The RoSE – sessie 26

The RoSE sessie 26 – 29 november 2012

Tijdens de reis hebben de solars die naar Nexus waren, Sarina, Ghurkan en Sango, gehoord dat Five Days of Darkness bevrijd is. Sarina is wantrouwig, Ghurkan vreest dat dit niet zoxb4n goed idee is en Sango vindt het niet erg.

Deze keer spelen we met de groep die buiten Gethamane is. Atis, Sango, Little Shu, Shi Mei Lan en His. Atis voelt zich niet goed en blijft bij de luchtschepen. (De speler is ziek).

We besluiten om de luchtschepen aan de niet-belegerde kant van de berg te verstoppen. SML kan elementals oproepen. Een aarde-type zou er uit kunnen zien als een landverschuiving. Ze roept er één op en krijgt die, met enige moeite, te spreken. Het is een lesser dragon, die wel behoefte blijkt te hebben aan afwisseling na millennia van hier saaie ley-lijnen te bewaken. Schepen vermommen en vreemden, met name dragonblooded, aanvallen lijkt hem wel een leuk idee.
We besluiten dat de lunars eerst de legers gaan verkennen. His vertrekt meteen, SML heeft een laaiende aura vanwege het opropeen van de elementaal en moet dus eerst essence terugkrijgen. Sango leent haar een heartstone. Little Shu verkent de naaste omgeving. Er zijn konijnen en diverse eetbare besjes. Ook vindt hij overal giftige zwammen, waar je diarrhee van krijgt.
His vliegt als zeearend over het Noordelijkste kamp. De mensen dragen huiden om warm te blijven.. Maar daaronder kleurige kostuums van vijf Huizen. Elk regiment heeft zijn eigen segment in het kamp. In het midden staan de vijf commandotenten rondom een druk plein. In de haven liggen zo’n 20 grote schepen waarmee de troepen getransporteerd zijn.
Het Noordoostelijke kamp lijkt sterk op het Noordelijke. Eén van de legioenen is cavalerie. Er zijn dus heel veel paarden, een hoefsmid en zelfs een omheining met simhata’s (leeuwpaarden van de dragonblooded) bij de commandotent. Een ander legioen heeft het blazoen van een pissende reus op een rood veld. Het valt ook op dat deze soldaten geen uniforme uitrusting dragen, maar een bijeengeraapt allegaartje. De één draagt rood leer, de andere heeft een ijzeren harnas met rode punten, et cetera.
Na anderhalf uur gaat SML ook op pad. Zij gaat als Sharkbat, de soort die ook overdag jaagt, de andere kant op. Het Zuidelijke kampement heeft eveneens vijf segmenten. In ée;en segment draagt men geen harnassen. En velen ook geen wapens. Ze hebben geschoren hoofden en mengen ook niet met de rest.
Het Zuidoostelijke kamp heeft geen centraal plein, maar er staat een groot stenen gebouw in het midden. Binnen hoort ze chanting. Welke spreuk het is, herkent ze niet.

’s Avonds zitten we bij elkaar en bespreken mogelijke tactieken. Het Red Pisss Legion is misschien gevoelig voor het argument dat hun talenten hier verknoeid worden. De schepen moeten we met rust laten, een leger moet altijd een uitweg hebben anders worden ze fanatiek. Met de Immaculate Monks moeten we voorzichtig zijn. SML merkt op dat ze hier wel lekker uit de weg zitten, zodat de sorcerors op het Blessed Isle naar hartelust demonen kunnen oproepen.

We willen morgen bij één kamp poolshoogte gaan nemen. Sango doet Disguise of the New Face op de anderen. Little Shu’s harnas en boog veranderen in blauw jade, zijn anima in dat van een Air aspect dragonblooded (3 successen). Shi Mei Lan’s aura verandert ook, naar Fire aspect, en ze ziet er uit als een van de ruiters (6 successen).Bij His verandert alleen zijn aura, naar Water aspect (1 succes). Haar eigen aura verandert ze naar Wood en haar uiterlijk naar dat van een piekenier. Vóór zonsopkomst zet Atis ons af bij het Noordoostelijke kamp, bij de ruiters.

De wacht houdt ons aan e vraagt naar onze pasjes. Na enig heen-en-weer gepraat weet His, met een social charm, de schildwacht er van te overtuigen dat het heel logisch is dat een stel adelborsten geen pasje meeneemt als ze naar de hoeren gaan. Sango geeft de bedrukte wachter een paar zilveren muntjes en een complimentje voor zijn ijver.
Little Shu let op de manier waarop de verschillende legioenen met elkaar omgaan. Men blijft vooral in het eigen kamp, behalve op de peden tussen de kampen, die fungeren als hoofdwegen. Er is rivaliteittussen de legioenen, de cavalerie kijkt neer op de rest. Bij de cavalerie zijn weinig dragonblooded, maar dat is logisch want hun aura is dodelijk tenzij ze de juiste charms hebben. Alleen simhata kunnen er van nature tegen. Veel van de soldaten koken voor zichzelf. Arme soldaten koken op sprokkelhout, de rijkere hebben speciale kristallen die vanzelf gloeien. Er is ook in ieder kamp een centrale keuken met voorraden waar men van mag pakken en een grote kookplaats met daarin een haardkat. Little Shu gooit snel een voorraad giftige paddestoelen tussen de klaarliggende paddestoelen. Als een kok hem vraagt wat hij doet, vraagt hij om een stuk kaas. Bij het weglopen ziet hij hoe de kok voor zichzelf een biertje tapt. Het bier zouden we ook kunnen vergiftigen of laten weglopen. De discipline is hier tamelijk laks. Tussen de legioenen zijn dagelijks wel opstootjes. De commandanten gaan wel op redelijke voet met elkaar om.
His gaat kijken in het kamp van de Red Piss Legion. Met een ‘knack’ kan hij zijn kleding veranderen. Hij haalt een broodje kaas bij de keukentent en ziet dat hier de drank in een afgesloten schuur wordt bewaard. His zoekt een kat, en vindt dicht bij de keuken de officiele regimentsmuizenvanger. Eén druppeltje bloed en His is een kat geworden. Hij zorgt er voor om er net iets anders uit te zien dan de verontwaardigde Poem. Dan gaat hij wachten bij de drankschuur. Tegen de tijd dat de deur opengaat glipt hij naar binnen en daar zet hij de vaten open.
SML en Sango onderzoeken de efecten van sharkbat-droppings. Vooral brood bederft er van. Ze mengen het door de graanvoorraad bij een infanterie legioen. Little Shu gaat bij een ander infanterie onderdeel langs en stookt ze op: “De cavalerie, die pony-club, kijkt op ons neer. En de Red Piss, allemaal misdadigers, ook!”
Het vijfde legioen laten we met rust.

Op de tweede dag doen we hetzelfde met het Noordelijke kamp. Dat bevat voornamelijk zeelieden en mariniers.

Hoe pakken we de Immaculate Monks aan? Een deel van hen zal in de Wyld Hunt hebben gezeten, en anathema invloeden zullen ze relatief snel ontdekken. Sango herinnert zich de drie monniken die meededen met het toernooi in Nexus. “Als we die nu in naam van mijn grootvader een brief sturen over demonen op het Blesse Isle?” Dat lukt prima. Na een week trekken de Immaculate Monks weg. We zorgen dat het Red Piss Legioen hiervan hoort en planten het idee: ‘ergens anders zijn problemen en wij zitten hier maar duimen te draaien’.

In de tussentijd richten we onze aandacht op het laatste kamp met de sorcerors. Er zijn veel westerlingen (zeeheksen), noorderlingen (ijsheksen), oostelijke bostypes (gifmengers), zuiderlingen die vooral om hun kampvuren zitten te kleumen, en een afvaardiging gelieerd aan het Heptagram (niet alleen dragonblooded, maar ook godblooded, ghostblooded en awakend humans).

4 Xp

Tanais – 38

8-vi-R1
Even terug naar het moment voordat we vorige sessie eindigden. ‘s morgens vroeg zit Claude ergens te ontbijten. Chang en Adrarn zijn al op het exercitieplein aan het oefenen. Als Risha zijn kamer uitkomt, wordt hem door de paleiswacht gemeld dat de brahmanen weg zijn. Hij heeft meteen een verdenking en roept zijn vrienden bijeen.
“Claude, wat heb je gedaan?”
Die vertelt feitelijk en zonder omhaal wat er gisteren is gebeurd. Risha luistert met groeiende verbazing naar het relaas. Claude eindigt met: “en als ze jou vertrouwden, dan waren ze wel naar je toe gekomen in plaats van weg te gaan.”
Risha realiseert zich dat dit op zich wel waar is. Maar dan nog. “Ik had je toestemming gegeven om te infiltreren, niet om je voor te doen als minister van financiën en zomaar mensen in de nor te gooien! Nou heb ik geen regering meer. En als ik met hangende pootjes naar ze toe moet, is het koningschap zijn respect kwijt en zijn ze machtiger dan ooit.”
Claude denkt nog steeds dat hij er goed aan gedaan heeft en wijst er op dat de brahmanen Eenoog in het pantheon op wilden nemen. De ruzie loopt hoog op en uiteindelijk roept Risha “Hou je mond, ik wil je niet meer zien. Wachter! Wijs deze meneer de deur.”
Als hij het paleis uitgegooid wordt, ziet Claude dat er al mensen met vlaggetjes langs de kant van de weg staan, klaar voor de optocht. Hij zadelt zijn paard en trekt naar de Midgewater Marshes.
Adrarn gaat ook naar buiten terwijl Chang en Risha de brahmanenverblijven doorzoeken om er achter te komen wat er gebeurd is. Vijf meter van de voordeur ligt een brief aan Risha. Daarin bieden ze excuses aan voor het plotselinge vertrek. Ze wensen de koning succes en verklaren bereid te zijn om terug te keren als Claude verbannen wordt. Het magische poeder ligt in de koeling. Zij zijn naar een oud klooster.

“The show must go on.” Chang ontbiedt de stadsomroeper en laat doorgeven dat het programma is omgegooid. Risha haalt de soldaten, de stalknechten en het keukenpersoneel over om de priesterlijke gewaden en maskers aan te trekken. En dan gaat het gezelschap in processie door de straten. Risha loopt voorop. Hij doet zijn best en de mensen zijn onder de indruk van zijn performance. Chang heeft paarden geregeld voor ons als rij- en lastdieren. Buiten de stad trekken we de gewaden uit en sturen we het personeel terug onder belofte van geheimhouding. Ze krijgen extra rantsoenen mee voor hun familie. De kleding nemen we mee.

Na een halve dag gaat de weg omhoog. Er zijn geen spinnen meer. We laten de paarden en de soldaten achter bij de poort van Bronwë en gaan verder naar het kasteel. De heilige eik staat er veel gezonder bij dan eerst. We hebben zes vaten poeder bij ons en beginnen op de brug naar het kasteel. Als we het poeder aanraken, brandt het. We verstrooien het daarom met behulp van potscherven. Bij de deur zien we groene pestgeesten die op ons wachten. Het poeder valt door ze heen op de grond, waar het een beetje sist. Als Adrarn er water over gooit begint het hevig te bruisen en er komen giftige dampen van af, dus dat lijkt geen goed idee te zijn. Er zijn veel van die geesten die uit de ramen kijken wat we gaan doen. Adrarn blijft hier achter, Chang en Risha gaan het kasteel in. Zonder soulsteel vinger vallen de geesten direct aan. Maar de twee solars raken niet besmet, omdat ze solars zijn verweert hun imuunsysteem zich kranig. De geesten worden licht gemuteerd door onze invloed. Onder het gooien van héél véél saving throws (die langzaam makkelijker worden) gaan we omhoog. De geesten vallen gewoon door hun heen. Terug gaan ze via de kelders, dat is het snelste. Door de geheime deur komen ze bij de beek en van daar in het magische bos.

De spelleider en speler gaan even de gang op om uit te spelen wat Claude zoal meemaakt. Claude is bij de rand van het moeras. Hij legt booby traps en zoekt een dikke tak op om op te slapen. De volgende dag rijdt hij verder langs de moerassen. Hij blijft in Soul en reist langs de grens met Eventyr. Hij vermomt zich als soldaat en trekt ten Zuiden van Soul stad verder naar de vervuilde kust. Onderweg merkt hij niet eens dat de brahmanen van veraf proberen zijn gedachten te bexefnvloeden om hem van zijn afkeer jegens hun kaste af te helpen.

Wij slaan kamp op in het poortgebouw en maken een wachtschema. Plotseling realiseert Risha zich dat we de toverspreuken niet wisten, die tijdens het poederen moetsen worden gereciteerd.
Adrarn ziet onderaan de heuvel een kampvuur. Hij waarschuwt Chang, die gaat verkennen. Chang treft een verlaten tentje met het wapen van het paleis, en er staat een pot lekker ruikende soep op.
“Hee Chang,” hoort hij. Drie meisjes komen uit het bos. “Komen jullie er bij zitten?”
Ze vragen hoe het is gegaan en reageren stomverbaasd als ze horen dat de brahmanen pleite zijn. “Claude was weer eens bezig…”
“Ah. Die enge creep weer. Ben je hier in je eentje?”
“Héé, ik ben er ook hoor,” roept Adrarn.
Claude vertelt dat het de uit de hand gelopen is tussen Risha en Claude. Na enig nadenken zien ze in dat een ongeziene Claude nog gevaarlijker is. Chang zegt dat hij geen idee heeft waar de brahmanen heen zijn.
Die nacht gaat Adrarn om een uur of vier weer bij Florence en Co langs. Ze horen hem uit over wat er nou precies gebeurd is. Sandra en Florence zijn blij dat Claude weg is, Adrarn niet. Ze vertellen hem dat ze hier zijn om de magische paarden op peil te houden. Als hij daar om vraagt, willen ze graag een ritueel voor hem doen zodat paarden niet meer bang voor hem zijn.

