
Auteursarchief: ellahir
Op de onderwaterfiets

The RoSE – 43
Gor, ons aarde type, wil iets maken van het glas van de zee. Omdat we best vaart maken, levert dat een wolk van splinters op. Maar met wat gebaren (en een Stone Shaping charm) maakt hij twee lenzen. Als we achter ons kijken, zien we twee grote voren in het glas.
Als we bij de steiger aan land gaan, zegt Sobek vriendelijk gedag. Al mopperend over de onbetrouwbaarheid van lunars vaart hij weg. We groeten de man in het groen, hij groet terug maar is verder niet zo spraakzaam. Als we er naar vragen, legt hij uit dat hij gewoon met bamboe en touw vist. Hij vraagt wat we komen doen. We hebben een boodschap en een vraag. Die kunnen we ook aan hem stellen. Hij is de Green Man, een jachtgod. Vissen doet hij in zijn vrije tijd. Hij heeft beet: een glazen snoek. Hij geeft hem aan Gar: “Dat lijkt me wel wat voor jou.” Gar bedankt hem.
Olric vertelt dat we komen omdat Autochthon ziek is. “Vroeger,” zegt de jachtgod, “kreeg hij dan appels van Lysande. Dat is een dochter van Gaia, maar ze is al jaren zoek.” Op onze vragen vertelt hij dat Gaia zo’n tien tot vijftien dochters en zonen van de derde cirkel heeft. De elementaire draken bijvoorbeeld. De dragonborn zijn hun kinderen, de tweede cirkel. En wij zijn eerste cirkel. Als we meer willen weten, moeten we verder reizen.
We vragen naar die drie vrouwen die recent opgedoken zijn. “Ja, die horen hier niet echt. Maar misschien is Gaia reserve-maidens aan het maken.” Heeft hij nog tips? “Ja. Vang een stel simhata’s.” We moeten naast de witte glazen karper ook nog een zwart exemplaar uit levend water halen. Wat we hier maken, ruilen en buitmaken is van ons, maar moet hier blijven als we vertrekken. Iets van buiten wat we hebben buitgemaakt, hij kijkt naar de zilveren voorwerpen, mogen we gebruiken, mits we het weer mee naar buiten nemen als we weggaan. Heeft hij iets voor ons? Als wij iets voor hem hebben. Wat wil hij? Een boogpees van glas. Gar gaat de uitdaging aan. Néré wijst hem op de structuur van touw, met allemaal kleine draadjes. Gar gaat aan het werk en na een uurtje is het hem gelukt. De Green Man is onder de indruk. Hij pakt een benen boog en bespant hem. Dan schiet hij een pijl af. Met een welluidende ‘ting’ vliegt de pijl weg.
In ruil voor de boogpees geeft hij ons een routebschrijving. “Ga niet naar het dorp, laat dat rechts liggen. Ga het zwarte woud niet in, laat dat links liggen.”
Néré complimenteert Olric nog even dat hij laatst het lef, en het vertrouwen in ons, zijn circlemates, had om toe te zeggen dat we de Bone Golem zouden verslaan.
We volgen de route die de Green Man suggereerde. Gar oogst onderweg bamboe en maakt met de twee lenzen een kijker. In de velden bij het dorp zien we een soort vogelverschrikker. Tweeëneenhalve meter hoog, zwarte skelethanden, een blauw licht in zijn kap. Wij willlen onze afstand bewaren, maar Xar wil hem groeten. Opeens staat het wezen naast ons en kijkt Xar doordringend aan. Xar verbleekt, en realiseert zich dat ze in haar leven wel een aantal regels verbroken heeft. Maar blijkbaar zijn haar overtredeingen niet al te ernstig. Olric doet de Thoughtful Gift Technique. Hij realiseert zich dat dit wezen niet om te kopen is. Je kunt wel je respect betonen door een bepaald soort wierook te branden. Gelukkig blijkt Néré daar een klein beetje van in haar voorraad medicijnen te hebben. “Uw begroeting is aanvaard.” “Mooi, laten we gaan!” roept Gar. De gestalte kijkt naar hem. Gar herinnert zich opeens de ‘vriendendiensten’ die hij heeft gedaan met nooit-opgehaalde wapens. Hij voelt zich heel schuldig. Als verder niemand iets zegt, gaat het wezen terug naar het veld om kraaien weg te jagen.
We bereiken een rivier. Néré klimt in een populier met Gar’s kijker. Ze kijkt eerst naar de wereldboom. Daar ziet ze een enorme eekhoorn, Als ze naar de wortels kijkt, ziet ze een andere wereld van nevels. In de takken ziet ze weer een andere wereld, een houten kasteel in de wolken met een regenboogbrug. Daarna verkent ze de route. Boven het zwarte woud ziet ze een vuurkolom en een enorme vliegende gedaante erboven. Een draak? Dichterbij is een vlakte met allerlei dieren, waaronder een vijftal simhata’s zonder jongen. Ze onthoudt de route daarheen zoveel mogelijk. De simhata’s zijn een tapir van yeddim-formaat aan het verscheuren. Voorbij het bos is nog een prachtig meer. Intussen kijkt Xar of er misschien een zwarte snoek in de rivier zit. Gar probeert de kijker ook uit. Vanuit het rivierdal kan hij alleen de kruin van de boom zien, maar ook hij ziet het houten paleis. Hij ziet ook een man in een strijdwagen die getrokken wordt door brandende bokken. Volgens hem is het één van de goden die sinds de Primordial War niet meer is gezien.
We nemen de verkorte route naar de vlakte met dieren. Achter de heuvels (vanuit de populier niet te zien) staat een versterkt huis met een stompe toren. We zijn toch wel wat nieuwsgierig, maar houden ons in en lopen verder. Vrij plotseling verandert het landschap. Een savanne-achtige vlakte met parasolvormige bomen. Er zijn giraffen en reuzentapirs. Néré klimt weer in een boom. Ze kijkt eerst terug naar de vesting. Ze ziet twaalf kleine mannetjes. Kind-formaat maar serieuzer. Ze zijn bezig honden op te zadelen, gaan blijkbaar op jacht. Wat later komt nummer dertien naar buiten. Die rijdt op een grote kat. Hij draagt een kroon en heeft puntoren. Na rondkijken ziet ze het afgekloven karkas. Verderop liggen een paar volgevreten simhata’s uit te rusten van de maaltijd, zoals katachtigen dat doen.
We gaan die kant op. Als we in de buurt komen, zetten we onze aura’s aan. “Mrauwww!” Gesnuffel. De besten komen op ons af en geven kopjes. In de verte klinkt hoorngeschal. Zodra de simhata’s de hoorn horen, verstarren ze. We vermoeden dat we weten wat de jachtbuit moet worden, en verkennen de omgeving. Gar doet ‘Strength of Stone’ op ons. Xar doet voorbereidende charms en Phoenix ook. Olric klimt op ‘zijn’ simhata. Als de jachtpartij over de heuvel komt, zien we dat ze allerlei rare wapens hebben zoals een lasso van bliksem en een rokend zwaard. Olric gebruikt weer de Thoughtfull Gift Technique en realiseert zich dat deze wezens een feestmaal wensen. Néré houdt de oren van een van de simhata’s dicht. Dat helpt, hij kalmeert. Ze maakt snel oorproppen van klei en leidt de dieren naar de achterkant van de rots.
Olric spreekt de wezens aan en claimt dat deze leeuwpaarden van ons zijn. De leider spreekt hem tegen: sinds ze hier gevestigd zijn hebben zij de jachtrechten van deze vallei gekregen. Phoenix gaat naast Olric staan om diens punt te helpen maken. De leider loopt naar voren en spreekt Olric aan: “Jij bent de leider?” “We zijn een broederschap. Ik doe het woord.” “Ah, primitieven!” Hij past onmiddellijk zijn taal aan: “Wij kleine wezens …” Olric antwoordt in perfect Old Realm dat wij mogen houden wat we oogsten. “Ja, maar het is van ons als wij het van jullie afnemen!”
Néré speurt met de verrekijker en ziet gazelle’s, zebra’s en eetbaar fruit. En ze heeft ook kruiden bij zich. Dat roept ze naar Olric. Die biedt aan dat wij een feestmaal voor ze maken. De leider wil dat wel eens zien. We mogen zelfs hun keuken gebruiken. De mannen rijden terug, de leider blijft om te kijken wat wij uitspoken.
We gaan voedsel bij elkaar zoeken. Néré realiseert zich dat ze blijkbaar roofdieren lekker vinden, dus die gaan we vangen. Plus een antilope voor onszelf. Als we genoeg hebben gaat de koning ons voor naar zijn burcht. Op de binnenplaats zijn hondenhokken. Er lopen allemaal gangen de heuvel in. Gar maakt een tajineschaal, met decoraties. Xar bedenkt hoe we het serveren. Phoenix helpt met het uitbenen en Olric met kruiden. We hebben bloederige steak, tajine met fruit, gefrituurde vogels, gebraden hyena en bloedworst.
Terwijl de ouders onze heel redelijke poging bespreken, probeert één van de kinderen de tajine met vruchten. Binnen de kortste keren is die schaal leeg. De bloedworst is ook lekker, maar de zwezerik vinden ze saai. Het maal gaat helemaal op, en de koning verklaart dat de simhata’s van ons zijn. Hij nodigt ons uit om nog eens terug te komen. Hij vertelt ook dat hij al eerder wezens zoals wij langs heeft gehad. “Die hebben we opgegeten omdat ze niet beleefd waren. En onlangs waren er drie vreemde vrouwen, een heel oude, een jonge die dood was en één ertussenin met borsten zoals een hond. Toen we hen uitdaagden lachten ze. Toen we hen probeerden aan te vallen gaven ze een cadeau: ze hebben de levensdraad van de patriarch doorgeknipt. Dat was méér dan tijd, hij was kwijlend dement. Het is beter om in de strijd te sneuvelen.” Olric stelt voor om strijdevenementen te organiseren. Dat vinden ze meer iets voor Asgard, de wereld hierboven. Dit is Vanagard.
