The RoSE – 46

Wij (de Solars) reizen naar Gethamane. Dat is ongeveer een week vliegen. Als we in de buurt komen zien we een kilometers groot vliegend schip vlakbij de berg zweven. De onderkant is beschadigd. Little Shu zet zijn helm op en wordt weer “Green Hornet”. 
We zien dat de legioenen samengevoegd zijn tot één groot kampement, heel ongebruikelijk ingedeeld. Veel tenten zijn vervangen door glimmende bouwsels en er is een monorail. Het is zo ingericht dat je in de val loopt, van welke kant je het ook aanvalt. Het is ook wat groter dan de vorige keer. Het plensregent, maar in het midden is een gedeelte met occulte symbolen die de regen stoppen. Sarina kijkt en ziet dat het magie is van The Sea Who Walks Against the Flame – Kimberi zelf. Little Shu doet een War charm en neemt waar dat er in Luthe zo’n 4000 getrainde manschappen zitten. In het kampement zitten elitetroepen.
In de haven liggen een aantal vreemde schepen. Die zijn van Lintha piraten. Als we er aanleggen, vertellen die ons dat er een grote zeestrijd aan de gang is tussen The Silver Prince, een Deathlord, en de vloot van de keizerin. 

‘Onze’ Lunars begroeten ons hartelijk. We praten bij. 

De volgende arriveert er vanuit het Zuiden een delegatie Lunars, aangevoerd door ene Tammuz. De Lunars behandelen hem nadrukkelijk niet als Elder. Uit Lookshy, Nexus en de Paardenlanden arriveren twaalf Solars, en vanuit Yu Shan vier Siderials. Het zijn vier van de vijf Siderials die de moordpartij hebben overleefd. De vijfde is de Green Lady, maar zij is al eeuwen geleden verdwenen in de Underworld. We besluiten eens bij elkaar  te gaan zitten. De ambassadeur van Autochthon en generaal Ledaal Gras nodigen zichzelf uit. 
Tammuz weet de vergaderzaal van Luthe te vinden. We moeten wel eerst even de bewoners alternatieve woonruimte aanbieden. De Siderials beginnen: De Loom Of Faith is niet bruikbaar. De Grote Knoop is voorbij, maar de Maiden Of Endings is er aan het werk. Zij heeft alleen tegen de Siderials gezegd dat ze hier in Gethamane moesten zijn. Hier komen volgens haar de legers van Creation samen. 
“Ah,” zegt Tammuz, “dat verklaart mijn dromen. Geef me een paar maanden, dan mobiliseer ik alle Lunars en Beastmen uit het Zuiden.” Hij vertelt dat we niet op Rakshi moeten rekenen. Ze is een No Moon, die gelooft in niet ingrijpen. Haar levenswerk is alles over magie leren. Ze wil Solars Circle Sorcery leren. Atis stelt voor om er iets aan te doen, zodat dit voor haar mogelijk wordt. Sango is tegen: de meeste Solar Circle magie is destructief en groot. De anderen vinden het ook een slecht idee. 
Buffy zegt dat de meeste Autochthonians uit Autochthon zijn verdreven. De subroutines gehoorzamen de Mountain Folk. Hun stad is overgezet in een kleiner, mobiel lichaam en is op weg naar The Core. Tawuz mompelt tegen Ghurkan: “Uhm, Ghurkan, herinner je je die autochtoonse kunstmatige lichamen in je opslag? We hebben er eentje uitgeleend…” Ghurkan fronst maar houdt zijn mening voor zich.
Tammuz heeft ook een groep van het autochtoonse volk ontmoet. Ze zijn een nieuwe stad begonnen ten Zuiden van Gem. Hun stad was vermoord door de ambassadeurs van de Realm, twee met groene juwelen in het voorhoofd en groene aura’s, die zich Void Seekers noemen. Wij vermoeden dat het Green Sun Princes zijn. Tammuz heeft de ambassadeur van zijn groep Autochthonians meegenomen, een Moonsilver Caste. Die wil helpen, maar hij wil zelf ook hulp, iemand die met hem meegaat en hem in Yu Shan binnenlaat zodat hij de werkplaats van de Grote Maker kan bezoeken. Onze Solars vertellen dat ze er geweest zijn en laten een paar Hearthstones zien. 
Dan komen de Solars. Zij zijn de overlevenden van de 100 steden. Alleen Nexus en Lookshy houden stand. De dodenstad is ingenomen. De Realm troepen hebben 2nd Circle demonen bij zich. In 2 à 3 weken zullen ze voor de muren van Nexus staan. 
Little Shu vraagt of de visioenen ook tonen waar de eindstrijd gaat plaatsvinden. De Siderials weten het niet. Ook de Loom toont het niet. Alleen weten ze dat het over anderhalf jaar zal zijn. Little Shu vraagt ook hoe groot de legers van de keizerin zullen zijn: ongeveer zo groot als die van ons. 
Kunnen we niet aanvallen? Atis stelt dat we niet achter de feiten aan moeten lopen. Hij stelt voor om wel aan te vallen, maar ook moord- en desinformatiecampagnes te starten. Maar hoe weet je wat je moet raken? Misschien kunnen de Siderials met het astrolabium van de Dragon Kings uit de voeten. Hierin zijn ze inderdaad zeer geïnteresseerd. Wij kunnen ze introduceren bij de dragonking eigenaren ervan.
We kunnen via Yu Shan reizen, daarvandaan zijn alle besproken locaties te bereiken. Atis wil bovendien ook de Celestial Lions aan onze kant hebben. His heeft onlangs via Yu Shan gereisd om het luchtschip uit Rathess op te halen, hij vertelt dat die stad ook brandt. Het was aangevallen.
Tammuz zegt: “Als je echt in het hol van de leeuw wilt aanvallen, moet je in Malpheas zijn.” “Nou,” zegt Tawuz, “daar moesten we toch heen om de moeder van de Green Sun Princes te doden.” We hebben het over tactieken en missies. We kunnen de Solars en Lunars 2nd Circle Banishment leren, en andere spreuken. Met de strategietafel kunnen we de aanval op de keizerlijke legers bij Lookshy en Nexus plannen.
Wat doen we zelf? De queeste in Malpheas is iets voor onze Lunars. Bondgenoten in Yu Shan werven, dat kunnen wij goed doen. Nexus bevrijden willen we ook graag zelf doen, vier van ons komen er vandaan, het in de steek laten vinden we ondenkbaar. Bovendien zouden de yogi ermee veel te machtig worden. We kunnen de troepen naar Nexus en Looksy vervoeren met Luthe, dus de lunars moeten mee om het schip te besturen. Little Shu is teleurgesteld als hij hoort dat het schip echt bedoeld is om door lunars bestuurd te worden, hij was zelf graag kapitein geworden.

De strategietafel wordt aan boord gehaald. Tammuz legt uit hoe we de anti-scrying van Luthe aan kunnen zetten. De Dragon Kings en “Little Shu” (Kimberi  vermomd als Little Shu) worden erbij gehaald. Planning en kennisuitwisseling volgen.

Sango gooit een Carnival Gate, zodat de Siderials via Yu Shan naar Rathess kunnen gaan. Een Pterok uit Gethamane gaat mee om ze te introduceren. 
Ghurkan en His gaan de Celestial Lion aan de gate van Gethamane opzoeken, om hem ons goed genegen te maken. Ze nemen direct de Moonsilver ambassadeur, het Verheven Principe van Gezond Verstand genaamd (bijaam Silver Surfer), mee zodat ze hem naar Autochthon’s werkplaats kunnen brengen.
Het leger wordt ingescheept. Generaal Ledaal blijft achter met 2000 man. 
Eye vraagt aan de lunars of er een manier is om zwangerschap te versnellen. Tammuz zegt dat dit zaken zijn voor vrouwelijke No Moons. Shi Mei Lan gaat bij de No Moons informeren. Die kennen inderdaad praktijken en rituelen: zo kun je snel een stam Beastmen op de wereld zetten. Er zijn ook rituelen om een meerling te krijgen. Eye legt uit dat ze haar ongeboren vrucht wil baren vóór ze naar Malpheas gaat. Ze voert de rituelen uit en voelt de vrucht groeien.

We vertrekken in Luthe. De Solars en de Lunars reizen mee in de commandobrug. Loopings en scherpe manoeuvres kan het schip nog niet aan. De camouflage doet het ook nog niet.
Atis vraagt onderweg aan Buffy wat het Oog van Autochthon eigenlijk doet. Het is volgens haar het zintuig dat Autochthon heeft achtergelaten om contact te houden met Creation. Maar nu hij slaapt, zit je met een deel van een dromende primordial. Het is niet veilig. Alleen Autochthon en zijn subzielen kunnen het zonder gevaar gebruiken. 
We vliegen over wat eens de 100 koninkrijken waren. Het is nacht. De steden zijn hel verlicht, meer dan vroeger. De dorpen zijn ook helderder dan anders. Nexus wordt belegerd. We maken een verkenningsrondje en gaan daarna buiten zicht een tactiek bedenken. Daarna roepen we “Little Shu” erbij en gaan we oefenen. Het blijkt dat zij beter is dan wij allemaal bij elkaar. Maar met z’n allen worden de zwakke plekken gevonden en aangepast. De Wild card is Nexus: zonder steun uit Nexus is de keizerin sterker dan wij. Sarina heeft de rang generaal in de stad, Sango heeft via haar grootvader connecties met de stadswacht. Bovendien kennen we Ouranos, één van de leden van de stadsraad. Sarina kent bovendien de ondergrondse tunnels, waaronder vluchttunnels die ver buiten de stad uitkomen. Die gaan we gebruiken om steun te werven. Sarina trekt haar uniform aan. 
Als we de tunnel ingegaan zijn, worden we staande gehouden. Eén van de bewakers is uit Sarina’s oude bende en kan voor ons instaan. Sango, Ghurkan en Atis gaan naar Opa. Die brengt ze naar het stadsbestuur. Sarina en Little Shu zijn daar op eigen houtje ook heengegaan. 
De stad heeft 10.000 man militie, plus 500 Dragonblooded en kan een beroep doen op de Marukhan (het paardenvolk). We houden contact via walkie-talkies uit Lethe. Little Shu, in zijn gedaante als Green Hornet, wordt de generaal in Nexus, Sarina gaat bij de Marukhan buiten de stad en Kimberi houdt (nog steeds vermomd als Little Shu) het overzicht vanuit Luthe. Opa kan nog martial artists en lokale goden inschakelen. Hij kan bijvoorbeeld slagregens in de vijandelijke kampementen laten neerdalen, maar zegt besmuikt dat dat alleen mag met toestemming van een Solar. Ghurkan geeft de opdracht en bekrachtigt deze. Dat we Luthe hebben en het kunnen vliegen kunnen we niet verborgen houden, maar we besluiten om het schio niet in het gevecht te betrekken. We hopen dat de keizerin zal denken dat het te beschadigd is om als meer dan transportschip te worden gebruikt.

