Cthulhu 11

Penny duikt in bed en neemt zich voor om haar hoofd niet onder de kussens vandaan te halen voordat alles over is. Percy gaat ondertussen op bezoek bij de Siamese dames en Tarjinder gaat een mes kopen om mee te vechten. Tabby probeert intussen de opgedane ervaringen in een nieuw boek te verwerken, maar dit lukt nog niet erg.

Tegen de avond wordt er bij Tabby een briefje afgegeven getekend VC. Hierin staat een verzoek om een optreden van Tarjinder in het Turks Bad. Tabby geeft het bericht door aan Penny en Tarjinder en legt hierbij ook uit dat VC staat voor Violet Cutter, de Violet Queen. Dit is haar manier om te laten doorschemeren dat ze weet dat Tarjinder tegennatuurlijke neigingen heeft. Men besluit het als een gewone aanvraag te behandelen en een standaard offerte te sturen. De volgende ochtend is er een antwoord. Haar verwachting gaat meer de kant van een privé-optreden uit. Penny en Tarjinder nemen dit nieuws blijmoedig op en Tabby stopt haar hoofd onder de kussens en wil hier verder niets van weten. Wel krijgt ze een aardig idee voor een volgende roman.

Tarjinder en Penny worden door Percy bij de Turkse baden afgezet. Hij biedt aan op hen te wachten. Penny wordt met de spullen naar de dienstingang gezonden, terwijl Tarjinder door de hoofdingang naar binnen mag. Ze komen wel in dezelfde kleedruimte terecht. Als ze omgekleed zijn, worden ze opgehaald door een luchtig geklede man. Deze kijkt wat bevreemd naar Tarjinder, die volledig gekleed is in zijn toneelkostuum. Ze worden verder het pand in geleid, naar een schemerige ruimte waar het iets koeler is dan in de rest van het gebouw. In de schaduwen zit een man die gebaart dat ze mogen beginnen. Ze slaan zich er door heen en na de voorstelling trekt Penny zich terug. De man wenkt Tarjinder naar zich toe. De man is midden 40 en glad geschoren. Tarjinder stelt zich voor en de man noemt zichzelf John. Tarjinder realiseert zich dat hij de man uit de kranten kent. het blijkt een keurig getrouwde, hoge politicus/ambtenaar te zijn. De man heeft een gezin en is sociaal lenig. John biedt een stoel aan en er worden versnaperingen gebracht. Na enig gebabbel besluiten ze van de baden gebruik te maken. Na een gezellig samenzijn krijgt Tarjinder een envelop met inhoud.

In de tussentijd rijdt Percy wat klanten heen en weer en merkt hij dat hij gevolgd wordt door een klein koetsje. Als hij stilhoudt, stapt er een man met bolhoed uit het koetsje die een winkel ingaat en iets koopt. het koetsje rijdt door. Vervolgens gaat de man een pub in.

Na een uurtje haalt hij Penny op bij de Turkse baden. Ze besluiten om het achterin de koets gezellig te maken. Een half uur later komt Tarjinder naar buiten. hij ziet de koets en besluit maar achterin plaats te nemen. Oeps! “Ik wacht wel op de bok!”

Eenmaal terug bij Tabby vertelt Percy dat hij gevolgd werd. Hij zegt ook dat ze als groep op een kruispunt staan. Gaan we verder met onze onderzoekingen, en vestigen daarmee de aandacht op ons, of stoppen we en gaan we terug naar ons normale leven? Als ze doorgaan is het laatste geen optie meer. Hierop begint Penny over het “redden van de wereld”, iets wat Tabby veel te ambitieus vindt. Tarjinder meldt dat hij zich verantwoordelijk voelt voor het loslaten van een wezen als de Mi-go. Men besluit door te gaan met de onderzoekingen. Via het kadaster weet Tabby te achterhalen dat de stadsvilla waar de zwarte koets naartoe reed van Sir Charles Warren is.

De volgende ochtend arriveert een briefje van inspecteur MacAllen: “Jullie worden verdacht van de moord op Rev. Simmons”. Men begint paniekerig met inpakken van de spullen. Ongeveer 10 minuten later arriveert er nog een briefje, ditmaal van Prof. Green: “Ga onmiddellijk weg”. Met grote spoed vertrekt men, terwijl de boevenwagen de straat in komt rijden. Een andere koets van de politie achtervolgt hen, maar Percy weet deze af te schudden.

Percy neemt de groep mee naar Felixstowe, een klein kustdorp waar hij vandaan komt. Percy besluit om Penny te introduceren als zijn verloofde. Tabby is haar vriendin en heeft Tarjinder als bediende. Dave wordt tenslotte voorgesteld als een maat van Percy. De groep komt aan bij het ouderlijk huis van Percy. Dit is een eenvoudige visserswoning met een schuur en een moestuin. De familie is wat overvallen door het onverwachte bezoek en het nieuws van Percy. De groep besluit dat ze hier niet al te lang kunnen blijven. Percy wil graag overleggen met inspecteur MacAllen, aangezien hij hen heeft gewaarschuwd. Dit wijst er op dat hij niet in hun schuld geloofd. Tabby’s theorie is dat Sir Charles Warren een actief lid is van een geheim, corrupt genootschap. Ze zijn te dicht in de buurt gekomen en worden nu op deze wijze in discrediet gebracht.

Ter vermomming wordt de koets geschilderd en wisselt men de kleren om voor wat eenvoudiger kleding. Zo nodig wordt er ook kleding vermaakt. Men komt tot de conclusie dat ze nog niet voldoende hebben voor een gesprek met de inspecteur. Momenteel hebben ze alleen veronderstellingen en theorieën. tevens zal hij ook begrijpen dat ze momenteel geen tijd hebben om bij te praten. Wel willen ze spreken met Prof. Green. Daartoe stuurt Tabby hem een briefje dat op zo’n manier geformuleerd is dat het niet herkenbaar van hen is, behalve voor hem. Iets in de trant van “We’re in a spot of bother since our last encounter. Could we meet…” (ergens in Oxford). De groep gaat naar Cornwall en hoopt op hulp of in ieder geval tips van Prof. Green.

Cthulhu 10

Men keert terug naar de keuken en probeert alsnog de kelderdeur. Deze gaat zonder moeite open en men kijkt in een donker gat waar een aantal stenen treden in naar beneden gaan. Penny heeft een kaars bij zich en gaat als eerste naar beneden, op de voet gevolgd door Tarjinder. Beneden aangekomen, horen ze iets schuifelen in de rechterhoek van de kelder. Het is de huisknecht, die er in het licht van de kaars en dichtbij niet al te gezond uitziet en ruikt naar rottend vlees. Hij blijkt een zombie te zijn die tot de aanval over gaat. Hij raakt Penny flink, maar de schade wordt door haar maliënkolder geabsorbeerd. Tarjinder steekt toe, maar doet slechts minimale schade. Penny roept om hulp en hierop komen Prof. Green en Percy naar beneden stormen. Green heeft een ploertendoder getrokken en Percy zijn boksbeugel. Percy slaat flink raak, maar ook hier valt de schade tegen. Ze stellen vast dat scherpe wapens erg weinig effect hebben op de zombie. Botte wapens hebben meer effect. Men laat de messen daarom ook los en grijpt stukken hout die in de kelder liggen. Prof. Green gaat weer naar boven. Dave heeft zich ondertussen verdekt opgesteld in de keuken en ziet, vanuit zijn schuilplek, de professor door de keukenkasten zoeken. Nadat hij een fles tevoorschijn heeft gehaald, gaat de professor weer terug de kelder in. Het gevecht met de zombie gaat ondertussen door. De schade die de zombie incasseert, lijkt voornamelijk cosmetisch van aard te zijn. Prof. green gooit een plens olie naar de zombie, maar mist. Tarjinder, als specialist, neemt de fles over en gaat hetzelfde proberen. Penny slaat nog een keer raak en de laatste klap wordt door Percy uitgedeeld. De zombie ligt “dood” op de grond. Alvorens hem in brand te steken, doorzoeken ze hem. In een van z’n zakken vinden ze sleutels. Dave hoort ondertussen van boven een gedempt gegil komen. In de kelder staan ook de kisten. De sleutels passen op de sloten van de kisten. De hutkoffer heeft 2 compartimenten. Er stijgt een vreemde lucht uit op. Het linkerdeel bevat 3 glazen flessen met stoppen en het rechterdeel bevat metalen platen. Sommige van deze platen zijn gebogen en andere recht. In het deksel vindt Tarjinder een papieren boekje. De inhoud van het boekje is geschreven in een mengsel van talen. Ook staan er diagrammen in. Het heeft veel weg van een handleiding om iets in elkaar te zetten. De tweede kist blijkt vastgespijkerd te zijn. Als ze hem openbreken zien ze dat er een metalen kist in zit. De planken waren blijkbaar camouflage. De metalen kist lijkt geen deksel of sleutelgat te hebben, maar bij gedetailleerd onderzoek vinden Penny en Percy een verhoging in het metaal. Als ze daar op drukken of proberen te verschuiven gebeurd er niets.

In de tussentijd is Dave naar boven gelopen. Het gegil is gestopt, maar nu hoort hij gestommel. Door het sleutelgat turen werpt geen licht op de zaak en dus gaat hij stilletjes naast de deur staan. De deurklink gaat omlaag en met opengesperde ogen, zwetend en wartaal stamelend komt de dominee naar buiten. Dave probeert hem knock-out te slaan, maar slaat enkel een gat in de lucht. De dominee stormt de trap af, maar struikelt en rolt verder de trap af. Dave pakt een deken uit de dekenkist en gaat dan ook de trap af. Penny heeft het gerommel gehoord en als zij dit meldt, gaat Percy kijken. De dominee is buiten westen en wordt door Dave in de deken gewikkeld. Daarna tilt hij hem op en gaat naar de keuken, waar hij Percy tegenkomt. Ze willen beide kisten meenemen, maar wat doen we met de dominee?

