Tanais – 36

3-vi-R1
Het begint winter te worden.
Gwan heeft een briefje achtergelaten: hij is op handelsreis (de speler van dit personage speelt nu Adrarn). Zijn doelen zijn: 1. Paarden weer populair te maken; 2. De weg naar Shearton vrijmaken, zowel om de handel in schapen en wol te verbeteren als om Eenoog sekte dwars te zitten; 3. De vluchtelingen werk te geven door ze hout te laten kappen in Old Wive’s Forest.
Claude stuurt instructies na dat er ook weer nieuw bos moet worden aangelegd na de kap en hij wil mensen leren hoe ze papier kunnen maken van houtpulp en perkament van dierenhuiden.
Deze morgen vertrekken we om onze magische paarden op te gaan halen. Het is xbe dag reizen. Florence en Sandra gaan mee. Risha is incognito, Adrarn en hij gaan mee als leerlingen van generaal Chang. We reizen langs de bosrand. Er staat een stevige wind en de bomen zijn al kaal aan het worden. Onderweg zien we mensen hun akkertjes ploegen en winterklaar maken. Chang wil onderweg de wachttorens inspecteren. Bij de eerste zien we één man bovenin op de uitkijkstaan, twee anderen zitten in de ochtendzon te kaarten. Chang stelt zich voor en laat zijn aanstellingsbrief met et koninklijk zegel zien. Ze tonen respect. Bij de inspectie zijn geen tekens van Eenoog te zien. Het is binnen niet opgeruimd, maar de voorraden zijn op peil. De mannen hebben goed te eten en de wapens zijn in orde. Van bovenin de toren kun je de besneeuwde bergrug in het woud zien. Er hangt een grauwsluier waar we de nederzetting van Eenoog verwachten. Het lijkt wel alsof de kleuren van het woud daar wat minder helder zijn.
We trekken vijf minuten per toren uit, zodat we amper vertraging oplopen. Alle soldaten zijn soulfielders, geen shintasta of eenog-volgelingen. Adrarn heeft het koud, Hij komt vanuit de tropen en is deze temperaturen niet gewend. Naarmate we dichterbij komen zien we dat de kleuren inderdaad fletser zijn bij de nederzetting.
Na vijf uur komen we bij het oude bospad naar het Eenoog dorp. Daar zijn mensen heel ordelijk hout aan het hakken. Ze dragen de kleding van eenoogaanhangers. Er heerst een relaxte discipline. Wonderlijk genoeg zijn ze alle kleur kwijt, alles is in grijstinten. Niet alleen hun kleding, maar ook hun huid en haar en zelfs hun ogen. Risha vraagt de opzichter of dat niet lastig is, alles in het grijs. De man weet niet waar Risha het over heeft. “En wie zijn jullie?” “Wij zij pelgrims.” Hij wordt meteen vriendelijk: “Leuk, we kunnen altijd nieuwe krachten gebruiken.” We praten nog wat en komen er achter dat ze blij zijn met de nieuwe koning. Die heeft de cultus gelegaliseerd.
We gaan verder. Overal zijn groepjes aan he werk. Er liggen houtstapels, er zijn allemaal extra paadjes het bos en we zien veel wagensporen. Onderweg leggen we aan Adrarn uit over de Wyld die hier vroeger was. Risha laat zijn kattenogen zien.
Laat in de middag arriveren we bij Hunter’s Lodge. Het ziet er hier netjes en bedrijvig uit. De waard herkent ons nog. Er zijn nog een paar kamers vrij die we kunnen huren. De rest is ingenomen door een rijke delegatie van Eenoog. Ze wachten met het serveren van de maaltijd tot die terug zijn van hun jachtpartij. Wanneer die binnekomen valt meteen op dat de delegatie ook alle kleur kwijt is, behalve hun tulbanden. Die hebben nog wèl kleur! Adrarn ziet overigens dat het geen echte gewikkelde tulbanden zijn zoals hij draagt, maar eerder een soort hoeden in de vorm van een tulband.
Chang vraagt de waard naar de Wyld. “Ja dat waren slechte tijden. Maar nu heeft de Wyld zich teruggetrokken. Er is alleen nog een heuvelrug halverwege Archet. Als we zeggen naar Sorceror’s Well te willen, dan adviseert hij ons om een lijfwacht van Eenoog meet te nemen. Die bewaken de open plek, want daar zit de duivel, en ze heffen een kleine tol. Risha vraagt of gaat om het spook van Nehal. De waard kent de oude verhalen maar zegt: “Nee, zij hebben het over ‘de duivel’.”