Gar vraagt naar het verstarrende effect van de bazuinen. De koning vindt dat ze ons wel genoeg terwille zijn geweest. Bovendien, de bazuinen zijn van het element metaal; hij vindt het al heel wat dat Gar, als steen-type, het element kristal beheerst. Ze bieden ons wel overnachting aan. Dat nemen we aan. Zij vertrouwen op de wet van de gastvrijheid; wij ook.
Als we vertrekken, krijgen we nog een cadeau: een doos met een zwart jaden helm, mensenformaat. Olric vertelt het nieuwsgierige meisje hoe we de zebra en de antilope hebben klaargemaakt en welke vruchten we hebben gebruikt. Als we eenmaal vertrokken zijn, inspecteert Gar de helm. Die is niet magisch, maar wel enorm oud. We gebruiken de rit om (beter) te leren rijden.
Tegen de middag komen we bij het meer. Xar, als water-type, gaat op zoek naar een snoek. Omdat ze op water kan lopen, probeert ze van achter-boven te naderen en de vis vast te grijpen, met haar Martial Arts techniek. Het lukt! De vis ligt op het droge naar adem te happen. We herinneren Xar er aan dat het beest volgens de Green Man moest blijven leven. Xar houdt hem onder water, maar dat is een heel geworstel. Gar maakt snel een stenen tobbe. Snoek erin, water erbij. Na enig aandringen (van Néré) zet Gar de glazen karper erbij. De twee vissen gaan om elkaar heen zwemmen. Af en toe komt er licht vanaf. Na wat experimenteren, blijken we de tobbe goed op een simhata te kunnen vervoeren, zolang het dier in stap loopt. (Simhata’s hebben veel meer gangen dan een paard: stap, telgang, draf, tult, galop en een jachtluipaardachtige supersprint.)
We zijn al onder de uiterste takken van de boom, die hangen zo’n honderd meter boven ons. Dan komen we langs een enorme mierenhoop. Het blijkt een soort waanzinnige mini-burcht te zijn met wachters in rode harnasjes. Een eind verder is er nog één, deze in het zwart. Boven ons verschijnt de reuzeneekhoorn. Olric moppert dat hij zich de naam niet herinnert. “Ratatoskr!” zegt het dier.
“Dag Ratatak!”
“Dag dragon blooded!”
“Wist ik nu maar iets slims om te vragen…”
Néré vraagt snel: “Wat moeten we met die karpers doen?”
“In de bron gooien! En doe me een lol, als je jullie vraag aan de nornen hebt gesteld, vertel mij dan ook het antwoord. Ik ben heel benieuwd wat ze zeggen. Nee, ik ga niet meelopen. Denk je dat ik in de buurt van de nornen wil komen? Ik ga een noot zoeken. Tot later!”
We lopen door. De grond wordt transparant. We zien de gangen van konijnen, wormen en dergelijke. Na een tijdje komen we weer op een stabiel eiland, waar de boom op staat.
De boom blijkt helemaal niet zo groot als hij van veraf leek. Drie meter doorsnee, dertig meter hoog. Er is een bron van waaruit een riviertje ontspringt. Er zitten drie oude besjes te kibbelen. Ze hebben samen één oog, waar ze heel de tijd om vechten. Ze hebben ons gezien. Néré stelt voor om af te stappen.
“Ze willen afstappen.”
“Ja, laat ze afstappen.”
Olric doet weer zijn Thoughtful Gift Technique, maar de nornen zijn te nieuw om te kunnen weten wat ze willen. Gar en Xar laten de snoeken de karper los in de bron.
“Waarom doe je dat?”
“De eekhoorn suggereerde het.”
“Weet je waarom?”
“Nee.”
“Waarom doe je iets waarvan je niet weet wat het doet?”
Néré begroet de nornen. “Ha, ze groeten ons. Wat is jullie vraag?”
“Nou, Autochthon is ziek…”
“Foute vraag. Waarom zetten jullie deze vissen uit?”
“Wat is het effect van het uitzetten van deze karpers?”
“Jin en Yang zijn losgelaten in de wereld, nu zijn de nornen compleet. Wat is jullie geschenk voor ons?”
“Nou, de karpers dus.”
“OK. Daar krijgen jullie vijf vragen voor. Drie is normaal.”
Ze vertellen dat we Autochthon en Gaia moeten wekken en bij elkaar moeten brengen. Dan vogelen ze het zelf samen wel verder uit.
Gaia kunnen we wekken door haar Jin-Tao te vinden, haar aanspreekbare vorm. Die is verloren, ergens in de Wyld.
Eén vraag wordt verspild doordat Xar vraagt hoe de Scarlet Empress verslagen kan worden. (“Niet.”)
Als laatste vragen we wat we echt moeten weten. We krijgen de coördinaten van Gaia’s Jin-Tao, en de code om Autochthon te wekken. Daarna verwijten ze ons dat we niet hebben gevraagd wie zij zijn. Voor nog een vraag is een offer nodig. Olric probeert nog wat te onderhandelen, maar Phoenix zegt: “We kunnen er lang omheen draaien, maar hier komt het op neer.” Hij pakt zijn zwaard en hakt zijn linkerhand af. “Ik offer mijn schildhand!”
De nornen vertellen dat ze een gereïncarneerde primordial zijn. Ze zijn het lot van alle werelden, niet alleen van Creation. Als we ooit op de rokende puinhopen van Creation staan, moeten we hen roepen. Zij kunnen helpen.
Ze zijn heel blij dat de vraag gesteld is. Ze zeggen aan Phoenix dat dit offer voldoende is om Sorcery te leren. Phoenix kijkt twijfelachtig, dat was hij helemaal niet van plan. Één van de nornen reikt in de bron, haalt er een linkerhandschoen uit en geeft die aan hem. “Als je ons ooit nodig hebt, steek deze in het water. En als je Sorcery wilt leren, vind je dat in jezelf.”
Olric wil ook een vraag stellen. Hij offert zijn potentiële mogelijkheid om Martial Arts te leren. Hij vraagt hoe het zit met die reïncarnerende primordial. Ze vertellen over de eerst gedode primordial, die onlangs de kans heeft gekregen om via pure chaos te reïncarneren. Zij zijn niveau drie subzielen van een nog te ontstane primordial van het Lot. De vijf Maidens van Creation zijn niveau twee ‘voorafschaduwingen’. Tijd is niet liniair. Ze laten ons ook een visioen zien van de negen wereldden.
Olric leert Sorcery van de nornen, met runen (de Silurische school). Xan wil Celestial Circle Sorcery leren en offert een oog. Haar perception daalt een punt, en het maximum dat ze ooit zal kunnen bereiken ook. En er zal één keer een beroep op haar worden gedaan.
XP: 6
Tanais – 55
22-ii-R2 ochtend.
Het is een mooie herfstdag. Gwan is terug. Daguerre is achtergebleven in het Zuiden. Hij hoort van het personeel dat er brahmanen zijn gesignaleerd in Arjan’s Abode en dat Risha’s grote broer daarbij aanwezig is met soldaten. We komen elkaar tegen bij het ontbijt. In overleg wordt besloten om de werkloosheid aan te pakken door soldaten te ronselen voor het leger.
Risha gaat naar de priesterstad. Bij het Kanesh-heiligdom is een vrolijke menigte arme shintasta-nomaden. Er is een kind met een paardenhoofd geboren! Risha instrueert de wachters: de aankomende groep brahmanen mag de stad binnen, maar de bankgebouwen zijn vooralsnog gereserveerd voor de koning.
Gwan praat met aannemers. Hij laat zijn lege zakken zien. “Dat is jammer, meneer. We maken af waar we voor vooruitbetaald zijn, dat zijn de stallen bij de arena. Daarna moeten we vertrekken. Mocht u onze diensten weer kunnen betalen, dan kunt u ons vinden.”
Claude maakt intussen wervingsposters voor het leger. Chang overlegt met zijn officier en stelt voor mensen uit de gevangenis te ronselen: kiezen tussen je gerechte straf of twee jaar militaire dienst met de mogelijkheid om bij te tekenen.
Risha gaat naar de tempel van Kanesh. Inderdaad, daar ligt een jongetje met het hoofd van een veulen te blèren. Een man spreekt de menigte opzwepend toe: “… tijd van transformatie! … revolutie! … geschenk van de goden in plaats van heer Arend! …” De moeder zit in het hutje erachter. Als Risha daar naar toe gaat, worden de mensen boos. Ze denken dat hij heiligschennis gaat plegen door de moeder te bezoeken. Hij laat even zijn aura zien; daar wordt iedereen stil van. Op de drempel van de hut plaatst hij een handvol godstukken. Daarna keert hij naar het kindje en offert de ghee die hij had meegenomen. Kanesh manifesteert zich aan hem. Risha feliciteert hem met het prachtige kind. De god met het paardenhoofd zegt niets, maar glundert als een jonge vader. Daarna offert de koning aan de andere goden. Hij vertelt dat de brahmanen in aantocht zijn.
Claude is intussen verkleed als soldaat de biljetten aan het aanplakken. Her en der ziet hij groenhuidige dames die de menigte opzwepen: “Alles wordt afgepakt! Brood! Bier! Seks!” Hij gaat de anderen waarschuwen dat hiertegen moet worden opgetreden.
Chang heeft Adrarn opgehaald en laat hem mee exerceren. Dat vindt de jongen beter dan de saaie studie bij zijn oom.
Even overleg tijdens de lunch. Risha laat een paar nieuwe bordelen bouwen in Shanti en Claude gaat naar de zaakwaarneemster van Daguerre, Claudette, om te vragen om in de benedenstad filialen te openen. Tot de bordelen klaar zij huren we een paar panden van Cyrion en MacArthur.
Na het eten gaat Risha mediteren onder de heilige eik. Aan Oaken vraagt hij om een spreuk waarmee hij als verkenner naar de Hoogzetel kan. “Die kun je krijgen in ruil voor een queeste. Kom morgenavond terug. En iets anders, Pashupati heeft Claude als hoofdbrahmaan gevraagd, maar wij andere goden zijn het daar niet mee eens.”
