Tanais – 41

14-iv-R1 avond
De eerste gasten komen over een uurtje aan uit Selene en Vixen. Risha regelt een erewacht en het keukenpersoneel wordt op alert gezet. Chantal is er niet bij, zij is al de hele middag niet gezien. Twee mannen te paard arriveren met een klein gevolg. Ze zijn gemakkelijk uit elkaar te houden. De ene groep is lang en slank, de andere kort en gedrongen. Ze worden hartelijk begroet en stellen het op prijs dat de koning zelf op de drempel staat. De lange man stelt zich voor als Siram Couleur uit Selene en de korte is de dwerg Barkust Krambach uit Silver. Siram heeft zes zwaardvechters bij zich en Barkust heeft een gevolg van zes stevige mijnwerkers met bijlen.
Risha laat hen zich eerst op hun gemak opfrissen in de gastenverblijven, daarna is er een feestmaal en zijn er aftastende gesprekken. Siram wil weten wat onze mening is over de Noordelijke Liga, en als blijkt dat wij daar positief over zijn, worden we verwelkomd als toekomstig lid. Er worden ons gouden bergen in het vooruitzicht gesteld. Risha vraagt terloops naar lunars. Siram is eerst een beetje afwachtend, maar geeft dan toch wat informatie. Lunars wonen in de bossen en leiden een beetje schimmig bestaan, ze zijn meer sprookjes dan werkelijkheid. Chang neemt waar dat Siram er een beetje bang voor is, het is een taboe onderwerp.
Gwan begint over de handel. Barkust verontschuldigt zich voor de overlast van het eilandje voor de kust. Ze delven daar naar Bauchliet. Hij laat een zilvergeel glimmend metaal zien. “Het is heel kostbaar, als jullie daar meer van hebben ben je rijk. In het Zuiden maken ze er magische spullen van. Vooral in Geb.”
Chang vraagt hoe ze tegenover Eénoog staan. Selene heeft er geruchten over vernomen: “Een gevaarlijke knaap en hij is in rap tempo jullie handel aan het overnemen. Let op je handelsmonopolie. We drijven liever met jullie handel. Maar als jullie geen veilige haven en wegen kunnen garanderen, dan moeten we wel met Eenoog in zee gaan.” Wij waarschuwen Siram voor de duistere magie waarmee Eenoog nieuwe volgelingen maakt en Gwan vertelt hóe naar ze zijn. Siram en Barkust zijn onder de indruk. Ze beloven om ons bij te staan in de strijd. Siram zegt: “Zijn jullie je er van bewust dat de oude Hoogzetel door Eenoog wordt bezet?” Dat ligt gevoelig nu de Wyld weer weg is. Hij vertelt dat er in de bergen van Chetwood een uitkijkpunt is. “Het is van oudsher een belangrijk religieus centrum. De wereldlijke macht wordt door jullie te Bronwë gevestigd. Maar de geestelijke macht wordt al van lang vóór de komst van de Shintasta vanuit de Hoogzetel aangestuurd. Het is de hoogste plek op de berg, een uit de rots gehouwen troon. Heel heilig in de oude Soulfield traditie.”
De delegaties hebben een lange reis achter de rug en men wil vroeg naar bed. Wij ook. Als Gwan probeert in slaap te komen voelt hij iets zachts en warms in zijn nek. Hij grijpt er naar en een grote vleeermuis fladdert naar het plafond. Er zitten twee gaatjes in zijn nek. Het bloedt een beetje maar doet geen pijn. Hij rent naar de dokter. Die plakt er een pleistertje op en reageert vooral kalmerend: “Het is maar een beet van een beest.” Gwan is bang dat hij is vervloekt doordat hij een muntje van Eenoog in Sorceror’s Well heeft gegooid. “Dat moet je inderdaad niet doen.” Gwan besluit dat deze man hem niet kan (of wil) helpen en klopt aan bij de hoofdbrahmaan. Deze is een beetje verbaasd om midden in de nacht te worden gewekt. Maar hij erkent dat dit een belangrijk iemand is en doet alsof hij het niet erg vindt. “Er zijn twee dingen aan de hand: 1. U bent door een vleermuis gebeten en 2. U bent door Eenoog vervloekt. Die beet, die is niet ontstoken of zo, daar is niks mis mee. Tegen het tweede hebben we een reinigingsritueel. Een week lang de juiste gebeden en gezangen. Ik zie u morgenochtend om 7 uur in de meditatiezaal. ” Terug in de kamer hangt de vleermuis nog aan het plafond. Gwan jaagt hem het raam uit.

15-iv-R1
Jarin wekt Gwan in alle vroegte, beleefd en netjes op tijd. In de meditatiezaal mag Gwan op een speciale stoel gaan zitten terwijl de brahmanen cchanten en hem af en toe bewieroken. Het duurt drie uur.
Chang gaat intussen met een paar brahmanen, een aantal manschappen en een heleboel burgers Bronwë opkuisen.
Risha wil bij Chantal langs gaan, maar bij het vrouwenverblijf wordt hem verteld dat ze nog slaapt. Hij is bezorgd. Dan gaat hij verder gastheer spelen.
Claude gaat vandaag touw laten slaan. Een dik koord om de duikklok mee op te hijsen en neer te laten en een dunne lijn voor de signalen tussen bodem en oppervlakte. Verder doet hij wat finishing touches en hij vraagt of Daguerre voor twee weken proviand en water aan boord kan brengen. “Wil je mee op zeiltocht?” Het is -10 °C en windkracht 8, toch zegt ze ja.
Onderweg voelt Chang ritmische aardschokken. Er komt iets heel erg groots, zwaars en lomps deze kant op lopen. De mensen zijn bang. Hij stuurt iedereen terug en laat de koning waarschuwen. Bij Arjan’s Abode begint het ook te dreunen. Het passeert Bronwë en loopt naar het Zuiden. In AA is ook iedereen paraat. Risha zadelt zijn groene paard en rijdt er op af. Een kilometer of 10 verderop verderop ziet hij reuzen van ijs, van wel 50 meter hoog, die vrolijk lachend en springend naar het Zuiden gaan. Risha rijdt er achteraan, maar zijn paard kan ze niet bijhouden. Ze hebben plezier en zijn zeker niet uit op vernielingen, er is wel een kapotgetrapte boerderij maar die hadden ze gewoon niet gezien. Risha verstaat hun taal niet. Hij keert terug. De mensen uit Selene kennen dit soort reuzen wel. Ze zijn misschien op weg naar de bergen in Targon. Reuzen zijn intelligent, maar je moet ze gewoon hun gang laten gaan. Er is niet met ze te praten.
Na de ceremonie praat Gwan nog even met de brahmaan. Die denkt dat de kans op vampirisme klein is, maar Gwan moet niet meer aan de wond pulken.
Claude kiest intussen het ruime sop. Hij brengt de mensen in gereedheid, laat alles inladen en spant een paard voor de Katamaran. In zee hijst hi de zeilen. Ht is moeilijk varen vanwege de storm, maar met veel techniek en charms lukt het. Hij legt alles uit aan Daguerre. Vroeg in de avond leggen ze aan bij het derde eilandje. Er liggen mensenbotten op het strand. Claude onderzoekt de botten op het strand. Sommige liggen er al heel lang, sommige veel korter. Ze variëren van 400 tot 5 jaar oud. Ze besluiten toch maar op een zandbank aan te leggen en de avond wordt gezellig.

Risha gaat bij Chantal langs. Ze is aan het weven. “Wat kom je doen?” vraagt ze boos, “de winter is jouw seizoen. Ik hoef pas in de lente weer op te treden.” “We doen alsof we getrouwd zijn,” zegt hij voorzichtig, “maar dat zit me toch niet helemaal lekken. Ik wil eigenlijk ons huwelijk formeel maken…” Ze verslikt zich. “Dat ritueel met een dood paard en een deken? Daar heb ik echt geen zin in!” Ze vertelt dat Sandra en Florence haar er al op hebben voorbereid dat de brahmanen het gedoe met het paard al aan het voorbereiden zijn. Risha is helemaal verbaasd. Hem was hier niets over verteld. “Zijn er nog soulfield priesters?” vraagt hij. “Ja, maar met een Soulfield huwelijk maak je de brahmanen en alle shintasta tot vijanden en bovendien geef je er mij alle macht door.” Ze vertelt verder dat de Soulfield rituelen onder vrouwen nog heel populair zijn. En ze hint: “De geesten van de Soulfields wachten op hun koning. Je maakt de brahmanen heel blij als je een lege urn in Bronwë plaatst en je maakt de Soulfielders blij als je hun de as van hun koning geeft.” Risha belooft er aan te denken en hij gaat nadenken over hoe het huwelijk minder weerzinwekkend voor Chantal kan worden.

Gwan bereidt de aankomst van de volgende delegatie voor. Hij rijdt ze tegemoet en komt een man tegen met een gevolg van 10 kerels. Ze dragen het banier van Vixen. Hij begroet hen hartelijk. De man zegt: “Wat fijn, een voorhoede om ons welkom te heten. Ik ben MacArthur.” Hij vraagt of Gwan de vorige gezant van Vixen heeft gezien. Nee, Gwan was op rondreis toen zij aan het hof was. Als ze aankomen bij het paleis is MacArthur oplettend en neemt alles in zich op. Hij is blij verrast als hij er achter komt dat Gwan niet zomaar een dienaar van het hof was, maar de minister van handel.
Even later arriveert er een dikke, kleurig geklede, bazige vrouw met zes man in haar gevolg. Ze stelt zich voor als Bambi Chachetenie van Sesklo. Het klikt al snel tussen haar en Risha. Sesklo hoort niet bij de Noordelijke Liga. Maar de handel met Shintasta ligt al heel lang stil en ze zijn geïnteresseerd in metalen, met name Bauchliet.

Chang keert weer terug naar Bronwë. Daar beginnen ze met het opruimen van de ambassadestad. Het is heel vies allemaal. Eerst laat hij de menselijke resten opruimen. De meegekomen brahmanen zien er op toe adat alles eerbiedig verloopt. Ze verzamelen hout voor de brandstapels op het ambassadeursplein. Eén huis is groter dan de rest. Daar neemt men zijn intrek als het donker wordt.

Bij de avondmaaltijd socialiseren Gwan en Risha. Bambi en de dwerg zijn met elkaar in gesprek geraakt. MacArthur en Sirian houden een vijandige afstand. Sirian is terughoudender geworden. We hebben onze officieren ook uitgenodigd voor het feestmaal en het wordt gezellg. Naast Risha’s bord arriveert een enveloppe van hoofdbrahmaan Shivanesh. “Nu is het tijd om Chantal ten huwelijk te vragen.” Jamaar – de fictie was dat we al getrouwd zijn! Anders was de kroning van haar zoontje Idris ook niet geldig. Hoe red ik me hier uit? Als we het groene paard offeren dat van gras en kruiden is gemaakt, daar zal Chantal wel mee kunnen leven.
MacArthur neemt het woord. Hij verwelkomt ons in de Noordelijke Liga. Gwan legt handelscontacten met Vixen. Hij ontdekt dat MacArtur en Sirian oude bekenden zijn. Ze komen elkaar steeds tegen bij besprekingen in het buitenland. Er is ooit een duel geweest en Sirian heeft gewonnen. Risha praat met Bambi. Zij vindt het logisch als wij naar hun doorvoeren, want onze haven is te klein. “Om echt mee te tellen in de grote wereld moet je meer stad zijn dan platteland. Wil je met de barbaren in zee, of met ons? Er zijn meer opties dan de Noordelijke Liga.” Risha geeft aan dat hij Soul ziet als een tussenvorm. “Dus u ambieert een sleutelrol? Dat is heel interessant.”
De hoofdbrahmaan neemt het woord en zegt dat de koning een mededeling heeft. Risha zegt: “Chantal en ik zijn natuurlijk al getrouwd, maar nog niet voor de Shintasta traditie. De brahmanen willen u graag verheffen met een uitvoering van onze heiligste riten en ik bied Chantal hiervoor mijn eigen groene paard aan.” MacArthur zegt: “Laten we daar op proosten!”

Midden in de nacht heeft Claude een bizarre droom. Hij loopt door een shopping mall. Er is een symposium van iets wat Herbal Life heet. Hij zit dat met een zwarte vriend voor. Zijn kameraad heeft een zeer geamuseerde grijns. Ze bedotten rijke dametjes. Ze hoeven het niet te doen, want ze bulken van het geld. Er is een duistere wending: sommige van de dames gaan er van dood. Ze hebben een zijhandeltje in organen!