9-vi-R1
’s Morgens wordt Chang wakker van een gesmoorde kreet. Als hij opstaat ziet hij dat de slaapzak van Adrarn leeg is, maar hij heeft wel een vermoeden waar de jongen uithangt. Erger is dat de wacht er niet is. Hij maakt een andere soldaat wakker en gaat verkennen. “Als ik in 10 minuten niet terug ben wek dan de koning.”
Hij vindt slijmsporen op het gras. “Carrion creeper! Haal Risha!” Die pakt zijn zwaarden en rent achter Chang aan naar het Ushas heiligdom. We zijn nog net op tijd voordat het monster de geparalyseerde wachter het vrouwenverblijf in kan slepen. Het beest vlucht na een rake klap van Chang, met achterlating van de soldaat. Chang stabiliseert de man. Met Wound Mending Care herstelt die snel. De andere soldaten zijn diep onder de indruk van Hun generaal die met handoplegging vreselijke wonden kan genezen.
Dan breken we het kamp op en gaan naar Arjan’s Abode. Onderweg hebben we het over Claude. “Wat doen we met hem? En wat denken jullie dat hij nu aan het doen is?” Risha stelt voor om de lunar mates te zoeken en in te schakelen. Chang denkt dat Claude naar de solar stad is. Adrarn verwacht dat hij de keuken catamaran zal nemen. Claude kan het beste zeilen.

In Aryan’s Abode vinden we allemaal een afscheidsbrief van Claude. In die van Risha staat:
‘Beste Risha,
Ik geef toe ik heb een fout gemaakt
Maar jij hebt veel te veel vertrouwen
in de br**m*nen. Daarbij vertrouwen
ze jou ook niet: jij een god? Voor hun
ondenkbaar. Niet voor niets zetten ze jouw
tempel buiten bronwee. Enfin Genoeg
hierover. Ik ben teleurgesteld in jou
onverbiddelijke houding. Iedereen maakt fouten.
Het echte probleem is éénoog.
En aan br**m*nen heb je niet genoeg.
Daar zijin solars voor nodig. Ook
night castes.
Ooit staan we weer aan dezelfde kant
Op het slagveld tegen éénoog.
’t Ga je goed. Claude.’

Risha is geroerd. Veel van wat Claude zegt is, nu hij er zonder woede over kan denken, wel waar. Maar hij ziet ook dat de bizarre haat jegens brahmanen Claude in de weg zit. Daar moet wat aan gedaan worden. Toch realiseert Risha zich dat hij zelf ook veel zwakke plekken heeft.

Chantal was er al eerder dan wij en zij begroet ons. We hebben een gesprekje met haar over de macht van de brahmanen en zij is het met Chang eens dat de priesters er gewoon aan zullen moeten wennen dat er weer een koning boven ze staat.

The RoSE – sessie 25

The RoSE sessie 25 – 8 november 2012

Sango, Ghurkan en Sarina zijn een dagje naar Nexus. Ze blijven twee nachten weg. Little Shu oefent de hele tijd met zijn Windblade om vliegende martial arts onder de knie te krijgen. Sango geeft aan White Owl een briefje mee voor de dragonblooded broers, over de plannen van de keizerin en het spontaan oproepen van de jozi’s. Tawuz geeft de lunar verzetsman uit An Teng een brief mee voor oudtante, met daarbij ook een afschrift van Blood Without Ties.

Marina gaat de voilgende ochtend met de Dragon King de tempel binnen. Ze vertelt dat ze priesteres is van Luna. Vroeger deden een priester van Sol en een priester van Luna samen een ritueel met Calibration. Ze zijn het eens dat het interessant zou zijn om bij de volgende Calibration hier af te spreken.
Ze hoort ook dat de god Five Days Darkness door de solars in stasis is gebracht. Waarom weet de dragon king niet. Ze overlegt even met de andere lunars. We besluiten om er informatie over te zoeken. Een vermoeden is dat hij Sol te goed tegenspel zou hebben gegeven in de Games of Divinity.
We kijken eerst in het deliberative of de AI nog informatie heeft. Ja. Het was in het begin van het deliberative, toen de solars nog niet gek waren. Het was een expliciet verzoek van Sol zelf, in het jaar dat één van de ontbrekende primordials weer kwam opdragen. Helemaal gereed voor de strijd, maar niet aanvallend. In de bibliotheek vinden we meer: de broer van Sol, in macht zijn gelijke, in deugd zijn gelijke, speciaal geschapen om de wereld tijdens Calibration te beschermen tegen de Wyld, wanneer Sol dat niet kan.
We vinden het toch wel aantrekkelijk klinken om hem uit stasis te halen. En we moeten de solars daar niet teveel bij betrekken. Na wat gedelibereer gaan we de kapel in. SML gaat in beastman vorm, een katachtige. Als no-moon en als kat heeft ze een dubbel voordeel en kan ze wat zien in de duisternis. Aan de muur staat een standbeeld met een kristallen scepter. De anderen zien niets.
Marina verandert in een vleermuis, zodat ze met sonar kan waarnemen. Er zitten letters uitgebeiteld in de achterwand. Tawuz wrijft ze over met papier en houtskool. Het blijkt de spreuk te zijn om de Calibration Gate te openen.
Marina neemt waar dat er een vierkante sleuf in de voeteneinde van de sarcofaag zit. Dezelfde vorm als de scepter. SML wrikt de scepter los. Ja, die past! We horen een zachte klik. EoA tilt de deksel op, maar daarbinnen heerst nog het stasisveld. Tawuz krijgt een idee en trekt de scepter er weer uit. EoA neemt hem over en duwt hem in de hand van de god. Het stasisveld is weg. Hij begint te ademen.
Als hij zijn ogen open doet, verdwijnt de duisternis. “En waarom hebben de heren van de schepping me gewekt?” Dan ziet hij dat we lunars zijn. “Ah, er is ècht iets veranderd!”
We vertellen dat hij een paar millennia in stasis is geweest. We gaan met hem naar buiten en hij ziet de vernielingen. “Er zij wijn!”
Met een plotseling verschenen beker drinkt hij wijn met ons en wisselen we informatie uit. Calibration dient om Creation te fine-tunen. Daarom heet het zo. Hij is opgesloten op bevel van Sol. Die wilde alle dagen de baas zijn. Wij vertellen over de val van de solars.
Atis en Little Shu komen langs en zien dat de lunars met een god met vleugels zitten te praten. E stellen ze aan elkaar voor. Little Shu buigt, de broer van Sol is tenslotte een belangrijke god. Atis volgt zijn voorbeeld. Als die ons verhaal hoort, zegt hij dat hij blij is dat we hier geen solars bij hebben betrokken. Tawuz: “We wilden ze niet belasten en de beslissing met een helder hoofd nemen.”
De god wil de wereld gaan verkennen en over zeven maanden een goed calibration festival vieren. Het ritueel van Marina en de dragon king is belangrijk maar niet noodzakelijk voor zijn functioneren. Het vergroot wel zijn mogelijkheden. En er moet zo te voelen wel het één en ander gecalibreerd worden! Hij wil niet dat we zijn aanwezigheid geheim houden, anders komen de siderials van het Bureau of Secrets er achter dat hij weer terug is. Little Shu stelt voor om het aan Sango’s opa te vertellen. En als we het goed willen doen, moeten we op de elfde dag van Resplendent Air een Prins Calibration laten kiezen door een Raad van Elf. Dat is een mooie taak voor opa. Atis zal het doorgeven aan zijn half-caste dochter in An-Teng. Alleen jammer dat de lunar boodschapper naar An Teng al vertrokken is. x85 “Die kun je gisteren wel meegegeven hebben,” zegt Five Days Darkness en neemt het briefje aan. Tawuz schrijft een briefje aan Sango’s opa. (Op het moment dat FDD het van hem aanneemt, herinnert Sango zich twee continenten verderop dat ze nog een briefje van Tawuz aan opa in haar zak heeft en geeft het af.)
Marina vraagt naar de plannen van de godheid. Hij geeft geen antwoord, maar neemt vriendelijk afscheid.

Tawuz ziet dat het wijnvat nog niet leeg is en stelt voor om een moot te houden. Iedereen vindt het een prima idee. Bull of the North en Gerd Marroweater sluiten zich aan. Dat er twee solars bij zijn is niet erg. Little Shu en Atis krijgen ter plekke Rang ‘Half’. We vertellen verhalen en het vat raakt niet leeg tot de zon opkomt. Eén van de lunars merkt nog op dat dit een historisch moment is: de eerste moot op de Heilige Berg! De dragon king ergert zich aan de dronken slapers op ‘zijn’ plein.

Als de overige solars de volgende dag terugkomen worden we wakker. Gerd en BotN willen naar het Noorden. Sango zegt: “Daar moeten wij ook heen, voor de reserve pool.” Wij hebben nu luchtschepen, dus we kunnen gezamenlijk op reizen. Dan komt er een discussie over wie wat wil doen. Tawuz wil de solars niet alleen naar de pool sturen, “wij zijn veel beter in informatie verzamelen!” Daar heeft hij een punt …
Maar de belegering van Gethamane is ook belangrijk. Een van onze hypotheses is dat de reserve pool van Gethamane het werkelijke doel is van de Keizerin.

De reis duurt ongeveer twee weken. We gebruiken de tijd om dingen van elkaar te leren. His leert aan Sango en Atis om het luchtschip te besturen. Als we aankomen, zien we dat gethamane belegerd wordt door vier legers van ieder zo’n 25.000 man, geleid door een stuk of 10 dragonblooded. Dit zijn 20 legioenen, een groot deel van het leger van het keizerrijk.
We speculeren over wat nou de relatie is tussen de pool en Gethamane en daarna besluiten we om op te splitsen in een infiltratie- en een aanvallende groep. Binnen: Sarina, Ghurkan, EoA, Marina en Tawuz (3 lunars en 2 solars); buiten: His, Little Shu, Sango, Atis en SML (2 lunars en 3 solars).
Sarina gaat eerst verkennen. Er zijn vier grote orichalcum deuren, op vier van de zes punten van een zeshoek. De twee andere posities zijn in het verre verleden door lawines verwoest. Ze komt niet door de deuren of de lawines, ondanks dat ze onstoffelijk is. Er zijn hier ook helemaal geen geesten, spoken of lokale goden. Tawuz vliegt rond in vogelvorm. Hij kot er achter dat de legers zich vervelen. Het is duidelijk een lange belegering. EoA verkent de lawines in muis/vorm. Ze ziet dat de lawine niet helemaal natuurlijk is. Sommige stenen zijn expres voor de laatste tweee deuren gelegd. En die liggen zo, dat ze weggehaald kunnen worden om een tunneltje te vormen. Het zou dan eenvoudig zijn voor een paar mannen met schoppen om de lawine weg te graven en de stad relatief snel te ontruimen.
We besluiten xb4s nachts een kruipgang vrij te maken. Dat lukt en we ontdekken een kleine deur. Hij is gemaakt door solasr en mountain folk. Ghurkan en Sarina kibbelen wat, waarna Sarina haar lockpicks pakt en het slot met opvallend weinig moeite opent. Het slot lijkt te voelen dat een solar het open maakt. Ze moet het slot wel even smeren. EoA vult intussen de kruipgang weer op. Ook dat gaat eenvoudig.
Binnen is een gang. Er zijn lichtpunten, maar veel ervan werken niet. Na 100 meter komen we bij een neergelaten valhek. EoA klopt aan, geen reactie. Tawuz verandert in een kat, stapt er doorheen en opent het hek met het knopje. Achter ons sluiten we hem weer. 50 meter verder is er nog een en daarna nog één. Dan loopt de gang dood op een muur. Tawuz doet xb4Eye and Fingertip Wisdomxb4 en voelt dat dit uitkomt op een doorgaande straat. De andere kant is gepleisterd zodat je niet ziet dat er een deur achter zit.
Opzij is een douanekantoor met uitgedroogde stempels en tijdelijke pasjes. Tawuz schrijft er vijf uit.
Als we de deur openbreken, kijken de mensen op straat geërgerd, maar niet verontrust. De straten zijn goed verlicht, alle lichten werken. De mensen zijn rustige en redelijk weldoorvoed. Alleen de kinderen maken lawaai. Sarina peilt de stemming; ze krijgt de indruk dat de mensen weten dat ze belegerd worden, en er van uitgaan dat buitenlanders die binnen zijn hier ook mogen zijn. En dat ze rotzooi maken en zich slecht gedragen, tsja het blijven buitenlanders.

