw eentje een worst aan en die accepteert het ding. Ster geeft ook zijn rantsoen aan zo’n beest en die twee verdwijnen weer in het bos. Maar de andere wilde raptok willen meer.  Ze dagen de lunars uit voor een duel. Dat was niet zo spannend, behalve dan dat de lunars de primitievelingen in leven moesten proberen te houden. En dat viel dan weer niet zo mee. Eenmaal verslagen, laten ze ons doorgaan. Een half uurtje lopen later bereiken we het einde van hun domein, dat is aangegeven door hoofden op staken.

Daarvoorbij gaat Fa-an ons voor de bomen in. Dyjab heeft de grootste moeite met omhoog klimmen. De reis gaat verder over brede takken tot we aan een gevlochten poort komen. Fa-an wil deze met een gebaar openen maar het ding reageerde helemaal niet. Vanuit de toppen van andere bomen worden we bekeken. Wat zou er aan de hand zijn? Ze vertrouwen ons natuurlijk niet. Hoe te bewijzen dat wij de gezochte hulp zijn en niet een list van de Lintha’s? Door iets wat de piraten nooit zouden kunnen bedenken. Ster activeert zijn aura banier: een veelkleurig spel van radaren vult de lucht om hem heen. Even gebeurt er niets en dan opent zich de poort. Een hoogbejaarde dragon king treedt ons tegemoet en spreekt Ster aan: "Een kind van Autochthon, waar zijn jullie al die tijd geweest?" "Thuis…" antwoordt het jongetje. "Nog altijd even lief!" reageert de oude en hij vervolgt: "Solars, jullie hebben alles verpest! Lunars, jullie hebben het laten gebeuren! Dragon Blooded, de dienaren!" Kortom, hij lijkt niet zo blij te zijn met de hulp die Fa’an heeft gebracht.

Ml0013Toch worden we binnen gelaten. Achter de poort vinden we een dorpje met een twaalftal hutten gevlochten uit de levende takken in de boomtop. De oude gaat ons voor en nodigd ons binnen in een verbazend luxueuse ruimte. Er groeien op bevel van de dragon king comfortabele zwammen als zetels uit het hout. Aan de wand hangt tussen verfijnde houtsnijwerken en muziekinstrumenten ook een eeuwenoude bazooka, een artefact uit de first age. Er wordt een fantastische maaltijd aangeboden maar spreken wordt tijdens het eten niet aangemoedigd. Pas als we zijn uitgegeten zegt de oude: "Wij hebben samen gegeten, nu kunnen we onderhandelen." Wij stellen ons voor en hij geeft ons zijn naam, Na Lech Tuka. Fa-an is niet de eerste die hij heeft uitgezonden. Een paar jaar eerder is er iemand naar de Mosok, de onderwater dragon kings van Atlantis gestuurd. We herkennen het adres als onze eigen sterrenpoort. Die heeft dus ooit in Atlantis gestaan. Maar wat er dan met die afgezant gebeurd is weten ze niet. Misschien kunnen wij het navragen onder de acolieten. Toen deze niet terugkwam hebben ze Fa-an gezonden naar een bestemming waar Anklok, woud dragon kings hoorden te wonen. En onze eigen dragon king vertelt dat hij daar vandaan komt.

De raptok leggen uit dat ze grote problemen hebben met de piraten. De Lintha zijn, zo vertelt Na Lech Tuka, niet alleen zeerovers maar ook handelaren. Lemuria ligt ver buiten de normale scheepvaartroutes halverwege twee continenten. Het heeft een natuurlijke haven, water en voedsel in overvloed, en enorme rijkdommen in de vorm van goud en edelstenen. Het is dus vreselijk aantrekkelijk voor de zeeschuimers om hier een basis te bouwen. En er zijn maar vijftig beschaafde dragon kings om heel Lemuria te verdedigen: 30 raptoken 20 pterok (die overigens goede tovenaars zijn) tegen 7 schepen met 400 piraten.Als dat alleen maar mensen waren, zouden ze snel zijn verjaagd. Maar de piraten bestaan voor een aanzienlijk deel uit beastmen en bovendien zitten er ook nog eens allerhande exalts tussen,zoals een aantal lunars en een aarde-aspect dragon blooded waar zenogal moeite mee lijken te hebben.

De Lintha zijn dus ook handelaren. Misschien is daar wat mee te doen. Niemand weet van het bestaan van dragon kings, maar als wij nu eens het eilandenrijk toevoegen aan Porto Libre, dan hebben we een juridische basis voor een geschil tussen een handelsnatie en de Lintha. Na Lech Tuka denkt dat dit zou kunnen werken. Maar daar moeten de pterok over meebeslissen, dus er wordt een boodschap gestuurd en voor we het weten staat er een hooghartige, zeer krachtige vliegende hagedis voor ons. FireHij heet Rrakesh en hij kan namens de pterok spreken. Zij zijn zeer gesteld op hun vrijheid en willen ons niet dienen. Hij wil alleen een verbond aangaa
n op basis van gelijkheid. De afspraken die we maken gaan over gelijkheid, wederzijdse hulp en bovenfederale hulp, stemming bij veto als het om federale zaken gaat. Zo sluiten we het verbond en Porto Libre is nu een statenbond.

Inmiddels heeft Dyjab een voorstel voor het probleem van Oe’ al: hoe zorg je dat meer dragon kings exalteren? Hij vraagt of het een goed idee is om Gnawing Elk met zijn beastmen uit te nodigen om in Lemuria voor de wilde pterok en raptok te zorgen? Dan is hij bovendien ook af van de problemen met de andere lunars ter plekke en kan hij zich wijden aan zijn research. Ja, dat is een goed idee waar iedereen zich in kan vinden. Maar eerst moeten we de Lintha aanpakken. De rest van de discussie gaat over hoe we het moeten aanpakken. We krijgen in ieder geval een zak goud en edelstenen mee voor eventuele onkosten.

Ster is inmiddels zeer geinteresseerd in de wiskundige aanpak van de pterok-magie en hij raakt in gesprek met de tovenaar. De choreografie van de kata’s en precieze wiskundige formules spreken de autochthonian erg aan en Rrakesh vertelt openhartig. Hij lijkt nogal gevlijd door de aandacht van de jonge exalt.

Sessie dertien

Zeer diep in de nacht komen wij weer terug in het hotel. De twee dragonkings nemen plaats in de gelukkig ruime badkuip, de lunars gaan op de grond liggen en de overige exalts slapen lekker in een comfortabel bed. Pas rond de noen wordt men weer wakker en, hoewel Fa’an liever de straat op was gegaan, er wordt op de kamer geluncht. Tijdens het eten wordt strategie besproken. Die zogenaamde ‘Leider’ van de dieven is wel heel gevaarlijk, wantDyjab en Raine hebben allebei het gevoel dat die namelijk de tijd kanmanipuleren! We zijn het er over eens dat we Raine naar voren willen schuiven als nieuwe aanvoerder van het dievengilde, maar dat heeft niet onze allerhoogste prioriteit. We waren namelijk hierheen gekomen om handelscontacten te leggen en we hebben twee karren met handelswaar die kunnen bederven. En we moeten ook nog de dragon kings helpen tegen iets dat Lintha piraten heet. Om op het eiland van de dragon kings te komen hebben we de sterrenpoort nodig en die ligt in dieventerritoor, dus de dragonkings komen op drie. En o ja, we hebben bovendien niet veel tijd, want over een paar weken staat Cesus Gustav met een delegatie abyssals voor onze deur.
Spice_marketGoed, eerst de handel dus. Nette kleren aan en naar de handelshuizen. Bij de Alchemisten & Apothekers kunnen we een wagonlading kruiden en specerijen kwijt, en de kwaliteit is goed genoeg voor de handelaar om ons een handelscontract aan te bieden. Bij de Dieren & Planten handelshallen verkopen we de andere wagonlading. Deze bestaat uit gedroogd fruit van wat mindere kwaliteit, maar nadat  we daar enige korting voor aanbieden levert dit ook een handelsbrief op. Terwijl wij daar bezig zijn, wordt de handel even onderbroken voor een bericht uit de Doema: "Let op! Er is extra activiteit van dieven en beurzensnijders." Bij de Fijnsmeden gaan we op zoek naar contacten voor magische materialen. Er is wel iemand die Stermetaal  bewerkt, maar het lukt niet om daar handel mee te drijven. Ma Si Tamuz heeft meer geluk bij de Grofsmeden. Voor een maanzilveren harnas wordt ze verwezen naar een voorstadje, Selena. OboolUiteindelijk hebben we in een middagje handelen 1 jaden obool per persoon verdiend. Voor Ster is dat niet veel geld, hij heeft net de dag tevoren twee artefacten gekocht voor ieder 2 talenten en een talent is meer dan duizend obolen. De anderen apprecieren hun nieuw verworven fortuin beter: een obool, daar moet een gewoon mens maanden voor werken.
Na de middag gaan we dineren in een sjiek restaurant aan het  Kreml. Hier komen de grote handelaren om zaken te bespreken. Het kost wat overtuigingskracht om de twee Lunars mee naar binnen te krijgen, maar Sluiers, Ster en Dyjab zien er deftig genoeg uit en barbaarse lijfwachten zijn niet geheel ongewoon. Om ons heen hebben veel mensen het over de verhoogde activiteit van de onderwereld en hoe vervelend dat is. Inmiddels is Dyjab bezig om een zeer nichterige groothandelaar intextiel te verleiden. Deze heer Lodewijk is genegen om met eencompagnon naar onze jaarmarkt te komen. Tijdens het eten komt Gerard, het diefje in bruine en paarse kledij, opeens uit de schaduwen. Hij fluistert: "De leider van het dievengilde wil weten hoe het er voor staat." We spreken af om hem die avond te ontmoeten en dan verdwijnt hij weer achter een gordijn.
Na het eten besluiten we om via de Sterrepoort de paarden en wagens terug naar onze eigen stad te brengen. Om met wagens en paarden de riolen in te komen, is in de drukke stad niet te doen. Gelukkig weten we dat er een wijk is waar niemand meer woont vanwege de Overgrowntemplewurglianen. Met twee houten en een stalen wagen, en vier echte, drie stalen en een bronzen paard, rijden we door de straten. De vervallen stadwijk Parko Llano is dreigend. Er is geen geluid, her en der liggen skeletten van honden en katten en als iemand stilhoudt, dan zien we de lianen bewegen. Bij de ingang van een park houden wij halt. Met vuurkracht en zwaarden worden de lianen op afstand gehouden terwijl we ons een opening banen naar het grote hoofdriool en als die af is, rijden we snel de karren naar binnen. Gerard wacht ons met een paar andere dieven op. Hij spreekt Raine aan:
"Jij wordt onze nieuwe leider?"
"Ja" luidt het zelfverzekerde antwoord.
"Prima. Zoals je weet is er met het heengaan van Tepet Jarad een machtsvacuum ontstaan en dat heeft voor veel onrust in de stad gezorgd. Wij hebben de vier aanstichters voor je gevangen genomen en ze staan daar. Overigens, wat zijn jullie met de sterrepoort van plan?"
"Die gaan we onderzoeken."
"OK, geen probleem."
Gerard wijst ons naar een ondergronds zaaltje, waar een twintigtal dieven drie mannen en een vrouw bewaken die aan de muur vastgeketend staan. "Ga je gang."

