The Tubes hadden de beste, meest gestoorde, live act ooit. ( ^o^) Ik heb ze gezien in 1979 of zo in het deftige Diligentia in Den Haag. Hier zijn ze met een vage cheerleader actie, gevolgd door "White punks on dope" en "Mondo Bondage". In de woorden van Frank Zappa: ‘You can’t do that on stage anymore’.
Kraken verbieden?
Ze willen kraken verbieden. Wat een gotspe. Hebben ze dan helemaal niets geleerd !?
Als het echt moet dan wil ik wel weer die oude punker worden, hoor!
Hier is Half Man, Half Biscuit met “The Trumpton Riots”.
Sinfest
Ik krijg niet vaak meer de slappe lach. Maar Tatsuya’s Sinfest is het weer eens gelukt. ’t Is een echte, met tranen en zo en na tien minuten weer moeten giechelen als je er per ongeluk even aan denkt:
Ares Intermezzo 3
Hier is dan Intermezzo 3 tussen hoofdstuk 9 en 10.
Het is niet zo heel veel, maar ik ben alweer druk bezig aan het volgende hoofdstuk.
GV – Jacht op de jagers
Suzette is naar haar vriendinnetje in het ziekenhuis en Ab, Mio en Isa zitten op het braakliggende veldje achter het station. Kees is een tijdje weggeweest. Hij belt de anderen en komt naar ze toe. Hij vertelt dat hij naar de schemerwereld is gegaan en daar het een en ander heeft meegemaakt. Eerst is hij naar de oneindig hoge toren geweest die staat waar in onze wereld de leidse burcht staat. Daar heeft hij een pad gevonden dat door de tijd heen naar het verleden leidt. Op het tijdstip dat de toren gebouwd werd, is een verduistering. Daar voor is de wereld nog pril en ongerept. De toren dateert blijkbaar uit dezelfde periode als de zondeval. Daarna is hij naar het recente verleden gegaan en heeft daar gekeken wat er gebeurde nadat Ot en Mio bij Celestine aankwamen. Hij heeft gehoord hoe Ot aan Mio vroeg: ‘Geloof je?’ en daarna iets met hem deed waar het jongetje van buiten westen raakte. Samen met Quilm luistert hij naar de ruzie tussen Ot en Asmodeus over "de sleutel", Elise. Ot tovert Asmodeus met een handgebaar weg en overlegt dan met Celestine over de rol van het engeltje Elise, die door de hemel is gezonden om een nieuwe zondvloed te bewerkstelligen. Het Vaticaan wil daar aan meewerken, maar Celestine wil Elise gebruiken om naar de hemel te gaan en aan God te vragen wat Hij nu eigenlijk wil. Asmodeus is van plan om haar te volgen om de hemelpoort te bestormen. En Ot zegt dat dat ook het einde van de wereld zal betekenen. Hij is ook de enige die zich het lot van de kinderen aantrekt. Celestine en Asmodeus wilden de kinderen folteren en ondervragen, maar hij haalt Celestine over om ze in plaats daarvan door middel van een heel ingewikkeld magisch proces te fuseren met gevallen engelen, zodat de kinderen zelf konden blijven leven.
Wat gaan we doen? Kees wil met ons de schaduwwereld in. Isa wil de Pieterskerk bezoeken, want daar gaat vanavond iets spannends gebeuren en Mio wil in het museum van Volkenkunde inbreken om de katana te stelen voordat de cultus van het japanse duiveltje dat doet. Ze gaan het allemaal doen, maar na elkaar. Eerst gaan ze naar Volkenkunde. Daar inbreken is niet zo heel moeilijk. Het is feitelijk een zooite in het museum en de bewakingscamera’s en bewegingssensors zijn gemakkelijk om de tuin te leiden of onklaar te maken. Twee verdiepingen naar beneden vinden we de zaal met katana’s. Het zijn er vijftien schuifkasten vol. En natuurlijk zit het ding wat we zoeken in de voorlaatste kast. Het is eigenlijk een onooglijk ding, een bot zwaard met een houten handvat. Maar het is de enige met ook maar een glimmertje magie. Mio pakt het zwaard en sluit de kasten weer. Dan gaan ze via een portaal direct naar het huis van Kees. Zijn ouders zijn gelukkig niet thuis. Het zwaard wordt in een hoekje van Kees’ kamer gezet. Zo’n bot zwaard valt niet op en een rommelige jongenskamer. In de huiskamer staat de tv aan met nieuws over de bomaanslag. De kinderen gaan tv kijken en Kees haalt er blikjes cola bij. Mio wil bier. Hij krijgt een flesje Kanon, waar zijn engel heel blij van wordt. De aanslag is internationaal nieuws. Niet alleen is het de grootste bomaanslag ooit in Nederland, onder de meer dan 87 doden en 164 zwaar gewonden is ook een internationaal beroemd kindsterretje: Sunny Dale. Wij denken dat zij een demon was en het doel van de aanslag. De noodtoestand is afgekondigd, Leiden zit vol ramptoeristen, kortom: chaos.