3 xp

The RoSE – sessie 27

In de berg.
We kijken om ons heen. We zijn anders gekleed dan de bewoners: die lopen in t-shirt en teenslippers. We passen onze kleding een beetje aan, de bontlaarzen en mutsen gaan weg. De mensen zijn bleek van huid, de meesten zien nooit daglicht. Een enkeling heeft wel gebruinde armen en gezicht. We besluiten eerst eens rond te gaan kijken en lopen een tijdje door de stad. Hele families wonen in één kamer. Soms zitten er zelfs twee, gescheiden door een gordijn. EoA vraagt aan een voorbijganger waar de winkels zijn. “In het Guild-district, één laag hoger.” Ghurkan vraagt naar kroegen. De man twijfelt en verwijst ons dan naar de Food Market.
Bij de tunnel omhoog staat een wachter. Hij vraagt naar onze pasjes. We laten de door Tawuz gemaakte pasjes zien. Hij accepteert ze, maar merkt op dat we pas vandaag zijn aangekomen. Hij vertelt ons de regels van de stad. Die zijn strikt en de gemeenschap speelt een grote rol. Ze zijn opgesteld door Beth-Ann Redeye, de stichtster van de stad. De huidige heerseres is al in de 50 en is haar opvolgster aan het inwerken. De stad bestaat uit vijf lagen. Bovenin is de ‘tempel ring’. Daaronder ligt de ‘buitenste ring’ met de markten en het guild district. Dan komt de ‘middelste ring’ waar we nu zitten. Onder ons is de ‘binnenste ring’ met de woningen der rijken, de tuinen en de regering. En helemaal onderin zijn de ‘underways’. Dat laatste is niet één laag, maar een verzamelnaam voor alle tunnels, mijngangen en grotten onder het bewoonde deel van de stad. Hij waarschuwt ons dat we niet in de tuinen mogen komen. Als AoE vraagt naar de lichtbron, zegt de wachter dat dat een geheim is. We gaan verder en komen aan op de Food Market.
Op de markt ruikte het heerlijk. De meerderheid van het eten is op basis van paddestoelen. Veel onderaardse dingen, maar we zien ook een hertekarkas en jams op basis van wilde bessen. Er zijn ook mensen die het gebruik van een vuurtje of andere warmtebron aanbieden voor mensen die de aangeschafte waar willen bereiden. Iemand verkoopt hallucinogene paddestoelen. “Wat doen die?” vraagt EoA. “Daar ga je mooi van dromen. Niet zo mooi als in de tempel maar het maakt het draaglijk.” Ze koopt een portie voor 1 yuan. Dan komen we bij de doorgangen naar de andere markten en naar het tempel district. Maar eerst een hapje eten. Eten en drinken zijn goedkoop. De mensen zijn ontspannener dan elders. We horen zelfs een woordenwisseling op iets luidere toon dan het gebruikelijke fluisteren.
Sarina gaat een dronkelap uithoren. Ze vraagt naar de Past Masters. “Je bedoelt de oude families?” “Uh, ja.” “Nou die wonen in het tuindistrict.” We komen er achter dat het leger bestaat uit mensen van een oude familie. De priesters zijn dat door roeping. Dat gebeurt wel eens als men gaat slapen in de tempel, anderen worden gillend wakker en rennen de stad uit. Maar de meeste mensen krijgen nuttige dromen. We worden nieuwsgierig naar de stadsgoden en besluiten in de tempels te gaan overnachten.Ghurkan wil wel reserveren in een hotel, maar Tawuz wil ook best als kat onder een tafeltje slapen. Nu we er opletten, zien we inderdaad huisdieren. Katten, ratten, zelfs iemand met een schaap dat achter hem aan trippelt.
Bij de opgang naar de tempels staat een man in een zilveren borstkuras. EoA complimenteert hem en we horen hem uit over de tempels. Er zijn er drie, wat ze onderscheidt weet hij niet. Hij adviseert ons de priesters niet lastig te vallen. Ze zijn een beetje vreemd. Bij sommigen komt er zelfs geen zinnig woord meer uit. Er zijn afbeeldingen van vliegende hagedissen. De term ‘Dragon Kings’ zegt hem niks. “En dat zingen, daar moet je ook aan wennen. Het is onverstaanbaar, maar het schijnt een grammatica te hebben.”

We moeten een heel eind lopen. Als we aankomen, zien we dat er gewoon mensen wonen. Eentje ligt plat op de grond en zingt een hymne. Als we goed luisteren, blijkt het een avonturenverhaal te zijn, in Old Realm met een zwaar Dragon King accent. Ergens anders vinden we een groepje mannen die hetzelfde zingen, synchroon met de eerste. We vinden een gang naar buuiten. Hij eindigt hoog in de bergwand, onder een overhang. Handig! Tenminste voor de lunars en Sarina.
Dit niveau bestaat uit veel gangen. Ze hebben rare proporties. Volgens Sarina e Ghurkan zijn ze gemaakt voor Air Dragon Kings. We gaan een tempel binnen. De afbeeldingen zijn inderdaad van dragon kings. Mensen aanbidden hen, ze brengen offers van uitgereten harten. Het is druk bewerkt, maar niet zo protserig als de tempel van Sol op de heilige berg. Er worden wel mooie kostbare edelstenen gebruikt. Op het altaar brandt een essence vuur.
Ghurkan kijkt eens naar metafysische zaken (lore). Hij merkt dat dit van oorsprong geen tempel was, maar een vergaderzaal die later is omgebouwd. De altaren zijn first age, de rest is (veel) ouder. Sarina zoekt naar goden n geesten. Die zijn er niet, maar ze voelt wel iets en voelt zich bekeken. Is er misschien een stads-intelligentie? Tawuz gebruikt weer de Eye and Fingertips Wisdom en ontdekt dat er tussen/boven de drie tempels een doorgang is naar een vierde, de top van een tetraeder.
In de gang naar tempel twee zijn de muren bedekt met inscripties. Ook Old Realm. Het zijn verhalen van de tijd vóórdat er mensen waren. Zelfs het scheppingsverhaal van de mens, hier in deze berg is de Clay Man gemaakt door Autochthon. Er zijn meer verhalen over hem en over andere primordials. De berg zelf was er ook een, de levende berg. Zou dat zijn wat Sarina voelt?

De kristallen in de wand dimmen tot maanlicht. Avond! We gaan terug naar de tempels, we willen naar de verborgen vierde. Als we zien dat vijf monniken een mandala gaan tekenen, blijven we even kijken. Ghurkan herkent het als een stroomschema van een luchtschip. Alks het klaar is, komt er een hooogbejaarde man in vodden aan. Hij prikt in zijn vinger en laat een druppel bl,oed op de tekening vallen. Die spat uiteen tot de vorm van een perfect tandwieltje met vier uitsteeksels. EoA spreekt de oude man aan. Ze wil een offer brengen van haar eigen bloed. “Dat is heel wat, van een vertrouweling van Luna.” EoA complimenteert hem met zijn opmerkzaamheid.
Als het bloed op het altaar valt, vult maanlicht de hele tempel. De priester spreekt in Old realm. Hij heet ons welkom en vraagt om het Deliberative op de hoogte te brengen van Vodak. Dat is de geest van de eerste door de solars verslagen primordial. Als we zweggen dat we van het Deliberative komen, draagt hij ons op er wat aan te doen. Hij is een van de stadsgoden die door de priester heen spreekt. Hij weet zijn naam niet meer, die is verloren gegaan bij het ontstaan van Vodak. De reservepool is vlak bij de gate naar Autochthon. Dat is symmetrisch (octaeder) onder de piramide. De top is de gate naar Yu Shan. Zijn energie raakt op. De laatste woorden zijn: “De Mountain Folk kunnen helpen. Pas op voor dode goden, oude goden, monsters.”
Als de priester tot zichzelf komt, vragen we naar de Past Masters en de drie sleutels. “Eén is bij de Mistress (burgemeester), één bij het gildehoofd en eentje,” hij pakt zijn ketting en trekt die over zijn hoofd. Er blijkt een jaden sleutel aan te hangen. “Die is voor jullie.” Ghurkan neemt hem aan. De priester zegt: “Ik hoop dat jullie een solar vinden.” Ghurkan zegt: “Geen probleem,” en zet zijn anima aan. “Goh,” zegt de priester, “dan ken ik iemand die u heel graag wil ontmoeten.” Hij leidt ons naar een kamer in het midden tussen de tempels. Er staat, in wat aarde, een soort mens-boom. Hij ontwaakt langzaam en zegt dat hij de zoon is van Sextes Jyles, de hout-draak. Een oervader van de dragon blooded!
Hij zegt dat er gebeurtenissen op stapel staan zoals bij hun ontstaan – dat was om de primordials te verslaan. Daarvoor zullen wij zijn kinderen nodig hebben. Als we ons karwijtje hier hebben afgehandeld, kunnen we hem dan mee naar buiten nemen, naar zijn kinderen? Dat beloven we.
De priester geeft ons toestemming om hier overal te komen. De taal die hij spreekt, kent hij niet. De inscripties ook niet. De gezangen en de tekeningen zien ze in hun dromen. Dragon blooded (behalve de stamvader) krijgen hier altijd nachtmerries. Dan verontschuldigt hij zich, “want het is tijd”. Hij loopt naar een tempel waar een mandala bijna af is. Hij maakt hem af met blauw zand. Er ontstaat weer een tandwieltje.
We besluiten naar de verborgen vierde tempel te gaan. De toegang is gemaakt voor vliegende wezens. Dat is voor de lunars geen probleem. Met enige moeite en een touw krijgen we Ghurkan ook boven. De vierde tempel bevat een gate naar Yu Shan. De afbeeldingen zijn uit de tijd dat het nog bewoond werd door de primordials. Er ligt een dikke laag stof. Sinds de primordial war is hier niemand meer geweest. Sterker nog, er was ons verteld dat er geen gate naar Yu Shan was hier! Op een tafeltje vindt Ghurkan een fles wijn. Als hij het stof er af blaast, ontdekt hij dat het een onbetaalbare wijn is. Van vóór de first age.
Sarina dematerialiseert om de gate op spiritueel niveau te zien. Het is een poort en er zit een adamanten hangslot op. Haar lockpicks heeft ze van de dragon kings gekregen, het slot is door dragon kings gemaakt … dat sluit op elkaar aan. Ze concentreert zich en gebruikt haar Larceny Excellency en het slot gaat open. Als ze tegen de poort duwt, komt er een muffe lucht uit. Wij zien de gate open gaan. Een donkere gang met stilstaand water. Heel anders dan de hemelpoorten die we eerder hebben gezien.
We gaan naar binnen. De gang is 50 meter lang en eindigt weer in een afgesloten gate. Sarina weet nu hoe het werkt. Als we hem openen blijkt hij uit te komen in het hoofdriool van Yu Shan. Heel mooi, maar het stinkt net zo hard als een aards riool. We weten nu een onbewaakte ingang! We sluiten alles weer af en gaan slapen.

In onze dromen zien we de aanva van Vodak. Dit is de nachtmerrie die de dragonblooded ook krijgen. Ghurkan wordt badend in het zweet wakker, hij wéétn nu dat Vodak er is, en waar ongeveer. De rest van ons bedwingt zijn angst en observeert hoe het verder gaat. We zien de Mountain Folk arriveren, een hinderlaag leggen. Er zijn enorm veel krijgers en werkers en een tiental magiërs die magitech gebruiken. Ze praten met een draak die de berg gaat bewaken. Dan opent één van hen een poort. We zien een ingewikkelde machine met een pulserende bol die van kleur verandert. De dodelijke mist die Vodak is trekt zich terug naar de onderste niveaus.
Als we ’s morgens naar de gewone tempel teruggaan, zien we priesters die een schapenbout in het essence vuur houden. Ze zingen in de taal van de dragon kings een kinderliedje over het plezier van het vliegen. Ghrkan noteert de tekst met een schrijfveer die hij van de dragon kings heeft gekregen.