De strijd brandt los. Beide kanten worden door een 3rd circle demon aangevoerd. We zien dat er heel smerige trucs gebruikt worden, aan beide kanten. Wij (de Solars) hebben het er moeilijk mee, maar we verbijten ons. We voelen ons er wel enigszins door bezoedeld (d.w.z.: we lopen ‘limit break’ punten op).
Het eerste uur gaat voorspoedig voor ons. Green Hornet schiet een Essence Arrow om de moraal te verbeteren. Desondanks gaat het tweede uur niet beter dan het eerste. Beide kanten hebben intussen flinke verliezen geleden. We doen extra motiverende acties, het derde uur gaat alweer beter. 
Intussen zijn de legers aan beide kanten een stuk kleiner. Vanuit de heuvels komen Wyld troepen op feral Dragon Kings. Ze vallen ons aan. His verzint een list: hij neemt zijn demonen-vorm aan en probeert ze de andere kant op te sturen. Atis stuurt zijn Pattern-Spider Cloack op een demon af. Sango activeert Battle Fury Focus waardoor ze een vechtmachine wordt. Green Hornet doet een Mob Dispersing Rebuke op een deel van de vijand. Ghurkan schreeuwt gloedvolle slogans. We houden het, maar er staan nog steeds wat Dragonblooded tegenover ons. Shi Mei Lan heeft intussen de spreuk God Forged Champion of War gedaan, waardoor er een enorme warstrider ontstaat. Daarmee winnen we overtuigend.

Het slagveld ligt bezaaid met doden en gewonden, vooral van ons – de tegenstanders waren voor het merendeel demonen, die verdwijnen als ze verslagen worden. We zorgen dat Luthe in de buurt landt, na de troepen van Nexus gewaarschuwd te hebben dat het schip aan onze kant staat. De Dragonblooded aan de kant van de keizerin hebben allemaal iets vreemds. Het lijken wel mutaties, en ze hebben vreemde compulsies – zeuren om bier, schrikken van alles. Het lijkt wel alsof hun Virtues kapot zijn. Ze vechten er overigens niet slechter door.
We hebben nu ook geleerd dat, als beide kanten even sterk zijn, de keizerin wint. 

Tijdens de laatste fase van de veldslag heeft iemand uit de stad de aanvoerder van de vijand, een 3rd circle demon, uitgedaagd. De Emissary is terug! En hij heeft gewonnen. Na het gevecht spreekt hij ons aan en identificeert zich als Ouranos. Hij is langzaam geëvolueerd tot een Maiden, de Maiden of Mind, en met deze overwinning kan hij zijn zijn positie in het firmament aannemen. Hij merkt op dat we één van de Titans (vliegende citadellen) hebben, maar dat we er nog één op de kop kunnen tikken als we heel snel zijn.
We zijn zeer geïnteresseerd en vragen verder. Hij vertelt dat we er vlakbij zullen komen, aangezien we Rakshi willen aanpakken – het ligt er praktisch naast, op de berg Metagalapa.
Verder wil hij een verbond sluiten met Ghurkan, bekrachtigd door hem als Lawgiver. Ghurkan stemt toe. Ouranos schudt zijn hand en zegt: “Ik beloof plechtig dat ik nooit ook maar één enkele zet in de Games of Divinity zal doen!” 
Hij vertelt dat de Games de reden waren dat hij zich verborgen hield in Creation; tot nu was hij niet sterk genoeg om deze gelofte te kunnen houden. Volgens hem zijn de Games dat de reden dat het zo slecht gaat met Creation. Hij overziet nu vanaf de hemel heel Creation en begint zachtjes te huilen. Om ons heen gaat het licht regenen. Eigenlijk begint het in heel Creation te regenen.
Hij vertelt ook dat we Dragon Kings mee moeten nemen naar Metagalapos omdat dat de totems zijn van de lokale stam. En hij herhaalt dat we ons moeten haasten, omdat anders de Abyssals ons te snel af zijn en hem innemen.
Als we er naar vragen, zegt hij dat de dromen niet van hem kwamen. 

Sango stuurt bericht van onze overwinning naar belangrijke bondgenoten. In ieder geval naar Mnemon, the Roseblack en de Dragon Kings en Siderials in Rathess.

8 XP

The RoSE – 45

We staan bij de uitgang van Gaia. We zijn in totaal vier weken in deze wereld geweest. Als we door de uitgang lopen, blijken de simhata’s mee te willen. In de paddenstoelentuin worden we welkom geheten en via brede straten naar buiten geleid. Buiten is het donker, maar er hangt een vreemde schemering. In de lucht hangt een grote rode ster die dof, onaangenaam licht geeft. Het leger is in de hoogste staat van paraatheid. De vliegende citadel is nergens te bekennen. Generaal Ledaal heet ons welkom.

Zes weken eerder in Lookshy.
De solars hebben hier enkele dagen doorgebracht en diverse dringende en minder dringende dingen gedaan. Op een gegeven moment komt er een wachter naar ons toe. “Ik zoek Ghurkan!” “Dat ben ik.” “Er is iets voor u aan de poort en we laten het NIET binnen.” We gaan mee.
Bij de stadspoort is het druk. Diverse tovenaars staan spreuken te gooien. Er staan meerdere dragonblooded met laaiende aura’s. Buiten staan Mountain Folk en die willen naar Ghurkan, door de deur heen. Ghurkan neemt zijn windblade en stijgt op. Aan de andere kant staat een draak die steeds een straal blauwe essence op de deur afspuwt. Atis kondigt hem aan: “Mountain Folk! Hier is Ghurkan!”
De draak stopt met spuwen en draait zijn kop naar boven. De ogen blijken glazen koepels te zijn, met in elk oog een mountain folk krijger. “Ghurkan? Meekomen!”
“Waarheen?”
“Meekomen! Moet van Artisans!”
Ons schip werkt niet onder de grond, horen we. We kunnen wel een lift krijgen. Er gaat een luik open in de buik van de draak. Als we op de trap stappen, begint die automatisch omhoog te gaan. De werkers die Ghurkan begroeten vragen wie die anderen zijn. “Dat zijn mijn circle-mates”. Ze kijken twijfelend, tot eentje mompelt: “Solars”.
In de draak is het interieur ruim, functioneel en zonder enige opsmuk. Als we vragen of we naar buiten mogen kijken, maken ze een paar schubben transparant. De draak is naar beneden aan het tunnelen, op meer dan natuurlijke snelheid. We reizen een hele tijd door de aarde omlaag. Soms zien we verlichte ruimtes. In één ervan wonen oogloze wezens met tentakels. De dwergen leggen uit dat dit “Lost Ones” zijn, eerder geschapen wezens die de primordials beu waren geraakt.
We zijn op weg naar de kern. Als we daar aankomen, blijkt het een enorme holte te zijn. In het midden hangt een lichtgevende bol, ongeveer zo helder als de maan. Daar draaien meerdere bollen omheen, in verschillende tempo’s. Van één van de bollen maakt zich een schotelvormig voertuig los. Het reist best wel lang, waardoor we een indruk krijgen van de grootte van deze ruimte. Volgens de mountain folk kijken we naar de schepping in de baarmoeder van Gaia.
Uit de schotel stapt een artisan. Hij begroet Gurkan en vertelt wat ze hebben geleerd over de great curse en wat er aan gedaan moet worden. Het komt er op neer dat de curses van alle celestial exalts op één zondebok worden geconcentreerd. Dat hoeft geen vrijwilliger te zijn. Het moet wel een geëxalteerde zijn. Als die een natuurlijke dood sterft, stopt de vloek. De vloek van de goden wordt daar overigens niet door opgeheven. Het vermoeden is dat hun verslaving aan de Games of Divinity deel uitmaakt van de vloek. Hij waarschuwt ons om zelf niet naar het spel te kijken als we er ooit in de buurt komen. Stervelingen kunnen er niet tegen, zelfs solars niet. Hij geeft een koperen boekrol mee waar een ritueel in beschreven wordt waarin 1 solar, 2 lunars, 3 mountain folk, 4 dragon kings en 5 siderials moeten samenwerken.
Onze gesprekspartner moet terug naar de Maker. Ze zullen een delegatie van een artisan, een werker en een krijger naar de Imperial Mountain afvaardigen om te zijner tijd te helpen met het ritueel.
Inmiddels is de bemanning van de draak afgelost. Ze bieden ons een enorm stuk vlees aan (dino-dij formaat), met wat aardappels. Er zijn slaapvertrekken ingericht. De volgende dag worden we weer afgezet bij Lookshy. We gaan snel naar buiten, voor de stadswacht weer overspannen kan raken, en zeggen onder dankzegging gedag tegen de mountain folk. Zodra de draak weer de grond induik, ontspannen de bewakers. Hij laat overigens de grond ongeschonden achter.
Little Shu wil direct deelnemers aan het ritueel voor het opheffen van de vloek gaan verzamelen. De anderen vinden dat te snel van stapel lopen. Atis’ argument is dat we het Deliberative erover moeten laten beslissen – juist omdat wij vanwege de vloek de neiging hebben om alles zelf op te willen beslissen.

