Ik ben wat langer bezig geweest met hoofdstuk 9.
Enjoy
Ik ben wat langer bezig geweest met hoofdstuk 9.
Enjoy
Donderdag, een gewone schooldag. Maar Kees heeft huisarrest gekregen. Hij heeft eindelijk iets gedaan waar zelfs zijn ouders boos over worden: een nacht rondgevaren in de boot van de familie.
Mio blijft thuis. Cornelis Veenman zou bij zijn moeder koffie komen drinken en hij heeft het plan om met die man een pact te sluiten. Het gesprek verloopt stroef, want de oude man is zeer gelovig en is er van overtuigd dat zijn kwalen door god zijn gestuurd. Hij is niet erg geinteresseerd in Mio’s argumenten. Dan besluit Mio het maar over een andere boeg te gooien. Als mamma even naar de keuken is, knielt hij voor meneer Veenman neer en neemt diens door artrose verwrongen handen in zijn kinderhandjes. Hij concentreert zich en laat de ziekte genezen. Terwijl de oude handen weer recht en soepel worden, ontvouwt de engel zijn vleugels.
Achter hen klinkt een luid gekletter. Mio’s moeder was te vroeg binnengekomen! Ze heeft gezien wat er gebeurde en is flauw gevallen. ‘O shit! Hoe brei ik dit weer goed?’
Als zijn moeder weer bijkomt heeft Mio weer zijn kindergedaante, maar het kwaad is al geschied. Haar New Age brein is op hol geslagen en in haar ogen is Mio nu bezeten door een bovennatuurlijk wezen (dat is niet ver bezijden de waarheid). Cornelis Veenman daarentegen is helemaal overtuigt. Hij heeft een engel gezien en een wonder meegemaakt. Hij wil de lof van de engel prediken als Mio belooft om iedere dag iemand te genezen in het ziekenhuis. "Dan spreken wij dat af." Met zijn driexc3xabn gaan ze naar het LUMC.
Ab wil die middag naar de moskee en een preek opnemen met een verborgen microfoon. Maar ’s morgens moet hij gewoon naar school. Klabam! Klabam! De kinderen rennen in paniek de gang op. Ab ziet daar een man met een pistool, die met zijn rug naar hem toe staat. De kerel mikt op een groep krijsende kinderen uit de klas naast hem. Ab bedenkt zich geen moment, rent tegen de man aan en begint te slaan en te schoppen. Het pistool gaat af en Ab wordt in zijn arm geraakt, maar het geeft meester Jaap en juf Rita de gelegenheid om de vent te overmeesteren. Voor Ab heeft de schutter twee kinderen geraakt. Ze worden met ambulances naar het ziekenhuis afgevoerd. Ab komt op een eigen kamer, de andere twee moeten naar de IC. En Ab’s engel ontdekt dat de pijnstillers een heerlijk gelukzalig gevoel geven.
Suzette is ook naar school. Zij is op haar eigen manier bezig een nieuw vriendinnetje te overtuigen om zich aan haar te binden. Het meisje lijkt heel grote problemen thuis te hebben. Snikkend bekent het meisje dat haar vader dingen met haar doet die ze niet wil en ze is vreselijk bang dat vader haar zal bestrafen voor deze ontboezeming. Suzette biedt aan om die nacht bij haar te komen logeren.
Op school wordt de TV aangezet, want er is iets vreselijks gebeurd: een schietpartij op een andere school in Leiden. Suzette herkent Ab op een brancard. In de stad zijn inmiddels rellen uitgebroken bij de moskee. Het verhaal gaat dat een blanke racist op een zwarte school drie marokkaanse kinderen heeft neergeschoten. (In werkelijkheid was alleen Ab marokkaans, de andere twee waren een blond nederlands meisje en een turks jongetje.) In de TV beelden van de rellen is Isa te zien die met stenen naar de politie gooit.