Dan gaan we op weg naar de onderstad. Tawuz leent een orichalcum grand daiklave van Ghurkan. Die is van Filial Wisdom geweest. De wachter bewondert onze wapens en wenst ons succes. Hij zet een stempel in de pasjes waarmee we, ook als we langer dan een maand beneden blijven, een extra dag krijgen om weer in de stad inkopen te doen voordat we naar buiten moeten. Hij vertelt nog dat hij zelf ook wel naar binnen is geweest.
Als we de neerwaartse gang in gaan neemt Tawuz zijn kattevorm aan. Het is vrij donker want het merendeel van de lichtkristallen doet het niet meer. We lopen verder door en vinden de trap naar onder. Hier worden de gangen hexagonaal. De zijgangen zijn uitgehouwen en ruw gestut. In de mijnen is jade gedolven: we vinden nog dunne adertjes in de wand en korrels op de grond.Het valt de eesten van ons op dat er boomwortels uit het plafond hangen. Hier? Op deze diepte? Alleen Sarina merkt niets, die is echte wortels gewend uit Nexus. De wortels grijpen opeens naar haar, maar ze weet ze te ontwijken. Het is wel de richting die we op moeten! We gaan dus door. Tawuz en EoA nemen hun war-form aan. EoA heeft opeens een kwikzilveren sikkel vast: Shalgero’s Pride, haar vervloekte wonderwapen. Ze beginnen de tentakels weg te slaan. Sarina ook, in de achterhoede. We slaan er flink veel van af, Dan valt het monster uit het plafond. Het is een grote doorzichtig-witte amoebe die bovenop Tawuz valt en hem begint te verteren. Tawuz zet koers naar de donkerdere celkern. Sarina slaat en consumeert essence van de blob. Ook Ghurkan slaat en raakt.EoA verandert Shalgero’s Pride in een lans en chargeeert. Ze raakt Tawuz gelukkig niet. Tawuz valt met de grote daiklave de celkern aan en splijt die. Hij neemt een grote slok van de inhoud. Het blijkt een god te zijn en hij heeft de knack niet om daarvan de vorm aan te nemen. Het monster is een ‘leech god’. Hij is stervende maar nog niet dood en is nog steeds bezig Tawuz te verteren. Sarina slaat weer en raakt, ook Ghurkan raakt. Het wezen sterft en desintegreert. Het rondspetterende sap raakt zowel Sarina als Ghurkan en vooral de laatrste wordt akelig getroffen. Sarina eet de Essence op.
We lopen door. Na een tijdje komen we bij een plek waar anderen met net zo’n wezen hebben gevochten. Er is magie gebruikt want we vinden smeltsporen en resten van bronzen wespen. Ghurkan ziet hieraan dat het infernals zijn geweest. De lunars rimpelen hun neus: bah, muizenpoep! Maar geen gewone muis. Het ruikt als de Mouse of the Sun van Sango. Eén dag vóór ons. Volledig op scherp gaan we verder. Op een gegeven moment gaat het muizenspoor een zijgangetje in. Wij gaan door naar de poort van Autochthon. Met Eye and Fingertip Wisdom vindt Tawuz de verborgen doorgang. We komen in een grote zaal met afbeeldingen van machines, tandraderen en zuigers. Sarina dematerialiseert en ziet een spirituele poort. Er zitten acht sloten op van een complexiteit de ze nog nooit gezien heeft. … Ze raakt gefascineert en stort zich er op. Tijdens het eerste slot realiseert ze zich dat ze in een vorig leven ook eens heeft geprobeerd om een portaal naar Autochthon te openen. Toen hadden ze er met twintig solars twee jaar aan gewerkt en kregen ze nog maar zes van de sloten tegelijk open. Daarna hebben ze het maar opgegeven.
Ghurkan haalt een autochthonian heartstone tevoorschijn en stopt er wat essence in. Ping! Eén van de sloten springt open. Hij realiseert zich dat de solars acht verschillende heartstones hebben gevonden in Autochthon’s smidse in Yu Shan.
Achter ons staat opeens een blauwe bebaarde dwerg in harnas. “Waar zijn jullie helemaal mee bezig?” Ghurkan zegt: “Ik wilde graag uw aandacht trekken en deze sleutel laten zien” Hij toont de sleutel die hij van de priester heeft gekregen. “Ah mooi, de sleutel. En heeft u ook de toverspreuk?” ”Nee die kennen we niet.” Ghurkan begint over sleutels, maar de dwerg begrijpt hem niet. Dan vraagt Ghurkan naar de artisan. “Ik had gehoopt dat dit niet nodig was,” zegt de dwerg, “dat maakt de zaken altijd nodeloos ingewikkeld.” Mopperend stapt hij de muur in. Tien minuten later komt er een 2,50 meter lange beeldschone vaag-vrouwelijke gedaante binnen. Ze begroet Ghurkan, maar is zeer sarcastisch. EoA stapt er tussen en neemt het gesprek over. De artisan is haar beter gezind. We vertellen over de Green Sun Princes. Ze zegt dat het er vijf zijn. Ze wil ons wel iets geven om tegen de sleutel van de marktkoopman te ruilen, iets wat wij weerzinwekkend zullen vinden: Shackles of Doom, boeien om een exalt mee onschadelijk te maken.
Dan vragen we naar de Clay Man. “Waarom wil je dat weten?” “Vanwege de Great Curse.” “Wat voor goed doet het de rest van de wereld?” “Wel, solars zouden geen waanzinnige heersers meer worden, lunars zouden samenwerken, siderials zouden het doorhebben dat ze incomplete informatie hebben.” Ze vertelt ons dat hij in het Zuiden zit. Verdcer wil ze vooral niet lastig gevallen worden. Ja, als we de gate naar Autochthon open krijgen dan wil ze het wel weten. En als we een autochthoonse exalt vinden. En Vodak niet laten wakker maken wordt ook gewaardeerd.
“En die vijf green sun princes?” “Die zoeken de Gates of Creation.” “Dat kennen wij als de reserve pool.” “De sleutels kunnen jullie helpen, maar jullie moeten er wel zijn voordat zij de lokatie vinden.”
EoA vraagt of ze kan helpen. Ghurkan biedt haar de autochthoonse heartstone aan. “Als teken dat solars kunnen veranderen.” Ze accepteert en belooft dat de green sun princes wat vertraging zullen oplopen. Ze hoopt ons een week te kunnen geven. Ghgurkan belooft haar dat als wij winnen, hij en zij de fles wijn zullen opdrinken. Haar ogen lichten op. “Dat is een goed jaar.” Ze schudden elkaar de hand. “Ik hoop dat je zult winnen,” zegt ze.

Ghurkan leert de Eye and Fingertip Wisdom van Tawuz. Ze praten nog over een tegenprestatie. Tawuz is op zoek naar een goed wapen en Ghurkan heeft een winkel. Als hij het niet heeft liggen, kan hij er aan komen. En anders kan hij Tawuz trainen, attributes of abilities.

5 Xp

Tanais – 40

11-iv-R1
Gwan komt in het donker aan bij Shearton. Voor de stad is een heuvel met krotjes en bovenop een paar fakkels. Hij negeert de heuvel en rijdt door naar de stadspoort. Die is al gesloten en als hij aanklopt hoort hij een stem van boven: “Wie is daar?” “Goed volk.” “Goed volk kennen wij niet. Wie ben je?” Hij stelt zich voor als Gwan, administrateur van de koning. Ze reageren spottend: “De Koning? En wie is de enige god?” Gwan moet lachen. De wachters snappen niet wat hij zo grappig vindt en de brahmaan die met Gwan meereist al helemaal niet: “Dit is niet goed. Dit klinkt als éénoog. En ik ga niet liegen, ik ga niet de stad in door mijn geloof te verloochenen.” Gwan zegt: “Er is niet één god.” Hij krijgt een pleepot over zich uitgestort en de poort blijft dicht. Daarna gaat hij maar het grindpad op tussen de krotten door naar de top van de heuvel. De fakkels verlichten twee kruisen waar mannen aan hangen. Zonder iemand aan te spreken gaat hij een half uurtje terug langs de route waarlangs hij naar de stad kwam en slaat kamp op op een veilige plek. Hij passeert nog en paadje naar het Noorden, maar dat negeert hij.
Chang en Risha doen die avond niks bijzonders. Chang gaat kijken hoe het met Daguerre gaat. Ze knapt al aardig op, is vrolijk en babbelt.

12-iv-R1
Claude gaat verder boten bouwen. Jarin traint boogschutters. Om zeven uur houdt Chang appèl en traint Adrarn. Risha geeft zijn volgelingen wat quality time.
Gwan reist weer naar Shearton. De poort is nu open. Er staan twee wachters (niet dezelfden als vannacht). Ze stellen dezelfde vraag en Gwan antwoordt: “De god van de shintasta?” De deur wordt in zijn gezicht dichtgesmakt. Hij wacht totdat die weer open gaat. Na een uur wordt er iemand in een oranje gewaad en met een kaal hoofd naar buiten geknikkerd. De poort gaat meteen weer dicht. De man trekt zijn kleren recht en loopt weg. Gwan stelt zich aan hem voor en vraag wat er is. “We zijn niet meer welkom. De mannen van Eenoog hebben de macht gegrepen. Ze hebben de Revolutionaire Raad gekruisigd. Eerst kwamen ze voor handel, ze brachten welvaart en toen begonnen ze eisen te stellen. De Revolutionaire Raad wilde de oude goden weer invoeren. Tsja, maar om ze daar nou voor te vermoorden… Niet iedereen hangt Eenoog aan, maar wij zijn niet meer welkom.” De monnik nodigt Gwan en de brahmaan uit om mee te gaan naar het klooster. Ze slaan het paadje naar het Noorden en komen bij een leefgemeenschap van monniken. Ze zijn inderdaad bevreesd voor een aanval van Eenoog. Er zijn volgens hun overigens ook meer shintasta in de stad dan normaal. Er is een levendige handel in hout en schapen. Gwan vraaagt aan een paar monniken die daar zitten te mediteren of ze een visioen voor hem kunnen vragen. “Meneer, ik wil u niet uit uw comfortabele bestaan halen, maar visioenen zijn toch echt illusies. Wilt u een kopje thee?”
We gaan verder met Claude. Hij is mensen aan het opleiden. Tussen de werkzaamheden door bouwt hij aan een duikklok. Hij kijkt ook nog even naar de keukencatamaran. Die is nog in prima staat. Als hij weer terug komt bij de werklui treft hij Célène Granchère, de ambassadrice van Vixen. Ze vraagt wat ze aan het doen zijn. “Een boot bouwen. Waarom wilt u dat weten?” “Ik zoek overtocht naar Bauchliet, is er iets te regelen?” Dat is het eilandje waar de vervuiling vandaan komt. Claude antwoordt: “Ik kan u wel brengen.” “Idealiter zoek ik iemand die mij de komende één a twee weken kan vergezellen.” “Ik kan u alleen brengen, voor vijf goud.” “Dank u, maar dan zoek ik wel iemand anders.” Ze worden het eens op vijf zilver. Claude pakt de eerste de beste boot die al af is en vaart met zijn extra goede zeiltechniek in drie uurtjes naar de overkant. Onderweg zien ze de vervuiling, er drijft groen slijm op het water en overal drijven dode vissen en vogels.

In het paleis mag Adrarn de training geven. Hij kiest voor martial arts training en dat lukt aardig. Risha stelt aan Chang voor om zijn lijfwacht Bruiser, die al vanaf zijn geboorte bij hem is, tot sergeant van de paleiswacht te bevorderen. Dat vindt Chang wel goed. Daarna gaat hij met Strega, die zich bij hem had aangesloten nadat ze wegens beschuldiging van hekserij van huis was weggevlucht, naar Sandra en Florence. Daar kan ze in de leer voor alchemist. Risha stelt voor om van spinnenzijde uit het magische bos een steelsilk jurk voor Chantal te maken. Dat zien de drie wel zittten. Dan maken ze er gelijk ook voor henzelf. Malice, brahmanenzoon uit Satem en priester van Risha’s cultus, is bij de brahmanen in de leer en wordt priester in de Oaken cultus.
Arjan’s vrouw komt naar het paleis. Arjan is ziek. Risha gaat er met Chang en enkele brahmanen heen. Hij is zwak want hij is besmet met de pest. Chang zorgt dat hij wordt geïsoleerd. Met spirit detecting glance ziet Chang dat er een pestgeest zit die hem langzaam wurgt. Risha trekt zijn lichtzwaard en slaat de geest van de oude koning af. Daarna slaat Chang het spook dood. Er zitten er nog meer: een kleinte bij Arjan’s vrouw en er loopt een spoor naar de stallen. Drie stalknechten zijn besmet. En de bron van besmetting blijkt het zadel van Risha te zijn. Het paard zelf is schoon, maar er zit wel nog ene geest op een balk. Als we daarmee hebben afgerekend is het paleis weer schoon.

Claude komt aan bij het eiland. Er zijn houten steigers, geladen bootjes, ezels die met manden van de berg af komen. Korte, gedrongen mannen doen het werk. De lucht is hier nog viezer, de slijmlaag is extra dik, de planten zijn bijna dood en zo. In de lucht die uit de vulkaan komt, zit een gas dat bij aanraking met water dat groene slijm vormt. Célène vraagt nogmaals of hij geen zin heeft om met hem mee aan land te gaan. Nee, hij wil echt niet met haar mee en gaat terug.

Gwan heeft geen visioen gehad. Hij neemt afscheid van de monniken en gaat naar het Zuiden. Onderweg komt hij wat schapenhoeders tegen, maar er zijn geen andere reizigers op deze weg. De bosrand is in grijstinten aan het veranderen. Er is een god onderhouden pad met twee nette wachthuizen van de tulbandmannen. Gwan en de brahmaan mogen probleemloos passeren. Het bos is rustig, saai zelfs. Dan wordt het sel donker. Er staan geen sterren aan de hemel en er is geen maan. Om zes uur slaan ze kamp op.
Chang en Risha zitten op dat moment aan het avondeten. Ze maken plannen om de pestgeesten in Bronwë versneld te gaan verslaan want die zijn nu aan het uitbreken. Chang wil morgen al beginnen. Vanavond gaan we voorbereiden en rusten. Chang stelt Adrarn aan als plaatsvervangend commandant.
Claude is terug. Er is goed doorgewerkt. Hij overlegt met de botenbouwer over wat er beter kan en daarna gaat hij kijken hoe het met Daguerre gaat. Die is en stoofpot aan het maken. Het wordt een gezellige avond. Ze is niet zuinig met haar gunsten. Voor Claude is het gratis. “Ze wilden niet dat ik mijn eigen geld verdiende. Maar het waren hun mannen die zelf bij me langs kwamen. Dat ligt aan hun, niet aan mij.” Het wordt een gezellige avond, en het blijkt dat ze ook nog een beetje kan zeilen.

12-iv-R1
Gwan maakt in het woud een rustige, ordelijke nacht mee. Er zingen geen vogeltjes als hij wakker wordt. Na een halve dag zijn zij nog steeds niemand tegen gekomen. Het wordt steeds donkerder. Maar de zon is nog wel zichtbaar. Het is een soort onaards licht. Ze passeren een aantal wachtposten. In dit licht zijn de wachters wel in volle kleuren te zien, het is zelfs indrukwekkend. “Halt. Bent u hier al eerder langs geweest?” vraagt de wacht. “Nee, dit is de eerste keer.” “Dan vragen wij slechts een formaliteit van u. Er is maar één regel: gooi dit muntje in de wensput en dan mag u verder gaan.” Ze krijgen een bronzen muntje uitgereikt.
Even verderop is de open plek. Het oude huis is mooi opgeknapt en de toren ziet er goed uit. Het wordt bewoond door tulbanden van wat hogere rang. De sfeer is heel relaí. In eerste instantie willen ze geen muntje in de wensput gooien, maar als ze merken dat de open plek helemaal omringd is door de Wyld, doen ze het alsnog. De brahmaan mompelt er wel een gebedje aan Oaken bij. Dan opent zich het normale bospad voor ze en kunnen ze verder trekken.