Tanais – 37

4-vi-R1
Winter in het sprookjesbos van The Wyrd. Het is 4 uur ’s middags op dag 4 van de zesde maand van Risha’s regering. Chang krabbelt op uit zijn krater en vertelt wat hij heeft meegemaakt met de reuzen en dat hij onze oude stad heeft gezien en voelt dat onze lunars ergens in de buurt zijn. Waarschijnlijk in Selene.
De meisjes willen zo snel mogelijk terug naar Arjan’s Abode en Risha moet daar ook uiterlijk over vier dagen zijn, dus er is geen tijd om nog even naar Selene op en neer te gaan. Het is nu eigenlijk te laat om te vertrekken, dus er wordt een kamp opgemaakt. De dames houden zich bezig met de paarden en Adrarn papt met ze aan. Ze vinden hem wel koddig. De anderen delibreren waar ze de gasten voor het festival moeten onderbrengen. Omdat we een paar daagjes extra hebben, bedenken we dat we morgen eerst naar het magische bos kunnen en daar de spinnen bestrijden voordat we de paarden los kunnen laten.
Risha stelt voor om voor we gaan slapen de grot te onderzoeken. Claude wil niet mee, want die kent hem al. Eerst vinden we de slaapplaats van de reuzin, daar voorbij is een hek waar door Claude wat spijlen uitgerukt zijn. Hierachter ligt veel paardenstront. Als we verder lopen wordt het steeds smaller. Op een bepaald punt vindt Chang een rotspunt die een beetje lijkt te trillen als een fata morgana. Als Risha er zijn vinger tegen aan wil houden, steekt hij er doorheen en voelt hij een frisse tinteling. Adrarn doet het ook. Risha wil er doorheen stappen, typisch een van zijn onbezonnen acties. Chang houdt hem tegen en bindt eerst een touw om het middel van de jongen.
Aan de andere kant vindt hij een grot die het spiegelbeeld lijkt van waar hij net vandaan komt. Het touw valt tegen zijn been, doorgeschroeid. In het licht van zijn kasteteken ziet hij dat de wanden vol staan met geblazen afbeeldingen van dieren. Hij ziet eenhoorns, holenberen, mammoets, gevleugelde paarden en nachtmerries. Er zijn ook restanten van een vuurplaats. De jonge koning draait zich om en voelt of de doorgang er nog is. Aan hun kant zagen Chang en Adrarn ook het touw neervallen, maar nog voordat ze iets kunnen ondernemen, zien ze Risha’s hand weer uit de muur komen. Chang stapt er ook doorheen. Dit is de eigenlijke ontstaansgrot. De reuzin trok met de gestalde paarden nieuwe magische paarden uit de muur tevoorschijn, die dan door het portaal naar haar kant kwamen. Samen lopen ze de grot verder in. Het wordt weer groter, en steeds kouder en er ligt zelfs wat sneeuw. Als ze een hoek om komen, waait er een ijzige wind. Is dit een portaal naar het Noorden? Ze gaan weer terug.
Als iedereen weer bij het kamp aankomt, hangt daar een ongezellige sfeer. Claude kan het echt niet goed vinden met de twee meisjes. Hij is zijn ballen aan het sorteren om hun te ergeren en zij zingen brahmaanse spotliedjes om hem uit te dagen. Risha vertelt over de ontstaansgrot en de meiden gaan er enthousiast naar toe. Na drie kwartier horen we ze weer: “Kom maar jongenx85”
Ze hebben een grote witte pegasus hengst bij zich. Die is erg schrikachtig in de buurt van de solars, maar Adrarn verdraagt hij wel.
5-vi-R1
We worden wakker in een prachtige zonsopgang. De meisjes gaan baden in een nabij meertje en Adrarn bespiedt hen vanuit de struiken, puberdroom. Claude ruimt de kampplek op en verwijdert de sporen van de reuzin. Hij laat graffiti achter in de grot: een ninja die twee brahmanen slaat met een zweep.
We rijden door het Wyrd bos. Dat gaat over van een sprookjesbos in een gewoon eikenwoud en daarna rijden we door de landerijen. Men is druk aan het werk om het land klaar te maken voor de winter. De kleuren zijn normaal, niet grijs. Tegen half vijf komen we aan bij de klif, de dames rijden door naar Arjan’s Abode, wij slaan af richting Bronwë en komen bij het magische bos. Die nacht gaan we spinnen jagen. Adrarn wordt gestoken door een reuzenspin. Maar met heel veel geluk en dankzij de genezende krachten van Chang overleeft hij. Claude probeert te helpen door het gif uit de wond te snijden. Het is heel moeilijk en Adrarn zal er wel een litteken aan overhouden. Hij bloedt en is delirisch. We vinden aardig wat spinnen, maar niet de broedkamer. Claude maakt een omheining van spinnenpoten. Daarbinnen stallen we de paarden en slaan we zelf ook kamp op.
6-vi-R1
We blijven spinnen jagen, maar vinden de broedkamer niet.
7-vi-R1
Eindelijk, op een open plek bij het meertje vinden we de spinneneitjes. Claufde steekt het allemaal in de fik. Er zullen nog wel een paar spinnen in het bos zijn, maar nu komen er in ieder geval geen meer bij. De paarden kunnen los. Dan zien we Chantal en de andere twee dames op eenhoorn aan komen. Ze willen dat wij weggaan, de brahmanen wachten met smart op Risha. En ze hebben zelf vrouwendingen te doen in het bos. Risha weerhoudt Claude er van om achter te blijven. (Dom, dom, dom.)
Tussen de middag komen we aan in Arjan’s Abode. Het personeel heeft een rustige tijd gehad, maar onder de brahmanen heerst één en al bedrijvigheid. De hoofdbrahmaan komt meteen op Risha af. Hij is blij dat de spinnen verslagen zijn, maar nog veel blijer dat de koning op tijd is voor de festiviteiten. Morgen zijn de laatste voorbereidingen en overmorgen gaan we allemaal in optocht naar Bronwë. Drie dapperen gaan dan voorop om de geesten te bepoederen, dan de koning om hun te beschermen en daarachter een bonte stoet van brahmanen en genodigden in rituele kostuums.
Claude besluit om de minister van financiën nog eens te gaan terroriseren. Hij geeft hem opdracht om alles nog eens na te tellen zodat die niet mee kan met de optocht. Claude wil zijn plek innemen in de stoet.
Risha neemt de hoofdbrahmaan apart. Hij wil sorcery leren. De brahmaan belooft om een mentor voor de koning te zoeken. Hij is er nog steeds van overtuigd dat Eenoog prima in het pantheon past als vorm van Saman, de god van het middernachtelijk vuur.
Chang gaat de kostuums eens bekijken. Het zijn maskers van demonen en duivels en er komen veel veren en bodypaint aan te pas. Ze hebben hier erg veel werk in gestoken. De brahmanen zijn in een uitgelaten stemming, er hangt echt een ‘hoera’-sfeer. Chang laat weten dat hij liever niet zo’n raar pak aantrekt en thuis wil blijven. De brahmanen reageren een beetje gekwetst, maar stiekem zijn ze er wel een beetje blij mee. Er horen eigenlijk geen buitenstaanders bij hun ritueel, maar ze waren te beleefd om dat te zeggen.
Adrarn gaat naar de wapenkamer om zijn chainmail te verbeteren. En hij gaat naar de kapper. Die geeft hem een modieus kapsel wat bij de tieners in het stadje een stuk beter in de smaak valt dan de qartiaanse dracht.
Na het eten gaat Chang verder met de training van Adrarn en Risha.
Claude vermomt zich als de minister. Hij wordt verbaasd aangesproken: “Ik dacht dat jij weg was. Je had toch dat akelige briefje achtergelaten? Wat was er in jou gevaren?”
“Claude.”
“Ja, dat is echt een creep. Het is dat we een erecode hebben.”
“Tsja, Pashupati heeft hem een kracht gegeven. Dus ik kan niets tegen hem beginnen.”
“Waarom? Naar Eenoog overlopen is toch geen optie!”
“Ik moest naar een sterkere god.”
“Dat slaat nergens op. Jij hebt toch niets met Pashupati te maken!” roept de man boos, “Alarm! Indringer!”
Er komen wachters aangesneld. Claude, nog steeds in de vorm van de minister van financiën, doet alsof de man die hem aansprak de indringer is. Hij wordt geloofd en ze zullen de brahmaan naar de koning brengen. Claude kleedt zich snel om naar zichzelf en onderschept ze. Hij wil dat ze de man aan hem overdragen omdat de koning momenteel niet toonbaar is wegens ontbloot bovenlijf, zweet en blauwe plekken van het trainen. Het kost wat moeite, maar als ze in de lege troonzaal aankomen, wordt hij uiteindelijk geloofd en dragen ze de brahmaan aan Claude over.
De arme man smeet dat hij onschuldig is en dat hij geframed is.
“Ga eerst maar eens afkoelen in een cel tot na Bronwë.”
Claude gooit hem in het cachot en gaat weer verder als minister.
8-vi-R1
De volgende ochtend is het vreemd stil in het brahmanen kwartier. Ze hebben hun spullen gepakt en zijn weg. Ook de cel is leeg.
Risha heeft wel een vermeden wie hier achter zit.
“Claude, ik wil je nooit meer zien. Ook niet in vermomming.”

Tanais – 36

3-vi-R1
Het begint winter te worden.
Gwan heeft een briefje achtergelaten: hij is op handelsreis (de speler van dit personage speelt nu Adrarn). Zijn doelen zijn: 1. Paarden weer populair te maken; 2. De weg naar Shearton vrijmaken, zowel om de handel in schapen en wol te verbeteren als om Eenoog sekte dwars te zitten; 3. De vluchtelingen werk te geven door ze hout te laten kappen in Old Wive’s Forest.
Claude stuurt instructies na dat er ook weer nieuw bos moet worden aangelegd na de kap en hij wil mensen leren hoe ze papier kunnen maken van houtpulp en perkament van dierenhuiden.
Deze morgen vertrekken we om onze magische paarden op te gaan halen. Het is xbe dag reizen. Florence en Sandra gaan mee. Risha is incognito, Adrarn en hij gaan mee als leerlingen van generaal Chang. We reizen langs de bosrand. Er staat een stevige wind en de bomen zijn al kaal aan het worden. Onderweg zien we mensen hun akkertjes ploegen en winterklaar maken. Chang wil onderweg de wachttorens inspecteren. Bij de eerste zien we één man bovenin op de uitkijkstaan, twee anderen zitten in de ochtendzon te kaarten. Chang stelt zich voor en laat zijn aanstellingsbrief met et koninklijk zegel zien. Ze tonen respect. Bij de inspectie zijn geen tekens van Eenoog te zien. Het is binnen niet opgeruimd, maar de voorraden zijn op peil. De mannen hebben goed te eten en de wapens zijn in orde. Van bovenin de toren kun je de besneeuwde bergrug in het woud zien. Er hangt een grauwsluier waar we de nederzetting van Eenoog verwachten. Het lijkt wel alsof de kleuren van het woud daar wat minder helder zijn.
We trekken vijf minuten per toren uit, zodat we amper vertraging oplopen. Alle soldaten zijn soulfielders, geen shintasta of eenog-volgelingen. Adrarn heeft het koud, Hij komt vanuit de tropen en is deze temperaturen niet gewend. Naarmate we dichterbij komen zien we dat de kleuren inderdaad fletser zijn bij de nederzetting.
Na vijf uur komen we bij het oude bospad naar het Eenoog dorp. Daar zijn mensen heel ordelijk hout aan het hakken. Ze dragen de kleding van eenoogaanhangers. Er heerst een relaxte discipline. Wonderlijk genoeg zijn ze alle kleur kwijt, alles is in grijstinten. Niet alleen hun kleding, maar ook hun huid en haar en zelfs hun ogen. Risha vraagt de opzichter of dat niet lastig is, alles in het grijs. De man weet niet waar Risha het over heeft. “En wie zijn jullie?” “Wij zij pelgrims.” Hij wordt meteen vriendelijk: “Leuk, we kunnen altijd nieuwe krachten gebruiken.” We praten nog wat en komen er achter dat ze blij zijn met de nieuwe koning. Die heeft de cultus gelegaliseerd.
We gaan verder. Overal zijn groepjes aan he werk. Er liggen houtstapels, er zijn allemaal extra paadjes het bos en we zien veel wagensporen. Onderweg leggen we aan Adrarn uit over de Wyld die hier vroeger was. Risha laat zijn kattenogen zien.
Laat in de middag arriveren we bij Hunter’s Lodge. Het ziet er hier netjes en bedrijvig uit. De waard herkent ons nog. Er zijn nog een paar kamers vrij die we kunnen huren. De rest is ingenomen door een rijke delegatie van Eenoog. Ze wachten met het serveren van de maaltijd tot die terug zijn van hun jachtpartij. Wanneer die binnekomen valt meteen op dat de delegatie ook alle kleur kwijt is, behalve hun tulbanden. Die hebben nog wèl kleur! Adrarn ziet overigens dat het geen echte gewikkelde tulbanden zijn zoals hij draagt, maar eerder een soort hoeden in de vorm van een tulband.
Chang vraagt de waard naar de Wyld. “Ja dat waren slechte tijden. Maar nu heeft de Wyld zich teruggetrokken. Er is alleen nog een heuvelrug halverwege Archet. Als we zeggen naar Sorceror’s Well te willen, dan adviseert hij ons om een lijfwacht van Eenoog meet te nemen. Die bewaken de open plek, want daar zit de duivel, en ze heffen een kleine tol. Risha vraagt of gaat om het spook van Nehal. De waard kent de oude verhalen maar zegt: “Nee, zij hebben het over ‘de duivel’.”
We vragen naar de grijze jagers. De waard maakt zich er maar niet meer druk over. Het lijkt er op alsof zij wèl kleur zien bij elkaar. En grijs hout brandt net zo goed als bruin hout. De vlammen hebben wel kleur. De buit die ze bij zich hebben heeft wel nog kleur. Alleen rondom de wond waar de dieren door een pijl geraakt zij, zit een grijze plek. We bereiden de herbergier vast voor op de komst van hoge gasten.
Claude doet alsof hij dronken is om de jagers te provoceren. Hij roept om schapenballen en een fles jenever. Het personeel voert hem discreet mee naar buiten. Hij mag zichzelf bedienen. De waard komt bij Chang klagen over het wangedrag, maar die kan er ook niets aan doen. Na het eten gaat Chang Adrarn en Risha trainen in martial arts. Het is 2? boven 0 en ze moeten zware oefeningen doen met twee emmers water. De jongens hebben vooral veel moeite met de tweede oefening en ze zullen de volgende dag behoorlijke spierpijn hebben. Als Claude terugkomt, trekken de twee dames zich terug op hun kamer. Hij wordt verder door iedereen genegeerd. On één uur ’s nachts knielen alle elite eenogen neer voor een gregoriaans gezang en daarna feesten ze nog een uurtje verder.