Zonder dat Rishi dat weet is Claude in het doodsbos ernaast bezig ghee aan Pashupati te offeren. “Ik bied mijn excuses aan voor mijn onbeleefdheid gisteren. Ik wil wel hoofdbrahmaan worden.” De god zegt: “Roei 90% van de brahmanen uit, en de baan is voor jou. Zie het als onkruid wieden.” Oeps, massamoord. Daar moet zelfs Claude eventjes over nadenken.
Chang ontdekt dat er in de benedenstad slechts een minderheid bereid is om dienst te nemen. De rest is uit op ons bloed. We moeten eerst die groene dames uitschakelen dus. Maar het is al erg laat, dus eerst slapen.
23-ii-R2 ’s morgens vroeg
We ontbijten gezamenlijk in het zomerpaleis. Een boodschapper wordt aangemeld. “Koning Mahakrishna is in aantocht met een compleet gevolg van brahmanen en soldaten. Hij arriveert over 15 minuten bij de tempelstad. Risha springt op en wil er naar toe rennen. Chang legt uit dat ze niet kunnen verwachten dat we alles gereed hebben. “Ik ben niet bang voor monsters en demonen. Maar dit is mijn broer!” De jonge koning zadelt zijn paard en galoppeert er naar toe, onderweg nog een paar boterhammen in zijn mond proppend. Hij is exact op tijd om de stoet aan de poort te begroeten.
“Hee broertje,” roept Mahakrishna joviaal, “Er is een supernova geweest. Er moeten een paar dingen veranderen!” Hijgend begroet Risha zijn broer en vertelt van de wondergeboorte. Grote broer rijdt er op af, stijgt af en laat een ghee-brander aanrukken. Hij knielt voor het kindje en voert het correcte offerritueel uit. De brahmanen kijken zuur.
“Zo, dat hebben we gehad. Heb je ergens wat betere accommodatie dan deze krottenwijk?”
Risha lacht en neemt hem mee naar het kasteel. “Dat is beter.” De koning en zijn soldaten nemen hun intrek in de gastenverblijven. “Ik zie je na de lunch broertje! En je hoeft niet bang te zijn, dat harnasje mag je houden.”
Intussen kijken de anderen mee via de kristallen bol. Ze zien dat de brahmanen een soulfielder verwijderen uit het groepje Kanesh-aanbidders en hem de stad uitgooien. Chang besluit in te grijpen. Hij gaat er naartoe. Als hij de brahmanen aanspreekt bijten ze hem toe: “Wie denk je wel dat je bent!”
Kalm antwoordt hij: “De minister. Bij koninklijk bevel is het iedereen toegestaan dit kind eer te betonen.”
De brahmanen druipen af. Dan loopt hij door naar het kasteel om Risha op te halen.
half 10
We gaan samen naar Shanti om orde op zaken te stellen. Claude over de daken, wij door de straat. Risha tekt zijn Soul Sword. We lopen door de ambassadestad. Beneden is het onrustig, en er branden vuurtjes. Op een plein staat een menigte van wel 500 man naar een groene vrouw te luisteren. Die is magie aan het bedrijven. Claude schiet vanaf het dak. Rischa rent over de schouders en hoofden heen. Chang en Gwan gebruiken hun ellebogen om door de menigte heen te komen. Claude’s pijl laat de abyssal in een gaswolk verdwijnen. Risha landt met een saldo in het midden en begint een eigen toespraak. Hij zet zijn Presence Excellency in, en slaagt erin om de gemoederen te bedaren. De groene dames zijn hier niet meer welkom. Als we klaar zijn is het middaguur aangebroken. Tijd voor lunch en daarna overleg met Risha’s broer. En vooral niet de afspraak met Oaken vanavond vergeten.
Xp 3
The RoSE – 42
Sobek vaart met ons langs een ijzerhoutboom. Deze is wat groter, dus we kunnen er meer wapens van maken. Néré krijgt een goremaul met een setting voor een hearthstone, Olric een skycutter en Xar een daiklave. Sobek vertelt over de Bone Golem. Hij is drie keer zo hoog als wij, heeft zeven hoofden en zeven armen, twee bogen, een hamer en twee daiklaves. Hij doodt alles waar hij bij kan, tot aan grassprietjes aan toe. Olric wil graag papier, voor aantekeningen. Sobek stelt berkenbast voor. Néré gaat dan direct mee, die wil wat bast als medicijn. We bespreken de optie om een schild te maken. Na enig nadenken besluiten we een schildpad te vangen. Daar kunnen we leer, schild, pezen en dergelijke van maken. Xar en Phoenix nemen ieder een schild. Néré maakt een slinger en verzamelt kiezels.
Tanais – 54
Het verslag van Risha’s belevenissen staat beneden. Eerst is hier het relaas van Claude en Chang.
Dag 20, mnd 2, Risha 2, 1pm
Risha is onvindbaar in het zomerpaleis. Chang luncht met Claude en Dagere. Gwan is al onderweg om een pegasus klaar te maken voor zijn rit naar de haven; voor de opening hiervan. Chang en Claude vragen Dagere mee te gaan. Dagere wil wel, maar heeft ook een dringend probleem dat opgelost dient te worden. Haar bordeel heeft geduchte concurentie uit Shanty-town. Dat moet stoppen. Chang en Claude zien het probleem niet, vrije markt en zo. Als Dagere verteld van verdwenen klanten worden ze iets meer geïnteresseerd. Ze besluiten polshoogte te nemen. Aangezien koning Risha niet te vinden is, besluiten ze meteen maar te gaan. Het leger heeft van Chang opdracht gekregen op te treden als ze na 24 uur niet terug zijn. Terwijl ze in vermomming de stinkende krotten van Shanty town passeren vliegt de pegasus met Gwan en Dagere richting het zuiden.
Ze stoppen bij een voor hun bekend bordeel, dat is gerund door een groenhuidige vrouw. Chang vertelt de vrouw dat Claude hier wel zin heeft in een verzetje. Echter, na een gesprek waarbij Claude laat doorschemeren niet in het aanbod te zijn geïnteresseerd, brengt ze hun mee naar een tweede locatie. Hier gaar Claude mee naar de SM kelder. Hij wordt vastgebonden en alleengelaten. Hij ruikt zwavelgas en ziet een geheime deur. Met zijn Larceny excelency weet hij zijn boeien los te maken en de deur te openen. Chang houd de groene dame bezig. Onder de kelder is weer een kelder, met een man bewusteloos op een bed met rare wonden. Dit is niet goed. Er is weer een geheime deur, weer een kelder, weer een slachtoffer; deze keer dood. Claude ziet ook weer een geheime deur, maar besluit met dit bewijs naar boven te gaan. Hij gooit het lijk voor de groene vrouw neer en beschuldigd haar. Echter de vrouw doet de man ontwaken, niks aan de hand toch? Chang echter ziet het werk van een Necromancer.
Ze gaan naar buiten, halen versterking en laten een groep soldaten het bordeel onderzoeken. Terwijl de officier de groene dame ondervraagt gaan Chang en Claude via de achterdeur ongezien weer naar binnen en naar beneden. Er blijken 9 kelder onder elkaar te zijn. De onderste heeft een metalen rooster in de vloer met daaronder een spelonk. De zwavelgeur is hier sterk en Chang beseft dat het toxisch is. Gelukkig heeft hij een Solarcharm tegen dit gif. Als het de giftige gassen van de vulkaan aankan, dan dit ook.
Ze gaan met spiderclimb de spelonk in en komen in een gang. Een gang gegraven door een grote worm. Dit is niet goed. De volgen een gedeelte van de tunnel en het lijkt erop dat onder Shantytown grote wormen gatenkaas aan het maken zijn van de grond. De worm lijkt hier 1 keer per week langs te komen. De tunnel lijkt 2 jaar oud, ongeveer zolang als zij geëxalteerd zijn. Wegens de toxiciteit van de lucht hier is wachten geen optie. Ze gaan terug. Weer inde spelonk zien ze de vrouw staan op het deksel. Chang slaat het deksel aan gort, de vrouw valt, maar verandererd in groene rook…………………………………….
Teleurgesteld gaan ze terug naar de diplomatenstad (met een stuk of 20 slachtoffers die verslaafd zijn aan de groene feeks en langzaam in een soort dark creatures aan het veranderen zijn; duurt 2 jaar voordat ze weer helemaal genezen zijn, ze worden voor eigen bescherming opgesloten) en laten het leger het bordeel dichttimmeren.
Ze komen in gesprek met Cadir en de siderials. Der Alte ziet in de groene dame een abysal, een onderwereld exalted. Die worm is vast ook onderwereld gelinkt. Cadir zit ongemakkelijk te schuifelen op zijn stoel. Hij is het niet eens met Der Alte. Eenoog is de lord of the flies, de insektenmeester. Geen abyssal. Nehar Nemal de necromancer daarentegen is het wel. Ze werken samen en de groene abyssal vrouw is dus een abyssal maar werkt dus ook samen met de minions van eenoog, dus ook die worm. Daarnaast schijnen deze groene feeksen een hive mind te hebben. Niet zo mooi, dan is nu bekend dat wij ze gevonden hebben. Maar waar is de bron van de worm, waar is de link met sorcerors well. Het lijkt een bron net als die van de fairy Queen. De bron zit volgens claude op max 1 week afstand hiervan. De worm komt hier immers 1 keer per week…..
Siderials gaan info winnen over de wormen en over hoe de energie van Bronwee gebruikt kan worden.
Bier, veel bier ’s nachts gaat Claude naar de tempel van Pashurpati en offert ghee. Hij vraagt naar de dood van Arend en de zwarte steen in diens hoofd. “Oaken heeft Arend doodgemaakt en door de manier van doden is die steen ontstaan; daarin zit zijn ziel. Wees niet bezorgd hij kan gewoon reïncarneren……Claude, wil je de opperbrahmaan worden?”
“Hoe veel tijd kost dat?”
“%&$#^…………………………………….”
“sorry, wist niet dat je boos werd………”
Claude gaat weer naar huis.
