Een nieuw avontuur

Miominmiojpg_1

Op de site van Don is te lezen over het nieuwe avontuur genaamd De Gouden Vlam, daar is het verhaal verteld vanuit de visie van de spelleider. Don schrijft mooi en ik houd zelf al het verslag van de Exalted campaign bij op mijn weblog. Is het dan nuttig om mijn kant van het verhaal, dus de visie van een van de spelers, ook nog eens aan de electronische snelweg toe te vertrouwen? Ach. Waarom ook niet?

Mio loopt op drie oktober over de kermis. Hij is acht en nogal klein voor zijn leeftijd, maar hij weet toch de meeste enge attracties wel in te komen. Hij is al in een ondersteboven ding geweest en in een naarbenedenstort ding, en nu staat hij bij de botsautootjes te wachten tot er een karretje vrijkomt. Voor wie Leiden op 3 oktober niet kent: het is de een-na-grootste kermis van Nederland en het feest trekt zo’n 100.000 bezoekers. Da’s echt enorm veel, zeker als je bedenkt dat de stad 120.000 inwoners heeft. Bij andere attracties staan de mensen netjes in de rij, maar bij de botsautootjes is het ieder voor zich. Er wordt regelmatig geknokt om een karretje en kleine kinderen worden rucksichtlos door oudere kinderen uit hun wagentje geduwd.

Terwijl Mio op een gelegenheid wacht, ziet hij een enorme kerel die zoekend heen en weer kijkt, zijn kant op komen. Het lijkt wel een figuur uit een tekenfilm, zeker 2 meter lang en anderhalve meter breed, met een vierkante kaak, littekens in zijn gezicht en een leren jack dat strak om zijn te gespierde armen spant. Een marokkaans jongetje ziet hem ook, net als een leids jochie met een blond matje en een trainingspak. Maar de rest van de mensen op de kermis reageert niet op de opvallende gestalte.

Een beeldschone vrouw met spierwit haar en een enorme bontmantel spreekt de kleerkast aan. Ze heeft twee lijfwachten achter zich, lange magere mannen met ratachtige gezichten. Het lijkt wel een tweeling. De vrouw merkt dat er een aantal kinderen naar hun staat te kijken. Ze loopt naar de botsautootjes en spreekt ze vriendelijk aan: "Hebben jullie mijn dochtertje misschien ook gezien? We zijn haar kwijtgeraakt. Ze is heel makkelijk te herkennen, want ze heeft net zulk haar als ik. Als jullie haar vinden, heb ik wel een beloning voor jullie." Het is een hele lieve mevrouw, maar de mannen zijn wel eng en Mio heeft 101 dalmatiers gezien. Hij vraagt of het een echte bontjas is, want hij heeft van zijn ouders geleerd dat bont alleen gedragen wordt door lieve dieren en gemene mensen. Ja, de bontjas is echt. Oei.

"Nee mevrouw, die hebben we niet gezien, maar we beloven ons best te doen." Het dochtertje is vast niet verdwaald, maar weggelopen. "Waar zou ik me verstoppen als ik op de kermis wil weglopen?" denkt Mio. Aan de achterkant van de attracties! Bingo. Achter de frietkraam zien we een troepje modetrutjes staan rond een heel klein bang meisje met spierwit haar. Kees, de jongen met het matje, spreekt de meiden aan, terwijl Ab, dat is de marokkaanse jongen, en Mio op de knieen gaan en het meisje bekijken. Ze draagt een juten zak, niet echt de kleren die je verwacht van een kind met zo’n deftige moeder. Van dichtbij zien zij dat ze een brede zilveren band om haar hals heeft. Ze zegt niets, maar het is duidelijk dat ze doodsbang is. Het is duidelijk niet in de haak. Na even heen en weer praten gaan drie van de meiden de kermis weer op. Maar Suzette, de leidster van het meidengroepje, is het met ons eens dat we het meisje uit de handen van de engerds moeten redden.

Het meisje krijgt Mio’s door-oma-gebreide trui en het petje van Ab, zodat ze minder opvalt. Via de steegjes proberen we van het kermisterrein weg te komen naar het huis van Kees. Op het moment dat we de brug oversteken, worden we helaas gezien door de kleerkast en we zetten het op een lopen. Op het Vrouwenkerkplein, schieten we cafe Het Praethuis in. Daar zijn brede motorrijders die bevriend zijn met de ouders van Kees. We krijgen cola en het meisje duikt onder de leestafel. 