We slaan proviand in en zetten koers naar Chiaroscuro. Na een week komen we aan. Het is een heel vreemde stad, vooral bestaande uit glazen torens. Onderweg zien we troepenbewegingen, het lijkt er op dat de keizerin de troepen weer uitzendt. We zetten, met een bocht om de stad heen, koers naar de opgegeven coördinaten. De woestijn verandert in rots en dan in een vlakte van bergkristal met een kilometer diameter. In het midden staat een fort van zwart kristal. Alle vormen zijn vreemd van de kristalgroeisels. Er lopen geen wegen naar deze plek en het voelt ook onaangenaam. Als we naderen voelen we dat de magie van het luchtschip afneemt. We gaan snel terug, voordat we stranden, en zetten het iets buiten de kristallen vlakte neer zodat het weer kan opladen. De vlakte sluit ons ook af van de essence-stromen van Creation. Het ziet er vreemd uit. Er ligt een glazen vogel, glazen kikkers en iets wat lijkt op een kristallen palmboom. Laten we maar voorzichtig zijn…
We zetten koers naar het fort en belanden bij de rand van een krater waarin het staat. Als we goed kijken, zien we dat het los in de krater hangt, zonder bruggen. Er zijn wel deuren. We bekijken of het Windblade van Little Shu werkt. Ja het werkt, maar het kost hem wel essence, want dat lekt hier weg. Little Shu vliegt naar één van de ingangen en maakt een touw vast. Het is hier doodstil. Sarina rent over het koord en maakt een tweede touw vast. De rest loopt daarna zonder problemen naar het fort.
Binnen is het een driedimensionaal doolhof van obsidiaan. Af en toe lijkt het of we in de muren iets zien bewegen. Atis gebruikt de Keen Sense Technique om zijn gehoor en gevoel te verbeteren. Hij hoort de wind. Als hij het glas aanraakt, voelt het alsof er dingen door het glas heen bewegen, kleine rimpelingen. Ghurkan kent de Eye and Fingertip Wisdom, een lunar charm die hij heeft geleerd van Tawuz (als Eclipse Caste kan hij dat). Hij voelt nu de plattegrond en weet dat er een centrale kamer is. Met de charms van Atis en Ghurkan lopen we de goede kant op. Atis voelt dat er iets op ons af komt en waarschuwt ons dat we op onze hoede moeten zijn.
1. Er komt iets uit de muur! Een draak van rozenkwarts. Hij kijkt heel vals en valt aan. Atis gebruikt zijn Smashfist en God Kicking Boots om een paar klappen en schoppen uit te delen. Sango slaat met haar ijzeren staaf en raakt nèt. De draak is boos, klauwt naar Atis en raakt. Ghurkan slaat met zijn Serpent Sting Staff en raakt ook. De kristallen draak spat uit elkaar. Terwijl we het slagveld bekijken, komen er weer twee uit de muur. Sarina was waakzaam en slaat er naar eentje. Zij heeft ook een ijzeren staaf. Ze verwondt er één.
2. Atis wervelt om zijn as en slaat en schopt in één vloeiende beweging, maar mist. Sango gebruikt nu haar Tiger Claws en beschadigt de andere draak. Ghurkan activeert Essence Claws and Fangs Technique en slaat op de draak die net door Sango geraakt is. Deze draak spat uit elkaar. Little Shu gebruikt de Trance of Unhesistating Speed en schiet een pijl. Hij raakt en de andere draak valt in scherven uit elkaar. Atis en Ghurkan leiden ons snel door, maar zodra we de bocht omgaan, staan er drie op ons te wachten. Sarina doet Rain of Feathered Death en schiet op elke draak een pijl af. Twee van de drie gaan kapot.
3. Atis heeft het idee om via een rechte lijn naar de centrale ruimte te gaan, en begint op de muur te slaan. Hij slaat er brokken uit. Sango slaat op de laatste draak, maar mist. Little Shu schiet en raakt. De derde draak valt in scherven uiteen. Ghurkan roept: “Rennen! Links, rechts, en dan schuin omhoog!” We rennen en laten de draken even achter. De centrale kamer bevat een bal in het midden, zwevend, met allemaal hendels. Maar voor ons verschijnen vier kristallen draken. Eén draak probeert Sango aan te vallen, maar faalt zó erg dat het lijkt alsof ze een kopje krijgt. Een andere bijt Little Shu, die de Solar Counter Attack doet. Eentje mist Ghurkan. De vierde spuugt hagelstenen naar Atis, die snel zijn luchtfilter activeert, maar toch geraakt wordt. Little Shu haalt snel uit en slaat de draak die aan zijn arm hangt. Het wezen verpulvert. Ghurkan slaat en ook zijn draak valt uit elkaar. Atis roept: “Laat er een over!” Little Shu schiet op een van de twee overgebleven draken, raakt, maar doet niet genoeg schade. Sarina springt op de draak bij Sango en probeert hem te berijden.
4. Atis zet zijn harnas op de vliegstand en wil snel naar het object in het centrum van de kamer. Maar het lukt hem niet om te versnellen. In plaats daarvan stijgt hij langzaam op tot boven het voorwerp, en laat zich dan vallen. Sango dekt Atis’ rug en valt niet aan. De draak waar Sarina op zit, dematerialiseert. De andere valt Ghurkan aan, maar mist. Sarina heeft een Autochthonian Heartstone om te dematerialiseren. Ze gebruikt die en zit dus, gedematerialiseerd en al, nog op de rug van de draak. Ghurkan activeert Snake Form om zijn draak een doelwit te bieden, maar verdere aanvallen te ontwijken. Little Shu ziet dat de zaak onder controle is en gaat naar de centrale bol.
5. Atis valt op het voorwerp en blijft er op hangen. Sango gebruikt Monkey Leap Technique om zich aan de bol vast te houden. Ze inspecteren samen de bol. Atis ziet één knop die gezekerd en ingedrukt is. Hij drukt er op. De bol houdt plotseling op met zweven. Atis weet te voorkomen dat hij valt. Sango laat los en breekt haar val. Little Shu helpt de bol op te vangen.
Sarina zit met een heel boze draak die in zijn element is. De draak valt haar aan, maar mist. Sarina slaagt er in om te blijven zitten. Ze ziet dat de anderen de bol pakken en besluit weer te materialiseren. De draak volgt haar niet.
De bol is inderdaad het Oog van Autochthon. We lopen ermee naar buiten.

We besluiten om naar de Heilige Berg te gaan, om de scroll over de Great Curse veilig op te bergen. We moeten hoog vliegen om niet op te vallen. We zien onderweg dat de structuur van het Blessed Isle continent flink veranderd is. Her en der is Balefire te zien, groen vuur dat alles verteert. Tijdens de reis bestuderen Sango en Atis het Oog. Het geeft al hints als je aan een knopje dènkt. Sango denkt dat de magie van hetzelfde niveau is als Solar Circle Sorcery.
Als we tegen de berg omhoog vliegen zien we dat de demonische invloed ophoudt waar Meru begint. De orichalcum beelden staan weer op hun plek en zijn gerepareerd en aangepast. De eerste stelt nu Ghurkan voor, met zijn naam op de sokkel. De tweede is nu van twee parende beastman: een satyr en een swanmaiden. De derde is van drie mountain folk die aan het smeden zijn: een werker, een krijger en een artisan. De vierde is een totempaal van vier verschillende dragon kings op elkaars schouders. De vijfde zijn vijf stokfiguren: eentje die spint, eentje die meet, eentje die knipt, eentje spant de draad op het weefgetouw en de vijfde weeft. Op de berg ontvangen we de boodschap van de lunars: “We hebben Luthe en gaan naar Gethamane.” We besluiten om daar ook heen te gaan.

Solars 7 xp
Dragonblooded 3 xp voor het beëindigen van een verhaal.

Tanais 58

2-iii-R2
Het hele gezelschap trekt in colonne terug naar Bronwë. De reis duurt drie dagen. De tweede dag zal er regelmatig gestopt moeten worden omdat het een heilige dag is en de brahmanen allerhande rituelen uit moeten voeren. Wij rijden te paard verder en komen daarom ruim eerder aan dan de voetgangers.

3-iii-R2
We komen ’s avonds aan bij de ambassadeursstad en gaan meteen door naar het paleis. Kadier wacht ons daar op. Hij is de majordumus voor en bericht ons dat Daguerre terug is. Tijdens onze afwezigheid zijn de siderials langsgeweest. Die komen nog wel terug. Bambi wil een vrijhandelsverdrag sluiten tussen Sesklo en de Noordelijke Liga, wat misschien niet zo’n goed idee is omdat Soul daar niets aan verdient. De Derwet – Soulfield priesters – zij langsgeweest. Die hebben ons net gemist. Hun boodschap was dat de Hoogzetel moet worden heroverd en de Veenzaal mogen we niet kwijtraken. MacArthur is spoorloos verdwenen. Hij werd teruggeroepen naar Vixen en is toen gedeserteerd. Het feest in de tempelstad is goed verlopen. En er is een uitnodiging om het midherfstfestival in Albion te komen vieren. Dat is de 21e van deze maand. Het is verder rustig. De herstelwerkzaamheden in Shanti gaan door en de gasten van het kroningsfeest zijn inmiddels allemaal weer vertrokken.
Claude laat ons zijn ontwerptekeningen zien voor een soort onderwater ligfiets die hij Nautilus noemt.

4-iii-R2
Claude gaat vier nautilussen maken.
Risha gaat bij zijn schrijn langs. Charakas groet hem respectvol. Alle grafitti is weer verwijderd. Hij blijft Risha trouw en voert dagelijks de juiste rituelen uit. Het is in zijn ogen eigenlijk wel logisch dat de god van de verdwenen kinderen zelf ook af en toe verdwijnt. Hij heeft bericht gehad van Malice dat de bakstenen over een week of zes klaar zullen zijn. Dan kan de grote ceremonie op een van de heilige dagen daarna uitgevoerd worden.
Chang inspecteert Shantitown. Het is ‘business as usual’. De smeltplekken worden een beetje gemeden. Hij laat er muurtjes omheen optrekken, zodat mensen er niet doorheen kunnen zakken en in de gifgastunnels eronder terecht komen. Hij geeft de bouwmeesters opdracht om na de bordelen een brouwerij te maken naar het voorbeeld van de brouwerij in de tempelstad. Dat is ook goed voor de werkgelegenheid. De brahmanen krijgen van Risha toestemming om hun eigen gebouwen repareren. Dat vinden ze fijn, want dan hoeven er geen profane werklieden over de heilige grond te lopen.
Risha stuurt een boodschapper uit naar Albion om door te geven dat hij de uitnodiging graag aanneemt.

5-iii-R2
Risha en Mahakrishna ontbieden de ambassadeurs van Sesklo en de Noordelijke Liga en vertellen wat er met de Barrows is gebeurd. Bambi is ontzet. Ze gaat zelf poolshoogte nemen en reist dan door naar Sesklo voor overleg. Ze hoopt dat haar land ook legers zal sturen. Risha zegt dat hij na het bezoek aan Albion door wil varen naar Geb om tovenaars te regelen. Ons plan is om eerst naar Albion te varen. Dan gaan wij met zijn vieren verder naar Geb en van daar, voordat het dichtvriest, via de noordelijke route naar de Witte Stad. Dan zijn we terug tegen de tijd dat Risha’s bakstenen klaar zijn. Na de ceremonie kan Risha vliegend de Hoogzetel gaan verkennen en daarna trekken we ten strijde.
Chang stelt voor dat de koning de eerstvolgende wagenrennen gebruikt om aan zijn populariteit te werken. “Brood en spelen.” Risha ziet dat wel zitten. Hij wil een geel team van jonge shintasta edelen oprichten en hij zal tijdens en na de wagenrennen gratis bier verstrekken.
Daguerre overlegt met Claude. Zij stelt voor dat ze met een handelsvloot meereist tot Albion. Ook Risha’s vriendinnetje Sarina gaat mee om een textielhandel op te zetten.Chang besluit dat hij vooruit zal reizen naar de haven om alvast zeelui te charteren die hij als mariniers kan trainen. Ook Claude wil eerder vertrekken zodat hij de catamaran uit zijn verstopplek kan halen en ongemerkt zijn nautili aan boord kan brengen. Risha regelt met Daguerre dat zijn oude roversbende maandelijks een reünie kan houden in haar bordeel. Ze vind het wel grappig dat een struikrover het tot koning heeft geschopt.
Wat kan Soul allemaal leveren? We inventariseren: bier, wol, huiden en leer, stoffen, houtsnijwerk, amber, barnsteen (nee, dat is niet hetzelfde), gedroogd koeien-, paarden- en lamsvlees, zuurkool, shintasta producten en zelfs sprookjesddieren uit Erebor. Risha zal er voor zorgen dat er een goede lading van al die dingen naar de haven gestuurd wordt.