21ste dag
In de ochtend staat Chang op het exercitieterein en de troepen te trainen. Claude besteld materialen voor de wapens voor de troepen bij Mac Arthur. Cyrion komt bij Chang en vraagt bescherming van de troepen bij zijn komende taak: vertellen in Shanty-town dat het brood vanaf morgen niet meer gratis zal zijn. Chang gaat met 5 soldaten en Claude verkleed als soldaat nummer zes mee. Er breekt inderdaad een rel uit. Terwijl de menigte op de broden afrennen slaat Chang op imponeren de wijze een steen in duizend stukken. Claude reageert ook erg snel en gooit een mes door het hoofd van de voorste relschopper. Die valt dood neer voor hij een brood kan pakken.
Chang geeft Claude op zijn donder, maar Claude wijst op het resultaat. Echt rustig zal het niet lang blijven. De troepen worden Shantytown ingestuurd. Er zijn kunstenaars bezig spotprenten tegen de koning en zijn generaal te maken, ook Gwan komt er niet goed vanaf. Claude weet er drie te pakken en pint ze met een mes door het hoofd vast aan hun creaties. (Hier zal Risha wel weer erg boos om worden). Om niet te bloeddorstig over te komen, besluit Claude de twee volgende rellenleiders die hij snapt gevangen te nemen. Ook de orde troepen onder leiding van Chang pakken een groot aantal onruststokers op. De rust keer weer terug, maar voor hoelang? We moeten snel wat doen aan onze staatsfinanciën…….
Risha’s avontuur:
20-ii-R2 5 uur ’s middags.
Risha geeft het personeel opdracht om te verhuizen van het zomerpaleis naar het kasteel. Zelf gaat hij op zoek naar de heartstone van Bronwe. Het kasteel heeft maar drie verdiepingen. In de kelder zijn de keuken, de bijkeukens en de voorraadkelders. Op de begane grond zijn de ophaalbruggen en de ontvangstruimten. Op de eerste etage zijn slaapkamers en privevertrekken en daarboven zijn de kantelen. Het kasteel is niet zo groot. Eerst gaat hij naar boven. De oude koninklijke slaapkamer is door Chantal luxueus ingericht. Achter een wandtapijt vind hij metselwerk dat er iets anders uitziet. Hij vindt al snel een slot, dat niet bestand is tegen zijn charm Lock Opening Touch. De geheime deur geeft toegang tot een verborgen kast. De kast is leeggehaald, op een enorm boek na, een atlas gespecialiseerd in kaarten van Selene, Silver, Forochel, alles ten noorden van Silver en Soul, en een kaart van New Salish, de lunar stad. Hij bestudeert aandachtig de weg naar de stad. In de pas van Kwaled naar het Noordwesten is New Salish twee stadjes hoog aan weerszijden van de kloof. Achterin de kast vind hij nog een uitermate goed verstopte kluis met 10.000 goudstukken, de reserveschatkist.
Deze verdieping is verder ingericht als woonverdieping voor de lunars, het is een soort duiventil. De ramen zijn heel belangrijk. Ruimtes aan de binnenkant van het kasteel zijn voor service. Er is een kleine zitkamer voor de bediendes en hij vindt de latrines. (Nu komt er een ouderwetse botch, bij het zoeken gooi ik geen enkel succes, maar wel twee 1-en.) Om de een of andere reden denkt de jonge koning dat er wel daar eens een geheime gang te vinden zou kunnen zijn. Hij laat zich in het gat zakken en klimt naar beneden. Hij vindt wel een manier om het kasteel uit te komen via een ventilatieopening, maar daar gaat het 60 meter recht naar beneden. Onder de derrie klautert hij weer naar boven. Gelukkig is er niemand in dit deel van het kasteel, dus hij gaat snel naar de badruimte om zich op te knappen. Het is inmiddels een uur of negen.
Ook in de troonzaal zijn geen bijzondere dingen te vinden. Risha gaat even op de troon zitten. Die is te groot en zit ongemakkelijk. Even tijd nemen om na te denken. O ja, het beekje dat onder het kasteel ontspringt is magisch. Hij besluit om de bron te gaan zoeken.
Vanaf deze kant is de geheime gang naar de bron moeilijk te vinden, maar hij weet waar hij naar zoekt en vindt de doorgang in een nis tussen twee bijkeukens. Het luikje is gerepareerd. Hij gaat via het beekje omhoog, dat is een deel van de gang waar hij nog niet eerder is geweest. Het loopt zo’n 15 meter door en achter een bocht vindt hij de bron. Er is een gemetselde tuit in de rotswand waar het water in onregelmatige gutsen omhoog spurt. Het is mossig, de vloer is belopen en de zitbank naast de bron is schoongemaakt. Sporen wijzen aan dat er bekers hebben gestaan naast de bron en er is iets van 1m80 lang en 80 cm breed met vier poten. Hij gaat op de bank mediteren. Het zou wel eens hetzelfde water als dat van de bron in de ambassadestad kunnen zijn, maar het vereist snel zijn kracht. Je kunt hier dromen met een slokje water. Het is heel privé. Risha vangt wat water op met zijn handen en neemt een grote slok. Dan gaat hij slapen in het mos. Het is laat dus hij valt gemakkelijk in slaap.
Beeld: Een chinese parelduiker die in de oceaan duikt. Heel diep. Hij komt heel erg lang daarna boven met een mooie steen.
Betekenis: De machtigste heartstones liggen het diepste en je kan het ook niet door iemand anders laten doen. En heel af en toe komt er eentje los en die kan dan van de oppervlakte worden geplukt. Abyssals kunnen ook dingen omhoog halen uit de bronnen waar zij toegang toe hebben. Met dezelfde beperking hoopt hij.
21-ii-R2
Het is inmiddels druk in het kasteel. De bedienden hebben niet door waar Risha plotseling vandaan komt. Hij snaait een stuk gebraden spek uit de keuken en vraagt hoe laat het is. 5 uur ’s middags. Gelukkig, er is maar 1 dag weg. Een slokje is minder erg dan onderdompeling. “En hoe was de dag?”
“Uw kabinet is weg. Er is onrust in Shanti Town, want u heeft verordonneerd dat men voortaan moet betalen voor brood.” “Nee, ik zei: ‘voor bier!’ ”
“Het heeft slechts geleid tot enkele kleine opstandjes en die zijn in de kiem gesmoord. Generaal Chang heeft het onder controle.”
Risha regelt dat er 100 goudstukken per maand naar het hospitaal van Strega gaat. Dan krijgt hij zij avondeten en daarna gaat hij om 7 uur naar Kadier. Hij vertelt zijn droom. Hij heeft wel een zwarte steen gevonden, maar die heeft hij verhandeld, al 5 maanden geleden, aan de vader van Adrarn. Ze zijn magisch, maar niemand kan er wat mee behalve als pronkvoorwerp. Rishe is heel erg bedroefd, want die dingen komen maar eens in de tien jaar bovendrijven. Kadier belooft een volgende voor de koning te bewaren. Hij heeft ook onfris nieuws: Claude en Chang zijn Shanti ingegaan en hebben een ondergronds gangenstelsel gevonden. Het lijkt met de bronnen samen te hangen. Dit gangenstelsel hoort bij de bron van Bronwe en die van de Faery Queen; niet die van Nehal Nemar, die is veel ouder. Hij legt uit dat Abyssals puur evil zijn maar Eenoog is lawful evil. De machtsplek hoeft overigens geen bron te zijn, de hoogzetel is bijvoorbeeld een bergtop. Er zijn Abyssals gesignaleerd in Shanti, maar de gangen zijn van Eenoog en de abyssals zijn van Nehal Nemar. Blijkbaar werken ze samen.
Het gangenstelsel loopt tot hier, en tot Sorceror’s Well vanaf een plek van Eenoog.
Daarna gaat hij naar zijn vriendinnetje Sarina (die hij ook al een half jaar niet meer heeft gezien). Ze heeft een textielwinkel in de tweede ring. Dat loopt goed en ze heeft het naar haar zin. Ze ziet er goed uit en is positief. Risha spreekt met haar af dat ze iedere maand op de derde dag na volle maan met de oude groep samen komen bij Daguerre. Dat is de beste plek voor onder- en bovenwereld o elkaar te ontmoeten. Zij zal de anderen mobiliseren, Zack krijgt het via via te horen en Bruiser zit ergens aan het front.Die krijgt wel een marsorder. Maar ze heeft wat moeite met Malice. Zack, Strega en Sarina zijn jaloers omdat hij wel wat gekregen heeft en zij niet.
’s Nachts gaat Risha nog even naar zijn tempeltje. Karachas doet open, die schrikt zich een beroerte. Malice slaapt al maar wordt meteen gewekt. Hij blijkt een heel protocol te hebben opgesteld over welke riten er precies wanneer moeten worden gehouden. Risha herinnert hem hoe het vroeger in het roverskamp was. Maar voor brahmanen hoort het tellen van bakstenen en dergelijke er nou eenmaal bij! Risha verklaart dat de priesters naar buiten toe goede daden moeten doen, maar dat de ware eredienst is voor de inner circle. Malice moet zijn genezende gaven gebruiken om zieltjes te winnen. Ieder heeft zijn eigen weg. De priester ziet het wel zitten en vraagt om een publiek optreden van Risha voor de outer circle. Dan gaat hij slapen
3xp
Tanais – 53
19-ii-R2
Claude, nog steeds in de vorm van MacArthur, verdwijnt en voert de echte als alibi dronken. Daarna gaat hij via de sloppenwijk naar het banket. Eerst is er nog een receptie. Iedereen is er behalve Chantal en Celene, die zitten bij het bed van heer Arend in het kasteel. Daar gaat Gwan met de ambassadeurs overleggen. Hij heeft een beetje last van de dronken MacArthur, maar weet die af te schudden. Bambi vindt dat het hier eindelijk beschaafd begint te worden. Gwan maakt zich zorgen over de staatskas. Zij ijvert voor meer bouwen. Cyrian heeft een kwade dronk: “Dit kan niet kloppen! Dit is doorgestoken kaart, maar ik kan niets bewijzen! Ik neem mijn verlies, maar over twee weken wil ik een revanche!”. Gwan komt er achter dat dit de hobbies van de hovelingen zijn. Heer Arend heeft heel wat oogjes dichtgeknepen. Hij maakt een afspraak met ze voor overleg morgen om 12 uur. Barkust kijkt ongemakkelijk: “Er is nog een onderwerp waar we het over moeten hebben. De uitstaande lenigen. Kan ik jullie om een uur of 9 spreken?”
