Tanais 118

Tanais 118 – 13-04-2017

We hebben een aantal dagen rust. Risha regelt staatszaken. Claude vraagt over de rolverdeling in het koninkrijk. Hij wil opperbrahmaan worden, maar dat lijkt de anderen niet zo’n goed idee. Gwan bestudeert een aantal van de brahmanen om ze later met [Correspondence] te kunnen contacteren. Chang inspecteert het leger. Claude gaat kruisbogen monteren op de op zich al prima strijdwagens.
En dan vertrekken we, 7 dagen voor de vergadering, naar Mount Paradise. Die ligt ver ten zuiden van Qart in de jungle. Het is een enorme berg waar de mensheid voor het eerst op Tanais is aangekomen. Nu wonen hier de Exalts. Wij zijn niet officieel uitgenodigd, dus we willen onopgemerkt aankomen. Eén quantum naar Buiten (de magische richting, de andere kant op dan richting Aarde) is het ongeformatteerde niks. We nemen het niks waar als mist, maar dat is een illusie. Een soort Wyld-excitatie omdat wij passeren. Je kunt de mist veranderen in een realiteit, als hij zich dit realiseert krijgt Claude fantasieën over een heel rijk. Als je hier nog verder naar Buiten gaat kom je in de Wyrd en nog verder naar buiten wordt het de echte Wyld. De Godenwereld is ook richting Buiten. Het zijn verschillende “excitatie”-toestanden van Tanaïs. (Het rijk van de Marlboro Man lag overigens níet aan de magische kant van Tanaïs.)
We kunnen van hier wel naar Tanaïs kijken. Daar zien we een berg zo groot als een koninkrijk. We naderen via de zuidkant. Beneden wonen de oude rassen in dampende oerwouden, maar hogerop de berg heerst een Californisch klimaat. Daar zien we brede valleien met alpenweides en gematigde bossen waar menselijke nederzettingen zijn. We parkeren de colorcopter een quantumafstand “naast” Tanais. De zwaartekracht hier is afkomstig van Tanais – de ‘common reality’ – maar is ietsje zwakker door de afstand. Van hier stappen we in de Common Reality, een uurtje lopen van de dichtstbijzijnde bewoonde plek. Onderweg komen we een houthakker tegen.
“Goedenmiddag.” “Welkom. Ons kamp is die kant op. De zaken van de Hoge Heren zijn nog niet begonnen.” Hij is niet zo geïnteresseerd in wat wij Hoge Heren zoal uitspoken. We gaan verder en komen aan bij een dorp in Meluhhaanse stijl, met straten met kinderhoofdjes, stenen koepelhuizen en een Kruch, een burcht, in het midden. Het is hier bedrijvig. We merken al snel dat er drie duidelijk onderscheiden kasten zijn: werklieden, hofhouding en de bewoners van de kruch. Er wappert een vlag: een paarse draak op een blauwe zon met een groene achtergrond. Wij worden herkend als Exalts en de poortwachters ontvangen ons met égards. Een oudere, wijs uitziende man in bescheiden kleding komt ons tegemoet. “Welkom, ik ben Zarza van Meluhha. Wat is uw banier?”
“Risha van Shintas en Soul en dit zijn Gwan, Claude en Chang. We zijn hier nieuw.”
“En wat is uw banier?”
Claude zegt: “Wij staan aan het hoofd.”
“Hmm, rogue dus.” (Waar hebben ze deze dwazen vandaan gevist, denkt hij.)
Risha zegt: “U kunt Phantom Marshley, Der Alte en Red er op aanspreken dat wij zo weinig weten.”
De oude man wijst naar de vlag. “Deze vlag is één van de 32 banieren.” Claude reageert met een heel betoog dat wij geen vlaggen nodig hebben. Zarza trekt zich verveeld terug.
Risha gaat er achteraan om excuses aan te bieden. Na enige twijfel besluit Zarza om toch maar iets te vertellen. “Als Rogue zal het heel moeilijk worden om spreektijd te krijgen. Eerst gaan we eer bewijzen aan de standbeelden van Imhotep en de twee kinderen, de eerste mensen. En dit keer zullen er ook sorcerors en alchemisten bij zijn. Heel ongebruikelijk. Het zal voor jullie als ‘nieuwe loten’ een kwestie zijn van zien en gezien worden. Als je stijlvol wilt zijn, neem je een vallei en fort met een hofhouding. Ik ben wel benieuwd naar jullie inbreng.”
Risha vraagt of Imhotep ook wordt verwacht.
“Hij zou er natuurlijk bij moeten zijn. Maar hij is verdwenen. Men maakt zich zorgen.” “Ik zal het hem zeggen.” “Wat?!?” “Uh … niks …”
De volgende dag zoeken we een lege vallei. Risha tovert er met [Raising the Earth’s Bones] een Shintasta fort in en Gwan maakt een portaal naar het paleis. Hij haalt de kamermeisjes over om te komen.

Chang en Claude nemen de colorcopter en gaan op zoek naar Imhotep. Op Aarde is een paar jaar verstreken. Met [Corespondence] weet Claude hem snel te vinden. Imhotep zit in de bibliotheek van de San “ Risha’s Reizen” te lezen.
“ik heb het hier wel naar mijn zin!” zegt hij. “Ik vind deze carrière heerlijk. Ik stond zó lang aan het hoofd! Het is geweldig hier. Prachtig om te zien hoe ze het verkloot hebben en het toch weer helemaal goed gekomen is.” Maar na enig aandringen besluit hij wel mee te komen. Als ze op Mount Paradise in het kasteel aangekomen zijn vraagt Risha of we onder Imhotep’s vaandel mogen opkomen. Dat geeft status. Imhotep antwoordt: “De witte vlag is niet voor jullie. Ik kan jullie wèl spreekrecht geven, als je wat zinnigs te zeggen hebt. Maar ik kan er niet voor zorgen dat er naar jullie geluisterd wordt. Ik heb gelezen over Risha en zijn groene paard, zijn nachtmerries, de eenhoorn en de pegasussen waar jullie op rjjden. Er is nóg een profetie: Vier lieden op paarden die alles stuk maken wat ze tegenkomen. Ik geloof die profetie niet. Maar anderen wel. Zij weten niets van parallelle werelden, Igrot, etcetera. Ze zullen jullie gedachten lezen, maar niet begrijpen. Maar het maakt je verhaal wèl waarschijnlijker.”
“Misschien is het verstandiger als ik in het publiek blijf en niet uitgelezen wordt,” oppert Claude. Dat denken wij ook.
Imhotep waarschuwt nog: “Jullie weten dat jullie magie niet werkt?”
“De Aarde magie misschien wel,” hoopt Chang.

Er wordt bezoek aangekondigd. “Goedemorgen buren, ik kom even kijken. Aangenaam, Xarantas! Bij welk banier zijn jullie?” “Rogue.” “Ik kom jullie steun vragen! Zeeronlangs is er een nieuwe, krachtige profetie bijgekomen. Luister: ‘Een ras van Dragonblooded zal de wereld van de ondergang behoeden.’ Dat gaat over de herbronning in Waldheim en de githyanky die steeds talrijker worden. Dat zijn reptielachtige mensen: Dragonblooded! Exalts in zienerstaat hebben gezien dat deze Dragonblooded de exalts mee zullen nemen naar de andere kant, naar een nieuwe wereld. We hebben een politiemacht nodig om de gaten in de werkelijkheid te bewaken. Dat zullen die Dragonblooded ook doen.”
We beloven om er over na te denken.
“Hoe zit dat nou met die banieren?” vraagt Risha aan Imhotep. “Er zijn 32 banieren, met meerdere kabals onder één banier, en dan zijn er nog thuislanden. Ja, natuurlijk kun je een 33e banier maken. Al die banieren zijn ooit ontstaan. Als jullie iets hebben waar jullie onafhankelijk van elkaar naar toe gegroeid bent, iets wat jullie uniek definieert, dan kan dat. Ze zijn allemaal ooit ontstaan en geëvolueerd.” Eerst denken we aan de vier magische paarden. “Dat komt wel heel dicht bij de apocalyptische voorspellingen.” zegt Imhotep. “Wat uniek voor ons is, en wat we allemaal hebben meegemaakt is de Witte Stad. En daar zijn we gekomen door het Witte Hert te eten.” We worden het eens op een Wit Hert op een regenboog.
Risha stelt voor om een Gate te maken naar het Shao-Lin klooster en de monniken op te halen die zich jarenlang hebben voorbereid op deze bijeenkomst. Dat zal ons wellicht een beetje uitstraling geven. Hij begint zijn praatje voor te bereiden. Wat moet er in? We hebben de wereld vernietigd. Maar dat was 100.000 jaar geleden. Dat was geen voorspelling maar een terugblik. We moeten de exalts warm maken voor het aanmeren en voor de eindstrijd. We kunnen een beeld presenteren van de githyanki als zaadcelletjes die elkaar vernietigen om de bevruchter te worden. Dat is geen brave politiemacht die de wereld beschermt. Maar, we kunnen inderdaad meeliften op het zaad naar een nieuwe wereld … die dan ook besmet is.