Er verstrijkt een week waarin Chang naar de haven van Groath gaat. Het dorp ligt er goed bij, het kroegleven bruist. Er zijn al zestien schepen gebouwd, het wachten is op lading. Hij traint 12 man als marine officier, vier zullen ons op de catamaran bijstaan, de overige acht krijgen de opdracht om zelf meer mariniers op te leiden.
Claude haalt de boot op bij de ingang van de rivier Sheila. Hij brengt de onderzeefietsen aan boord en vaart naar Groath.
De schepen worden volgeladen. Risha regelt dat er een aantal vaten dertig jaar oud tempelbier als relatiegeschenk mee gaan. Hij zorgt ook dat er een strijdwagen gemaakt wordt en wagenmenners komen. Pedro van het rode team loopt over naar het team van Risha. Blauw wint. Maar dat vindt de koning niet erg. Zijn gratis bier zorgt voor een groot volksfeest.

10-iii-R2
Er wordt bericht dat er een Wyld-burst was, even voorbij Tinder. Een lading goederen uit Satem is verzwolgen in de chaos.
11-iii-R2
Het leger van 5000 man komt aan bij de stad Soul. Daar wordt kamp opgeslagen. Koning Mahakrishna weet hoe leeg de schatkist van zijn broertje is en biedt aan om de eerste maand nog te financieren. Dan gebeurt er weer enkele dagen niks bijzonders.
14.iii-R2
Het hele land wordt opgeschrikt door een doffe knal. In het zuiden, in Sesklo, is vuur en een rookpluim te zien. Is er een vulkaan uitgebarsten in de bergrug waarmee Sesklo aan de Shintasta landen grenst? Bambi is ongerust.
15-iii-R2
Er wordt bericht dat een vissersboot door Hags is gepakt.
17-iii-R2
Eensteen en Platto sturen een boodschapper: De coup in Targon is helemaal gelukt en er is een ‘verlicht regime’ ingesteld. Risha gniffelt. Zijn eerste vazalstaat. Nog eentje en hij is maharaja. Erebor is ook een makkelijke prooi, dus dat gaat wel lukken.
18-iii-R2
De vloot vertrekt. Het is prachtig weer. Het langzaamste schip bepaalt het tempo van de vloot. Op de 19e is het bewolkt en op de 20e miezert het.
20-iii-R2
We leggen aan voor de kust van Albion. We worden verwacht, dus iedereen mag van boord (dit is vrij bijzonder, want meestal laten de hobbits geen buitenstaanders toe). De herberg is schoon. Daguerre kan het goed met de hobbits vinden en zij mag een weekje aan land blijven. Ze regelt dat een onbewoond eilandje kan worden ingericht als handelspost. Wij solars zijn uitgenodigde gasten, dus wij kunnen in de herberg overnachten en de hobbitmeisjes zijn zeer gastvrij. Maar alle andere leden van het gezelschap dienen aan boord te slapen. Ons tempelbier wordt zeer op prijs gesteld, jammer dat het te weinig is. De meisjes van plezier verwennen ons.

Tanais 57

24-ii-R2 ochtend
We maken plannen om de bron onder het paleis versneld leeg te laten lopen en door de wind te laten vernevelen. Claude knutselt een apparaat, Chang vergroot de opening en Risha roept de wind zodat het water over het bos waait. Dat lukt, maar we worden nat gespetterd. Opeens is het een andere dag. We zijn drie dagen kwijt! Het water sijpelt in een dun riviertje uit de opening in de wand. Buiten regent het en het woud staat er mooi bij.

26-ii-R2 13.00 uur
Risha vloekt, want hij had beloofd op te treden voor zijn gelovigen. Als we terugkomen in het kasteel worden we hartelijk verwelkomd. Kadier blijkt de mensen te hebben gerustgesteld en Mahakrishna is blij dat hij de kroon niet heeft hoeven overnemen. Hij vertelt dat ene Zack 7000 uitvaarten heeft geregeld in de Soulfields en dat daarmee ook de eerste volkstelling van Shantitown heeft plaatsgevonden. Er blijkt uitschot te wonen uit letterlijk alle delen van de bekende wereld. Neef Gezeri moet nog begraven worden.
We gaan even bij de bron langs onder de ambassadeursstad. Het waterpeil is heel laag en net boven de waterlijn vinden we vijf hearthstones. Ze zijn (niet verwonderlijk) van het aspect Water en geven de drager Aquatic Prowess – effectief word je een amfibie en je kunt in water even vrij bewegen als op het land. Eén per solar, toeval bestaat niet!
Risha en Chang gaan de uitstroomopening onder het kasteel repareren en kijken héél erg goed uit dat ze niet weer natgespetterd worden.
Mahakrishna roept Gwan. Er is iets verkeerd gegaan; hij had een huwelijk gearrangeerd tussen Gwan en Adèle, de weduwe van Gezeri. Gwan vraagt of er nog andere dames zijn. “Als Adèle niet goed genoeg voor jou is, trek ik mijn aanbod in! Morgen om acht uur is het feest.”
Daarna gaat Risha naar de hoofdbrahmaan vanwege het ritueel dat Oaken hem had opgedragen. Shivanesh neemt hem mee naar de bibliotheek. Daar komen ze er achter dat het offer met 1471 bakstenen een zeldzaame rite is, bedoeld om het geloof op de proef te stellen. Er moeten 73083,734 stenen gemaakt worden en daar moet de koning eigenhandig de 1471 beste uit sorteren. De criteria zijn vorm, klank en stevigheid. Daarmee wordt een purificatieritueel uitgevoerd. Shivanesh verklaart dat te kunnen vliegen zeer krachtige magie is, en het is logisch dat de goden daarvoor zo’n zware beproeving vragen. Er worden kleidelvers en baksteenbakkers uitgestuurd. Bij het verlaten van de biblioheek loopt Risha tegen Malice op. Risha biedt zijn diepgemeende excuses aan omdat hij er niet was. Malice vergeeft hem, maar het heeft veel leden gekost. Hij wil de schrijn aan Charagas overdoen en zelf iets anders gaan doen. Risha biedt hem de baan van opzichter over de baksteenploeg aan. Daar wordt Malice heel blij van. Shivanesh vindt het goed, want dit scheelt hem veel werk.
Chang is intussen naar Shantitown. Hij sommeert de mensen die in het bos wonen om elders een hutje te gaan kraken en gaat puin ruimen. Hij ziet mensen van alle nationaliteiten. Iedereen is erg geschrokken. Er was veel misdaad, maar dit wordt algemeen gezien als een symbolisch nieuw begin. Chang gedraagt zich niet alsof hij zich beter acht dan hen en dat maakt indruk.
Gwan gaat op zoek naar Adèle. Zij woont in het vrouwenverblijf van de ambassadeurswoning van Shintasta-Satem. Er wordt een ontmoeting geregeld op een pleintje. Adèle komt met twee vriendinnen. Het blijkt een aantrekkelijke dame van 28 te zijn. Ze is vriendelijk, intelligent en vrolijk. Alles wat Gezeri niet was. Het was frustrerend dat Gwan er niet was, maar ze accepteert de uitleg. Na deze ontmoeting gaat hij ook naar Shantitown om te helpen. Hij ontdekt dat bepaalde lieden, stille types die onopvallend de orde bewaken, een speciale ring dragen. Het blijken ‘aanhangers’ van Zack.
Bij het avondeten waarschuwt Chang Risha dat zijn aanzien als koning zeer laag is. We gaan vroeg naar bed.

27-ii-R2
’s Morgens worden we heel vroeg gewekt. Mahakrishna en Shivanesh staan al te wachten met een hele processie om naar de Barrows te gaan voor de begrafenis van Gezeri. Het huwelijk van Gwan en Adèle kan daar wel net buiten de vlakte met de grafheuvels.
Om half acht ’s avonds komen we aan. Uit de nauwe toegang komen rookwolken. We gaan scouten: voorbij de ingang zien we een rode gloed van lava en de wolken zijn hetzelfde groen-gele gifgas als wat er uit de gangen onder Shantitown kwam. Voorbij de bergen lost het snel op, maar de vlakte binnen de rand bergen is er mee gevuld. De Barrows zijn weer bewoond door Weavers, en het is de tegenpool van Sorceror’s Well, waar nu de Abyssals wonen. De verbindingstunnels lopen dwars onder Bronwë door. Mahakrishna ontsteekt in woede: “Broertje, jij hebt serieuze vijanden! Deze abominatie van onze voorouders kan ik niet tolereren.” Hij biedt zoveel hulp aan aan als we nodig hebben. Risha denkt dat er sorcerers nodig zijn om dit op te lossen. We komen er op uit dat we die uit Geb nodig hebben. Mahakrishna vindt dat we dit ook aan het buurland Sesklo moeten tonen en aan de Noordelijke Liga.
Maar dit alles houdt de feestelijkheden niet tegen. Rechts van het pad wordt het huwelijkspaviljoen opgericht en links komt de grafheuvel van Gezeri. De nacht verstrijkt…

28-ii-R2
De twee koningen gaan met het hele gevolg naar de Soulfields om eer te bewijzen aan de overledenen van Shantitown. De reis duurt een paar dagen.

1-iii-R2
Het is half zes in de avond als we aankomen bij het kamp van Zack. Alles is perfect georganiseerd. Er is een ommuurde necropolis aangelegd rondom de tombe van de Soulfield koning en koningin Patrick en Moira. De drassige grond is met kanaaltjes gedraineerd en de overledenen liggen in ‘wijken’ naar etniciteit gesorteerd. Er zijn veel lagere brahmanen in het kamp die hebben geholpen. Risha eert Zack en de brahmanen voor hun inzet. Hij benoemt Zack tot burgemeester van Shanti. Gwan vertrekt incognito op huwelijksreis naar Archet.