Maar onze uitkijk ziet aan de overkant van het plein opeens de bontmantel verschijnen. Via een achterdeur glippen we weg en rennen de menigte weer in. Het meisje trekt ons mee totdat we bij water uitkomen. Ze lijkt iets in het water te zoeken, maar we weten niet wat. Door de stad lopend rusten we nog even bij het Oudemannenhuis aan de Herengracht en we besluiten dat we niet naar de politie moeten gaan, want die zullen het meisje toch maar aan de moeder meegeven. Mio onderzoekt intussen de halsband. Het ding zit heel strak. Van achter heeft het een heel ingewikkelde sluiting, die niet open kan. Aan de voorkant vindt hij een opening met een buis die haar luchtpijp ingaat. Vandaar dat ze niet kan praten! Als we dan aan de overkant opeens weer een van die ratachtige lijfwachten het Leger des Heils zien binnengaan, vluchten we snel verder. Bij het Ankerpark, waar het vuurwerk van vanavond wordt voorbereid, wordt het meisje enthousiast. Ze zwaait naar een aan de meelfabriek Meelfabriekaangemeerde rijnaak. Als de andere kinderen helpen en gaan roepen, komt er een bebaarde man in een schipperstrui tevoorschijn. Hij reageert blij verrast als hij het meisje ziet en roeit snel naar ons toe. We gaan snel aan boord. De oude man stelt zich voor als Ot. Hij heeft het meisje een paar weken geleden gevonden in het park, compleet met halsband zoals ze nu is en hij noemt haar Elise. Volgens hem is ze een engeltje. De dame in de bontmantel is niet haar moeder maar een zekere Celestine, een gevaarlijke vrouw die Elise dit heeft aangedaan. 

We bellen onze ouders om te zeggen dat we ‘bij een vriendje eten’. Ot nodigt de zwerver Hieronimus die in het park woont, uit om mee te eten en kookt stamppot met worst. Die voor Mio ook echt naar stamppot met worst smaakt. Voor de andere kinderen smaakt het naar hun lievelingseten. Ot wil weten of de kindrenen ergens in geloven. Kees en Elise geloven niet echt ergens in. Ab is moslim ‘maar niet zo erg’ en Mio zegt dat hij macrobiotisch is. Dan vertelt Ot de meest fantastische, boeiende verhalen. Na het vuurwerk, dat vanaf het dek fantastisch goed te zien is, belt hij een taxi om de kinderen naar huis te brengen.

De taxi rijdt door het nachtelijke Leiden en de kinderen zijn moe. Ze zijn blij dat alles goed is afgelopen en blij om naar huis te gaan. Maar opeens rijdt de taxi het terrein van het museum van Volkenkunde op, in plaats van de Binnenvestgracht waar Kees woont. De deuren worden opengerukt door de rattige lijfwachten van Celestine. De kinderen proberen te ontvluchten maar ze worden overmeesterd. Alleen Mio weet te ontkomen en hij rent huilend dwars door de feestende menigte heen naar zijn fiets die hier vlakbij aan een paaltje staat. Hij fietst zich de benen uit zijn lijf, terug naar de boot en gaat daar staan roepen tot Ot naar buiten komt. Ot heeft snel door wat er aan de hand is. Hij wordt woedend. Mio moet aan boord komen. De kapitein en Hieronimus gooien de trossen los en de aak vaart door nachtelijk Leiden over de Rijn naar het museum. Ze leggen aan bij het museum en Ot zegt tegen Mio dat hij aan boord moet blijven. Hij belt aan bij het huis achterop het museumterrein. Mio sluipt toch naderbij en hij ziet hoe Celestine open doet.

Ze maken ruzie, er klinkt een dof geluid en opeens valt Ot neer. Een paar van de ratten trekken hem het struikgewas in en dan gaat iedereen weer naar binnen. Mio sluipt voorzichtig naderbij. Ot ademt niet meer en er steekt een ingewikkeld bewerkt ijzeren staafje uit zijn borst. Hij is met een kruisboog van dichbij in zijn hart geschoten. Heel voorzichtig trekt het jongetje de pijl uit Ot’s borst en opeens … kuchend en proestend komt het lijk overeind. Mio gilt het uit. "Rustig maar, rustig maar." Zo kalmeert Ot het kind weer en dan zegt hij: &
quot;Kom mee. Hier moet nu een eind aan komen!"

De oude man loopt met het jongetje achter hem aan naar het huis. Hij trekt de deur uit de sponning. Binnen lopen ze direct door naar een zaal waar de andere kinderen verdoofd op stalen tafels liggen. Celestine en haar handlangers houden Ot tegen en Ot eist op hoge toon dat ze de kinderen loslaten. Vanuit de achtergrond komt een duistere gestalte. "Lucy, jij nam het altijd al op voor de kinderen. Maar deze confrontatie kun je niet winnen, dat weet je! En het kan zelfs het einde van de wereld worden. Wie heeft daar wat aan?" "Asmodeus, deze keer is ze gewoon echt te ver gegaan!"

Dan keert de oude man zich naar Mio en vraagt: "Mio, geloof jij?"

Mio denkt na. Hij gelooft niet meer in Sinterklaas en dus ook niet meer in god. Maar dan denkt hij aan alles wat hij vandaag heeft meegemaakt. Hij ziet weer voor zich hoe Ot dood neerlag en weer tot leven kwam. En dan zegt hij aarzelend: "Nu wel."

Ot reageert: "Dit gaat dus niet gebeuren!"

Bumper_carsDe kinderen staan weer op de kermis bij de botsautootjes. Ze weten dat een doodsbang meisje met wit haar zich achter de frietkraam gaat verstoppen.