We vragen naar de grijze jagers. De waard maakt zich er maar niet meer druk over. Het lijkt er op alsof zij wèl kleur zien bij elkaar. En grijs hout brandt net zo goed als bruin hout. De vlammen hebben wel kleur. De buit die ze bij zich hebben heeft wel nog kleur. Alleen rondom de wond waar de dieren door een pijl geraakt zij, zit een grijze plek. We bereiden de herbergier vast voor op de komst van hoge gasten.
Claude doet alsof hij dronken is om de jagers te provoceren. Hij roept om schapenballen en een fles jenever. Het personeel voert hem discreet mee naar buiten. Hij mag zichzelf bedienen. De waard komt bij Chang klagen over het wangedrag, maar die kan er ook niets aan doen. Na het eten gaat Chang Adrarn en Risha trainen in martial arts. Het is 2? boven 0 en ze moeten zware oefeningen doen met twee emmers water. De jongens hebben vooral veel moeite met de tweede oefening en ze zullen de volgende dag behoorlijke spierpijn hebben. Als Claude terugkomt, trekken de twee dames zich terug op hun kamer. Hij wordt verder door iedereen genegeerd. On één uur ’s nachts knielen alle elite eenogen neer voor een gregoriaans gezang en daarna feesten ze nog een uurtje verder.

4-vi-R1
De volgende ochtend worden de martial arts oefeningen in alle vroegte voortgezet. Ze zien herders langskomen met een kudde schapen. Die blijken langs Sorceror’s Well te zijn gekomen. De weg is weer open en zij zijn niet bang voor de duivel. Ze doen niet aan bijgeloof. Ze vertellen dat er een permanente bewaking is van vier van die eenogers en die vragen 1 zilver als tol. De schapen gaan naar Soul. Dat is zo afgesproken met de heren van het bos. Die regelen een vaste prijs voor ze, dat is wel zo makkelijk. Dit is de tweede levering al. De handel is dus al op gang gekomen en Risha baalt er van dat Eenoog hem voor is. Hij bedenkt zich dat hij belasting over die tol en over de schapenverkoop moet gaan heffen. Niet te veel.
De herders zijn tevreden met de status quo, zolang de shintasta maar binnen de grenzen van hun reservaat blijven. Voor de revolutie graasden hun kuddes alles kaal. Daar is nu gelukkig paal en perk aan gesteld. Risha vraagt naar de oude priesters. “De Derwit? Die schijnen nog te bestaan,” maar de herders weten er niet veel meer over te vertellen. Chang vraagt naar de Melukhans. Ze lachen: “Aardige lui. We hebben er geen last van. Ze zijn een beetje ‘leeg’ in hun hoofd.”
Adrarn raakt na het trainen in gesprek met de eenoog elite. Hij spreekt ze aan over hun tulbanden. Dat valt goed bij ze. “Mensen die van tulbanden houden zijn altijd welkom, Kom eens langs. x85”
Ze wisselen tips uit over verschillende manieren van wikkelen (Qartiaans) en vastspelden (Eenoog) van de complexe hoofddrachten.
Bij het ontbijt doet Claude moeilijk over eieren en jenever. Daarna gaan we weer op reis. Als we het bos in gaan komt de kleur snel weer terug. Het is een sprookjes-oerbos met dikke moskussens, vreemde paddestoelen en witte konijnen. Dit is de Wyrd, niet de Wyld meer een soort voorstadium. Chang stelt voor om de paarden los te laten. We halen de zadels er af en gaan zonder de dieren verder. Sandra en Florence amuseren zich wel met de buitenlandse ideeën van Adrarn.
Dan verschijnen er borden in het bos. ‘Tot hier en niet verder’ ‘Keer terug’ en ‘Privé eigendom!’ We trekken er ons niets van aan, tot we bij een enorme voetafdruk met zes tenen komen. De takken van de bomen zijn gestript tot 10 meter hoogte. Adrarn vindt vreemde openingen tussen de boomwortels. We laten het aan Sandra over om sporen te zoeken. Die maakt zich zorgen over de voetsporen.
In de verte horen we een diepe, luide vrouwenstem een vrolijk liedje zingen. Behoedzaam gaan we er op af. We vinden een grot et een groot kampvuur er voor. Daar zit een reuzin met drie hoofden. Ze draait aan een spit met een groot beest met acht poten. Ze is een nachtmerrie aan het braden!
We verbergen ons in de bosrand en Claude sluipt de grot binnen.