Tanais – 117

Tanais 117 – 30-03-2017

Op Tanais is er 2 uur verstreken. We gaan slapen en de volgende dag kan Risha weer koning spelen bij het ontbijt. Met een jachtpartij als smoes gaan we naar de Colorcopter en daarmee materialiseren we op 300 meter boven de grens van Dao en Jao. Onder ons ligt een Shangri-La achtige vallei met een zalencentrum en een paar kampementen. Claude calibreert de machine om één quantum naar buiten te stappen in de vijfde dimensie, dat wil zeggen van de Aarde vandaan. Terwijl hij daar mee bezig is, bekijken de anderen de omgeving met allerhande magische sensoren. Chang maakt een lens in de lucht. Hij ziet dat er een krachtveld ligt rondom een kamp van Abyssals. Binnen ziet hij boorwormen, shuragi et cetera. In de bossen eromheen ligt een strak georganiseerd kamp van wezens die een beetje op de githyanki lijken, maar net anders zijn. Gwan gebruikt zijn kristallen bol om in het zalencentrum te kijken. Daar ziet hij Shao-lin jongens hun oefeningen doen. Het lijkt op de dagelijkse gang van zaken in de voorbereiding van een groot festival. Over dertien dagen is de bijeenkomst van alle Exalts gepland, en ze hebben de memo niet gekregen dat het verplaatst is. Risha heeft al een extreem goed zicht door een oude Wyld-mutatie, en hij verbetert ze nog eens met [Life]. Hij bekjky het kamp in het bos. De Gith daar zijn groter en volwassener dan de githyanki uit de stad. Het zijn logge reptielen van 2,5 meter met heel veel wapens.
Claude activeert de Colorcopter, om ons heen vormt zich de mist van ongevormde ruimte. Van hier uit kan Risha een stukje van Tanais met Sorcery formatteren tot een replica van de spelwereld. Het gebied waar hij mee bezig is gloeit vijf minuten terwijl hij de spreuk uitvoert. Voor de Lost Boys is dat ruim een dag. Met [Time] kunnen we zien dat ze af en toe komen zitten kijken. Ze lijken onder de indruk van deze tovenarij. Als de hut materialiseert drommen ze er als bijen omheen. Een nauwkeurige telling komt op precies 150 man. Met [Prime, Forces en Matter] maken we vier bazooka’s die we in de hut laten materialiseren. Twee minuten later horen we een knal bij het krachtveld en nog een paar seconden later zijn alle Abyssals weg van de kaart. Dit deel van het plan is gelukt!
Nu moeten we snel naar de Poolnaald. Risha heeft de noordkust van de binnenzee op de muur van de hut afgebeeld met een duidelijke aanwijzing dat de Lost Boys bij de Naald moeten zijn. Voordat ze daar aankomen, gaan we de ontvangstruimte van de Naald inrichten als het Valhalla van Chappie, met 150 bierpulllen waar we op het juiste moment een scheut zonium in kunnen laten materialiseren. We maken een klok die aftelt naar 0:00’00” en dan verschijnt het zonium, en gaat tegelijk de gevangenisdeur dicht. Op de muren spuiten we grafitti die te herkennen is, zoals de draak met in zijn muil de deur naar de feestzaal. Dan komen de eerste Lost Boys. We herkennen MRA27. Die probeert de andere tot voorzichtigheid te manen, maar als laatste komt ook hij binnen. Chang lukt het [met static mind control, een Mind, Forces, Prime-effect] om de Lost Boys even in stasis te houden terwijl we de deur sluiten. Kablam! Een permanent [Force-field] over de deur. En klaar is Kees. Dee twee van het plan is ook gelukt.
Terug naar Shintash, we gaan lekker slapen in een donzen bed. Maar dan klinkt er een alarm. De paardenvolkeren vallen aan! Een prins wil Risha’s zus Harati schaken! Claude gooit vanuit zijn raam de spreuk [Cascade of cutting terror]. Risha sprint naar het balkon en tovert zijn magische harnas en wapens om hem heen. Hij zet de Anima-banner aan van zijn kaste en vliegt naar de vijand toe. De pijlen suizen om zijn oren. Ook Chang summont zijn wapenrusting en rent naar het slagveld. Gwan troost ondertussen de hofdames.
Twaalf aanvallers gaan neer onder het geweld van Claudes magie. Zestig procent slaat op de vlucht voor Risha’s aura. Chang stort zich op de rest en mept er nog twee neer. Risha overleeft alle brandende pijlen die op hem worden afgevuurd en uiteindelijk druipen de aanvallers af. Er zijn een paar brandjes die moeten worden geblust en aan onze kant een paar doden, maar het is al met al een grote overwinning. Maar voor Claude is dit niet genoeg. Hij wil wraak. Risha snapt niet waarvoor. Dit is toch volledig conform alle protocollen gegaan?
Terwijl Chang de begrafenissen en crematies regelt, zint Claude nog steeds op wraak. Met [Correspondence] zoekt hij de thuisbasis van de paardenvolkeren. Die is er niet. Het is een nomadisch volk. dan kiest hij maar at random een kamp uit. Hij stapt door de landkaart heen en arriveert op een vlakte met een rookpluim. Daar is een kamp! Hij maakt de wachters dood en ontdekt dat er verder alleen maar vrouwen en kinderen zijn. Er breekt paniek uit.
We ontdekken dat Claude kwijt is. Gwan zoekt hem met de kristallen bol. “Wat ben je aan het doen?” “Ik ga een vrouw halen!” roept Claude. Hij steelt een paard en grist een willekeurig meisje mee dat er wel een beetje appetijtelijk uitziet. Gwan realiseert zich hoe intens oneervol deze actie in de Shintas cultuur is. Als dit bekend raakt, lijdt Risha een enorm gezichstverlies. Claude’s razernij is inmiddels een beetje gezakt en hij wordt voor rede vatbaar. Hij verandert zichzelf in een generieke nomade en rijdt met het meisje naar een willekeurige andere paardengroep. Dat gaat twee dagen. Daar hebben we geen zin in. Gwan opent een portaal vlak voor het paard naar Risha’s paleis. we grissen Claude van het paard. Gwan opent een nieuw portaal naar het kamp van het meisje waardoorheen het paard galoppeert en weer aankomt waar de dolle rit begon.

4 xp

Cthulhu 9

Inmiddels is het woensdag en houden Dave en ‘zijn’ zwerver het schip overdag in de gaten. ’s Nachts wordt het in de gaten gehouden door Tarjinder, maar het enige dat dan gebeurt is de aangeschoten bemanning die terugkeert van het passagieren. Tabby ontvangt op donderdag een brief van Prof. Green met daarin de mededeling dat zij ’s middags welkom is. In de ochtendkranten wordt melding gemaakt van een inbraak in de British Library. Bij deze inbraak is een obscuur muziekstuk uit de 18e eeuw ontvreemd. Verder is er ook een stijging opgemerkt in het aantal ontvoeringen. Ook in Whitechapel worden mensen ontvoert.

Diezelfde dag ziet Dave de Rev. Patrick Simmons bij het schip arriveren met een wagen. Hij betaalt aan een officier van het schip en er worden 2 kisten, een manshoge en een hutkoffer, op de platte wagen geladen. Vervolgens rijdt hij weg naar het douane kantoor om daar nog enige zaken in orde te brengen. Dave maakt gebruik van dit moment om de kisten te onderzoeken. Kloppen op de manshoge kist geeft geen reactie. het valt hem op dat 2 bekenden hem bezig zien, maar desondanks probeert hij de wagen te saboteren met een eind touw. Daarna gaat hij op zoek naar Percy. Ze rijden langs de verwachte route en vinden even later de beschadigde kar met een vloekende koetsier. Ze wachten tot het wiel gerepareerd is en volgen dan de kar naar zijn bestemming. De koetsier van Simmons kent Londen op zijn duimpje en stopt even later bij een huis aan de rand van Whitechapel. Naast het huis staat een kerkje en waarschijnlijk is dit dus het huis van Simmons. Een huisknecht helpt met het uitladen en binnendragen van de kisten en daarna verdwijnt de kar. Dave en Percy gaan hierna weer een het werk en Dave trakteert ’s middags de 2 collega’s die hem bezig zagen.

Tabby krijgt ondertussen een briefje via een straatjochie: “De dames zijn weer geïnstalleerd waar ze horen. V.C.” Het jochie krijgt een fooitje. Penny heeft de afgelopen dagen basale vermommingstrucs geleerd van een kennis uit de theaterwereld.

’s Middags gaat Tabby op bezoek bij Prof. John Green. Hij is een professor in de wiskunde en rond de 40 jaar oud. Hij is goed gespierd. Naast werken over de mathematica staan er ook boeken over farmacie, chemie en geschiedenis in zijn boekenkast. De indruk die Tabby uit zijn studeervertrek krijgt is dat hij een brede belangstelling heeft. Na een korte introductie komt het gesprek al gauw op de familie Blackpool. De familie is oorspronkelijk niet van adel, maar in de latere dagen vande regeerperiode van Henry I opgeklommen. Ze zijn rijk geworden door hun kopermijnen en de productie van machinerieën. Tevens hebben zij zaken gedaan die momenteel als ‘shady deals’ gekenmerkt zouden worden, maar die toen legaal waren. Dit alles vergrote hun machtsbasis en leidde tot contacten met de familie Guderian. Dit is wel een adellijke familie, die is meegekomen met het Huis van Hannover toen dit de Engelse troon besteeg. De Guderians hadden echter enkele financiële problemen die zijn opgelost door de Blackpools. De relatie tussen beide families leidde er toe dat de Blackpools in de adelstand werden verheven. Hiermee drongen ze ook door in de kringen rondom de koning en de rest van het Huis van Hannover. Met hun invloed hebben ze ook veel goeds voor het Empire betekent, maar dit eindigde met de komst van Lady Gwendoline. Prof. Green vertelt dan dat als Tabby ooit iets macabers wil zien, zij het graf van deze dame eens moet bezoeken. Lady Gwendoline had interesse in het occulte en deze interesse ging verder dan normaal en gezond te noemen valt. Zij was bezig om zelf een ghoul te worden. Voor zover bekend is het een apart ras, maar kan je het wel worden. Tabby vertelt dan dat ze 2 ghouls heeft gezien en dat deze met een pistool zijn uitgeschakeld. Twee sterke mannen zijn bij deze ontmoeting zwaargewond geraakt. Op grond van haar relaas vraagt Prof. Green uit hoeveel personen haar groep bestaat. Tabby antwoordt ontwijkend, maar noemt wel dat de groep van George Lusk en de politie ze ook gezien hebben. tabby stelt voor om Percy er bij te halen, maar de professor zegt dat deze niet binnen mag. Huisregels enzo. Ze besluiten later op de dag door te praten. Prof. green stelt voor om dit te doen tijdens een etentje in een club waar hij vaker etentjes geeft.

Penny gaat ’s middags naar de British Library om onderzoek te doen naar het gestolen muziekstuk. De naam van het stuk is: “Massa di requiem per Shuggah”. Volgens de experts die het stuk hebben bekeken toen het aan de Library werd aangeboden, is in elk geval een deel ervan geen muziek. Sindsdien is er ook niemand meer geweest die de partituur heeft ingezien.

Aan het eind van de middag komt de groep weer bijeen. De opgedane kennis wordt uitgewisseld. Besloten wordt dat Tabby vergezelt van Percy en Dave naar het etentje gaat en dat Penny en tarjinder eerder uit de koets zullen stappen en verder naar de club zullen sluipen.