Fear of girls

Van een vriend kreeg ik deze link voor een filmpje over tabletop rollenspel. Als je nog niet weet wat voor soort mensen D&D spelen, klik er maar eens op. 😀

Fear of Girls oftewel "True love is but a +2 broadsword away!"

Sessie negen

Na het grote gevecht met de vuurelementalen zijn Silverclaw en Sluiers bewusteloos, Raine en Ster zijn uitgeteld. Dyjab zorgt er voor dat de gewonden verzorgd worden en Ma Si Tamuz komt het pact na dat ze met de vissengod heft gesloten. Zij verdrijft het dorpshoofd en schaft de oude eredienst aan een of andere Moloch die kinderoffers wilde af. In plaats daarvan stelt ze een 050422salmonfestival in ter ere van de vissengod die geholpen heeft de bosbrand te blussen. De volgende dag is iedereen weer bij. Silverclaw heeft door het vuur geen kleren meer, dus Ster geeft hem zijn ‘omnimodale garderobe eenheid’, een stukje 1st age technologie van heel kleine spinnetjes die een kledingkast aan weefpatronen hebben opgeslagen en in een minuut een kostuum aan kunnen meten. Zonder zijn ‘normale’ kleren blijkt Ster een malienkolder van kristallen schubben te dragen. Als alles gereed is, worden de dorpsheks, de herbergier en een adelijkedame worden als triumviraat (idee van Dyjab) door Ma Si ingehuldigd en aan de vissengod opgedragen. Ster’s idee om de drie ook aan de nieuwe vuurgod in het bos voor te stellen, wordt door Ma Si weggehoond: de verliezer verdient geen eer.
Hierna vertrekt het gezelschap, uitgewuifd door de bevolking van het dorpje. Nadat we een tijdlang door de troosteloze landerijen van de Allienatie van Duizend Kleuren hebben gereden, verlaten we de beschaving en trekken weer de wildernis binnen.
Pak. Er slaat een pijl in de zijkant van de wagen! Vier zwaar gemuteerde figuren springen op de weg en sommeren ons onze bezittingen te geven. Als we ons niet verzetten laten ze ons in leven. Tjonge, dat had je nou niet moeten zeggen. Ster activeert zijn  lichtzwaard en Silverclaw wil zich in beervorm veranderen. Dan schiet er van achteren een pijl midden in Silverclaw’s rug. Zijn essence wordt in een klap onderdrukt en tot zijn stomme verbazing kan hij de transformatie niet doorzetten. Hij herkent het als lunar technologie en slaakt een luide kreet waardoor hij zich bekend maakt als lunar. Theambushprintc10100632Achter ons staat opeens een beastman met een boog op de weg, die ons nogmaals sommeert ons over te geven. Ster springt met een salto tussen de mutanten en dan begint het gevecht. Het is kort maar heftig. De beastman gooit Ma Si een maanzilveren dolk in de borst, met hetzelfde effect als de pijl. Sluiers trekt de ziel uit een van de mutanten en steekt die in een steen. Als de overvallers verslagen zijn, is Ster zwaar gewond, maar buiten levensgevaar. Terwijl hij verzorgd wordt, bekijken de lunars de dolk. Er staan glyphen op die aangeven dat hij aan een Ronin toebehoort, een lunar die buiten de lunar-maatschappij leeft. En de elders hebben hun geleerd dat ronins outcast zijn die vanwege hun misdaden door de elders uit de gemeenschap zijn verstoten. Dus de eigenaar van deze dolk is een eerloze pariah. Silverclaw krijgt daardoor spijt van zijn kreet.

Ster is zeer geintrigeerd door wat Sluiers gedaan heeft. Het lijkt een beetje op het maken van een zielensteen. En Dyjab wil van haar weten hoe het nu gesteld is met Silverclaws ziel. Sluiers geeft Dyjab de steen met de ziel van de mutant.Maar die vindt het ding maar smerig aanvoelen en hakt hem met zijn daiklavekapot. Terwijl we verder rijden, vragen de twee haar het hemd van het lijf. Kortweg komt het hier op neer: Ieder lichaam heeft een ziel nodig. Silverclaws ziel dwaalt ergens in het dodenrijk rond en zijn lichaam krijgt de levensenergie van Sluiers. Zolang het lichaam van Silverclaw leeft zal zijn ziel niet reincarneren. De ziel van Sluiers is nu verdeeld over twee lichamen: Silverclaw en zijzelf. Als een van beiden sterft, gaat haar ziel terug naar de kooi die een priomordial er voor gemaakt heeft en dan wordt er een nieuw lichaam voor haar klaargemaakt. Daar zal dan dezelfde Sluiers weer herboren worden. Silverclaws ziel zal in het ergste geval meegesleurd worden naar die kooi en Ster bedenkt zich dat de primordial daar misschien wel een lunar-variant van een abyssal van kan maken! Het is dus heel belangrijk dat Silverclaw zo snel mogelijk weer een geheel wordt.