Xp 3

The RoSE – 44

Néré merkt op dat Phoenix goed is in het doorhakken van knopen. Als ze ooit eens een snelle amputatie op het slagveld moet uitvoeren weet ze aan wie ze het moet vragen.
Olric vraagt of de nornen hem zeldzame spreuken willen leren en wat hem dat gaat kosten. “Wat denk je wel? We zijn geen handelshuis!” We besluiten dat we alle informatie hebben.
“Nu moeten jullie je queeste nog vervullen.” Ze geven Olric een flesje water uit de bron.
“Wat doet dat?”
“Daar kom je nog wel achter.”
“Hoe heet die bron?”
“Hij heeft nog geen naam.”
“Wat denken jullie van Urth?”
“Dat klinkt goed.”
Boven ons is de eekhoorn in gesprek met een arend. Dan vraagt hij: “Komen jullie mee?” We lopen mee, de tak waar hij op zit wordt steeds groter. Achter ons is de boom opeens een paar kilometer ver weg. Dan begint de eekhoorn ons uit de horen over de boodschap aan Gaia. We vertellen na enige aarzeling dat we een boodschap voor Gaia hebben. Na nog meer doorvragen vertellen we dat die van Autochthon is. De eekhoorn wil de boodschap naar Midgard brengen. Gaia heeft daar alle goden weggestuurd. Hij denkt dat ze iets aan het uitbroeden is, een nieuwe wereld. Daar zou hij de boodschap afleveren. Wij mee gaan? Dat is wel gevaarlijk, zeker nu er geen goden meer zijn. We vragen waarom we de boodschap aan hem mee moeten geven, terwijl de nornen ons net allemaal informatie hebben gegeven over het wekken van Gaia en Autochthon. Als we goed terugdenken aan de conversatie realiseren we ons dat Gaia wekken niet nodig was om de boodschap af te geven, maar om Autochthon te redden. We besluiten met de eekhoorn mee te gaan. Hij leidt ons via een stenen trap in een rotspartij naar beneden.
Het hol komt al snel uit op een vlakte. In de verte zijn bergen. We staan onder een prachtige beuk, enorm oud en enorm groot. Hij is gesnoeid, er hangen slingers in, de grond is bedekt met aangeharkt grind. We komen uit een houten gebouwtje. Er zijn nog meer van dat soort gebouwtjes. In de verte is een grote lelijke stad, vol vierkante vormen. Hij maakt zoveel herrie, dat we het hier horen. (Het is een moderne Japanse stad.)
Waar moeten we heen? Dat kunnen we het beste aan de priester vragen.
“Luid de bel even.”
Olric doet het. Er komt een oudere man tevoorschijn. Hij aait het eekhoorntje, dat opeens klein is. Olric spreekt hem aan. Hij schrikt. Hij had ons niet gezien. Ratatosk spreekt met hem in een vreemde taal. Olric doet Language Learning Ritual en hoort de eekhoorn uitleggen dat wij pelgrims uit Bali zijn.
“Waarom kan ik ze dan niet zien?”
“Uhm … ik denk dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen.”
Ratatosk legt ons uit dat we hier spirits zijn. De priester vraagt of we stoffelijk willen worden? “Nee, dit heeft wel voordelen.” Zijn wierook voedt ons. De priester wil ons naar Amithaba brengen, zijn naam voor Gaia. We gaan met hem de berg af, naar de bushalte. Een van de kinderen die daar staan te wachten ziet ons. Als we zwaaien schrikt zij. Olric tolkt voor ons, tot de priester een charm doet. Opeens hoort en ziet hij ons. Hij is onder de indruk van de leeuwpaarden. Hij spreekt nu opeens Old Realm.
Na tien minuten komt er een enorme kat aan, de katbus. Hij laat ons instappen. De simhata’s krijgen kopjes en mogen er ook in. De katbus neemt een aanloop, springt via de draden van de trolleybus naar de wolken en rent over een enorme oceaan naar een andere continent. Onderweg passeren we nog een mechanisch vliegend voorwerp dat mensen vervoert. Er reist nog een dame in een paarse jurk met een bezem met ons mee. Via de bovenleiding van een tram komen we in een park. Hier is onze halte. (We zitten in San Francisco.)
Ratatosk spreekt een man met lange zwarte strengen haar aan. Hij rookt goede kwaliteit wiet en noemt het dier Eekhoorn. Eekhoorn vraagt naar Big Fat Mama. De man gaat ons voor naar een houten huis, wat verveloos. Hij klopt op de deursponning.
“Ja, kom maar binnen.”
In de keuken staat een heel oude, dikke, donkere vrouw in een kamerjas met roze sloffen.
“Zo Prof Noon, wie heb je meegenomen?”
“Eekhoorn en vijf mensen op … leeuwen of zoiets.”
We laten ons van de simhata’s afglijden en gaan naar binnen. Het voelt als thuiskomen. Ze geeft ons soep, eekhoorn krijgt nootjes, Prof Noon krijgt een bak popcorn en gaat in een hoekje zitten lezen.
“Zo, dat is lang geleden dat ik bezoek uit Creatie kreeg! Het moet wel belangrijk zijn.”
We vertellen dat we een boodschap van Autochthon hebben en geven het cache egg. Ze opent het en bekijkt het kristal er in. “Hm. Ze denken zeker dat ik hier een kristallezer heb. Prof Noon, ga naar William Blake en laat dit ontcijferen. Het is waarschijnlijk in Old Realm of Autochthoons. En zorg dat de Technocracy het niet onderschept!”
Daarna praat ze met ons. Ze vertelt dat deze wereld een experiment is, een wereld zonder goden en zonder magie. Maar zonder magie bleek niet te kunnen. Prof Noon komt terug met een man in een blauwe broek en een heel kort tuniekje. Hij doet een ijzeren boek open en vraagt naar ‘het artefact’. Het boek blijkt knopjes te hebben en een scherm. Hij typt wat, sluit het kristal aan en boven het boek verschijnt een projectie van het hoofd van Buffy, de ambassadeur van Autochthon.
Het hoofd begint te praten, zegt dat het een boodschap van Autochthon heeft voor Gaia alleen en verzoekt alle anderen om weg te gaan. We gaan naar de veranda. Prof Noon laat een joint rondgaan. Dat voedt ons net zoals de wierook van de monnik. Olric krijgt er zijn essence van terug. Prof Noon pakt een kartonnen doos met flesjes. Hij mompelt een toverspreuk en dan kunnen wij ze ook drinken. Er blijkt bier in te zitten. William Blake blijkt ons niet te kunnen zien, en gelooft zelfs niet dat we bestaan.
Gaia komt even later ook naar buiten en komt er bij zitten. Ze neemt ook een fles bier. “Nou dat is me ook wat. Dat de Great Gease is opgeheven waardoor de Autochthonians verbannen worden, dat de yozi’s op uitbreken staan, de Blight (de ziekte van Autochthon) is erger dan ze dacht èn de Void Seekers zitten in Autochthon! Dat zijn techno-magiërs van hier.”
We vertellen dat er ook nornen zijn van een nieuwe primordial. “O, zitten die ook al bij jullie? Dan begint de tijd te dringen.” Ze geeft een boodschap mee voor de ambassadeur van Autochthon. Die moet weten van de Void Seekers. En ze stuurt een bende weerwolven om ons te komen helpen. Dat zijn shapeshifters, mens-wolf alleen. We zeggen dat we lunars en solars kennen. En dat we volgende de nornen haar Jou-Ten moeten wekken. “Dat zou handig zijn, maar die ben ik kwijt.”
“Ze hebben ons coördinaten gegeven. Het is in de Wyld, maar daar kunnen de lunars heen. En hoe zit het met de yozi’s en de dakloze Autochthonians?”
“Zoveel … die yozi’s daar heb je solars voor.” Ze wil ons wegsturen, maar we hebben nog wat vragen. Xar vraagt haar om magie, maar dat is specifiek voor elke wereld. Phoenix vraagt naar wapens. ja, die werken wel. De heftige net iets anders, maar het heftigste wapen gaat ze ons niet meegeven. Ze vertelt ook nog wat Mountain Folk zijn. Ze zijn gestolde Wyld. Wyld bevat bewustzijn, Faery nemen gestalte uit dromen aan. De bewustzijnseenheden die zaten waar Creation gevestigd werd, werden in jade gevangen. Toen Autochthon daar wezens uit ging maken, bleken die volmaakt ordelijk te zijn. Nu ze in Autochthon zitten, maken ze de Blight erger, ze doden het creatieve in hem. Onvolmaaktheid is wat Autochthon definieert. Voor we vertrekken vraagt Néré om Gaia’s zegen. Die geeft ze ons. We voelen onszelf puurder (buitenspels: Breeding 5). Verder vertelt ze ons dat, als alles misloopt, de eerste cirkel van Vanagard een thuisland is voor de dragonblooded, de tweede cirkel is voor de dragonborn en de derde cirkel voor de draken. We vertellen dat we een dragonborn kennen. “Probeer die te overtuigen naar Vanagard te komen.” Gar vertelt dat hij door een appel daarvan is geëxalteerd.
“Dan ben jij het dichtstbij qua afstamming.” Gar is verguld – een paar weken terug was hij nog gewoon mens, nu is hij meer dragonblood dan zijn hele familie! Ze zegt ook nog dat ze het fijn vond om weer eens dragonblooded te zien. Ratatosk heeft een goede beslissing genomen door ons mee te nemen. De monnik zegt dat we nú weg moeten om de bus te halen. Bij de bus krijgen we kaartjes van een klein meisje. Achterin zit een oude Japanse tekenaar. We kletsen wat over verhalen.
Daar is onze halte. Ratatosk zegt dat we het kaartje moeten bewaren. Er staan nog ritten op en je weet maar nooit wanneer je weer eens een halte tegenkomt. Wie weet is er een in de hel. (Gaia had ons verteld dat de doorgang naar Malpheas hier veel poreuzer is dan bij ons.) De priester neemt afscheid van ons. We willen hem bedanken, maar er is niets wat hij begeert. Hij prevelt een spreuk en we staan weer in Vanagard.
Ratatosk stelt voor om nu op de benen fluit te blazen, want dan is Sobek er als we bij de waterkant arriveren. De reis terug verloopt zonder opmerkelijke gebeurtenissen. Als we bij Sobek aan boord gaan, gaan de simhata’s mee. Deze keer besluiten we om wel bij de dwergen langs te gaan.
Ze zijn klein, breed (bijna vierkant), harig en gekleed in metaal. Olric doet een charm en ziet dat ze grote waardering voor creativiteit hebben. Hij vraagt aan Gar om een kristallen plaquette te maken met inscriptie, als douaneformulier. Daardoor komen we zonder problemen binnen. “Welkom in de ambassade van Niflheim.” Ze bieden ons een drankje aan. Het bier is zwart, de wijn ook, de mede is geel. Het smaakt allemaal voortreffelijk.
Gar vraagt naar een jaden mantel. Ze laten en kleermaker komen. Die doet het, in rood en zwart, in ruil voor de goremaul. Olric ruilt zijn skycutter voor een spreukenboek. Hij krijgt een koperen boekrol met ruimte voor nog 20 spreuken. De vijf ‘standaard’ spreuken staan er al op, en de Purifying Flame spreuk. Xar wil ook zo’n spreukenboek, versie celestial circle, maar dat is te duur. Met maar één spreuk erin is het goedkoper: drie artefacten. En de Second Circle Banishment geven ze voor één artefact. Phoenix wil een stootplaat voor zijn daiklave en levert daar de houten reaver daiklave voor. Néré ruilt haar spidersilk gewaad voor een boek over de geneeskundige eigenschappen van mineralen. Phoenix offert zijn spidersilk gewaad (nivo 2) op voor een set chirurchisch gereedschap +2. Gar geeft zijn spidersilk nivo 3 op zodat Xar ook de Second Circle Banishment kan leren.
Aangekomen bij de kluisjes kleden we ons aan. Gar maak de dichte open. Naast de dingen die we al hadden gevonden (Armor of the Immaculate Dragons en een Fiery Solar Cannon) zijn er nog een orichalum slangenarmband (Golden Asp) en een Power Mace.