De club blijkt een chique, ommuurd landhuis te zijn. Het plein bij de voordeur wordt verlicht met vuurkorven en er staat een portier. Als ze aan de portier melden dat ze voor Prof. John Green komen, neemt hij hen mee naar binnen. Een butler neemt de groep over en leidt hen naar een ontvangstkamer, waar hij hen van een glas champagne voorziet. In de tussentijd klimmen Tarjinder en Penny over de muur heen. Dave gooit (bijna alle) champagne in de plantenbak. Tabby proeft eerst en vindt niets vreemds aan de champagne. Na ongeveer 10 minuten arriveert de professor en wordt deze door Tabby aan de andere twee voorgesteld. De handdruk van de professor verraadt kracht. Hij leidt hen naar een kamer op de eerste verdieping en klingelt daar met een belletje. Hierop worden er champagne en oesters naar binnen gebracht. Tabby eet en drinkt, maar Dave is argwanend en dus voorzichtig met de drank en het eten. Penny doet een poging om naar het raam te klimmen, maar dit mislukt. Tarjinder doet ook een poging en slaagt wel. Percy zit de professor aandachtig te monsteren en komt tot de conclusie dat het een soort afgestudeerde versie van hemzelf is. Het valt hem ook op dat er oesters worden geserveerd, hetgeen eigenlijk armelui’s voedsel is. De professor waardeert de smaak en het gaat goed samen met de champagne. Hij informeert naar de conditie van de professor. Deze vertelt dat hij dankzij het boxen een goede conditie heeft. Tijdens het opdienen van de tweede gang valt het Dave en Percy op dat de professor af en toe naar het raam kijkt. Dave gaat hierop nerveus bewegen en uiteindelijk naar de wc. Tabby vraagt hem dan naar zijn interesse in adellijke schandalen. Hij vat dit op als een aansporing om ter zake te komen. Op een volgende vraag van Percy, vertelt hij dat hij ook kan schieten. Hierbij trekt hij een revolver en legt deze op tafel. Dave keert op dit moment terug van het toilet en wordt nu nog wantrouwiger. De professor schuift het wapen naar Dave, die het in zijn zak stopt. De groep vertelt wat zij weten over Gwendoline en de ghouls. De professor vertelt dat er naast ghouls nog veel naardere dingen dingen bestaan, maar van de ghouls kom je niet af. Er is een connectie gelegd tussen hun wereld en de onze. Het valt op dat hij nerveus is bij dit gespreksonderwerp. hij geeft ook aan dat er verder zaken zijn die hij niet hier wil bespreken. Uiteindelijk wordt besloten om verder te praten in het appartement van Tabby. Hij is bezorgd dat Lady Gwendoline niet dood is. Het skelet is wel van haar, maar de schedel is gelicht.

In Tabby’s appartement wordt verder gepraat. de groep vraagt waar de professor zijn kennis vandaan heeft. Hij vertelt dat dit niet zijn beste periode is. Hij wilde iemand treffen die hem dwars zat en raadpleegde daar een Egyptische magiër voor.Deze kwam aanzetten met de Necronomicon (hierbij kijkt de groep hem niet-begrijpend aan). Qua structuur is dit boek gelijk aan het Book of Eibon. Hij heeft de Necronomicon gelezen, wegens zijn fixatie op wraak. Gelukkig voor de wereld is het ritueel dat hij uitvoerde afgewend. Al;s gevolg hiervan heeft hij enige tijd doorgebracht in het een andere wereld, waarschijnlijk die van de Outer/Elder Gods. Hij heeft weten te ontsnappen en bestrijdt hen nu waar hij kan. Lord Blackpool houdt zich waarschijnlijk met enkele getrouwen op de achtergrond. De professor wil graag met de groep samenwerken. De groep vertelt wat zij weten. Blackpool is voor hen maar één puzzelstukje. Zij onderzoeken vooral de vrouwenhandel. Percy noemt dan de naam van Rev. Simmons. Die naam herinnert de professor zich: die heeft een van de Ripper-slachtoffers gevonden. Tabby bekent dat ze allemaal puzzelstukjes hebben. Verbanden leggen kan, maar we kunnen het helemaal fout hebben. De professor vraagt of hij de groep kan vertrouwen. Praten werkt niet en Percy stelt voor dat hij mee gaat inbreken bij Rev. Simmons om de inhoud van de kisten te inspecteren. De professor gaat hiermee akkoord.

Tabby houdt de wacht op de bok van de koets en de anderen gaan via de achterdeur Simmons’ huis in. Het is er donker en stil. Ze inspecteren de kamers op de begane grond. De ontvangstkamer is leeg en slecht onderhouden. De bloemen in deze kamer zijn oud. De volgende kamer is de eetkamer. Ook deze is verslonst. Dave vertrouwt het niet en trekt de revolver. Als hij de revolver gereed wil maken, geeft Green hem de kogels. De volgende kamer is de werkkamer van Simmons. Op het bureau ligt de preek voor komende zondag. In de boekenkast binden ze twee vreemde boeken: “Unaussprechlichen Kulten” en “Les Cultes des Ghouls”. Percy wijst Green op deze boeken en Dave kijkt ondertussen in het bureau en vindt hier kasboeken. Daarna proberen ze de trap op te sluipen, maar niet iedereen is even stil. De professor stopt en iedereen bevriest. Gelukkig blijft het boven stil. Als ze doorlopen, kraken Percy en Tarjinder weer. Green gebaart dat ze stil moeten blijven staan. Iets dat niet helemaal overkomt bij Tarjinder die vrolijk krakend weer naar beneden gaat. Op de eerste verdieping zijn 3 deuren. Penny en Dave luisteren elk aan een deur, maar horen niets. Dave opent de rechter deur. Deze piept en Dave stopt. Kijkend naar de deurhendel vermoedt Dave dat dit niet de slaapkamerdeur zal zijn. Het valt hem op dat de deurklink bij Penny’s deur veel gebruikt is. Dus dat zal de slaapkamer zijn. Na enige aarzeling opent Dave de slaapkamerdeur. De kamer is ook een beetje verwaarloosd en Simmons ligt in zijn bed te woelen. Dave onderzoekt de dekenkist en deze blijkt inderdaad dekens te bevatten. Ze hergroeperen zich beneden en Green stelt voor om de zijdeur in de keuken te proberen.

Tanais 116

We willen een Tanais-nachtje naar de Aarde, dat is 16 weken daar. Door de geheime gang nemen we Imhotep mee naar de Colorcopter en daarmee gaan we naar het Steampunk eilanduniversumpje. Daar lopen we door het stadje de berg op en we gaan naar Chappie. Onderweg merkt Imhotep op dat hij niet verwacht had dat Chappie zo creatief was. Hij verschijnt in zijn oude robot-gedaante. Het is een roerend weerzien en ze hebben heel veel om bij te praten via een datalink. Als ze het over de biocomputer hebben benoemt Risha het alien Nanozand. Dat vindt Imhotep interessant, “Waarom niet?” Maar eerst wil hij zijn biocomputer zien. Die had hij achtergelaten in de vijf steden. “Als ze nog bestaan, dan zijn ze verwilderd.”
Daarna vraagt hij: “Waarom is Chappie eigenlijk niet de mainframe van deze wereld geworden?” Risha legt uit dat de White Collars wel technologie gebruiken, maar dat ze hun macht ontlenen aan de Witte bronnen. En daar heeft Chappie geen affiniteit mee. Die heeft namelijk nog steeds als hoofdopdracht het juicen van de veroordeelde aliens.
Imhotep stelt voor om naar Qawah in Jemen te gaan. (Onze eigen Witte Stad was El Calafate in Patagonië.) Daar weet imhotep precies wat hij heeft gedaan en kan hij zien wat 8000 jaar verwildering heeft opgeleverd. Vanaf 500 meter hoogte zien we een Color effect: Een cirkel van Zwart zoals de Tempest rondom een soortement dorp. Er is vanaf hier niet veel te zien. Als we verder afdalen lukt het niet om scherp te stellen, want er zit een krachtveld om het dorp. Claude neemt waar dat het state-of-the-art White Collar technologie is, veel te geavanceerd voor hem om in te breken [Forces 5]. “Zullen we een andere stad proberen?” Nee, Eerst maar eens naar de San.
Sandy, Dusty en Mirage staan ons al op te wachten. Ze zijn verbaasd, maar ook verontwaardigd als we vragen naar de plantentechnologie achter het krachtveld. “Hoe weten jullie van onze heiligste geheimen? “Tsja,” zegt Chang, “we hebben toegang tot archieven van vóór Expulsion en daar vind je dus informatie over dingen die zó oud zijn.” Ze zijn geschokt. “We kunnen jullie niet zomaar toegang geven. Dat zijn dingen die jullie niet horen te weten! Om nou zomaar te vragen naar het Heilige der Heiligen … Er zijn nou eenmaal zaken die jullie niets aangaan.” “Waarom is het zo heilig?” “Omdat wij ons bestaan eraan ontlenen.” “Op welke grond kunnen we wel toegang krijgen?” vraagt Chang.
De drie oudsten overleggen even. “Jonge White Collars gaan daar wel eens wieden. Jullie zijn in het verleden White Collars geweest. We kunnen jullie opnieuw toelaten en met een groepje welpen meesturen. Maar dan moet je wel van de Black Collar geur af. Onder bijzondere omstandigheden kunnen we Blue Collars tot de White Collars toelaten.”
Met [Sense Color] merkt Claude dat de Zwarte bronnen de gebruikers een slijmerige zwarte aura geven, terwijl de Witte bronnen een droge korrelige aura geven. Hij probeert zijn eigen aura aan te passen. De oudsten reageren korzelig: “Waarom zweer je die zwarte bronnen niet gewoon af? Je kan niet twee meesters hebben.” “Ik ben mijn eigen meester!” roept Claude. “Je gaat niet zomaar je eigen signatuur vervalsen!”
De anderen proberen deze ruzie te sussen. “Wat moeten we doen om ons te reinigen?” “Je moet je reinigen in een Witte Bron. De louteringsplekken zitten rondom de heilige plaatsen.”
Uiteindelijk bindt Claude in. We worden meegenomen naar iets buiten de periferie. De Tempest straalt door het zand heen. Risha en Claude kijken met [Prime] waar ze heen moeten. Er is een soort duin met een grot opening erin. De Tempest is daar sterker. Binnen vinden we kampvuren met veel snel-bewegende schimmen. Er is een meer met middenin een eilandje. Daar zien we de [Prime] Witte Bron. Een schim vertraagt en er verschijnt een jonge Masaï krijger. Hij vraagt: “Wat doen jullie hier?” “We moeten ons reinigen na een infiltratieopdracht bij de Black Collars,” zegt Claude. De Masaï accepteert zijn uitleg en nodigt ons uit aan zijn kampvuur. De pot schaft kamelenbout. “Vies hè?”
Kleren uit en het meer in. Maar het water brandt. Omdat we [Color]-magie beheersen en de Tempest hier zo dicht aan de oppervlakte zit, hebben we er last van. De gewone White Collars hebben hier geen probleem. Met [Color en Life] maakt Risha een extra huid, de anderen komen met vergelijkbare magie aan de overkant. Als we drinken van de Witte Bron wordt de smet van de zwarte bronnen geneutraliseerd en omgezet in een witte aura. Risha tankt zich met [Prime] helemaal vol met Witte Bron-essence. Chang krijgt het beeld dat hier een eierstok van Igrot rijpt.
Nu zijn we net zo snel als de andere White Collars en we sluiten ons aan bij een cohort jonge welpen. Even spelen en dan gaan we. Een paar oudere White Collars maken de poort open. Ze brengen ons mee naar kassen onder de grond. Er valt niet zo veel te wieden. Een van de ouderen snijd ceremonieel een grassprietje door en zegt: “Als jullie hier vannacht gaan slapen wordt alles duidelijk.”.
Imhotep bekijkt de plantjes aandachtig en zegt: “Ze zijn een beetje geëvolueerd, maar nog duidelijk herkenbaar.” Risha steekt zijn neus in een bloemetje en snuift het stuifmeel op. (Met [Life 4] isoleert hij een sample.) Iets communiceert met deze planten. De vooroudergeesten beschermen en verzorgen de plantjes. Als White Collars oud genoeg zijn, verstoffen ze en dan worden ze spirits die met de planten communiceren en de opgeslagen kennis in dromen doorgeven aan de nieuwe generaties. Imhotep is onder de indruk. Hij had dit niet verwacht. Hij dacht dat het plantje allang zou zijn uitgestorven, maar het heeft precies gedaan waar het voor bedoeld was.
Met [Color en Time] kijkt Gwan hoe de oudsten de plantjes verzorgen. De voorouders bidden en uit het niets ontstaat water. Ze verzorgen de planten en kunnen dingen laten manifesteren. Oude, dode bloemen worden teruggegeven aan de grond. En zaadjes worden liefdevol opgekweekt.
We gaan slapen. In onze dromen wordt de noodzaak getoond van de drie klassen: White Collars, Blue Collars en Hardware Legacy. Ze proberen de wereld te herscheppen zoals die was voor Expulsion, maar het is een grotesk vervormde versie van hoe de wereld was in 2442 met al die levels. De volgende dag is Imhotep helemaal onthutst. “Zó had ik het niet bedoeld! De urban sprawl is er gelukkig niet meer, maar die Hardware Legacy is vreselijk!” Risha vertelt dat hij pollen geoogst heeft. Maar Imhotep heeft het hele DNA nodig. Ook dat van de stamper. Maar dat kan een andere keer wel. Het belangrijkste is dat de plant nog bestaat. De vijf steden hebben ieder een deel van de kennis, maar de basis is in alle vijf varianten aanwezig.
De cohort heeft zijn inwijding gehad. Wij dus ook; Imhotep kan hier een nieuwe White Collar carrière beginnen.