Leg1Raine moet nu dus tonen dat hij de nieuwe baas is. En dat doet hij met overgave – en helaas zonder veel eergevoel. Hij laat er twee losmaken "Ik geef jullie een kans." Eentje gaat er direct vandoor. Hij krijgt een dolk in zijn rug geworpen en is op slag dood. "Jammer, hij was niet snel genoeg." De andere grijpt een mes uit de riem van een omstander en vliegt Raine aan. Dat overleeft hij natuurlijk niet. De twee andere gevangenen krijgen ieder een orichalcum dolk en mogen tegen elkaar vechten. Ze denken dat de overwinnaar in leven gelaten zal worden en vechten daarom vol overgave. Maar Raine maakt de overlevende ook af. Wij hebben beloofd dat we niets zouden doen om zijn gezag te ondermijnen, maar dit laatste vinden de andere exalts toch wel heel eerloos. Waar zou die slechte naam van Solars toch vandaan komen?
Gerard staat er onbewogen bij. "Zo en dan gaan we het nu eens over geld hebben. Hoe vaak wilt u dat we schatting afdragen?" Na enig onderhandelen wordt afgesproken dat er iedere vier weken betaald moet worden, te beginnen over een maand.

TricerexNu gaan we naar de sterrepoort. Inmiddels kennen we vier codes: Die van onze eigen stad Porto Libre, die van Mos Kovia, die van het eiland van de Dragon Kings en die van de verloren poort in Autochthon. We gaan eerst terug naar huis om de paarden en wagens af te leveren en een paar problemen te regelen. En dan gaan we direct door naar het eiland. Op aanraden van Fa’an gaan we met lichte bepakking, want het eiland heeft geen wegen. De twee familiars, Ster’s bronzen paard Anastacia en Hoogheid de luipaard van Dyjab, kunnen natuurlijk wel mee.

Sessie twaalf

Davids_door_3 Voorbij het apparaat waarmee bliksem op ons afgevuurd werd, is een bronzen deur. Raine onderzoekt het slot en ontdekt dat er een valstrik op zit. Gelukkig kan hij die onklaar maken en we betreden het hoofdkwartier van het dievengilde. Alles is goed onderhouden en de gangen hier zijn brandschoon.  Linksaf is een gang die ver door lijkt te lopen, maar de geoefende blik van de meesterdief merkt iets vreemds op: de gang is helemaal niet zo lang, tegen de achterwand is een trompe l’oeil geschilderd van de rest van de gang. En dat is zo vreemd dat het wel een valstrik moet zijn. Rechtsaf daarentegen ziet er beter uit. Aan weerszijden zijn weer bronzen deuren. De eerste deur links zit op slot. Raine onderzoekt het slot en en vindt een extra palletje waarmee een val af kan gaan. Als de deur open gaat vinden we een voorraadkamer. Zelfs na grondig onderzoek vinden we niets meer dan emmers, zwabbers en bezems, schoonmaakartikelen en voorraden. Als er zelfs op de deur van de bezemkast al een val zit, dan is alles hier beschermd.

Even verderop zijn twee bronzen deuren tegenover elkaar. Vlak daar achter is een driesprong. We bekijken de rechterdeur en ook deze is op slot. Raine maakt de val onklaar die er op zit en opent de deur. Hierachter is een interessantere kamer. Kruisbogen en zwaarden, rekken met lederen wapenrustingen. De val op de deur is onschadelijk gemaakt, maar als hij binnenstapt is er toch opeens een zacht sissend geluid te horen. Gas! Snel de deur dicht en naar de overkant.

De andere deur zit niet op slot. Toch onderzoekt Raine de deur even en hij vindt in het slot weer een palletje teveel. Dit is er eentje die afgaat juist als mensen denken dat hij op slot zit. Er achter is een soort wachtkamer met sober meubilair en een schilderijtje aan de wand. Verder is de kamer leeg op een deur in de linkerwand na. Ster kan tegen muren en plafonds lopen en omdat we in de vorige kamer voorbij de deur nog een tweede val aantroffen, wordt besloten dat hij via de wanden naar de verre deur zal kruipen. Ster sluipt naar binnen. Bij de verre deur onderzoekt hij het slot. Hij let speciaal op het extra palletje waar Raine het steeds over heeft. Maar alles lijkt veilig. Nee dus. Ster drukt de klink omlaag en RANG! tralies vallen langs de wanden omlaag. Hij kan maar net weg springen. Zodra de tralies de grond raken, worden ze bedekt door een knisperend veld van pure essence. A2ca9d Ster probeert met zijn lichtzwaard een tralie die voor de deuropening is gevallen doormidden te slaan, maar als de essence van zijn wapen die van de kooi raakt, ontstaat er een feedback effect. Grote bliksemschichten slaan door hem heen. Auw!!! En tegelijkertijd opent de deur waar hij zojuist aangezeten heeft. Een vent in zwart leer, met een kruisboog, schiet met een gemeen gegrinnik een pijl in hem. In een reflex gooit Ster zijn Discus_adamant adamanten chakram.  Deze kristallen discus heeft een eigen willetje en zal achter zijn doel aan blijven vliegen tot hij raakt. Het ding  suist  tussen de spijlen van de kooi door naar de kruisboogschutter.
De deur slaat dicht en Ster weet niet wat er verder in de volgende ruimte gebeurt. Hij is heel zwaar gewond, maar de aanvaller is gelukkig weg.

Dit is een moeilijk parket. Oeal wil wel wat aan zijn verwondingen doen. Voorzichtig steekt Ster zijn hand tussen de tralies door en raakt de klauw van de dragon king aan. Deze doet zijn kunsten en de wonden trekken dicht. Als hij bijgekomen is, gaat Ster met zijn flaw scanner de kooi onderzoeken. Dat is een traag en tijdrovend proces. De kooi is een kooi van Faraday, maar dan voor essence. Zowel in het plafond als in de vloer zitten stalen balken die de essence geleiden. Er kan geen magie uit en geen magie naar binnen. En de krachtbron, een grote essence capacitator, zit verborgen boven het plafond, of achter de verre wand. Daar kun je dus met geen mogelijkheid bij.

Inmiddels worden de overige leden van het gezelschap niet met rust gelaten. Aan de overzijde van de kruising springen een aantal kruisboogschutters tevoorschijn en een regen van pijlen komt op de exalts af. Dan springen de schutters weer weg. De lunars rennen er op af. Precies op de kruising valt de vloer onder hun voeten weg. Silverclaw is net snel genoeg en hij haalt de overkant. Ma Si valt naar beneden. Gelukkig is het een heel diepe put en ze heeft net genoeg tijd om haar vleugels uit te slaan. Met een grote wiekslag stijgt ze omhoog. Als de put minder diep was geweest, had ze misschien wel de scherpe punten geraakt voordat ze de vleugels kon ontplooien. Maar de schutters zijn niet meer te bekennen. Silverclaw betrekt verderop in de gang bij een T-splitsing een stelling en houdt daar de wacht. Inmiddels heeft Ster een inval: "Countermagic! Ma Si, er kan geen magie doorheen, maar jij kan de stroom onderbreken!"
16632Ma Si komt er aan en maakt zich klaar om haar antimagie te activeren. Gezien de kracht van de essence zal het waarschijnlijk maar voor even zijn. Dus Raine en Dyjab stellen zich op om de tralies aan de gangkant te vernielen en Ster stelt zich op aan de andere deur.

Ma Si doet haar werk, een mystiek gebaar, een arcane spreuk en: Klabberdebang! De stroom is even onderbroken en de drie exalts slaan meteen toe. In twee klappen slaan Dyjab en Raine twee tralies doormidden en Ster weet er met zijn lichtzwaard eentje bijna door te zagen. Hij is net te langzaam, hij krijgt een paar brandwonden maar dan is die ook door.

Wat is nu de volgende stap? Aan alle kanten zitten valstrikken en Silverclaw denkt dat we helemaal op de verkeerde weg zitten. We laten het initiatief helemaal over aan de verdedigers. "Ja, dat is zo", zegt Oeal. "Maar wat kunnen we er aan doen? We zijn als een leger dat een fort in probeert te nemen. De verdediger is per definitie in het voordeel. Die bepaalt het terrein, het tempo en de richting van de aanval. Het enige wat wij daar tegenover kunnen stellen is onze overmacht. Overmacht, ja. De stadswacht heeft hier absoluut geen enkele kans. En een of twee exalts waren hier ook nooit doorheen gekomen. Maar wij zijn met ons zevenen. Al zijn we nog maar beginners en is Tepet Jarad oud en sluw en krachtig, als we samen werken kunnen we hem wel aan."

Dus we gaan verder. De kamer waar Ster in zat opgesloten is nu toegankelijk en voor de verdere deur is een tralie weg zodat de kleinere exalten er doorheen kunnen zonder de overgebleven tralies aan te raken. Maar voor Oeal is de opening echt veel te klein en de twee lunars moeten hun reusachtige battleform verlaten en een mens of dier worden om er tussendoor te kunnen. De volgende kamer is een kantoortje. Er staat een bureau, een kast en een paar stoelen. Er hangt weer een schilderijtje aan de muur en er zijn twee deuren. Er is niemand en Ster’s adamanten chakram is niet te vinden. Dan maar verder. De deur aan de linkerwand leidt naar een fraai kantoor met enkele kasten en een mooi bureautje. In de wand achter het bureau zien we een stalen deur met aan weerszijden schietgaten. Uit de gaten worden pijlen op ons afgevuurd. Meteen wordt er teruggeschoten. Ai, we zijn  te langzaam. De smalle spleten zijn al afgesloten. De stalen deur is een nieuw obstakel. Alle bronzen deuren hadden klinken en sloten, maar dit is een gladde plaat centimeters dik metaal zonder zwakke plekken. Zelfs het lichtzwaard heeft veel moeite om er doorheen te komen. Tergend langzaam brandt Ster een cirkelvormig gat in de deur.

Warlord6 Er begint een nare geur i
n deze kamer te hangen. De schroeilucht en geur van gesmolten staal lijken zich te vermengen met een andere. De autochthoon heeft  niets door, maar de lunars herkennen het duidelijk. Pek! Vanuit luiken die plotseling in het plafond worden geopend, wordt hete pek de kamer in gegoten. Dikke stromen plakkende, brandende teer vallen spetterend neer. De stenen huid die ze van Oeal hebben gekregen geeft wel enige bescherming, maar je moet hier niet te lang in blijven en voor Silverclaw is het zelfs ronduit traumatisch. Snel trekken de vrienden zich terug en doven de restjes pek die hun kleren hebben geraakt. "Er was nog een deur, he?" Ja. Er is nog een deur. Die leidt naar een slaapvertrek met twee bedden, twee klerenkasten en nog zo wat. Niets van enige waarde. De bewoners zijn er vandoor. De twee kasten worden van de muren getrokken. Raine en Dyjab nemen ieder een kast en gaan terug de brandende kamer in. Ze gebruiken de kasten als schild tegen de pijlen die weer op hen worden afgevuurd terwijl Ma Si en Ster met een bed als afdak naar de stalen deur lopen. Ster gaat verder met zijn werk terwijl de verdedigers een nieuwe tactiek overwegen. Als hij bijna klaar is, slaat Ma Si alarm. Haar scherpe neus heeft een nieuwe geur gedetecteerd.