XP: 5

Tanais 56

23-ii-R2 lunch in het zomerpaleis.

De bediening zegt dat er mensen zijn voor de audiëntie van kwart over een. Er komen eerst twee brutale goblins. “Wij hebben nagedacht. De macht grijpen in Targon lijkt ons een aantrekkelijk idee, maar daar hebben we twintig sterke mannen voor nodig.” Chang geeft ze een sergeant en negentien soldaten mee. Daarna komt Malice. Hij zegt: “Ik heb goed geluisterd naar uw aanwijzingen. Ik wil op de vijfentwintigste met de godheid naar buiten treden.” Risha belooft dat hij er zal zijn om zich te manifesteren.
Dan is het tijd om met koning Mahakrishna te gaan praten. Om drie uur arriveren we. De wacht laat ons onmiddellijk door. Mahakrishna zit gelukkig niet op de troon, maar ontvangt ons in een zijkamer. Risha stelt Chang en Gwan voor, en zijn broer introduceert hun tegenhangers: één van zijn generaals, Mahamutri, en handelsminister Kanesh Qart. Neef Gezeri, de ambassadeur, zit er ook bij, maar voor spek en bonen. Mahamutri benadrukt dat dit een informeel overleg is. “Jullie hebben wat last van relletjes. Laat dat niet onbestraft!” Daarna komt hij ter zake. Financieel kan hij niet helpen. Maar hij wil wel een bondgenootschap van shintasta landen. Hij wil een vrijhandel en brengt een oplossing voor ons probleem met Eenoog: hij kan vijfduizend soldaten leveren met generaal Mahamutri. Hij stelt dat Risha en hij uiteindelijk van hetzelfde bloed zijn, en het valt hem enorm van zijn broertje mee dat die een eigen land heeft weten te verwerven. Hij stelt de stad Tinder voor als grens tussen zijn gebied en dat van Risha. “Zie je wel, er is niets om bang voor te zijn.” Hij waarschuwt ons nog even dat we voorzichtig moeten zijn met de goden, ze verwachten veel en leveren weinig.
Dan spreekt hij Gwan aan. “Gwan, je kan toegelaten worden als shintasta.” Dat is een grote eer, Gwan wil wel, maar hij heeft ook wel bedenkingen. “Het kan geregeld worden. Je kunt de juiste inwijding krijgen, in stilte, en dan wacht je een grootse toekomst. En jullie moeten een keer langskomen voor een tegenbezoek, als Eenoog verslagen is.”
Daarna wordt het gesprek meer ontspannen. Risha is blij dat het is bijgelegd. We hebben het even over de lunars. Mahakrishna adiseert ze te vriend te houden, maar vindt het geen aangenaam volk.
Het wordt een feestje. Mahakrishna vertelt over het spijbelen van Risha en hoe hun vader het opvoeden uiteindelijk maar heeft opgegeven. Chang speelt Go met Mahamutri en merkt dat hij een goede observator is en scherp, bedachtzaam, resoluut speelt. Gwan gaat zuipen met Kanesh Qart. Deze maakt zich zorgen: “Het schijnt dat jullie blut zijn. Wat is jullie businessplan?” Hij wil wel uitleg geven over de grote geldstromen en de karavanen. De grensrivier tussen Erebor en Soul is ideaal als route, maar op dit moment te onveilig omdat de Eenoogsekte het woud aan onze kant in handen heeft. 
Om negen uur is Risha’s afspraak met Oaken. Hij loopt door de brahmanenstad en ziet dat ze als mieren bezig zijn met bouwen, poetsen en bakstenen tellen. Risha kan zich slecht concentreren door de herrie, maar uiteindelijk lukt het hem om contact te leggen met zijn godheid. “Zo kleintje, ben je daar weer? Zorg je wel goed voor je brahmanen? Het schijnt dat Claude in dienst van Pashupati treedt. Pashu is wel in voor een geintje en heeft hem een voorstel gedaan. Maar Claude nam het serieus en ziet het wel zitten.” Risha heeft geen idee waar het over gaat. Oaken verduidelijkt: “Ik stel jou er persoonlijk verantwoordelijk voor: er wordt géén 90% van de brahmanen uitgemoord! Verandering moet langzaam! Stop hem! Pashupati mag zeggen ‘ga moorden’ maar ik ben het daar niet mee eens.” Risha is helemaal overdonderd. Hij heeft zich altijd al afvraagd wat de rol van de brahmanen eigenlijk is.
“Zij voorzien ons van voedsel. Ghee is ons eten. De rituelen, het aantal bakstenen en de incantaties zijn de bereiding daarvan. Je bent nu nog jong, maar je zult vanzelf merken dat het uitmaakt als het eten goed klaargemaakt is. Er is geen hoger doel dan de goden dienen en daarvoor zijn de brahmanen. De ganjarokers zijn Pashupati-aanhangers. Die doen het op hun manier.” Risha weet de god er van te overtuigen dat het nuttig is dat brahmanen zich ook behulpzaam opstellen om de mensen aan de goden te binden. Hij krijgt de vliegspreuk als hij een correct offer brengt met 1471 bakstenen. “Vraag maar aan de hoofdbrahmaan hoe en met welke gezangen.” 
Intussen is Chang ook de priesterstad ingegaan. Hij gaat naar Shri Sahib Kanesh Gi (het jongetje met het paardehoofd). Die slaapt. Er zitten wat Soulfielders op de achtergrond eer te bewijzen. Een brahmaan zegt dat ze zo kunnen zien hoe het moet… Chang ziet dat er veel huizen op orde worden gebracht, maar van de bankgebouwen blijven ze af. Er staan veel koeien in de ene wei, en één stier in de andere. Hij vraagt naar Sandra of Florence. Sandra komt. “Leuk dat we weer terug zijn.” De Farfields vond ze maar niks. Ze zijn van plan te blijven. Brahmaan zijn is leuk, maar de paarden van het magische bos zijn leuker. Er is wel een kritiek punt: als de kwaliteit van het bos te laag wordt, sterft het. Shanti moet er weg. Het bos is Weird (waar magie vandaan komt) en dat is beter dan Wyld (chaos). Hobbits en dwergen hebben met de Weird te maken, maar kunnen ervan vervreemden als ze te enthousiast worden, en in grote steden geld gaan maken in plaats van mooie dingen. Hobbits zijn daar beter tegen bestand dan dwergen. In de loop van het gesprek geeft Chang toe dat hij de vulkaan van de dwergen heeft gesloopt. Ze dacht al zoiets, en vraagt of hij Shantitown kan slopen. In ieder geval moet de honderd meter woonwijk verdwijnen, die nu staat waar vroeger bos was. Dat is wat het afgelopen half jaar opgefikt, gesprokkeld en omgehakt is. Ze stelt dat heer Arend in zijn eentje verantwoordelijk is voor Shantitown. “Balen van Chantal. Hebben we als vrouwen een goede vriendschap, vindt ze een man …” 
Het gesprek komt op de verschillende soorten magische wezens. Ze somt op: “Siderials, Lunars, Solars, Abyssals, Weavers, …” Chang onderbreekt haar: “Weavers? Wat zijn dat” De eerste vier kent hij, die hadden ieder een stad, maar de vijfde stad was van Dragonblooded. “Metafysica daar ben je echt slecht in hè? Weavers zijn het volk van Eenoog. Ik bedoel niet zijn mensen. Dat zijn sukkels. Het schijnt dat er negen rassen zijn waar jullie er één zijn, en negen waar jullie niet toe behoren. Uit de schittering van het kristal komen jullie voort, twee maal negen zowel duister als licht, net uit fase met elkaar. De goden behoren tot het andere negental en daarom begrijpen jullie elkaar ook niet. Jullie zijn als kat en hond, elkaars concurrenten. (Een voorbeeld van de duistere kant: Claude en Pashupati zijn gevaarlijk gek.) Momenteel hebben de goden meer macht dan jullie, dus als je een schijn van kans wilt hebben, houd je daar rekening mee. En ze zijn bang voor jullie. In jullie strijd tegen Eenoog moet je vooral uitkijken voor Saman, de god van het vuur van de onderwereld. Chang vraagt nog over het toelaten van Soulfielders tot de brahmaanse riten, maar dar heeft ze geen mening over. “Daar gaat Shivanesh over, niet wij.” 
Gwan kijkt nog even bij de stallen die worden gebouwd. De werklui zijn matig tevreden. Ze zijn blij dat ze hierna nog een opdracht hebben, maar bordelen bouwen is minder leuk dan arena’s. Hij overlegt nog even met Kanesh Qart en gaat dan slapen.