In Arjan’s Abode is Adrarn vandaag de baas van het exercitieterrein. Hij oefent twee kata’s met de manschappen. Sandra en Florence komen hem ’s middags aanmoedigen. Chang en Risha vertrekken met een paar soldaten naar Bronwë. Daar aangekomen ziet Chang (met Spirit Detecting Glance) dat het magische bos vol mythische diergeesten zit die geen fysieke vorm hebben. De weg naar de stadsheuvels is bezaaid met dode en stervende pestgeesten. Het poeder heeft blijkbaar toch zijn werk gedaan en de geesten verlaten de stad. Hij laat Risha zijn lichtzwaard tevoorschijn toveren. “Het is heel belangrijk dat jij het met je zielezwaard doet. Je kunt gewoon wachten tot ze alemaal dood zijn. Maar op deze manier stel jíj een daad.” Op Changs aanwijzingen maait de koning de geesten neer. Als ze in het stadje aankomen kan iedereen ze zien en dat maakt het een stuk gemakkelijker. Tegen het vallen van de nacht heeft hij een groot deel van de priesterstad schoongeveegd. Alleen de vrouwenverblijven moeten nog, en bij de vuurplaats van Saman is een heel sterke gloed van een pestgeest die niet aangedaan is door het poeder van de brahmanen. Chang vecht mee tegen deze geest. Maar dat is eigenlijk niet nodig, want Risha zet zijn sterkste combo van charms in en laat een regen van slagen op het monster neerdalen. Als de geest verslagen is, blijft er in de gebarsten rituele ketel een bijtend stofje achter. Het lijkt een beetje op het anti-geesten poeder van de brahmamen maar is anders van samenstelling. Dit is een goed moment om kamp op te slaan.

Claude is verder aan het bouwen. Hij maakt onderdelen van zijn duikklok en op de werf maakt hij ook
Katrollen en windassen. Plus een hele grote, zogenaamd als oefenmodel, maar in werkelijkheid bedoeld voor de duikklok. Daguerre is voor zichzelf begonnen en de werklui maken graag van haar diensten gebruik. Er gebeurt verder niets bijzonders.
Gwan is in de herberg aangekomen en pakt daar een pint. Als er een gezelschap tulbanden binnenkomt, wil de brahmaan bij hen gaan zitten. Het is een interessant gesprek en als snel zit de jonge priester met de eenoogaanhangers te drinken en te lachen. Gwan blijft saai aan zijn tafeltje zitten en gaat vroeg naar bed. Zijn metgezel maakt het laat. In bed voelt Gwan de verleiding om zich bij het gezelschap aan te sluiten, maar hij houdt stand.

14-iv-R1
De eerste gasten komen aan uit Selene en Vixen. Risha en Chang laten de vrouwelijke brahmanen komen. Daarna gaan ze naar het kasteel, dat is al nagenoeg leeg. En dan gaan ze door naar de ambassadeurs stad, waar ze nog niet eerder waren geweest. Hier zijn mooie huizen, brede lanen, een paradeplein, elizees en zo. Alles is wel oud en vermolmd net als in het priesterstadje. Het is hard werken, maar ze krijgen ook deze hele stad vrij van geesten.
Vandaag krijgt Claude zijn duikklok af. Hij brengt de onderdelen naar de keukencatamaran en assembleert daar het geheel.
Gwan en de brahmaan maken tempo om nog vandaag in Arjan’s Abode aan te komen. De brahmaan merkt op dat zijn horizon verbreed is. Hij voelt niet meer de noodzaak om zijn ochtendgebeden te doen. ’s Avonds komen ze aan. Er is ook in Gwan iets veranderd. Alsof hij de wereld in een beter, helder licht ziet. Hij vindt de brahmanen hier nu maar onfrisse types. Op zijn slaapkamer vindt Gwan het afscheidsbriefje van Claude. Hij leest: “Pas op Risha, hij is nog jong. Wij zien elkaar weer op het slagveld tegen Eénoog!” Slagveld, denkt Gwan, er zijn toch betere wegen? Welvaart brengen is toch prima? … Dan gaat hij praten met de ambassadeurs. Hij merkt dat de kleuren in het paleis te fel zijn en pijn doen aan zijn ogen. Teveel prikkels, te moeilijk. Het leven kan zo veel simpeler.

Aan het einde van de middag komen Sandra en Florence de vrouwenverblijven openen. De carrion crawlers bieden weinig weerstand tegen het geweld van twee dawn-caste solars en het verslaan van de overgeleven pestgeesten is verder een fluitje van een cent. Ze zijn toe aan grotere uitdagingen. Risha reist als ze klaar zijn spoorslags naar Arjan´s Abode om de viezigheid van zich af te wassen en de gasten te begroeten. Chang komt later op zijn gemak. Gwan is blij ze weer te zien. Hij heeft een boel te vertellen. Zijn reis heeft 30 goudstukken opgelerd, en er is heel veel handel opgezet. Risha zit erg met de moord op de Revolotionaire Raad van Shearton in zijn maag. En hij vindt het jammer dat Gwan geen contact heeft gezocht met de lunars, maar daar komt vast nog wel een gelegenheid voor.

3 xp

Tanais – 39

– Split party –

9-iv-R1
Gwan maakt een inventarisatie van prijzen op verschillende plekken. Hij is in Soul langsgegaan bij de Revolutionaire Raad, die bestaat uit Ted Carver en Edward Sedler. Hij vroeg naar overschotten en tekorten in verband met de handel. De stad zelf heeft geen tekorten, maar vee is welkom. De schapenhandelaren van Eenoog maken winst. Daarna gaat hij naar de markt. Er zijn hobbit lekkernijen uit Steddle, Qartiaanse wonderzalven (nep), een processie van Mutri-aanhangers en de intocht van Radir Halani de nieuwe handelaar van Qart. Er zijn meer Eenoog-kramen. Ze zijn professioneel en ze doen goede zaken in wol, hout en schapenvlees. Het valt hem op dat er veel zuiderlingen zijn, ze zijn slechter gekleed en bedelen of werken als sjouwer.
Van Soul gaat Gwan eerst naar Ashcroft, waar hij paarden heeft gekocht. In Ashcroft zijn ze op zijn advies ‘bereid’ om de vluchtelingen in ruil voor brood hout te laten kappen. Daarna gaat hij door naar Brocken. Daar is de veemark net afgelopen, maar hij kan de paarden nog steeds met 150% winst verkopen. In de herberg is het tafelzilver vreemd bekend. Het is afkomstig uit Risha’s paleis in Arjan’s Abode. Hij is nu, de 9e, op weg naar Shearton.

Terug in Arjan’s Abode. Het is er rustig en leger dan normaal. Het is stil, het ruikt niet naar wierook, er wordt nergens gezongen. Iemand wil Chang spreken. Het is een jongeman van een jaar of 25 met littekens. Hij draagt een buff jacket en heeft een boog op zijn rug, een mes in zijn riem en een zwaard aan zijn zij. Zo te zien is hij van noordelijke afkomst, misschien halfbloed shintasta. Hij stelt zich voor als Jorin Par. Hij heeft gehoord dat er gerecruteerd wordt en hij wil graag met eigen ogen de generaal zien. Chang neemt hem mee naar het exercitieterrein. Het blijkt dat hij een prima boogschutter is. Dat is mooi, want dat is een vaardigheid die in het leger een beetje ontbreekt. Chang kan hem eten en onderdak bieden, maar de schatkist is leeg, dus soldij is op dit moment nog toekomstmuziek. De straf op desertie is ‘kop er af’. Jorin gaat akkoord met deze voorwaarden. Dan demonstreert Chang nog even wat hij ‘echt vechten’ noemt.
Na afloop wordt Chang nog aangeklampt door twee andere soldaten. Er is bericht van de kapiteisns Bram van de wegenbouwers en Bert van de vloot. Ze komen allebei met gespecificeerde rekeningen. De aanleg van de wegen heeft tot nog toe 50 goud gekost, maar de scheepsbouwers hebben zo’n 500 goudstukken uitgegeven. Dat verschil vindt Chang te groot. Ze moeten mee naar de koning. Maar die is niet in de troonzaal en ook niet in zijn vertrekken. Uiteindelijk vinden ze Rishi in de bibliotheek van de brahmanen, waar hij een toverboek voor beginners aan het lezen is. Waar komt dat verschil vandaan? De afgezant van Bram vertelt dat ze eigenlijk alleen maar pikhouwelen hebben aangeschaft en een heleboel mensen hebben ingehuurd. Dat is niet zo duur. De boodschapper van Bram legt uit dat hij slechts de boodschapper is. Maar het vuur wordt hem desondanks na aan de schenen gelegd. Hout en werktuigen kosten geld. Ja… dus? Uiteindelijk komen we er achter. Al dit geld is een investering voor het volgende kwartaal. Dus het valt uiteindelijk wel mee. Maar toch is het een halvering van het budget van dit arme koninkrijkje. Ze mogen gaan.
Dan gaat Chang op zoek naar boeken met occulte kennis. De bibliotheek van de brahmanen is vornamelijk religie. Toch vindt hij er genoeg basiskennis om twee dotjes occult op te doen.
Adrarn is bij de stallen, spelletjes spelen met de stalknechten. Hij hoort dat er die avond een begrafenis is van een keukenknecht die van zijn paard gevallen is. Hij wordt xb4hoog geplaatstxb4. Dat wil zeggen dat hij bij volle maan voor de gieren neergelegd wordt. Tegen drie uur gaat hij naar Sandra en Florence.
Risha zadelt het groene paard en rijdt naar Bronwë.
Claude is intussen onderweg naar Ashcroft. Hij heeft zich vermomn als een lokaal iemand en komt vanavond aan.

Tegen het einde van de middag komt Risha aan in Bronwë. Het begint al donker te worden. Hij gaat naar het knekelbos van Pashupati en offert daar melk. Het is volle maan, Pashupati’s aspect, en hij heeft het ritueel correct uitgevoerd. De godheid verschijnt als driemaal manshoog wezen. “Fijn dat een echte Shintasta onze eredienst herstelt.”
Risha bewijst hem eer en vraagt om hulp bij he verslaan van de pestgeesten.
De godheid glimlacht: “Mijn advies is yoga, haal de kracht uit jezelf.”
‘Wat moet ik daar nu mee?’ denkt de koning, maar hij dankt de god toch voor het advies. Dan gaat hij mediteren onder de heilige eik. ‘Yoga hè? Dat betekent ongemakkelijk …’ Hij overweegt om aan een tak te gaan hangen, maar besluit het wat eenvoudiger te houden: ondersteboven op zijn handen staand. Als hij daar een uurtje staat daagt hem een inzicht. Dit is precies de verkeerde houding, want sap stroomt van de wortels omhoog. Als eik sta je rechtop met je armen naar de hemel. Hij gaat inde kaarshouding staan en voelt de kracht van Oaken door zich heenstromen. “Spirit Sword” Er vormt zich een zwaard van licht in zijn handen. Het is een stuk van zijn eigen ziel waarmee hij spirits kan raken, maar wat dwars door stoffelijke materie heen gaat.
Adrarn helpt de meisjes met aardappelen schillen. Florence vraagt hem: “Heb jij nog een vriendinnetje van je eigen leeftijd op het oog?” “Nee…” “Jammer. Sandra heeft nog wel een nichtje dat dat wel leuk is. Zullen we je aan haar voorstellen?” Dat was niet helemaal wat hij in gedachten had, maar ach. Daarna polsen ze of hij weet wat onze plannen zijn. Hij weet te bevestigen dat Claude foetsie is. “Niet doorvertellen hoor. Wij hebben in het geheim al een postduif naar het brahmaanse klooster gestuurd. Wil jij in de leer?” “Ja, maar ik zit al vast aan Risha en Chang voor training.” Als hij vertelt wat hij van brahmanen vindt, dan blijkt hij sterk gexefndoctrineerd te zijn door Claude. “Ah.” Daar gaan ze aan werken. Eerst vertellen ze hoe je je aan een meisje voorstelt: je begint met haar vader. Dan leggen ze uit dat er verschillende soorten brahmanen zijn. Aan de ene kant heb je religieuze, kuise brahmanen, maar aan de andere kant heb je er ook die in die kaste geboren zijn of anderszins niet-fanatiek zijn. Sandra en Florence bij voorbeeld zijn niet kuis of fanatiek, ze zijn gewoon goed in wat zij leuk vinden aan het vak.

Claude is bijna in Ashcroft als hij een ouderwetse optocht ziet van 40 oudere vrouwen met fakkels en hooivorken en een coastlander meisje met gebonden handen. Ze zijn op weg naar het Oude Wijven Bos. Hij sluipt er achteraan. De vrouwen zingen liederen aan Graire, de oude godin van de volle maan. Het meisje jammert dat ze onschuldig is. Hij vermomt zich als kolonel te paard en rijdt de stoet tegemoet: “Halt! Roept hij, “wat moet dat?”
Ze negeren hem. Dan laat hij zijn paard stijgeren. Ze zwaaien met hun fakkels en lopen om hem heen, niet onder de indruk. Een van de besjes bijt hem toe: “Ben jij nou een soulfielder? Gedraag je dan ook zo!”
Hij pakt zijn oorlogsboemerang en gooit daarmee de boeien van het meisje los. Ze zet het op een lopen, maar wordt weer gevangen. De vrouwen werpen zich ook op Claude. Met de Cascade of Cutting Terror maakt hij er een slagveld van en de overlevende oude wijven vluchten weg. Het meisje werd ook geraakt en ligt op sterven. Hij stabiliseert het meisje, legt haar over het paard en roept de vrouwen achterna: “Sulfielders gaan niet zomaar meisjes aanvallen.”
Hij rijdt door naar Ashcroft en bij de eerste boerderijen vermomt hij hun allebei weer. Dan vraagt hij onderdak bij een boerderij waar ze het meisje meteen helpen.