"Benzine! Iedereen naar buiten, jij ook Ster!" En ja hoor, de luiken gaan weer open en een nieuwe lading brandstof wordt naar beneden gekieperd. Er rest ons niets dan dit te laten uitbranden. In de tussentijd geneest Oeal weer onze verwondingen en gaat Raine even kijken in de wapenkamer. Daar hangt nog steeds gas en hij sluit snel de deur weer. Uiteindelijk brandt de benzine uit en kunnen we de geblakerde kamer weer in. Het laatste restje staal kan worden doorgebrand en de dikke plak metaal valt met donderend geraas de kamer in. Er achter is een bronzen deur zoals we die van de rest van het complex kennen. Raine opent hem voorzichtig. We naderen nu echt het centrum van de macht van Jarad.

Amphitheatre Als de deur opengaat, kijken we neer in een amfitheater. In het midden staat Tepet Jarad in volle wapenrusting, in de banken om hem heen staan minstens twintig boogschutters klaar met geladen kruisbogen. Achter hem is een meer dan manshoog reptiel geketend.

"Gefeliciteerd. Ik had  niet verwacht dat jullie tot hier zouden raken. Mijn respect. Laten wij opnieuw onderhandelen."

Dat was onverwachts. Nieuwe onderhandelingen. Willen we dat wel nu we zo ver zijn gekomen?

"Je kent onze wens", zegt Dyjab. "Wij willen de dragon queen. En toegang tot de sterrepoort."

"En staat daar voor mij niets tegenover?" vraagt Jarad "Ik ben degeen met de boogschutters hoor."

"Wat maken stervelingen nou uit? Wij zijn exalts en jij bent exalt. Zij gaan er alleen maar dood van. Deze strijd gaat tussen ons!" zegt Dyjab stoer. Het is zijn bedoeling om de dieven te demoraliseren, maar dat pakt verkeerd uit.

"Een duel?" Jarad knikt goedkeurend. "Ik neem je uitdaging aan. Jij en ik. Als jij wint krijgen jullie het groene monster en als ik win verlaten jullie deze stad voorgoed."

Oeps, dat was niet de bedoeling denkt Dyjab, Ik ben geen vechter. Een een-op-een duel met een ervaren generaal, dat kan ik nooit winnen. "Nee we duelleren hier niet over. Geef ons het monster en dan ben je van ons af."

"Geen duel? Dan zijn de onderhandelingen NU afgelopen."

Ster ziet dit als zijn clue en gooit zijn krachtigste energiebal naar Jarad. Deze heft zijn hand op en het ding spat in vonken uit elkaar. Met een tweede gebaar en een kort bevel vormt Jarad alle boogschutters tot een goed geoliede eenheid die in volkomen harmonie en geheel gesynchroniseerd kan vechten. Silverclaw rent door de pijlenregen naar voren en geeft Jarad een tik. Jarad tilt de lunar op alsof die niks weegt en gebruikt hem als schild. Ster activeert zijn chakrams en maakt zich op om over de hoofden van de boogschutters naar beneden te rennen. Ook Raine, Sluiers en Ma Si richten alle aanvallen op Jarad en dan is het snel afgelopen. Ster ziet hoe Silverclaw Jarad’s hoofd van de romp af wil scheuren en roept: "Niet doen, we kunnen hem nog gebruiken …" maar het is al te laat. Jammer, daar gaat de kans op een wit voetje bij het stadsbestuur. Silverclaw laat niets heel van het lichaam van de dragonblooded generaal. Zelfs diens harnas wordt aan stukken gescheurd. Alleen de jaden chakram blijft intact onder het geweld. Ster vindt zijn adamanten discus terug en hij is ook heel geinteresseerd in die van Jarad: blauwe jade en met een heartstone. Bij hem thuis worden jaden chakrams als belegeringswerktuig gebruikt.

Zonder hun aanvoerder breekt Dyjab zonder veel moeite het moraal van de dieven en ze verdwijnen in de schaduwen. Een paar blijven er achter. Fw5920 Een van hen wil ons zelfs na een beetje aandringen wel naar de sterren- poort brengen. Als we er bijna zijn, zegt het jonge diefje opeens: "Een solar, twee lunars, een autoch- thonian en een dragon- blooded. Dat is nogal wat. Onze leider wil dat ik vraag wat jullie nou gaan doen om de balans in de onderwereld goed te houden?"

"Hoezo leider? We hebben Jarad net gedood. We onderhandelen niet met kinderen. Breng ons maar naar die zogenaamde leider van je."

"Nee zo werkt het niet, jullie kunnen via mij spreken. Denk er maar rustig over na."

Sessie elf

De partygenoten praten verder over het voorstel van Tepet Jarad, de leider van de roversbende die opereert vanuit de riolen van Mos-Kovia. Hij heeft een vrouwelijke Dragonking, een prehistorische intelligente dinosaurus, gevangen genomen en Oeal, onze eigen  Dragonking wil haar natuurlijk vrij hebben. Jarad wil haar geven als wij hem helpen om aan een teleporteermogelijkheid te komen. Maar hoe langer we er over praten, hoe minder interessant samenwerking met Jarad ons lijkt.
"Hij heeft al drie keer de voorwaarde voor vrijlating veranderd," merkt Dyjab op, "zometeen doet hij het weer." Raine lijkt het nog steeds wel een leuke uitdaging om in te breken in het handelshuis, maar Ster zegt: "Ik heb net een heel jaarsalaris geinvesteerd om contact met dat huis te leggen, dan moet ik ze niet meteen gaan bedriegen. Hoe kan ik later nog optreden tegen misdadigers, als ik er nu zelf eentje wordt? Ik ben geexalteerd om de Maker te herstellen." Zo gaat de discussie nog even heen en weer, en het kan ons daarbij niet schelen dat we ongetwijfeld worden afgeluisterd.
Uiteindelijk besluiten we dat wij naar Jarad gaan, geen concessies doen en de Dragonking opeisen. Als het tot vechten komt, dat moet dan maar.
Als we terugkeren, horen we in de verte een spottende stem. Inderdaad, Jarad had ons afgeluisterd. "Als jullie aanvallen, maak ik haar dood." Dyjab reageert lakoniek: "Dan ben je je gijzelaar kwijt en hebben wij een reden om wraak te nemen. Geef haar en we laten jullie hier verder met rust." Nou daar wil de man niet op ingaan. De reactie komt ongeveer neer op "Kom haar maar halen!"

Ster pakt alvast een van zijn chakrams. Hij heeft er twee, een van adamant en eentje van het magische Stermetaal.

"Zoek!3full_metal_alchemist_wallpaper_00_med

De vlijmscherpe ring komt tot leven, maar in plaats van naar de spreker te vliegen, blijft het ding naast hem hangen: Jarad is hier niet.

Raine loopt voorop, Silverclaw en Ster volgen. Dyjab, Oeal en Ma-Si dekken de achterhoede. We komen in een groot verzamelbekken, waar diverse rioolpijpen in uitkomen. In eerste instantie zien wij  niets. Maar uit een paar buizen klinkt wat geluid. De vorste drie splitsen zich op en nemen ieder een buis. Raine loopt tegen de muur op en gaat voorzichtig de hoogste en meest verre buis in. Ster zet zijn camouflage aan en vervaagt tegen de achtergrond. Hij klautert ook een hoger gelegen buis in. Silverclaw neemt een van de lagere buizen.

Ster kruipt een rioolpijp in en raakt met zijn knie een mechaniekje.

"Klik."

"Fff-twak!"

Ballista2Verderop in de buis stond een ballista opgesteld en de pijl raakt hem recht in de borst. Een gewoon mens was waarschijnlijk finaal doormidden geschoten, en hoewel zijn diamanten malienkolder en zijn onderhuidse bepantsering de klap grotendeels opgevangen hebben, wordt Ster toch door de kracht van de pijl de buis uit gesodemieterd en hij valt een eind omlaag. Hartgrondig vloekend wrikt hij aan de pijl. Het vergif, dat ook nog op de pijl zat, heeft gelukkig geen effectop iemand die van zichzelf al smeerolie en petroleum in zijn lijf heeft. De wond is niet ernstig maar de pijl zit vast in zijn pantser. Boven zich horen ze geluiden van een gevecht. Druppels lichtgevende groene olie mengen zich met gore rioolwater terwijl Ster naar de buis klimt waar Raine ingegaan was.

Vanuit de lagergelegen buis klinkt opeens het luide gekrijs van een lid van het dievengilde. Silverclaw amuseert zich. Ook hij trof een ballista aan, ditmaal geen valstrik maar een bemande. De pijl heeft hij ontweken en nu is hij bezig het hoofd van de man zijn romp te trekken.

Sewer_tunnelDyjab legt aan de dieven in de overige tunnels uit, dat dit niet langer hun strijd is. Hij stelt ze voor om naar huis te gaan en te wachten tot het over is. De argumenten worden met grote overtuigingskracht gebracht en ze worden ondersteund door de gebeurtenissen. Vier mensen verlaten hun post en sluipen weg.

Raine en Ster gaan dieper de tunnels in en treffen daar nog een verdediging aan. Dit maal treffen drie ballistapijlen Ster en eentje raakt Raine. De vent die de ballista bediende leeft niet lang meer, maar dit doet toch serieus schade. Beide exalts zijn inmiddels zwaar gewond. Ster is weliswaar imuun tegen het vergif, maar Raine niet en die begint zich al snel behoorlijk ziek te voelen. Oeal en de anderen worden er bij gehaald. De dragonking bewerkt beiden met zijn genezende magie waardoor ze zich weer beter voelen.

Het is hier een doolhof, maar dat is niet zo heel erg. Autochthon’s exalt heeft een heleboel snufjes meegekregen, waaronder een goed 3D kompas met een geheugenfunctie. Ster’s volk leeft in de duistere tunnels en holtes in het lichaam van de primordial en zo’n dingetje is binnenin de machinegod echt geen luxe. 

Raine ontdekt in een van de tunnels een valstrik. Een heleboel breekdraadjes versperren de doorgang en het duurt erg lang om het mechaniek te doorgronden. Inmiddels heeft ook Silverclaw zich bij hen gevoegd, hij heeft al eenkleine verzameling afgerukte hoofden bij zich. Dat is handig om mee tegooien, vindt hij. Er zijn een aantal plekken in de wand die kunnen worden ingedrukt en als dat in de juiste volgorde gebeurt, dan schuift het tunnelsegment met de draadjes omhoog. Maar hoe? De juiste volgorde kunnen ze niet vinden en er weerklinkt heel in de verte een belletje. Ster steekt zijn lichtzwaard aan en snijdt met het energiewapen de stenen wand rondom de drukplaten open. Dat duurt heel lang, maar het blijkt de moeite waard te zijn. Van binnenuit is het mechaniek gemakkelijk te bedienen en de rest van de tunnel is vrij. Nochtans is het niet veilig. Honderden gaatjes vormen wel honderd meter lang een ingewikkeld patroon in deze gang. En een voorzichtig uitproberen wijst uit dat er gifpijlen uit kunnen schieten. Raine neemt er een paar mee, want je weet maar nooit wanneer je een gifpijl nodig hebt. En ja, helemaal aan het einde van de gang kijkt af en toe een mannetje om de hoek, vast handbediening.