Next: Het formatteren van een stukje werkelijkheid om de Lost Boys te vangen, kan het beste vanaf een kleine [Color] afstand.
4xp

Call of Cthulhu 8

Tarjinder komt met het voorstel om te checken of hetgeen de wonderdokter heeft uitgevoerd ook daadwerkelijk heeft gewerkt. De overigen vinden dit een minder goed plan gezien de moeite die het kostte om Tabby in bedwang te houden en er nu twee personen zijn die mogelijkerwijs in bedwang gehouden moeten worden. Tabby komt met het voorstel om wat te gaan drinken. Eenmaal buiten blijkt Percy onder invloed van de opium in slaap te zijn gevallen. Tarjinder doet een poging om de paarden in beweging te krijgen, maar ontdekt al snel dat hen diep in de ogen kijken niet de manier is om ze in beweging te krijgen. Penny, onder invloed van de cocaïne, blijkt echter een natuurtalent. De groep gaat op zoek, op aandringen van Tabby, op zoek naar een sjieke drinkgelegenheid. Het moet echter niet te sjiek zijn, want Dave moet ook toegelaten worden. Na er een gevonden te hebben is er champagne voor iedereen.

Bij thuiskomst ontdekt Tabby een briefje dat op haar deur is gespeld. Het blijkt dat de Thaïse vrouwen zijn gearresteerd. Spelfouten in het briefje doen vermoeden dat het afkomstig is van de mannen van de burgerwacht. Tabby rent snel naar beneden en haalt Percy terug. Snel rijden ze naar de burgerwacht in Whitechapel, maar de leden hiervan liggen op dit uur te slapen of zijn dronken. De volgende stop is het wijkbureau van de politie bij Tabby in de buurt. Hier ontdekt de groep dat de vrouwen zijn gearresteerd op grond van de Contageous Diseases Act en momenteel in een ziekenhuis in Bethnal Green worden vastgehouden. Percy kent deze wet en weet te vertellen dat die is bedoeld om het leger te beschermen tegen geslachtsziekten onder de manschappen, wat het moreel zou kunnen aantasten. De wet maakt het mogelijk om van prostitutie verdachte vrouwen te arresteren en te dwingen zich te laten onderzoeken op geslachtsziekten. Men rijdt naar het ziekenhuis. Eerst maakt Percy een rondje om het terrein om poolshoogte te nemen. Hierna gaat Tabby praten met de portier. Dit gesprek verloopt wat stroef, maar uiteindelijk komt ze te weten dat de vrouwen inderdaad daar zijn binnengebracht door de politie. Hierna gaat men een dutje doen.

Bij het wakker worden blijkt Penny over haar cocaïne-roes heen te zijn. De groep begeeft zich vervolgens naar het appartement van de vrouwen. Ze vinden daar pikante kleding en parfum. Verder vinden ze een oud sieraad van een van de vrouwen onder het beden ligt hun oude kleding in de kast. Tabby weet hoe laat het is en durft de portier niet onder ogen te komen. In haar plaats gaat Penny informeren. En ja, er kwam zeer zeker herenbezoek bij de dames over de vloer. De portier is er ook niet over te spreken dat Ms. McGovern dit steunde. Penny suggereert dat Ms. McGovern geen mensenkennis heeft. Hierna bespreekt men de situatie. Het voornaamste doel was dat de vrouwen veilig zitten en dat ze niet meegenomen kunnen worden door mannen in kapmantels. Wat dit betreft is de huidige situatie, met de vrouwen in verzekerde bewaring, nog niet eens zo heel gek. Daarbij komt nog dat zij zich waarschijnlijk inderdaad aan het prostitueren waren, iets dat in Siam minder taboe is dan hier. Tabby besluit om de huur van het appartement per brief op te zeggen.

Aangezien er morgen een schip van de wilde vaart wordt verwacht, bespreken ze wat ze zullen doen. Tabby stelt voor om de wacht te houden en te kijken of er ’s nachts een zwarte koets langskomt. Percy vindt dit een degelijk plan, maar stelt toch iets complexers voor: de politie waarschuwen. Als die niks vinden aan boord, dan hoeft er ook niet gepost te worden. Dan moet de groep weer de zorg voor de vrouwen op zich nemen en het gerucht gaan verspreiden dat een Oosterse man gewillige vrouwen aanbiedt.

In de tussentijd wil men uitzoeken waar zich de uitgang van de ghouls in Soho bevindt. Percy stelt voor om niet te wachten tot ze het kadaster kunnen bezoeken, maar door Soho te gaan wandelen zoekend naar panden met het wapen van de familie Blackpool of Guderian. Op basis van de herinneringen van Penny weten ze de mogelijke uitgang tot een drietal mogelijke panden te herleiden. Geen van de drie heeft een wapenschild op de gevel. Tarjinder wil de kelderluiken bekijken en met wat moeite komt hij aan de achterkant. Bij één van de huizen vindt hij slijtagesporen die niet door mensen zijn gemaakt. Ze gaan de kelder in. Het valt Tarjinder, Percy en Penny op dat de kolenvoorraad te ver doorloopten een doorgang camoufleert. Op grond hiervan ontstaan allerlei wilde plannen om de ghouls aan te vallen.

De maandag dat het schip wordt verwacht gaan Percy en Dave weer gewoon aan het werk. Zij ontdekken dat het schip morgen zal binnenlopen. Tabby ontvangt een brief van Mrs. Violet Cutter met hierin de uitnodiging om ’s middags om 16.00 uur op de thee te komen. Van deze dame is bekend dat zij de Violet Queen is, de Steam Baron die het gebied van ‘entertainment’ beheerst. Weigeren is derhalve voor Tabby ook geen optie.

Tabby, Tarjinder en Penny gaan langs bij het kadaster en stadsarchief. Hier ontdekken zij dat de familie Guderian geen bezittingen meer heeft in de stad en wordt wat ze al weten over de familie Blackpool bevestigd. Het pand met de kelder is in het bezit van een huisjesmelker. Verder zoekend vindt Tarjinder een Charles Henry Guderian, getrouwd met Lady Gwendoline Blackpool. Zij was verwikkeld in een schandaal en werd er van beschuldigd van kannibalisme, het bedrijven van zwarte magie en betrokkenheid bij de verdwijning van diverse personen, waaronder haar echtgenoot. Hierna zijn de Guderians terug naar Duitsland vertrokken en de Blackpools naar Cornwall. Daarna gaat het groepje naar het krantenarchief. Hier vinden ze wel wat over persoonsverdwijningen uit die tijd, maar niets over het schandaal zelf. In die periode ontbreken kranten of wordt er in de kranten niets gemeld. Bij navraag horen ze dat als je iets wil weten over historische schandalen, je naar Professor John Green moet gaan. Deze geeft les an the Waterstone Academy for Young Ladies.

Niet veel later is het tijd voor Tabby’s afspraak. Ze wordt door een koets opgehaald en naar een herenhuis in Greenwich gebracht. Het huis ziet er op het eerste gezicht goed uit, maar kan wel wat onderhoud gebruiken. Het hek sluit zich achter de koets en Tabby ziet gespierde mannen rondlopen in de ommuurde tuin. Mrs. Violet Cutter geeft Tabby te kennen dat ze zich niet meer met adult entertainment moet bezighouden. Dit is tenslotte haar terrein. Penny en Tarjinder beschouwd ze trouwens ook als onderdeel van Tabby’s stal. Volgens haar is er ook wel een markt voor Tarjinder’s “tegennatuurlijke neigingen”. In het verdere gesprek maakt zij duidelijk dat ze Tabby’s reputatie kan maken of breken en dat ze geïnteresseerd is in het feit dat Tabby onroerend goed kan huren in de omgeving van Hyde Park. Even later keert Tabby terug in haar woning met een erg vies gevoel en ideeën over lange reizen in het buitenland.

Op dinsdag arriveert inderdaad het schip en Tarjinder gaat zich verstoppen. Via de arbeiders die de lading lossen, verneemt Dave dat dit schip de Amerika’s en Afrika heeft aangedaan. Deze nacht worden er geen vreemde zaken rondom het schip vastgesteld. Tabby schrijft een brief om het opzeggen van de huur van het vrouwenappartement ongedaan te maken en een brief aan Prof. Green voor het maken van een afspraak. Penny gaat vandaag langs bij enige professionals uit de theaterwereld om meer te leren over vermommen. Tarjinder stort zich op de spreuk ‘deflect harm’ in een poging deze onder de knie te krijgen.

Tanais 115

Gwan is bezig de grotten te verkennen en Claude instrueert de achtergebleven brahmanen.