4-vi-R1
De volgende ochtend worden de martial arts oefeningen in alle vroegte voortgezet. Ze zien herders langskomen met een kudde schapen. Die blijken langs Sorceror’s Well te zijn gekomen. De weg is weer open en zij zijn niet bang voor de duivel. Ze doen niet aan bijgeloof. Ze vertellen dat er een permanente bewaking is van vier van die eenogers en die vragen 1 zilver als tol. De schapen gaan naar Soul. Dat is zo afgesproken met de heren van het bos. Die regelen een vaste prijs voor ze, dat is wel zo makkelijk. Dit is de tweede levering al. De handel is dus al op gang gekomen en Risha baalt er van dat Eenoog hem voor is. Hij bedenkt zich dat hij belasting over die tol en over de schapenverkoop moet gaan heffen. Niet te veel.
De herders zijn tevreden met de status quo, zolang de shintasta maar binnen de grenzen van hun reservaat blijven. Voor de revolutie graasden hun kuddes alles kaal. Daar is nu gelukkig paal en perk aan gesteld. Risha vraagt naar de oude priesters. “De Derwit? Die schijnen nog te bestaan,” maar de herders weten er niet veel meer over te vertellen. Chang vraagt naar de Melukhans. Ze lachen: “Aardige lui. We hebben er geen last van. Ze zijn een beetje ‘leeg’ in hun hoofd.”
Adrarn raakt na het trainen in gesprek met de eenoog elite. Hij spreekt ze aan over hun tulbanden. Dat valt goed bij ze. “Mensen die van tulbanden houden zijn altijd welkom, Kom eens langs. x85”
Ze wisselen tips uit over verschillende manieren van wikkelen (Qartiaans) en vastspelden (Eenoog) van de complexe hoofddrachten.
Bij het ontbijt doet Claude moeilijk over eieren en jenever. Daarna gaan we weer op reis. Als we het bos in gaan komt de kleur snel weer terug. Het is een sprookjes-oerbos met dikke moskussens, vreemde paddestoelen en witte konijnen. Dit is de Wyrd, niet de Wyld meer een soort voorstadium. Chang stelt voor om de paarden los te laten. We halen de zadels er af en gaan zonder de dieren verder. Sandra en Florence amuseren zich wel met de buitenlandse ideeën van Adrarn.
Dan verschijnen er borden in het bos. ‘Tot hier en niet verder’ ‘Keer terug’ en ‘Privé eigendom!’ We trekken er ons niets van aan, tot we bij een enorme voetafdruk met zes tenen komen. De takken van de bomen zijn gestript tot 10 meter hoogte. Adrarn vindt vreemde openingen tussen de boomwortels. We laten het aan Sandra over om sporen te zoeken. Die maakt zich zorgen over de voetsporen.
In de verte horen we een diepe, luide vrouwenstem een vrolijk liedje zingen. Behoedzaam gaan we er op af. We vinden een grot et een groot kampvuur er voor. Daar zit een reuzin met drie hoofden. Ze draait aan een spit met een groot beest met acht poten. Ze is een nachtmerrie aan het braden!
We verbergen ons in de bosrand en Claude sluipt de grot binnen.
We horen allemaal vallen afgaan. Dan rennen er allemaal nachtmerries, eenhoorns en pegasi naar buiten. Het groene paard zit er niet tussen. Driehoofd rent achter een van de nachtmerries aan. Sandra en Florence beginnen te zingen. De paarden komen naar hun toe behalve de ene die inmiddels door de reuzin is gevangen. Claude rent naar buiten en gooit dolken naar de reuzin (Cascade of Cutting Terror) waar ze geraakt wordt, komt groen bloed uit haar been. Hij slaat er een hoofd af en Risha hakt op haar linkerarm (een heftige combi van charms). Ze strompelt door in shock en terror. Risha geeft haar de genadeslag. Chang doet hetzelfde bij de kapotgeknepen nachtmerrie.
De reuzin valt uiteen in blubber en er groeit een heel mooie bloem uit. Adrarn probeert de paarden te mennen. Met hulp van de twee meiden lukt dat wel. Ze gaan zingend de paarden zadelen. Zo verzamelen ze twee pegasi, drie nachtmerries en een eenhoorn. Die aantallen kloppen niet. Dit zijn niet onze eigen paarden. Wel vinden we overal botten van paarden, dus die heeft ze blijkbaar al opgegeten. Risha is heel verdrietig, want zijn groene paard is dood. Dit hier is een ontstaansgrot en de reuzin gebruikte onze paarden om er steeds weer nieuwe mee op te roepen.
Risha neemt drie verschillende dieren en verzamelt met hun hulp de nodige kruiden. Het zijn er in dit bos andere dan de vorige keer. Maar het ritueel lukt! De nieuwe groene hengst neemt de leiding van de kudde over. Claude gaat in de grot op zoek naar schatten. Maar de reuzin had geen goud. Dan snijdt hij de ballen af van een pegasus hengst die in een val was gelopen.
Chang bekijkt de bloem. Die groeit in hoog tempo tot inde hemel, net als in het verhaal van Jack and the Beanstalk. Na een kwartier verandert de bonenstaak van onderen naar boven in licht. Chang grijpt de steel vast en klimt snel naar boven. Adrarn ziet hem de hoogte in verdwijnen, richting het zonlicht. Chang hoort van boven een schel, driestemmig gezang. He is wel mooi. Op 150 meter hoogte voelt hij de zwaartekracht niet meer. Hij is in het zonlicht en staat op een soort vloer naast een enorme tafelpoot. Hij ziet hoe de driehoofdige reuzin zich blij herenigt met haar familie. Dan gaat hij op exploratie. De stenen van het gebouw zijn belachelijk groot. Hij kan gemakkelijk onder de deur door en komt in een grazige vlakte, voor hem een jungle met vier enorme wollige benen. Er staat een reusachtig schaap in de wei. Daar zijn er nog meer van. Hij gaat weer naar binnen en vindt daar een enorm grote slaapzaal.
Als hij hoort wat er gebeurd is, klimt Risha op een pegasus en vliegt omhoog. Maar er is alleen maar lucht. Hij vindt geen kasteel maar heeft wel een fantastisch uitzicht over de landerijen van Soul.
Claude wil de ballen gaandrogen om ze daarna op te eten. Dat gaat een paar maanden duren, dan krijgen zijn ballen vleugeltjes.
Adrarn probeert ook met een pegasus te oefenen.
Intussen gaat Chang door met verkennen. Hij vindt naast de slaapzaal een keuken met een haardplaats en daarnaast enorme houtblokken, knollen en hompen vlees. Het zonlicht in de herenigde reuzen versterkt elkaar en geeft een gloed. Chang voelt het in zichzelf resoneren. Maar zijn zon is oneindig veel intelligenter. Hij activeert zijn valor. Daardoor krijgt hij een visioen. Hij ziet uit zijn eigen verre verleden een witte stad die ontploft en onder de golven verdwijnt. Het vergaan van de oude aeon en de stad waar wij gewoond hebben. De baai van Soul met de buitenring van eilanden, onze stad was vlak daarvóór en is daar verzonken. Ook voelt hij dat onze lunar counterparts niet ver zijn. De stad is een soort anker voor onze exaltaties.
Dn valt hij door de lucht omlaag van 150 meter hoogte. Recht achter Risha langs, die ziet hem helemaal niet. Chang gebruikt de charm Spirit Strengthens the Skin. KABLAM! Met een enorme klap stort hij neer. Hij negeert de schade, maar geeft fel licht.

Het is 4 uur ’s middags op dag 4 van de zesde maand van Risha’s regering

The RoSE – sessie 24

The RoSE sessie 24 – 11 oktober 2012

De dragon king priester is de tempel binnengegaan. Solars zijn weliswaar nog steeds in ongenade bij Sol, maar de tempel blijkt nu wel open te zijn en we mogen naar binnen. Het is heel rijk en protserig ingericht. Het merendeel van de afbeeldingen toont heldendaden van de solars in de strijd tegen de primordials. Er staat één beeld van Sol Invictus. We bekijken de schrijnen van de gevallen goden. Die hebben allemaal drakengedaantes. Twee schrijnen zijn in duisternis gehuld, die van Five Days Darkness, een broer van Sol, en die van Nox, de zesde Maiden. Die van Fife Days darkness is echt een tombe. Bij het licht van het kasteteken van een Night caste (Sarina) zien we een kristallen sarcofaag met daarin het perfect bewaarde lichaam van een jonge man met witte vleugels. Hij lijkt eerder in stasis dan dood.

We horen iemand roepen: “Sarina, Sarina!” We gaan naar buiten. Het blijkt Kes te zijn, één van de siderials. Hij heeft een boodschap van Arvia, de stadsgodin van Nexus. Problemen met misdaadsyndicaten.
Ghurkan en Sango willen wel mee. Little Shu is aan het oefenen met vliegen en Atis wordt getroost door zijn lunar mate. Kes opent voor ons een poort naar Yu Shan. We zoeken daar de gate die naar Nexus leidt (gate 41) en zijn binnen de kortste keren in de graftombe van Fred. Daarvandaan komen we in de gangen onder Nexus, vlak bij de verblijven van Arvia. Dus we gaan gelijk langs.
Ze vertelt dat er nog steeds al maanden kinderen geroofd worden. We hebben dit destijds herleid naar een demonencultus in Lookshy, maar de demon zelf is toen ontsnapt. De zoon van solar bendeleider Ophidius Ses is ook verdwenen. Die is nu de misdaadsyndicaten aan het verenigen en hij gelooft niet dat er een demonencultus achter zit. Sarina kent de naam. Het was een slang-mens en hij is nu erg meedogenloos.
Daarnaast rommelt het in het Gilde. Ze zijn geen betrouwbare handelspartner meer. Ook heeft Nexus er last van dat Lookshy belegerd wordt. Veel troepen zitten daar vast. Intussen wordt er gevochten in de straten van Nexus. Omdat de Emissary weg is, wordt daar onvoldoende aan gedaan. De bevolking is erg ontevreden.
Ophidius heeft de controlekamer van de dam in de Gele Rivier overgenomen. Hij dreigt de stroom te stoppen tenzij zijn eisen worden ingewilligd. Maar één van de eisen is dat hij zijn zoon terugkrijgt.
Arvia weet ook te vertellen dat ooit, na het verdwijnen van de keizerin, maar voor dat wij op het toineel verschenen, iemand een 3e cirkel demon had opgeroepen. Deze heette Jacinth en was zó heftig dat de Emissary daar zelf op afgegaan is. Dat leidde tot een grote slag in de hemel boven de Nexus, met veel bliksems en wolken. Daardoor was niet te zien wat er precies gebeurde. Eén getuige heeft gezien dat de Emissary zijn zilveren masker afzette. Toen jacinth zijn gezicht zaag, is hij teruggegaan naar malpheas. Het kan zijn dat de Emissary nu gecompromitteerd is omdat de demonen nu weten wie hij is. Dit was zo’n drie jaar geleden.
We vertellen SArvia kort dat er overal demonische infestaties zijn en dat de keizerin er mee te maken heeft. Sarina vraagt waar de cultus van jacinh destijds zat. Dat was de Castle of Skulls, een begraafplaats.

We gaan naar de Castle of Skulls. Het is afgesloten met een hek met een groot hangslot. Sarina lopent het met gemak. Binnen in het mausoleum is graffiti van de demonenaanbidders. Er ligt ook een deels verbrand boek. Sango kijkt: het is een luxe uitgaven van de Absissic Workings. Alleen de pagina’s helemaal voorin en helemaal achterin zijn nog leesbaar. Sango steekt het bij zich.
Het ziet er hier tè amateuristisch uit om een 3e cirkel demon op te roepen. Er zijn geen geheime gangen te vinden. We lezen de graffiti. Jacinth, de 18e ziel van Adorjan, hij die staat op de toren, de spreker van bruggen. Er is ook een afbeelding van een man met zijn hand omhoog, met op de handpalm een man met zijn hand omhoog, met op de handpalm een man met zijn hand omhoog, enzovoorts. We kijken naar het torentje van het mausoleum. Er staat een deels afgebrokkeld beeld van een man met zijn hand omhoog. Het lijkt er op dat ooit een gewone sterveling per ongeluk de ideale configuratie voor Jacinth heeft geschapen, waardoor die zich spontaan kon manifesteren. Pas daarna is de cultus ontstaan.