Prof. Green heeft ondertussen de inhoud van de hutkoffer verder onderzocht. “Slecht nieuws! De flessen bevatten organen. Volgens mij zijn dit attributen om iemand in leven te houden.” Hij beeft en zweet en zet de glazen fles neer. “Veel geluk ermee.” De groep besluit om hier nog een paar uur te blijven. Nu de dominee uitgeschakeld is (bewusteloos, niet dood) kunnen ze meer licht maken. Dave, Penny en Percy realiseren zich dat de kist een soort mechaniek bevat. Bijvoorbeeld een drukplaat. Zou de dominee weten hoe het werkt? Penny gaat Tabby halen, want die heeft vlugzout. De dominee grimast van pijn (tijdens de val is zijn arm gebroken) en komt bij. Dave drukt een pistool in zijn gezicht en vraagt: “Hoe gaat de kist open?” De man is niet coherent en brabbelt. Het woordje “migo” komt steeds terug. Tabby is terug naar de koets om verder de wacht te houden. Het woord zegt Dave en Percy wel iets. Het doet hen denken aan een oude occulte tekst. Dave geeft de dominee een klap. Hij lijkt wat meer gefocust te worden, maar niet veel. Dave wil weer slaan, maar Percy houdt hem tegen. “Kist open!” De dominee rolt om op zijn gebroken arm, maar gaat gewoon door. Ze zetten hem naast de kist en de dominee maakt dan pianospelende gebaren op de drukplaat. Dan glimlacht hij breed, zegt “Mi-go” en duikt weg. Dave steekt zijn mes in de dominee, waaraan deze overlijd. De kist gaat langzaam open en er begint een gas uit te stromen. Prof. Green was al naar boven gelopen toen hij de glimlach op het gezicht van de dominee zag en de anderen volgen nu snel. Dave grist de fles olie bij Tarjinder weg, giet het uit en steekt het aan. Snel gaan ze naar de koets. Intussen zien ze de vlammen door de ramen van de keuken. Ze besluiten te wachten, zodat als er iets akeligs is ze in ieder geval weten wat het is. Het vuur wordt sterker. Op een gegeven moment zien ze een gestalte met vleugels, een angel, 6 armen met scharen en een kop met tentakels. Tabby, Tarjinder en Prof. Green zijn geschokt (-4 San). Het wezen vliegt onhandig, maar oriënteert zich en vliegt een bepaalde kant op. Tarjinder weet het wezen nog met een mes te raken, maar het vliegt door. Prof. Green zit op de vloer van de koets in shock in elkaar gedoken. “Kun je hem volgen?” vraagt Tarjinder aan Percy. Ze bepalen dat het wezen in zuidwestelijke richting vliegt en denderen er in de koets achteraan. Echter het wezen vliegt in een rechte lijn, waar de koets door allerlei steegjes moet en dus raken ze het wezen kwijt. Prof. Green zit voor zich uit te mompelen, maar niemand verstaat wat. Met vlugzout wordt ook hij er weer bovenop geholpen. Hij gedraagt zich dan alsof er niets aan de hand is. In de verte horen ze de uitrukkende brandweer. De groep constateert een dringende behoefte aan een stevige uitsmijter en thee met cognac. Alleen cognac is ook goed. Percy vraagt aan Prof. Green hoe hij is teruggekomen. “Ik was dood en leef weer. Ik was in dat realm, er zijn dingen mee teruggekomen. Kopieën van mij. Een goede vriend heeft dat achter slot en grendel. Als je het wilt zien mag dat, maar als je aan je geestelijke gezondheid hecht zou ik het niet doen. Als je denkt dat ghouls erg zijn, er zijn nog ergere dingen. Zoals de Mi-go’s.” Tijdens het relaas hebben ze een tent ontdekt die ontbijt serveert. Green vertelt dat Mi-go’s in deze wereld belust zijn op erts. Gezien de richting die hij op vloog is het wezen waarschijnlijk op weg naar Cornwall. Er wordt verder gesproken met Green en er ontstaat een wederzijdse vertrouwensband. Ze weten elkaar te vinden.

Ze bedenken dat iemand Rev. Simmons zal missen. Het is ook interessant wat ze ontdekken in de kelder en wie er naar gaat kijken en wat er naar buiten komt (of wie het stilhoudt). Tarjinder en Penny hullen zich in lompen en gaan kijken. Het huis is grotendeels ingestort. Er staat nog 1 muur overeind. De mensen op straat speculeren over het lot van de dominee. Men gaat er vanuit dat die dood is. Het puin is nog niet doorzocht, want het smeult nog na. Tarjinder’s idee om in een boom te klimmen wordt verworpen, met name wegens een gebrek aan bomen. Penny gaat bij de kerk zitten bedelen en Tarjinder neemt plaats in de pub op een tegenoverliggende straathoek. Vandaag (vrijdag) wordt er nog wat nageblust en gebeurt er verder vrij weinig. De volgende dag posten ze weer. Dan wordt er ook werk gemaakt van het puin. Er worden teams samengesteld die het puin uit elkaar trekken en doorzoeken. Er wordt nu serieus gezocht naar de lichamen. Bij het vallen van de avond zijn ze nog niet gevonden en wordt het zoeken gestaakt. Penny merkt dat er ook iemand anders het zoeken nauwlettend in de gaten houdt. Die avond gaat hij ook weg. Penny volgt hem, maar raakt hem kwijt.

Ze hebben geen idee wat ze nu kunnen doen. Besloten wordt om het boek “Unaussprechlichen Kulten” te scannen. Geen van hen leest Duits, maar toch kan Percy concluderen (op basis van zinsconstructie etc.) dat het is geschreven door een waanzinnige. Tarjinder vindt een passage die hem sterk doet denken aan de gevonden gebruiksaanwijzing. Ze theoretiseren dat de Mi-go het waarschijnlijk wel kan lezen en begrijpen.

Op zondag gaat het puinruimen en zoeken gewoon door en rond 11.00 uur wordt de kelderingang blootgelegd. Dit leidt tot consternatie en de politie wordt er bij geroepen. Die gaat met lampen kijken en na terugkomst wordt de boel afgezet. Even later komt een ambulance aanrijden, waaruit 2 brancards worden gehaald. Aan de pers wordt medegedeeld dat de dominee en zijn huisknecht vermoedelijk door de brand om het leven zijn gekomen. De andere ‘wacht’ staat er ook. Nadat de lijken zijn geborgen gaat hij weg. Deze keer volgt Tarjinder hem, maar hij heeft evenveel succes als Penny. tarjinder licht de rest van de groep in. Het verhaal dat door de buurt gaat is dat de dominee en zijn huisknecht door de brand zijn omgekomen en dat de brand hun lichamen ook heeft aangetast. Tabby gaat met de politie praten in de hoop geruchten op te vangen die onder hen de ronde doen. Dit is succesvol aangezien de agenten het hebben over één van de lijken die meer aangetast lijkt te zijn dan gewoonlijk bij brandslachtoffers het geval is. “Je verwacht dat er vlees op alle botten zit!” Blijkbaar was er eentje al een tijdje dood. Opvallend is ook dat de Metropolitan Police van Scotland Yard en niet die van Whitechapel de wacht houdt.

De anderen blijven in de buurt en zien een tweezitter arriveren, waar iemand naar toe loopt. Deze persoon loopt even later weer weg en vlak daarna krijgen de agenten die op wacht staan iets aangeboden (waarschijnlijk eten en/of drinken). In de loop van de middag worden de agenten lomer. Tegen de schemering komt een zwarte koets aangereden die halt houdt bij het afgebrande huis. Twee goedgeklede, maar potige mannen stappen uit. Ze lopen langs de dommelende wachters de kelder in. Na enige tijd komen ze met de metalen kist waar de Mi-go in zat naar buiten. Blijkbaar is de hutkoffer te ver verbrand. Percy staat klaar om de koets te volgen. In eerste instantie rijdt de zwarte koets naar de City, dus daar valt het niet op dat ze hem achtervolgen. Als hij buiten de City komt wordt het moeilijker, maar het lukt hen wel. De koets rijdt door de toegangspoort van een stadsvilla met oprijlaan en tuin/park. Het adres wordt gememoriseerd. De groep keert daarna terug naar het huis van Simmons. Aangezien de wachters nog groggy zijn, besluit men een kijkje in de kelder te nemen. Daar zien ze dat de hutkoffer de brand niet heeft overleefd, maar het enige metaal dat is achtergebleven zijn de metalen banden van de hutkoffer. Er ligt ook geen glas, dus men kan aannemen dat de metalen platen en de glazen flessen de brand wel hebben overleefd en zijn meegenomen. Morgen (maandag) is het kadaster weer open en kan het adres worden nageplozen.

(NB. kadootje van de storyteller: iedereen +5% Cthulhu Mythos)

Tanais 119

We verpozen nog een viertal dagen aangenaam op ons nieuwe domein op de berg Paradijs. Dan gaan we op weg naar de vergaderzaal. Die ligt vlak onder de top. HIj kan 2000 man herbergen. Daarboven is een kapelletje boven de heilige rotsspleet waar Imhotep de eerste twee mensen gevonden heeft. Het is de bedoeling dat iedereen daar even eer betuigt voordat je de vergaderzaal ingaat. Imhotep neemt hier afscheid. Hij gaat apart naar de Witte Raad. Hij zegt dat hij niet voor ons kan instaan, maar hij wil wel aankondigen dat we iets te zeggen hebben. Dan waarschuwt hij nog even dat magie en wapens niet zijn toegestaan. Naast exalts zijn hier magiërs, tovenaars en alchemisten.
In de kapel is een beeldengroep en een spleet in de rots die oneindig diep naar beneden lijkt te gaan. Met [Sense Color] zien we dat er hier een doorgang is. (Waarnemingsmagie werkt passief en dat mag hier wel.) We doen alsof we hevig onder de indruk zijn en dan gaan we naar de zaal. Er zijn geen stoelen, het is de bedoeling dat je je eigen zetel meeneemt. De meeste aanwezigen hebben er eentje in Elsewhere opgeslagen, met charms zoals die waarmee Risha zijn wapens en harnas bewaart als hij ze niet nodig heeft. Claude verandert met [Forces] zijn mantel in een zetel. Risha maakt met [Matter en Prime] zijn troon na, Chang leviteert en gaat in lotushouding in de lucht zitten. Gwan wil middels [Correspondence] een poort maken om een stoel uit het paleis te pakken, maar dàt mag niet! Er gaat een alarm af en er ontstaat een krachtveld-kooi om hem heen. Hij wordt de lucht in gehesen. Dit is heel krachtige magie, waar wij niet tegen op kunnen.
Exalts zitten in het midden van de zaal, sages aan de linkerkant en alchemisten aan de rechterkant. De sorcerors komen pas later. Op een podium zit de Witte Raad met afgeschermde gezichten als een soort forum. Er meer dan duizend exalts en we weten dat er ongeveer 500 cellen zijn in de poolnaald. Waar komen dan die extra exalts vandaan?
De kooi met Gwan wordt naar voren gehaald en landt met een plof voor de Witte Raad. “Wie ben jij? Tot welk cabal behoor jij? En waarom overtreedt jij de regels?”
“Ik ben Gwan uit Soul, Mijn vlag is het witte hert op de regenboog. En het was niet mijn bedoeling om een portaal voor demonen te openen, maar gewoon om mijn stoel te pakken!”
“Je bent nog jong en onbezonnen. Ga maar terug naar de tribune.”
Hij krijgt wel een bliksemschicht in zijn kont. Dat wordt staan.