Risha en Chang nemen de jonge Imhotep onder hun hoede en gaan naar het paleis. De colorcopter wordt weer in het bos verstopt en ze gaan met strijdwagens naar Jacuphus. Risha laat zich aankondigen. “De koning is er niet, maar komt u binnen.”
Risha gaat naar zijn kamer en frist zich op. Dan gaat hij naar zijn zus Harati. Hij legt uit wat er gebeurd is, dat de Poort naar het Westelijke Paradijs geopend is en dat er nu een vacature voor de troon is. Dat komt goed uit. Ze ziet Imhotep als een kind en geeft hem een koekje. Die vindt dat niet erg en hij gaat naar de keukens om te snoepen. Ze zegt tegen Risha dat de brahmanen van hier moeten getuigen dat Jacuphus dood is, niet die uit Soul. Risha gaat daarom naar de heilige eik. De priester is bereid om hem te steunen en gaat de kroning voorbereiden. We hebben een paar dagen voordat het zo ver is. Risha maakt in die tijd een groen paard van de kruiden die hier groeien.
We leren kort iets over de buurlanden: In het Noorden ligt Seima, daar woont een bosvolk. In het Zuiden wonen de woestijn- en steppevolkeren van Uruksas, en in het Oosten wonen de paardenvolkeren van Wostas. Er zijn geen ambassades, dus als we contact met ze willen, zullen we er zelf langs moeten of een vrouw uit zo’n volk nemen…
Chang stelt voor om de grootvizier aan te pakken. Diens bed is leeg, hij zag de bui al hangen.

Een paar dagen later is de kroning. Het volk is verzameld voor een feestelijke gebeurtenis. Eerst wordt de dode koning Jacuphus (een mooie pop met daarin de as) bijgelegd in een grafheuvel. In het tweede deel moet Risha in een strijdwagen rijden en laten zien hoe goed hij kan boogschieten en zo. Dat gaat best redelijk, zeker voor een jongen van 15. Maar er is toch enig geroezemoes in het publiek. Het is niet duidelijk waar dat over gaat. Dan is er feest. De kroning is een stuk simpeler dan in Soul, zonder rare paardenrituelen, want hier is Risha de legitieme troonopvolger dus de goden hoeven niet extra gunstig gestemd te worden. Tijdens het feest wordt de nieuwe koning voorgesteld aan de stamhoofden. Chang leest in hun gedachten dat ze meer met hun onderlinge pikorde bezig zijn dan met wie er op de troon zit. Het zijn twee gescheiden werelden. Wel maken sommigen zich zorgen dat zo’n jonge jongen snel door de paardenvolkeren zal worden getest. Er zijn al weddenschappen over hoe lang het zal duren voordat Risha wordt omgelegd.
De volgende ochtend. Imhotep geniet van het weer levend zijn. Hij vertelt dat hij de andere onsterfelijken maar laf vindt, dat ze zijn vertrokken. Maar hij wil wel graag weer eens met ze praten. “En hoe is het met de Siderials?” Chang vertelt dat Chappie de “juice” plannen inmiddels heeft uitgevoerd en dat de Siderials en de Lunars op de nominatie staan. Imhotep biedt zijn excuses aan en legt uit dat het indertijd een goede oplossing leek. Chang zegt: “We hebben je biocomputer nodig.” “Wat weet je daarvan” “Niks, Chappie zei het.” Chang vertelt over de Lost Boys, het snelheidsprobleem, het crisisberaad en de Abyssals.
Imhotep vind het een goed plan om ze in de poolnaald op te sluiten. De kortzichtigheid van de Abyssals is volgens hem ook een probleem. Hij zegt dat hij denkt dat Chappie zich vergist. “Destijds, rond Expulsion, heb ik een plantensoort genetisch gemodificeerd om alle informatie over de oude wereld op te slaan in het ‘junk-DNA’. De planten zouden zichzelf aan kunnen passen aan de veranderende omstandigheden, als een soort biocomputer. Maar het project was bedoeld als levende database met zelflerend vermogen. Niet als probleemoplosser.”

We vertellen kort wat er zoal volgens ons aan de hand is. mogen volgens Imhotep aannemen dat de Lost Boys al op de plek aangekomen zijn, maar dat ze de Abyssals nog niet hebben aangepakt. Voor het snelheidsprobleem heeft hij vooralsnog geen oplossing. Het aanmeer-project van de twee werelden interesseert hem zeer. Het is vergelijkbaar met wat hij rondom Expulsion in gedachten had. “er is een plek waar enorm veel zonium te vinden is,” zegt hij, “de Tempest zit er helemaal vol mee! En Igrot kan het waarschijnlijk helemaal niet schelen of dat aanmeren wel of niet lukt. Hij is zich al aan het voortplanten. Zijn missie is geslaagd. De vernietiging van de werelden is voor Igrot geen doel, maar collateral damage.” Hij weet niet hoe we genoeg zonium kunnen verzamelen, maar op Aarde hebben we genoeg tijd om dat probleem te bestuderen.
Tussen ontbijt en lunch gaan we met de colorcopter naar het eiland van de CHiggs. Daar maakt Chang een zonium pak voor Imhotep. Chang is daar goed in. Imhotep vraagt nog: “Chappie is dus niet het mainframe van de wereld?” “Nee,” zegt Risha, “hij is braaf zijn programmering blijven volgen. het juicen bleef zijn eerste prioriteit. Daar heeft hij de Virtual reality voor gemaakt en de manier om mensen in VR te brengen ontwikkeld, etcetera.”
Na de lunch bezoeken we de Noordelijke Alliantie. We gaan langs bij Celeste van Vixen. Ze is verrast en blij om ons te zien. Shintas is welkom bij de Alliantie. De meeste ambassadeurs zaten in Bronwë en zijn verdwenen in het Gat. Risha en Chang denken dat ze in de bubbel nu wel van ouderdom overleden zullen zijn door het tijdsverschil met de Aarde. Bakram van Silver, Kofkof van Abysquai, Bambi van Sesklo en Platto en Eensteen van Targon zijn wel nog op Tanais. Ze vertelt dat de draak enorm heeft huisgehouden in Sesklo. “Er wordt nog steeds tegen het beest gevochten. Bambi is daar ook. En Waldheim is ook niet meer wat het is geweest. De spullen van die reptielen zijn verdacht. Die enge tovenaars van jullie zijn de reden dat we de restanten van Soul nog niet hebben ingepikt. Maar nu jij er weer bent, is dat maar goed ook. En Euboia is nog steeds gecorrumpeerd door Eenoog. De zonen van Chantal hebben daar de macht gekregen. Maar wie is de demon achter de demonen?” We zijn het met haar eens dat het belangrijk is om goed in beeld te krijgen wie de vijand is. Na dit gesprek gaan we terug naar Shintas, waar we het avondeten nuttigen alsof er niks aan de hand is en dan vroeg naar bed gaan.
Morgen gaan we naar de Aarde.

4xp

Tanais 114

Tanais 114 – 16-02-2017
Terug naar Jacuphus om de dode Lost Boys af te geven. Die lijkt een beetje geïrriteerd dat zijn kleine broertje nog leeft. De grootvizier kijkt neutraal. Met [Mind] ziet Claude dat die er over denkt om Risha een kopje kleiner te laten maken als hij blijft terugkeren. In Jacufus’ gedachten leest hij plannen om het zusje ver weg uit te huwelijken. Risha zegt dat we nog wat losse eindjes moeten opruimen en we nemen weer afscheid.
Met de colorcopter gaan we naar de rand van het steampunk eilanduniversum. Via kroeg en doolhof et cetera komen we in de Valhalla zaal. Op wat vosmannen en ravenvrouwen na is het daar leeg. Chappie vraagt: “Heb je nog de groeten aan Imhotep gedaan?” Claude antwoordt; “Die had het druk. Chappie zegt: “Imhotep zou het nooit te druk hebben om naar mij te komen. Ik geloof je niet. De volgende keer nemen jullie hem mee.” Chang zegt: “De kans is groot dat de Lost Boys Imhotep ook juicen als ze hem vinden. Ze zijn te snel voor ons.” Dit Ωet Chappie aan het denken. “Zij zijn puur zonium, daarom hebben ze geen vertraging. Ik heb ze zo gemaakt dat ze langzaam leeglopen. De enige behoefte die ze nog hebben is zonium. Ik kan geen oplossing voor jullie probleem berekenen. Ik ben maar mechanisch. Hier hebben jullie de biocomputer van Imhotep voor nodig.”
Chang vraagt of Chappie een scanner kan maken waarmee de zoniumlichamen en de pantsers van de Lost Boys kunnen worden gedetecteerd. Dat is geen probleem. Morgen is die af.
Risha stelt voor om de Lost Boys naar de Witte Stad te lokken, dan kunnen ze daar de Abssals opeten. Maar dat gaat volgens Chang niet lukken, de Lost Boys kunnen de Witte Stad niet in. Claude stelt voor om ze met pure zonium te lokken en dan in een zwarte poel te laten verdwijnen. Risha zegt: “We kunnnen ze ook de poolnaald inlokken en dan opsluiten. Die is bedoeld om onsterfelijken vast te houden. En dan kunnen ze daar langzaam leeglopen.”

De volgende dag heeft Chappie e scanner voor ons. Het is een kaart van Tanais waarop concentraties zonium te zien zijn. Onze mijn is duidelijk aanwezig en er is een grote zoniumconcentratie bij de grens tussen Dao en Zhao. Daar zitten 200 Abyssals, die hebben de memo niet gekregen dat de vergadering verplaatst is, en de githyanki die zichzelf hebben uitgenodigd. Er zijn er 2 of 3 die fors meer persoonlijke Essence/zonium hebben dan de rest. Verder zien we een hele hoop speldenprikjes over de wereld verspreid.
Gwan merkt op dat de Lost Boys gamers zijn. Ze kunnen met een spel naar de poolnaald worden gelokt. Als ze de Abyssals en de githyanki hebben gejuiced, kunnen wij een Eindbaas laten verschijnen. Het spel GTA gaat over chicks, wapens en drugs, Zo’n eindaas zou bijvoorbeeld El Chappas kunnen zijn, de grote drugsbaron. Risha kan daar in de bergen met Sorcery een stukje ‘ongeformatteerde spelwereld’ maken met een aanwijzing dat El Chappas in de poolnaald zit.
Chappie vindt het niet ethisch om nog iemand naar Tanais te sturen. Dat hoeft ook niet. Risha kan [met de spreuk Raising the Earth’s Bones] een spelwereld-gletscher met strandhut toveren, waar we een dode dealer kunnen achterlaten, met wat joints met een drupje zonium als beloning en aanwijzingen dat het meisje van de dealer door El Chappas is gekidnapt en meegenomen naar diens hoofdkwartier in de Poolnaald. De grootvizier kan wel dienst doen als dode dealer.