Door de schemerwereld gaan we naar de Pieterskerk. De schemerwereld is zwart/wit en alles ziet er vervallen en vergaan uit. Mensen in de echte wereld zien er hier uit als rokende gestaltes. Kees legt uit dat die rook het wegvliedende leven is. Wijzelf geven een zacht blauw licht behalve Isa, die is rood. Kees wil ons eerst nog even de oneindig hoge toren laten zien. Het is een raar ding. Op grote hoogte is hij niet meer van steen, maar van een soort organisch materiaal. Isa helpt Mio en Ab om er aan te luistern. Er is een soort hartslag te horen. Kees vertelt dat hij Besertana in de muur heeft gestoken, maar dat het geen goed idee was. Omdat er hier eigenlijk niets te beleven is, gaan ze verder. Via de Gekroonde Liefdepoort gaan ze naar de Pieterskerk. Er loopt iemand op het plein. Deze figuur is vreemd: de rook trekt naar hem toe in plaats van dat het van hem af dampt. Alsof hij het leven uit de omgeving opzuigt. Dit moet een hunter zijn. Ab valt van het muurtje af, maar hij wordt gelukkig niet opgemerkt. Blijkbaar kunnen ze niet in deze wereld kijken. Mio vliegt naar het dak, Ab en Isa slaan hun klauwen in het gesteente en klimmen omhoog, terwijl Kees leviteert. Dit is zijn wereld. De slayers hebben hem tenslotte zelf gemaakt. Hij kan dus ook gewoon door de muren heen, die voor de anderen even echt zijn als in de fysieke wereld. Bovenin de kerk gaan ze via een deurtje naar binnen en kijken van bovenaf en de diepte. Daar zijn tientallen mensen bezig. Ze hebben allemaal het effect dat de rook naar ze toe trekt. Jagers! Maar er is xc3xa9xc3xa9n heel vreemde gestalte. Die geeft rood, geel en groen licht en het lijkt alsof hij de rook in- en weer uitademt. Kees maakt een doorgang naar de echte wereld en we zien dat de mensen mannen en vrouwen in lange jassen zijn. De lichtende gestalte is een oude man die bewusteloos in een vaag kruisvormige metalen contraptie hangt. Isa wordt woedend. Het is de Orde van Jeruzalem en ze houden daar xc3xa9xc3xa9n van ons gevangen. Ze ontvouwt haar vleugels en vraagt aan Mio om haar de goede richting op te gooien zodat ze in glijvlucht bij de gevangen demon kan komen. De mannen halen machinegeweren onder hun regenjassen vandaan en beginnen op haar te schieten. Exc3xa9nmaal beneden klauwt ze het apparaat kapot zodat de oude man er uit tuimelt. Mio vliegt ook snel naar beneden en begint hem te genezen. Zodra de man bij bewustzijn komt, groeien er hoorns en dorens en hij springt op de jagers af. Ook op hem worden machinegeweren leeg geschoten, maar Isa en hij trekken zich er niets van aan en ze beginnen de hunters aan stukken te scheuren. Bij de voordeur activeren een paar jagers een vreemd apparaat waar een lichtstraal uitkomt die een arm van de oude demon afsnijdt. Ab en Kees komen ook snel naar beneden. Ab slaat een jager neer, grijpt diens machinegeweer en opent het vuur. Kees opent een graf en maakt een doorgang naar de schemerwereld. Mio trekt een ijzeren pijp uit het apparaat en begint op een jager te meppen. Als die neer gaat pakt hij het wapen
en gaat bij het graf staan schieten om de aftocht te dekken. Iedereen wordt gewond maar ze ontkomen allemaal en in de schimmenwereld geneest Mio de verwondingen. Opeens verandert de demon weer in de oude man en roept: "Geef mijn lijf terug!" Hij spring op Ab en begint te slaan. Ab grijnst. De conclusie ligt voor de hand. Mio en Kees beginnen mee te slaan op Ab, totdat het jongetje buiten westen raakt. Uznarda kan Ab’s lichaam weer terugnemen en hij wordt snel genezen terwijl de oude man in bedwang wordt gehouden door Isa. In zijn lichaam treft Uznarda het bewustzijn van Ab zwaar getraumatiseerd aan. De demon was al begonnen de ziel van het jongetje op te eten! We hadden echt geen seconde te verliezen. Mio wil het creatuur meteen terug naar de Abyss sturen, maar Isa wil hem eerst ondervragen. Het blijkt de gevallen engel Iftikar te zijn, de oorspronkelijke demon die de Orde van jeruzalem tijdens de kruistochten heeft bestreden. Ze blijken hem al die eeuwen
als een soort demonenzoeker te hebben gebruikt en hij heeft hun gebruikt. Dit is niet de eerste keer dat hij op deze manier heeft geprobeerd vrij te komen, maar wel de eerste keer dat het is gelukt. Als het goed is, is de Orde nu stuurloos. Mio vraagt hem waarom hij Ab aanviel. De oude man lacht schamper. Hij wou een jong lichaam en Ab was toevallig het dichtste bij. Kees slaat de oude man dood.