24-ii-R2

Om half vijf worden we gewekt, er is iets belangrijks gebeurd. De majordomo wacht op ons: “Er staan vluchtelingen uit Shantitown aan de poort, met een vaag verhaal over gifgas.” Risha zegt: “Laat ze binnen.” Even later stroomt er een hoestende, strompelende menigte het plein op. Risha haalt Kadier, Chang laat de brahmanen waarschuwen, Gwan hoort de overlevenden uit. “Groen … chloor … zwavelgas steeg op uit de grond … veel doden … op de daken ben je veilig, maar hoe lang nog?” Chang kijkt vanaf de stadsmuur naar het bos. Een licht briesje blaast het gifgas inderdaad de verkeerde kant op. 
Een Maluchan monnik werp zich op als genezer. Zack, een van de volgelingen van Risha, stelt zich op als leider van Shanti en zorgt met zijn bende dat er geen paniek uitbreekt. De brahmanen komen en laten zien dat ze wel degelijk compassie hebben. Er wordt een veldhospitaal ingericht. 
Chang kan ons voor drie uur vrijwaren van de gevolgen van het gifgas. We gaan door de groene walmen richting het hoerenkot.  Er zijn veel lijken in de stad. Op de daken zitten mensen. We waarschuwen ze om daar te blijven. Voor ons klinkt een luid gerommel. Rook van puin: een instorting verderop in de stad. Een hittefront, branderige rook. Bij de voormalige hoerenkast is een gat in de grond dichtgesmolten. Gezeri ligt daar dood. Op het grote plein waar Risha de demonstranten had toegesproken is ook een dichtgesmolten inzakking. Er komt geen nieuw gas meer, maar er liggen hier wel heel veel lijken. Het is het ‘afscheidscadeautje’ van de Shuragi (de groene hive-mind-communication-hub van de onderwereld). Chang ziet dat de groengele smurrie niet tegen gewone lucht kan en zichzelf oplost. Risha neemt het lichaam van zijn neef in de armen en keert bedroefd terug naar de hogere stad. Chang en Gwan gaan nog wat mensen redden van gebouwen die op instorten staan. 

Duizend mensen hebben de bovenstad gehaald en tweeduizend zitten er op de daken. Er zijn er dus drieduizend gered, maar zevenduizend mensen zijn dood! Als de gaswolken verdwenen zijn, wordt de identificatie geregeld. De komende twee dagen staan in het teken van massale uitvaarten. De Soulfielders verbranden hun lijken op de Soulfield-manier, de Shintasta’s verbranden hun overledenen volgens de shintastatraditie. Risha en Mahakrishna vragen de brahmanen om een tombe voor hun neef. Ze zullen een grafheuvel opwerpen in de Shintasta Barrows en Gezeri daar overeenkomstig zijn rang in bijzetten.

In de ochtend bereikt het gifgas het heilige bos. De magische paarden slaan op hol. Sandra en Florence schieten te hulp. Er ontstaat een baan van Weird in de lucht waar de paarden overheen rennen. “We komen terug. Wij moeten de stampede tot stilstand brengen. Het heilige woud moet besproeid worden met héél véél Bronwë water!”

The RoSE – 43

Gor, ons aarde type, wil iets maken van het glas van de zee. Omdat we best vaart maken, levert dat een wolk van splinters op. Maar met wat gebaren (en een Stone Shaping charm) maakt hij twee lenzen. Als we achter ons kijken, zien we twee grote voren in het glas.
Als we bij de steiger aan land gaan, zegt Sobek vriendelijk gedag. Al mopperend over de onbetrouwbaarheid van lunars vaart hij weg. We groeten de man in het groen, hij groet terug maar is verder niet zo spraakzaam. Als we er naar vragen, legt hij uit dat hij gewoon met bamboe en touw vist. Hij vraagt wat we komen doen. We hebben een boodschap en een vraag. Die kunnen we ook aan hem stellen. Hij is de Green Man, een jachtgod. Vissen doet hij in zijn vrije tijd. Hij heeft beet: een glazen snoek. Hij geeft hem aan Gar: “Dat lijkt me wel wat voor jou.” Gar bedankt hem.
Olric vertelt dat we komen omdat Autochthon ziek is. “Vroeger,” zegt de jachtgod, “kreeg hij dan appels van Lysande. Dat is een dochter van Gaia, maar ze is al jaren zoek.” Op onze vragen vertelt hij dat Gaia zo’n tien tot vijftien dochters en zonen van de derde cirkel heeft. De elementaire draken bijvoorbeeld. De dragonborn zijn hun kinderen, de tweede cirkel. En wij zijn eerste cirkel. Als we meer willen weten, moeten we verder reizen.
We vragen naar die drie vrouwen die recent opgedoken zijn. “Ja, die horen hier niet echt. Maar misschien is Gaia reserve-maidens aan het maken.” Heeft hij nog tips? “Ja. Vang een stel simhata’s.” We moeten naast de witte glazen karper ook nog een zwart exemplaar uit levend water halen. Wat we hier maken, ruilen en buitmaken is van ons, maar moet hier blijven als we vertrekken. Iets van buiten wat we hebben buitgemaakt, hij kijkt naar de zilveren voorwerpen, mogen we gebruiken, mits we het weer mee naar buiten nemen als we weggaan. Heeft hij iets voor ons? Als wij iets voor hem hebben. Wat wil hij? Een boogpees van glas. Gar gaat de uitdaging aan. Néré wijst hem op de structuur van touw, met allemaal kleine draadjes. Gar gaat aan het werk en na een uurtje is het hem gelukt. De Green Man is onder de indruk. Hij pakt een benen boog en bespant hem. Dan schiet hij een pijl af. Met een welluidende ‘ting’ vliegt de pijl weg.
In ruil voor de boogpees geeft hij ons een routebschrijving. “Ga niet naar het dorp, laat dat rechts liggen. Ga het zwarte woud niet in, laat dat links liggen.”
Néré complimenteert Olric nog even dat hij laatst het lef, en het vertrouwen in ons, zijn circlemates, had om toe te zeggen dat we de Bone Golem zouden verslaan.

We volgen de route die de Green Man suggereerde. Gar oogst onderweg bamboe en maakt met de twee lenzen een kijker. In de velden bij het dorp zien we een soort vogelverschrikker. Tweeëneenhalve meter hoog, zwarte skelethanden, een blauw licht in zijn kap. Wij willlen onze afstand bewaren, maar Xar wil hem groeten. Opeens staat het wezen naast ons en kijkt Xar doordringend aan. Xar verbleekt, en realiseert zich dat ze in haar leven wel een aantal regels verbroken heeft. Maar blijkbaar zijn haar overtredeingen niet al te ernstig. Olric doet de Thoughtful Gift Technique. Hij realiseert zich dat dit wezen niet om te kopen is. Je kunt wel je respect betonen door een bepaald soort wierook te branden. Gelukkig blijkt Néré daar een klein beetje van in haar voorraad medicijnen te hebben. “Uw begroeting is aanvaard.” “Mooi, laten we gaan!” roept Gar. De gestalte kijkt naar hem. Gar herinnert zich opeens de ‘vriendendiensten’ die hij heeft gedaan met nooit-opgehaalde wapens. Hij voelt zich heel schuldig. Als verder niemand iets zegt, gaat het wezen terug naar het veld om kraaien weg te jagen.
We bereiken een rivier. Néré klimt in een populier met Gar’s kijker. Ze kijkt eerst naar de wereldboom. Daar ziet ze een enorme eekhoorn, Als ze naar de wortels kijkt, ziet ze een andere wereld van nevels. In de takken ziet ze weer een andere wereld, een houten kasteel in de wolken met een regenboogbrug. Daarna verkent ze de route. Boven het zwarte woud ziet ze een vuurkolom en een enorme vliegende gedaante erboven. Een draak? Dichterbij is een vlakte met allerlei dieren, waaronder een vijftal simhata’s zonder jongen. Ze onthoudt de route daarheen zoveel mogelijk. De simhata’s zijn een tapir van yeddim-formaat aan het verscheuren. Voorbij het bos is nog een prachtig meer. Intussen kijkt Xar of er misschien een zwarte snoek in de rivier zit. Gar probeert de kijker ook uit. Vanuit het rivierdal kan hij alleen de kruin van de boom zien, maar ook hij ziet het houten paleis. Hij ziet ook een man in een strijdwagen die getrokken wordt door brandende bokken. Volgens hem is het één van de goden die sinds de Primordial War niet meer is gezien.
We nemen de verkorte route naar de vlakte met dieren. Achter de heuvels (vanuit de populier niet te zien) staat een versterkt huis met een stompe toren. We zijn toch wel wat nieuwsgierig, maar houden ons in en lopen verder. Vrij plotseling verandert het landschap. Een savanne-achtige vlakte met parasolvormige bomen. Er zijn giraffen en reuzentapirs. Néré klimt weer in een boom. Ze kijkt eerst terug naar de vesting. Ze ziet twaalf kleine mannetjes. Kind-formaat maar serieuzer. Ze zijn bezig honden op te zadelen, gaan blijkbaar op jacht. Wat later komt nummer dertien naar buiten. Die rijdt op een grote kat. Hij draagt een kroon en heeft puntoren. Na rondkijken ziet ze het afgekloven karkas. Verderop liggen een paar volgevreten simhata’s uit te rusten van de maaltijd, zoals katachtigen dat doen.
We gaan die kant op. Als we in de buurt komen, zetten we onze aura’s aan. “Mrauwww!” Gesnuffel. De besten komen op ons af en geven kopjes. In de verte klinkt hoorngeschal. Zodra de simhata’s de hoorn horen, verstarren ze. We vermoeden dat we weten wat de jachtbuit moet worden, en verkennen de omgeving. Gar doet ‘Strength of Stone’ op ons. Xar doet voorbereidende charms en Phoenix ook. Olric klimt op ‘zijn’ simhata. Als de jachtpartij over de heuvel komt, zien we dat ze allerlei rare wapens hebben zoals een lasso van bliksem en een rokend zwaard. Olric gebruikt weer de Thoughtfull Gift Technique en realiseert zich dat deze wezens een feestmaal wensen. Néré houdt de oren van een van de simhata’s dicht. Dat helpt, hij kalmeert. Ze maakt snel oorproppen van klei en leidt de dieren naar de achterkant van de rots.
Olric spreekt de wezens aan en claimt dat deze leeuwpaarden van ons zijn. De leider spreekt hem tegen: sinds ze hier gevestigd zijn hebben zij de jachtrechten van deze vallei gekregen. Phoenix gaat naast Olric staan om diens punt te helpen maken. De leider loopt naar voren en spreekt Olric aan: “Jij bent de leider?” “We zijn een broederschap. Ik doe het woord.” “Ah, primitieven!” Hij past onmiddellijk zijn taal aan: “Wij kleine wezens …” Olric antwoordt in perfect Old Realm dat wij mogen houden wat we oogsten. “Ja, maar het is van ons als wij het van jullie afnemen!”
Néré speurt met de verrekijker en ziet gazelle’s, zebra’s en eetbaar fruit. En ze heeft ook kruiden bij zich. Dat roept ze naar Olric. Die biedt aan dat wij een feestmaal voor ze maken. De leider wil dat wel eens zien. We mogen zelfs hun keuken gebruiken. De mannen rijden terug, de leider blijft om te kijken wat wij uitspoken.
We gaan voedsel bij elkaar zoeken. Néré realiseert zich dat ze blijkbaar roofdieren lekker vinden, dus die gaan we vangen. Plus een antilope voor onszelf. Als we genoeg hebben gaat de koning ons voor naar zijn burcht. Op de binnenplaats zijn hondenhokken. Er lopen allemaal gangen de heuvel in. Gar maakt een tajineschaal, met decoraties. Xar bedenkt hoe we het serveren. Phoenix helpt met het uitbenen en Olric met kruiden. We hebben bloederige steak, tajine met fruit, gefrituurde vogels, gebraden hyena en bloedworst.
Terwijl de ouders onze heel redelijke poging bespreken, probeert één van de kinderen de tajine met vruchten. Binnen de kortste keren is die schaal leeg. De bloedworst is ook lekker, maar de zwezerik vinden ze saai. Het maal gaat helemaal op, en de koning verklaart dat de simhata’s van ons zijn. Hij nodigt ons uit om nog eens terug te komen. Hij vertelt ook dat hij al eerder wezens zoals wij langs heeft gehad. “Die hebben we opgegeten omdat ze niet beleefd waren. En onlangs waren er drie vreemde vrouwen, een heel oude, een jonge die dood was en één ertussenin met borsten zoals een hond. Toen we hen uitdaagden lachten ze. Toen we hen probeerden aan te vallen gaven ze een cadeau: ze hebben de levensdraad van de patriarch doorgeknipt. Dat was méér dan tijd, hij was kwijlend dement. Het is beter om in de strijd te sneuvelen.” Olric stelt voor om strijdevenementen te organiseren. Dat vinden ze meer iets voor Asgard, de wereld hierboven. Dit is Vanagard.
Gar vraagt naar het verstarrende effect van de bazuinen. De koning vindt dat ze ons wel genoeg terwille zijn geweest. Bovendien, de bazuinen zijn van het element metaal; hij vindt het al heel wat dat Gar, als steen-type, het element kristal beheerst. Ze bieden ons wel overnachting aan. Dat nemen we aan. Zij vertrouwen op de wet van de gastvrijheid; wij ook.