De roep van Silverclaw wordt beantwoord: de ronin daagt hem uit! Bij wijze van voorbereiding werkt iedereen samen om Silverclaw een goede kans te geven: Dyjab geeft hem Strength of Stone, Oeal een Skin of Sand en Sluiers geeft het maanzilveren zwaard een betovering die The Sun Eclypses heet. De lynx Hoogheid houdt de wacht. En dan komt een lange lunar uit de bossen Dwbench3met vijfentwintig beastmen. Hij buigt en volgens de meest keurige lunar tradities verwoordt hij de uitdagingen. "Ik ben Gnawing elk. Ben jij degeen die mijn zoon heeft gedood?" "Nee, dat heeft Ma Si Tamuz gedaan. Maar ik ben wel degeen die je uitdaging aanneemt." "Welaan dan, Ma Si Tamuz, accepteer jij dat deze lunar voor jou strijdt?" En zo gaat het nog een tijdje door. De beastmen lijken totaal niet van ons onder de indruk.

Het duel zelf duurt niet zo lang. Door de magie van Sluiers breekt het zwaard van Gnawing Elk bij de eerste slag en zo wint Silverclaw vrij gemakkelijk. Elk moppert wat over abyssals, maar geeft zich gewonnen. Silverclaw spaart hem en Elk verleent ons vrije doortocht. "Ga in vrede." "Ga in vrede door mijn bos." Voor de lunars in het gezelschap is de zaak hiermee afgedaan en Elk vertrekt weer met zijn gevolg.

Dyjab en Ster zijn echter geintrigeerd. Dyjab roept Elk terug om nog wat met hem te praten. Elk vind het beneden zijn waardigheid om met een Dragonblooded te spreken, maar als Ster zich ook voorstelt wil daar wel mee spreken. "Een exalt van de Maker?" Hij vertelt dat Autochthon hier in de Schepping ook een volk heeft, het Mountain volk. In de loop van het gesprek komt naar voren dat hij niet door de elders verstoten is, hij heeft zelf de gemeenschap verlaten om in rust onderzoek te kunnen doen naar de drie verloren kastes van de lunars. Hij heeft zich zelf nooit thuis gevoeld in de changing moon en na lang zoeken heeft hij een aantal manieren gevonden om exalted krachten te onderdrukken. De pijlen, die zijn zoon tegen ons gebruikte, zijn een deel van zijn bevindingen en hij was bang dat de elders deze lijn van onderzoek zouden tegenhouden. De lunars houden zich in het begin afzijdig, maar luisteren toch mee. Langzaam stellen zij hun mening bij en dan mengen zij zich ook in het gesprek. Uiteindelijk biedt Silverclaw zelfs aan om voor Elk te spreken voor de raad van elders. Elk accepteert dit aanbod gracieus. Hij vraagt of wij kunnen helpen met zijn zoektocht naar de vijf oorspronkelijke kastes. Ster bedenkt dat Luna zelf misschien de blauwdrukken nog heeft. Maar volgens Elk verblijft de primordial Luna in de Hemelse Stad, waar de goden wonen. Er zijn wel poorten naar die godenwereld, maar Elk heeft ze nog niet gevonden. Tevens vertelt hij dat Autochthon zich vrijwillig van de Schepping heeft teruggetrokken en wacht op de terugkeer van zijn Oog. Ook hier leidt het enige spoor naar de Celestial City.

Als we beloven ons best voor hem te zullen doen, ontdooit hij. "Je gedraagt je eervol, voor een dragonblood." We nemen afscheid. Hij burlt luid en er komen een paar beastmen die twee wagons en vier paarden brengen. "Dit is de buit van onze laatste twee overvallen. Neem het en maak er goed gebruik van." Pluto_symbol_1In de ene huifkar zitten potten en kisten met kruiden en in de andere gedroogd voedsel. Dyjab voorziet ze van het merkteken van Porto Libre. En dan gaan we verder naar Mos Kovia. De rest van de re
is verloopt rustig en er gebeurt niets belangwekkends meer tot we aankomen bij de stad.

Mos Kovia is misschien wel de grootste stad ter wereld. De lunars ruiken hem al van verre. Overdag is het in de voorsteden nog relatief rustig. Maar de stad zelf heeft een enorme file van karavanen voor de poort. Zelfs Ster heeft nog nooit zo veel mensen bij mekaar gezien. Ook de lunars zijn in mensvorm. Na een ophaalbrug komen we in een tunnel onder de stadsmuren, met schietgaten en gleuven voor de kokende olie die we boven ons ruiken. Hier staan stadswachters die iedere wagen onderzoeken en een man met een sikje prevelt een spreuk. Dan zegt hij hoeveel exalts er in ons gezelschap zijn en dat wordt opgeschreven. We krijgen een aparte brochure  waarin staat wat we wel en niet mogen. Dat is kort samen te vatten: "1. Geen charms gebruiken! 2. Niet doden!" Old_moscow_russia

Eenmaal binnen verteld Sluiers dat het handelsdistrict in het Zuiden ligt, maar er is zo veel hier dat interessant is. We rijden met onze wagens door de drukke smalle straten. Er wordt iets geroepen "shadeeloo!" en alle mensen snellen portieken in. Niet wetend wat er gebeurd, duiken wij ook maar weg. Alleen Silverclaw heeft het niet op tijd door. Opeens worden er vanuit alle ramen pispotten op straat geleegd. Welkom in de grote stad.