Terug naar Tanais. De Hoogzetel van Soul. Imhotep is nog steeds als zombie zwarte smurrie aan het oogsten. “Op dit moment kunnen alleen de goden zijn ziel terugplaatsen,” zegt de necromancer. Hij adviseert Claude om toch maar weer in genade te komen bij Souls Pashupati brahmanen in Shintas. We mogen de zombie meenemen. Met [Correspondence en Mind] gaat Claude op zoek naar de vroegere minister van financiën. Hij ziet dat er een conclaaf van 400 brahmanen plaatsvindt in de berg waar ze Mahakrishna wilden offeren. Gwan maakt een Gate naar de eetzaal aldaar. Als we er doorheen stappen ontstaat er een beetje paniek. Claude gaat voor de uitgang staan. Een dappere jonge brahmaan spreekt hem aan: “Baas, u bent terug! U bent net zo angstaanjagend als onze god.” Claude beloont hem voor zijn moed en geeft hem een veldpromotie tot zijn rechterhand.
Als de gemoederen bedaard zijn, kunnen we vragen stellen. De brahmaan vertelt: “Soul is in elkaar gestort en de voorouders hebben ons een taak gegeven. De voorvaderen van koning Risha zijn uit de Barrows gered door hun vrouwen en we zijn nu bezig een leger van hen te maken voor de Eindstrijd. Het offer zou de Portaal hebben geopend waardoorheen de voorouders konden stappen om lichamen van pas-gesneuvelden te betreden. Maar ja, dat hebt u verhinderd. Een andere Shintasta koning moet nu geofferd worden.” Ze kijken even naar Risha. “Het meest simpele zou zijn om de poort te openen met het offer van Jacuphus En dan kunnen de voorvaderen terugkeren voor de Eindstrijd.”
Claude is van mening dat de meeste brahmanen ook weer aan de eredienst voor de goden moeten beginnen. Een kleine groep kan hier blijven voor het offer. “Maar meneer, de brahmanen van hier kijken op ons neer en …” Het eind van het liedje is dat een deel van de brahmanen terug gaat naar Soul om de eredienst aan de goden weer op te starten en een kleiner deel blijft hier om de voorouders te eren. Claude zegt: “Ik zorg dat Jacuphus in jullie handen komt!” De mannen scanderen: “Geef ons Jacuphus!” Er blijven er 30 hier voor het leger voorouders, de rest gaat terug naar Soul.

Chang zegt: “We kunnen de ziel van Imhotep in een nieuw lichaam krijgen met het brahmanen ritueel. Hij is de oudste, de eerste van alle voorouders.” Goed idee. Het is nu drie uur ’s middags, zonsondergang is om half zeven. De brahmanen komen met een jongetje van negen die net is overleden. Met [Correspondence] maat Gwan een portaal naar Jacuphus’ slaapkamer. De koning ligt daar net me een deerne. We grijpen hem in zijn nek. “Kom jij eens mee, broer!” zegt Risha. We stappen weer terug naar de richel die net door de ondergaande zon wordt beschenen. Claude voert het offerritueel uit. “Waarom?” vraagt Jacuphus. “Het was jij of ik,” zegt Risha.
Het ritueel is geen groot succes, maar het volstaat. Jacuphus lichaam verbrandt tot er niets over is dan een schacht geel licht. De poort naar het Westelijke dodenrijk gaat open. Een nieuwe draad ontstaat tussen de twee werelden [Color: Geel]. Een lange stoet heldhaftige koningen uit het verleden knikken goedkeurend. De brahmanen juichen: “Dood en wedergeboorte!” Dit is wel goed voor Claude’s aanzien. Als eerste stapt Imhotep door de poort. Het dode jongetje komt weer tot leven en de zombie van Imhotep valt dood op de grond. “Ik herinner me iets van zwart slijm scheppen, en de poolnaald.” zegt hij. De brahmanen scanderen: “Lang leve Pashupati!” terwijl de stoet dode koningen door de poort loopt. De rij wordt gesloten door Mahakrishna.

4xp

Plannen voor volgende keer:
– Risha gaat de troon opeisen en daarna zichzelf officieel bekend maken aan de Noordelijke Alliantie
– Overleggen met Imhotep en dan naar Aarde voor de hereniging met Chappie
– Claude wil naar Daguerre
– De legers van Soul, Shintas, de Noordelijke Alliantie etc. activeren
– Op de grens van Dao en Jhao moet Risha de gletsher met skihut maken.

Call of Cthulhu 7

Tabby laat het onttoverde manuscript van William Booth weer terugbezorgen bij de uitgever. Zowel Tarjinder als Tabby hebben last van magische neigingen en om deze weg te nemen is Percy best bereid te experimenteren met electroshocks. Tabby weigert echter. Tevens wil Percy de ghouls aanvallen door brandende olie in de gang te laten lopen. Een van de problemen hierbij is dat de gang kilometers lang is en er dus niets is wat hen tegen houdt om de andere kant op te lopen. beter is het om eerst eens de gang te verkennen. Ook word er besproken om reverend Simmons in de gaten te houden.

Men besluit om eerst de gang te verkennen vanaf de opening op het kerkhof. Deze keer nemen ze een betere uitrusting mee. Onderweg naar het kerkhof proberen ze uit of Tabby daadwerkelijk door de opium genezen is van haar moorddadige neigingen. De koets van Percy rijdt door Hyde Park en op een gegeven moment staat er een Heilsoldaat te collecteren. Percy mindert vaart opdat Tabby de man goed kan bekijken. In eerste instantie gebeurt er niets, maar dan springt ze op en wil door de deur naar buiten. Gelukkig heeft Dave de deur afgesloten, waardoor ze haar binnen kunnen houden. Met enige moeite kan Tabby zichzelf weer onder bedwang krijgen, met name ook doordat Percy de koets snel doet vertrekken van deze plek. Percy realiseert zich dat opium weliswaar goed helpt tegen geestesziekten, maar er is hier sprake van een magisch commando. Wellicht helpt hypnose om deze compulsie weg te nemen? De groep vervolgt zijn weg naar het Old St. Pancras kerkhof. De zaken die zij mee hebben genomen voor deze expeditie zijn onder andere lampen, de archeologische uitrusting van Penny, een brandbare vloeistof en lappen. Tabby heeft ook een picknickmand bij zich met daar in proviand. Dit is meteen ook een goede dekmantel.

Als eerste worden de aanwezige graven aan een onderzoek onderworpen. Al snel is duidelijk dat er hier geen familie van Simmons begraven ligt. Tevens blijken de graven te oud te zijn voor een bekende van Simmons. Hij is daarvoor te laat uit Ierland gearriveerd met zijn ouders. Dit kan dus niet de reden zijn van zijn bezoek aan dit kerkhof. Daarna kijkt de groep in de tombe waar de gang eindigt. Er zijn in dit mausoleum 2 families begraven, waarvan er eentje Blackpool heet. Aan de kant van deze familie is het gat. Het valt Percy op dat er rond het gat resten zijn van een cirkel. Hij herkent dit als een summoning circle. Nader onderzoek maakt uit dat het gat van onderen af is gemaakt. Percy bedenkt op dat moment dat het waarschijnlijk wel nuttig gaat zijn om heilige zaken als bescherming bij hen te hebben. Aldus besluit men de kapel van het kerkhof met een bezoek te vereren. De deur van de kapel zit op slot en Dave probeert het slot te forceren, hetgeen hem niet lukt. Percy loopt om het gebouw heen en ontdekt dat de zijdeur openstaat. In de kapel hangt een muffe geur en wat ze aantreffen is aan het vervallen. Zaken als hosties en bijbels en dergelijke vinden ze hier niet. Dit is tezamen met het zilverwerk meegenomen toen besloten werd dit kerkhof niet meer te gebruiken. Wel staat er op het altaar nog een klein kruisbeeld. Penny besluit dit mee te nemen. Men kijkt verder en ontdekt sporen van iemand die hier voor hen is geweest. Zo zijn de scharnieren van het zijdeurtje onlangs gesmeerd en er zijn sporen zichtbaar van iemand die hier ook heeft lopen zoeken, maar net als de groep niets gevonden heeft. Achter het altaar is een glas in lood raam en hierin ziet men het wapenschild van de familie Blackpool. Deze familie heeft dus meebetaald aan dit kerkhof. Dave onderzoekt nog de vloer van de kapel, maar vind hier geen graven of gangen. Men bespreekt verder hoe ze de gang willen gaan verkennen. Penny stelt voor om dit als vleermuis te doen. Echter, die spreuk werkt pas bij zonsondergang en Percy is er voor om nu al een kijkje in de gang nemen. Uiteindelijk dalen Penny en Dave af in de gang. De muren van de gang vertonen klauwsporen, maar af en toe zijn de muren ook versterkt. Penny is erg nerveus, maar sluipt toch stilletjes een eindje verder. Dave gaat achter haar aan, maar doet dit aanmerkelijk minder stil. Ze vinden het zijgangetje naar het ingestorte graf. De hoofdgang lijkt iets te dalen. Het is doodstil in de gang en ze realiseren zich ook dat ze een aantal kilometer verwijdert zijn van de plek waar Tarjinder de vorige keer de ghouls hoorde. Penny zoekt hier naar sporen op de grond, want hier zijn zij en Tarjinder niet geweest. De laatste sporen die zij vinden zijn twee weken tot hooguit een maand oud. De tunnel zelf is echter ouder dan dat. Deze lijkt net zo oud te zijn als de tombe waarin het gat is. Ze keren terug naar de anderen en vertellen over hun ontdekkingen. In de tussentijd heeft Percy gekeken welk geslacht er verder in dit mausoleum begraven ligt. Dit blijkt de familie Guderian te zijn.

De groep besluit om de zonsondergang af te wachten. Als Penny dan als vleermuis de gang verkent, houdt de rest de wacht. Ze besluiten om het leeggeplunderde mausoleum te gebruiken als basis, want dit heeft geen ramen. Percy besluit tijdens het wachten op de zonsondergang de skeletten van de familie Blackpool te onderzoeken. Deze zijn normaal, op die van één vrouw na. Dit skelet heeft puntig gevijlde tanden. Deze vrouw is van geboorte een Blackpool, maar haar voornaam is weg gebeiteld. Dave bekijkt dit skelet ook en ziet dat er waarschijnlijk een dolk of een zwaard door haar hart is gestoken. Het skelet stamt van eind 18e eeuw en men noteert de data voor verder onderzoek.

Als dan eindelijk de zon onder gaat, trekt Penny zich terug om de spreuk te doen. Dit lukt, maar het is een vreemde gewaarwording. Na een korte tijd om te wennen aan haar nieuwe lichaam, verdwijnt Penny de gang in. Percy checkt eerst nog of ze hem verstaat en het lijkt daar wel op. Het vliegen gaat prima, maar ze hapt ook automatisch een insect naar binnen. Na een tijdje door de gang te hebben gefladderd, detecteert zij wezens voor zich. Ze houdt in en let goed op. De geur hier is voor een vleermuis niet onaangenaam, maar als mens heb je er waarschijnlijk meer moeite mee. Het klinkt alsof er een feestje is. Voorzichtig nadert Penny en ze detecteert dat de wezens druk bezig zijn met elkaar. Ze ziet het niet, maar haar menselijke kennis interpreteert het gebeuren als de verkrachting van iemand. Deze gestalte wijkt af van de anderen en maakt geluiden van pijn, maar verzet zich niet. Waarschijnlijk is het een vrouw en is dit niet de eerste keer. Er zijn hier ook zijgangen, die ze voorzichtig verkent. Tijdens haar verkenning komt ze iets raars tegen: zo loopt er een van de wezens en plotsklaps is het er niet meer. Sommige zijgangen lopen omhoog en één van deze gangen eindigt bij een verse muur. In het complex van gangen vermoed Penny de aanwezigheid van tussen de 10 en de 20 wezens. Soms sleuren de wezens iets met zich mee, wat in sommige gevallen nog beweegt. Zo’n “paar” verdwijnt ook op hetzelfde punt. Penny maakt mentaal een kaart en besluit om dezelfde route bovengronds te vliegen. Zo ontdekt ze dat op dezelfde afstand Soho ligt. Uitgebreid verkennen gaat echter niet meer, want ze moet voor zonsopkomst weer terug zijn. Eenmaal weer aangekleed vertelt Penny wat ze heeft ontdekt.

