Uiteindelijk hebben we acht weken moeten wachten tussen de vorige sessie en deze. Dit kwam door een samenloop van omstandigheden. Zoals bijvoorbeeld de huwelijksreis van de storyteller. Het is hem uiteraard van harte gegund! Maar het was voor iedereen wel moeilijk om weer in het spel te komen en we zijn een stuk minder opgeschoten dan we hadden gekund.
We zaten in bad. Ster had het plan opgevat om te gaan verkennen. Met een kleine wilsinspanning komt er een matrijs van zandkorrelgrote kristallen door zijn huid omhoog en eventjes ziet hij er uit alsof hij van parelmoer is gemaakt. Met een korte stoot essence wordt het geactiveerd, zodat invallend licht aan de andere kant van zijn lijf onverzwakt in dezelfde richting wordt dorgegeven. Effectief is hij nu onzichtbaar. Met een tweede stoot essence herdefinieert hij voor zichzelf de betekenis van ‘omlaag’. (Voor een exalt van de Maker zelf, zijn diens natuurwetten slechts richtlijnen.) Langs de muren en het plafond loopt hij het paleis in. We zitten nu op de tweede etage en via een bediendentrap gaat Ster omlaag. Daar komt hij uit in de keuken. Hier is het druk, Zombie koks lopen druk heen en weer met potten en pannen.
Hij weet eigenlijk niks van koken en Ster is heel benieuwd wat er klaar wordt gemaakt. En hij wil zeker weten dat wat er daar gekookt wordt geen mensen vlees is. Je weet maar nooit tenslotte met zombies en abyssal exalts. Voorzichtig sluipt hij naderbij.
FLOTS!!!
Volkomen onverwachts vliegt er een pannekoek omhoog. [ Als je met je dobbelsteenworp in dit spelsysteem geen enkel succes hebt, en daarnaast tenminste 1 Een gooit, gaat er iets grondig mis. Dat heet een Botch. ] AUW! Een gloeiend hete pannekoek plakt midden in zijn gezicht! En de koks kijken omhoog. Ze zien een pannekoek in de lucht hangen, die niet meer naar beneden komt. Alarm… Ster rukt het hete ding van zijn gezicht en rent hard weg. Terug naar de badkamer. Enigszins bedremmeld en onder grote hilariteit van de anderen wast hij zijn gezicht af. ("You’ve got egg on your face.") Dan gaan we maar bedenken wat we aan moeten voor een galadiner. Silverclaw en Raine besluiten om zelf op onderzoek te gaan, maar ze hebben niet veel meer succes. Voordat ze de gang uit zijn, worden ze al door een wachter onderschept. Even later worden we opgehaald.
Het diner is in een mooie zaal met mozaiekvloeren en wandtapijten. De verlichting is met druipkaarsen. Alles is van goede kwaliteit en vakmanschap maar, zoals alles van deze plek, aan het vergrijzen. Als we aan de tafel zitten, komen Gustav en zijn twee Abyssal vrienden binnen. Het gesprek aan tafel gaat over ditjes en datjes en de eerste gang wordt opgediend. Het is een soort prutje in een zilveren schaaltje in de vorm van een scarabee. Silverclaw steekt het gerecht met schaaltje en al in zijn bek en begint knersend te kauwen. De gastheer is ontsteld, maar Dyjab weet er gelukkig een draai aan te geven: "we zijn net bezig hem met mes en vork te leren eten."
De volgende gang is een soepje van waterplanten, gefrituurde spinnen en andere plaatselijke flora en fauna. Er is hier echt maar heel weinig als zelfs de adel zo karig eet. Ster vraagt hoe het komt dat alles hier grijs wordt. Winters Last Refuse vindt dat hij niet moet zeuren, maar Gustav legt uit dat dit de
invloed is van de onderwereld. "De dood maakt dingen grijs." (Ster denkt: ik ben zelf grijs…) Gustav vervolgt: "De onderwereld ligt hier heel dicht aan de oppervlakte. Net zoals aan de andere kant van de wereld de Wyld doordringt, is hier de invloed van entropie, dood en verderf.
Dan worden de pannekoeken opgediend. BLOOS. De partyleden weten de gezichten in de plooi te houden, maar er wordt wel besmuikt naar Ster gekeken. "Hoe hadden jullie dat eigenlijk met die stad van jullie in gedachten?" vraagt Gustav. Ster begint een verhaal te vertellen over dat hij nog tramrails wil aanleggen en de problemen met hoogspanning, waar Winter niet-begrijpend op reageert. Een stad zoals in de First Age? "Hoe hebben jullie de godin eigenlijk verslagen?" "Ach het was niets," zegt Raine en we vertellen kort over hoe we de vajra hebben vernietigd. Tijdens het hoofdgerecht, gefrituurde spinnewebben en zo, komt Gustav ter zake. "Samenwerking en handel. Doe maar een voorstel." Dyjab voert nu voor ons het woord en in de loop van het gesprek wordt duidelijk dat Gustav een stad waar alle soorten exalts samenleven een gevaarlijk idee vindt. Hij woont hier zelf samen met twee abyssals en dat kan eigenlijk alleen maar omdat het hier zo afgelegen is. Strategisch is deze plek wel heel belangrijk want hier zit de poort naar het dodenrijk en de doden kunnen hier niet sterven. En hij wil niet dat dat algemeen bekend wordt. Dit gebied, van oudsher dragonblooded terrein, is heel gevaarlijk en zonder zijn twee abyssal vrienden zou het hier nog veel gevaarlijker zijn. Voor de abyssals is het wel een verademing om eens niet opgejaagd en achterna gezeten te worden. (Als dreigement is het eigenlijk wel subtiel.) Verder legt hij uit hoe de zaken in Mos Kovia zijn geregeld: omstreden zaken zoals de handel in zombies moeten buiten de stad blijven, maar handel in magische materialen zoals soulsteel kan wel in de stad plaatsvinden. Oftewel, ze gedogen dat zombies door hun gebied verhandeld en vervoerd worden, maar officieel weten ze alleen van de legale handel. Om de stad heen zijn daardoor allerlei vrijplaatsen ontstaan.