Sluiers leidt ons naar de grote marktplaats in het midden van de stad. Hier, in het Kremmel district, wonen de edelen en rijke handelaren. Ze vertelt dat de stad wordt geregeerdt door iets wat Doema heet. Dat betekent vergadering. Veskoi is het handelsdistrict en het Parkov district is wat meer landelijk. De stad is zo groot dat het eigen landerijen binnen de muur heeft voor het geval dat ze belegerd wordt. Wij gaan naar Veskoi. Hier worden deftige mensen in geklede jassen, met laklaarzen en hoge hoeden, in koetsjes rondgereden. De mode van dit seizoen is blijkbaar hoe langer de jas hoe deftiger. De dames dragen wijde rokken met getailleerde lijfjes. De arbeiders eenvoudige tunieken, overals en andere werkklofjes. Image004 Ster ziet tot zijn vreugde een lantaarnopsteker aan het werk en groet deze eerbiedig. In Autochthon is helemaal geen natuurlijk licht en de leden van de sodaliteit der lichtmakers staan daar in zeer hoog aanzien. Het is Ster dus moeilijk aan zijn verstand te brengen dat het hier maar een heel nederig beroep is.

Er zijn diverse gelegenheden waar we zouden kunnen overnachten, maar het is druk en de meeste herbergen zijn al vol. We kunnen terecht in iets dat de Gouden Urn heet. Een overnachting kost hier 10 quian  voor de hele groep inclusief stalling voor de wagens en de paarden. Dat is 160 yen en een yen is ongeveer een dagloon voor een ongeschoolde arbeider. Sluiers vertelt dat we, om met de doema in contact te komen, het beste de cafeetjes rond het Kremmel kunnen frequenteren. En omdat wij er vergeleken met de heersende mode wel heel uitheems uitzien(Ma Si in verenkleed, Ster in adamanten malien, Oeal groot en groen), gaan we morgen kleren kopen. Gelukkig is het heel normaal om bodyguards te hebben, dus de lunars en Oeal zullen niet al te veel uit de toon vallen. Ster gaat eens in het geheime vak van zijn paard kijken hoeveel geld hij ook alweer heeft meegekregen vanuit Autochthon.

 

Op de beestjes passen

"Wil jij op de beestjes passen?"
Natuurlijk zeg ik ja. Ik pas altijd op beestjes. De oude poes, de jonge katjes, de plantjes, en ook de gerbils en de hamster. Ja het is dankbaar werk. Als ik dan bij mensen langskom en de meest schuwe beestjes worden meteen enthousiast. Da’s leuk.

Maar het zijn intussen vaak al oude beestjes. En ik ben altijd weer bang dat er net iets gebeurd als ik ze voer. Zo is de kat van de een wel eens weggelopen omdat de voordeur drietiende seconde openstond en dan stond ik een half uur poespoespoes te roepen totdat het beest zich realiseerde dat ik de brokjes verschaffer ben en luid miauwend terugrent. Of de kat van de ander die ook weggelopen was en ik in paniek aan de gsm want het beest heeft geen richtingsgevoel en is vast volkomen verdwaald … "Trek het je niet aan. Die is over 10 minuten wel weer terug." Ik op mijn fietsje, straat uit. Stoppen, terug de hoek om kijken, ja hoor. Kat staat zielig te doen voor de deur.

Dat liep allemaal dus met sissers af. Maar de ergste angstdroom is nu gebeurd. Er is er eentje dood gegaan.  Wat doe je dan? Eerst natuurlijk de eigenaar bellen. Voicemail …. hoe zeg je "je beestje is dood" op een voicemail? Dat kan toch helemaal niet! Dan maar een sms-je: "Ik heb slecht nieuws. Bel me alsjeblieft even terug."

En dan de andere vraag, wat doe je met het beestje?
Zomaar dood in z’n kooitje laten liggen? Nee, dat is veels te cru. En dan zitten er zometeen allemaal vliegen op en zo.
In de GFT bak gooien? Getsie nee!
Alvast begraven in  mijn tuin? Jamaar, ze willen er toch zeker zelf ook wel afscheid van nemen?
In een bakje in de koelkast dat ‘ie niet gaat rotten (zo deed de dierenambulance het toen ze mijn dode poes vonden)? Maar: -a. dat is niet hygienisch, -b. stel je voor dat ze vroeger thuis komen en dan een dood beestje in de groentela zien liggen, -c. ze komen overmorgen al terug.

Uiteindelijk heb ik het beestje maar in een stukje keukenpapier gevouwen en in zijn halve kokosnoot terug in zijn kooitje gelegd … ik heb er nog over gedroomd.

Werken aan de weg

"And thats the third time they’ve dug that street up this month too."

Workman_1_blog8
Workman_2_blog1Deze komen van de Londonse kunstenaar Slinkachu. Het project heet "Little People, a tiny street-art project" en je kunt ze vinden op zijn website .