Als Mio in het ziekenhuis hoort dat zijn vriendje neergeschoten is, bluft hij zichzelf en de twee volwassenen naar de afdeling waar Ab ligt. Meneer Veenman staat op de uitkijk. Zodra er even geen verpleegster is, breekt Mio in op de IC en geneest de twee kinderen die daar op sterven liggen. Ze komen bij, hij geeft ze een knipoog en verdwijnt weer voordat de zuster terugkomt. Op het moment dat Mio, of eigenlijk Bilifor, zijn kant van de belofte heeft gehouden, voelt hij de enorme geloofskracht van de oude man binnenstromen. Zolang hij iedere dag iemand geneest heeft hij een ware fontein van geloofskracht tot zijn beschikking.
Suzette gaat die avond bij haar viendinnetje Nicolien logeren om te kijken of ze iets kan doen aan het misbruik door haar vader. De situatie daar in huis is uiterst benauwend. Nicoliens kamer is een poppenhuis, eigenlijk is het een heel zielig meisje. Moeder is heel onderdanig naar haar man en doet net alsof er niets aan de hand is. De vader is een dik, lelijk, bazig mannetje, een echte viespeuk die meteen probeert Suzette te versieren. Atlothon, Suzette’s demon, gaat er op in. Die nacht komt de vieze man binnen in de logeerkamer om nare dingen met Suus te doen. Maar ze verwacht hem en als hij haar aanraakt, openbaart Atlothon zich in een vuurzee. Ze ontmaskert hem als de lafbek die hij eigenlijk is en laat hem uiteindelijk ontluisterd en sidderend achter. Nicolien komt halverwege binnen en ziet dit. Ze durft eindelijk haar leven in haar eigen hand te nemen en de volgende ochtend steekt ze haar vader neer met een schaar.
Ab heeft inmiddels eindelijk een goed gesprek met zijn zus. Ze praten over politiek, het geloof en de bomaanslagen. Ze zijn het helemaal eens over het gevaar en de waanzin van de fundamentalisten en de relschoppers. En ze vertelt haar broertje een groot geheim: hun vader dealt drugs en ze is al die tijd bang geweest dat Ab ook aan de drugs was.
Mio heeft inmiddels met zijn vader gepraat over de ‘waanbeelden’ van zijn moeder en hij heeft vaders emoties een beetje gesust. Later die avond zit hij in zijn boomhut te surfen. Eerst onderzoekt hij de plaats van een bomaanslag in Amsterdam. Hij kan er niet achter komen wie het heeft gedaan, maar ontdekt wel dat er bovennatuurlijke krachten in die omgeving bezig zijn. Opeens voelt hij een kus in zijn nek. Hij logt uit. Isa omhelst hem, ze heeft kattenogen, hoorntjes en een gevorkte staart, en ze heeft kattenkwaad in de zin. Mio’s engel Bilifor krijgt langvergeten gevoelens en bij hem beginnen ook spontaan kleine horentjes en een staart te groeien. Het wordt een wilde nacht en als Mio de volgende ochtend wakker wordt, ligt hij weer alleen in bed. "Het eten is klaar" roept zijn moeder, "of heb je geen eten meer nodig?" "Ik kom eraan, mam."
En hier is dan hoofdstuk 8 en het volgende Intermezzo.
Ik hoop dat ze bevallen. 🙂
Paddington is dood.
Dit was de kat van mijn schoonmoeder. Ze had hem al toen ik mijn vriendin leerde kennen en dat is inmiddels heel wat jaren geleden. Het schilderij is door haar zelf gemaakt.
Paddington was een langharige pers en hij is negentien jaar en drie en een halve maand oud geworden, zelfs voor een straatkat is dat respectabel. Maar voor een raskat echt heel bijzonder !
Het begint nog in Pearblossom’s Wrath, de stad van Ma Si Tamuz, dus zonder Ster en Dyjab.
Als Diamondclaw en Raine weer een beetje tot hun zinnen gekomen zijn, besluit Ma Si dat ze de confrontatie met de fae aan wil gaan. Ze vraagt aan de elfen of ze mee mag naar hun koning. Het bos buiten de stad is aangetast door The Wyld. De bomen zijn gekleed in mensenhuid, gestut met botten en schedels, etc. De vloer van het woud splijt open en een rivier van vuur scheidt Raine en Diamondclaw van Ma Si. In het midden van het woud komt ze bij de vroegere heilige boom. Die is helemaal verwrongen door de Fae. Er hangen dode mensen in en er is een groot gapend gat in de stam.