De agenda wordt vastgesteld. Daar staan maar drie dingen op: 1. De Lost Boys, 2. De terugkeer van Imhotep en 3. De Ondergang.
Agendapunt 1.
Er wordt een korte inleiding gehouden. “Ze zijn weer weg. Is er iemand in de zaal die hier meer van weet?”
Risha stapt naar voren. “Risha, koning van Shintas en van Soul. Ook van de banier van het witte hert. We hebben ze in de Poolnaald opgesloten. Als iedereen die voorlopig met rust laat, gaan ze vanzelf dood van de honger.” “Kunnen jullie dat bewijzen?” Gwan wil de gebeurtenissen tonen met een [Time] toverlantaarn. Maar dat mag niet. Ons verhaal wordt onder voorbehoud geaccepteerd. Na de vergadering gaat iemand van de Raad het verifiëren.
Agendapunt 2.
“Imhotep was weg. Hij is weer terug en wenst daar niets over te zeggen. Heeft iemand vragen? … Geen vragen? … Over naar punt 3.”
Agendapunt 3.
“De eigenlijke reden waarom wij hier zijn. We beginnen met een inventarisatie. Daarna komen de profetieën en interpretaties en pas als laatste gaan we de mogelijke oplossingen bespreken.”
Er is een hele reeks rampen gebeurd de afgelopen tijd:
De oude maalstroom in Kim Do is weer hevig actief geworden (die is nog ouder dan die in Melek Qart).
In Zhao zijn vampieren in opkomst.
De draak van Sesklo is actief en er wordt heftig tegen gevochten.
In de kapotte vulkaan van Soul Bay (er wordt naar ons gekeken) ligt een gevaarlijk drakenei. Die heeft met een andere draak van doen.
Er zijn Denizens, nachtmerrie-achtige wezens, verschenen in Vixen.
In de zee groeit een enorme ijsmassa en daarvandaan belegeren de hags Minos.
In Haran is een opleving van Abyssals.
En er is nog een hele serie kleinere rampjes.
Phantom Marshley en Red staan op. “Vanuit de bergen van Neverhorn komen toch weer reuzen.”
Andere mages melden ook reuzen.
Risha vertelt over het verdwijnen van Soul en dat daar nu net zo’n bubbel zit als bij Melek Qart.
Chang meldt dat een triumviraat van demonen van de Eenoog sekte heerst over Euboia. (Chantal houdt zich gedeisd.)
Iemand van de Raad zegt: “Er is ons ter ore gekomen dat hier ook anderen bij betrokken zijn, maar om redenen van privacy zullen wij hier niet verder op ingaan. We gaan over op het volgende punt. De profetieën. Er zijn er drie: het Vier Ruiters visioen.” Een van de sages komt op het toneel. “Het Dragon Blooded idee.” Sarastas, onze bezoeker van een paar dagen geleden stapt naar voren. “En de vier helden hypothese: vier die licht geven als de zon er niet is zullen de wereld redden.” Hij kijkt even rond, maar niemand reageert. “Ik geef eerst het woord aan de sages over de vier ruiters.”
De sage vertelt: “Deze voorspelling is ontstaan bij de missionarissen die in Soul hun geloof wilden verspreiden. Vier mannen op een nachtmerrie, een pegasus, een eenhoorn en een groen paard vernietigen de wereld. De sekte bestaat niet meer. Maar de profetie bleef bestaan. En nu zijn er die aan de beschrijving voldoen.”
De Witte Raad bedankt hem voor zijn uitleg en geeft het woord aan Sarastas.
Sarastas vertelt het verhaal op dezelfde manier als tegen ons. De sages vinden het maar nieuwlichterij. Een lid van de Witte Raad speelt het visioen af. We zien een soort tv scherm. Reptielachtige wezens, onscherp, chaos erachter. De hagedissen beschermen mensen. Dan gebeurt er opeens iets onverwachts: een Dragon Blooded doet de tv uit. “Zie je wel! He zijn oplichters, we moeten ze uitroeien!”
Claude stapt naar voren. Er wordt geroepen: “Aha! De Rogues!” Hij zegt: “De githyanki in Waldheim zijn een voorstadium van de githzerai, jullie dragon blooded.” Dan gaat hij door over parallelle werelden, materie en anti-materie en andere rare onderwerpen. De mensen denken dat hij gek aan het worden is. Dan neemt Risha het van hem over: “Wij zijn in Waldheim geweest. De githyanki kopen menselijke maagden om zich voort te planten.” Dat argument vinden de meeste aanwezigen niet erg belangrijk. Chang zegt: “Ik ben de generaal van Soul en van Shintash. Ik heb bij Shearton tegen ze gevochten. Toen werden ze aangevoerd door een van de demonen uit Harran.”
Hierdoor begint het publiek te neigen naar twijfel aan Saratras’ overtuiging. “
Wil het vierde lid van uw cabal, Zwarstaart, nog iets toevoegen?” vraagt het raadslid.
“Het zijn geen betrouwbare handelspartners,” mompelt Gwan. Dat geeft de doorslag. Meerdere aanwezigen hebben ervaring met de rottige, verslavende kwaliteiten van de magische voorwerpen van de githyanki. Dat volk kàn geen goede bedoelingen met onze wereld hebben.
De discussie gaat nu weer over naar het Vier Ruiters visioen. De Witte Raad kondigt aan dat de alchemisten een oplossing hebben gevonden. Een lange magere dame komt naar voren en zegt: “Er is een toets uit te voeren op de vier lieden. Iedereen weet dat ze hier zijn. De toets is eenvoudig. Twee van hen zullen heftig reageren op silicium en zwavel. Als ze het niet zijn, dan zal er niets gebeuren.”
Er wordt ingewikkelde apparatuur de zaal binnen gereden. Ze toont een zwavelbad. “De ziel van één van hen zal stralen met zwavelschaduw.” Gwan weet het een en ander van alchemie. Hij weet dat blootstellen aan een element een gekende techniek is. “Gaan we er niet dood aan?” vraagt Risha nerveus. “We zullen je weer oplappen,” zegt het raadslid. Claude durft het wel aan. Hij stapt in het bad en stijgt op. Hij verandert in een gevleugelde nachtmerrie. En dan floept hij weer terug naar mensvorm. De alchemiste zegt: “Zie hier. De toets is duidelijk. Als de voorspelling klopt zal één van de andere drie in het silicium bad getransformeerd worden. Gwan is pottenbakker…”
Het siliciumbad is een blobbende poel modder. Gwan komt er uit als een kristallijne eenhoorn. De alchemiste is trots: “Het bewijs is geleverd!”
“Wat is jullie verdediging?” vraagt de Witte Raad.
Gwan zegt: “We doen juist ontzettend ons best om de wereld te helpen! Kijk maar naar de Lost Boys.”
Iemand uit het publiek roept: “Dat is geen bewijs. Jullie hebben een spoor van vernietiging achtergelaten.”
“Maar ze hebben wel de Lost Boys gevangen gezet!” zegt het Raadslid. “De vergadering is voor vandaag verdaagd. We zien elkaar morgen weer. Ik wil de Rogues uitnodigen om met ons mee te komen.”
Chang neemt het woord: “Naast deze wereld is er nog een, ver voorbij Elsewhere.” Men kijkt geïnteresseerd. “Lang geleden is de wereld in tweeën gespleten. Om ze te redden moeten we ze weer samenbrengen.” Daar willen ze meer over weten. “Maar als de twee samen komen, dan houdt deze wereld op met bestaan! En dan bestaan wij ook niet meer,” zegt iemand. “Wij zijn het voorbeeld dat we allemaal kunnen blijven bestaan,” zegt Claude. Wij nemen onze Aarde-vormen aan. “Ieder van jullie is de helft van een compleet persoon!”
In de zaal begint iemand te wenen. “Ik heb al die tijd een diep gemis gevoeld. En dat wordt nu zó mooi onder woorden gebracht!”
Velen vallen hem bij, anderen vinden het maar onzin.
Claude heeft een vage theorie over de vier paarden: “De nachtmerrie hoort bij de onderwereld. De eenhoorn is van deze wereld. Het groene paard is de andere wereld. Ze staan symbool voor hoe de totale wereld is.” Het publiek heeft al afgehaakt.
Risha neemt het over. “Voor het aanmeren is zonium nodig.” Hij legt uit hoe de goden bij Melek Qart en Soul in de bres gesprongen zijn. “En de goden zijn van puur, bewuste zonium.”
“Dat gaat bij Kim Do nog eens gebeuren!” roept iemand.
Risha: “De demonen verzamelen alle zonium en willen zelf in de Witte Stad de Ondergang overleven.
“Maar hoe komen we er achter of jullie de waarheid spreken?”
Claude zegt: “De enige die het weet is Imhotep.”
Dan staat het middelste Raadslid op. Hij heeft tot nu toe gezwegen. “Ja. Het is waar wat ze zeggen. Ik sta niet in voor hun karakter. Maar wel voor wat ze zeggen. Ze weten meer van het geheel dan jullie. Het is tijd voor mij om terug te treden. Ik stap Omhoog, naar Gene Zijde. Deze vier hebben het niet verdiend om lid te worden van de Witte Raad. Maar als ik jullie was, zou ik zeker naar ze luisteren. Ik schors de vergadering en wil nog even onder ons praten.”
Als de zaal leeg is zegt Imhotep: “Dat hebben jullie redelijk geklaard. Ik ga nu naar de aarde. De andere kant is gewoon mijn wereld. Ik ga daar onderaan beginnen. Breng me er heen.”
Claude biedt aan om hem [Color] te leren. Dat lijkt Imhotep een goed idee. “ Mag ik de colorcopter een weekje lenen? Dan kan ik alles wat ik vergeten ben weer leren.”

Claude gaat terug naar onze burcht. Hij wil berekenen hoe zijn antimaterie op zwavel reageert. Zijn alien life form was op zwavel gebaseerd in plaats van zuurstof en die van Gwan op silicium in plaats van koolstof. En met wiskunde wil hij bewijzen dat hij inderdaad compleet is. Chang neemt de agenda van de volgende dag door om zich voor te bereiden. Oorspronkelijk zou die over de githyanki prullaria gaan.
Gwan en Risha willen nog even bij de Witte Raad langs. Bij hoge uitzondering wordt dat toegestaan. “Jullie hebben nogal de blits gemaakt. Hoe met jullie in zee te gaan? Hoe krijgen we alle neuzen dezelfde kant op?” Gwan stelt voor dat hij een presentatie geeft. Voor die gelegenheid staan ze toe dat hij magie gebruikt in de grote zaal.
“Op Aarde zijn er niet allen Zwarte Bronnen, maar ook Witte. Zijn aan deze kant ook Witte Bronnen?” vraagt Risha.
“Ja. Maar daar gaan we het niet in het openbaar over hebben.”
“Oke. Als White Collars begrijpen we dat jullie niet willen dat die algemeen bekend worden. En dan snappen jullie ook hoe smerig de gith met hun zwarte bronnen zijn.”
Een voorstel is om een githyanki te vangen en publiek aan een alchemistische procedure bloot te stellen zodat iedereen kan zien wat ze zijn.
Een ander probleem is de Eenoog sekte. Dat is feitelijk een zwart slijm ziekte, Is die al bedwongen?

En verder zijn we er achter gekomen dat de wereld van de ‘lagere’ goden richting Buiten ligt, tussen Wyrd en Wyld in. Waar de wereld van de boven-goden ligt is nog onduidelijk.