Chang is klaar met de bieb. Etenstijd. Daarna kata’s en een ronde door het paleis. Hij hoort rumoer van de mensen die naar de ‘hooglegging’ gaan. Hij geeft een kleine bijdrage. In de barakken checkt hij het slachtoffer van de carrion crawler. Die maakt het goed en is erg dankbaar. “Morgen om 7 uur op het appèl.” “Ja generaal!”
De nieuwe recruut is boogpezen aan het maken. “Denk ook aan peesbeschermers,” zegt Chang. “Eigenlijk moet je kunnen schieten zonder …”, antwoordt Jarin. “Dat is waar. Maar zolang ze het nog moeten leren wil ik geen gewonden.” Chang prijst hem voor zijn inzet en gaat verder naar de wapenkamer. Daar vindt hij vijf bogen, tweehonderd pijlen, tien zwaarden, acht bijlen, twintig slingers, dertig schilden, dertig dolken en tien leren harnassen. Dit is bovenop de uitrusting die de soldaten dragen.
Adrarn gaat met Florence en Sandra naar de uitvaart. Deze plek is vaker hiervoor gebruikt. Er liggen nog wat vingerkootjes en zo. Het lijk wordt onder zangen aan Ganesh en Pashupati op een hoge baar gehesen en dan achter gelaten. Het taboegebied wordt weer afgesloten, hier mogen alleen lijken en vogels komen. De vogels komen niet meteen, maar dat heeft ook nog tijd. Pas over een week wordt wat er over is, verbrand.
Risha dankt de goden. Hij is even in de verleiding om met zijn nieuwe toverzwaard de pestgeesten te gaan bestrijden, maar dan wint het gezond verstand en hij gaat weer terug naar Arjan’s Abode.

Gwan kampeert onderweg. ’s Nachts hoort hij hoorngeschal, ijl en mooi. Als hij gaat kijken vindt hij een aantal slanke gestalten te paard die achter een hert aanjagen. Als het hert neergaat, veranderen ze in haviken en doen zich tegoed aan het karkas. Ze negeren de solar en de jonge brahmaan die bij hem is. De brahmaan noemt hen ‘maanwezens’. Maanwezens wonen in Selene, ze kunnen van vorm veranderen. Het lijkt hem verstandig om bij ze uit de buurt te blijven. Na een kwartier vliegen ze naar het Noorden. De paarden blijven achter. Gwan en de brahmaan gaan weer slapen.

10-vi-R1
Chang gaat om half zeven al naar het exercitieterrein, even later komt Jarin er bij. Die geeft acht man les in boogschieten en acht man krijgen martial arts van Chang. Om zeven uur komt Adrarn er bij en hij traint met Chang mee.
Als Risha op zijn groene paard de nederzetting binnenrijdt, zwaaiend met een lichtzwaard, zijn de mensen onder de indruk. Hij gaat naar de exercitieplaats en laat enthousiast zijn nieuwe wapen zien. Chang denkt dat het wel een goed idee is om Jarin eens met een echte zwaardvechter te matchen en vraagt hem om met de koning te sparren. Natuurlijk met oefenwapens. Risha demonstreert zijn zwaardvechtkunst en wint gemakkelijk.

Claude gaat op pad met het meisje dat hij heeft gered. Hij gaat Zuid langs Soul en komt rond lunchtijd aan in het kuststadje Groath. Onderweg heeft ze zich voorgesteld als Daguerre, maar meer weet hij niet van haar. Ze is nog suf en heeft rust nodig. Morgen zal het wel beter met haar gaan. Als hij haar ergens ondergebracht heeft, stelt hij zich voor als ambachtsman en biedt zijn diensten aan. Er is weinig lokale bevolking, maar er zijn wel dertig werkers in het botenhuis. Velen zijn in opleiding. De eerste boot is half af. Om zich te bewijzen snijdt Claude een roer voor het schip en de meester scheepsbouwer is onder de indruk. Claude kan hier als gezel een zilveren penning per week verdienen.

’s Middags geeft Chang zijn soldaten vrij. De Martial Arts oefeningen gaan wel door en Adrarn doet met tegenzin mee tegen de verzuring. Daarna gaat hij uitrusten bij de begraafplaats. Dat is wel een griezelige plek. De gieren zijn inmiddels bezig en hij ziet er twee vechten om een arm. Dat worden nachtmerries vannacht.

11-iv-R1
Claude bouwt verder aan het schip en het meisje geneest al aardig. Ze is knap en aardig en flirterig.

Terwijl wij weer oefenen op het plein, arriveert er een stoet brahmanen in het paleis. Ze nemen hun intrek in hun eigen verblijven. Risha besluit ze te negeren en traint door. Na tweeëneenhalf uur komt de hoofdbrahmaan naar hem toe. Het wordt een vrij lange discussie, waarin de koning zijn ongenoegen uit over het deserteren en vooral dat ze niet naar hem toe gekomen zijn. Is het niet bij d=ze opgekomen dat Risha ook door deze Claude om de tuin geleid was? De brahmaan legt uit van hun uit gezien de koning en Claude twee handen op een buik leken. De brahmaanse gemeenschap heeft hem voor het blok gesteld. Een andere kwestie is de goddelijkheid van de koninklijke familie. Er is sprake van een groot misverstand: “Jullie zijn niet de goden zelf, maar de primaire vertegenwoordigers van de goden”. Chang bemoeit zich er ook even mee: “Officiële leringen wijzigen met het regime.” Uiteindelijk zijn we het over één ding eens. Wij willen Claude van zijn krankzinnigheid genezen. De brahmanen willen ons helpen om de maanwezens tezoeken. Chang gaat aan het einde van de dag Spirit Detecting Glance oefenen bij de begraafplaats.

3 xp

The RoSE – sessie 26

The RoSE sessie 26 – 29 november 2012

Tijdens de reis hebben de solars die naar Nexus waren, Sarina, Ghurkan en Sango, gehoord dat Five Days of Darkness bevrijd is. Sarina is wantrouwig, Ghurkan vreest dat dit niet zoxb4n goed idee is en Sango vindt het niet erg.

Deze keer spelen we met de groep die buiten Gethamane is. Atis, Sango, Little Shu, Shi Mei Lan en His. Atis voelt zich niet goed en blijft bij de luchtschepen. (De speler is ziek).

We besluiten om de luchtschepen aan de niet-belegerde kant van de berg te verstoppen. SML kan elementals oproepen. Een aarde-type zou er uit kunnen zien als een landverschuiving. Ze roept er één op en krijgt die, met enige moeite, te spreken. Het is een lesser dragon, die wel behoefte blijkt te hebben aan afwisseling na millennia van hier saaie ley-lijnen te bewaken. Schepen vermommen en vreemden, met name dragonblooded, aanvallen lijkt hem wel een leuk idee.
We besluiten dat de lunars eerst de legers gaan verkennen. His vertrekt meteen, SML heeft een laaiende aura vanwege het opropeen van de elementaal en moet dus eerst essence terugkrijgen. Sango leent haar een heartstone. Little Shu verkent de naaste omgeving. Er zijn konijnen en diverse eetbare besjes. Ook vindt hij overal giftige zwammen, waar je diarrhee van krijgt.
His vliegt als zeearend over het Noordelijkste kamp. De mensen dragen huiden om warm te blijven.. Maar daaronder kleurige kostuums van vijf Huizen. Elk regiment heeft zijn eigen segment in het kamp. In het midden staan de vijf commandotenten rondom een druk plein. In de haven liggen zo’n 20 grote schepen waarmee de troepen getransporteerd zijn.
Het Noordoostelijke kamp lijkt sterk op het Noordelijke. Eén van de legioenen is cavalerie. Er zijn dus heel veel paarden, een hoefsmid en zelfs een omheining met simhata’s (leeuwpaarden van de dragonblooded) bij de commandotent. Een ander legioen heeft het blazoen van een pissende reus op een rood veld. Het valt ook op dat deze soldaten geen uniforme uitrusting dragen, maar een bijeengeraapt allegaartje. De één draagt rood leer, de andere heeft een ijzeren harnas met rode punten, et cetera.
Na anderhalf uur gaat SML ook op pad. Zij gaat als Sharkbat, de soort die ook overdag jaagt, de andere kant op. Het Zuidelijke kampement heeft eveneens vijf segmenten. In ée;en segment draagt men geen harnassen. En velen ook geen wapens. Ze hebben geschoren hoofden en mengen ook niet met de rest.
Het Zuidoostelijke kamp heeft geen centraal plein, maar er staat een groot stenen gebouw in het midden. Binnen hoort ze chanting. Welke spreuk het is, herkent ze niet.

’s Avonds zitten we bij elkaar en bespreken mogelijke tactieken. Het Red Pisss Legion is misschien gevoelig voor het argument dat hun talenten hier verknoeid worden. De schepen moeten we met rust laten, een leger moet altijd een uitweg hebben anders worden ze fanatiek. Met de Immaculate Monks moeten we voorzichtig zijn. SML merkt op dat ze hier wel lekker uit de weg zitten, zodat de sorcerors op het Blessed Isle naar hartelust demonen kunnen oproepen.

We willen morgen bij één kamp poolshoogte gaan nemen. Sango doet Disguise of the New Face op de anderen. Little Shu’s harnas en boog veranderen in blauw jade, zijn anima in dat van een Air aspect dragonblooded (3 successen). Shi Mei Lan’s aura verandert ook, naar Fire aspect, en ze ziet er uit als een van de ruiters (6 successen).Bij His verandert alleen zijn aura, naar Water aspect (1 succes). Haar eigen aura verandert ze naar Wood en haar uiterlijk naar dat van een piekenier. Vóór zonsopkomst zet Atis ons af bij het Noordoostelijke kamp, bij de ruiters.

De wacht houdt ons aan e vraagt naar onze pasjes. Na enig heen-en-weer gepraat weet His, met een social charm, de schildwacht er van te overtuigen dat het heel logisch is dat een stel adelborsten geen pasje meeneemt als ze naar de hoeren gaan. Sango geeft de bedrukte wachter een paar zilveren muntjes en een complimentje voor zijn ijver.
Little Shu let op de manier waarop de verschillende legioenen met elkaar omgaan. Men blijft vooral in het eigen kamp, behalve op de peden tussen de kampen, die fungeren als hoofdwegen. Er is rivaliteittussen de legioenen, de cavalerie kijkt neer op de rest. Bij de cavalerie zijn weinig dragonblooded, maar dat is logisch want hun aura is dodelijk tenzij ze de juiste charms hebben. Alleen simhata kunnen er van nature tegen. Veel van de soldaten koken voor zichzelf. Arme soldaten koken op sprokkelhout, de rijkere hebben speciale kristallen die vanzelf gloeien. Er is ook in ieder kamp een centrale keuken met voorraden waar men van mag pakken en een grote kookplaats met daarin een haardkat. Little Shu gooit snel een voorraad giftige paddestoelen tussen de klaarliggende paddestoelen. Als een kok hem vraagt wat hij doet, vraagt hij om een stuk kaas. Bij het weglopen ziet hij hoe de kok voor zichzelf een biertje tapt. Het bier zouden we ook kunnen vergiftigen of laten weglopen. De discipline is hier tamelijk laks. Tussen de legioenen zijn dagelijks wel opstootjes. De commandanten gaan wel op redelijke voet met elkaar om.
His gaat kijken in het kamp van de Red Piss Legion. Met een ‘knack’ kan hij zijn kleding veranderen. Hij haalt een broodje kaas bij de keukentent en ziet dat hier de drank in een afgesloten schuur wordt bewaard. His zoekt een kat, en vindt dicht bij de keuken de officiele regimentsmuizenvanger. Eén druppeltje bloed en His is een kat geworden. Hij zorgt er voor om er net iets anders uit te zien dan de verontwaardigde Poem. Dan gaat hij wachten bij de drankschuur. Tegen de tijd dat de deur opengaat glipt hij naar binnen en daar zet hij de vaten open.
SML en Sango onderzoeken de efecten van sharkbat-droppings. Vooral brood bederft er van. Ze mengen het door de graanvoorraad bij een infanterie legioen. Little Shu gaat bij een ander infanterie onderdeel langs en stookt ze op: “De cavalerie, die pony-club, kijkt op ons neer. En de Red Piss, allemaal misdadigers, ook!”
Het vijfde legioen laten we met rust.

Op de tweede dag doen we hetzelfde met het Noordelijke kamp. Dat bevat voornamelijk zeelieden en mariniers.

Hoe pakken we de Immaculate Monks aan? Een deel van hen zal in de Wyld Hunt hebben gezeten, en anathema invloeden zullen ze relatief snel ontdekken. Sango herinnert zich de drie monniken die meededen met het toernooi in Nexus. “Als we die nu in naam van mijn grootvader een brief sturen over demonen op het Blesse Isle?” Dat lukt prima. Na een week trekken de Immaculate Monks weg. We zorgen dat het Red Piss Legioen hiervan hoort en planten het idee: ‘ergens anders zijn problemen en wij zitten hier maar duimen te draaien’.

In de tussentijd richten we onze aandacht op het laatste kamp met de sorcerors. Er zijn veel westerlingen (zeeheksen), noorderlingen (ijsheksen), oostelijke bostypes (gifmengers), zuiderlingen die vooral om hun kampvuren zitten te kleumen, en een afvaardiging gelieerd aan het Heptagram (niet alleen dragonblooded, maar ook godblooded, ghostblooded en awakend humans).