Sango stelt voor om eerst bij opa langs te gaan. Misschien heeft hij ook informatie, of zijn vrienden bij de stadswacht.
Op straat is iedereen gewapend en niemand loopt alleen. Veel kroegjes hebben muziek. Door de gezelligheid binnen, worden de straten eigenlijk nog onguurder.
Opa is blij ons te zien. Hij vertelt dat de zaken goed lopen. Iedereen wil wel leren vechten. Vooral de capoueira (zwaarddans) is heel populair. Hij heeft veel aan Sid (de tijger lunar), dat is zijn rechterhand. Zelf is hij druk bezig om de Four Virtues stijl onder de knie te krijgen.
De verdwijnende kinderen dat is ook heel erg. Er zit geen enkel patroon is, het gebeurt steeds anders. Het kan overal gebeuren.
Sid vertelt dat Ophidius anathema is, maar geen Death Knight of Lunar. Hij is heel charmant en hoeft nooit zoveel essence te gebruiken dat zijn kasteteken oplicht. Ghurkan mompelt: “Eclipse caste.” We vertellen Sid over de Deliberative en vertellen over de lunars die we ontmoet hebben en hij vertelt wat hij van de Elders weet: Raksi is gek en eet mensenvlees. White Owl is oud en verdwijnt af en toe jaren in de Wyld. Gerd Marroweater is minder oud, maar een echte held. Hij is een Elder vanwege zijn daden.
Op de Kabinet of Secrets hebben de de naam van één van de Entities van Nexus gelezen. Dat qas Ouranos. Opa veert op. “Dat was de naam van mijn oude leermeester! Ik ben destijds, 70 jaar terug, nog op zijn begrafenis geweest.” Waar toen de dojo was, zit nu een stoffenwinkel, die nog steeds die naam draagt. Daartussenin zaten er een krant en een fourniturenwinkel. We speculeren nog even over de naam die steeds terug lijkt te komen.

We besluiten naar de stoffenzaak te gaan. Opa en Sid gaan mee. Ondertussen passeren we een capoueragroepje. Ze herkennen opa dus het kost wat moeite om er weer weg te komen. Opa en Sid houden zich niet in. Ze laten spectaculaire bovennatuurlijke martial arts moves zien. Sidxb4s anima licht op zonder dat iemand er iets van zegt., We trekken veel bekijks, er ontstaat zelfs een verkeersopstopping. Na een half uur kunnen we weer verder.
We komen aan bij Ouranos’ Emporium en gaan naar binnen. Bij de deur is een schrijntje voor Arvia. Sango legt een muntje neer. Binnen is een mooie grote ruimte. Achter de kassa zit een meisje haar nagels te vijlen. Als ze ons ziet, kijkt ze gexefnteresseerd. Ghurkan stelt zich voor als de eigenaar van een antiquariaat, en zegt dat hij de eigenaar wil spreken. Die is gezet, draagt veel ringen en rijke gewaden, nouveau riche. Ghurkan spreekt hem aan en begint over het verslechterende zakenklimaat. Ouranos vertelt dat zijn zaak heel goed loopt, alle kroegen willen hun meubilair opnieuw laten bekleden.
De man is gelikt. Ghurkan zegt dat hij hem even alleen wil spreken. Hij stuurt het meisje om thee en opa loopt met haar mee. Sid is opeens zeeer afgeleid door stoffen met tijgermotieven en verdwijnt verder de winkel in.
Ouranos is niet zo bezorgd over de toestanden in de stad. Op zich is er een evenwicht. Sango zegt: “Wij waren een paar maanden gelden in Harbourhead, Daar bleek Cecelyne bezig een ideale hiërarchie te scheppen. Ze vertelt daarna over Adorjan en Whitewall en zegt dat dceze streek bedoeld is voor Malpheas. Hij is gexefnteresseerd en vertelt dat er zóveel evenwicht is, dat als hij een edict uitschrijft één van zijn collega’s tegelijk een ander edict schrijft wat het effect uitwist. Hij is overtuigd, maar merkt op dat er een meester-manipulator achter zit. Hij heeft stiekem een edict uitgeschreven. Als solars verschijnen onze acties niet vooraf op het Loom of Fate, dus kost het een manipulator tijd om te detecteren wat we doen en het ongedaan te maken. Dus als morgen zijn nieuwe edict werkt, praten we verder, zo niet dan is deze manipulator zó goed dat Ouranos er ook niets tegen kan beginnen.

We gaan terug naar de dojo. We willen niet feesten, maar kunnen wel lekker sparren. De volgende morgen is er een nieuw edict uitgevaardigd. Capoueira dansers mogen een gele sjerp dragen. Dat is op bepaalde feestdagen in strijd met een stads-taboe. Terug naar Ouranos. “Wel, wel. Dat was interessant. Mijn edict heeft 3xbd uur stand gehouden. Ik heb vanmiddag wel wat uit te leggen aan de andere Entities. En jullie gaan me vertellen wat ik ga zeggen.”
We zijn even van ons stuk. Da zegt Sango: “De stad is onder aanval. Een heel subtiele aanval om de stad om te vormen tot een ideale omgeving voor de jozi Malpheas.” Ghurkan geeft aan dat we ook informatie over de Emissary willen.
Ouranos vraagt ons wat we willen gaan doen. Hij heeft nog 37 minuten om een edict uit te vaardigen dat ons 3xbd uur bewegingsvrijheid geeft. Hoe ontmasker je een meester-manipulator? Hij hint: “Vind de kinderen.”
Sango vraagt of dragonblooded niet een charm kennen om mensen mee te vinden. Ja, maar tegen personen gerichte charms zijn verboden. Dan weten we wat voor edict we willen: het wordt toegestaan om charms te gebruiken om de kinderen op te sporen. Hij verwacht wel dat er hier binnenkort een nieuwe negotie gevestigd zal zijn, Ouranosxb4 Abbatoir. Ghurkan neemt het winkelmeisje over.
Het edict is al in werking als we buiten komen. We gaan naar de stadwacht en zoeken een dragonblooded. Kapitein Cesus doet de charm en leidt ons regelrecht naar de dam. In een kooi van bronzen bamboe zitten de kinderen. Ze zijn getatoeëerd met zegels van demonen. Als de dam dicht zou gaan, zouden de kinderen worden geplet en ze zouden zo een perfect offer vormen.
We brengen de zoon van Ses naar zijn vader. Die komt heel blij uit de commandocentrale. Zijn dreigement heeft gewerkt. Sarina vraagt hem wie hij op het idee gebracht heeft. Hijzelf, natuurlijk. Dat hij als solar de dam kan bedienen heeft hij ook zelf geleerd. Bij zijn exaltatie heeft de bootsman van Sol, een vrouw met een lange tong en vier armen, hem dat verteld. Sarina zegt dat die bootsman er heel anders uitziet. Ses wordt boos. Hij verdenkt Sarina er van achter de verdwijningen te zitten. Hij wil haar niet meer zien, en haar bende is niet meer welkom in de stad. Als hij ze ziet worden ze gedood. Sarina verdwijnt. Ze draagt haar dievenbende over aan Arvia als keurkorps. Ses ervaart dit als een overwinning en is tevreden.
Wij identificeren zijn ‘bootsman’ als de 3e cirkel demon Kali, een ziel van Malpheas. We lichten Arvia en de Entities in. Nu bekend is wie er achter zat, kunnen ze het verder zelf afhandelen.

5 Xp

Tanais – 35

2-vi-R1
Vermomd als wachter gaat Claude bij de administratie zoeken naar corrupte brahmanen. Hij kijkt door het sleutelgat en ziet een oud mannetje gebogen over een stapel kleitabletten. Het lijkt hem makkelijk voor de boekhouder om fraude te plegen. Daarom gaat hij naar binnen en meldt dat er graan gestolen wordt uit de stallen, of hij mee kan komen om dat te checken. De man schrikt en komt mee. De voorraadkelders blijken vrij leeg te zijn, het is een slechte oogst geweest. De man blijkt heel integer te zijn. Het inspecteren duurt heel de ochtend.
Risha gaat naar de nieuwe hoofdbrahmaan. Die vertelt dat de meest auspicieuze dag om de pestgeesten met poeder te bestuiven de 9e van deze maand is en dat ze dan op de 18e zo ver verwakt zullen zijn dat ze moeiteloos kunnen worden uitgeroeid. Risha wil de magische paarden terug naar het magische woud, daar is de brahmaan ook erg voor. En voor het verslaan van de monsters in de vrouwenverblijven van Bronwë kunnen de vrouwelijke brahmanen de verblijven ontwijden zodat wij naar binnen kunnen. De brahmaan meldt dat de gasten voor de herwijding van de heilige stad vanaf de 14e verwacht worden. We kunnen ze onderbrengen in Hunter’s Lodge. Er is nog een korte ruzie over het koningschap en heilige c.q. taboe-dagen.
Chang inspecteert de troepen. De koninklijke garde bestaat uit 16 stevige vechtersbazen. Het zijn goede soldaten, sterk, gehoorzaam en trouw. Hij laat Adrarn meedoen aan de exercitie: stokvechten, atletiek, marcheren, et cetera. Het blijkt dat gezamenlijke acties niet hun sterkste kant zijn. Chang geeft ze ook les in martial arts.
Gwan wil weten hoe het met de handel is gesteld. De boekhouder is er niet, dus hij krijgt een jonge enthousiaste brahmaan mee. Die vertelt hem dat onze handelsroute naar Shintasta-Satem moet worden hersteld in verband met de toekomstige handel overzees en met de delfstoffen uit Silver. Er blijken geen scholen te zijn in Soul, behalve die van de brahmanen. Er zijn niet eens gildes. De wegen waren aan de aandacht ontsnapt, ook de interne wegen zoals die via sorceror’s well naar de schapenlanden. Het lijkt hem een goed idee om van Sorceror’s Well ook een pelgrimsplek te maken, er zit tenslotte een doorgang naar de onderwereld en de koning heeft er een dozijn nachtmerries opgeroepen. Verder meldt hij dat de handel in handen is van de Qartianen, daar moeten we rekening mee houden. Een anderee poot van de handel is in handen van de Eénoog-aanhangers, die hun zaakjes slim voor elkaar hebben. Chantal is populair bij het volk, maar ze heeft een geduchte concurrent in de Eénoog cultus. Eventyr, het land tussen Soul en Satem, zal het prima vinden als daar een weg doorheen gaat. Ze hebben een zwakke leiding. Het land is één grote ruxefne, dus er is gespuis op de grote weg (en sprookjesfiguren). Er gaat een gerucht dat koning Risha meer banden wil met het oude geloof. Hijzelf is daar een groot voorstander van, want de mensen hier hadden vroeger eigen priesters. Die zijn uitgeroeid toe de shintasta binnenvielen. Hij stelt voor om die orde in ere te herstellen (onder de verlichte leiding van brahmanen). Een priesterkaste betaalt zichzelf terug.
Terug naar de voorraadschuur. De brahmaan telt een halve amfoor graan teveel! De brahmaan is oprecht beschaamd: “Ik zal ergens een fout gemaakt hebben.” Als Claude tegen hem uit begint te varen, vraagt hij: “Wie ben jij eigenlijk?” “Wie ik ben gaat alleen de koning aan.” Claude dwingt hem om ook de andere voorraden te inventariseren. Eén lap leer blijkt beschimmeld en de hoeveelheid alcohol klopt precies.
We lunchen zonder Claude, omdat die in de kelders bezig is. Chantal, Sandra en Florence blijken inmiddels goede vriendinnen te zijn. De laatste wtee kunnen de vrouwenvertrekken voor ons ontwijden en ze vinden het een heel goed idee om de paarden terug te halen. Dat gan we morgen gelijk doen. Chantal adviseert Risha om gewoon te doen wat de brahmanen zeggen. Ze trekken je kleren aan en zo. Zijzelf is nu van haar rituele taken af, ze is pas in het voorjaar weer nodig. Herfst en winter zijn de tijd van de koning. Dan wend ze zich naar Chang: “Zeg, jij bent zo nuchter en sober, zijn de Melukhans niks voor jou?” Dat is een priestergroepje in Shearton. De schaapherders daar willen best uitbreiden naar Eventyr.
We sturen iemand om naar de boekhouder te zoeken. De wachter komt even later terug: “Nou, er is een onbekende man bij hem die hem bars behandelt.” Chang gaat er op af en foetert Claude uit. Deze reageert: “Ik ben van de geheime politie van Risha en er is hier een ongeregeldheid.” Hij brengt het zó dat de wacht woedend wordt op de brahmaan. Men gaat er mee naar de koning. Dat leidt tot een standje voor de brahmaan èn voor de gestapofiguur. “Het probleem was met de keukens en de stallen. En nu is je cover weg. Je weet daar vast wel iemand anders voor.” Een bediende laat een schaal vallen. Claude gaat er achteraan en arresteert de man.
“Het zijn alleen spullen die gemist kunnen worden.” Hij vertelt alles aan de koning. Iedereen zit er in. Zilveren bestek is verkocht aan Bracken. Claude doet een goed woordje voor de man. Herinnert er aan hoe arm en hongerig de families van de mensen zijn. Risha oordeelt dat ze het in vijf jaar moeten terugbetalen. Een deel van de soldij zal worden ingehouden. Zijn trek is over. Wat er over is van de lunch wordt verdeeld over de soldaten.
’s Middags gaat Gwan naar de administrateur. Die zit in shock naar zijn kleitabletten te kijken. Hij roept het uit als hij Gwan ziet. “Kalm maar, ik wil geen boeken controleren. Ik wil alleen de cijfers zien. Niet alleen van Arjan’s Abode, maar van het hele land.” “Pff x85 De schatkist is aan het einde van het jaar leeg. Chantal heeft afgezien van het innen van belasting en is overgegaan op vrijwillige religieuze schenkingen. Maar dat is veel te weinig. Er zijn verder alleen keuterboertjes. De situatie is niet wanhopig, de graanoogst is mislukt maar met de kuddes gaat het goed. Er is alleen geen solidariteit voor wat betreft het slachten van de schapen en paarden. We kunnen wel dieren verhandelen. Net als wol en hout. Het is alleen een probleem om het op de bestemming te krijgen.” Gwan zegt: “We moeten met de hobbits gaan praten.” “Die zullen dat niet makkelijk doen.” Over vier dagen is de dierenmarkt in Bracken.
Claude wil bij het excercitieterrein indruk maken op de soldaten door met Fist Of Iron een steen stuk te slaan. Maar dat dot auw. Hij ronselt wat personeel voor de geheime dienst.
Risha ronselt houthakkers in Staddle.