4 xp

Tanais 118

Tanais 118 – 13-04-2017

We hebben een aantal dagen rust. Risha regelt staatszaken. Claude vraagt over de rolverdeling in het koninkrijk. Hij wil opperbrahmaan worden, maar dat lijkt de anderen niet zo’n goed idee. Gwan bestudeert een aantal van de brahmanen om ze later met [Correspondence] te kunnen contacteren. Chang inspecteert het leger. Claude gaat kruisbogen monteren op de op zich al prima strijdwagens.
En dan vertrekken we, 7 dagen voor de vergadering, naar Mount Paradise. Die ligt ver ten zuiden van Qart in de jungle. Het is een enorme berg waar de mensheid voor het eerst op Tanais is aangekomen. Nu wonen hier de Exalts. Wij zijn niet officieel uitgenodigd, dus we willen onopgemerkt aankomen. Eén quantum naar Buiten (de magische richting, de andere kant op dan richting Aarde) is het ongeformatteerde niks. We nemen het niks waar als mist, maar dat is een illusie. Een soort Wyld-excitatie omdat wij passeren. Je kunt de mist veranderen in een realiteit, als hij zich dit realiseert krijgt Claude fantasieën over een heel rijk. Als je hier nog verder naar Buiten gaat kom je in de Wyrd en nog verder naar buiten wordt het de echte Wyld. De Godenwereld is ook richting Buiten. Het zijn verschillende “excitatie”-toestanden van Tanaïs. (Het rijk van de Marlboro Man lag overigens níet aan de magische kant van Tanaïs.)
We kunnen van hier wel naar Tanaïs kijken. Daar zien we een berg zo groot als een koninkrijk. We naderen via de zuidkant. Beneden wonen de oude rassen in dampende oerwouden, maar hogerop de berg heerst een Californisch klimaat. Daar zien we brede valleien met alpenweides en gematigde bossen waar menselijke nederzettingen zijn. We parkeren de colorcopter een quantumafstand “naast” Tanais. De zwaartekracht hier is afkomstig van Tanais – de ‘common reality’ – maar is ietsje zwakker door de afstand. Van hier stappen we in de Common Reality, een uurtje lopen van de dichtstbijzijnde bewoonde plek. Onderweg komen we een houthakker tegen.
“Goedenmiddag.” “Welkom. Ons kamp is die kant op. De zaken van de Hoge Heren zijn nog niet begonnen.” Hij is niet zo geïnteresseerd in wat wij Hoge Heren zoal uitspoken. We gaan verder en komen aan bij een dorp in Meluhhaanse stijl, met straten met kinderhoofdjes, stenen koepelhuizen en een Kruch, een burcht, in het midden. Het is hier bedrijvig. We merken al snel dat er drie duidelijk onderscheiden kasten zijn: werklieden, hofhouding en de bewoners van de kruch. Er wappert een vlag: een paarse draak op een blauwe zon met een groene achtergrond. Wij worden herkend als Exalts en de poortwachters ontvangen ons met égards. Een oudere, wijs uitziende man in bescheiden kleding komt ons tegemoet. “Welkom, ik ben Zarza van Meluhha. Wat is uw banier?”
“Risha van Shintas en Soul en dit zijn Gwan, Claude en Chang. We zijn hier nieuw.”
“En wat is uw banier?”
Claude zegt: “Wij staan aan het hoofd.”
“Hmm, rogue dus.” (Waar hebben ze deze dwazen vandaan gevist, denkt hij.)
Risha zegt: “U kunt Phantom Marshley, Der Alte en Red er op aanspreken dat wij zo weinig weten.”
De oude man wijst naar de vlag. “Deze vlag is één van de 32 banieren.” Claude reageert met een heel betoog dat wij geen vlaggen nodig hebben. Zarza trekt zich verveeld terug.
Risha gaat er achteraan om excuses aan te bieden. Na enige twijfel besluit Zarza om toch maar iets te vertellen. “Als Rogue zal het heel moeilijk worden om spreektijd te krijgen. Eerst gaan we eer bewijzen aan de standbeelden van Imhotep en de twee kinderen, de eerste mensen. En dit keer zullen er ook sorcerors en alchemisten bij zijn. Heel ongebruikelijk. Het zal voor jullie als ‘nieuwe loten’ een kwestie zijn van zien en gezien worden. Als je stijlvol wilt zijn, neem je een vallei en fort met een hofhouding. Ik ben wel benieuwd naar jullie inbreng.”
Risha vraagt of Imhotep ook wordt verwacht.
“Hij zou er natuurlijk bij moeten zijn. Maar hij is verdwenen. Men maakt zich zorgen.” “Ik zal het hem zeggen.” “Wat?!?” “Uh … niks …”
De volgende dag zoeken we een lege vallei. Risha tovert er met [Raising the Earth’s Bones] een Shintasta fort in en Gwan maakt een portaal naar het paleis. Hij haalt de kamermeisjes over om te komen.

Chang en Claude nemen de colorcopter en gaan op zoek naar Imhotep. Op Aarde is een paar jaar verstreken. Met [Corespondence] weet Claude hem snel te vinden. Imhotep zit in de bibliotheek van de San “ Risha’s Reizen” te lezen.
“ik heb het hier wel naar mijn zin!” zegt hij. “Ik vind deze carrière heerlijk. Ik stond zó lang aan het hoofd! Het is geweldig hier. Prachtig om te zien hoe ze het verkloot hebben en het toch weer helemaal goed gekomen is.” Maar na enig aandringen besluit hij wel mee te komen. Als ze op Mount Paradise in het kasteel aangekomen zijn vraagt Risha of we onder Imhotep’s vaandel mogen opkomen. Dat geeft status. Imhotep antwoordt: “De witte vlag is niet voor jullie. Ik kan jullie wèl spreekrecht geven, als je wat zinnigs te zeggen hebt. Maar ik kan er niet voor zorgen dat er naar jullie geluisterd wordt. Ik heb gelezen over Risha en zijn groene paard, zijn nachtmerries, de eenhoorn en de pegasussen waar jullie op rjjden. Er is nóg een profetie: Vier lieden op paarden die alles stuk maken wat ze tegenkomen. Ik geloof die profetie niet. Maar anderen wel. Zij weten niets van parallelle werelden, Igrot, etcetera. Ze zullen jullie gedachten lezen, maar niet begrijpen. Maar het maakt je verhaal wèl waarschijnlijker.”
“Misschien is het verstandiger als ik in het publiek blijf en niet uitgelezen wordt,” oppert Claude. Dat denken wij ook.
Imhotep waarschuwt nog: “Jullie weten dat jullie magie niet werkt?”
“De Aarde magie misschien wel,” hoopt Chang.

Er wordt bezoek aangekondigd. “Goedemorgen buren, ik kom even kijken. Aangenaam, Xarantas! Bij welk banier zijn jullie?” “Rogue.” “Ik kom jullie steun vragen! Zeeronlangs is er een nieuwe, krachtige profetie bijgekomen. Luister: ‘Een ras van Dragonblooded zal de wereld van de ondergang behoeden.’ Dat gaat over de herbronning in Waldheim en de githyanky die steeds talrijker worden. Dat zijn reptielachtige mensen: Dragonblooded! Exalts in zienerstaat hebben gezien dat deze Dragonblooded de exalts mee zullen nemen naar de andere kant, naar een nieuwe wereld. We hebben een politiemacht nodig om de gaten in de werkelijkheid te bewaken. Dat zullen die Dragonblooded ook doen.”
We beloven om er over na te denken.
“Hoe zit dat nou met die banieren?” vraagt Risha aan Imhotep. “Er zijn 32 banieren, met meerdere kabals onder één banier, en dan zijn er nog thuislanden. Ja, natuurlijk kun je een 33e banier maken. Al die banieren zijn ooit ontstaan. Als jullie iets hebben waar jullie onafhankelijk van elkaar naar toe gegroeid bent, iets wat jullie uniek definieert, dan kan dat. Ze zijn allemaal ooit ontstaan en geëvolueerd.” Eerst denken we aan de vier magische paarden. “Dat komt wel heel dicht bij de apocalyptische voorspellingen.” zegt Imhotep. “Wat uniek voor ons is, en wat we allemaal hebben meegemaakt is de Witte Stad. En daar zijn we gekomen door het Witte Hert te eten.” We worden het eens op een Wit Hert op een regenboog.
Risha stelt voor om een Gate te maken naar het Shao-Lin klooster en de monniken op te halen die zich jarenlang hebben voorbereid op deze bijeenkomst. Dat zal ons wellicht een beetje uitstraling geven. Hij begint zijn praatje voor te bereiden. Wat moet er in? We hebben de wereld vernietigd. Maar dat was 100.000 jaar geleden. Dat was geen voorspelling maar een terugblik. We moeten de exalts warm maken voor het aanmeren en voor de eindstrijd. We kunnen een beeld presenteren van de githyanki als zaadcelletjes die elkaar vernietigen om de bevruchter te worden. Dat is geen brave politiemacht die de wereld beschermt. Maar, we kunnen inderdaad meeliften op het zaad naar een nieuwe wereld … die dan ook besmet is.

Tanais – 117

Tanais 117 – 30-03-2017

Op Tanais is er 2 uur verstreken. We gaan slapen en de volgende dag kan Risha weer koning spelen bij het ontbijt. Met een jachtpartij als smoes gaan we naar de Colorcopter en daarmee materialiseren we op 300 meter boven de grens van Dao en Jao. Onder ons ligt een Shangri-La achtige vallei met een zalencentrum en een paar kampementen. Claude calibreert de machine om één quantum naar buiten te stappen in de vijfde dimensie, dat wil zeggen van de Aarde vandaan. Terwijl hij daar mee bezig is, bekijken de anderen de omgeving met allerhande magische sensoren. Chang maakt een lens in de lucht. Hij ziet dat er een krachtveld ligt rondom een kamp van Abyssals. Binnen ziet hij boorwormen, shuragi et cetera. In de bossen eromheen ligt een strak georganiseerd kamp van wezens die een beetje op de githyanki lijken, maar net anders zijn. Gwan gebruikt zijn kristallen bol om in het zalencentrum te kijken. Daar ziet hij Shao-lin jongens hun oefeningen doen. Het lijkt op de dagelijkse gang van zaken in de voorbereiding van een groot festival. Over dertien dagen is de bijeenkomst van alle Exalts gepland, en ze hebben de memo niet gekregen dat het verplaatst is. Risha heeft al een extreem goed zicht door een oude Wyld-mutatie, en hij verbetert ze nog eens met [Life]. Hij bekjky het kamp in het bos. De Gith daar zijn groter en volwassener dan de githyanki uit de stad. Het zijn logge reptielen van 2,5 meter met heel veel wapens.
Claude activeert de Colorcopter, om ons heen vormt zich de mist van ongevormde ruimte. Van hier uit kan Risha een stukje van Tanais met Sorcery formatteren tot een replica van de spelwereld. Het gebied waar hij mee bezig is gloeit vijf minuten terwijl hij de spreuk uitvoert. Voor de Lost Boys is dat ruim een dag. Met [Time] kunnen we zien dat ze af en toe komen zitten kijken. Ze lijken onder de indruk van deze tovenarij. Als de hut materialiseert drommen ze er als bijen omheen. Een nauwkeurige telling komt op precies 150 man. Met [Prime, Forces en Matter] maken we vier bazooka’s die we in de hut laten materialiseren. Twee minuten later horen we een knal bij het krachtveld en nog een paar seconden later zijn alle Abyssals weg van de kaart. Dit deel van het plan is gelukt!
Nu moeten we snel naar de Poolnaald. Risha heeft de noordkust van de binnenzee op de muur van de hut afgebeeld met een duidelijke aanwijzing dat de Lost Boys bij de Naald moeten zijn. Voordat ze daar aankomen, gaan we de ontvangstruimte van de Naald inrichten als het Valhalla van Chappie, met 150 bierpulllen waar we op het juiste moment een scheut zonium in kunnen laten materialiseren. We maken een klok die aftelt naar 0:00’00” en dan verschijnt het zonium, en gaat tegelijk de gevangenisdeur dicht. Op de muren spuiten we grafitti die te herkennen is, zoals de draak met in zijn muil de deur naar de feestzaal. Dan komen de eerste Lost Boys. We herkennen MRA27. Die probeert de andere tot voorzichtigheid te manen, maar als laatste komt ook hij binnen. Chang lukt het [met static mind control, een Mind, Forces, Prime-effect] om de Lost Boys even in stasis te houden terwijl we de deur sluiten. Kablam! Een permanent [Force-field] over de deur. En klaar is Kees. Dee twee van het plan is ook gelukt.
Terug naar Shintash, we gaan lekker slapen in een donzen bed. Maar dan klinkt er een alarm. De paardenvolkeren vallen aan! Een prins wil Risha’s zus Harati schaken! Claude gooit vanuit zijn raam de spreuk [Cascade of cutting terror]. Risha sprint naar het balkon en tovert zijn magische harnas en wapens om hem heen. Hij zet de Anima-banner aan van zijn kaste en vliegt naar de vijand toe. De pijlen suizen om zijn oren. Ook Chang summont zijn wapenrusting en rent naar het slagveld. Gwan troost ondertussen de hofdames.
Twaalf aanvallers gaan neer onder het geweld van Claudes magie. Zestig procent slaat op de vlucht voor Risha’s aura. Chang stort zich op de rest en mept er nog twee neer. Risha overleeft alle brandende pijlen die op hem worden afgevuurd en uiteindelijk druipen de aanvallers af. Er zijn een paar brandjes die moeten worden geblust en aan onze kant een paar doden, maar het is al met al een grote overwinning. Maar voor Claude is dit niet genoeg. Hij wil wraak. Risha snapt niet waarvoor. Dit is toch volledig conform alle protocollen gegaan?
Terwijl Chang de begrafenissen en crematies regelt, zint Claude nog steeds op wraak. Met [Correspondence] zoekt hij de thuisbasis van de paardenvolkeren. Die is er niet. Het is een nomadisch volk. dan kiest hij maar at random een kamp uit. Hij stapt door de landkaart heen en arriveert op een vlakte met een rookpluim. Daar is een kamp! Hij maakt de wachters dood en ontdekt dat er verder alleen maar vrouwen en kinderen zijn. Er breekt paniek uit.
We ontdekken dat Claude kwijt is. Gwan zoekt hem met de kristallen bol. “Wat ben je aan het doen?” “Ik ga een vrouw halen!” roept Claude. Hij steelt een paard en grist een willekeurig meisje mee dat er wel een beetje appetijtelijk uitziet. Gwan realiseert zich hoe intens oneervol deze actie in de Shintas cultuur is. Als dit bekend raakt, lijdt Risha een enorm gezichstverlies. Claude’s razernij is inmiddels een beetje gezakt en hij wordt voor rede vatbaar. Hij verandert zichzelf in een generieke nomade en rijdt met het meisje naar een willekeurige andere paardengroep. Dat gaat twee dagen. Daar hebben we geen zin in. Gwan opent een portaal vlak voor het paard naar Risha’s paleis. we grissen Claude van het paard. Gwan opent een nieuw portaal naar het kamp van het meisje waardoorheen het paard galoppeert en weer aankomt waar de dolle rit begon.