Risha is op dat moment naar de brahmanenstad. Hij mag er natuurlijk in, maar een aantal shintasta uit de benedenstad die ook naar binnen willen, worden tegengehouden. Risha geeft opdracht om ze ook binnen te laten, maar bedenkt te laat dat hij ze wel moet waarschuwen voor de vrouwenverblijven. Ze staan even bewonderend te kijken en stuiven dan uiteen naar verschillende heiligdommen om te bidden. Risha offert aan Oaken en draagt zijn overwinning en de eikel van de demon aan hem op. De god toont zich, maar spreekt niet. Het voelt wel goed, de verloren zoon is terug. Dan draagt hij bij alle andere altaren van de mannelijke goden ook een offer op. Het weer klaart op en het wordt een mooie nazomerdag. Het voelt aan als thuiskomen.
We worden door iedereen gefeliciteerd met de overwinning. Chang loopt met de Malphean Iron staf in zijn ene en een bokaal in zijn andere hand door de zaal met soldaat Bart de Smid als schenker. Hij doet alsof hij dronken is, maar er zit water in de kan. Hij ontdekt dat de lunars ook bij heer Arend zijn. De Alte, Phantom en Red zijn er wel. “Zozo jochie,” zegt der Alte, “moet je wel zo zwaaien met dat ding?” Chang gaat er maar niet op in. Hij gaat verder mensen afluisteren. Het zijn vooral hofroddels. Barkust en Bambi hebben het er over dat dingen anders moeten gaan lopen. Brood en spelen dienen om mensen aan te trekken, maar er komen vooral mannen op af die niks uitvoeren.
Claude is daar natuurlijk ook, incognito. Hij wordt herkend door de siderials en raakt met ze in gesprek. Die zijn tijdelijk verhuisd naar vrienden in Vixen. De toren in het bos is tijdelijk buiten gebruik. Claude vraagt naar magitech. “In hoeverre ben jij op de hoogte van de bron onder de stad?” Het lijkt hun een goed idee om daar met ons heen te gaan om te schouwen wat dat nu was met die zoon van Idris. Er zit een hoop kracht in. Kadier heeft hem goed hersteld. Dat lijkt Claude wel een goed idee.
Dan komt de koning binnen. Het wordt stil. Risha gaat op een stoel in het midden van de zaal zitten en krijgt wat te drinken. Eén voor één komen mensen naar hem toe om te socializen. De sociale pikorde is duidelijk zichtbaar.
Dan is het diner. Chantal en de lunars zijn er ook hier niet bij. Celene komt wel nog even. Na de zesde gang kunnen we weg zonder ons te hoeven verontschuldigen. We gaan bij Kadier de gang in. Die is mooi aan het worden. Het wordt een echt heiligdom, maar de bron is naturel gelaten. Kadier doet de openingsceremonie. Dan nemen de siderials het over. Ze gaan chanten. De oppervlakte van het water wordt een soort kristallen bol.
We zien een groot tableau. Een blij kijkende Risha die het hoofd van de demon omhoog houdt. De anderen staan er omheen. Het beeld zoemt in op het lichaam van de demon. Daar achter staat een rij van nog acht van dezelfde demonen. Daar weer achter staan twee heren aan de ene kant van een soort schaaktafel. Wij staan aan de andere kant. We herkennen ze als Idris en Nehal Nemar. Zij hebben net een pion gezet en die is door ons geslagen. Ze zijn niet blij, maar ze hebben nog een grotere troef achter de hand.
Risha kijkt of de demonen allemaal identiek zijn, of dat hij verschillen ziet. Er zij drie groepen van drie. Chang kijkt naar het schaakbord. Hij ziet negen pionnen, eentje is net geslagen. Waar kunnen we ze verwachten? Hij ziet dat de tweede uit de serie waaruit we er eentje hebben verslagen op een boven de bergtoppen uitstekende bergtop huist. De Hoogzetel. Gwan wil weten: ‘als ze gaan aanvallen, zit er een leider tussen?’ Hij komt er achter dat ze één voor één aanvallen. Claude is geïnteresseerd in de bewapening. Hij ziet dat ze hun bewapening krijgen van Idris, die zelf de negende is, en van Nehal Nemar samen. Maar die is nu nog niet af. Het wordt afgestemd op wat er nodig is.
De siderials kijken elkaar aan. Het is niet goed gekomen met de kinderen van Chantal. Ze leggen uit dat onze ontwikkeling is verbonden aan die van de Abyssals. Als wij sterker worden, worden zij ook sterker. Risha bedenkt zich opeens dat dit onze merkwaardige afwezigheden kan verklaren. As wij door in zo’n put springen groeien we, we kunnen dan pas bestaan als de abyssals weer bij zijn. De siderials vinden dit wel een acceptabele verklaring. Ook vertellen ze dat we sinds het eten van het hart van het witte hert in staat zijn om de stad in te gaan. Daar kunnen we heen als ons geheugen terug is. Daar krijgen we onze kracht terug. Maar je komt in een soort herhaling terecht waardoor je dezelfde dingen gaat doen als voorheen. De zitting wordt opgebroken. We overleggen nog even over morgen: Risha wil de priesterstad weer openen voor publiek. Het contract met de dwergen zal ongetwijfeld worden ingetrokken nu hun eilandje is ontploft en dat gaat 50.000 goudstukken per maand schelen. Om half een gaan we naar bed.
Midden in de nacht wekt de butler Risha. Zijn aanwezigheid is dringend gewenst in het kasteel van Chantal en heer Arend. Risha vertelt waar hij heen gaat, de anderen willen doorslapen. Het kasteel is in rep en roer. Chantal in tranen, droeve lunars. Arend ligt daar dood. Er zit een gat in zijn hoofd en daar zit een zwarte steen in. Er zijn meer dan twaalf andere lunars. “De goden grijpen zelden in, maar als ze het doen …” Die zwarte steen zit Risha niet lekker. Hij zegt dat hij hier eerder de hand van Eenoog, dan van de goden bespeurt. Hij probeert Chantal te troosten, maar daar is geen tijd voor. “Het is belangrijk om heer Arend volgens de juiste riten te begraven. U kunt weer gaan.” Blijkbaar willen ze hem daar niet bij hebben. Hij gaat weer slapen.
20-ii-R2
Vlak voor de dageraad wordt Claude wakker van vogelgekrijs. Hij ziet een enorme raaf met heer Arend op de rug en veel roofvogels er omheen. Ze vliegen naar Nieuw Salish.
Om half acht opstaan, schone kleren aan, eten en om half negen bij elkaar. De butler zegt dat koningin Chantal, de lunars en heer Arend verdwenen zijn. Ze veranderden in vogels en zijn weggevlogen. Het regentschap is daarmee vacant en Risha moet dus zelf regeren. Risha roept een dag van nationale rouw uit. Dan wordt Barkust binnengelaten, statig als alleen een dwerg dat kan. Claude activeert een charm waarmee hij weet of iemand de waarheid spreekt. Barkust schrikt als hij hoort waarom Chantal en heer Arend er niet bij zijn. Hij zegt dat zijn opdracht is om te vertellen dat de betalingen per direct zijn stopgezet. Risha stelt hem gerust. We hebben dit al zien aankomen. De boodschapper wordt niet gestraft voor de boodschap. Bovendien is de bauchlietmijn op het vasteland veilig. Daar blijkt Barkust niets van te weten. Hij heeft ook geen idee wat bauchliet eigenlijk is, maar wel dat iemand uit Euboria er heel veel geld voor betaalt. Hij denkt dat het land van Bambi niet over de kennis beschikt om zo’n mijn te exploiteren, maar ze hoeven ook niet te weten waar de mijn is. Risha stelt voor dat Silver prospectors naar de andere twee eilandjes stuurt. Claude stelt voor dat de Noordelijke Liga Targon annexeert. Vergeet ook de feestelijke opening van de haven niet!
Tussen de vergaderingen door gaan we even praten met Einstein en Plato over het verbeteren van het lot van de goblins. Ze zitten in de Houten Klaas, een louche gelegenheid die escort service levert aan rijpere heren. Ze worden een beetje genegeerd door de overige jongens, maar hebben samen veel lol. De eigenaresse is een dame met een groene huid en zwart sluik haar. Voor 5 goudstukken krijgen we het tweetal een dag mee. De goblins vinden het geen slecht idee van ons om Targon binnen te vallen. Ze adviseren ons de zweep er over te leggen, maar de goblins wel hun geloof te laten. Effectief moeten we hun een nieuwe koningin leveren en er moet duidelijke structuur en leiding zijn. “Als er maar een paar regels zijn, dan kunnen we verder onze gang gaan.” De oudste vrouw interpreteert wat de koningin zegt. “De mijn is ook een soort vreemde overheersing. Zorg dat er eten en drinken, etcetera is. Sterke mannen leggen de zweep er over. Er hoeft niet veel te worden georganiseerd, het gaat op instinct. Voor wat betreft de koningin: jong is beter. Als je ons een lijfwacht geeft van mensen, dan zij wij de sterksten.” Wij zijn gezien met de escorts, dat wordt een smeuige roddel.
Om 12 uur is de vergadering. Ale ambassadeurs zijn er. De inkomsten zijn weggevallen. Gwan wil handel. Cyrion en MacArthur willen eerst melden dat morgen de laatste brooduitdeling is, daarna zijn de voorraden op. Eten voor shanti town kost 3000 goudstukken per week. Rishi schiet uit eigen zak een maand voor. Daarna moeten we het via de Qartianen regelen. Hij heeft geen zin om zijn geld weg te gooien op de manier van heer Arend. Als hij dat hoort, kijkt Kofkof blij op. Hij stelt voor om de mannen van shanti te werk te stellen en belasting te gaan heffen.
Verder wordt gemeld dat er een supernova in Oaken Shields is geweest. De brahmanen uit Far Fields komen terug. Het is een goed idee om ze welkom te heten.