We horen allemaal vallen afgaan. Dan rennen er allemaal nachtmerries, eenhoorns en pegasi naar buiten. Het groene paard zit er niet tussen. Driehoofd rent achter een van de nachtmerries aan. Sandra en Florence beginnen te zingen. De paarden komen naar hun toe behalve de ene die inmiddels door de reuzin is gevangen. Claude rent naar buiten en gooit dolken naar de reuzin (Cascade of Cutting Terror) waar ze geraakt wordt, komt groen bloed uit haar been. Hij slaat er een hoofd af en Risha hakt op haar linkerarm (een heftige combi van charms). Ze strompelt door in shock en terror. Risha geeft haar de genadeslag. Chang doet hetzelfde bij de kapotgeknepen nachtmerrie.
De reuzin valt uiteen in blubber en er groeit een heel mooie bloem uit. Adrarn probeert de paarden te mennen. Met hulp van de twee meiden lukt dat wel. Ze gaan zingend de paarden zadelen. Zo verzamelen ze twee pegasi, drie nachtmerries en een eenhoorn. Die aantallen kloppen niet. Dit zijn niet onze eigen paarden. Wel vinden we overal botten van paarden, dus die heeft ze blijkbaar al opgegeten. Risha is heel verdrietig, want zijn groene paard is dood. Dit hier is een ontstaansgrot en de reuzin gebruikte onze paarden om er steeds weer nieuwe mee op te roepen.
Risha neemt drie verschillende dieren en verzamelt met hun hulp de nodige kruiden. Het zijn er in dit bos andere dan de vorige keer. Maar het ritueel lukt! De nieuwe groene hengst neemt de leiding van de kudde over. Claude gaat in de grot op zoek naar schatten. Maar de reuzin had geen goud. Dan snijdt hij de ballen af van een pegasus hengst die in een val was gelopen.
Chang bekijkt de bloem. Die groeit in hoog tempo tot inde hemel, net als in het verhaal van Jack and the Beanstalk. Na een kwartier verandert de bonenstaak van onderen naar boven in licht. Chang grijpt de steel vast en klimt snel naar boven. Adrarn ziet hem de hoogte in verdwijnen, richting het zonlicht. Chang hoort van boven een schel, driestemmig gezang. He is wel mooi. Op 150 meter hoogte voelt hij de zwaartekracht niet meer. Hij is in het zonlicht en staat op een soort vloer naast een enorme tafelpoot. Hij ziet hoe de driehoofdige reuzin zich blij herenigt met haar familie. Dan gaat hij op exploratie. De stenen van het gebouw zijn belachelijk groot. Hij kan gemakkelijk onder de deur door en komt in een grazige vlakte, voor hem een jungle met vier enorme wollige benen. Er staat een reusachtig schaap in de wei. Daar zijn er nog meer van. Hij gaat weer naar binnen en vindt daar een enorm grote slaapzaal.
Als hij hoort wat er gebeurd is, klimt Risha op een pegasus en vliegt omhoog. Maar er is alleen maar lucht. Hij vindt geen kasteel maar heeft wel een fantastisch uitzicht over de landerijen van Soul.
Claude wil de ballen gaandrogen om ze daarna op te eten. Dat gaat een paar maanden duren, dan krijgen zijn ballen vleugeltjes.
Adrarn probeert ook met een pegasus te oefenen.
Intussen gaat Chang door met verkennen. Hij vindt naast de slaapzaal een keuken met een haardplaats en daarnaast enorme houtblokken, knollen en hompen vlees. Het zonlicht in de herenigde reuzen versterkt elkaar en geeft een gloed. Chang voelt het in zichzelf resoneren. Maar zijn zon is oneindig veel intelligenter. Hij activeert zijn valor. Daardoor krijgt hij een visioen. Hij ziet uit zijn eigen verre verleden een witte stad die ontploft en onder de golven verdwijnt. Het vergaan van de oude aeon en de stad waar wij gewoond hebben. De baai van Soul met de buitenring van eilanden, onze stad was vlak daarvóór en is daar verzonken. Ook voelt hij dat onze lunar counterparts niet ver zijn. De stad is een soort anker voor onze exaltaties.
Dn valt hij door de lucht omlaag van 150 meter hoogte. Recht achter Risha langs, die ziet hem helemaal niet. Chang gebruikt de charm Spirit Strengthens the Skin. KABLAM! Met een enorme klap stort hij neer. Hij negeert de schade, maar geeft fel licht.

Het is 4 uur ’s middags op dag 4 van de zesde maand van Risha’s regering

Advertenties
Dit bericht is geplaatst in Exalted.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s