Om 5 uur ‘s middags komt er een bode. Er is bezoek uit Vixen. Chang klopt zijn kleed uit en komt met twee soldaten, Claude als hoge beambte en Gwan naar de troonzaal. Risha is er al. De gezant is een dame die zich voorstelt als Ceilen Gransjer. Ze zegt: “Ik was al op weggestuurd voordat u ons uitnodigde. Fijn om u in levenden lijve te zien. Het was een lange reis, ik heb mij gehaast.”
Ze had een verhaal over een krachtige boot behoord. Dat klopt. De vervuilde kust, daar biedt ze excuses voor aan. “Die eilanden zijn niemandsland. Sorry voor het afval. De vervuiling hindert ons ook.” Een gezamenlijke opruimactie is een goed idee.
Chang vraagt: “Wat produceert u?” “Dat is geheim.”
Ze vindt dat wij hier trots mogen zijn en dat we de decadentie van de zuidelijke landen niet moeten nastreven. “Verdammte Qartianan!” Wij (de noordelijke liga) stellen wat voor in de wereld. Soul staat op een kruispunt. De noordelijke liga is sterk genoeg en Qartianen ondermijnen je vrijheid. Het trauma over paardrijden en wagenmenners is typisch voor Soul, de liga heeft er geen probleem mee. De koningin van Vixen wil geen Qartianen in de noordelijke liga. Maar ze is bereid om er één in Soul te tolereren. Selene is een gewaardeerd lid van de liga, de mensen daar leiden een ruig en teruggetrokken bestaan. Het ideaal van de Noordelijke Liga. Foroichel is geen deel van de Liga, dat is wel een gevoelig punt. Albion is goed volk. Het siert ze dat ze zich voor niemands karretje laten spannen. Ze zijn van niemand. Trots. Ons respect.
Risha vertelt dat hij de urnenvelden heeft gelegaliseerd. Dat verheugt haar. “Onze koningin zal in ruil voor jullie acceptatie van de oude riten de gezamenlijke schoonmaakactie steunen.”
Eerst komen de verkennende besprekingen. Dan komt er een mondelinge overeenkomst waarin Soul in aanwezigheid van getuigen belooft de erecode van de Noordelijke Liga te onderschrijven. Die staat niet op papier, een papieren manifest is wel héél zuidelijk! “Jullie zijn onze haven naar het Zuiden.”
Claude vertelt over de ontvreemde artefacten. “Zodra jullie de eed uitspreken, krijg je vanzelfsprekend je bezittingen terug. Broeders en zusters stelen niet van elkaar. En een tweede punt: géén geheime politie!”
We vragen haar uit over de overige noordelijke landen.
“In Targon en Eventyr is geen orde en gezag. Het zijn restanten van wat ze ooit waren.”
Gwan wil weten wat er gebeurt als we geen lid van de Liga worden. Dat weet ze niet.
Risha zegt: “Het gaat mij op dit moment niet lukken om de grensrivier haar oude naam terug te geven aan onze kant.” Je ziet haar denken x85
Ze zegt: “Brahmanen heb je niet nodig. Ze komen Vixen niet in.”
Risha wil weten welke goden shintasta zijn en welke oud. Dat weet ze wel. Hij noemt de heiligdommen van Bronwë op.
Ushas? “Die naam voldoet.” Sheela? “De rivier is verwant aan de maan. Zij is de belangrijkste, de maan is haar echtgenoot.” Pashupati? “Die heeft de plaats van de maan ingenomen, maar is heel anders.” Oaken? “Die was al bekend.” Mutri is volledig nieuw. Sanan is nieuw. Agnes is oud. Shagri is geheel getransformeerd. De Green Man is oud. Ganesh is nieuw. En een heleboel van de oude concepten ontbreken.

The RoSE – sessie 23

The RoSE sessie 23 – 27 september 2012

Op de eerste dag van Ascending Earth komen de lunars aan op de heilige berg. Het is nog een maand tot het volgende Deliberative.
Eye of Autumn neemt Ebon Rime mee om naar ‘zijn’ stoel te zoeken, in de hoop zo meer over hem te weten te komen. Dat lukt niet. Zijn Essence is zó veranderd dat hij net herkend wordt. Hij wéét nog wel welke stoel het was, want hij herinnert zich zijn vorige incarnatie. EoA vraagt de informatie op over de solar die hier vroeger zat. Hij heette Desus en hij stond bekend als een echte held. Hij versloeg monsters en was geliefd bij het volk. Maar privé was het een klootzak. Hij mishandelde zijn lunar mate, was akelig tegen zijn andere naasten, enzovoorts. Marina vraagt of Ebon wel weer solar wil zijn.
“Ik weet het niet. Solar charms zijn zo beperkt. Nu kan ik mijn magie improviseren en ik heb geen last meer van de Curse. Eigenlijk moet je niet kijken naar wat iemand in zijn vorige incarnatie gedaan heeft, maar in deze.”
Als Ebon weg is bespreken we wat we Leviathan vertellen, en wanneer. Hij moet het weten, maar de boodschap moet diplomatiek gebracht worden.

Marina besteedt veel tijd op de top van de berg, mediterend. Ze wil haar Essence verhogen. De plek is er erg geschikt voor.
Tawuz probeert de andere zeven condities van he contract met de jozi’s te achterhalen. Maar dat lukt niet. Het is zó geheim dat niemand het weet, zelfs de goden niet die het contract hebben opgesteld.
Er druppelen steeds meer exalts binnen. Op een gegeven moment komt regent Fokuf binnen, fit, slank en gezond en in gehavende kleren. Hij vertelt dat de keizerin zijn zomerverblijf verwoest heeft met de Sword of Creation. Hij heeft het alleen overleefd omdat hij solar is (perfect defense). Ze verweet hem dat hij het rijk niet bijeen heeft gehouden. We geven hem de oude daiklave van Quicksand Skipper, die Tawuz tot nu toe in bruikleen had.
White Owl arriveert met neef Wijsheid. Die heeft aardig wat tatoeages, maar zit nog niet helemaal vol. Er zit ook een heartstone in zijn arm (heartstone bracer tattoo) Hij vertelt dat ze op school ontdekt hebben dat hij een talent heeft voor het oproepen van demonen. Ja dxe0xe0g!
Als ‘onze’ solars aankomen gaan we bij elkaar zitten en wisselen onze kennis uit.
Er zijn dit maal maar drie siderials. Eéntje heet Kes, de tweede heet Katharu en de derde stelt zich niet voor. Ze lijken nog heel jong.
Er zijn ook drie abyssals, de afgevaardigden van de Bisschop, en er is een solar circle, de Power Rangers, vijf pubers die vooral 2nd circle demonen verslaan. Ze zijn heel blij als ze de derde siderial zien, dat is hun ‘sifu’.
Bull of the North arriveert vlak voor het deliberative met vijf jonge lunars en de elder Gerd Marrow-Eater.
De muis van de zon, Wijsheid en de Dragon King mogen als toehoorder bij de vergadering zijn, maar Sigereth en Ebon Rime worden nog even achter de hand gehouden.

Dan begint het Deliberative.
Het eerste punt op de agenda is het nieuws uit de verschillende windstreken.
Het Rijk: De terugkeer van de Keizerin was niet voorzien door de siderials. Op het hele continent begon het te onweren. De bliksemschichten waren rood. Er verscheen een torenhoge vrouwenfiguur aan de hemel. Met donderende stem zei ze: “Ik ben de Scharlaken Keizerin! Ik ben de rechtmatige heerseres over het Gezegende Eiland. Staak deze strijd en leg uw wapens neer.” Vrijwel alle legers deden dat, alleen Cathak Cainan bleef doorvechten. De keizerin hief haar hand op. Een aardbeving en een vuurstorm vaagden Cainan en zijn leger van de aardbodem weg. De keizerin dankte daarna de Immaculate Order voor hun steun aan het arme volk. Toen zei ze: “Regent Fokuf, je bent er niet in geslaagd mijn Rijk bijeen te houden.” Nog een aardbeving en een vuurstorm daalde neer op het verblijf van Fokuf. “Mnemon, mijn dochter, en Evaja, mijn achterkleindochter, ik vergeef jullie dat je de hand tegen elkaar hebt opgeheven. Jullie wilden mijn troon slechts bemachtigen om het Rijk bijeen te houden. Ik nodig jullie beiden daarom uit in de Imperial Manse om mij te helpen het Rijk her op te bouwen.” De Roos Zwart is gegaan en zij is gexefnstalleerd als minister van Reconstructie. Maar Mnemon is ondergedoken. Zij geeft nu de leiding aan een groep die zich de Rebellie der Wezen noemt. Sango merkt op dat zij daar een contact heeft.
De Scavenger lands: Het Masker van Winter heeft de Juggernaut en het grootste deel van zijn leger teruggetrokken uit Thorns. Lookshy en Nexus wilden de keizerin hiervoor hartelijk danken, maar het Rijk trekt haar ambassadeurs terug. In de stad Marita is een aanslag gepleegd waarbij de voltallige Raad van de Confederatie der Rivieren is omgekomen. Er brandt daar nog steeds een groen vuur dat niet te blussen is.
Het Westen: De Lintha piraten worden steeds brutaler. Het feesteiland Halcyon is overvallen en zo’n 80 kapiteins van Wavecrest zijn vermoord. De keizerin heeft de Rijkswatervloot naar Wavecrest gestuurd om orde op zaken te stellen. Op alle bevrijde eilandjes wordt de bevolking gerekruteerd voor de Rijksvloot. De opstand in An Teng is gelukt en de koninklijke familie wordt door de keizerin erkend. In ruil voor autonoom bestuur opent An Teng haar havens voor het Rijk. Een mid-level lunar claimt dat de An Tengers demonen aanbidden en zij leidt een opstand van de ‘serpents who walk like men’. Leviathan laat niets van zich horen.
Het Noorden: De Haslanti Liga wordt aangevallen, maar ze komen er niet achter door wie of waarom.
Het Zuiden: Er is eigenlijk niets te melden vanuit de Zuidelijke landen. De yozi cultussen zijn verslagen en de Fair Folk houden zich koest nu de keizerin weer terug is.

Punt twee de aanval van de jozixb4s.
Onze lunars vertellen over het plan van de jozixb4s om Creation te verdelen. Wijsheid vertelt dat er door de sorcerers van het Rijk vooral Hopping Puppeteers worden opgeroepen en die zijn overal druk bezig om manses om te bouwen en wegen om te leggen. De siderials beloven om in Yu Shan een vergadering te beleggen over de plannen van de jozixb4s en de rol van de keizerin daarin. Ze gaan ook de leraren van de toveracademie waarschuwen dat het oproepen van demonen geen goed idee is.

Punt drie de Great Curse.
Onze solars vertellen over de mogelijkheid om de Great Curse op te laten heffen door de Mountain Folk, mits hun Geas opgeheven wordt. Iemand vraagt waarom dat dan niet allang gedaan is. Misschien omdat het gevaarlijk is? Hun vloek komt van Autochthon. Sango merkt op dat Autochthon’s ideeën achteraf niet altijd zo goed bleken te zijn, denk maar aan de Games of Divinity! Misschien gingen zijn ontwerpen mis omdat hij ze alleen gemaakt had. Creation is door drie primordials samen gemaakt. Kes kan ons de locatie van de Clay Man leveren.

Punt vier de Balorian Crusade.
Hoe staat het met de invallen van de Fair Folk? Die zijn over. Drie klappen met het Sword of Creation hebben er een eind aan gemaakt.