Sessie acht

De volgende dag staat Raine bij het krieken van de dag op. Het is een grijze dag in een grijze wereld. Er hangen nevelsliertjes aan de bomen, bijna rustiek. Hij kleedt zich aan en zegt tegen Leon dat hij graag met Gustav zou willen praten. Gustav is inderdaad ook al op, fris gewassen en strak in het leer staat hij Raine te woord. "Dus jullie willen mijn abyssal meenemen naar Mos Kovia? En wat heb ik daar aan?" Eigenlijk weet Raine geen goede argumenten te bedenken. De dragon-blooded laat hem een beetje spartelen en zegt dan: "Als jullie de handel in zombies toestaan, buiten de muren van je stad, dan mag je de Dame in paarse sluiers en witte rouw met je meenemen." "Dat kan ik niet in mijn eentje beslissen. Ik ga het even met de anderen overleggen."
Alleen Dyjab is al wakker, de andere twee slapen nog. Dyjab denkt even na en zegt dan dat het goed is.  OK, dan is het snel afgesproken. Sluiers mag met ons mee. Raine begaat nog eventjes de faux-pas om te zeggen dat hij pas na het ontbijt wil vertrekken. Voedsel, daar is hier dus echt niet genoeg van. Maar Dyjab maakt dat bij het vertrek goed door Gustav een mooie fles wijn kado te geven.
Sluiers heeft een mooi grijs paard. Als Ster aanbied om haar te assisteren bij het opstijgen, reageert Raine een beetje lacherig: "Ze kan dat best zelf hoor!" Maar Sluiers is juist wel gecharmeerd door het galante aanbod en bedankt Ster ostentatief. En zo is de toon van de reis gezet. De twee heren dingen naar de gunsten van de dame en zij speelt hun een beetje tegen mekaar uit. Niet op een boosaardige manier overigens. Het blijkt een leuke meid met gevoel voor humor te zijn en ze is een plezierige reisgezel. Door het paard van Sluiers duurt de reis wel een stuk langer dan wanneer we alleen met de wagen waren. Maar haar aanwezigheid houdt wel de zombies en andere ondoden uit de buurt. Langzaam wordt het land minder drassig.

Onderweg praten we met Sluiers en Squallycloudzij legt het een en ander uit over abyssals. Zo vertelt ze dat haar ziel ‘ergens veilig zit opgesloten‘. Er zijn evenveel soorten abyssals als solars en ze zijn als het ware elkaars exacte tegendeel. Zo hebben abyssals een aura van dood en solars van leven. Het zijn als het ware anti-solars. De opmerking over haar ziel interesseert Ster, want hij zat met vragen over zielen in de schepping. Hij laat zijn zielesteen zien "Kijk, mijn ziel zit gewoon in mijn hoofd. Waar zit die van jullie dan?" "De zielen van de abyssals zitten gevangen bij de primordials, die van gewone mensen zit in hun lichaam, en bij spoken dwaalt die los rond." En Dyjab geeft als zijn persoonlijke mening dat je er met je exaltatie een ziel bijkrijgt. De solar en de lunar denken dat hij daar best wel eens gelijk in zou kunnen hebben.

Inmiddels verlaten we de zomp. Weliswaar is het nog erg modderig, maar er is weer een pad. Zwaar en log ploegt de wagen voort. De weg blijft rustig, het kwaad laat ons met rust. Ter hoogte van het vroegere Duitsland hebben we eindelijk weer vaste grond onder de wielen en Dyjab’s kat gaat op konijnenjacht. Het landschap wordt weer groener en af en toe staan er kleine huisjes langs de holle weg. Tegen het vallen van de nacht wordt voorgesteld om kamp op te slaan, maar volgens Sluiers komt er binnenkort een herberg en daarna 1000 km niks. Dus als we in een bed willen overnachten, is dit onze laatste kans voordat we in de Allliantie van Duizend Kleuren aankomen. Silverclaw is het er niet mee eens, maar de anderen laten zich overtuigen. We reizen nog een uurtje door. Struikrovers werpen een blik op Oeal en druipen  dan af. De reis is dus oninteressant en de herberg is eenvoudig, maar adequaat. Bedbugs_heritage_marina_hotOual, Silverclaw en Ma Si Tamuz slapen buiten, de rest kruipt in de eenvoudige bedden. Ster is gefascineerd door alle kleine beestjes die er in zijn matras leven. Wat een soortenrijkdom! Dyjab en Raine zijn daar overigens om de een of andere reden minder over te spreken en Sluiers heeft nergens last van.

De volgende dag gaan we weer verder. Het landschap blijft suf en saai, en tot aan het voormalige Polen is er maar spaarse menselijke bewoning. We passeren een stadje, Oorlogszaag genaamd, maar we besluiten om er niet binnen te gaan. Sluiers blijft Raine en Ster tegen elkaar uit aan het spelen om haar gunsten. Maar op een speelse manier en wel met humor. Raine’s moeder daarentegen waarschuwt hem. Ze is bang voor de dame. Maar dat weerhoudt Raine niet. En zo gaat de reis voort totdat we in de Alliantie aankomen. OK, er is meer bewoning, maar wat zijn de mensen hier arm!