Percy en Dave vertrekken om naar hun werk te gaan. Penny en Tabby brengen de ochtend slapend door en gaan, na zich te hebben opgefrist, naar het stadsarchief. De familie Blackpool had onroerend goed in Londen, maar is begin 19e eeuw naar Cornwall vertrokken. Hier bezaten ze enige kopermijnen. De huidige lord Blackpool neemt zitting in het Hogerhuis en heeft ook banden met de gold king. Hun Londense residentie bevond zich dicht in de buurt van de koninklijke residentie. Na enig zoeken ontdekt Tabby dat er eind 18e eeuw een affaire is geweest die de familie uit het centrum van de macht verdreef. Hier is niet veel verder over te vinden, wat veel weg heeft van een cover-up. In de stamboom is weinig terug te vinden over de vrouwelijke telgen, maar er zijn wel banden met de familie Guderian. De Engelse tak van deze familie is ondertussen uitgestorven en is waarschijnlijk met het Huis van Hannover overgekomen uit Duitsland. De Guderians zijn in het Duitse Rijk nog wel invloedrijk. Op grond van deze vondsten wil Tabby graag naar een krantenarchief om het overlijdensbericht van de vrouw met de gevijlde tanden te zoeken en vandaar verder terug in de tijd te gaan kijken. Helaas is het hier al te laat voor.

Ondertussen kijkt Dave in de haven naar tijdstippen waarop schepen van de wilde vaart binnen gaan komen. Over 2 dagen wordt er eentje verwacht. Toevallig is dit een schip van de South Star Shipping Company.

Als men weer bijeen is stelt Tabby voor om op zoek te gaan naar een professor die veel weet over oude schandalen van de adel, maar Percy en Dave grijpen in. Het is zaterdagavond en mensen willen daar graag ongestoord van genieten. Er wordt besloten o0m met zijn allen, inclusief Tarjinder, in de koets met gesloten luiken naar Chinatown te gaan. Ze gaan op zoek naar een goed aangeschreven wonderdokter. Deze kan niets beloven, maar zal zijn best doen om de moordzuchtige neiging weg te nemen. Hij gaat bij Tabby en Tarjinder aan het werk met stenen, naalden en wierook en een hoop geprevel. Tegen 1 uur ’s nachts is hij klaar met hen. Hij denkt dat het nu wel verholpen is. Dave en Percy willen intussen opium roken. Dat kan niet bij de wonderdokter en dus doen ze dat in de koets. Penny gaat in de tussentijd op zoek naar cocaïne, want dat is volgens dr. Freud goed voor je geestelijke gezondheid.

Tanais 113

Tanais 113 – 02-02-2017

Dag 3 iii R5
We zitten in een kampementje aan de voet van de berg. Over drie weken is de grote conferentie van alle Immortals. De Lost Boys zouden hier drie weken geleden voor het laatst zijn gezien. Dat is voor hun 20 jaar! Dus de strandhut nabouwen is niet zo’n goed idee. Die gasten zijn daar allang niet meer.
Claude herkent de dode brahmaan opeens: het is er eentje uit Soul waar hij een streek mee had uitgehaald. We gaan naar de hoofdbrahmaan van Pashupati. Het is een eind lopen, maar om 3 uur ’s middags zijn we bij de ‘tempel’, een naargeestig bos waar lijken aan de bomen hangen. Alleen Claude mag naar binnen. De hoofdbrahmaan zit te mediteren. Claude klimt in de taxusboom waar hij onder zit en hangt er de dode brahmaan in. Daardoor komt de man uit zijn trance.
“Jij komt ook uit Soul, hè? En je vindt het nodig om andere brahmanen uit Soul aan te pakken? Wel een goede zet van je.” De lokale Pashupati manifesteert zich. Claude vraagt of de godheid wat weet van de bende. Pashupati kijkt quasi-geïnteresseerd, alsof een kind hem kindertekeningen laat zien. Claude: “Zijn er onlangs nog Immortals uit incarnatie gegaan?” “Ja. In de Zuidwestelijke bergen is drie dagen geleden een nest Lunars uitgemoord. En hun zielen zijn er ook niet meer.” “En weet je waar de bende zit?” “Ik zie snelle, vreemde wezens. Onnatuurlijke creaturen. Ze zitten op veel plekken. Succes met jullie drijfjacht!” De godheid gaat verder: “Ik had toch verwacht dat je meer respect zou hebben voor je eigen brahmanen.” “Ja. Ik had ze ook allemaal kunnen uitmoorden!” Claude probeert zich er uit te lullen, maar Pashupati vindt dat je een goede reden moet hebben om zijn brahmanen uit te moorden. “Je wéét niet eens wat je eigen priesters uitspoken. Je bent een blufkikker en je weet niet wat er gebeurt is. Je was er niet om ze te helpen toen ze je nodig hadden. Jouw taak is om te zorgen dat mijn wil geschiedt en dat mijn brahmanen die kunnen uitvoeren. Nu opdonderen en niet terugkomen totdat je orde op zaken hebt gesteld! En laat dat duidelijk en zichtbaar zijn!”
Claude gaat terug naar de party en vertelt een iets aangepaste versie van wat de godheid hem verteld heeft. Als we horen dat de Lost Boys overal kunnen zitten, willen we een apparaat maken waarmee er een krachtveld om ons heen komt als er tijd-anomaliën in de buurt zijn. Maar dat lukt niet (Botch!).
Dan gaat Risha via een geheime gang met de as van Mahakrishna naar zijn zus. Die is niet blij met de laatste ontwikkelingen. De dode koning moet in het graf worden bijgezet. Ze zoekt een mooie vaas die als urn kan dienen en zegt dat Risha via de hoofdpoort naar Jacufus moet om de as aan te bieden. Zo gezegd, zo gedaan. We gaan ditmaal met z’n allen naar de troonzaal. Jacufus kijkt een beetje beduusd als Risha zijn verhaal doet. De grootvizier zegt dat er een wassen pop gemaakt moet worden als omhulsel voor de urn, om het volk te neppen. En daarna zegt de nieuwe koning: “Broertje, ik wil dat je naar het Zuiden gaat om die bandieten aan te pakken.”
Chang probeert met [Mind] in de gedachten van de grootvizier te kijken, maar dat lukt niet (Botch). Risha accepteert de opdracht. Dat kan ook eigenlijk niet anders als hij met veel getuigen een opdracht krijgt van de rechtmatige vorst. Dan gaan we naar bed.

4 iii R2
Met strijdwagens en een fanfare gaan we naar het Zuiden. Claude heeft de wagens van tevoren in de loop van de ochtend verstevigd en verbeterd. In het kamp van de Siddhu’s vinden we leeggezogen lijken. Sommige zijn tot stof vergaan, andere zijn een lege huls met zuigplekken op armen, hoofd en benen. Risha ziet dat het een mensenbeet is, maar met bijgevijlde tanden. Gwan kijkt terug in de tijd. Hij kan de tijd ook voldoende vertragen om te zien hoe een siddhu door vijf Lost Boys vastgegrepen werd en is leeggezogen. Het proces draagt de resonantie van Chappie’s techniek om Immortals te ‘juicen’. We vinden dagboeken in hun hutjes. Daaruit blijkt dat het bestaan van een celibataire asceet wordt beheerst door gedachten aan seks, veel blowen, door het bos dwalen en in het vuur staren in de hoop op betekenisvolle visioenen. Ze lijken door hun oefeningen veel zielenessentie te hebben gehad, dat wil zeggen, meer zonium dan normale mensen, maar lang niet zo veel als de Exalted. De Lost Boys zijn verder getrokken. Verderop vinden we de restanten van de veldslag. Iedereen is tegelijk afgemaakt met knotsen en messen. Gwan ziet dat de Lost Boys een GTA-achtige buitenkant hebben. Maar hun kleding en pantser is op een onzichtbaar lichaam gestolde Tanais antimaterie. De wapens zijn ook van gestolde antimaterie, maar die kunnen ze wel loslaten. Het is bedtijd. De mensen met [Time] houden wacht, maar er gebeurt gelukkig niets.

5 iii R5
Claude roept Pashupati aan. “Waar zitten de Lost Boys?” “Ik ben de god van de dood. Waar de levenden zitten interesseert me niet. Ergens in het Zuiden, in Haran, zijn Lost Boys dood gegaan van uitputting. Dit was de laatste keer dat ik je antwoord geef. Zorg er eerst maar voor dat jij je taken als hoofdbrahmaan uitvoert voordat je me weer lastig valt.”
We gaan terug en vliegen met de Magic Bus naar Haran.