Punt vijf de Green Sun Princes.
We willen Ebon Rime voorstellen aan de vergadering. De Dragon King zegt: “Nou, dxe0t zou een mooi offer zijn voor het herwijden van de tempel!” De zenith power ranger valt hem bij. Maar onze lunars willen hem alleen tonen onder het recht van Elysium – een niet-aanvals verdrag. Opeens zegt de muis van de zon, voor iedereen duidelijk hoorbaar: “Geen geweld in het Deliberative!” De aanwezigen gaan akkoord.
Marina leidt Ebon binnen, ongeboeid. Als hij zijn kasteteken aanzet kijkt men verbaasd toe. Hij mompelt een autorisatiecode; zijn stoel licht op, maar hij gaat er niet op zitten. Op een vraag van Little Shu vertelt hij hoe het allemaal zo gekomen is. Zijn exaltatie is door jozi’s dermate omgevormd dat het waarschijnlijk niet meer te herstellen is, maar die van de abyssals is alleen maar binnenstebuiten gekeerd en dat is in principe omkeerbaar. De aanwezige abyssals zijn niet verbaasd, ze bevestigen het zelfs. De Bisschop heeft het uitgezocht.
Het doodmaken van infernals is een futiele zaak. Ze exalteren opnieuw mèt al hun herinneringen. Wat volgens Ebon wel zou kunnen is het mechanisme veranderen waardoor de exaltatie bij de dood van een Green Sun Prince teruggaat naar Malpheas in plaats van naar Lytek. Maar dat is een epische queeste, daarvoor moet je de demonenwereld in. Eye of Autumn zegt: “Dat wil je niet! Wij zijn daar geweest.” Shi Mei Lan valt hem bij. Tawuz en Marina kijken verbaasd, zó erg was het nou ook weer niet.
Ebon vertelt waarom hij niet terug kan naar de hel: hij zal daar worden berecht voor het niet tegenhouden van het permanent doden van The Bone Flute. Terwijl dat nu juist het plan en de opdracht van de jozi’s was!
Marina vraagt of er iets aan de puppeteers gedaan kan worden. Rime zegt dat elke jozi en dus elke demon is beschadigd en kan daarop worden gepakt. Iedere demon is anders beschadigd, maar sommige technieten werken op allemaal. Hij noemt dit de Abscissic Workings. Wijsheid bevestigt dit, hij heeft ze geleerd op school. Hij haalt een tarot-spel uit zijn rugzak en toont de wonderlijke afbeeldingen. De Power Rangers zijn zeer gexefnteresseerd.
Sarina vraagt Ebon Rime aan welke kant hij staat. Hij is Malpheas beu en wil niet dat Creation net zo wordt. Er zijn in zijn ogen maar twee oplossingen: xf2f de jozi’s komen terug, xf2f ze worden weer gerepareerd. Dan wordt hij geëxcuseerd en verlaat hij de zaal weer.

Punt zes Kimberi.
Daarna vertellen we over de deal van Luna met Kimberi. De aanwezige lunars willen direct knokkken. Er volgt een geanimeerde discussie waarbij ook een aantal van de solars pleiten vóór samenwerken met Kimberi. Uiteindelijk blijkt tot onze verbazing iedereen er mee akkoord te gaan. Zelfs Little Shu stemt voor.
Eén van de death knights mompelt: “Als je nu ook nog iets aan de dood van de Neverborn doet, dan ben je van al het gelazer af.” Hij legt desgevraagd uit dat de grote fout van de primordials was dat ze het concept van rexefncarnatie niet op zichzelf hebben toegepast. Autochthon was de enige die het concept ‘dood’ ook maar een beetje snapte, hij is ziek.
Daarna hebben we het over Leviathan. De strijd zal hem niet boeien als Kimberi aan onze kant meevecht. Maar misschien kan hij gemotiveerd worden vanuit zijn tragische verhaal, het moeten kiezen tussen zijn solar mate en zijn solar minnares. De lunar uit An-Teng is enthousiast en neemt deze taak op zich.

Punt zeven Sluiting
Op het moment dat Ghurkan als voorzitter de vergadering wil sluiten, voelt hij een hand op zijn schouder. Een gedaante in windsels, paars oplichtend, zegt: “De reservepool is in gevaar! De drie sleutels worden bewaard door de Past Masters van Gethamane. De stad wordt belegerd door de soldaten van de keizerin. Pas op voor de Vodak. Die heeft al een keer 10.000 dragonblooded opgegeten.”
De spreker identificeert zich als de Maiden of Secrets. Atis vraagt om gereedschap en krijgt een wachtwoord. Dit is iets dat alleen door solars gedaan kan worden. Atis overtuigt de Power Rangers dat dit meer een klus voor ons is, als demonenjagers kunnen zij het beste bij het oorspronkelijke plan blijven en op Hopping Puppeteers gaan jagen. De Maiden geeft hen het vermogen om niet op te vallen, zelfs al zijn ze met warstriders tegen demonen aan het vechten.

Na de vergadering hebben we het weer over het wijden van de tempel van Sol. Het voorstel is om Ebon Rime er van te overtuigen om zichzelf te laten offeren. We komen met het idee om hem uit te laten zoeken hoe het terugkeren van een exaltatie naar malpheas voorkomen kan worden. Maar dat weet hij allang! De exaltatie komt terug als een puist bij “onze moeder” waar hij geoogst wordt door demonen die hem dan aan een mortal geven. “Onze moeder” heet Liefje, het is een extreem obese tiener, de dochter van de Ebon Dragon en de keizerin. Hij vraagt of wij haar willen genezen. Ze is zo zielig. Wat misschien wel zou werken – hij komt hier zelf mee! – is als hij zich vrijwillig laat offeren. Misschien dat Sol dan zijn exaltatie tot zich neemt.
Ebon Rime praat een tijdje met Marina. Als ze terugkomen, zegt hij dat hij het doet. Als er één manier is om terug te gaan naar Sol is dit het. En hij doet het ook omdat hij van Marina houdt. Voorwaarde is wel dat hij correct als solar begraven wordt. Hij wil zijn uitrusting in de tombe. Na wat gemopper stemmen de siderials Kes en Katharu toe.

Het offer gaat plaatsvinden. We proberen de aandacht van de muis van de zon te trekken, maar die zit teveel in de gamecube. Hij wordt zelfs boos op Ghurkan.
Ebon Rime kleedt zich uit en gaat op de offersteen liggen. Sarina geeft de Dagger of Heaven aan de dragon king. Die heft de dolk op en begint te zingen. Hij krijgt een zesarmige aura. Als het bloedende hart, nog kloppend omhoog gehouden wordt, gaat het wolkendek open, straalt de zon en zegt een stem: “IK BEN TEVREDEN”. De deuren van de tempel gaan open, binnen straalt het orichalcum.
De muis kijkt op van zijn spel. Atis zegt: “Wat ga je doen met die exaltatie?” “Daar ga ik eens hard op studeren.” “Het is wel belxe0ngrijk dat je dit doet!” “Zeg eens, ik laat me niet door jou vertellen wat ik moet doen.”
De deuren van de tempel gaan weer dicht. De priester zegt terneergeslagen: “Het is mislukt.” Iedereen kijkt boos naar Atis, vooral Marina. Ghurkan zakt op zijn knieën en bidt naar Sol. Hij zegt dat hij oprecht spijt heeft van de daden van zijn vorige incarnatie, Kal Bax. De muis luistert, maar zegt dat de solars nog niet veranderd zijn. Ze denken nog steeds dat ze iedereen kunnen commanderen.
De dragon king duwt tegen de tempeldeur en die gaat moeiteloos open. Hij loopt naar binnen.

Tanais – 34

1-vi-R1

Gwan gaat eens scryen. Hij wil weten hoe de zaken staan in Archet. Hij ziet dat het stadje zich ontwikkelt tot een pelgrimsplaats. Op de markt is een grote vraag naar beeldjes van Ushas.
Claude legt zijn oor te luisteren bij de bedienden. De mensen zijn bang dat Risha strenger zal zijn dan Chantal. Er is een levendige handel in dingen uit de stal en de keuken ‘die toch niet gebruikt worden’. Rishi wordt aardig gevonden, ‘maar het blijft een shintasta’. Er is hoop op en compromis tussen de twee volkeren.
Chang traint Adrarn met zijn uithoudingsvermogen.
Risha stelt een plan op om een haven te laten graven in het vissersdorpje Groath waar ze aan land zijn gekomen en om de kust schoon te maken.
Claude fluistert Risha in dat hij vriendelijk moet doen tegen het personeel bij de lunch. Na het middagmaal begint de raadsvergadering.
De eerste kwestie is wie er moeten worden uitgenodigd voor overleg. Risha ziet als prioriteit om een goede ministerraad samen te stellen en inventariseert de huidige stand van zaken. De meeste (teveel) ministerstaken worden momenteel door brahmanen uitgevoerd. Op dit moment zijn de gouwen semi-autonoom, dus er moet zo snel mogelijk overlegd worden met de gouwleiders.
Het tweede aandachtspunt is de verdediging. Er is nog geen generaal. De huidige structuur van het leger is dat we 250 soldaten hebben, die zijn georganiseerd in groepjes van 10 met ieder een kapitein. Er zijn vijf groepen gelegerd in Aryan’s Abode en twee in iedere stad. De rest patrouilleren over de wegen en in de steden. Voorheen bemanden ze ook de grensforten aan Chetwood Forest, maar sinds de Wyld weg is en de Eénoog cultus is gelegaliseerd staan die leeg. Bij calamiteiten kunnen de eenheden worden samengevoegd tot groepen van 100 man.
Onze informanten weten te melden dat Bracken het zwakke punt is in onze verdediging naar Vixen. Een andere ernstige zwakte is het gebrek aan vloot. Risha presenteert zijn plan en vraagt of we botenbouwers kunnen importeren uit Albion.
Chang wordt met instemming van de brahmanen benoemd tot legerleider. Dan maken we plannen om het leger te hervormen en meer soldaten te ronselen.
Shintasta nomaden zijn geduchte krijgers. Krijgslustige cowboys, maar slecht georganiseerd en arrogant naar de soulfielders. Eénoog heeft goed bewapende lieden die tot het uiterste kunnen gaan, maar ze zijn onbetrouwbaar. Een goede oplossing om die buiten de macht te houden is om de officieren en de leden van de koninklijke garde een eed van trouw te laten zweren aan de koning en te laten offeren aan de goden Oaken (oorlog), Pashupati (dood) en Murtri (contracten). Dat zijn twee dingen die de cultisten niet zouden doen. Een brahmaan stelt voor om Eénoog in het pantheon op te nemen als manifestatie van Saman (de nachtzon). Hm x85 misschien later.
In heel Soul wonen zo’n 20.000 mensen en er zijn ongeveer 3000 gevluchte kustbewoners. Om de kust schoon te krijgen hebben we een vloot nodig. Chang streeft voorlopig naar een leger van 1000 man en een vloot met 700 matrozen, plus een industrie van timmerlieden, scheepswerven et cetera. Maar waar betalen we dat van? Er zit nog maar 1000 goud in de schatkist. Risha schrikt en geeft zijn 400 goud winst van de afgelopen reis aan de verbaasde schatkistbewaarder. Claude stelt voor om de graftombes te plunderen. Maar dat ziet Risha niet zitten. Hij wil liever belasting heffen op pelgrims en handel drijven. We hebben gezien dat er in de landen in het zuiden grote vraag is naar hout. Om dat te kunnen exporteren is er een goede weg nodig naar de kust. En via het noorden kunnen we doorvoerhandel met Satem bedrijven.
We roepen de vijf kapiteins bijeen en Risha stelt Chang voor. Ze blijken wel blij te zijn dat er een visie is, maar er is ook een ‘wat zit er voor mij in’ en ze maken zich zorgen over het kosten aspect. De beste twee worden vrijgemaakt en krijgen respectievelijk de opdracht mensen te ronselen en een vloot te bouwen en om de weg naar Groath aan te leggen. De andere drie mogen de manschappen verdelen. Iedereen tevreden. Ze zweren trouw aan Risha, offeren aan de goden kan pas als Bronwë weer vrij is. 16 man blijven achter als garde van Aryan’s Abode, de rest gaat op weg. Ze krijgen een bankgarantie van Risha mee voor inkopen in Soul.
Zo komen we als vanzelf op punt drie: financiën. Gwan neemt het op zich om de houtproductie op gang te brengen en het fokken van schapen en varkens te bevorderen. Hij gaat een vergadering van de gouwhoofden bijeen roepen.
Na de vergadering gaat Claude kijken hoe de stemming is onder de brahmanen van de enclave. Hij ontdekt dat die niet zo tevreden zijn met de gang van zaken. Ze zijn niet blij dat Risha hun privileges niet herstelt.
Chang en Risha vragen aan de hoofdbrahmaan om advies over Bronwë. Voordat die daarop in gaat, wil hij eerst nog wat anders kwijt. Het gaat over Claude. Ze willen dat Risha die wegstuurt. De brahmaan raapt zijn moed bijeen: ze verdenken Claude van allerlei kwade daden. De goden zijn niet éénduidig, maar het zou kunnen dat Claude zelfs de moord op de vorige hoofdbrahmaan op zijn geweten heeft. Ook Sandra en Florence zijn helemaal niet over hem te spreken. Risha vertelt dat hij zich ook zorgen maakt over Claude’s onnatuurlijke weerzin tegen alles wat brahmaans is. Hij heeft in de bibliotheek van Alexandros een kuur gevonden voor de anti-brahmanen ziekte: eenzame opsluiting op de vlakte van Forochel tot hij het Noorderlicht ziet. “Dan gaan we daar eens over met de lunars praten.”
Intussen luistert Claude gewoon mee aan de deur, tussen twee schildwachten in die niet weten wat ze hier mee aan moeten.
Het gesprek gaat verder over Bronwë. Sandra en Florence kunnen de vrouwenverblijven ontwijden zodat wij naar binnen kunnen om de monsters te verslaan. De pestgeesten zijn gekomen door een onjuist kroningsritueel. Omdat Risha wel op een juiste manier is gekroond, komen ze niet meer terug als je ze dood slaat. Chang en Risha kunnen met hun krijgsmagie onstoffelijke geesten verwonden, maar ze kunnen ze niet zien. De brahmanen bieden aan om een poeder te maken wat je over de geesten heen kunt strooien om ze zichtbaar te maken. Als Bronwë weer veilig is, moeten we de heiligdommen opnieuw wijden, vanaf Oaken omlaag. Het deel met de tempels kan dan weer betrokken worden door de priesters, het paleis is voor Chantal en Risha en het noordelijke dorp is bedoeld voor ambachtslieden en soldaten.
Wanneer Risha over zijn persoonlijke cultus begint, verslikt de brahmaan zich. “Natuurlijk is er een god van weggelopen kinderen. Maar je verlaagt jezelf wel. U bent de voorvechter van Oaken!” Na enig gesoebat wil hij een schrijn voor de kinderen oprichten vlak buiten de poort en hij zegt toe om Risha’s eigen priester op te leiden in de cultus van Oaken.
Er worden alvast gezanten uitgezonden voor de crematieplechtigheid van de Soulfield koning. De regeringsleiders van alle soulfield naties, de gouwhoofden en burgemeesters et cetera. Die zullen er over 14 dagen aankomen.