Gustav wil soulsteel en zombies verhandelen. Zijn gebied heeft verder eigenlijk gebrek aan alles. Er zijnn grote tekorten aan voedsel, aan grondstoffen en aan jade dat als geld gebruikt kan worden. Dus een tweede stad om handel mee te drijven is welkom. Aangezien dragonblooded in Mos Kovia niet welkom zijn, worden de handelsmissies door Winter en Sluiers gevoerd. Hij zou het zelf dus wel plezierig vinden weer eens zelf in een stad te komen. Inmiddels wordt het dessert opgediend en we spreken af dat Gustav over twee maanden bij ons langs komt voor een tegenbezoek om de onderhandelingen voort te zetten. Daarna volgt nog een korte uiteenzetting over de buurvolkeren ten Oosten en Noorden van de lage landen. In het Noorden is er een zee en daarvoorbij wonen kannibalistische barbarenstammen en lunars. In het Oosten is 750 mijl moerasland en voordat je aankomt in de Alliantie van 1000 Kleuren, een statenbond van zes koninkrijkjes die de moeite van het veroveren niet waard zijn. Daarvoorbij is weer een groot niemandsland en dan volgt Mos Kovia.
Inmiddels vliegt Ma Si Tamuz in de vorm van een grote witte uil door de omgeving. Het kasteel is een fort. Er lijkt geen sprake te zijn van verhoogde paraatheid door onze komst. Ze volgt een zoekpatroon van steeds verschuivende ovalen rondom het Schiehallion. Het is een vreselijk arm gebied. Het is wel natuurlijk, maar hier is de natuurlijke balans doorgeslagen naar de kant van de dood. De geesten zijn somber en de omgeving is doods. De mensen zijn over het algemeen uitgemergeld en een paar keer worden er pijlen op haar afgeschoten door hongerige jagers die een wel trek hebben in een vette uilebout. Er zijn geen mijnen te vinden waar soulsteel gewonnen wordt, wel steenkool en turf. De verkenning levert weinig meer op dan een pijl in haar vleugel. Onverrichter zake keert ze terug naar de party voor nachtelijk overleg.
De abyssals zijn zich tijdens de onderhandelingen aan het vervelen en na de maaltijd neemt Winter zonder omhaal afscheid. Raine en Ster dingen naar de gunsten van Sluiers en Raine daagt haar uit om eens te sparren. Ze neemt ons mee door een verborgen deur naar de dojo. Die is zeer goed ge
outilleerd. Ze stelt twee zombies op aan weerszijden. "Ik ben klaar." Raine tovert twee zwaarden tevoorschijn en valt aan.
Het is in een oogopslag te zien dat hij geen enkele formele training heeft in gevechtssport en dat breekt hem ook in de kortste keren op. De dame hanteert haar zombies uiterst efficient als wapens en als energiebron voor haar charms. Al snel zit Raine vast in de omhelzing van twee zombies die hem bijten en klauwen en heeft Sluiers zijn wapens in de hand. Als hij zich dan gewonnen geeft, ontstaat er nog een genante situatie: Raine wil zijn wapens terug, maar hij is niet op de hoogte van de omgangsvormen rondom een formeel duel. Hij heeft niet het fatsoen het aan haar over te laten om hem die gunst te verlenen. In plaats daarvan gaat hij zeuren. Zowel Silverclaw, als Ster, als Dyjab voelen vanuit drie totaal verschillende culturen grote plaatsvervangende schaamte over de manier waarop Raine nu zijn eer aan het verliezen is. Uiteindelijk geeft Sluiers hem zijn zwaarden en maakt er verder geen woorden aan vuil. Ze kijkt even naar Ster en zegt: "Jij hebt ook interessante charms." (Hoe weet ze dat nou weer? Door alleen maar naar me te kijken? Dat is eng!)
Het is inmiddels best wel laat en we zijn moe, dus gaan we naar de slaapvertrekken. Op weg daarheen raken we Raine even kwijt. We bijeen op de kamer van Silverclaw voor overleg met Ma Si Tamuz en Oeal. Even later verschijnt Raine weer. Hij was nog even met Sluiers wezen praten. Zij is niet uit vrije wil abyssal zei ze, en ze heeft hem gevraagd of zij met ons mee kan naar Mos Kovia. Ze hoopt dat er een manier bestaat om onder de invloed van de primordials vandaan te komen – ze weet niet of er een weg terug is, maar als die er is is het een geheim van de primordials. Maar er over praten is voor haar al gevaarlijk. Misschien dat "de perfecte dief", Raine dus, haar kan helpen. Ster laat zich ontvallen dat er nog een levende primordial over is. Hij wordt verkeerd begrepen. "Ja, Gaia dat zou een mogelijkheid kunnen zijn, maar hoe komen we daarmee in contact?"
Ma Si Tamuz vertrouwt het helemaal niet. Na een lange discussie over de betrouwbaarheid of onbetrouwbaarheid van de Dame in Witte Rouw en Paarse Sluiers, hakt Dyjab de knoop door. We nemen haar mee en als Ma Si het over twee dagen nog niet vertrouwt maken we haar af. Daar kan iedereen zich in vinden.