Ster kan zich het beste camoufleren, dus hij is de pineut. Voorzichtig kruipt hij via de wand en het plafond door de rioolbuis. Het is een spannend kat-en-muis spel, want de rover kijkt regelmatig in de tunnel of hij al wat ziet en Ster is alleen goed onzichtbaar als hij zich helemaal stil houdt. Maar hij bereikt ongeschonden de overzijde en dan is het snel gedaan met de dief. De stermetalen chakram heeft eindelijk een mooi doel en zoeft met een sierlijke boog door de nek van de arme man heen. De weg is vrij. Maar niet voor lang. Images_4

Verderop hangt een magische duisternis en als we daar in willen gaan, worden we volop geraakt door de ontlading van een energiewapen. Als Oeal niet tussendoor mensen had genezen, dan had het er echt slecht voor ons uitgezien. Nu slaan we ons er echter doorheen. Voorbij de duisternis vinden we een goed bewaakte deur. Een man zit achter een schotelvormig apparaat, waarmee hij elemental bolts op ons afvuurt. We veroveren het wapen en maken de vent die het bedient onklaar. Nu zijn we eindelijk aangekomen bij het hoofdkwartier van Tepet Jarad.

Sessie tien

De volgende ochtend wordt het gezelschap gewekt met de geur van koffie en versgebakken brood. We moeten kleren kopen en spreken onze ‘cover’ af. Ster ziet er te jong uit om als kenner van 1st age technologie door te kunnen gaan, dus we maken er ‘de zoon van een verzamelaar’ van. Silverclaw en Ma Si Tamuz gaan als huurlingen c.q. bodyguards. De rest zijn handelaren en Oeal blijft op de kamer. Hij wil een dagje in bad blijven. Sluiers legt nog wat meer van de stad uit. Ze vertelt over de verschillende districten van artiesten, arbeiders en handelaren en over de grote bazaar en over de rijke handelshuizen rond het Kremmel.  We willen een paar bibliotheken bezoeken en Raine wil op zoek naar zijn vader. Na de inkopen splitsen we op.

Ster en Sluiers gaan naar de grote bibliotheek. Dat is inderdaad een enorm gebouw vol met boeken. Maar het blijkt al snel dat er nogal wat onderwerpen ontbreken. Boeken die wel in de catalogus staan, maar permanent uitgeleend zijn  of gewoon niet op hun plek staan. Er is niets e vinden over Solars, Lunars of andere exalts, weinig tot niets over de 1st age, geen verwijzingen naar dragon kings, mountain folk en dergelijke. Pas na lang zoeken vindt Ster een groot boek met sagen en legenden, waarin gesproken wordt over een volk dat, nog voor de schepping van de mens, door een primordial uit steen en klei was geboetseerd. Ze zouden geleefd hebben in grote gebergten zoals de Oeral en de Himalaya. En meer is er echt niet te vinden. 20040612c10p035_3Daarna gaan ze met zijn tweeen ergens lunchen en drinken. Ster wil na een aantal glazen zijn hand op haar knie leggen, maar daar is geen sprake van. Blijf maar fantaseren Ster, want wat er op dit plaatje staat, gaat voorlopig niet gebeuren ^_^ Geef haar eerst maar eens een bosje bloemen of een mooi sieraad.

Ondertussen wandelt Ma Si naar het Oostelijke park, waar het garnizoen oefent. Het kost een beetje moeite, maar het lukt haar om binnen te komen en de militaire basis te betreden. Daar, in de bibliotheek, zijn wel boeken over exalts te vinden. Met name over hoe je ze moet verslaan. En de manier waarop, dat verbaast haar nog het meest. Er staat namelijk dat een directe aanval niet kan. Een paar exalts kunnen een heel leger stervelingen aan. Maar laster, sociale isolatie, uitkopen, dat zijn de wapens. Zorg dat mensen ze wantrouwen en niets meer met ze te maken willen hebben. Zorg dat hun zakendeals mislukken, dat ze arm worden. Zorg er voor dat ze gezien worden als dieven, moordenaars, weerwolven en de schuld krijgen van alles wat er mis gaat.

Inmiddels lopen Raine en Dyjab stad en land af op zoek naar Raine’s vader Luigi. Wat weten ze van hem? Hij is kok, hij had in Italie een restaurantje en hij woont al een jaar of tien in Mos Kovia. Nou dat is een stad met meer dan een miljoen inwoners, dus hoe moeilijk kan het zijn? Het is alsof je een speld in de verkeerde hooiberg zoekt.Dus, na in de italiaanse buurt in vele cafeetjes en restaurantjes te hebben gegeten en gedronken, zijn ze tussen de middag nog geen meter opgeschoten.

Silverclaw loopt  naar de bazaar. Die is behoorlijk ver verwijderd van het centrum van de stad, zeker tien kilometer. De buitenste delen van de bazaar zijn redelijk toeristisch. Tientallen stalletjes verkopen dezelfde ‘zeldzame’ dingen. Maar naarmate hij verder doordringt in de wirwar van straatjes en steegjes, onder gekleurde doeken en over verschoten tapijten, wordt de handelswaar bizar. Er zijn gefrituurde spinnewebben uit de deadlands, zeldzame specerijen uit het Zuiden, benen wapens uit het hoge Noorden, een barbaar verkoopt hele elandbouten. Kijk, dat is lekker. Silverclaw koopt er eentje en raakt al knauwend met de verkoper in gesprek. Die verwijst hem naar een handelaar die namens een lunar tribe werkt. De man is blij om hier in de stad een andere lunar te ontmoeten, en hij vertelt dat er geruchten zijn over een zekere Vars Truba, een wood aspected dragonblooded die hier in de riolen in een oude tombe woont, een boomhut onder de grond. Heel vreemd verhaal. Of ze nou dood is of niet is niet helemaal duidelijk. In ieder geval is de tombe nog intact. Het zou de moeite waard zijn om er eens een kijkje te nemen.

PapaDyjab en Raine gaan het maar eens wat hogerop proberen. Er is ook nog een zeer sjiek italiaans restaurant bij het Kremmel. Op weg daarheen valt op dat de straatkinderen een nieuw spel hebben "Vang het groene monster." Er schijnt een groen monster uit een rioolput omhoog gekropen te zijn. Ze maken zich dus zorgen over wat oeal heeft uitgehaald. De kans dat er twee groene monsters in een stad rondlopen is marginaal, toch? Als ze een zwerver aanspreken, die het beest met eigen ogen heeft gezien leren ze om welk putdeksel het om ging. Slecht nieuws, er wonen dieven in de riolen en die jagen nu op het beest. Ook vertelt de zwerver dat er rioolwolven zijn. Nou, dat maakt de man meteen een stuk minder geloofwaardig en de twee lopen snel verder. Uiteindelijk komen ze bij het deftige etablissement aan. Beet! Er heeft inderdaad een hele goede kok in de keuken gestaan die Luigi heette. Hij heeft jarenlang gespaard, en is nu een eigen restaurant begonnen. Ze weten zelfs te vertelen waar. En ja hoor, daar ruikt Raine een bekende geur! Er staat een oude man te koken. Zijn haar is een stuk grijzer dan Raine zich herinnerde, maar het is hem! Ze vallen mekaar in de armen. "Papa!" "Pepe!" Er vloeien tranen van vreugde, er wordt een fles wijn opengetrokken, Dyjab staat er een beetje vergeten bij.

Na de lunch stelt Ster aan Sluiers voor om eens aan de ‘cover’ te werken. 1st Age technologie? Jaha. Dan moet je aan het rode plein zijn, bij dat hele dure handelshuis met die smalle ramen en die dikke tralies. Dit is het centrale plein van de stad. Het is geplaveid met rode bakstenen en er staat een krankzinnig huis met uien op dikke torens. Aan het plein zijn veel banken en juweliers gevestigd. Het gezochte handelshuis is snel gevonden en de twee worden verwelkomd door een man in een H2_1978412323livrei. Glazen vitrines met artefacten, gedempt licht, een potige dame die ze te woord staat. Ster stelt zich voor als zoon van een verzamelaar van antiek. Om te tonen wat voor soort dingen hij zoekt, laat hij zijn dragon sigh wand zien, een vuurwapen van rode jade en orichalcum. "Het is natuurlijk maar een replica, maar hij werkt wel." Ze bekijkt het ding met een kritisch  en deskundig oog. Dan weet de dame welke prijscategorie ongeveer geindiceerd is. Uit de vele fantastische voorwerpen kiest hij er twee uit, een antiek masker waarmee je iedere gewenste gedaante aan kunt nemen, en een paar armstukken met stalen klauwen die van een Lunar zijn geweest die onlangs op het marktplein is terecht gesteld. De prijs is niet mis en het lukt Ster ook niet om er wat van af te onderhandelen. "Ik zal hierover ruggespraak moeten plegen" zegt hij. De dame kijkt hem schattend aan. Hoe groot is de kans dat deze jongen zoveel geld op tafel kan leggen? "Ik zal ze drie dagen voor je reserveren." Ze gaan terug naar de herberg en kijken hoeveel geld Ster eigenlijk bij zich heeft. Het is een flinke zak edelstenen die hij uit Autochthon heeft meegekregen, hij is tenslotte een exalt van rang 4 en zo iemand kan heel wat budget vrijmaken. Maar deze aanschaf gaat hem toch het grootste deel van zijn geld kosten. "In naam van de Maker, het moet maar. Ik doe het." Hij pakt de zak edelstenen en gaat weer terug naar de handelares. Redvipbrg_1 Even later is de jonge exalt twee handschoenen met scheermesscherpe klauwen en een ivoren masker rijker, e
n een jaarsalaris armer. Na de aanschaf wachten de twee in de herberg op de terugkeer van de anderen.

Als iedereen bijeen is, kondigt Raine het blije nieuws aan en iedereen is uitgenodigd voor de maaltijd bij Luigi. Het eten is heerlijk (behalve de gravad lachs die Silverclaw op de bazaar heeft gekocht). Ma Si bekijkt de klauwen. "Ja, die zijn van een lunar geweest. Kijk aan die tekens zie je van welke stam hij was. Mooie buit, wees ze waard." Oeal ontkent dat hij buiten is geweest, misschien is er toch een tweede groen monster in de stad. Luigi weet ook wat legenden van de stad te vertellen. Het dievengilde woont in de riolen. Maar dat is niet het enige gevaar daar beneden. Hij verhaalt van de fluisterende rioolwolven met groen oplichtende tanden die nevelsliertenuitademen en als die je bijten, verander je de volgende ochtend in eenzombie. Hij vertelt over wurglianan die een afgesloten stadswijk hebben overgenomen. En over de vuurvliegen die de wurglianen opeten. Het wordt laat, Ster flirt vergeefs met Sluiers , Luigi wordt dronken.