4 xp

Cthulhu 9

Inmiddels is het woensdag en houden Dave en ‘zijn’ zwerver het schip overdag in de gaten. ’s Nachts wordt het in de gaten gehouden door Tarjinder, maar het enige dat dan gebeurt is de aangeschoten bemanning die terugkeert van het passagieren. Tabby ontvangt op donderdag een brief van Prof. Green met daarin de mededeling dat zij ’s middags welkom is. In de ochtendkranten wordt melding gemaakt van een inbraak in de British Library. Bij deze inbraak is een obscuur muziekstuk uit de 18e eeuw ontvreemd. Verder is er ook een stijging opgemerkt in het aantal ontvoeringen. Ook in Whitechapel worden mensen ontvoert.

Diezelfde dag ziet Dave de Rev. Patrick Simmons bij het schip arriveren met een wagen. Hij betaalt aan een officier van het schip en er worden 2 kisten, een manshoge en een hutkoffer, op de platte wagen geladen. Vervolgens rijdt hij weg naar het douane kantoor om daar nog enige zaken in orde te brengen. Dave maakt gebruik van dit moment om de kisten te onderzoeken. Kloppen op de manshoge kist geeft geen reactie. het valt hem op dat 2 bekenden hem bezig zien, maar desondanks probeert hij de wagen te saboteren met een eind touw. Daarna gaat hij op zoek naar Percy. Ze rijden langs de verwachte route en vinden even later de beschadigde kar met een vloekende koetsier. Ze wachten tot het wiel gerepareerd is en volgen dan de kar naar zijn bestemming. De koetsier van Simmons kent Londen op zijn duimpje en stopt even later bij een huis aan de rand van Whitechapel. Naast het huis staat een kerkje en waarschijnlijk is dit dus het huis van Simmons. Een huisknecht helpt met het uitladen en binnendragen van de kisten en daarna verdwijnt de kar. Dave en Percy gaan hierna weer een het werk en Dave trakteert ’s middags de 2 collega’s die hem bezig zagen.

Tabby krijgt ondertussen een briefje via een straatjochie: “De dames zijn weer geïnstalleerd waar ze horen. V.C.” Het jochie krijgt een fooitje. Penny heeft de afgelopen dagen basale vermommingstrucs geleerd van een kennis uit de theaterwereld.

’s Middags gaat Tabby op bezoek bij Prof. John Green. Hij is een professor in de wiskunde en rond de 40 jaar oud. Hij is goed gespierd. Naast werken over de mathematica staan er ook boeken over farmacie, chemie en geschiedenis in zijn boekenkast. De indruk die Tabby uit zijn studeervertrek krijgt is dat hij een brede belangstelling heeft. Na een korte introductie komt het gesprek al gauw op de familie Blackpool. De familie is oorspronkelijk niet van adel, maar in de latere dagen vande regeerperiode van Henry I opgeklommen. Ze zijn rijk geworden door hun kopermijnen en de productie van machinerieën. Tevens hebben zij zaken gedaan die momenteel als ‘shady deals’ gekenmerkt zouden worden, maar die toen legaal waren. Dit alles vergrote hun machtsbasis en leidde tot contacten met de familie Guderian. Dit is wel een adellijke familie, die is meegekomen met het Huis van Hannover toen dit de Engelse troon besteeg. De Guderians hadden echter enkele financiële problemen die zijn opgelost door de Blackpools. De relatie tussen beide families leidde er toe dat de Blackpools in de adelstand werden verheven. Hiermee drongen ze ook door in de kringen rondom de koning en de rest van het Huis van Hannover. Met hun invloed hebben ze ook veel goeds voor het Empire betekent, maar dit eindigde met de komst van Lady Gwendoline. Prof. Green vertelt dan dat als Tabby ooit iets macabers wil zien, zij het graf van deze dame eens moet bezoeken. Lady Gwendoline had interesse in het occulte en deze interesse ging verder dan normaal en gezond te noemen valt. Zij was bezig om zelf een ghoul te worden. Voor zover bekend is het een apart ras, maar kan je het wel worden. Tabby vertelt dan dat ze 2 ghouls heeft gezien en dat deze met een pistool zijn uitgeschakeld. Twee sterke mannen zijn bij deze ontmoeting zwaargewond geraakt. Op grond van haar relaas vraagt Prof. Green uit hoeveel personen haar groep bestaat. Tabby antwoordt ontwijkend, maar noemt wel dat de groep van George Lusk en de politie ze ook gezien hebben. tabby stelt voor om Percy er bij te halen, maar de professor zegt dat deze niet binnen mag. Huisregels enzo. Ze besluiten later op de dag door te praten. Prof. green stelt voor om dit te doen tijdens een etentje in een club waar hij vaker etentjes geeft.

Penny gaat ’s middags naar de British Library om onderzoek te doen naar het gestolen muziekstuk. De naam van het stuk is: “Massa di requiem per Shuggah”. Volgens de experts die het stuk hebben bekeken toen het aan de Library werd aangeboden, is in elk geval een deel ervan geen muziek. Sindsdien is er ook niemand meer geweest die de partituur heeft ingezien.

Aan het eind van de middag komt de groep weer bijeen. De opgedane kennis wordt uitgewisseld. Besloten wordt dat Tabby vergezelt van Percy en Dave naar het etentje gaat en dat Penny en tarjinder eerder uit de koets zullen stappen en verder naar de club zullen sluipen.

De club blijkt een chique, ommuurd landhuis te zijn. Het plein bij de voordeur wordt verlicht met vuurkorven en er staat een portier. Als ze aan de portier melden dat ze voor Prof. John Green komen, neemt hij hen mee naar binnen. Een butler neemt de groep over en leidt hen naar een ontvangstkamer, waar hij hen van een glas champagne voorziet. In de tussentijd klimmen Tarjinder en Penny over de muur heen. Dave gooit (bijna alle) champagne in de plantenbak. Tabby proeft eerst en vindt niets vreemds aan de champagne. Na ongeveer 10 minuten arriveert de professor en wordt deze door Tabby aan de andere twee voorgesteld. De handdruk van de professor verraadt kracht. Hij leidt hen naar een kamer op de eerste verdieping en klingelt daar met een belletje. Hierop worden er champagne en oesters naar binnen gebracht. Tabby eet en drinkt, maar Dave is argwanend en dus voorzichtig met de drank en het eten. Penny doet een poging om naar het raam te klimmen, maar dit mislukt. Tarjinder doet ook een poging en slaagt wel. Percy zit de professor aandachtig te monsteren en komt tot de conclusie dat het een soort afgestudeerde versie van hemzelf is. Het valt hem ook op dat er oesters worden geserveerd, hetgeen eigenlijk armelui’s voedsel is. De professor waardeert de smaak en het gaat goed samen met de champagne. Hij informeert naar de conditie van de professor. Deze vertelt dat hij dankzij het boxen een goede conditie heeft. Tijdens het opdienen van de tweede gang valt het Dave en Percy op dat de professor af en toe naar het raam kijkt. Dave gaat hierop nerveus bewegen en uiteindelijk naar de wc. Tabby vraagt hem dan naar zijn interesse in adellijke schandalen. Hij vat dit op als een aansporing om ter zake te komen. Op een volgende vraag van Percy, vertelt hij dat hij ook kan schieten. Hierbij trekt hij een revolver en legt deze op tafel. Dave keert op dit moment terug van het toilet en wordt nu nog wantrouwiger. De professor schuift het wapen naar Dave, die het in zijn zak stopt. De groep vertelt wat zij weten over Gwendoline en de ghouls. De professor vertelt dat er naast ghouls nog veel naardere dingen dingen bestaan, maar van de ghouls kom je niet af. Er is een connectie gelegd tussen hun wereld en de onze. Het valt op dat hij nerveus is bij dit gespreksonderwerp. hij geeft ook aan dat er verder zaken zijn die hij niet hier wil bespreken. Uiteindelijk wordt besloten om verder te praten in het appartement van Tabby. Hij is bezorgd dat Lady Gwendoline niet dood is. Het skelet is wel van haar, maar de schedel is gelicht.