Een geharnaste gestalte stapt uit de boom. Hij is prachtig, majestueus en dreigend. "Waarom zou ik jou een audixc3xabntie geven? Waarom zou ik jou in leven laten?"
"Wij zijn buren" antwoordt Ma Si, "Pearblossom’s Wrath is mijn stad."
"Ik hoop dan maar dat je het me niet euvel duidt als ik je stad afneem? Kopje thee?"
Het gesprek verloopt heel stroef, de elfenkoning speelt een spelletje met haar. Hij wil wedden dat de stedelingen uit vrije wil voor hem zullen kiezen en hij betovert Ma Si zodat ze tot hem aangetrokken wordt. Zij verzet zich en weet met haar wilskracht de vuurrivier te laten verdwijnen, zodat ze samen met Raine en Diamondclaw de Fae aan kan vallen. Maar die heeft geen zin meer in het spelletje. De elfenkoning vervaagt en zegt: "We komen elkaar nog wel eens tegen."
Nu de stad weer op orde is, en de dreiging van de fae verdwenen lijkt te zijn, keren de drie terug naar het kristallen schip. Daar is Ster bezig de metalen paarden te onderhouden en Dyjab spreekt uitgebreid met de Dragon Kings over de kennis van de ouden.
Onderweg is het slecht weer. Het regent en waait. Na een paar dagen varen, ziet men iets groens met hoge snelheid aan komen vliegen. Het is een jaden ibis, een boodschapper van de dragon blooded. Dus de paranoia slaat toe. We nemen het zekere voor het onzekere en schieten het ding uit de lucht. Daar gaat het kapot van en de boodschap gaat verloren. We weten dus niet of het echt over ons ging.
Dyjab vertelt wat over Afrika, het thuisland van de dragonblooded. Het klimaat is heel anders dan in de 20ste eeuw. De sahara is verdwenen en de noordkust van Afrika is bedekt met dichte bossen. Huis Nellens heeft Tunis, Italie en Griekenland, In Lybixc3xab heerst de financiersfamilie Ragara en daar is ook de Spiral Academy gevestigd. In Egypte staat het House of Bells en daar heerst de familie Katak. Dyjab’s eigen huis V’neef heeft Marokko, waar het Cloister of Wisdom ook ligt. De grote toren van het Heptagram in Tanzania is verloren gegaan. Het is onbekend wat er precies is gebeurd, maar in dat gebied wonen geen dragon blooded meer. Na een haastig vertrek heeft huis Mnemon zich nu in Mauretanie gevestigd en daar is een nieuwe tovenaarsacademie gebouwd.
Op de grens tussen Egypte en Lybixc3xab gaan we aan land. Oe’al geeft ons een communicatiekristal mee. Om niet op te vallen kleden we ons in de lokale dracht. We laten de metalen paarden aan boord van het schip. Ma Si verandert zich in een oude man en Ster zet het magische masker op zodat hij op een gewoon mens lijkt. We reizen een paar dagen en komen een patrouille dragon blooded tegen, het zijn Aarde aspecten van het huis Ragara. Maar we vallen gelukkig niet op en ze laten ons door.
We reizen dwars door de Soedan naar Tanzania, het Victoriameer is er nog. Op de grens tussen Ethiopixc3xab en Kenia eindigt het bos en dan komen wij in een grasland dat overgaat in een een woestein. Er zijn hier heel veel geiten. We raken in gesprek met de lokale bevolking, die ons vertelt dat zijeen krachtige godheid van medicijnen, ziektes en genezing aanbidden. Hij wordt voorgesteld door een spijkerpop. Het zou onze demon nog wel eens kunnen zijn! Anderen aanbidden deze godheid in de vorm van een kleine geslepen stenen schildpad. Er zit geen Essence in de beelden. De mensen zitten onder de littekens, maar ze zijn verbazend vitaal. De littekens die Ster overgehouden heeft aan een weekje Gnawing Elk, vallen hier echt niet op. De herders verwijzen ons naar de stad verderop, daar is een tempel.