Ze gaan naar de boomhut en daar ziet Mio tot zijn schrik dat het al kwart voor twaalf is. Hij moet snel naar het museum, want daar verzamelen de vechtsporters zich waar hij mee mee zou gaan. Onderweg neemt hij weer mensengedaante aan en bij de Labruyere’s wisselt hij snel zijn kapot geschoten kleren, die onder het bloed zitten, voor een vers camouflagepakje. Hij is daardoor net te laat en krijgt op zijn kop van de leider van de expeditie. Meteen vertrekken ze. Iedereen blijkt exact te weten wat hij of zijn moet doen en Mio hobbelt er een beetje achteraan. De inbrekers zien verbaasd dat de beveiliging al is uitgeschakeld, maar ze denken dat het een deel van het meesterplan was. Ze gaan zonder problemen naar de benedenverdieping en weten perfect welke kast ze moeten hebben. Het is inderdaad de open plek! Wat een tegenslag! Mio houdt zich strak. In bedrukte stemming gaat het gezelschap terug naar de dojo. De japanse duivel is helemaal niet tevreden. In perfect Nederlands begint hij ze uit te leggen dat ze totaal tekort geschoten zijn, dat dit absoluut onvoldoende is en dat ze hem enorm teleurgesteld hebben. Bij het weggaan zegt hij, met een stem die _letterlijk_ geen tegenspraak duldt, tegen Mio "Hierblijven!". Bilifor verbergt zich op de diepste achtergrond van Mio’s bewustzijn. Het japanse jongetje kijkt Mio diep in de ogen, schud met zijn hoofd en zegt dan: "Ga maar".
Eerherstel
Zevenhonderd jaar en veertien dagen geleden is de Orde van de Tempelieren door de paus verboden. Gisteren hebben zij eerherstel gekregen van het Vaticaan.
Toen de koning van Frankrijk onder de guillotine zijn hoofd verloor riep er iemand in het publiek : Jacques de Molay, vous xc3xaates avengxc3xa9es
Het heeft nog twee eeuwen meer moeten duren maar :
Jacques de Molay, u bent niet alleen gewroken, u bent in uw eer hersteld!
Sessie driexc3xabntwintig
Ma Si Tamuz gaat niet mee naar het ‘amusement’. De andere exalts gaan naar het tempelplein. Dyjab vindt het een slacht idee en laat de anderen beloven om niets te doen en geen aandacht op zich te vestigen. De huizen zijn van leem, de architectuur is chaotisch en de gebouwen zijn over elkaar heen gestapeld. Het is markt en het is heel druk op het plein. Er hangt een nare, gewelddadige sfeer. De handel gaat gepaard met veel verbaal geweld, bluffen en dreigen. Trommelslagers en mannen met regenstokken maken muziek waar mensen op dansen. De dansers raken in trance en krabben zich tot bloedens toe. Er is een oude, dode boom waaromheen een kring mensen staat. Daar worden jongetjes besneden. Daarna wordt er vanuit een lemen hut een tegenstribbelende jongen aangevoerd. Hij is duidelijk van een andere stam, want hij heeft geen littekens. Ze binden hem aan een ijzeren paal vast. Op de achtergrond zit een sjamaan, onder de littekens, met modder besmeurd en hij heeft spijkers door zijn oren. Er ontstaat een soort lens van lucht, die het zonlicht focust in een felle bundel op de jongen. Hij schreeuwt het uit van de pijn. Ster heeft nog nooit meegemaakt dat mensen elkaar zo iets aan doen. Hij kan het niet langer aanzien en werpt zijn chakram om de jongen uit zijn lijden te verlossen. Maar hij mist.