Rishi stelt prioriteiten: Mensen moeten gewoon betalen voor bier. Claude adviseert de politie. Qart als geldschieter. Hoogzetel bevrijden. Mensen te werk stellen.
Claude vraagt aan MacArthur om zijn geld.
3xp
The RoSE – 41
The RoSE – 40
We hebben voorkomen dat de subzielen van Autochthon vervangen zijn door demonen. Nu moeten we de Realm Defence Grid uitzetten, zodat de keizerin die niet kan gebruiken om Nexus te vernietigen. We willen wel nog even naar de boom-elementaal met de genezende besjes. The Roseblack laat ons naar het beginpunt teleporteren. We krijgen besjes en leggen uit dat we Creatie moeten redden. Ze wil mee. “Ja hoor,” zegt Atis. Ze geeft hem een extra besje met de instructie om dat ergens te planten.
Daarna gaan we met de lift naar het commandocentrum. Zodra we er zijn springt The Roseblack op een andere lift, een schijf groene jade. Zodra we er allemaal opstaan, valt hij in vrije val naar beneden. We vallen door een enorme machinekamer, zo groot als een stad. Opeens stopt de schijf, op de top van een 600 meter hoge naald van een of ander zwart materiaal. Het uitzicht is adembenemend.
Sarina en Sango horen in hun hoofd een stem die hen uitnodigt om de top van de naald aan te raken. Dat doen ze allebei en ze zijn precies gelijk. De punt is zo scherp dat ze hun vinger er aan open halen. Het platform begint te draaien en de punt gaat open als een bloem. In het midden is een lege setting voor een heartstone.
“Warning, Sword of Creation Disabled! Pan-Deliberative Override Required!” een stem blijft deze boodschap herhalen.
AI-1 er in steken werkt niet.
Tussendoor zegt de stem: “Halo Detected! Blessed is the Hearthstone Bearer!” en Ghurkan’s halo gaat uit. Een eindje verderop zweeft een ander jaden platform omhoog. Ghurkan noemt zijn toegangscode. “Sword of Creation Engaged” en de naald gaat weer dicht. Dat is niet de bedoeling! Maar als voorzitter van het Deliberative kan Ghurkan wel de override code aanpassen, en dat doet hij.
In de verte komt de andere jaden schijf weer naar beneden. Sango wil een Carnival Gate oproepen. Dat gaat heel eenvoudig. De lokale intelligentie biedt aan om hem ergens anders uit te laten komen. Atis wil naar Chiaroscuo, Roseblack naar Lookshy en Sango herinnert ons er aan dat ons luchtschip hier in de stad in de haven ligt. We moeten haast maken: er beginnen robots op ons te schieten. We kiezen de haven. Sango heeft nu wel een Boon tegoed bij Mara, de schaduw van Malpheas die door Autochthon omgesmeed is tot Metasorcerous Resonator (de zwarte naald).
In de haven kunnen we zonder controles aan boord, er is een burgeroorlog uitgebroken. We besluiten koers te zetten naar Lookshy. The Roseblack wil eerst naar Mnemon om van de bloedband met de keizerin af te komen, maar Sango geeft haar de spreuk Blood Without Ties (om te leren, ze behoudt het origineel). Daardoor is het niet meer nodig om naar Mnemon te gaan.
Na een paar dagen vliegen zien we onder ons een reuzenschildpad met een aantal mensen en dieren op haar rug. We gaan lager vliegen en roepen ze aan. Nee, ze hoeven geen lift, maar kunnen wij een tijdje met ze mee opvaren? Op de schildpad zien we onder meer een oudere vrouw in een wit zijden gewaad. Het blijkt de Speaker van de Immaculate Order te zijn. De schildpad en de andere opvarenden zijn de oorspronkelijke Immaculate lunar elders. Ze vertelt dat ze, sinds de dood van de siderials, opeens weer helder kan denken. Alles wat ze geloofde blijkt een leugen. Maar hoe gaat ze dat aan haar Orde vertellen? Bijvoorbeeld: het celibaat van de Immaculate Order komt er op neer dat de zuiversten van de dragonblooded zich niet voortplanten, en de rest verdunt het bloed met stervelingen. En dat je dragonblooded wordt van een deugdzaam leven, klopt ook niet. Zielen, mensen, zijn trouwens bedoeld als voedsel voor de primordials. Nu niemand meer tot hen bidt, kwijnen die weg. We vragen: “Zou de Immaculate Order misschien Gaia kunnen gaan aanbidden?” Atis vertelt over het zaadje van de dochter van Gaia.
Intussen zendt Sango nog een bericht aan Mnemon.
Tegen de tijd dat we aankomen bij Lookshy, zorgen we voor een imposante entree. De stad wordt niet meer belegerd. Broeder Zwaan verandert met enige tegenzin in zijn oude mannen gedaante. De Speaker arriveert dus met vier stokoude Immaculate monniken op een reuzenschildpad. Daarachter ons schip met de vlag van de Roseblack en haarzelf op de voorplecht. Little Shu doet een Gathering the Congregation spreuk, Atis gooit Voice of Command via zijn harnas. Hij kondigt Roseblack aan als “Righteous Orphan, de Vijfdaagse Shogun die tegen de keizerin strijdt”.
We worden ontvangen door de burgemeester, het legerbestuur en lokale belangrijke dragonblooded. Men is onder de indruk. Wij worden beschouwd als de lijfwacht van The Roseblack. Dat wordt aanvaard omdat bekend is dat haar troepen een bijeengeraapt zooitje zijn.
De Speaker stelt voor om naar de lokale tempel te gaan. De tempel is een met bloemen versoerde koepel, zo groot als het pantheon. Aan vier kanten is hij open aan de lucht. Daar zijn een wervelwind, een waterval een groot vuur en een oude eik. Midden onder de koepel is geen plaveisel, daar is het element aarde. Ze draagt een mis op, en na het standaardverhaal kondigt ze de dochter van Gaia aan, Lysande, zuster van de vijf elementale draken. Op haar signaal plant Atis het besje en daar groeit heel snel een boompje van zo’n 20 cm uit. Ze heeft een klein gezichtje en een zachte stem, maar haar aanwezigheid vult de hele tempel en alle gelovigen horen haar. Haar persoonlijkheid is nog even naief, maar de gelovigen zijn onder de indruk. Na nog tien minuten is het boompje een halve meter hoog, trekt het zijn wortels uit de grond en loopt via een zuil naar het plafond. Daar wortelt ze in, en groeit ze in enkele uren tot ze bijna aan de vloer komt. Dan begint het boompje te bloeien. Het ruikt heerlijk. Zelfs de Roseblack is ontroerd.
De Speaker gaat vergaderen met de Lookshy chapter van haar Orde. Atis zegt gedag tegen Lysanne, wij ook. Ze drukt ons op het hart om langs te komen als we genezing nodig hebben. Als ‘lijfwacht’ van Roseblack mogen we bij het overleg zijn tusen haar en het stadsbestuur. Lookshy wil grif erkennen dat de keizerin niet de gerechtvaardigde heerseres over het keizerrijk is. En ze willen de Roseblack erkennen als de echte shogun. Maar zich aan haar onderwerpen? Nee, Lookshy is onafhankelijk.
Na de vergadering vertelt Sango Roseblack over Kimberi, en dat die in de gedaante van Little Shu haar plaatsvervangster is als aanvoerder van Red Piss en de andere Legioenen. We vertellen ook over de Dragonborn en de 10.000 geexalteerde kinderen van Gethamane met zuiver bloed. Ze merkt op dat we dat aan de Speaker hadden moeten vertellen. Ja, maar het kwam er niet van. Sango was toen de privacy-spreuk aan het verlengen. Roseblack zal het verhaal van de kinderen vanavond wel aan de Speaker vertellen. Dat van de demon hoeft de Speaker niet te weten.
We blijven nog een avond. Atis ‘date’ met de Roseblack. Sango gaat naar de lokale magiërsacademie. Die zijn gespecialiseerd in magitech. Iedereen loopt met een Personal Assistant. Als iemand vraagt waar de hare vandaan komt, omdat hij er zo vreemd uitziet, houdt ze de vraag af. De dragon kings zijn nog te kwetsbaar om de eerste de beste voorbijganger erover te vertellen.
Over naar de lunars…
De lunars vliegen flink door. We zijn in gezelschap van Ten Stripes en Vuurvos. We pauzeren een dagje op een eiland waar Ten Stripes haar experimenten naar een ideale regeringsvorm doet. Ze wil democratie, maar is gefrustreerd: ze hebben alweer een dictator! We overtuigen haar om het experiment niet te beëindigen (dat wil zeggen: de mensen niet af te maken). Eye of Autumn stelt voor om ook landbouw te introduceren, op drijvende eilanden.
Na een week of drie komen we bij het platformpje bij Leviathan. Marina gaat in beastman-vorm even langs bij de kraken die Leviathans luchtscheepje bewaakt. Die vertelt dat een van de celestial lions weg is. “Dat hebben wij geregeld.” Er zijn ook vijf solars langsgeweest, in gouden harnasjes, ze waren nogal knapperig. Hij heeft er eentje opgegeten toen ze het luchtschip wilden starten. De rest heeft het opgegeven. Een van de zwaardjes ligt misschien nog op de bodem.
We bespreken de aanpak met Vuurvos. Die gaat vooruit. Wij wachten nog een uurtje, daarna gaan we zwemmen. De kraken is enorm. Marina let goed op en vindt inderdaad de resten van de solar: een reaper daiklave en een verfomfaaid en beschadigd orichalcum harnas. De sharkmen komen en escorteren ons. In de verte zien we de stad Luthe. Waar wij zwemmen licht de zee op met bioluminiscentie. Het water wordt steeds helderder. Ondanks de diepte neemt het aantal waterplanten toe. Leviathan is moeilijk te missen: een 60 meter lange orca. Er zijn meer lunars, waaronder drie No Moons met mooi bewerkte staven. Dit zijn hoge ingewijden, tweede cirkel. Hun spreuken zitten waarschijnlijk in de staven. De meesten hebben hun kasteteken aanstaan. Wij stellen ons voor. Marina en Tawuz inclusief de familienaam Regenboog. De andere lunars worden ook voorgesteld. Dan introduceert een No Moon Leviathan, Prins van het Westen, generaal van de Solar Legioenen.