We merken dat de mensen fanatieker worden. Als we bij de stad komen worden we uitgedaagd door de wachters. We moeten ons bewijzen. Als Ster er eentje met het zwarte zwaard in xc3xa9xc3xa9n klap doodslaat en een andere wachter van Raine een pijl in zijn been krijgt, mogen wij doorgaan. Ze lijken er weinig moeite mee te hebben. "Leg die dooie maar op een termietenheuvel."
In de stad heerst een agressieve sfeer. De tempel ligt aan een centraal marktplein met een groot beeld van de schildpad, spijkerpoppen en de stam van een dode boom op de binnenplaats. Op het plein wordt gevochten, er vloeit bloed en er is een slechte sfeer, maar niet zo akelig als die rondom een demon. Als we wat rondvragen, blijkt dat er in het zuiden een grotere stad is, waar de grote tempel staat. Maar we meten zeker blijven voor de tentoonstelling van die ochtend: mensen die gemarteld worden op het plein. Er zijn toch wel wxc3 t demonische invloeden.
3 oktober is moeilijk uit te leggen. Leidens ontzet is geen carnaval, maar het lijkt er wel een beetje op. Het begint al op 2 oktober met de kerremis, de waremart en de taptoe. Alle kroegen hebben live muziek en overal hoor je Rubberen Robbie. Tot diep in de nacht zijn de straten gevuld met hossende menigtes dronken jongelui en sommigen blijven zelfs op zodat ze de volgende ochtend bij de reveille kunnen zijn.
3 oktober is hutspot, haring en wittebrood;
3 oktober is de herrie van de kermis;
3 oktober is de 3 October Vereniging met witte sjaals en rokkostuums;
3 oktober is traditie: de reveille in het Van der Werffpark, de optocht, het vuurwerk;
3 oktober is de enige keer dat agenten in uniform bier drinken op straat;
Vieren we dat we meer dan 400 jaar geleden zijn bevrijd?
Of bevrijden we onzelf ieder jaar eventjes voor twee dagen?
Inmiddels heb ik hoofdstuk 7 ook on-line gezet.
Lees maar. 🙂
Deze sessie daar was ik zelf niet bij vanwege vakantie.
Silverclaw en Ma Si Tamuz hebben de hint gekregen dat zij hun aanhangers aan het thuisfront aan het verwaarlozen zijn. Met hulp van de bosgod Porcupine Tree transporteren Raine en de twee lunars eerst naar Siberie, naar Silverclaw’s dorp. Daar heeft ene Grendel de macht overgenomen. Grendel is een stokoude lunar die teruggekeerd is uit het dodenrijk. Daar heeft hij een primordial heeft ontmoet en nu dient hij Luna niet langer. Hij beheerst het zogeheten Balefire, een vuur uit de onderwereld dat alles opbrandt. Silverclaw daagt hem uit om zijn stam weer terug te krijgen. Als Grendel merkt hoe onervaren Silverclaw is, stopt hij het gevecht. Hij noemt hem Diamond Claw, geeft hem de stam terug en vertrekt.
Daarna gaan zij naar India, waar Ma Si Tamuz vandaan komt. Raine hoopt in India in contact te komen met de Rising Sun, een solar tempel van de Cult of the Illuminated. En Ma Si heeft daar een stadje met zo’n 10.000 inwoners, waar nog meer lunars wonen: shamaan Thorns of Brambles, leerwerker Decisive Blow, smid Cloud of Rain en de zwakbegaafde full moon Stength of Rock. De stad wordt momenteel geregeerd door een zieke monarch, maar die is om onduidelijke redenen ontploft.
Het stadje wordt geterroriseert door Pear Blossom Wreath, een Fae uit de Wyld. Fae zijn creaturen van pure chaos. Ze hebben macht over de realiteit, en kunnen je totaal kierewiet maken. De Fae vechten met madeliefjes, als die je raken wordt je besmet met chaos. Dus Raine zwemt door de boomtoppen, Diamond Claw raakt in razernij als hij bloemen ziet, kortom: waanzin.
Marcel Marceau was een vriend van mijn opa en oma. Hij logeerde vaak bij hun in de Haagse Vogelwijk als hij in Nederland optrad.