6 iii R5
Haran is een steppe die we herkennen als de plak waar de Lost Boys aankwamen. Vrij hoog op de Zuidelijke hellingen van de bergketen is de plek waar het allemaal is begonnen. Met [Time en Correspondence] vinden we twee plekken waar een hutje staat met een tijdsanomalie. Met [Color] zien we het nagloeien van de plek waar vroeger het dimensieportaal was. Terwijl we kijken verdwijnt een van de hutten. Bij de andere gaan we voor onszelf de tijd vertragen. Maar dan nog verdwijnt ook dit hutje, we komen magie tekort om dit enorme tijdsverschil te overbruggen. Dan gaan we maar op zoek naar dode Lost Boys. We vinden er eentje, vervaagd onder een doornstruik. Hij is langzaam leeggelopen, zijn eigen zonium, of Juice was op. Misschien dat, als we er weer nieuwe zonium in stoppen, hij weer tot leven komt? Maar we willen het experiment niet aangaan. Deze was een van de pioniers. Hij wist nog niet hoe hij aan zonium / juice kon komen en is verhongerd. Risha onderzoekt waar zijn omhulsel van gemaakt is. Het is een mengsel van plastic en roestvrij staal, Tanaïs antimaterie. Uiteindelijk vinden we er drie. Risha neemt ze mee om aan zijn broer te bewijzen dat we de bende hebben uitgeschakeld.
Met [Spirit Detecting Glance] zie je een dode spirit. De Juice is op, maar ze zijn niet zelf ge-‘juiced’. Met [Time en Mind] voelen we de gedachte: “Shit! Ik moet wel van die gekke lui vinden en leegzuigen. Anders ga ik er zelf aan!” Dus … als alle Exalts op zijn, gaan de Lost Boys vanzelf dood. Geen goed ding. Er is wat tijd over vandaag. We vliegen naar het uitgemoorde Lunar nest. Dit is een plek waar de Weird heel krachtig is. Sprookjes zijn hier werkelijkheid. We vinden een lieflijke boerderij met een Findhorn-achtige sfeer. Er staan enorme kolen op het veld. Het vee loopt een beetje verweesd over het land. Uit wat we hier vinden krijgen we de indruk da het een stelletje pacifisten was, dat zich had afgezonderd van iedereen en alles. We vinden de leeggezogen lijken van de lunars. Het zijn redelijk intacte mummies. Het paadje naar de bergtop, de lieflijke boerderij en de cottage zijn allemaal kort en klein geslagen. Tussen de paperassen vinden we een uitnodiging om naar de grote convocatie te komen, met de lokatie. Dus de Lost Boys weten waar ze moeten zijn. Risha volgt het paadje en komt bij een hoogzetel. Die is ernstig verwaarloosd en moet gerepareerd worden. Momenteel staat hij op Weird, maar het is vergane glorie. De lokale lunars hebben hem blijkbaar al heel lang niet meer gebruikt.
Claude herinnert zich dat we een kristallen bol hebben gekregen van de Siderials. We activeren het ding en krijgen meteen antwoord. “Ja, de vergadering is verplaatst. Raar, dat jullie dat nog niet wisten. Mount Paradise!. En die papieren uitnodiging die je hebt gevonden is het lokaas.
Risha stelt voor om naar de andere wereld te gaan om aan Chappie te vragen ho we de Lost Boys kunnen neutraliseren.

4xp

Call of Cthulhu 6

Gevonden toverspreuken:

Bat Form: 12 mp, 1d8 san
Mist of Releh: 2 mp
Deflect Harm: 1mp, 1 san
Hand of Colubra: 12 mp, 1d10 san, toeschouwer san-check + 1d6 san
Soul Singing: 8 mp, 1d4 san

Diverse personen hebben belangstelling voor de spreuken die Tarjinder gevonden heeft. Tarjinder leert de Mist of Releh op te roepen, Dave de Deflect Harm, Percy gaat voor de Soul Singing en Penny neemt tenslotte de Bat Form voor haar rekening. Tabby gelooft niet in magie en heeft hier dus ook geen belangstelling voor.

Dave en Percy liggen nog in het ziekenhuis. Tarjinder en Tabby slapen bij en houden ’s nachts de wacht bij het opvanghuis. Penny verblijft ondertussen bij de thaise vrouwen om hen zo te kunnen bewaken. De volgende dag zou Dave zijn afspraak hebben met George Lusk. Ze gaan eerst langs bij Dave in het ziekenhuis om over deze afspraak te overleggen. Tarjinder brengt dan ook de gevonden spreuken onder de aandacht en Dave en Percy maken van hun tijd in het hospitaal gebruik om hun spreuken te bestuderen. Als de dames en Percy ’s middags hun opwachting maken bij de pub die George Lusk als hoofdkwartier gebruikt, worden ze in eerste instantie met wantrouwen bekeken. Echter, een paar mannen herinneren zich Tarjinder van de ondergrondse expeditie en dit maakt het contact wat beter. Ze vragen of Lusk mee wil naar het ziekenhuis, omdat hij een afspraak heeft met Dave. Lusk wil wel mee. In het ziekenhuis wordt hij wantrouwig aangekeken door zowel de portiers als de artsen, maar hij mag wel binnen. Ten eerste wil Lusk weten wat voor wezens het waren die hij 2 dagen terug heeft gezien. Volgens Percy en Dave zijn het onheilige creaturen die ook wel ghouls genoemd worden. De groep vertelt aan Lusk dat zij het idee hebben dat de ghouls voor iemand werken. En die iemand is rijk genoeg om vrouwen uit Siam te laten komen. Ook vertellen ze van de zwarte koets. Lusk vertelt dat er 2 jaar geleden, tijdens de moorden van Jack the Ripper, er ook een keer sprake was van een zwarte koets. Lusk beloofd om de bewaking van het huis waar de vrouwen zich bevinden voor zijn rekening te nemen en de keldermuur te laten herstellen.

Dave en Percy gaan vervolgens hun spreuken leren. De anderen gaan bovengronds kijken of zij de loop van de ondergrondse gang kunnen vinden. Percy wil voor deze zoektocht zijn koets niet uitlenen, dus het gezelschap zal te voet moeten gaan. Na een tijd lopen eindigt men op een begraafplaats, maar hier is niets te vinden. De begraafplaats, Paddington, blijkt te nieuw te zijn. Na informatie te hebben ingewonnen bij een voorbijganger, zet men koers naar de begraafplaats Old St. Pancras. Dit is een veel ouder kerkhof, dat wel in de buurt ligt. Het is een oud en vervallen kerkhof, waarvan de atmosfeer Tabby wel weet te inspireren. Ze lopen zoekend rond en Penny vindt een pootafdruk die erg lijkt op die van een ghoul. Men zoekt, maar vindt in eerste instantie niets. Tarjinder oriënteert zich dan naar waar het tehuis is. Penny loopt verder zoekend rond en zakt opeens tot haar borst weg in een graf. Het graf blijkt van onderuit uitgegraven te zijn. Men krijgt de indruk dat er vanuit de hoofdgang een zijgang gegraven is om dit graf te ontdoen van eetbare bestanddelen. Tabby kijkt de gang in en wordt hierbij bijgelicht door Penny die het zonlicht met een spiegeltje het graf in schijnt. Het is een oud graf en het lichaam dat hier lag is al vergaan, maar de botten vertonen knaagsporen en sommige lijken te missen. De gang is oud en niet recent gebruikt. Hierna daalt Tarjinder af in het graf om te kijken of hij de hoofdgang kan vinden. Deze vindt hij 2 meter verder. Hij komt terug en Tabby dekt het gat af met een brok grafsteen. Ze oriënteren zich en kunnen een richting bepalen met behulp van de gang en het tehuis. Zij volgen de lijn verder en zien dat er een drietal mausolea min of meer op die lijn liggen. Bij het eerste mausoleum ziet Tabby sporen. Het hek lijkt op slot, maar de ketting zit los. Tabby maakt voorzichtig het hek een stukje open zodat men er door naar binnen kan. In het mausoleum is het te donker om de inscripties te kunnen lezen. Wel is te zien dat er in een hoek een heel gat zit, met een gang naar beneden. Het groepje gaat net zo stil als ze kwamen weer terug. De ander mausolea worden nog bekeken en het derde is geplunderd voor voedsel.

Hierna gaat men een buurtcafé in. Ze drinken wat en informeren of er twee dagen terug een zwarte koets is gezien. Niemand heeft die gezien. Tarjinder kijkt verder het café rond, immers een kastelein ziet niet alles. Hij vraagt of er iemand is die hier altijd zit. Hij wordt verwezen naar een oude man die bij een raam heeft plaatsgenomen. Deze heeft een aantal weken geleden een man van de kerk gezien. In ruil voor een refill herinnert hij zich ook het uiterlijk. Uit deze beschrijving herkent Tabby de reverend Patrick Simmons; de vriend van William Booth die in het bestuur van het vrouwenhuis zit.

Na deze ontdekking begeeft het groepje zich weer naar het ziekenhuis. Percy is nog steeds in slechte conditie, maar Dave geneest goed en mag naar huis. Ze gaan spullen regelen voor een expeditie, maar eerst wordt er gezocht naar een geschikte locatie waar de overblijvende gesmokkelde vrouwen tijdelijk kunnen verblijven. Tabby vindt een woning in een goedkoper gebouw bij haar in de buurt. Met de hulp van George Lusk lukt het om de vrouwen uit het vrouwen huis te halen en de dames naar de woning te verplaatsen. Het leren van de spreuken verloopt voorspoedig voor Percy, Dave en Penny. Aan het eind van de week is Percy ook goed genoeg genezen om uit het ziekenhuis ontslagen te worden. Dave gaat ondertussen langs in de haven bij de zwerver. Deze heeft geen koets gezien, maar wel een goed geklede man die zijn gelaatstrekken probeerde te verbergen met een hoed en zijn kraag. Hij had bakkebaarden en was, gezien de stevige pas die hij er in hield, in goede conditie.

Penny gaat in antiek- & curiosa winkels op zoek naar een maliënkolder en weet er een te vinden. Terug op zijn kamer ontdekt Dave dat Chang is verdwenen, tezamen met enkele voorwerpen van waarde. Percy besluit ook een borstkuras te kopen en Tarjinder weet een stevig vest van olifantenhuid op de kop te tikken. Tabby besluit om ook een pistool aan te schaffen. Later ontdekt Tabby dat er verbazend veel ketellappers e.d. bij haar huis en dat van de siamese dames verblijven. George Lusk houdt zich aan zijn woord.

Tabby krijgt te horen dat het manuscript van William Booth is teruggevonden. Het blijkt op een verkeerde plaats te zijn opgeborgen. Zij vertrouwt het niet en vraagt aan de uitgever of ze het mag inzien. De tekst lijkt te kloppen met wat ze ervan begrepen heeft van Booth en de journalist, maar ze het Leger des Heils komt erg onsympathiek over na het lezen van de tekst. ze vraagt of de anderen er ook naar willen kijken. Penny en Tarjinder vinden niets, maar Dave ontdekt magie in de tekst. Er zit een symbool in verwerkt dat terugkomt. Het effect hiervan is dat je een moordzuchtige drift over je heen krijgt als je iemand van het Leger des Heils op straat ziet. Dave gaat het manuscript aanpassen om het symbool weg te halen. Tabby heeft enige kennis van chemie en weet een bleekmiddel te fabriceren.

Ondertussen probeert Percy vriendschap te sluiten met de Siamese dames en ontdekt dat de taal leren verstandig is. Met handen en voeten werk weet hij hen duidelijk te maken dat hij de tatoeage weg wil proberen te halen. Ze werken hier graag aan mee. Hij begint met natekenen. Penny helpt hem hierbij, want zij kan redelijk tekenen. Na enkele pogingen weet ze het patroon zo aan te vullen dat er iets heel anders staat. Daarna gaan ze op zoek naar een tatoeërder om het patroon aan te passen. Bij 2 dames werkt het patroon niet meer goed en bij eentje is het twijfelachtig.

Tabby maakt zich zorgen: zij en Tarjinder staan onder invloed van de magie uit het manuscript en hebben nu moordzuchtige neigingen zodra ze iemand van het Leger des Heils ontmoeten. Ze durft momenteel haar huis niet meer uit. Percy komt aanzetten met opium. Hij zegt dat dit helpt en als de deskundige dit voorschrijft willen ze het best proberen. Maar werkt het ook tegen magie?