Na de vergadering komt Claude naar Risha. Hij adviseert hem om de brahmanen te scry-en: “die zijn je liever kwijt dan rijk”. De tempel blijkt goed beschermd te zijn, dus de vergadering ziet Gwan niet. Maar bij het naar buiten komen, hebben de brahmanen het er nog steeds over. Er zijn ongewoon hevige gesprekken over Risha’s cultus, of die wel thuishoort in de heilige stad. Ze gaan het aan de goden zelf voorleggen, in conclaaf bij Saman.

The RoSE – sessie 22

Lunars

We staan voor een spiegel in het koperen bamboebos. Aan de andere kant zien we een woestijn. In het zand staat een hart getekend met aan de ene kant “ER” en aan de andere kant “M”. Er loopt een voetspoor richting horizon.
Eye of Autumn verwijt Marina naiviteit, zij wil Ebon Rhime doden. Terwijl wij praten, kleurt de hemel rood en verschijnt een enorme gestalte. Het is de Keizerin die haar teugkomst aankondigt met ‘de draak van haar aspect’ en ‘zijn vier gelijken’. We moeten gelijk denken aan de vijf jozi’s die de wereld hebben verdeeld. His herkent in haar speech zelfs de sleutelwoorden van elk van die jozi’s: stilte, hiërarchie, wet, enzovoorts. We herinneren ons ook dat er sprake was van een huwelijk. De Keizerin en de Ebbenhouten Draak? Nog een reden om achter Ebon Rhime aan te gaan. Tawuz haalt snel waterzakken en eten voor onderweg.

Na enig overleg besluiten we als vliegende dieren te gaan. Tawuz als havik, His als adelaar, Marina als slechtvalk, SML als shark-bat en EoA als raiton. De hemel is sterrenloos, egaal zwart. En toch kun je alles zien. EoA kijkt of het landschap herkenbaar is. Ja, we zitten in het centrum van een soort krater. De sporen lopen recht van de spiegel af.
We vliegen een grote afstand. Na zo’n acht uur is het landschap subtiel veranderd. We vliegen tussen mesa’s door, er is een soort kloof. We beginnen erg moe te worden. In de verte zien we een kampvuurtje. Marina’s dier is het kleinste, dus die gaat verkennen. Er zit een jongeman met een klein kistje op schoot. Hij staart in het vuur. Het is niet ER, deze man is kaal. De voetsporen pauzeren even, maar gaan dan verder. We zijn nieuwsgierig maar ook onzeker. Maar ja, we zijn moe en misschien kan hij ons wat vertellen. His neemt zijn edelman-gestale aan, met het groene oog op zijn voorhoofd. EoA gaat mee als sprinkhaan in zijn zak.
Zodra His aankomt, opent de man het kistje. Er komt een stem uit: “Welkom reiziger! Wilt u een spel spelen?”
“Nee dank je wel.”
“Wat wilt u winnen?”
“Ik wil niet spelen, ik wil de man die eerder langskwam.”
“U wilt Ebon Rhime winnen. Wat zet u in?”
“Uhm x85 ik wil niet spelen.”
“Dat is jammer.”
“Maar wie bent u eigenlijk?”
“Ik ben Sigereth, de speler van spellen. Alle spellen. Als u wilt, kan ik u ook adviseren als u een spel speelt, een oorlog, een veroveringx85 Ik speel liever zelf, maar ik kijk ook graag toe.”
“Heeft Ebon Rhime een spel gespeeld?”
“Jammer genoeg, nee.”
Marina landt, neemt haar mensvorm aan en vraagt of hij hier al lang zit.
“Ik zit hier, nu.”
His vraagt: “Behoort u toe aan een jozi?”
“Wat een domme vraag.”
“OK. Tot welke jozi behoort u?”
“Waarom?”
“Ik wil weten met wie ik te maken heb.”
“Ik ben de definiërende ziel van That which wears down the Mountains, een deel van de achtste ziel van Kimberi.”
Marina herinnert zich dat Kimberi ook bekend staat als The Sea that marched against the Flame. En EoA herinnert zich dat Leviathan destijds zei dat hij alleen mee zou strijden als Kimberi er bij betrokken was.
His wil even overleggenen trekt zich terug. SML en Tawuz voegen zich er bij. Ze willen Ebon Rhime ruilen voor onze kennis van de plannen van de Ebon Dragon.
“Een grote inzet, daar staat wel wat groots tegenover.”
“Ebon Rhime. Hier, levend, gevangen, zodat we hem mee kunnen nemen.”
“Dat laatste kan ik jullie niet geven, daar heb je de Rechter voor nodig.”
“Wie is dat?”
“De rechter is een priester van Cecelyne.”
“En wat zou hem in ons voordeel kunnen doen beslissen?”
“Er is met de priesters te praten. Hij zal er zeker bij zijn. Misschien komt de Standaarddrager zelf wel, de hogepriester.”
“En vrije aftocht?”
“U kunt nu vertrekken.”
“Kunnen we hem ook zonder ketenen krijgen?”
“Nee, en als je nu naar hem toegaat zul je hem ook in ketenen vinden. Als je aankomt wordt hij net berecht.”
“Waarom wordt hij berecht?”
“Omdat hij niet voorkomen heeft dat een 2e cirkel demon werd vernietigd.”
“Dan zitten wij ook in de problemen. Dan zijn wij ook misdadigers.”
“O, waren jullie dat? Nee hoor. Dat zit anders.”
Tawuz merkt op: “Wij zijn hier geen onderdanen. Kun jij zijn geheugen wissen?”
“Ja hoor, dat is een prima inzet: zijn kennis tegen die van jullie.”
Tawuz: “Dan gaat de deal niet door. Wij willen die kennis niet kwijt.”

De jongen verandert van vorm. Hij ziet er opeens veel wilder uit. Een struise vrouwelijke vorm met hoorns, een valkyre in een groen bronzen harnas. “Ik ga over oorlog. Ik wil informatie uitwisselen. Jullie weten van de Reclamatie. Weten jullie ook wat het doel van de Reclamatie is?”
Tawuz: “Ze hebben Creatie verdeeld.”
“Ja en wij mogen niet meedoen. Vertel mij waar de uitgang is en ik kan er voor zorgen dat ik de enige ben die er door komt. Ik wil het Westen.”
We kijken ongelovig. Ze legt uit dat Kimberi Creatie niet slecht genegen is. “Maar misschien dat jullie dat als lunars niet kunnen regelen. Ik neem genoegen met een audiëntie in Yu Shan.”
We discussiëren en vinden het riskant. Maar, zoals ze zegt, we krijgen er de grootste generaal ooit voor terug. Ze wil ons Sigereth meegeven.
Marina herinnert ons er aan dat ze nog drie wensen van Luna tegoed heeft. Eéntje kan worden gebruikt voor een audiëntie. Na veel heen en weer gepraat besluiten we er op in te gaan. De demon verandert weer terug en als we het sprekende doosje aanpakken, valt het kale jongetje levenloos neer.

Dan gaan we snel achter Ebon Rhime aan, omdat een deel van de afspraak was dat ER onderweg ‘opgehouden’ zou worden. Vijf minuten erderop ligt een enorme omgevallen pilaar. We trekken de rotsblokken weg (fijn dat Eye zich in een yeddim kan veranderen) en daaronder ligt hij bewusteloos. Marina en SML willen hem genezen, maar in de verte komt er een draagstoel aan. Uit de draagstoel straalt blauw licht. We besluiten snel weg te gaan. Zij haasten zich niet. Ze denken dat we vijf dagen onderweg zullen zijn, maar wij zijn niet in Malfeas geweest en reizen gewoon terug naar ons ingangspunt in dezelfde tijd als we hierheen gereisd hebben: acht uur en vijf minuten. Zodra we uit zicht zijn, doet SML alsnog de Flesh Sculpting Art. Ze geneest zijn ribbenkast maar houdt hem wel buiten westen.
We blijven de draagkoets voor, maar zijn intussen wel erg moe. Toch halen we het. Tawuz op pure wilskracht. Aan de andere kant van de spiegel staat exact zo’n jongetje klaar om het kistje weer aan te nemen.

Het is twee dagen later. We zijn doodop en gaan slapen. His en EoA houden de wacht. We besluiten dat ER bewusteloos moet blijven en we willen niet dat hij van de deal met Kimberi afweet.

De volgende nacht wenst Marina een audiëntie met Luna voor ‘deze jongen hier’. De maan schijnt op ons. In haar lichtbundels daalt een Kali-achtige figuur af, de gedaante van de Bloody Huntress.
Marina zegt: “Sigereth wil een audiëntie bij Luna.”
Luna zegt: “Sigereth wil een audiëntie bij Luna. Kom maar op.”
Sigereth verandert in de oorlogsdemon en zegt: “Dat was niet de wens,” we horen het klotsen van de zee en ze vervolgt: “Kimberi wenst een audiëntie bij Luna.”
“Je krijgt vijf minuten.”
Kimberi manifesteeert zich en zegt dat ze haar generaals aanbiedt en haar kennis van de Reclamatie. Op termijn wil ze terug naar Creatie en gerepareerd worden.
Luna zegt: “Interessant aanbod. Het zal er om spannen,” maar dan verandert ze in een bloemenmeisje dat woedend uitroept: “Geen sprake van. Ik doe geen zaken met de verslagenen!”
Shi Mei Lan suggereert dat de Walker On The Crossroads er wellicht anders over denkt. Luna verandert weer van vorm. Nu een nog gruwelijkere dan we ooit gezien hebben: “De generaal mag meevechten. Kimberi zal beoordeeld worden op haar daden.” Daarmee is het rond.

We discussiëren over wat we met ER doen en wat we hem vertellen. EoA em His willen zo min mogelijk vertellen en toegeven. Eye wil de liefde er buiten houden, maar Tawuz zegt dat liefde juist is wat maakt dat wij zullen winnen. SML en His vallen hem bij.
ER komt bij. Als we hem vertellen dat we voorkomen hebben dat hij zou worden berecht, is hij verontwaardigd. Hij is een Green Sun Prince! En het laten verslaan van The Bone Flute was juist zijn opdracht, om het verdrag te schenden. Het verdrag was dat de zielen van de jozixb4s opgeroepen mogen worden door Exalts, maar die mogen ze niet definitief vernietigen. Wij hebben naar wens gepresteerd. Dan realiseert ER zich dat de opdracht van Adorjan kwam en de Rechter is een priester van Cecelyne, dus de jozixb4s werkten blijkbaar niet samen.

“Weet jij nog meer geheime opdrachten?”
“Het Sword of Creation zal worden gebruikt om Creatie te vernietigen. Als ze sterk genoeg is, zal de keizerin met de Defense Grid creatie aanvallen In die vernietiging zullen demonen floreren. En dat wordt het begin van de aanval.
Het meest verwonderlijke is dat de keizerin het Defense Grid xfcberhaupt kan bedienen. We speculeren. Misschien is ze stiekem een solar? Nee, voor het huwelijk was het juist belangrijk dat ze dragonblooded is, een kind van de primordial dragons.

Intussen zetten we met het luchtschip koers naar het Deliberative. De reis zal ongeveer vier weken duren. Onderweg zien we dat de kleur bruin niet meer in de regenboog voorkomt. We willen uitzoeken wat de andere zeven clausules zijn van het contract dat de jozi’s bindt.
Overigens ziet ER Sigereth steeds niet, die kan drie stappen vooruit plannen en is nooit in dezelfde ruimte als hij. Als we Sigereth van het plan met de Defense Grid vertellen, reageert ze verrast. Die is pas na de Primordial War gebouwd. Daarvóór hadden ze Sol om de Wyld buiten Creation te houden.