Om middernacht gaan we mild aangeschoten op zoek naar het betreffende putdeksel. Daar komen nevelslierten uit omhoog. Natuurlijk gaan we op onderzoek uit. Tot de enkels in de derrie. Op de wanden worden heel recente signalen en tekens gevonden die er op duiden dat hier inderdaad een dragonking rondloopt. Als we de signalen volgen, vindt Raine heel andere, geheimere tekens, een dievencode. Hij besluit hierover niets aan de anderen te vertellen. Ma Si ziet de tekens ook en ze heeft door dat Raine die geheim wil houden. Het levert hem een boze blik op, maar ze respecteert zijn besluit.

Vtmbloodlines07a_1103601314Dyjab loopt achteraan. Iets zwaars landt bovenop hem, hij voelt een scheurende pijn in zijn rug. Iets heeft hem gebeten. Het is een rioolwolf, ze zijn echt! Het zijn er zelfs een heleboel! Een gevecht is onvermijdelijk. TigerclawSter probeert meteen zijn nieuwe klauwen uit. De wolven stralen essence uit. Ze zijn magisch, geluidloos, intelligent en zewerken samen. Er is alleen een zacht gefluister op het moment dat zeaanvallen. Als ze doodgaan, vervliegen ze tot mist. Voordat de monsters zijn verslagen wordt Ster ook gebeten. "Dat leken wel stoomgolems," zegt hij achteraf. "We hebben de wolven van Mos Kovia overleefd, maar als zij echt bestaan, heeft dan hun beet ook het effect uit de legende? Dan hebben Dyjab en ik een probleem."

Plots horen we een stem: "Waarom loopt zo’n grote groep avonturiers door de riolen? Dat is niet zo slim. Wij  zien jullie, maar jullie zien ons niet. We geven jullie 1 kans. Leg je spullen af, ga weer omhoog en kom nooit meer terug. Dan laten we jullie leven." Als de groep hier niet meteen op reageert, voelen Raine en Ma Si dat er een charm gedaan wordt. Er volgt een zacht gevloek. "Verdomme, allemaal exalts! Ok, loop maar door." Iets verderop komen we in een enorme ondergrondse zaal waar water naar beneden stort. In de schaduwen staat een persoon in glad, zwart leer. Hij telt hardop, aan de stem te horen is het niet dezelfde als die ons eerder aansprak. "Zeven, het aantal klopt. Ik heb nog nooit zo’n grote groep exiles bij mekaar gezien. OK, dit is ver genoeg. Gelieve niet  verder ons domein in te gaan." Hij vertelt ons dat hij werkt voor generaal Tepet Jarald, een air aspect dragonblooded. Jarald heeft jaren geleden een veldtocht tegen Mos Kovia geleid, maar hij heeft verloren en leidt nu het dievengilde in de onderwereld van de stad. (Dyjab heeft wel van hem gehoord. Jarald is na de slag spoorloos verdwenen. Zijn familie heeft door de nederlaag veel eer verloren en er wordt algemeen aangenomen dat hij zelfmoord heeft gepleegd.Sewer)De luitenant vertelt dat exalts hier vooral in de riolen wonen, want het is hier relatief veilig. Ja, de rioolwolven zijn gevaarlijk en als je gebeten wordt, rot je vlees van je botten. Als jullie gebeten zijn, heb je echt een genezer nodig. Maar hier onder de grond kun jenog wel kleine charms gebruiken, boven de grond moet je dat echtniet in je hoofd halen. En als wij plannen maken voor een mooie roof of zo, dan lijkt het alsofde wacht onze plannen al van tevoren kent. Boven in de stad verdwijnen exalts soms zomaar. Een paar weken terug zijn er bijvoorbeeld twee lunars in de stad geweest en een van hen heeft in een kroegruzie iemand doodgeslagen. In een steegje verdween hij zomaar op klaarlichte dag en de volgende dag stond hij geketend op het marktplein, waar hij is terechtgesteld. "Vast die van deze klauwen," denkt Ster.

Pmo1828"Maar wat kwamen jullie hier nou eigenlijk doen?" Uit de achtergrond stapt Jarad naar voren. Hij heeft een blonde hanekam, draagt een leren pantser en heeft een blauwe jaden chakram aan zijn riem hangen. "We zoeken een dragonking." "Nou, die is van mij, en jullie bevinden je in mijn domein. Waarom willen jullie het eigenlijk hebben? Ik was eigenlijk van plan het beest aan een kermis te verkopen, maar als jullie me helpen, mag je het wel hebben. Het ding verscheen zomaar in de riolen, en ik wil weten hoe." In de verte horen we gerammel van ketenen. Een paar dieven trekken een kleine slanke dragonking tevoorschijn. Oeal openbaart zich en spreekt het monster in een oeroude taal aan. Ze heet Faxc3xa2n en komt van de drakeneilanden. De eilanden worden momenteel aangevallen door de Lintha, oude gevaarlijke piratenfamilie met lunar banden. En zij is door een sterrenpoort gestuurd op zoek naar hulp. Jarad is onder de indruk van het verhaal. "Goed, ze kan dus teleporteren. Dat is nuttig, daarmee zou ik uit handen van de wacht kunnen blijven. Jullie kunnen haar krijgen als je mij dat leert." "Nou," zegt Ster, "teleporteren is sorcery en ik ben daar nog niet goed genoeg in." We gaan even overleggen.

Om Jarad de werking van een sterrenpoort uit te leggen, dat lijkt ons in eerste instantie geen goed idee. Misschien dat we in latere instantie een contract met hem kunnen sluiten om bijvoorbeeld contrabande via de poort te vervoeren, maar nu nog niet. We weten voorlopig niet voldoende van deze vent en echt sympatiek komt hij niet over. Nochtans, zo iemand kun je beter aan je kant hebben dan als tegenstander. Een teleporteerapparaat, daar kunnen we hem wellicht wel aan helpen. Het plan is dat Ster weer naar de handelaar in 1st age technologie gaat om te kijken of daar iets nuttigs te vinden is, en dan wil Raine er wel inbreken.

Sessie negen

Na het grote gevecht met de vuurelementalen zijn Silverclaw en Sluiers bewusteloos, Raine en Ster zijn uitgeteld. Dyjab zorgt er voor dat de gewonden verzorgd worden en Ma Si Tamuz komt het pact na dat ze met de vissengod heft gesloten. Zij verdrijft het dorpshoofd en schaft de oude eredienst aan een of andere Moloch die kinderoffers wilde af. In plaats daarvan stelt ze een 050422salmonfestival in ter ere van de vissengod die geholpen heeft de bosbrand te blussen. De volgende dag is iedereen weer bij. Silverclaw heeft door het vuur geen kleren meer, dus Ster geeft hem zijn ‘omnimodale garderobe eenheid’, een stukje 1st age technologie van heel kleine spinnetjes die een kledingkast aan weefpatronen hebben opgeslagen en in een minuut een kostuum aan kunnen meten. Zonder zijn ‘normale’ kleren blijkt Ster een malienkolder van kristallen schubben te dragen. Als alles gereed is, worden de dorpsheks, de herbergier en een adelijkedame worden als triumviraat (idee van Dyjab) door Ma Si ingehuldigd en aan de vissengod opgedragen. Ster’s idee om de drie ook aan de nieuwe vuurgod in het bos voor te stellen, wordt door Ma Si weggehoond: de verliezer verdient geen eer.
Hierna vertrekt het gezelschap, uitgewuifd door de bevolking van het dorpje. Nadat we een tijdlang door de troosteloze landerijen van de Allienatie van Duizend Kleuren hebben gereden, verlaten we de beschaving en trekken weer de wildernis binnen.
Pak. Er slaat een pijl in de zijkant van de wagen! Vier zwaar gemuteerde figuren springen op de weg en sommeren ons onze bezittingen te geven. Als we ons niet verzetten laten ze ons in leven. Tjonge, dat had je nou niet moeten zeggen. Ster activeert zijn  lichtzwaard en Silverclaw wil zich in beervorm veranderen. Dan schiet er van achteren een pijl midden in Silverclaw’s rug. Zijn essence wordt in een klap onderdrukt en tot zijn stomme verbazing kan hij de transformatie niet doorzetten. Hij herkent het als lunar technologie en slaakt een luide kreet waardoor hij zich bekend maakt als lunar. Theambushprintc10100632Achter ons staat opeens een beastman met een boog op de weg, die ons nogmaals sommeert ons over te geven. Ster springt met een salto tussen de mutanten en dan begint het gevecht. Het is kort maar heftig. De beastman gooit Ma Si een maanzilveren dolk in de borst, met hetzelfde effect als de pijl. Sluiers trekt de ziel uit een van de mutanten en steekt die in een steen. Als de overvallers verslagen zijn, is Ster zwaar gewond, maar buiten levensgevaar. Terwijl hij verzorgd wordt, bekijken de lunars de dolk. Er staan glyphen op die aangeven dat hij aan een Ronin toebehoort, een lunar die buiten de lunar-maatschappij leeft. En de elders hebben hun geleerd dat ronins outcast zijn die vanwege hun misdaden door de elders uit de gemeenschap zijn verstoten. Dus de eigenaar van deze dolk is een eerloze pariah. Silverclaw krijgt daardoor spijt van zijn kreet.

Ster is zeer geintrigeerd door wat Sluiers gedaan heeft. Het lijkt een beetje op het maken van een zielensteen. En Dyjab wil van haar weten hoe het nu gesteld is met Silverclaws ziel. Sluiers geeft Dyjab de steen met de ziel van de mutant.Maar die vindt het ding maar smerig aanvoelen en hakt hem met zijn daiklavekapot. Terwijl we verder rijden, vragen de twee haar het hemd van het lijf. Kortweg komt het hier op neer: Ieder lichaam heeft een ziel nodig. Silverclaws ziel dwaalt ergens in het dodenrijk rond en zijn lichaam krijgt de levensenergie van Sluiers. Zolang het lichaam van Silverclaw leeft zal zijn ziel niet reincarneren. De ziel van Sluiers is nu verdeeld over twee lichamen: Silverclaw en zijzelf. Als een van beiden sterft, gaat haar ziel terug naar de kooi die een priomordial er voor gemaakt heeft en dan wordt er een nieuw lichaam voor haar klaargemaakt. Daar zal dan dezelfde Sluiers weer herboren worden. Silverclaws ziel zal in het ergste geval meegesleurd worden naar die kooi en Ster bedenkt zich dat de primordial daar misschien wel een lunar-variant van een abyssal van kan maken! Het is dus heel belangrijk dat Silverclaw zo snel mogelijk weer een geheel wordt.