4 Xp

Tanais – 38

8-vi-R1
Even terug naar het moment voordat we vorige sessie eindigden. ‘s morgens vroeg zit Claude ergens te ontbijten. Chang en Adrarn zijn al op het exercitieplein aan het oefenen. Als Risha zijn kamer uitkomt, wordt hem door de paleiswacht gemeld dat de brahmanen weg zijn. Hij heeft meteen een verdenking en roept zijn vrienden bijeen.
“Claude, wat heb je gedaan?”
Die vertelt feitelijk en zonder omhaal wat er gisteren is gebeurd. Risha luistert met groeiende verbazing naar het relaas. Claude eindigt met: “en als ze jou vertrouwden, dan waren ze wel naar je toe gekomen in plaats van weg te gaan.”
Risha realiseert zich dat dit op zich wel waar is. Maar dan nog. “Ik had je toestemming gegeven om te infiltreren, niet om je voor te doen als minister van financiën en zomaar mensen in de nor te gooien! Nou heb ik geen regering meer. En als ik met hangende pootjes naar ze toe moet, is het koningschap zijn respect kwijt en zijn ze machtiger dan ooit.”
Claude denkt nog steeds dat hij er goed aan gedaan heeft en wijst er op dat de brahmanen Eenoog in het pantheon op wilden nemen. De ruzie loopt hoog op en uiteindelijk roept Risha “Hou je mond, ik wil je niet meer zien. Wachter! Wijs deze meneer de deur.”
Als hij het paleis uitgegooid wordt, ziet Claude dat er al mensen met vlaggetjes langs de kant van de weg staan, klaar voor de optocht. Hij zadelt zijn paard en trekt naar de Midgewater Marshes.
Adrarn gaat ook naar buiten terwijl Chang en Risha de brahmanenverblijven doorzoeken om er achter te komen wat er gebeurd is. Vijf meter van de voordeur ligt een brief aan Risha. Daarin bieden ze excuses aan voor het plotselinge vertrek. Ze wensen de koning succes en verklaren bereid te zijn om terug te keren als Claude verbannen wordt. Het magische poeder ligt in de koeling. Zij zijn naar een oud klooster.

“The show must go on.” Chang ontbiedt de stadsomroeper en laat doorgeven dat het programma is omgegooid. Risha haalt de soldaten, de stalknechten en het keukenpersoneel over om de priesterlijke gewaden en maskers aan te trekken. En dan gaat het gezelschap in processie door de straten. Risha loopt voorop. Hij doet zijn best en de mensen zijn onder de indruk van zijn performance. Chang heeft paarden geregeld voor ons als rij- en lastdieren. Buiten de stad trekken we de gewaden uit en sturen we het personeel terug onder belofte van geheimhouding. Ze krijgen extra rantsoenen mee voor hun familie. De kleding nemen we mee.

Na een halve dag gaat de weg omhoog. Er zijn geen spinnen meer. We laten de paarden en de soldaten achter bij de poort van Bronwë en gaan verder naar het kasteel. De heilige eik staat er veel gezonder bij dan eerst. We hebben zes vaten poeder bij ons en beginnen op de brug naar het kasteel. Als we het poeder aanraken, brandt het. We verstrooien het daarom met behulp van potscherven. Bij de deur zien we groene pestgeesten die op ons wachten. Het poeder valt door ze heen op de grond, waar het een beetje sist. Als Adrarn er water over gooit begint het hevig te bruisen en er komen giftige dampen van af, dus dat lijkt geen goed idee te zijn. Er zijn veel van die geesten die uit de ramen kijken wat we gaan doen. Adrarn blijft hier achter, Chang en Risha gaan het kasteel in. Zonder soulsteel vinger vallen de geesten direct aan. Maar de twee solars raken niet besmet, omdat ze solars zijn verweert hun imuunsysteem zich kranig. De geesten worden licht gemuteerd door onze invloed. Onder het gooien van héél véél saving throws (die langzaam makkelijker worden) gaan we omhoog. De geesten vallen gewoon door hun heen. Terug gaan ze via de kelders, dat is het snelste. Door de geheime deur komen ze bij de beek en van daar in het magische bos.

De spelleider en speler gaan even de gang op om uit te spelen wat Claude zoal meemaakt. Claude is bij de rand van het moeras. Hij legt booby traps en zoekt een dikke tak op om op te slapen. De volgende dag rijdt hij verder langs de moerassen. Hij blijft in Soul en reist langs de grens met Eventyr. Hij vermomt zich als soldaat en trekt ten Zuiden van Soul stad verder naar de vervuilde kust. Onderweg merkt hij niet eens dat de brahmanen van veraf proberen zijn gedachten te bexefnvloeden om hem van zijn afkeer jegens hun kaste af te helpen.

Wij slaan kamp op in het poortgebouw en maken een wachtschema. Plotseling realiseert Risha zich dat we de toverspreuken niet wisten, die tijdens het poederen moetsen worden gereciteerd.
Adrarn ziet onderaan de heuvel een kampvuur. Hij waarschuwt Chang, die gaat verkennen. Chang treft een verlaten tentje met het wapen van het paleis, en er staat een pot lekker ruikende soep op.
“Hee Chang,” hoort hij. Drie meisjes komen uit het bos. “Komen jullie er bij zitten?”
Ze vragen hoe het is gegaan en reageren stomverbaasd als ze horen dat de brahmanen pleite zijn. “Claude was weer eens bezig…”
“Ah. Die enge creep weer. Ben je hier in je eentje?”
“Héé, ik ben er ook hoor,” roept Adrarn.
Claude vertelt dat het de uit de hand gelopen is tussen Risha en Claude. Na enig nadenken zien ze in dat een ongeziene Claude nog gevaarlijker is. Chang zegt dat hij geen idee heeft waar de brahmanen heen zijn.
Die nacht gaat Adrarn om een uur of vier weer bij Florence en Co langs. Ze horen hem uit over wat er nou precies gebeurd is. Sandra en Florence zijn blij dat Claude weg is, Adrarn niet. Ze vertellen hem dat ze hier zijn om de magische paarden op peil te houden. Als hij daar om vraagt, willen ze graag een ritueel voor hem doen zodat paarden niet meer bang voor hem zijn.

9-vi-R1
’s Morgens wordt Chang wakker van een gesmoorde kreet. Als hij opstaat ziet hij dat de slaapzak van Adrarn leeg is, maar hij heeft wel een vermoeden waar de jongen uithangt. Erger is dat de wacht er niet is. Hij maakt een andere soldaat wakker en gaat verkennen. “Als ik in 10 minuten niet terug ben wek dan de koning.”
Hij vindt slijmsporen op het gras. “Carrion creeper! Haal Risha!” Die pakt zijn zwaarden en rent achter Chang aan naar het Ushas heiligdom. We zijn nog net op tijd voordat het monster de geparalyseerde wachter het vrouwenverblijf in kan slepen. Het beest vlucht na een rake klap van Chang, met achterlating van de soldaat. Chang stabiliseert de man. Met Wound Mending Care herstelt die snel. De andere soldaten zijn diep onder de indruk van Hun generaal die met handoplegging vreselijke wonden kan genezen.
Dan breken we het kamp op en gaan naar Arjan’s Abode. Onderweg hebben we het over Claude. “Wat doen we met hem? En wat denken jullie dat hij nu aan het doen is?” Risha stelt voor om de lunar mates te zoeken en in te schakelen. Chang denkt dat Claude naar de solar stad is. Adrarn verwacht dat hij de keuken catamaran zal nemen. Claude kan het beste zeilen.

In Aryan’s Abode vinden we allemaal een afscheidsbrief van Claude. In die van Risha staat:
‘Beste Risha,
Ik geef toe ik heb een fout gemaakt
Maar jij hebt veel te veel vertrouwen
in de br**m*nen. Daarbij vertrouwen
ze jou ook niet: jij een god? Voor hun
ondenkbaar. Niet voor niets zetten ze jouw
tempel buiten bronwee. Enfin Genoeg
hierover. Ik ben teleurgesteld in jou
onverbiddelijke houding. Iedereen maakt fouten.
Het echte probleem is éénoog.
En aan br**m*nen heb je niet genoeg.
Daar zijin solars voor nodig. Ook
night castes.
Ooit staan we weer aan dezelfde kant
Op het slagveld tegen éénoog.
’t Ga je goed. Claude.’

Risha is geroerd. Veel van wat Claude zegt is, nu hij er zonder woede over kan denken, wel waar. Maar hij ziet ook dat de bizarre haat jegens brahmanen Claude in de weg zit. Daar moet wat aan gedaan worden. Toch realiseert Risha zich dat hij zelf ook veel zwakke plekken heeft.

Chantal was er al eerder dan wij en zij begroet ons. We hebben een gesprekje met haar over de macht van de brahmanen en zij is het met Chang eens dat de priesters er gewoon aan zullen moeten wennen dat er weer een koning boven ze staat.

The RoSE – sessie 25

The RoSE sessie 25 – 8 november 2012

Sango, Ghurkan en Sarina zijn een dagje naar Nexus. Ze blijven twee nachten weg. Little Shu oefent de hele tijd met zijn Windblade om vliegende martial arts onder de knie te krijgen. Sango geeft aan White Owl een briefje mee voor de dragonblooded broers, over de plannen van de keizerin en het spontaan oproepen van de jozi’s. Tawuz geeft de lunar verzetsman uit An Teng een brief mee voor oudtante, met daarbij ook een afschrift van Blood Without Ties.

Marina gaat de voilgende ochtend met de Dragon King de tempel binnen. Ze vertelt dat ze priesteres is van Luna. Vroeger deden een priester van Sol en een priester van Luna samen een ritueel met Calibration. Ze zijn het eens dat het interessant zou zijn om bij de volgende Calibration hier af te spreken.
Ze hoort ook dat de god Five Days Darkness door de solars in stasis is gebracht. Waarom weet de dragon king niet. Ze overlegt even met de andere lunars. We besluiten om er informatie over te zoeken. Een vermoeden is dat hij Sol te goed tegenspel zou hebben gegeven in de Games of Divinity.
We kijken eerst in het deliberative of de AI nog informatie heeft. Ja. Het was in het begin van het deliberative, toen de solars nog niet gek waren. Het was een expliciet verzoek van Sol zelf, in het jaar dat één van de ontbrekende primordials weer kwam opdragen. Helemaal gereed voor de strijd, maar niet aanvallend. In de bibliotheek vinden we meer: de broer van Sol, in macht zijn gelijke, in deugd zijn gelijke, speciaal geschapen om de wereld tijdens Calibration te beschermen tegen de Wyld, wanneer Sol dat niet kan.
We vinden het toch wel aantrekkelijk klinken om hem uit stasis te halen. En we moeten de solars daar niet teveel bij betrekken. Na wat gedelibereer gaan we de kapel in. SML gaat in beastman vorm, een katachtige. Als no-moon en als kat heeft ze een dubbel voordeel en kan ze wat zien in de duisternis. Aan de muur staat een standbeeld met een kristallen scepter. De anderen zien niets.
Marina verandert in een vleermuis, zodat ze met sonar kan waarnemen. Er zitten letters uitgebeiteld in de achterwand. Tawuz wrijft ze over met papier en houtskool. Het blijkt de spreuk te zijn om de Calibration Gate te openen.
Marina neemt waar dat er een vierkante sleuf in de voeteneinde van de sarcofaag zit. Dezelfde vorm als de scepter. SML wrikt de scepter los. Ja, die past! We horen een zachte klik. EoA tilt de deksel op, maar daarbinnen heerst nog het stasisveld. Tawuz krijgt een idee en trekt de scepter er weer uit. EoA neemt hem over en duwt hem in de hand van de god. Het stasisveld is weg. Hij begint te ademen.
Als hij zijn ogen open doet, verdwijnt de duisternis. “En waarom hebben de heren van de schepping me gewekt?” Dan ziet hij dat we lunars zijn. “Ah, er is ècht iets veranderd!”
We vertellen dat hij een paar millennia in stasis is geweest. We gaan met hem naar buiten en hij ziet de vernielingen. “Er zij wijn!”
Met een plotseling verschenen beker drinkt hij wijn met ons en wisselen we informatie uit. Calibration dient om Creation te fine-tunen. Daarom heet het zo. Hij is opgesloten op bevel van Sol. Die wilde alle dagen de baas zijn. Wij vertellen over de val van de solars.
Atis en Little Shu komen langs en zien dat de lunars met een god met vleugels zitten te praten. E stellen ze aan elkaar voor. Little Shu buigt, de broer van Sol is tenslotte een belangrijke god. Atis volgt zijn voorbeeld. Als die ons verhaal hoort, zegt hij dat hij blij is dat we hier geen solars bij hebben betrokken. Tawuz: “We wilden ze niet belasten en de beslissing met een helder hoofd nemen.”
De god wil de wereld gaan verkennen en over zeven maanden een goed calibration festival vieren. Het ritueel van Marina en de dragon king is belangrijk maar niet noodzakelijk voor zijn functioneren. Het vergroot wel zijn mogelijkheden. En er moet zo te voelen wel het één en ander gecalibreerd worden! Hij wil niet dat we zijn aanwezigheid geheim houden, anders komen de siderials van het Bureau of Secrets er achter dat hij weer terug is. Little Shu stelt voor om het aan Sango’s opa te vertellen. En als we het goed willen doen, moeten we op de elfde dag van Resplendent Air een Prins Calibration laten kiezen door een Raad van Elf. Dat is een mooie taak voor opa. Atis zal het doorgeven aan zijn half-caste dochter in An-Teng. Alleen jammer dat de lunar boodschapper naar An Teng al vertrokken is. x85 “Die kun je gisteren wel meegegeven hebben,” zegt Five Days Darkness en neemt het briefje aan. Tawuz schrijft een briefje aan Sango’s opa. (Op het moment dat FDD het van hem aanneemt, herinnert Sango zich twee continenten verderop dat ze nog een briefje van Tawuz aan opa in haar zak heeft en geeft het af.)
Marina vraagt naar de plannen van de godheid. Hij geeft geen antwoord, maar neemt vriendelijk afscheid.