In Tabby’s appartement wordt verder gepraat. de groep vraagt waar de professor zijn kennis vandaan heeft. Hij vertelt dat dit niet zijn beste periode is. Hij wilde iemand treffen die hem dwars zat en raadpleegde daar een Egyptische magiër voor.Deze kwam aanzetten met de Necronomicon (hierbij kijkt de groep hem niet-begrijpend aan). Qua structuur is dit boek gelijk aan het Book of Eibon. Hij heeft de Necronomicon gelezen, wegens zijn fixatie op wraak. Gelukkig voor de wereld is het ritueel dat hij uitvoerde afgewend. Al;s gevolg hiervan heeft hij enige tijd doorgebracht in het een andere wereld, waarschijnlijk die van de Outer/Elder Gods. Hij heeft weten te ontsnappen en bestrijdt hen nu waar hij kan. Lord Blackpool houdt zich waarschijnlijk met enkele getrouwen op de achtergrond. De professor wil graag met de groep samenwerken. De groep vertelt wat zij weten. Blackpool is voor hen maar één puzzelstukje. Zij onderzoeken vooral de vrouwenhandel. Percy noemt dan de naam van Rev. Simmons. Die naam herinnert de professor zich: die heeft een van de Ripper-slachtoffers gevonden. Tabby bekent dat ze allemaal puzzelstukjes hebben. Verbanden leggen kan, maar we kunnen het helemaal fout hebben. De professor vraagt of hij de groep kan vertrouwen. Praten werkt niet en Percy stelt voor dat hij mee gaat inbreken bij Rev. Simmons om de inhoud van de kisten te inspecteren. De professor gaat hiermee akkoord.

Tabby houdt de wacht op de bok van de koets en de anderen gaan via de achterdeur Simmons’ huis in. Het is er donker en stil. Ze inspecteren de kamers op de begane grond. De ontvangstkamer is leeg en slecht onderhouden. De bloemen in deze kamer zijn oud. De volgende kamer is de eetkamer. Ook deze is verslonst. Dave vertrouwt het niet en trekt de revolver. Als hij de revolver gereed wil maken, geeft Green hem de kogels. De volgende kamer is de werkkamer van Simmons. Op het bureau ligt de preek voor komende zondag. In de boekenkast binden ze twee vreemde boeken: “Unaussprechlichen Kulten” en “Les Cultes des Ghouls”. Percy wijst Green op deze boeken en Dave kijkt ondertussen in het bureau en vindt hier kasboeken. Daarna proberen ze de trap op te sluipen, maar niet iedereen is even stil. De professor stopt en iedereen bevriest. Gelukkig blijft het boven stil. Als ze doorlopen, kraken Percy en Tarjinder weer. Green gebaart dat ze stil moeten blijven staan. Iets dat niet helemaal overkomt bij Tarjinder die vrolijk krakend weer naar beneden gaat. Op de eerste verdieping zijn 3 deuren. Penny en Dave luisteren elk aan een deur, maar horen niets. Dave opent de rechter deur. Deze piept en Dave stopt. Kijkend naar de deurhendel vermoedt Dave dat dit niet de slaapkamerdeur zal zijn. Het valt hem op dat de deurklink bij Penny’s deur veel gebruikt is. Dus dat zal de slaapkamer zijn. Na enige aarzeling opent Dave de slaapkamerdeur. De kamer is ook een beetje verwaarloosd en Simmons ligt in zijn bed te woelen. Dave onderzoekt de dekenkist en deze blijkt inderdaad dekens te bevatten. Ze hergroeperen zich beneden en Green stelt voor om de zijdeur in de keuken te proberen.

Tanais 116

We willen een Tanais-nachtje naar de Aarde, dat is 16 weken daar. Door de geheime gang nemen we Imhotep mee naar de Colorcopter en daarmee gaan we naar het Steampunk eilanduniversumpje. Daar lopen we door het stadje de berg op en we gaan naar Chappie. Onderweg merkt Imhotep op dat hij niet verwacht had dat Chappie zo creatief was. Hij verschijnt in zijn oude robot-gedaante. Het is een roerend weerzien en ze hebben heel veel om bij te praten via een datalink. Als ze het over de biocomputer hebben benoemt Risha het alien Nanozand. Dat vindt Imhotep interessant, “Waarom niet?” Maar eerst wil hij zijn biocomputer zien. Die had hij achtergelaten in de vijf steden. “Als ze nog bestaan, dan zijn ze verwilderd.”
Daarna vraagt hij: “Waarom is Chappie eigenlijk niet de mainframe van deze wereld geworden?” Risha legt uit dat de White Collars wel technologie gebruiken, maar dat ze hun macht ontlenen aan de Witte bronnen. En daar heeft Chappie geen affiniteit mee. Die heeft namelijk nog steeds als hoofdopdracht het juicen van de veroordeelde aliens.
Imhotep stelt voor om naar Qawah in Jemen te gaan. (Onze eigen Witte Stad was El Calafate in Patagonië.) Daar weet imhotep precies wat hij heeft gedaan en kan hij zien wat 8000 jaar verwildering heeft opgeleverd. Vanaf 500 meter hoogte zien we een Color effect: Een cirkel van Zwart zoals de Tempest rondom een soortement dorp. Er is vanaf hier niet veel te zien. Als we verder afdalen lukt het niet om scherp te stellen, want er zit een krachtveld om het dorp. Claude neemt waar dat het state-of-the-art White Collar technologie is, veel te geavanceerd voor hem om in te breken [Forces 5]. “Zullen we een andere stad proberen?” Nee, Eerst maar eens naar de San.
Sandy, Dusty en Mirage staan ons al op te wachten. Ze zijn verbaasd, maar ook verontwaardigd als we vragen naar de plantentechnologie achter het krachtveld. “Hoe weten jullie van onze heiligste geheimen? “Tsja,” zegt Chang, “we hebben toegang tot archieven van vóór Expulsion en daar vind je dus informatie over dingen die zó oud zijn.” Ze zijn geschokt. “We kunnen jullie niet zomaar toegang geven. Dat zijn dingen die jullie niet horen te weten! Om nou zomaar te vragen naar het Heilige der Heiligen … Er zijn nou eenmaal zaken die jullie niets aangaan.” “Waarom is het zo heilig?” “Omdat wij ons bestaan eraan ontlenen.” “Op welke grond kunnen we wel toegang krijgen?” vraagt Chang.
De drie oudsten overleggen even. “Jonge White Collars gaan daar wel eens wieden. Jullie zijn in het verleden White Collars geweest. We kunnen jullie opnieuw toelaten en met een groepje welpen meesturen. Maar dan moet je wel van de Black Collar geur af. Onder bijzondere omstandigheden kunnen we Blue Collars tot de White Collars toelaten.”
Met [Sense Color] merkt Claude dat de Zwarte bronnen de gebruikers een slijmerige zwarte aura geven, terwijl de Witte bronnen een droge korrelige aura geven. Hij probeert zijn eigen aura aan te passen. De oudsten reageren korzelig: “Waarom zweer je die zwarte bronnen niet gewoon af? Je kan niet twee meesters hebben.” “Ik ben mijn eigen meester!” roept Claude. “Je gaat niet zomaar je eigen signatuur vervalsen!”
De anderen proberen deze ruzie te sussen. “Wat moeten we doen om ons te reinigen?” “Je moet je reinigen in een Witte Bron. De louteringsplekken zitten rondom de heilige plaatsen.”
Uiteindelijk bindt Claude in. We worden meegenomen naar iets buiten de periferie. De Tempest straalt door het zand heen. Risha en Claude kijken met [Prime] waar ze heen moeten. Er is een soort duin met een grot opening erin. De Tempest is daar sterker. Binnen vinden we kampvuren met veel snel-bewegende schimmen. Er is een meer met middenin een eilandje. Daar zien we de [Prime] Witte Bron. Een schim vertraagt en er verschijnt een jonge Masaï krijger. Hij vraagt: “Wat doen jullie hier?” “We moeten ons reinigen na een infiltratieopdracht bij de Black Collars,” zegt Claude. De Masaï accepteert zijn uitleg en nodigt ons uit aan zijn kampvuur. De pot schaft kamelenbout. “Vies hè?”
Kleren uit en het meer in. Maar het water brandt. Omdat we [Color]-magie beheersen en de Tempest hier zo dicht aan de oppervlakte zit, hebben we er last van. De gewone White Collars hebben hier geen probleem. Met [Color en Life] maakt Risha een extra huid, de anderen komen met vergelijkbare magie aan de overkant. Als we drinken van de Witte Bron wordt de smet van de zwarte bronnen geneutraliseerd en omgezet in een witte aura. Risha tankt zich met [Prime] helemaal vol met Witte Bron-essence. Chang krijgt het beeld dat hier een eierstok van Igrot rijpt.
Nu zijn we net zo snel als de andere White Collars en we sluiten ons aan bij een cohort jonge welpen. Even spelen en dan gaan we. Een paar oudere White Collars maken de poort open. Ze brengen ons mee naar kassen onder de grond. Er valt niet zo veel te wieden. Een van de ouderen snijd ceremonieel een grassprietje door en zegt: “Als jullie hier vannacht gaan slapen wordt alles duidelijk.”.
Imhotep bekijkt de plantjes aandachtig en zegt: “Ze zijn een beetje geëvolueerd, maar nog duidelijk herkenbaar.” Risha steekt zijn neus in een bloemetje en snuift het stuifmeel op. (Met [Life 4] isoleert hij een sample.) Iets communiceert met deze planten. De vooroudergeesten beschermen en verzorgen de plantjes. Als White Collars oud genoeg zijn, verstoffen ze en dan worden ze spirits die met de planten communiceren en de opgeslagen kennis in dromen doorgeven aan de nieuwe generaties. Imhotep is onder de indruk. Hij had dit niet verwacht. Hij dacht dat het plantje allang zou zijn uitgestorven, maar het heeft precies gedaan waar het voor bedoeld was.
Met [Color en Time] kijkt Gwan hoe de oudsten de plantjes verzorgen. De voorouders bidden en uit het niets ontstaat water. Ze verzorgen de planten en kunnen dingen laten manifesteren. Oude, dode bloemen worden teruggegeven aan de grond. En zaadjes worden liefdevol opgekweekt.
We gaan slapen. In onze dromen wordt de noodzaak getoond van de drie klassen: White Collars, Blue Collars en Hardware Legacy. Ze proberen de wereld te herscheppen zoals die was voor Expulsion, maar het is een grotesk vervormde versie van hoe de wereld was in 2442 met al die levels. De volgende dag is Imhotep helemaal onthutst. “Zó had ik het niet bedoeld! De urban sprawl is er gelukkig niet meer, maar die Hardware Legacy is vreselijk!” Risha vertelt dat hij pollen geoogst heeft. Maar Imhotep heeft het hele DNA nodig. Ook dat van de stamper. Maar dat kan een andere keer wel. Het belangrijkste is dat de plant nog bestaat. De vijf steden hebben ieder een deel van de kennis, maar de basis is in alle vijf varianten aanwezig.
De cohort heeft zijn inwijding gehad. Wij dus ook; Imhotep kan hier een nieuwe White Collar carrière beginnen.

Next: Het formatteren van een stukje werkelijkheid om de Lost Boys te vangen, kan het beste vanaf een kleine [Color] afstand.
4xp

Call of Cthulhu 8

Tarjinder komt met het voorstel om te checken of hetgeen de wonderdokter heeft uitgevoerd ook daadwerkelijk heeft gewerkt. De overigen vinden dit een minder goed plan gezien de moeite die het kostte om Tabby in bedwang te houden en er nu twee personen zijn die mogelijkerwijs in bedwang gehouden moeten worden. Tabby komt met het voorstel om wat te gaan drinken. Eenmaal buiten blijkt Percy onder invloed van de opium in slaap te zijn gevallen. Tarjinder doet een poging om de paarden in beweging te krijgen, maar ontdekt al snel dat hen diep in de ogen kijken niet de manier is om ze in beweging te krijgen. Penny, onder invloed van de cocaïne, blijkt echter een natuurtalent. De groep gaat op zoek, op aandringen van Tabby, op zoek naar een sjieke drinkgelegenheid. Het moet echter niet te sjiek zijn, want Dave moet ook toegelaten worden. Na er een gevonden te hebben is er champagne voor iedereen.