De roep van Silverclaw wordt beantwoord: de ronin daagt hem uit! Bij wijze van voorbereiding werkt iedereen samen om Silverclaw een goede kans te geven: Dyjab geeft hem Strength of Stone, Oeal een Skin of Sand en Sluiers geeft het maanzilveren zwaard een betovering die The Sun Eclypses heet. De lynx Hoogheid houdt de wacht. En dan komt een lange lunar uit de bossen Dwbench3met vijfentwintig beastmen. Hij buigt en volgens de meest keurige lunar tradities verwoordt hij de uitdagingen. "Ik ben Gnawing elk. Ben jij degeen die mijn zoon heeft gedood?" "Nee, dat heeft Ma Si Tamuz gedaan. Maar ik ben wel degeen die je uitdaging aanneemt." "Welaan dan, Ma Si Tamuz, accepteer jij dat deze lunar voor jou strijdt?" En zo gaat het nog een tijdje door. De beastmen lijken totaal niet van ons onder de indruk.

Het duel zelf duurt niet zo lang. Door de magie van Sluiers breekt het zwaard van Gnawing Elk bij de eerste slag en zo wint Silverclaw vrij gemakkelijk. Elk moppert wat over abyssals, maar geeft zich gewonnen. Silverclaw spaart hem en Elk verleent ons vrije doortocht. "Ga in vrede." "Ga in vrede door mijn bos." Voor de lunars in het gezelschap is de zaak hiermee afgedaan en Elk vertrekt weer met zijn gevolg.

Dyjab en Ster zijn echter geintrigeerd. Dyjab roept Elk terug om nog wat met hem te praten. Elk vind het beneden zijn waardigheid om met een Dragonblooded te spreken, maar als Ster zich ook voorstelt wil daar wel mee spreken. "Een exalt van de Maker?" Hij vertelt dat Autochthon hier in de Schepping ook een volk heeft, het Mountain volk. In de loop van het gesprek komt naar voren dat hij niet door de elders verstoten is, hij heeft zelf de gemeenschap verlaten om in rust onderzoek te kunnen doen naar de drie verloren kastes van de lunars. Hij heeft zich zelf nooit thuis gevoeld in de changing moon en na lang zoeken heeft hij een aantal manieren gevonden om exalted krachten te onderdrukken. De pijlen, die zijn zoon tegen ons gebruikte, zijn een deel van zijn bevindingen en hij was bang dat de elders deze lijn van onderzoek zouden tegenhouden. De lunars houden zich in het begin afzijdig, maar luisteren toch mee. Langzaam stellen zij hun mening bij en dan mengen zij zich ook in het gesprek. Uiteindelijk biedt Silverclaw zelfs aan om voor Elk te spreken voor de raad van elders. Elk accepteert dit aanbod gracieus. Hij vraagt of wij kunnen helpen met zijn zoektocht naar de vijf oorspronkelijke kastes. Ster bedenkt dat Luna zelf misschien de blauwdrukken nog heeft. Maar volgens Elk verblijft de primordial Luna in de Hemelse Stad, waar de goden wonen. Er zijn wel poorten naar die godenwereld, maar Elk heeft ze nog niet gevonden. Tevens vertelt hij dat Autochthon zich vrijwillig van de Schepping heeft teruggetrokken en wacht op de terugkeer van zijn Oog. Ook hier leidt het enige spoor naar de Celestial City.

Als we beloven ons best voor hem te zullen doen, ontdooit hij. "Je gedraagt je eervol, voor een dragonblood." We nemen afscheid. Hij burlt luid en er komen een paar beastmen die twee wagons en vier paarden brengen. "Dit is de buit van onze laatste twee overvallen. Neem het en maak er goed gebruik van." Pluto_symbol_1In de ene huifkar zitten potten en kisten met kruiden en in de andere gedroogd voedsel. Dyjab voorziet ze van het merkteken van Porto Libre. En dan gaan we verder naar Mos Kovia. De rest van de re
is verloopt rustig en er gebeurt niets belangwekkends meer tot we aankomen bij de stad.

Mos Kovia is misschien wel de grootste stad ter wereld. De lunars ruiken hem al van verre. Overdag is het in de voorsteden nog relatief rustig. Maar de stad zelf heeft een enorme file van karavanen voor de poort. Zelfs Ster heeft nog nooit zo veel mensen bij mekaar gezien. Ook de lunars zijn in mensvorm. Na een ophaalbrug komen we in een tunnel onder de stadsmuren, met schietgaten en gleuven voor de kokende olie die we boven ons ruiken. Hier staan stadswachters die iedere wagen onderzoeken en een man met een sikje prevelt een spreuk. Dan zegt hij hoeveel exalts er in ons gezelschap zijn en dat wordt opgeschreven. We krijgen een aparte brochure  waarin staat wat we wel en niet mogen. Dat is kort samen te vatten: "1. Geen charms gebruiken! 2. Niet doden!" Old_moscow_russia

Eenmaal binnen verteld Sluiers dat het handelsdistrict in het Zuiden ligt, maar er is zo veel hier dat interessant is. We rijden met onze wagens door de drukke smalle straten. Er wordt iets geroepen "shadeeloo!" en alle mensen snellen portieken in. Niet wetend wat er gebeurd, duiken wij ook maar weg. Alleen Silverclaw heeft het niet op tijd door. Opeens worden er vanuit alle ramen pispotten op straat geleegd. Welkom in de grote stad.

Sluiers leidt ons naar de grote marktplaats in het midden van de stad. Hier, in het Kremmel district, wonen de edelen en rijke handelaren. Ze vertelt dat de stad wordt geregeerdt door iets wat Doema heet. Dat betekent vergadering. Veskoi is het handelsdistrict en het Parkov district is wat meer landelijk. De stad is zo groot dat het eigen landerijen binnen de muur heeft voor het geval dat ze belegerd wordt. Wij gaan naar Veskoi. Hier worden deftige mensen in geklede jassen, met laklaarzen en hoge hoeden, in koetsjes rondgereden. De mode van dit seizoen is blijkbaar hoe langer de jas hoe deftiger. De dames dragen wijde rokken met getailleerde lijfjes. De arbeiders eenvoudige tunieken, overals en andere werkklofjes. Image004 Ster ziet tot zijn vreugde een lantaarnopsteker aan het werk en groet deze eerbiedig. In Autochthon is helemaal geen natuurlijk licht en de leden van de sodaliteit der lichtmakers staan daar in zeer hoog aanzien. Het is Ster dus moeilijk aan zijn verstand te brengen dat het hier maar een heel nederig beroep is.

Er zijn diverse gelegenheden waar we zouden kunnen overnachten, maar het is druk en de meeste herbergen zijn al vol. We kunnen terecht in iets dat de Gouden Urn heet. Een overnachting kost hier 10 quian  voor de hele groep inclusief stalling voor de wagens en de paarden. Dat is 160 yen en een yen is ongeveer een dagloon voor een ongeschoolde arbeider. Sluiers vertelt dat we, om met de doema in contact te komen, het beste de cafeetjes rond het Kremmel kunnen frequenteren. En omdat wij er vergeleken met de heersende mode wel heel uitheems uitzien(Ma Si in verenkleed, Ster in adamanten malien, Oeal groot en groen), gaan we morgen kleren kopen. Gelukkig is het heel normaal om bodyguards te hebben, dus de lunars en Oeal zullen niet al te veel uit de toon vallen. Ster gaat eens in het geheime vak van zijn paard kijken hoeveel geld hij ook alweer heeft meegekregen vanuit Autochthon.

 

Sessie acht

De volgende dag staat Raine bij het krieken van de dag op. Het is een grijze dag in een grijze wereld. Er hangen nevelsliertjes aan de bomen, bijna rustiek. Hij kleedt zich aan en zegt tegen Leon dat hij graag met Gustav zou willen praten. Gustav is inderdaad ook al op, fris gewassen en strak in het leer staat hij Raine te woord. "Dus jullie willen mijn abyssal meenemen naar Mos Kovia? En wat heb ik daar aan?" Eigenlijk weet Raine geen goede argumenten te bedenken. De dragon-blooded laat hem een beetje spartelen en zegt dan: "Als jullie de handel in zombies toestaan, buiten de muren van je stad, dan mag je de Dame in paarse sluiers en witte rouw met je meenemen." "Dat kan ik niet in mijn eentje beslissen. Ik ga het even met de anderen overleggen."
Alleen Dyjab is al wakker, de andere twee slapen nog. Dyjab denkt even na en zegt dan dat het goed is.  OK, dan is het snel afgesproken. Sluiers mag met ons mee. Raine begaat nog eventjes de faux-pas om te zeggen dat hij pas na het ontbijt wil vertrekken. Voedsel, daar is hier dus echt niet genoeg van. Maar Dyjab maakt dat bij het vertrek goed door Gustav een mooie fles wijn kado te geven.
Sluiers heeft een mooi grijs paard. Als Ster aanbied om haar te assisteren bij het opstijgen, reageert Raine een beetje lacherig: "Ze kan dat best zelf hoor!" Maar Sluiers is juist wel gecharmeerd door het galante aanbod en bedankt Ster ostentatief. En zo is de toon van de reis gezet. De twee heren dingen naar de gunsten van de dame en zij speelt hun een beetje tegen mekaar uit. Niet op een boosaardige manier overigens. Het blijkt een leuke meid met gevoel voor humor te zijn en ze is een plezierige reisgezel. Door het paard van Sluiers duurt de reis wel een stuk langer dan wanneer we alleen met de wagen waren. Maar haar aanwezigheid houdt wel de zombies en andere ondoden uit de buurt. Langzaam wordt het land minder drassig.

Onderweg praten we met Sluiers en Squallycloudzij legt het een en ander uit over abyssals. Zo vertelt ze dat haar ziel ‘ergens veilig zit opgesloten‘. Er zijn evenveel soorten abyssals als solars en ze zijn als het ware elkaars exacte tegendeel. Zo hebben abyssals een aura van dood en solars van leven. Het zijn als het ware anti-solars. De opmerking over haar ziel interesseert Ster, want hij zat met vragen over zielen in de schepping. Hij laat zijn zielesteen zien "Kijk, mijn ziel zit gewoon in mijn hoofd. Waar zit die van jullie dan?" "De zielen van de abyssals zitten gevangen bij de primordials, die van gewone mensen zit in hun lichaam, en bij spoken dwaalt die los rond." En Dyjab geeft als zijn persoonlijke mening dat je er met je exaltatie een ziel bijkrijgt. De solar en de lunar denken dat hij daar best wel eens gelijk in zou kunnen hebben.

Inmiddels verlaten we de zomp. Weliswaar is het nog erg modderig, maar er is weer een pad. Zwaar en log ploegt de wagen voort. De weg blijft rustig, het kwaad laat ons met rust. Ter hoogte van het vroegere Duitsland hebben we eindelijk weer vaste grond onder de wielen en Dyjab’s kat gaat op konijnenjacht. Het landschap wordt weer groener en af en toe staan er kleine huisjes langs de holle weg. Tegen het vallen van de nacht wordt voorgesteld om kamp op te slaan, maar volgens Sluiers komt er binnenkort een herberg en daarna 1000 km niks. Dus als we in een bed willen overnachten, is dit onze laatste kans voordat we in de Allliantie van Duizend Kleuren aankomen. Silverclaw is het er niet mee eens, maar de anderen laten zich overtuigen. We reizen nog een uurtje door. Struikrovers werpen een blik op Oeal en druipen  dan af. De reis is dus oninteressant en de herberg is eenvoudig, maar adequaat. Bedbugs_heritage_marina_hotOual, Silverclaw en Ma Si Tamuz slapen buiten, de rest kruipt in de eenvoudige bedden. Ster is gefascineerd door alle kleine beestjes die er in zijn matras leven. Wat een soortenrijkdom! Dyjab en Raine zijn daar overigens om de een of andere reden minder over te spreken en Sluiers heeft nergens last van.