We komen aan bij een dorpje waar mensen druk in de weer zijn met  emmers water. In de verte zijn rookwolken te zien. Er is een bosbrand en die gaat in een rechte lijn op het dorp af. Wij zijn exalts, dus natuurlijk bieden we aan om te helpen. Ster en Silverclaw krijgen van Dyjab een versterking van hun kracht en ze gaan een brandgang maken. Dyjab gaat de hulpverlening wat efficienter organiseren dan de amorfe aanwijzingen van de burgemeester. Sluiers verdwijnt en komt wat later terug met een bloedend kasteteken, en een legertje zombies en skeletten die gaan helpen om de omgehakte bomen weg te halen. Raine’s moeder vertelt hem dat er midden in het vuur een geest is waar hij van zou kunnen leren om beter met de geestenwereld om te gaan. En Ma Si vliegt inmiddels naar de vuurzee toe. Daar aangekomen, komt zij er achter dat de brand echt recht naar het dorp toe gaat, dwars op de windrichting! Dit is duidelijk geen natuurlijk vuur. Onopvallend, want Sluiers weet nog steeds niet dat Ma Si er ook is, benadert ze Silverclaw en vertelt dit. Silverclaw deelt deze informatie met de anderen. Het verbaast Sluiers dat hij dit  te weten heeft kunnen komen, maar ze vraagt geen uitleg. Oeal biedt aan om te helpen: als iemand zich geroepen voelt om de vuurzee in te gaan, kent hij een charm waarmee je iemands huid in steen kunt veranderen.

Fire_elemental_by_darklonleyheart

Dyjab, Silverclaw, Raine en Ster willen inderdaad gaan verkennen. Ze kleden zich uit en Oeal laat zand over hun huid omhoog kruipen. Er vormt zich een dikke laag, die zich met de huid mengt en zich dan verhard tot graniet. Dit zijn natuurlijk een heleboel extra kilo’s om mee te sjouwen. Silverclaw heeft daar niet zo veel last van, maar de anderen wel en als Ster zijn antizwaartekracht generator activeert om het gewicht te neutraliseren, merkt hij dat het veel langer duurt dan normaal om de gadgets door de nieuwe huid heen te duwen. Maar het werkt uiteindelijk wel. De bosbrand straalt een zware, logge hitte uit die zelfs door de stenen huid heen te voelen is. Er is iets bovennatuurlijks in dit bos; in de boomtoppen springen kleine vuurgeestjes rond, in het midden van de vuurzee is een bewuste aanwezigheid en er zijn zelfs vuurelementalen. Als we in de vuurzee doordringen komt over de grond een legertje grote rode mieren naar ons toe. Het zijn vuurmieren, als die bijten spuiten ze een soort lava bij je naar binnen.

Ster wordt gebeten, maar gelukkig komen ze niet gemakkelijk door de stenen huid heen. Met zijn zwaard zijn ze amper te raken en als hij er eentje weet te verwonden, spuit er gloeiend hete magma uit. Het worden er steeds meer. Een blast pure essence uit zijn nieuwe pulskanon weet ze uiteindelijk weg te blazen en we rennen door naar het midden van het woud. Dan worden we tegengehouden door zes grote vuurelementalen. Terwijl Dyjab de vuurmieren van ons afhoudt, maken Silverclaw en Ster zich op voor het gevecht en geven zo Raine de gelegenheid om langs hen te glippen. De elementalen voegen zich samen tot een witgloeiende bal nucleair vuur en komen met razend vaart op ons af. Bear2 Sil
verclaw en Ster weten er vier uit te schakelen. Maar terwijl zij dat doen, komt Silverclaw in te ongelooflijke hitte om. In het elementale vuur verkoolt hij en de nucleaire hitte veroorzaakt, misschien in combinatie met de magie van Oeal, een transformatie: huid, botten en vlees, alles verandert in diamant. Ster is gelukkiger, of misschien is de Autochthoonse technologie in zijn lichaam beter bestand tegen dit effect. Hij is wel gewond, maar niet in levensgevaar. De overige twee elementalen trekken zich een eindje terug en buigen. Ze geven zich over. Nog in de roes van het gevecht heeft Ster niet door wat er met Silverclaw is gebeurd. Hij buigt terug en accepteert hun overgave. Inmiddels zit ook Ma Si niet stil. Zij laat de lucht betrekken. Er gaat een grote regenbui aankomen.

Intussen is Raine aangekomen bij een enorme brandende boom in het midden van het woud. Crw_1746En de boom vraagt aan hem: "Wat kom je doen, Solar?"

"Ben  jij de veroorzaker van deze  ravage?"

"Ja en nee. De bliksem is in mij ingeslagen en toen ben ik bewust geworden. Ik ben nu het Hart van het Vuur, een pasgeboren god. En in die zin, ja. Maar de bosbrand is niet mijn doen. Een aantal vuurelementalen zijn begonnen mij te aanbidden en zij hebben de branden aangestoken. Dus in die zin, nee. Ik ben de aanleiding van deze ravage, maar niet de oorzaak."