Bij thuiskomst ontdekt Tabby een briefje dat op haar deur is gespeld. Het blijkt dat de Thaïse vrouwen zijn gearresteerd. Spelfouten in het briefje doen vermoeden dat het afkomstig is van de mannen van de burgerwacht. Tabby rent snel naar beneden en haalt Percy terug. Snel rijden ze naar de burgerwacht in Whitechapel, maar de leden hiervan liggen op dit uur te slapen of zijn dronken. De volgende stop is het wijkbureau van de politie bij Tabby in de buurt. Hier ontdekt de groep dat de vrouwen zijn gearresteerd op grond van de Contageous Diseases Act en momenteel in een ziekenhuis in Bethnal Green worden vastgehouden. Percy kent deze wet en weet te vertellen dat die is bedoeld om het leger te beschermen tegen geslachtsziekten onder de manschappen, wat het moreel zou kunnen aantasten. De wet maakt het mogelijk om van prostitutie verdachte vrouwen te arresteren en te dwingen zich te laten onderzoeken op geslachtsziekten. Men rijdt naar het ziekenhuis. Eerst maakt Percy een rondje om het terrein om poolshoogte te nemen. Hierna gaat Tabby praten met de portier. Dit gesprek verloopt wat stroef, maar uiteindelijk komt ze te weten dat de vrouwen inderdaad daar zijn binnengebracht door de politie. Hierna gaat men een dutje doen.

Bij het wakker worden blijkt Penny over haar cocaïne-roes heen te zijn. De groep begeeft zich vervolgens naar het appartement van de vrouwen. Ze vinden daar pikante kleding en parfum. Verder vinden ze een oud sieraad van een van de vrouwen onder het beden ligt hun oude kleding in de kast. Tabby weet hoe laat het is en durft de portier niet onder ogen te komen. In haar plaats gaat Penny informeren. En ja, er kwam zeer zeker herenbezoek bij de dames over de vloer. De portier is er ook niet over te spreken dat Ms. McGovern dit steunde. Penny suggereert dat Ms. McGovern geen mensenkennis heeft. Hierna bespreekt men de situatie. Het voornaamste doel was dat de vrouwen veilig zitten en dat ze niet meegenomen kunnen worden door mannen in kapmantels. Wat dit betreft is de huidige situatie, met de vrouwen in verzekerde bewaring, nog niet eens zo heel gek. Daarbij komt nog dat zij zich waarschijnlijk inderdaad aan het prostitueren waren, iets dat in Siam minder taboe is dan hier. Tabby besluit om de huur van het appartement per brief op te zeggen.

Aangezien er morgen een schip van de wilde vaart wordt verwacht, bespreken ze wat ze zullen doen. Tabby stelt voor om de wacht te houden en te kijken of er ’s nachts een zwarte koets langskomt. Percy vindt dit een degelijk plan, maar stelt toch iets complexers voor: de politie waarschuwen. Als die niks vinden aan boord, dan hoeft er ook niet gepost te worden. Dan moet de groep weer de zorg voor de vrouwen op zich nemen en het gerucht gaan verspreiden dat een Oosterse man gewillige vrouwen aanbiedt.

In de tussentijd wil men uitzoeken waar zich de uitgang van de ghouls in Soho bevindt. Percy stelt voor om niet te wachten tot ze het kadaster kunnen bezoeken, maar door Soho te gaan wandelen zoekend naar panden met het wapen van de familie Blackpool of Guderian. Op basis van de herinneringen van Penny weten ze de mogelijke uitgang tot een drietal mogelijke panden te herleiden. Geen van de drie heeft een wapenschild op de gevel. Tarjinder wil de kelderluiken bekijken en met wat moeite komt hij aan de achterkant. Bij één van de huizen vindt hij slijtagesporen die niet door mensen zijn gemaakt. Ze gaan de kelder in. Het valt Tarjinder, Percy en Penny op dat de kolenvoorraad te ver doorloopten een doorgang camoufleert. Op grond hiervan ontstaan allerlei wilde plannen om de ghouls aan te vallen.

De maandag dat het schip wordt verwacht gaan Percy en Dave weer gewoon aan het werk. Zij ontdekken dat het schip morgen zal binnenlopen. Tabby ontvangt een brief van Mrs. Violet Cutter met hierin de uitnodiging om ’s middags om 16.00 uur op de thee te komen. Van deze dame is bekend dat zij de Violet Queen is, de Steam Baron die het gebied van ‘entertainment’ beheerst. Weigeren is derhalve voor Tabby ook geen optie.

Tabby, Tarjinder en Penny gaan langs bij het kadaster en stadsarchief. Hier ontdekken zij dat de familie Guderian geen bezittingen meer heeft in de stad en wordt wat ze al weten over de familie Blackpool bevestigd. Het pand met de kelder is in het bezit van een huisjesmelker. Verder zoekend vindt Tarjinder een Charles Henry Guderian, getrouwd met Lady Gwendoline Blackpool. Zij was verwikkeld in een schandaal en werd er van beschuldigd van kannibalisme, het bedrijven van zwarte magie en betrokkenheid bij de verdwijning van diverse personen, waaronder haar echtgenoot. Hierna zijn de Guderians terug naar Duitsland vertrokken en de Blackpools naar Cornwall. Daarna gaat het groepje naar het krantenarchief. Hier vinden ze wel wat over persoonsverdwijningen uit die tijd, maar niets over het schandaal zelf. In die periode ontbreken kranten of wordt er in de kranten niets gemeld. Bij navraag horen ze dat als je iets wil weten over historische schandalen, je naar Professor John Green moet gaan. Deze geeft les an the Waterstone Academy for Young Ladies.

Niet veel later is het tijd voor Tabby’s afspraak. Ze wordt door een koets opgehaald en naar een herenhuis in Greenwich gebracht. Het huis ziet er op het eerste gezicht goed uit, maar kan wel wat onderhoud gebruiken. Het hek sluit zich achter de koets en Tabby ziet gespierde mannen rondlopen in de ommuurde tuin. Mrs. Violet Cutter geeft Tabby te kennen dat ze zich niet meer met adult entertainment moet bezighouden. Dit is tenslotte haar terrein. Penny en Tarjinder beschouwd ze trouwens ook als onderdeel van Tabby’s stal. Volgens haar is er ook wel een markt voor Tarjinder’s “tegennatuurlijke neigingen”. In het verdere gesprek maakt zij duidelijk dat ze Tabby’s reputatie kan maken of breken en dat ze geïnteresseerd is in het feit dat Tabby onroerend goed kan huren in de omgeving van Hyde Park. Even later keert Tabby terug in haar woning met een erg vies gevoel en ideeën over lange reizen in het buitenland.

Op dinsdag arriveert inderdaad het schip en Tarjinder gaat zich verstoppen. Via de arbeiders die de lading lossen, verneemt Dave dat dit schip de Amerika’s en Afrika heeft aangedaan. Deze nacht worden er geen vreemde zaken rondom het schip vastgesteld. Tabby schrijft een brief om het opzeggen van de huur van het vrouwenappartement ongedaan te maken en een brief aan Prof. Green voor het maken van een afspraak. Penny gaat vandaag langs bij enige professionals uit de theaterwereld om meer te leren over vermommen. Tarjinder stort zich op de spreuk ‘deflect harm’ in een poging deze onder de knie te krijgen.

Tanais 115

Gwan is bezig de grotten te verkennen en Claude instrueert de achtergebleven brahmanen.

Risha en Chang nemen de jonge Imhotep onder hun hoede en gaan naar het paleis. De colorcopter wordt weer in het bos verstopt en ze gaan met strijdwagens naar Jacuphus. Risha laat zich aankondigen. “De koning is er niet, maar komt u binnen.”
Risha gaat naar zijn kamer en frist zich op. Dan gaat hij naar zijn zus Harati. Hij legt uit wat er gebeurd is, dat de Poort naar het Westelijke Paradijs geopend is en dat er nu een vacature voor de troon is. Dat komt goed uit. Ze ziet Imhotep als een kind en geeft hem een koekje. Die vindt dat niet erg en hij gaat naar de keukens om te snoepen. Ze zegt tegen Risha dat de brahmanen van hier moeten getuigen dat Jacuphus dood is, niet die uit Soul. Risha gaat daarom naar de heilige eik. De priester is bereid om hem te steunen en gaat de kroning voorbereiden. We hebben een paar dagen voordat het zo ver is. Risha maakt in die tijd een groen paard van de kruiden die hier groeien.
We leren kort iets over de buurlanden: In het Noorden ligt Seima, daar woont een bosvolk. In het Zuiden wonen de woestijn- en steppevolkeren van Uruksas, en in het Oosten wonen de paardenvolkeren van Wostas. Er zijn geen ambassades, dus als we contact met ze willen, zullen we er zelf langs moeten of een vrouw uit zo’n volk nemen…
Chang stelt voor om de grootvizier aan te pakken. Diens bed is leeg, hij zag de bui al hangen.

Een paar dagen later is de kroning. Het volk is verzameld voor een feestelijke gebeurtenis. Eerst wordt de dode koning Jacuphus (een mooie pop met daarin de as) bijgelegd in een grafheuvel. In het tweede deel moet Risha in een strijdwagen rijden en laten zien hoe goed hij kan boogschieten en zo. Dat gaat best redelijk, zeker voor een jongen van 15. Maar er is toch enig geroezemoes in het publiek. Het is niet duidelijk waar dat over gaat. Dan is er feest. De kroning is een stuk simpeler dan in Soul, zonder rare paardenrituelen, want hier is Risha de legitieme troonopvolger dus de goden hoeven niet extra gunstig gestemd te worden. Tijdens het feest wordt de nieuwe koning voorgesteld aan de stamhoofden. Chang leest in hun gedachten dat ze meer met hun onderlinge pikorde bezig zijn dan met wie er op de troon zit. Het zijn twee gescheiden werelden. Wel maken sommigen zich zorgen dat zo’n jonge jongen snel door de paardenvolkeren zal worden getest. Er zijn al weddenschappen over hoe lang het zal duren voordat Risha wordt omgelegd.
De volgende ochtend. Imhotep geniet van het weer levend zijn. Hij vertelt dat hij de andere onsterfelijken maar laf vindt, dat ze zijn vertrokken. Maar hij wil wel graag weer eens met ze praten. “En hoe is het met de Siderials?” Chang vertelt dat Chappie de “juice” plannen inmiddels heeft uitgevoerd en dat de Siderials en de Lunars op de nominatie staan. Imhotep biedt zijn excuses aan en legt uit dat het indertijd een goede oplossing leek. Chang zegt: “We hebben je biocomputer nodig.” “Wat weet je daarvan” “Niks, Chappie zei het.” Chang vertelt over de Lost Boys, het snelheidsprobleem, het crisisberaad en de Abyssals.
Imhotep vind het een goed plan om ze in de poolnaald op te sluiten. De kortzichtigheid van de Abyssals is volgens hem ook een probleem. Hij zegt dat hij denkt dat Chappie zich vergist. “Destijds, rond Expulsion, heb ik een plantensoort genetisch gemodificeerd om alle informatie over de oude wereld op te slaan in het ‘junk-DNA’. De planten zouden zichzelf aan kunnen passen aan de veranderende omstandigheden, als een soort biocomputer. Maar het project was bedoeld als levende database met zelflerend vermogen. Niet als probleemoplosser.”