We vertellen ons verhaal. Om te bewijzen dat we een volle cirkel zijn, zetten we onze kastetekens aan. De No Moon elders zijn onder de indruk, de rest niet. Ze bevestigen ook de wijzigingen in de ley-lijnen. Als we de naam Kimberi laten vallen, wordt Leviathan ineens geïnteresseerd. Beide ogen staren ons aan en hij vraagt: “WAT! is er met Kimberi?”
Marina houdt ons zorgvuldig voorbereide verhaal en zet haar van Luna gekregen Essence in. Het werkt. “Jullie willen dat ik bewijs dat ik een betere generaal ben dan zij? OK,” hij wijst naar ons: “doe er wat aan!” Tawuz zegt onmiddellijk: “Mogen we Luthe?”
Leviathan kijkt zuur, maar geeft toe dat hij in zin eigen val getrapt is. “Goed, maar ik wil mijn drietand terug. Die ligt op de kapiteinsstoel.” Hij kent ons Rank 3 toe als erkenning voor onze daden.
Hij vraagt naar solars. We vertellen dat ze wel meevallen en dat ze bezig zijn de Great Curse op te heffen. “Huh, wat is dat?” Hij raakt geinteresseerd als we vertellen over de curse van de siderials. We vertellen dat ze de solars hebben vermoord. “We hebben heel lang naar bewijs gezocht, maar nooit iets gevonden.” “Wij wel. Bij Whitewall wilden de dragonblooded hun solar heer en lunar dame niet doden. Dat moesten de siderials zelf doen. En dat staat in de familiekronieken van een familie daar.” Hij drukt ons op het hart om erg zuinig op deze informatie te zijn. Nooit aan een niet-lunar vertellen, totdat we een zo hoog mogelijke sfinx in Yu Shan tegenkomen.
Voor het slemp-en-demp gedeelte van deze moot gaan we naar Luthe. Leviathan blijft achter. De stad staat half onder water. Er leven ook mensen, maar dat zijn slaven. Ze worden ‘traitor-spawn’ genoemd. Als Maina zegt dat ze Regenboog-wijn wil, komt een van de slaven aanzetten met een First Age vaatje van 6000 jaar oud. Als Tawuz ziet dat de lunars dit per halve liter naar binnen willen gieten, bestelt hij snel minder goede wijn en houden ze dit vaatje voor zichzelf: “Doet ons aan de familie denken.”
Het eten is prima. Sushi, sashimi, long pork (mensenvlees). His neemt een No Moon mee naar de oppervlakte en laat daar het schilderijtje zien waarop de lokatie van Luna’s tempel staat afgebeeld.
De volgende ochtend lopen we naar de stuurkamer. Alle beastmen en de andere lunars hebben het schip verlaten. Marina pakt de drietand. Even weegt die een ton, maar dan is hij opeens makkelijk op te tillen. Marina zwemt richting Leviathan. Een sharkman komt hem tegemoet om de drietand over te nemen. “Dat wil ik hem zelf geven.” “Leviathan is boos…” “OK,” Marina geeft de drietand af.
Luthe heeft een schotelvorm, 8 km doorsnee en 1 km hoog. Shi Mei Lan is direct op de kapiteinsstoel gesprongen. (Als kat is ze daar nu eenmaal het handigste in.) Er zijn stoelen voor de kapitein, voor battle, navigation, supernatural en communication. Deze hele stad is met vijf man, een volle lunar circle, te bedienen. Maar er zijn langs de wanden nog 25 zetels voor lagere officieren. Met enig heen-en-weer, want His en Eye of Autumn willen eerst allebei kapitein zijn, komen we tot de volgende verdeling:
– Eye of Autumn, full moon, neemt de kapitainsstoel.
– His doet navigation; hij heeft een specialty luchtschip besturen.
– Tawuz neemt communicatie. Hij neemt direct contact op met AI-1 en vraagt om door te geven aan de solars dat we Luthe hebben.
– Shi Mei Lan neemt het battle-station, want zij is goed in Thrown en War.
– Marina neemt het ‘supernatural’ station. Dat blijkt vooral over de techniek te gaan.
De mensen aan boord vertrouwen ons voor geen cent. Ze zijn al sinds de First Age slaven van Leviathan’s beastmen. Volgens de apparatuur zijn er ongeveer 6000 mensen aan boord, en één geexalteerde dragonblood. Er is aardig wat achterstallig onderhoud. De mensen zijn ongetraind, maar kennen het schip op hun duimpje.
Tawuz gaat op onderzoek uit naar die ene dragonblooded. Hij vindt een familie met boeken en drie kinderen. De 16-jarige zoon heeft een wat rossiger huid dan de rest. Vader is één van de elders, een beetje pedant type. Hij kan lezen en dat geeft hem veel aanzien. De jongen is net geëxalteerd. (Anders was hij wel opgegeten – dat gebeurde standaard.) Tawuz legt heel voorzichtig uit dat Luthe een schip is en gaat vliegen. Hij raadt aan om alles goed vast te sjorren. De jongen loopt mee om de andere elders te waarschuwen. Hij gaat ook mee naar de brug en kijkt daar zijn ogen uit. Zijn naam is Gavrane Tomazri.
Met dit schip ben je in een halve dag aan de andere kant van Creation. Omdat we niet over het Cursed Isle wilen vliegen, doen we er acht uur over om bij Gethamane te komen. We kondigen onze komst aan, zodat we niet lastig gevallen worden. De topsnelheid is tegen de geluidssnelheid aan. Het schip is niet gemaakt om te landen, maar om in rust iets boven de grond te blijven zweven. Het lange liggen op de zeebodem heeft het geen goed gedaan.
Tawuz neemt Tomazri mee naar buiten en vraagt hem te helpen dingen aan de andere ‘traitor spawn’ uit te leggen.
In Gethamane is het leger intussen tot één geheel gesmeed. In de berg is een meng-samenleving ontstaan met autochthonians, dragonblooded en mensen. We zien zelfs autochthonian exalts. In de Tuinen is een gate ontdekt die naar Gaia leidt, maar kunnen alleen dragonblooded doorheen.
solars en lunars 6 Xp, Inez beide personages +1 voor de notulen
Tanais – 52
ochtend van de 18e-ii-R2
Risha neemt zijn intrek in het zomerpaleis. Dat wordt snel in orde gebracht door personeel dat nog niet zo heel bekwaam is. Eerst maar even ontbijten. Claude gaat intussen afluisteren bij Celeste en McArthur. Hij verstopt zich in de kast. Celeste foetert de ambassadeur uit: “Hoe heb je je in godensnaam tot wagenrennen kunnen verlagen? Ga zelf maar je chariot mennen. Als je wint, mag je aanblijven.” Claude volgt McArthur naar de shantitown.
Risha gaat na het ontbijt naar zijn tempeltje. Priester Malice en zijn assistent vallen neer in een aanbiddende houding. Een toevallig passerende goedgebouwde jongeman, in een zwart jaden harnas en met een zilveren tiara met een heartstone op zijn voorhoofd, ziet dit gebeuren en blijft geamuseerd kijken.
Gwan gaat de financien nakijken. Heer Arend krijgt 50.000 goudstukken per maand en dat gaat i zin geheel op. Grote bedragen gaan naar Bambi en de andere ambassadeurs voor grote bouwprojecten. De arbeiders zijn lokaal, maar de grondstoffen komen uit het buitenland. Er is veel handel, met 2% belasting is Soul een belastingparadij. Maar hij vindt een handgeschreven aantekening van Arend dat die de belasting op termijn wil gaan verhogen. Een andere kostenpost is het voedsel wat uitgedeeld wordt aan de armen. Er is veel armoede in het rijk, maar er komen steeds meer opleidingsplekken in de bouw. Shantitown profiteert daar niet echt van.
Chang inspecteert de troepen – op dit moment zijn hier alleen paleis- en stadswachten – en gaat uitzoeken wie er waar allemaal gestationeerd zijn. Er zijn 2000 man bij de grens met het quarantainegebied voor Eenoog, 200 man in het zuiden en 100 man politie. Aan de grens met Vixen is geen bewaking. De moraal is goed.
Risha vraagt Malice en de hulppriester om op te staan. Hij wil weten hoe het gaat. De cultus stelt nog niet zo veel voor en de aanhangers zien elkaar eigenlijk niet meer. Malice kan mensen genezen, maar doet dit niet vaak. Hij vertelt dat Sarina een woning in de ambassadeursstad heeft. Strega runt een gaarkeuken in shantitown. Bruiser is gestationeerd aan de grens en van Zack weet hij niets. De man die stond te kijken komt binnen en stelt zich voor als Mariano, priester van Luna en ambassadeur van de lunar-stad. Risha is heel blij om een echte lunar te spreken. Malice vertelt dat de stad uit zijn voegen is gegroeid en het magische bos kwijnt weg. Er zijn straatrellen in shantitown tussen de aanhangers van de raceteams. Heer Arend is te aardig voor ze: hij houdt geen toezicht, maar doet ook niet aan liefdadigheid. De teams zorgen voor brood en bier voor hun aanhang. Marino vraagt waarom er niemand in de priesterstad woont. “Heer Arend heeft de oude goden verboden en de brahmanen de stad uitgegooid,” zegt Malice. De priester van Luna is geschokt. Malice weet nog te melden dat er voor de wagenrennen nog gladiatoren gaan vechten met een monster. Risha wil poolshoogte gaan nemen en Marino wil wel met hem mee.
Claude ziet Risha met een rijkgeklede heer door de sloppenwijk lopen. Hij vindt dat nogal onverstandig, alsof ze een bordje ‘beroof ons’ boven hun hoofd dragen. Hij spreekt ze niet aan, maar blijft zonder opgemerkt te worden een eindje achter McArthur lopen. Die glipt een opiumkeet in. Claude denkt dat dit wel een aantal uren kan gaan duren en besluit om later terug te komen. Hij gaat naar het clubhuis van Vixen om de wagen te bekijken. Dat is een sjiek gebouw met grote staldeuren. Hij glipt naar binnen en inspecteert de strijdwagen. Die ziet er goed uit, maar er zijn wel verbeterpunten. Tijdens de lunchpauze maakt hij er stiekem een superwagen van.