Dan kijkt de sjamaan Ster recht in de ogen. Hoewel Ster een magisch masker draagt dat hem er uit laat zien als een plaatselijke herder, kijkt de sjamaan dwars door de vermomming heen. De luchtlens focust niet langer op de jongen aan het paaltje, maar op Ster. Hij springt uit de weg en rent er vandoor. Gewapende mannen rennnen achter hem aan. Hij weet te ontkomen in de drukte, maar de sjamaan laat een grote spijkerpop brengen en slaat daar een spijker in onder het uitspreken van twee van de drie delen van Ster’s complete naam. Na de dood van het slachtoffer komen zieke en gewonde mensen bij de sjamaan, Hij geneest iedereen door hun kwalen en verwondingen over te nemen.
De vrienden verzamelen bij de stadspoort. Sluiers onderzoekt Ster en stelt vast dat hij vervloekt is.
Het is waarschijnlijk het soort vloek waardoor alles moeizamer gaat. Soms volstaat het vernietigen ven het object waarmee je vervloekt bent. Maar aangezien de poppen niet magisch zijn, denkt ze dat in dit geval een tegenritueel nodig is. We besluiten er hier niets aan te doen en trekken verder naar het Zuiden. Die nacht slaan we ons kamp op bij een oase. We worden aangevallen door een muskiet zo groot als een hond, maar Ster slaapt overal doorheen. Raine wordt in zijn nek gestoken en Dyjab probeert de wond te reinigen. De volgende ochtend eten we geit en trekken we verder.
Na een aantal dagen reizen, zien we dat de mensen steeds meer verminkt zijn door ziektes. Na een week naderen we een grote stad met stenen stadmuren. Om binnen te komen moet er weer met wachters gevochten worden. Ster kan de wachter niet verslaan, maar Dyjab mept hem met xc3xa9xc3xa9n klap neer en we mogen binnen. Ster merkt dat hij weer even slecht ziet als toen hij net in Creationaankwam. Eigenlijk gaat alles hem moeilijker af dan voorheen. In deze stad is nog meer geweld dan in het vorige stadje. De tempel is groter, de sjamanen zijn hier duidelijk de baas. De tempel is best mooi, met een esthetische ommegang en mooie meditatiepleinen, spijkerpoppen en afbeeldingen van schildpadden. Er staat wel een lelijke dode boom in het midden. Hier en daar zitten sjamanen te mediteren. Het voelt slecht aan, maar niet zo boosaardig als een demonische aanwezigheid.
Raine raakt de dode boom aan. Hij voelt een verre aanwezigheid. Op dat moment zegt iemand "Raine" en met een droge klop wordt er een spijker in een spijkerpop geslagen. Raine voelt een snijdende pijn in zijn nek en hij hoort een razend lawaai in zijn oor. Een sjamaan zegt: "Ik kan je genezen of de larven eten je op."
Ze gaan er niet op in. Dyjab snijdt de larve er uit en zo hopen ze er van af te zijn. Ster lijkt iets onder de leden te hebben, maar hij weet helemaal niet wat het is om ziek te zijn. Raine steelt de spijkerpop op klaarlichte dag om hem kapot te maken, maar het ding animeert en het kost heel wat moeite om hem te verslaan. Nu maar hopen dat daarmee ook de vloek is opgeheven. Ster heeft inmiddels de lokale honingdrank ontdekt en koopt daar een grote voorraad van.
Door goed na te vragen, komt Dyjab er achter dat de engste ziektes heersen in het Zuid-Oosten, in Tanzania. Daar zijn zelfs dode plaatsen, waar helemaal niets meer leeft. Volgens hem is dat de plaats is waar ooit de Spiral Academy stond. Het zal nog een lange reis zijn. Dus er worden kamelen gekocht, voorraden ingeslagen en we gaan op weg.
Eboman
Theremin
Ik vind de theremin toch wel een van de meest mysterieuze muziekinstrumenten. Als je het hoort, herken je het meteen, maar bijna niemand kent het instrument. En het ziet er zo vreemd uit als iemand alleen maar door de lucht wuift en er komt geluid.
Hier is deel 1 van een serie instructievideo’s waarin Thomas Grillo uitlegt hoe het ding werkt.