Eerst wil Raine een gevecht aangaan met de vuurboom, maar in de loop van het gesprek komt hij er achter dat de god niet afwist van het dorpje dat gevaar loopt en dat hij de dorpelingen geen kwaad wenst. Het zijn dus de elementalen die alles uit de hand hebben doen lopen. Hun aanbidding heeft hem het bewustzijn geschonken en zij wensen de verspreiding van het vuur. Maar het Hart van het Vuur is eigenlijk een vreedzame filosoof. En als Raine aangeeft van hem te willen leren, is  hij meteen bereid hem te leren om geesten aan te kunnen raken.

"Let goed op." Pats! een brandende tak slaat Raine in het gezicht. "Auw!"

"Als ik jou kan aanraken, dan kun jij mij ook aanraken."

Raine snapt er niets van. Intussen gaat het regenen. De bosbrand begint uit te doven, maar het Hart van het Vuur brandt lustig door en geeft Raine nog een tik. Het duurt even voordat de boodschap doordringt, maar uiteindelijk leert Raine een nieuwe charm. Ster zendt intussen de vuurelementalen weg en die geven gemakkelijk toe. Het is hier toch niet leuk meer, vier van hun vrienden zijn dood en ze houden niet van regen en kou.

Sluiers is nog in het dorp, maar de anderen verzamelen zich rondom Silverclaw. 5 Raine vertelt over Hart van Vuur, hoe die door de bliksem tot leven is gewekt en niet kwaadaardig is. Ma Si Tamuz en Raine zijn van mening dat die mag blijven waar hij is. Hij is geen gevaar meer. Vervolgens vragen we ons af wat we met het lichaam van Silverclaw gaan doen. Sluiers weet veel van zielen en de dood, dus als iemand er wat aan kan doen, is zij het wel.

Oeal vindt dat we eerst aan Silverclaw moeten vragen wat hij er zelf van vindt en als die akkoord is, dan vragen we aan Sluiers of ze het kan. Raine zal met de geestenwereld gaan spreken, zodat we aan de geest van Silverclaw kunnen vragen wat hij wil. Die twijfelt: "Het gevecht was eervol, maar ik heb mijn verhaal nog nooit aan de elders kunnen vertellen. Mijn leven zou nog niet voorbij horen te zijn." Ma Si is het daar echter niet mee eens. "Jij bent maar een lunar van de allerlaagste rang. Of het verhaal nu vertelt wordt of niet, jij bent er niet meer. Dood is dood. Je hoort gewoon te reincarneren. Als de elders herrijzenissen goed zouden vinden, dan zouden er wel verhalen over zijn. En dan zouden die gaan over helden! Maar ook in de allerheiligste verhalen komt niemand terug uit de dood." Dyjab merkt terloops op dat abyssals ueberhaupt pas sinds een jaar of tien bestaan en dat dus die de hele mogelijkheid er voorheen nog niet was. Ook Raine en Oeal denken er zo over. En Ster vertelt dat hij het diamanten lichaam ziet als een teken, er zijn namelijk zes magische materialen in zijn wereld, naast aurochalcum, maanzilver, stermetaal, jade en zielenstaal, kan een exalt zich ook afstemmen op adamant. En daardoor zijn er ook legenden over een zesde type exalts: de adamant kaste. Dat de afstemming op adamant echt bestaat, bewijst hij gemakkelijk, want hij heeft behoorlijk wat motes essence geinvesteerd in een adamanten chakram en een adamanten malienvest. Silverclaw laat zich uiteindelijk overreden. Maar Ma Si blijft dwarsliggen. Ze vertrouwt Sluiers nog steeds niet. Oeal zegt: "We halen Sluiers en als ze kwaad in de zin heeft, maken we haar af." Mokkend geeft Ma Si toe. Ze maakt zich schaars terwijl Ster naar het dorp snelt om hulp te vragen aan Sluiers.

Haar reactie is: "Is beertje dood? Wat erg!" Ze wil meteen mee en is heel verbaasd als Ster voorstelt om eerst de opgeroepen zombies terug in hun graf te leggen. Forever_mine_by_expect_rush "Huh? Nou als jij het wilt." We gaan naar de anderen. Sluiers bekijkt de overblijfselen. Ja het is waar. De primordials hebben haar inderdaad een manier gegeven om iemand weer tot leven te wekken. Maar die kost onwijs veel energie en ze heeft alles al opgemaakt aan het oproepen van zombies. Bovendien moet ze een deel van haar eigen ziel investeren en in ruil voor het terug tot leven wekken van Silverclaw wil zij dat wij er mee instemmen om haar te helpen ofwel haar ziel te bevrijden of in ieder geval weer heel te maken. Daar gaan wij mee akkoord. In een ritueel onttrekt ze 7 motes essence en 2 punten wilskracht aan Raine en Ster. Ze zingt in een onaardse taal, vervloekt de goden en prijst de primordials, en haalt het diamanten hart uit de resten. Het hart splijt open en begint te pulseren en aan het einde van het ritueel ligt er een levend beertje. Met adamanten klauwen.

(Resteert er nog een vraag: hoe kan ze er een deel van haar ziel investeren, als die gevangen zit?)