De volgende dag gaan we weer verder. Het landschap blijft suf en saai, en tot aan het voormalige Polen is er maar spaarse menselijke bewoning. We passeren een stadje, Oorlogszaag genaamd, maar we besluiten om er niet binnen te gaan. Sluiers blijft Raine en Ster tegen elkaar uit aan het spelen om haar gunsten. Maar op een speelse manier en wel met humor. Raine’s moeder daarentegen waarschuwt hem. Ze is bang voor de dame. Maar dat weerhoudt Raine niet. En zo gaat de reis voort totdat we in de Alliantie aankomen. OK, er is meer bewoning, maar wat zijn de mensen hier arm!

We komen aan bij een dorpje waar mensen druk in de weer zijn met  emmers water. In de verte zijn rookwolken te zien. Er is een bosbrand en die gaat in een rechte lijn op het dorp af. Wij zijn exalts, dus natuurlijk bieden we aan om te helpen. Ster en Silverclaw krijgen van Dyjab een versterking van hun kracht en ze gaan een brandgang maken. Dyjab gaat de hulpverlening wat efficienter organiseren dan de amorfe aanwijzingen van de burgemeester. Sluiers verdwijnt en komt wat later terug met een bloedend kasteteken, en een legertje zombies en skeletten die gaan helpen om de omgehakte bomen weg te halen. Raine’s moeder vertelt hem dat er midden in het vuur een geest is waar hij van zou kunnen leren om beter met de geestenwereld om te gaan. En Ma Si vliegt inmiddels naar de vuurzee toe. Daar aangekomen, komt zij er achter dat de brand echt recht naar het dorp toe gaat, dwars op de windrichting! Dit is duidelijk geen natuurlijk vuur. Onopvallend, want Sluiers weet nog steeds niet dat Ma Si er ook is, benadert ze Silverclaw en vertelt dit. Silverclaw deelt deze informatie met de anderen. Het verbaast Sluiers dat hij dit  te weten heeft kunnen komen, maar ze vraagt geen uitleg. Oeal biedt aan om te helpen: als iemand zich geroepen voelt om de vuurzee in te gaan, kent hij een charm waarmee je iemands huid in steen kunt veranderen.

Fire_elemental_by_darklonleyheart

Dyjab, Silverclaw, Raine en Ster willen inderdaad gaan verkennen. Ze kleden zich uit en Oeal laat zand over hun huid omhoog kruipen. Er vormt zich een dikke laag, die zich met de huid mengt en zich dan verhard tot graniet. Dit zijn natuurlijk een heleboel extra kilo’s om mee te sjouwen. Silverclaw heeft daar niet zo veel last van, maar de anderen wel en als Ster zijn antizwaartekracht generator activeert om het gewicht te neutraliseren, merkt hij dat het veel langer duurt dan normaal om de gadgets door de nieuwe huid heen te duwen. Maar het werkt uiteindelijk wel. De bosbrand straalt een zware, logge hitte uit die zelfs door de stenen huid heen te voelen is. Er is iets bovennatuurlijks in dit bos; in de boomtoppen springen kleine vuurgeestjes rond, in het midden van de vuurzee is een bewuste aanwezigheid en er zijn zelfs vuurelementalen. Als we in de vuurzee doordringen komt over de grond een legertje grote rode mieren naar ons toe. Het zijn vuurmieren, als die bijten spuiten ze een soort lava bij je naar binnen.

Ster wordt gebeten, maar gelukkig komen ze niet gemakkelijk door de stenen huid heen. Met zijn zwaard zijn ze amper te raken en als hij er eentje weet te verwonden, spuit er gloeiend hete magma uit. Het worden er steeds meer. Een blast pure essence uit zijn nieuwe pulskanon weet ze uiteindelijk weg te blazen en we rennen door naar het midden van het woud. Dan worden we tegengehouden door zes grote vuurelementalen. Terwijl Dyjab de vuurmieren van ons afhoudt, maken Silverclaw en Ster zich op voor het gevecht en geven zo Raine de gelegenheid om langs hen te glippen. De elementalen voegen zich samen tot een witgloeiende bal nucleair vuur en komen met razend vaart op ons af. Bear2 Sil
verclaw en Ster weten er vier uit te schakelen. Maar terwijl zij dat doen, komt Silverclaw in te ongelooflijke hitte om. In het elementale vuur verkoolt hij en de nucleaire hitte veroorzaakt, misschien in combinatie met de magie van Oeal, een transformatie: huid, botten en vlees, alles verandert in diamant. Ster is gelukkiger, of misschien is de Autochthoonse technologie in zijn lichaam beter bestand tegen dit effect. Hij is wel gewond, maar niet in levensgevaar. De overige twee elementalen trekken zich een eindje terug en buigen. Ze geven zich over. Nog in de roes van het gevecht heeft Ster niet door wat er met Silverclaw is gebeurd. Hij buigt terug en accepteert hun overgave. Inmiddels zit ook Ma Si niet stil. Zij laat de lucht betrekken. Er gaat een grote regenbui aankomen.

Intussen is Raine aangekomen bij een enorme brandende boom in het midden van het woud. Crw_1746En de boom vraagt aan hem: "Wat kom je doen, Solar?"

"Ben  jij de veroorzaker van deze  ravage?"

"Ja en nee. De bliksem is in mij ingeslagen en toen ben ik bewust geworden. Ik ben nu het Hart van het Vuur, een pasgeboren god. En in die zin, ja. Maar de bosbrand is niet mijn doen. Een aantal vuurelementalen zijn begonnen mij te aanbidden en zij hebben de branden aangestoken. Dus in die zin, nee. Ik ben de aanleiding van deze ravage, maar niet de oorzaak."

Eerst wil Raine een gevecht aangaan met de vuurboom, maar in de loop van het gesprek komt hij er achter dat de god niet afwist van het dorpje dat gevaar loopt en dat hij de dorpelingen geen kwaad wenst. Het zijn dus de elementalen die alles uit de hand hebben doen lopen. Hun aanbidding heeft hem het bewustzijn geschonken en zij wensen de verspreiding van het vuur. Maar het Hart van het Vuur is eigenlijk een vreedzame filosoof. En als Raine aangeeft van hem te willen leren, is  hij meteen bereid hem te leren om geesten aan te kunnen raken.

"Let goed op." Pats! een brandende tak slaat Raine in het gezicht. "Auw!"

"Als ik jou kan aanraken, dan kun jij mij ook aanraken."

Raine snapt er niets van. Intussen gaat het regenen. De bosbrand begint uit te doven, maar het Hart van het Vuur brandt lustig door en geeft Raine nog een tik. Het duurt even voordat de boodschap doordringt, maar uiteindelijk leert Raine een nieuwe charm. Ster zendt intussen de vuurelementalen weg en die geven gemakkelijk toe. Het is hier toch niet leuk meer, vier van hun vrienden zijn dood en ze houden niet van regen en kou.

Sluiers is nog in het dorp, maar de anderen verzamelen zich rondom Silverclaw. 5 Raine vertelt over Hart van Vuur, hoe die door de bliksem tot leven is gewekt en niet kwaadaardig is. Ma Si Tamuz en Raine zijn van mening dat die mag blijven waar hij is. Hij is geen gevaar meer. Vervolgens vragen we ons af wat we met het lichaam van Silverclaw gaan doen. Sluiers weet veel van zielen en de dood, dus als iemand er wat aan kan doen, is zij het wel.

Oeal vindt dat we eerst aan Silverclaw moeten vragen wat hij er zelf van vindt en als die akkoord is, dan vragen we aan Sluiers of ze het kan. Raine zal met de geestenwereld gaan spreken, zodat we aan de geest van Silverclaw kunnen vragen wat hij wil. Die twijfelt: "Het gevecht was eervol, maar ik heb mijn verhaal nog nooit aan de elders kunnen vertellen. Mijn leven zou nog niet voorbij horen te zijn." Ma Si is het daar echter niet mee eens. "Jij bent maar een lunar van de allerlaagste rang. Of het verhaal nu vertelt wordt of niet, jij bent er niet meer. Dood is dood. Je hoort gewoon te reincarneren. Als de elders herrijzenissen goed zouden vinden, dan zouden er wel verhalen over zijn. En dan zouden die gaan over helden! Maar ook in de allerheiligste verhalen komt niemand terug uit de dood." Dyjab merkt terloops op dat abyssals ueberhaupt pas sinds een jaar of tien bestaan en dat dus die de hele mogelijkheid er voorheen nog niet was. Ook Raine en Oeal denken er zo over. En Ster vertelt dat hij het diamanten lichaam ziet als een teken, er zijn namelijk zes magische materialen in zijn wereld, naast aurochalcum, maanzilver, stermetaal, jade en zielenstaal, kan een exalt zich ook afstemmen op adamant. En daardoor zijn er ook legenden over een zesde type exalts: de adamant kaste. Dat de afstemming op adamant echt bestaat, bewijst hij gemakkelijk, want hij heeft behoorlijk wat motes essence geinvesteerd in een adamanten chakram en een adamanten malienvest. Silverclaw laat zich uiteindelijk overreden. Maar Ma Si blijft dwarsliggen. Ze vertrouwt Sluiers nog steeds niet. Oeal zegt: "We halen Sluiers en als ze kwaad in de zin heeft, maken we haar af." Mokkend geeft Ma Si toe. Ze maakt zich schaars terwijl Ster naar het dorp snelt om hulp te vragen aan Sluiers.

Haar reactie is: "Is beertje dood? Wat erg!" Ze wil meteen mee en is heel verbaasd als Ster voorstelt om eerst de opgeroepen zombies terug in hun graf te leggen. Forever_mine_by_expect_rush "Huh? Nou als jij het wilt." We gaan naar de anderen. Sluiers bekijkt de overblijfselen. Ja het is waar. De primordials hebben haar inderdaad een manier gegeven om iemand weer tot leven te wekken. Maar die kost onwijs veel energie en ze heeft alles al opgemaakt aan het oproepen van zombies. Bovendien moet ze een deel van haar eigen ziel investeren en in ruil voor het terug tot leven wekken van Silverclaw wil zij dat wij er mee instemmen om haar te helpen ofwel haar ziel te bevrijden of in ieder geval weer heel te maken. Daar gaan wij mee akkoord. In een ritueel onttrekt ze 7 motes essence en 2 punten wilskracht aan Raine en Ster. Ze zingt in een onaardse taal, vervloekt de goden en prijst de primordials, en haalt het diamanten hart uit de resten. Het hart splijt open en begint te pulseren en aan het einde van het ritueel ligt er een levend beertje. Met adamanten klauwen.

(Resteert er nog een vraag: hoe kan ze er een deel van haar ziel investeren, als die gevangen zit?)