Chang leert dat er eens in de twee weken wel een insluiper van de Eenoog cultus wordt gesnapt. De politie, vooral soulfielders maar ook een paar shintasta, heeft het druk met openbare dronkenschap en diefstal. Maar er gebeuren geen gruwelijke moorden of andere dingen die met Eenoog samen zouden kunnen hangen. Er zijn weinig etnische spanningen. Hij bedenkt zich dat als de wagenrennen een succes zijn, er draagvlak voor een chariot-legioen kan ontstaan. Daarna gaat hij naar Kofkof om les te nemen in het berijden van een pegasus. In het magische bos is een rijschool gevestigd, ‘the last pegasus’, en er staan een stal en voederbakken. Het wordt een beetje Disneyland. Kofkof geeft hem graag les.
Gwan scry’t Archet. Het is een slaperig stadje. Dan leest hij het contract met Silver eens aandachtig door. De huur van het eiland kan op ieder gewenst moment door Silver worden opgezegd en dan is het gedaan met de betaingen.
Claude gaat weer naar het opiumkot. Daar ziet hij net McArthur met een dame een achterkamertje ingaan. Als ze klaar zijn neemt Claude hem in zijn kladden. “Ik heb een mooi voorstel…” De ambassadeur breekt in angstzweet uit als Claude over de ambassadeurswoning begint. Maar dan: “Als jij mij geld en bouwmaterialen levert, dan win ik die race voor je.” ‘U lijkt helemaal niet op mij!’ “Laat dat maar aan mij over. Als ik win, wil ik van jou 10% van je inkomsten over het afgelopen jaar en 5% van je inkomsten zo lang als je hier ambassadeur bent.” ‘OK,’ McArthur gaat akkoord.
Risha en de lunar lopen door de sloppenwijk. Er heerst een opgefokt sfeertje. Hier zijn veel meer mannen dan vrouwen en er is veel vuilnis op straat. Op aanplakbiljetten staan advertenties voor franchisenemers van bordelen en dergelijke. En ook een oproep: ‘Avonturiers gezocht voor gladiatorengevechten in de arena. Rijkdom en faam gegarandeerd. Melden bij James Manson.”Onderweg hoort Risha Marino uit over de witte stad. Marino blijkt hier te zijn om van onze fouten te leren: hoe start je een verlaten stad weer op? Ze komen bij Strega, die blijkt meer dan alleen een soepkeuken te hebben. Er is een hospitaaltje voor de kinderen uit shantitown. Strega heeft haar goede kant gevonden. Ze bedelt een handvol obolen los bij Marino voor de 25 kideren die nu ziek zijn. Strega blijkt een beetje ruzie te hebben met Malice, die zit alleen maar naar Risha’s beeld te bidden. “Ik heb hem de gave geschonken om charms te gebruiken,” zegt Risha, “die zou hij hier moeten gebruiken om kinderen te genezen. Die gebeden hoor ik toch niet.” De lunar priester geneest een ziek jongetje. “Die krachten kunnen we hier goed gebruiken,” zegt Strega en ze is teleurgesteld dat Marino niet kan blijven. Zij kent Zack nog wel. Die heeft een dievengilde opgericht in Risha’s naam. Risha is tevreden, maar Strega vindt het vreselijk.
Dan gaan Risha en Marino naar James Manson. Tussen de stallen staat de gladiatorenschool. James is er getatoeeerde kleerkasten aan het keuren. De winnaars laat hij toe tot zijn school. Dit tijdverdrijf komt uit het zuiden. Het hoort niet echt thuis in onze cultuur, maar het is razend populair. James ziet de rijkgeklede vreemdeling en denkt een mogelijke mecenas in zij school te verwelkomen. “Wie denkt u dat er gaat winnen?” vraagt James. Marino glimlacht en wijst naar Risha. Omdat de koning al verdwenen was voordat shantitown ontstond, kent niemand hier zijn gezicht. Bovendien weet niemand nog dat hij terug is. De stoere mannen lachen, maar Risha mag tegen Bertus uitkomen. Zonder charms te gebruiken weet Risha drie van die kleerkasten te verslaan. Dat levert wel respect op. “Je bent aangenomen. Ik heb alleen niks in jouw maat, dus je moet zelf voor pantser zorgen. Maar kom niet alleen, stel een groepje samen. Om 10 uur in de arena, het gevecht is om 11 uur.”
Terug in het zomerpaleis stelt Risha Marino voor aan de anderen. Hij komt uit Nieuw Salish, de lunar stad. Na een smakelijke maaltijd gaat Claude de stad in, de rest gaat slapen. ’s Nachts gaat Claude naar de tempelstad. Hij brengt een offer ghee aan Pashupati en vraagt om een excellency in chariot racing. Een zilverkleurige wolk verschijnt: “Zo …” “Ik ga morgen weer een race doen,” zegt Claude, “ter ere van de goden.” “Dus jij gaat de tempelstad weer openen.” Claude zegt dat hij zijn overwinning aan de goden wil opdragen. “Interessant voorstel, Claude die tot inkeer komt. Als er in de arena zichtbaar een ritueel aan mij wordt opgevoerd, krijg jij een grotere kans om te winnen. Je mag de brahmanen vervangen.”
19-ii-R2
Om 9 uur staan Chantal en heer rend bij ons op de stoep. Ze willen nog wat laatste details regelen. Heer Arend wil regent worden, maar Risha zegt dat hij dat aan Chantal over wil laten. Arend gaat morrend akkoord. Claude gaat, vermod als McArthur, naar de stal en brengt wagenmenner Pedro het slechte nieuws dat de koningin wil dat McArthur zelf rijdt. Pedro’s snor begint te trillen. De werknemers willen meteen hun salaris uitgekeerd krijgen (ze hebben een goed salaris) en zetten dat massaal in op het andere team.
10 uur. Marino, Chang, Gwan en Risha (in een leren harnasje) maken hun opwachting bij de arena. Ze worden aan de zijkant in de arena opgesteld. Chantal en Arend zitten al in de loge. Wij worden niet herkend en maken geen diepe indruk op het publiek. De spreekstalmeester begint een toespraak: “Een nieuw element wordt toegevoegd aan de arena: het gevecht. Een tovenaar gaat een monster oproepen en deze helden mogen daar tegen vechten … blabla bla.” Manson schrijdt met apparatuur de arena binnen. Wij worden naar voren geduwd. Manson trekt een driehoek en een cirkel, gaat in de cirkel staan en maakt magische gebaren. Er is een felle flits en er onstaat een zwarte wolk in de driehoek. Als de rook optrekt, staat daar een demon van de 2e cirkel. “De zoon van Idris!” roept de tovenaar. Iedereen deinst terug.
De demon kijkt wat verwonderd. “Wie heeft het lef om Octavian de Quarter Prince uit te dagen?” vraagt hij. Chang is Risha voor en roept: “Ik!” Hij doet Glorious Solar Sabre. Meteen daarna slingert Claude vanaf het dak met zijn Sling of Prowess een kogel naar de demon en Risha doet Whirlwind Armor Donning Prana om zijn eigen harnas op te roepen. Marino rent er op af en slaat met zijn reaver daiklave. Risha mept met een combinatie van charms vier keer, waarvan twee aanvallen raak zijn. De demon slaat hem zijn zwaarden uit de hand en probeert Risha’s ogen uit te drukken met Blinding Punch. Hij raakt, maar het lukt hem niet on Risha blind te maken. Chang en Claude vallen aan, maar missen. Dan grijpt de demon een eikel die aan een koordje om zijn nek hangt, kust die en roept met Command the Beasts of the Earth vier mammoeten op die op ons af chargeren. Marino doet een spreuk waardoor de demon niet meer weg kan van zijn plek. Gwan raakt, maar doet geen schade. Risha heeft zijn zwaarden weer opgeraapt en doet zijn combi nogmaals. Nu geeft hij licht. Zijn anima wordt zichtbaar: astrale dolfijnen springen omhoog in de ochtendzon en het licht schittert in de opspattende druppels. Hij raakt weer. In het publiek veranderen lunars en beastman vorm (slang, tijger, etc) en springen de arena in. Claude slaat de demon ook en het wezen gaat neer. Marino stuurt de bewusteloze demon terug naar de hel. Waar de demon op de grond lag, is het nu puur wit. Daar liggen de eikel en de Malphean ijzeren staf waar het monster mee vocht. Gwan wordt door een lunar uit het publiek weggerukt. Maar Risha krijgt een mammoet over zich heen. Vanuit het publiek wordt er een Flying Guillotine gegooid, het beest wordt zo ongeveer in tweeen gereten. Risha klimt onder de dode mammoet vandaan, onder het bloed. Na een lange stilte barst het publiek uit in luid gejuich.
De arena wordt schoongemaakt voor de wagenrennen. De tovenaar is nergens meer te vinden. De rode en de blauwe wagen worden binnengereden. Claude (in de gedaante van McArthur) plaatst een schaal brandende ghee in de magische cirkel van de tovenaar en draagt de race op aan Pashupati, de Green Man, Oaken en de andere goden van Shintasta-Soul. Heer Arend’s mond valt open. Pashupati vindt het rachtig dat het offer plaats vindt in de on-schaduw van Octavian en staat niet toe dat Arend het ritueel verstoort. Een bliksem uit heldere hemel raakt de lunar en die valt bewusteloos neer. “Dank u Pashupati, voor dit teken!” roept Claude. De race begint en de meningen in het publiek verschuiven. Claude wint en draagt zijn overwinning op aan Pashupati en de Green Man. Undercover brahmanen in het publiek geven een staande ovatie. Claude roept op om eenmaal per maand op deze dag de goden te eren. Chantal lauwert hem.
Als laatste onderdeel van e festiviteiten geeft Chantal de kroon aan Risha. Die kroont zichzelf en geeft dan het regentschap aan haar. Het publiek is minder enthousiast over Chantal dan over Risha.
4xp