We vertellen kort wat er zoal volgens ons aan de hand is. mogen volgens Imhotep aannemen dat de Lost Boys al op de plek aangekomen zijn, maar dat ze de Abyssals nog niet hebben aangepakt. Voor het snelheidsprobleem heeft hij vooralsnog geen oplossing. Het aanmeer-project van de twee werelden interesseert hem zeer. Het is vergelijkbaar met wat hij rondom Expulsion in gedachten had. “er is een plek waar enorm veel zonium te vinden is,” zegt hij, “de Tempest zit er helemaal vol mee! En Igrot kan het waarschijnlijk helemaal niet schelen of dat aanmeren wel of niet lukt. Hij is zich al aan het voortplanten. Zijn missie is geslaagd. De vernietiging van de werelden is voor Igrot geen doel, maar collateral damage.” Hij weet niet hoe we genoeg zonium kunnen verzamelen, maar op Aarde hebben we genoeg tijd om dat probleem te bestuderen.
Tussen ontbijt en lunch gaan we met de colorcopter naar het eiland van de CHiggs. Daar maakt Chang een zonium pak voor Imhotep. Chang is daar goed in. Imhotep vraagt nog: “Chappie is dus niet het mainframe van de wereld?” “Nee,” zegt Risha, “hij is braaf zijn programmering blijven volgen. het juicen bleef zijn eerste prioriteit. Daar heeft hij de Virtual reality voor gemaakt en de manier om mensen in VR te brengen ontwikkeld, etcetera.”
Na de lunch bezoeken we de Noordelijke Alliantie. We gaan langs bij Celeste van Vixen. Ze is verrast en blij om ons te zien. Shintas is welkom bij de Alliantie. De meeste ambassadeurs zaten in Bronwë en zijn verdwenen in het Gat. Risha en Chang denken dat ze in de bubbel nu wel van ouderdom overleden zullen zijn door het tijdsverschil met de Aarde. Bakram van Silver, Kofkof van Abysquai, Bambi van Sesklo en Platto en Eensteen van Targon zijn wel nog op Tanais. Ze vertelt dat de draak enorm heeft huisgehouden in Sesklo. “Er wordt nog steeds tegen het beest gevochten. Bambi is daar ook. En Waldheim is ook niet meer wat het is geweest. De spullen van die reptielen zijn verdacht. Die enge tovenaars van jullie zijn de reden dat we de restanten van Soul nog niet hebben ingepikt. Maar nu jij er weer bent, is dat maar goed ook. En Euboia is nog steeds gecorrumpeerd door Eenoog. De zonen van Chantal hebben daar de macht gekregen. Maar wie is de demon achter de demonen?” We zijn het met haar eens dat het belangrijk is om goed in beeld te krijgen wie de vijand is. Na dit gesprek gaan we terug naar Shintas, waar we het avondeten nuttigen alsof er niks aan de hand is en dan vroeg naar bed gaan.
Morgen gaan we naar de Aarde.

4xp

Tanais 114

Tanais 114 – 16-02-2017
Terug naar Jacuphus om de dode Lost Boys af te geven. Die lijkt een beetje geïrriteerd dat zijn kleine broertje nog leeft. De grootvizier kijkt neutraal. Met [Mind] ziet Claude dat die er over denkt om Risha een kopje kleiner te laten maken als hij blijft terugkeren. In Jacufus’ gedachten leest hij plannen om het zusje ver weg uit te huwelijken. Risha zegt dat we nog wat losse eindjes moeten opruimen en we nemen weer afscheid.
Met de colorcopter gaan we naar de rand van het steampunk eilanduniversum. Via kroeg en doolhof et cetera komen we in de Valhalla zaal. Op wat vosmannen en ravenvrouwen na is het daar leeg. Chappie vraagt: “Heb je nog de groeten aan Imhotep gedaan?” Claude antwoordt; “Die had het druk. Chappie zegt: “Imhotep zou het nooit te druk hebben om naar mij te komen. Ik geloof je niet. De volgende keer nemen jullie hem mee.” Chang zegt: “De kans is groot dat de Lost Boys Imhotep ook juicen als ze hem vinden. Ze zijn te snel voor ons.” Dit Ωet Chappie aan het denken. “Zij zijn puur zonium, daarom hebben ze geen vertraging. Ik heb ze zo gemaakt dat ze langzaam leeglopen. De enige behoefte die ze nog hebben is zonium. Ik kan geen oplossing voor jullie probleem berekenen. Ik ben maar mechanisch. Hier hebben jullie de biocomputer van Imhotep voor nodig.”
Chang vraagt of Chappie een scanner kan maken waarmee de zoniumlichamen en de pantsers van de Lost Boys kunnen worden gedetecteerd. Dat is geen probleem. Morgen is die af.
Risha stelt voor om de Lost Boys naar de Witte Stad te lokken, dan kunnen ze daar de Abssals opeten. Maar dat gaat volgens Chang niet lukken, de Lost Boys kunnen de Witte Stad niet in. Claude stelt voor om ze met pure zonium te lokken en dan in een zwarte poel te laten verdwijnen. Risha zegt: “We kunnnen ze ook de poolnaald inlokken en dan opsluiten. Die is bedoeld om onsterfelijken vast te houden. En dan kunnen ze daar langzaam leeglopen.”

De volgende dag heeft Chappie e scanner voor ons. Het is een kaart van Tanais waarop concentraties zonium te zien zijn. Onze mijn is duidelijk aanwezig en er is een grote zoniumconcentratie bij de grens tussen Dao en Zhao. Daar zitten 200 Abyssals, die hebben de memo niet gekregen dat de vergadering verplaatst is, en de githyanki die zichzelf hebben uitgenodigd. Er zijn er 2 of 3 die fors meer persoonlijke Essence/zonium hebben dan de rest. Verder zien we een hele hoop speldenprikjes over de wereld verspreid.
Gwan merkt op dat de Lost Boys gamers zijn. Ze kunnen met een spel naar de poolnaald worden gelokt. Als ze de Abyssals en de githyanki hebben gejuiced, kunnen wij een Eindbaas laten verschijnen. Het spel GTA gaat over chicks, wapens en drugs, Zo’n eindaas zou bijvoorbeeld El Chappas kunnen zijn, de grote drugsbaron. Risha kan daar in de bergen met Sorcery een stukje ‘ongeformatteerde spelwereld’ maken met een aanwijzing dat El Chappas in de poolnaald zit.
Chappie vindt het niet ethisch om nog iemand naar Tanais te sturen. Dat hoeft ook niet. Risha kan [met de spreuk Raising the Earth’s Bones] een spelwereld-gletscher met strandhut toveren, waar we een dode dealer kunnen achterlaten, met wat joints met een drupje zonium als beloning en aanwijzingen dat het meisje van de dealer door El Chappas is gekidnapt en meegenomen naar diens hoofdkwartier in de Poolnaald. De grootvizier kan wel dienst doen als dode dealer.

Terug naar Tanais. De Hoogzetel van Soul. Imhotep is nog steeds als zombie zwarte smurrie aan het oogsten. “Op dit moment kunnen alleen de goden zijn ziel terugplaatsen,” zegt de necromancer. Hij adviseert Claude om toch maar weer in genade te komen bij Souls Pashupati brahmanen in Shintas. We mogen de zombie meenemen. Met [Correspondence en Mind] gaat Claude op zoek naar de vroegere minister van financiën. Hij ziet dat er een conclaaf van 400 brahmanen plaatsvindt in de berg waar ze Mahakrishna wilden offeren. Gwan maakt een Gate naar de eetzaal aldaar. Als we er doorheen stappen ontstaat er een beetje paniek. Claude gaat voor de uitgang staan. Een dappere jonge brahmaan spreekt hem aan: “Baas, u bent terug! U bent net zo angstaanjagend als onze god.” Claude beloont hem voor zijn moed en geeft hem een veldpromotie tot zijn rechterhand.
Als de gemoederen bedaard zijn, kunnen we vragen stellen. De brahmaan vertelt: “Soul is in elkaar gestort en de voorouders hebben ons een taak gegeven. De voorvaderen van koning Risha zijn uit de Barrows gered door hun vrouwen en we zijn nu bezig een leger van hen te maken voor de Eindstrijd. Het offer zou de Portaal hebben geopend waardoorheen de voorouders konden stappen om lichamen van pas-gesneuvelden te betreden. Maar ja, dat hebt u verhinderd. Een andere Shintasta koning moet nu geofferd worden.” Ze kijken even naar Risha. “Het meest simpele zou zijn om de poort te openen met het offer van Jacuphus En dan kunnen de voorvaderen terugkeren voor de Eindstrijd.”
Claude is van mening dat de meeste brahmanen ook weer aan de eredienst voor de goden moeten beginnen. Een kleine groep kan hier blijven voor het offer. “Maar meneer, de brahmanen van hier kijken op ons neer en …” Het eind van het liedje is dat een deel van de brahmanen terug gaat naar Soul om de eredienst aan de goden weer op te starten en een kleiner deel blijft hier om de voorouders te eren. Claude zegt: “Ik zorg dat Jacuphus in jullie handen komt!” De mannen scanderen: “Geef ons Jacuphus!” Er blijven er 30 hier voor het leger voorouders, de rest gaat terug naar Soul.

Chang zegt: “We kunnen de ziel van Imhotep in een nieuw lichaam krijgen met het brahmanen ritueel. Hij is de oudste, de eerste van alle voorouders.” Goed idee. Het is nu drie uur ’s middags, zonsondergang is om half zeven. De brahmanen komen met een jongetje van negen die net is overleden. Met [Correspondence] maat Gwan een portaal naar Jacuphus’ slaapkamer. De koning ligt daar net me een deerne. We grijpen hem in zijn nek. “Kom jij eens mee, broer!” zegt Risha. We stappen weer terug naar de richel die net door de ondergaande zon wordt beschenen. Claude voert het offerritueel uit. “Waarom?” vraagt Jacuphus. “Het was jij of ik,” zegt Risha.
Het ritueel is geen groot succes, maar het volstaat. Jacuphus lichaam verbrandt tot er niets over is dan een schacht geel licht. De poort naar het Westelijke dodenrijk gaat open. Een nieuwe draad ontstaat tussen de twee werelden [Color: Geel]. Een lange stoet heldhaftige koningen uit het verleden knikken goedkeurend. De brahmanen juichen: “Dood en wedergeboorte!” Dit is wel goed voor Claude’s aanzien. Als eerste stapt Imhotep door de poort. Het dode jongetje komt weer tot leven en de zombie van Imhotep valt dood op de grond. “Ik herinner me iets van zwart slijm scheppen, en de poolnaald.” zegt hij. De brahmanen scanderen: “Lang leve Pashupati!” terwijl de stoet dode koningen door de poort loopt. De rij wordt gesloten door Mahakrishna.

4xp

Plannen voor volgende keer:
– Risha gaat de troon opeisen en daarna zichzelf officieel bekend maken aan de Noordelijke Alliantie
– Overleggen met Imhotep en dan naar Aarde voor de hereniging met Chappie
– Claude wil naar Daguerre
– De legers van Soul, Shintas, de Noordelijke Alliantie etc. activeren
– Op de grens van Dao en Jhao moet Risha de gletsher met skihut maken.