Tawuz ziet dat het wijnvat nog niet leeg is en stelt voor om een moot te houden. Iedereen vindt het een prima idee. Bull of the North en Gerd Marroweater sluiten zich aan. Dat er twee solars bij zijn is niet erg. Little Shu en Atis krijgen ter plekke Rang ‘Half’. We vertellen verhalen en het vat raakt niet leeg tot de zon opkomt. Eén van de lunars merkt nog op dat dit een historisch moment is: de eerste moot op de Heilige Berg! De dragon king ergert zich aan de dronken slapers op ‘zijn’ plein.

Als de overige solars de volgende dag terugkomen worden we wakker. Gerd en BotN willen naar het Noorden. Sango zegt: “Daar moeten wij ook heen, voor de reserve pool.” Wij hebben nu luchtschepen, dus we kunnen gezamenlijk op reizen. Dan komt er een discussie over wie wat wil doen. Tawuz wil de solars niet alleen naar de pool sturen, “wij zijn veel beter in informatie verzamelen!” Daar heeft hij een punt …
Maar de belegering van Gethamane is ook belangrijk. Een van onze hypotheses is dat de reserve pool van Gethamane het werkelijke doel is van de Keizerin.

De reis duurt ongeveer twee weken. We gebruiken de tijd om dingen van elkaar te leren. His leert aan Sango en Atis om het luchtschip te besturen. Als we aankomen, zien we dat gethamane belegerd wordt door vier legers van ieder zo’n 25.000 man, geleid door een stuk of 10 dragonblooded. Dit zijn 20 legioenen, een groot deel van het leger van het keizerrijk.
We speculeren over wat nou de relatie is tussen de pool en Gethamane en daarna besluiten we om op te splitsen in een infiltratie- en een aanvallende groep. Binnen: Sarina, Ghurkan, EoA, Marina en Tawuz (3 lunars en 2 solars); buiten: His, Little Shu, Sango, Atis en SML (2 lunars en 3 solars).
Sarina gaat eerst verkennen. Er zijn vier grote orichalcum deuren, op vier van de zes punten van een zeshoek. De twee andere posities zijn in het verre verleden door lawines verwoest. Ze komt niet door de deuren of de lawines, ondanks dat ze onstoffelijk is. Er zijn hier ook helemaal geen geesten, spoken of lokale goden. Tawuz vliegt rond in vogelvorm. Hij kot er achter dat de legers zich vervelen. Het is duidelijk een lange belegering. EoA verkent de lawines in muis/vorm. Ze ziet dat de lawine niet helemaal natuurlijk is. Sommige stenen zijn expres voor de laatste tweee deuren gelegd. En die liggen zo, dat ze weggehaald kunnen worden om een tunneltje te vormen. Het zou dan eenvoudig zijn voor een paar mannen met schoppen om de lawine weg te graven en de stad relatief snel te ontruimen.
We besluiten xb4s nachts een kruipgang vrij te maken. Dat lukt en we ontdekken een kleine deur. Hij is gemaakt door solasr en mountain folk. Ghurkan en Sarina kibbelen wat, waarna Sarina haar lockpicks pakt en het slot met opvallend weinig moeite opent. Het slot lijkt te voelen dat een solar het open maakt. Ze moet het slot wel even smeren. EoA vult intussen de kruipgang weer op. Ook dat gaat eenvoudig.
Binnen is een gang. Er zijn lichtpunten, maar veel ervan werken niet. Na 100 meter komen we bij een neergelaten valhek. EoA klopt aan, geen reactie. Tawuz verandert in een kat, stapt er doorheen en opent het hek met het knopje. Achter ons sluiten we hem weer. 50 meter verder is er nog een en daarna nog één. Dan loopt de gang dood op een muur. Tawuz doet xb4Eye and Fingertip Wisdomxb4 en voelt dat dit uitkomt op een doorgaande straat. De andere kant is gepleisterd zodat je niet ziet dat er een deur achter zit.
Opzij is een douanekantoor met uitgedroogde stempels en tijdelijke pasjes. Tawuz schrijft er vijf uit.
Als we de deur openbreken, kijken de mensen op straat geërgerd, maar niet verontrust. De straten zijn goed verlicht, alle lichten werken. De mensen zijn rustige en redelijk weldoorvoed. Alleen de kinderen maken lawaai. Sarina peilt de stemming; ze krijgt de indruk dat de mensen weten dat ze belegerd worden, en er van uitgaan dat buitenlanders die binnen zijn hier ook mogen zijn. En dat ze rotzooi maken en zich slecht gedragen, tsja het blijven buitenlanders.

Tanais – 37

4-vi-R1
Winter in het sprookjesbos van The Wyrd. Het is 4 uur ’s middags op dag 4 van de zesde maand van Risha’s regering. Chang krabbelt op uit zijn krater en vertelt wat hij heeft meegemaakt met de reuzen en dat hij onze oude stad heeft gezien en voelt dat onze lunars ergens in de buurt zijn. Waarschijnlijk in Selene.
De meisjes willen zo snel mogelijk terug naar Arjan’s Abode en Risha moet daar ook uiterlijk over vier dagen zijn, dus er is geen tijd om nog even naar Selene op en neer te gaan. Het is nu eigenlijk te laat om te vertrekken, dus er wordt een kamp opgemaakt. De dames houden zich bezig met de paarden en Adrarn papt met ze aan. Ze vinden hem wel koddig. De anderen delibreren waar ze de gasten voor het festival moeten onderbrengen. Omdat we een paar daagjes extra hebben, bedenken we dat we morgen eerst naar het magische bos kunnen en daar de spinnen bestrijden voordat we de paarden los kunnen laten.
Risha stelt voor om voor we gaan slapen de grot te onderzoeken. Claude wil niet mee, want die kent hem al. Eerst vinden we de slaapplaats van de reuzin, daar voorbij is een hek waar door Claude wat spijlen uitgerukt zijn. Hierachter ligt veel paardenstront. Als we verder lopen wordt het steeds smaller. Op een bepaald punt vindt Chang een rotspunt die een beetje lijkt te trillen als een fata morgana. Als Risha er zijn vinger tegen aan wil houden, steekt hij er doorheen en voelt hij een frisse tinteling. Adrarn doet het ook. Risha wil er doorheen stappen, typisch een van zijn onbezonnen acties. Chang houdt hem tegen en bindt eerst een touw om het middel van de jongen.
Aan de andere kant vindt hij een grot die het spiegelbeeld lijkt van waar hij net vandaan komt. Het touw valt tegen zijn been, doorgeschroeid. In het licht van zijn kasteteken ziet hij dat de wanden vol staan met geblazen afbeeldingen van dieren. Hij ziet eenhoorns, holenberen, mammoets, gevleugelde paarden en nachtmerries. Er zijn ook restanten van een vuurplaats. De jonge koning draait zich om en voelt of de doorgang er nog is. Aan hun kant zagen Chang en Adrarn ook het touw neervallen, maar nog voordat ze iets kunnen ondernemen, zien ze Risha’s hand weer uit de muur komen. Chang stapt er ook doorheen. Dit is de eigenlijke ontstaansgrot. De reuzin trok met de gestalde paarden nieuwe magische paarden uit de muur tevoorschijn, die dan door het portaal naar haar kant kwamen. Samen lopen ze de grot verder in. Het wordt weer groter, en steeds kouder en er ligt zelfs wat sneeuw. Als ze een hoek om komen, waait er een ijzige wind. Is dit een portaal naar het Noorden? Ze gaan weer terug.
Als iedereen weer bij het kamp aankomt, hangt daar een ongezellige sfeer. Claude kan het echt niet goed vinden met de twee meisjes. Hij is zijn ballen aan het sorteren om hun te ergeren en zij zingen brahmaanse spotliedjes om hem uit te dagen. Risha vertelt over de ontstaansgrot en de meiden gaan er enthousiast naar toe. Na drie kwartier horen we ze weer: “Kom maar jongenx85”
Ze hebben een grote witte pegasus hengst bij zich. Die is erg schrikachtig in de buurt van de solars, maar Adrarn verdraagt hij wel.
5-vi-R1
We worden wakker in een prachtige zonsopgang. De meisjes gaan baden in een nabij meertje en Adrarn bespiedt hen vanuit de struiken, puberdroom. Claude ruimt de kampplek op en verwijdert de sporen van de reuzin. Hij laat graffiti achter in de grot: een ninja die twee brahmanen slaat met een zweep.
We rijden door het Wyrd bos. Dat gaat over van een sprookjesbos in een gewoon eikenwoud en daarna rijden we door de landerijen. Men is druk aan het werk om het land klaar te maken voor de winter. De kleuren zijn normaal, niet grijs. Tegen half vijf komen we aan bij de klif, de dames rijden door naar Arjan’s Abode, wij slaan af richting Bronwë en komen bij het magische bos. Die nacht gaan we spinnen jagen. Adrarn wordt gestoken door een reuzenspin. Maar met heel veel geluk en dankzij de genezende krachten van Chang overleeft hij. Claude probeert te helpen door het gif uit de wond te snijden. Het is heel moeilijk en Adrarn zal er wel een litteken aan overhouden. Hij bloedt en is delirisch. We vinden aardig wat spinnen, maar niet de broedkamer. Claude maakt een omheining van spinnenpoten. Daarbinnen stallen we de paarden en slaan we zelf ook kamp op.
6-vi-R1
We blijven spinnen jagen, maar vinden de broedkamer niet.
7-vi-R1
Eindelijk, op een open plek bij het meertje vinden we de spinneneitjes. Claufde steekt het allemaal in de fik. Er zullen nog wel een paar spinnen in het bos zijn, maar nu komen er in ieder geval geen meer bij. De paarden kunnen los. Dan zien we Chantal en de andere twee dames op eenhoorn aan komen. Ze willen dat wij weggaan, de brahmanen wachten met smart op Risha. En ze hebben zelf vrouwendingen te doen in het bos. Risha weerhoudt Claude er van om achter te blijven. (Dom, dom, dom.)
Tussen de middag komen we aan in Arjan’s Abode. Het personeel heeft een rustige tijd gehad, maar onder de brahmanen heerst één en al bedrijvigheid. De hoofdbrahmaan komt meteen op Risha af. Hij is blij dat de spinnen verslagen zijn, maar nog veel blijer dat de koning op tijd is voor de festiviteiten. Morgen zijn de laatste voorbereidingen en overmorgen gaan we allemaal in optocht naar Bronwë. Drie dapperen gaan dan voorop om de geesten te bepoederen, dan de koning om hun te beschermen en daarachter een bonte stoet van brahmanen en genodigden in rituele kostuums.
Claude besluit om de minister van financiën nog eens te gaan terroriseren. Hij geeft hem opdracht om alles nog eens na te tellen zodat die niet mee kan met de optocht. Claude wil zijn plek innemen in de stoet.
Risha neemt de hoofdbrahmaan apart. Hij wil sorcery leren. De brahmaan belooft om een mentor voor de koning te zoeken. Hij is er nog steeds van overtuigd dat Eenoog prima in het pantheon past als vorm van Saman, de god van het middernachtelijk vuur.
Chang gaat de kostuums eens bekijken. Het zijn maskers van demonen en duivels en er komen veel veren en bodypaint aan te pas. Ze hebben hier erg veel werk in gestoken. De brahmanen zijn in een uitgelaten stemming, er hangt echt een ‘hoera’-sfeer. Chang laat weten dat hij liever niet zo’n raar pak aantrekt en thuis wil blijven. De brahmanen reageren een beetje gekwetst, maar stiekem zijn ze er wel een beetje blij mee. Er horen eigenlijk geen buitenstaanders bij hun ritueel, maar ze waren te beleefd om dat te zeggen.
Adrarn gaat naar de wapenkamer om zijn chainmail te verbeteren. En hij gaat naar de kapper. Die geeft hem een modieus kapsel wat bij de tieners in het stadje een stuk beter in de smaak valt dan de qartiaanse dracht.
Na het eten gaat Chang verder met de training van Adrarn en Risha.
Claude vermomt zich als de minister. Hij wordt verbaasd aangesproken: “Ik dacht dat jij weg was. Je had toch dat akelige briefje achtergelaten? Wat was er in jou gevaren?”
“Claude.”
“Ja, dat is echt een creep. Het is dat we een erecode hebben.”
“Tsja, Pashupati heeft hem een kracht gegeven. Dus ik kan niets tegen hem beginnen.”
“Waarom? Naar Eenoog overlopen is toch geen optie!”
“Ik moest naar een sterkere god.”
“Dat slaat nergens op. Jij hebt toch niets met Pashupati te maken!” roept de man boos, “Alarm! Indringer!”
Er komen wachters aangesneld. Claude, nog steeds in de vorm van de minister van financiën, doet alsof de man die hem aansprak de indringer is. Hij wordt geloofd en ze zullen de brahmaan naar de koning brengen. Claude kleedt zich snel om naar zichzelf en onderschept ze. Hij wil dat ze de man aan hem overdragen omdat de koning momenteel niet toonbaar is wegens ontbloot bovenlijf, zweet en blauwe plekken van het trainen. Het kost wat moeite, maar als ze in de lege troonzaal aankomen, wordt hij uiteindelijk geloofd en dragen ze de brahmaan aan Claude over.
De arme man smeet dat hij onschuldig is en dat hij geframed is.
“Ga eerst maar eens afkoelen in een cel tot na Bronwë.”
Claude gooit hem in het cachot en gaat weer verder als minister.
8-vi-R1
De volgende ochtend is het vreemd stil in het brahmanen kwartier. Ze hebben hun spullen gepakt en zijn weg. Ook de cel is leeg.
Risha heeft wel een vermeden wie hier achter zit.
“Claude, ik wil je nooit meer zien. Ook niet in vermomming.”