Sessie zeven

Uiteindelijk hebben we acht weken moeten wachten tussen de vorige sessie en deze. Dit kwam door een samenloop van omstandigheden. Zoals bijvoorbeeld de huwelijksreis van de storyteller. Het is hem uiteraard van harte gegund! Maar het was voor iedereen wel moeilijk om weer in het spel te komen en we zijn een stuk minder opgeschoten dan we hadden gekund.

We zaten in bad. Ster had het plan opgevat om te gaan verkennen. Met een kleine wilsinspanning komt er een matrijs van zandkorrelgrote kristallen door zijn huid omhoog en eventjes ziet hij er uit alsof hij van parelmoer is gemaakt. Met een korte stoot essence wordt het geactiveerd, zodat invallend licht aan de andere kant van zijn lijf onverzwakt in dezelfde richting wordt dorgegeven. Effectief is hij nu onzichtbaar. Met een tweede stoot essence herdefinieert hij voor zichzelf de betekenis van ‘omlaag’. (Voor een exalt van de Maker zelf, zijn diens natuurwetten slechts richtlijnen.) Langs de muren en het plafond loopt hij het paleis in. We zitten nu op de tweede etage en via een bediendentrap gaat Ster omlaag. Daar komt hij uit in de keuken. Hier is het druk, Zombie koks lopen druk heen en weer met potten en pannen.

148978inpm_w

Hij weet eigenlijk niks van koken en Ster is heel benieuwd wat er klaar wordt gemaakt. En hij wil zeker weten dat wat er daar gekookt wordt geen mensen vlees is. Je weet maar nooit tenslotte met zombies en abyssal exalts. Voorzichtig sluipt hij naderbij.

FLOTS!!!

Volkomen onverwachts vliegt er een pannekoek omhoog. [ Als je met je dobbelsteenworp in dit spelsysteem geen enkel succes hebt, en daarnaast tenminste 1 Een gooit, gaat er iets grondig mis. Dat heet een Botch. ] AUW! Een gloeiend hete pannekoek plakt midden in zijn gezicht! En de koks kijken omhoog. Ze zien een pannekoek in de lucht hangen, die niet meer naar beneden komt.  Alarm… Ster rukt het hete ding van zijn gezicht en rent hard weg. Terug naar de badkamer. Enigszins bedremmeld en onder grote hilariteit van de anderen wast hij zijn gezicht af. ("You’ve got egg on your face.") Dan gaan we maar bedenken wat we aan moeten voor een galadiner. Silverclaw en Raine besluiten om zelf op onderzoek te gaan, maar ze hebben niet veel meer succes. Voordat ze de gang uit zijn, worden ze al door een wachter onderschept. Even later worden we opgehaald.

Het diner is in een mooie zaal met mozaiekvloeren en wandtapijten. De verlichting is met druipkaarsen. Alles is van goede kwaliteit en vakmanschap maar, zoals alles van deze plek, aan het vergrijzen. Als we aan de tafel zitten, komen Gustav en zijn twee Abyssal vrienden binnen. Het gesprek aan tafel gaat over ditjes en datjes en de eerste gang wordt opgediend. Het is een soort prutje in een zilveren schaaltje in de vorm van een scarabee. Silverclaw steekt het gerecht met schaaltje en al in zijn bek en begint knersend te kauwen. De gastheer is ontsteld, maar Dyjab weet er gelukkig een draai aan te geven: "we zijn net bezig hem met mes en vork te leren eten."

De volgende gang is een soepje van waterplanten, gefrituurde spinnen en andere plaatselijke flora en fauna. Er is hier echt maar heel weinig als zelfs de adel zo karig eet. Ster vraagt hoe het komt dat alles hier grijs wordt. Winters Last Refuse vindt dat hij niet moet zeuren, maar Gustav legt uit dat dit de_young_chrno_smiling_by_karineko

invloed is van de onderwereld. "De dood maakt dingen grijs." (Ster denkt: ik ben zelf grijs…) Gustav vervolgt: "De onderwereld ligt hier heel dicht aan de oppervlakte. Net zoals aan de andere kant van de wereld de Wyld doordringt, is hier de invloed van entropie, dood en verderf.

Dan worden de pannekoeken opgediend. BLOOS. De partyleden weten de gezichten in de plooi te houden, maar er wordt wel besmuikt naar Ster gekeken. "Hoe hadden jullie dat eigenlijk met die stad van jullie in gedachten?" vraagt Gustav. Ster begint een verhaal te vertellen over dat hij nog tramrails wil aanleggen en de problemen met hoogspanning, waar Winter niet-begrijpend op reageert. Een stad zoals in de First Age? "Hoe hebben jullie de godin eigenlijk verslagen?" "Ach het was niets," zegt Raine en we vertellen kort  over hoe we de vajra hebben vernietigd. Tijdens het hoofdgerecht, gefrituurde spinnewebben en zo, komt Gustav ter zake. "Samenwerking en handel. Doe maar een voorstel." Dyjab voert nu voor ons het woord en in de loop van het gesprek wordt duidelijk dat Gustav een stad waar alle soorten exalts samenleven een gevaarlijk idee vindt. Hij woont hier zelf samen met twee abyssals en dat kan eigenlijk alleen maar omdat het hier zo afgelegen is. Strategisch is deze plek wel heel belangrijk want hier zit de poort naar het dodenrijk en de doden kunnen hier niet sterven. En hij wil niet dat dat algemeen bekend wordt. Dit gebied, van oudsher dragonblooded terrein, is heel gevaarlijk en zonder zijn twee abyssal vrienden zou het hier nog veel gevaarlijker zijn. Voor de abyssals is het wel een verademing om eens niet opgejaagd en achterna gezeten te worden. (Als dreigement is het eigenlijk wel subtiel.) Verder legt hij uit hoe de zaken in Mos Kovia zijn geregeld: omstreden zaken zoals de handel in zombies moeten buiten de stad blijven, maar handel in magische materialen zoals soulsteel kan wel in de stad plaatsvinden. Oftewel, ze gedogen dat zombies door hun gebied verhandeld en vervoerd worden, maar officieel weten ze alleen van de legale handel. Om de stad heen zijn daardoor allerlei vrijplaatsen ontstaan.

Gustav wil soulsteel en zombies verhandelen. Zijn gebied heeft verder eigenlijk gebrek aan alles. Er zijnn grote tekorten aan voedsel, aan grondstoffen en aan jade dat als geld gebruikt kan worden. Dus een tweede stad om handel mee te drijven is welkom. Aangezien dragonblooded in Mos Kovia niet welkom zijn, worden de handelsmissies door Winter en Sluiers gevoerd. Hij zou het zelf dus wel plezierig vinden weer eens zelf in een stad te komen. Inmiddels wordt het dessert opgediend en we spreken af dat Gustav over twee maanden bij ons langs komt voor een tegenbezoek om de onderhandelingen voort te zetten. Daarna volgt nog een korte uiteenzetting over de buurvolkeren ten Oosten en Noorden van de lage landen. In het Noorden is er een zee en daarvoorbij wonen kannibalistische barbarenstammen en lunars. In het Oosten is 750 mijl moerasland en voordat je aankomt in de Alliantie van 1000 Kleuren, een statenbond van zes koninkrijkjes die de moeite van het veroveren niet waard zijn. Daarvoorbij is weer een groot niemandsland en dan volgt Mos Kovia.

198227 Inmiddels vliegt Ma Si Tamuz in de vorm van een grote witte uil door de omgeving.  Het kasteel is een fort. Er lijkt geen sprake te zijn van verhoogde paraatheid door onze komst. Ze volgt een zoekpatroon van steeds verschuivende ovalen rondom het Schiehallion. Het is een vreselijk arm gebied. Het is wel natuurlijk, maar hier is de natuurlijke balans doorgeslagen naar de kant van de dood. De geesten zijn somber en de omgeving is doods. De mensen zijn over het algemeen uitgemergeld en een paar keer worden er pijlen op haar afgeschoten door hongerige jagers die een wel trek hebben in een vette uilebout. Er zijn geen mijnen te vinden waar soulsteel gewonnen wordt, wel steenkool en turf. De verkenning levert weinig meer op dan een pijl in haar vleugel. Onverrichter zake keert ze terug naar de party voor nachtelijk overleg.

De abyssals zijn zich tijdens de onderhandelingen aan het vervelen en na de maaltijd neemt Winter zonder omhaal afscheid. Raine en Ster dingen naar de gunsten van Sluiers en Raine daagt haar uit om eens te sparren. Ze neemt ons mee door een verborgen deur naar de dojo. Die is zeer goed ge
outilleerd. Ze stelt twee zombies op aan weerszijden. "Ik ben klaar." Raine tovert twee zwaarden tevoorschijn en valt aan. Smash_dojo_kid_big Het is in een oogopslag te zien dat hij geen enkele formele training heeft in gevechtssport en dat breekt hem ook in de kortste keren op. De dame hanteert haar zombies uiterst efficient als wapens en als energiebron voor haar charms. Al snel zit Raine vast in de omhelzing van twee zombies die hem bijten en klauwen en heeft Sluiers zijn wapens in de hand. Als hij zich dan gewonnen geeft, ontstaat er nog een genante situatie: Raine wil zijn wapens terug, maar hij is niet op de hoogte van de omgangsvormen rondom een formeel duel. Hij heeft niet het fatsoen het aan haar over te laten om hem die gunst te verlenen.  In plaats daarvan gaat hij zeuren. Zowel Silverclaw, als Ster, als Dyjab voelen vanuit drie totaal verschillende culturen grote plaatsvervangende schaamte over de manier waarop Raine nu zijn eer aan het verliezen is. Uiteindelijk geeft Sluiers hem zijn zwaarden en maakt er verder geen woorden aan vuil. Ze kijkt even naar Ster en zegt: "Jij hebt ook interessante charms." (Hoe weet ze dat nou weer? Door alleen maar naar me te kijken? Dat is eng!)

Het is inmiddels best wel laat en we zijn moe, dus gaan we naar de slaapvertrekken. Op weg daarheen raken we Raine even kwijt. We bijeen op de kamer van Silverclaw voor overleg met Ma Si Tamuz en Oeal. Even later verschijnt Raine weer. Hij was nog even met Sluiers wezen praten. Zij is niet uit vrije wil abyssal zei ze, en ze heeft hem gevraagd of zij met ons mee kan naar Mos Kovia. Ze hoopt dat er een manier bestaat om onder de invloed van de primordials vandaan te komen – ze weet niet of er een weg terug is, maar als die er is is het een geheim van de primordials. Maar er over praten is voor haar al gevaarlijk. Misschien dat "de perfecte dief", Raine dus, haar kan helpen. Ster laat zich ontvallen dat er nog een levende primordial over is. Hij wordt verkeerd begrepen. "Ja, Gaia dat zou een mogelijkheid kunnen zijn, maar hoe komen we daarmee in contact?"

Ma Si Tamuz vertrouwt het helemaal niet. Na een lange discussie over de betrouwbaarheid of onbetrouwbaarheid van de Dame in Witte Rouw en Paarse Sluiers, hakt Dyjab de knoop door. We nemen haar mee en als Ma Si het over twee dagen nog niet vertrouwt maken we haar af. Daar kan iedereen zich in vinden.