Tanais – 36

3-vi-R1
Het begint winter te worden.
Gwan heeft een briefje achtergelaten: hij is op handelsreis (de speler van dit personage speelt nu Adrarn). Zijn doelen zijn: 1. Paarden weer populair te maken; 2. De weg naar Shearton vrijmaken, zowel om de handel in schapen en wol te verbeteren als om Eenoog sekte dwars te zitten; 3. De vluchtelingen werk te geven door ze hout te laten kappen in Old Wive’s Forest.
Claude stuurt instructies na dat er ook weer nieuw bos moet worden aangelegd na de kap en hij wil mensen leren hoe ze papier kunnen maken van houtpulp en perkament van dierenhuiden.
Deze morgen vertrekken we om onze magische paarden op te gaan halen. Het is xbe dag reizen. Florence en Sandra gaan mee. Risha is incognito, Adrarn en hij gaan mee als leerlingen van generaal Chang. We reizen langs de bosrand. Er staat een stevige wind en de bomen zijn al kaal aan het worden. Onderweg zien we mensen hun akkertjes ploegen en winterklaar maken. Chang wil onderweg de wachttorens inspecteren. Bij de eerste zien we één man bovenin op de uitkijkstaan, twee anderen zitten in de ochtendzon te kaarten. Chang stelt zich voor en laat zijn aanstellingsbrief met et koninklijk zegel zien. Ze tonen respect. Bij de inspectie zijn geen tekens van Eenoog te zien. Het is binnen niet opgeruimd, maar de voorraden zijn op peil. De mannen hebben goed te eten en de wapens zijn in orde. Van bovenin de toren kun je de besneeuwde bergrug in het woud zien. Er hangt een grauwsluier waar we de nederzetting van Eenoog verwachten. Het lijkt wel alsof de kleuren van het woud daar wat minder helder zijn.
We trekken vijf minuten per toren uit, zodat we amper vertraging oplopen. Alle soldaten zijn soulfielders, geen shintasta of eenog-volgelingen. Adrarn heeft het koud, Hij komt vanuit de tropen en is deze temperaturen niet gewend. Naarmate we dichterbij komen zien we dat de kleuren inderdaad fletser zijn bij de nederzetting.
Na vijf uur komen we bij het oude bospad naar het Eenoog dorp. Daar zijn mensen heel ordelijk hout aan het hakken. Ze dragen de kleding van eenoogaanhangers. Er heerst een relaxte discipline. Wonderlijk genoeg zijn ze alle kleur kwijt, alles is in grijstinten. Niet alleen hun kleding, maar ook hun huid en haar en zelfs hun ogen. Risha vraagt de opzichter of dat niet lastig is, alles in het grijs. De man weet niet waar Risha het over heeft. “En wie zijn jullie?” “Wij zij pelgrims.” Hij wordt meteen vriendelijk: “Leuk, we kunnen altijd nieuwe krachten gebruiken.” We praten nog wat en komen er achter dat ze blij zijn met de nieuwe koning. Die heeft de cultus gelegaliseerd.
We gaan verder. Overal zijn groepjes aan he werk. Er liggen houtstapels, er zijn allemaal extra paadjes het bos en we zien veel wagensporen. Onderweg leggen we aan Adrarn uit over de Wyld die hier vroeger was. Risha laat zijn kattenogen zien.
Laat in de middag arriveren we bij Hunter’s Lodge. Het ziet er hier netjes en bedrijvig uit. De waard herkent ons nog. Er zijn nog een paar kamers vrij die we kunnen huren. De rest is ingenomen door een rijke delegatie van Eenoog. Ze wachten met het serveren van de maaltijd tot die terug zijn van hun jachtpartij. Wanneer die binnekomen valt meteen op dat de delegatie ook alle kleur kwijt is, behalve hun tulbanden. Die hebben nog wèl kleur! Adrarn ziet overigens dat het geen echte gewikkelde tulbanden zijn zoals hij draagt, maar eerder een soort hoeden in de vorm van een tulband.
Chang vraagt de waard naar de Wyld. “Ja dat waren slechte tijden. Maar nu heeft de Wyld zich teruggetrokken. Er is alleen nog een heuvelrug halverwege Archet. Als we zeggen naar Sorceror’s Well te willen, dan adviseert hij ons om een lijfwacht van Eenoog meet te nemen. Die bewaken de open plek, want daar zit de duivel, en ze heffen een kleine tol. Risha vraagt of gaat om het spook van Nehal. De waard kent de oude verhalen maar zegt: “Nee, zij hebben het over ‘de duivel’.”
We vragen naar de grijze jagers. De waard maakt zich er maar niet meer druk over. Het lijkt er op alsof zij wèl kleur zien bij elkaar. En grijs hout brandt net zo goed als bruin hout. De vlammen hebben wel kleur. De buit die ze bij zich hebben heeft wel nog kleur. Alleen rondom de wond waar de dieren door een pijl geraakt zij, zit een grijze plek. We bereiden de herbergier vast voor op de komst van hoge gasten.
Claude doet alsof hij dronken is om de jagers te provoceren. Hij roept om schapenballen en een fles jenever. Het personeel voert hem discreet mee naar buiten. Hij mag zichzelf bedienen. De waard komt bij Chang klagen over het wangedrag, maar die kan er ook niets aan doen. Na het eten gaat Chang Adrarn en Risha trainen in martial arts. Het is 2? boven 0 en ze moeten zware oefeningen doen met twee emmers water. De jongens hebben vooral veel moeite met de tweede oefening en ze zullen de volgende dag behoorlijke spierpijn hebben. Als Claude terugkomt, trekken de twee dames zich terug op hun kamer. Hij wordt verder door iedereen genegeerd. On één uur ’s nachts knielen alle elite eenogen neer voor een gregoriaans gezang en daarna feesten ze nog een uurtje verder.

4-vi-R1
De volgende ochtend worden de martial arts oefeningen in alle vroegte voortgezet. Ze zien herders langskomen met een kudde schapen. Die blijken langs Sorceror’s Well te zijn gekomen. De weg is weer open en zij zijn niet bang voor de duivel. Ze doen niet aan bijgeloof. Ze vertellen dat er een permanente bewaking is van vier van die eenogers en die vragen 1 zilver als tol. De schapen gaan naar Soul. Dat is zo afgesproken met de heren van het bos. Die regelen een vaste prijs voor ze, dat is wel zo makkelijk. Dit is de tweede levering al. De handel is dus al op gang gekomen en Risha baalt er van dat Eenoog hem voor is. Hij bedenkt zich dat hij belasting over die tol en over de schapenverkoop moet gaan heffen. Niet te veel.
De herders zijn tevreden met de status quo, zolang de shintasta maar binnen de grenzen van hun reservaat blijven. Voor de revolutie graasden hun kuddes alles kaal. Daar is nu gelukkig paal en perk aan gesteld. Risha vraagt naar de oude priesters. “De Derwit? Die schijnen nog te bestaan,” maar de herders weten er niet veel meer over te vertellen. Chang vraagt naar de Melukhans. Ze lachen: “Aardige lui. We hebben er geen last van. Ze zijn een beetje ‘leeg’ in hun hoofd.”
Adrarn raakt na het trainen in gesprek met de eenoog elite. Hij spreekt ze aan over hun tulbanden. Dat valt goed bij ze. “Mensen die van tulbanden houden zijn altijd welkom, Kom eens langs. x85”
Ze wisselen tips uit over verschillende manieren van wikkelen (Qartiaans) en vastspelden (Eenoog) van de complexe hoofddrachten.
Bij het ontbijt doet Claude moeilijk over eieren en jenever. Daarna gaan we weer op reis. Als we het bos in gaan komt de kleur snel weer terug. Het is een sprookjes-oerbos met dikke moskussens, vreemde paddestoelen en witte konijnen. Dit is de Wyrd, niet de Wyld meer een soort voorstadium. Chang stelt voor om de paarden los te laten. We halen de zadels er af en gaan zonder de dieren verder. Sandra en Florence amuseren zich wel met de buitenlandse ideeën van Adrarn.
Dan verschijnen er borden in het bos. ‘Tot hier en niet verder’ ‘Keer terug’ en ‘Privé eigendom!’ We trekken er ons niets van aan, tot we bij een enorme voetafdruk met zes tenen komen. De takken van de bomen zijn gestript tot 10 meter hoogte. Adrarn vindt vreemde openingen tussen de boomwortels. We laten het aan Sandra over om sporen te zoeken. Die maakt zich zorgen over de voetsporen.
In de verte horen we een diepe, luide vrouwenstem een vrolijk liedje zingen. Behoedzaam gaan we er op af. We vinden een grot et een groot kampvuur er voor. Daar zit een reuzin met drie hoofden. Ze draait aan een spit met een groot beest met acht poten. Ze is een nachtmerrie aan het braden!
We verbergen ons in de bosrand en Claude sluipt de grot binnen.
We horen allemaal vallen afgaan. Dan rennen er allemaal nachtmerries, eenhoorns en pegasi naar buiten. Het groene paard zit er niet tussen. Driehoofd rent achter een van de nachtmerries aan. Sandra en Florence beginnen te zingen. De paarden komen naar hun toe behalve de ene die inmiddels door de reuzin is gevangen. Claude rent naar buiten en gooit dolken naar de reuzin (Cascade of Cutting Terror) waar ze geraakt wordt, komt groen bloed uit haar been. Hij slaat er een hoofd af en Risha hakt op haar linkerarm (een heftige combi van charms). Ze strompelt door in shock en terror. Risha geeft haar de genadeslag. Chang doet hetzelfde bij de kapotgeknepen nachtmerrie.
De reuzin valt uiteen in blubber en er groeit een heel mooie bloem uit. Adrarn probeert de paarden te mennen. Met hulp van de twee meiden lukt dat wel. Ze gaan zingend de paarden zadelen. Zo verzamelen ze twee pegasi, drie nachtmerries en een eenhoorn. Die aantallen kloppen niet. Dit zijn niet onze eigen paarden. Wel vinden we overal botten van paarden, dus die heeft ze blijkbaar al opgegeten. Risha is heel verdrietig, want zijn groene paard is dood. Dit hier is een ontstaansgrot en de reuzin gebruikte onze paarden om er steeds weer nieuwe mee op te roepen.
Risha neemt drie verschillende dieren en verzamelt met hun hulp de nodige kruiden. Het zijn er in dit bos andere dan de vorige keer. Maar het ritueel lukt! De nieuwe groene hengst neemt de leiding van de kudde over. Claude gaat in de grot op zoek naar schatten. Maar de reuzin had geen goud. Dan snijdt hij de ballen af van een pegasus hengst die in een val was gelopen.
Chang bekijkt de bloem. Die groeit in hoog tempo tot inde hemel, net als in het verhaal van Jack and the Beanstalk. Na een kwartier verandert de bonenstaak van onderen naar boven in licht. Chang grijpt de steel vast en klimt snel naar boven. Adrarn ziet hem de hoogte in verdwijnen, richting het zonlicht. Chang hoort van boven een schel, driestemmig gezang. He is wel mooi. Op 150 meter hoogte voelt hij de zwaartekracht niet meer. Hij is in het zonlicht en staat op een soort vloer naast een enorme tafelpoot. Hij ziet hoe de driehoofdige reuzin zich blij herenigt met haar familie. Dan gaat hij op exploratie. De stenen van het gebouw zijn belachelijk groot. Hij kan gemakkelijk onder de deur door en komt in een grazige vlakte, voor hem een jungle met vier enorme wollige benen. Er staat een reusachtig schaap in de wei. Daar zijn er nog meer van. Hij gaat weer naar binnen en vindt daar een enorm grote slaapzaal.
Als hij hoort wat er gebeurd is, klimt Risha op een pegasus en vliegt omhoog. Maar er is alleen maar lucht. Hij vindt geen kasteel maar heeft wel een fantastisch uitzicht over de landerijen van Soul.
Claude wil de ballen gaandrogen om ze daarna op te eten. Dat gaat een paar maanden duren, dan krijgen zijn ballen vleugeltjes.
Adrarn probeert ook met een pegasus te oefenen.
Intussen gaat Chang door met verkennen. Hij vindt naast de slaapzaal een keuken met een haardplaats en daarnaast enorme houtblokken, knollen en hompen vlees. Het zonlicht in de herenigde reuzen versterkt elkaar en geeft een gloed. Chang voelt het in zichzelf resoneren. Maar zijn zon is oneindig veel intelligenter. Hij activeert zijn valor. Daardoor krijgt hij een visioen. Hij ziet uit zijn eigen verre verleden een witte stad die ontploft en onder de golven verdwijnt. Het vergaan van de oude aeon en de stad waar wij gewoond hebben. De baai van Soul met de buitenring van eilanden, onze stad was vlak daarvóór en is daar verzonken. Ook voelt hij dat onze lunar counterparts niet ver zijn. De stad is een soort anker voor onze exaltaties.
Dn valt hij door de lucht omlaag van 150 meter hoogte. Recht achter Risha langs, die ziet hem helemaal niet. Chang gebruikt de charm Spirit Strengthens the Skin. KABLAM! Met een enorme klap stort hij neer. Hij negeert de schade, maar geeft fel licht.

Het is 4 uur ’s middags op dag 4 van de zesde maand van Risha’s regering