Als we vertrekken, krijgen we nog een cadeau: een doos met een zwart jaden helm, mensenformaat. Olric vertelt het nieuwsgierige meisje hoe we de zebra en de antilope hebben klaargemaakt en welke vruchten we hebben gebruikt. Als we eenmaal vertrokken zijn, inspecteert Gar de helm. Die is niet magisch, maar wel enorm oud. We gebruiken de rit om (beter) te leren rijden.
Tegen de middag komen we bij het meer. Xar, als water-type, gaat op zoek naar een snoek. Omdat ze op water kan lopen, probeert ze van achter-boven te naderen en de vis vast te grijpen, met haar Martial Arts techniek. Het lukt! De vis ligt op het droge naar adem te happen. We herinneren Xar er aan dat het beest volgens de Green Man moest blijven leven. Xar houdt hem onder water, maar dat is een heel geworstel. Gar maakt snel een stenen tobbe. Snoek erin, water erbij. Na enig aandringen (van Néré) zet Gar de glazen karper erbij. De twee vissen gaan om elkaar heen zwemmen. Af en toe komt er licht vanaf. Na wat experimenteren, blijken we de tobbe goed op een simhata te kunnen vervoeren, zolang het dier in stap loopt. (Simhata’s hebben veel meer gangen dan een paard: stap, telgang, draf, tult, galop en een jachtluipaardachtige supersprint.)
We zijn al onder de uiterste takken van de boom, die hangen zo’n honderd meter boven ons. Dan komen we langs een enorme mierenhoop. Het blijkt een soort waanzinnige mini-burcht te zijn met wachters in rode harnasjes. Een eind verder is er nog één, deze in het zwart. Boven ons verschijnt de reuzeneekhoorn. Olric moppert dat hij zich de naam niet herinnert. “Ratatoskr!” zegt het dier.
“Dag Ratatak!”
“Dag dragon blooded!”
“Wist ik nu maar iets slims om te vragen…”
Néré vraagt snel: “Wat moeten we met die karpers doen?”
“In de bron gooien! En doe me een lol, als je jullie vraag aan de nornen hebt gesteld, vertel mij dan ook het antwoord. Ik ben heel benieuwd wat ze zeggen. Nee, ik ga niet meelopen. Denk je dat ik in de buurt van de nornen wil komen? Ik ga een noot zoeken. Tot later!”
We lopen door. De grond wordt transparant. We zien de gangen van konijnen, wormen en dergelijke. Na een tijdje komen we weer op een stabiel eiland, waar de boom op staat.

De boom blijkt helemaal niet zo groot als hij van veraf leek. Drie meter doorsnee, dertig meter hoog. Er is een bron van waaruit een riviertje ontspringt. Er zitten drie oude besjes te kibbelen. Ze hebben samen één oog, waar ze heel de tijd om vechten. Ze hebben ons gezien. Néré stelt voor om af te stappen.
“Ze willen afstappen.”
“Ja, laat ze afstappen.”
Olric doet weer zijn Thoughtful Gift Technique, maar de nornen zijn te nieuw om te kunnen weten wat ze willen. Gar en Xar laten de snoeken de karper los in de bron.
“Waarom doe je dat?”
“De eekhoorn suggereerde het.”
“Weet je waarom?”
“Nee.”
“Waarom doe je iets waarvan je niet weet wat het doet?”
Néré begroet de nornen. “Ha, ze groeten ons. Wat is jullie vraag?”
“Nou, Autochthon is ziek…”
“Foute vraag. Waarom zetten jullie deze vissen uit?”
“Wat is het effect van het uitzetten van deze karpers?”
“Jin en Yang zijn losgelaten in de wereld, nu zijn de nornen compleet. Wat is jullie geschenk voor ons?”
“Nou, de karpers dus.”
“OK. Daar krijgen jullie vijf vragen voor. Drie is normaal.”
Ze vertellen dat we Autochthon en Gaia moeten wekken en bij elkaar moeten brengen. Dan vogelen ze het zelf samen wel verder uit.
Gaia kunnen we wekken door haar Jin-Tao te vinden, haar aanspreekbare vorm. Die is verloren, ergens in de Wyld.
Eén vraag wordt verspild doordat Xar vraagt hoe de Scarlet Empress verslagen kan worden. (“Niet.”)
Als laatste vragen we wat we echt moeten weten. We krijgen de coördinaten van Gaia’s Jin-Tao, en de code om Autochthon te wekken. Daarna verwijten ze ons dat we niet hebben gevraagd wie zij zijn. Voor nog een vraag is een offer nodig. Olric probeert nog wat te onderhandelen, maar Phoenix zegt: “We kunnen er lang omheen draaien, maar hier komt het op neer.” Hij pakt zijn zwaard en hakt zijn linkerhand af. “Ik offer mijn schildhand!”
De nornen vertellen dat ze een gereïncarneerde primordial zijn. Ze zijn het lot van alle werelden, niet alleen van Creation. Als we ooit op de rokende puinhopen van Creation staan, moeten we hen roepen. Zij kunnen helpen.
Ze zijn heel blij dat de vraag gesteld is. Ze zeggen aan Phoenix dat dit offer voldoende is om Sorcery te leren. Phoenix kijkt twijfelachtig, dat was hij helemaal niet van plan. Één van de nornen reikt in de bron, haalt er een linkerhandschoen uit en geeft die aan hem. “Als je ons ooit nodig hebt, steek deze in het water. En als je Sorcery wilt leren, vind je dat in jezelf.”
Olric wil ook een vraag stellen. Hij offert zijn potentiële mogelijkheid om Martial Arts te leren. Hij vraagt hoe het zit met die reïncarnerende primordial. Ze vertellen over de eerst gedode primordial, die onlangs de kans heeft gekregen om via pure chaos te reïncarneren. Zij zijn niveau drie subzielen van een nog te ontstane primordial van het Lot. De vijf Maidens van Creation zijn niveau twee ‘voorafschaduwingen’. Tijd is niet liniair. Ze laten ons ook een visioen zien van de negen wereldden.
Olric leert Sorcery van de nornen, met runen (de Silurische school). Xan wil Celestial Circle Sorcery leren en offert een oog. Haar perception daalt een punt, en het maximum dat ze ooit zal kunnen bereiken ook. En er zal één keer een beroep op haar worden gedaan.

XP: 6

Tanais – 55

22-ii-R2 ochtend.

Het is een mooie herfstdag. Gwan is terug. Daguerre is achtergebleven in het Zuiden. Hij hoort van het personeel dat er brahmanen zijn gesignaleerd in Arjan’s Abode en dat Risha’s grote broer daarbij aanwezig is met soldaten. We komen elkaar tegen bij het ontbijt. In overleg wordt besloten om de werkloosheid aan te pakken door soldaten te ronselen voor het leger.
Risha gaat naar de priesterstad. Bij het Kanesh-heiligdom is een vrolijke menigte arme shintasta-nomaden. Er is een kind met een paardenhoofd geboren! Risha instrueert de wachters: de aankomende groep brahmanen mag de stad binnen, maar de bankgebouwen zijn vooralsnog gereserveerd voor de koning.
Gwan praat met aannemers. Hij laat zijn lege zakken zien. “Dat is jammer, meneer. We maken af waar we voor vooruitbetaald zijn, dat zijn de stallen bij de arena. Daarna moeten we vertrekken. Mocht u onze diensten weer kunnen betalen, dan kunt u ons vinden.”
Claude maakt intussen wervingsposters voor het leger. Chang overlegt met zijn officier en stelt voor mensen uit de gevangenis te ronselen: kiezen tussen je gerechte straf of twee jaar militaire dienst met de mogelijkheid om bij te tekenen.
Risha gaat naar de tempel van Kanesh. Inderdaad, daar ligt een jongetje met het hoofd van een veulen te blèren. Een man spreekt de menigte opzwepend toe: “… tijd van transformatie! … revolutie! … geschenk van de goden in plaats van heer Arend! …” De moeder zit in het hutje erachter. Als Risha daar naar toe gaat, worden de mensen boos. Ze denken dat hij heiligschennis gaat plegen door de moeder te bezoeken. Hij laat even zijn aura zien; daar wordt iedereen stil van. Op de drempel van de hut plaatst hij een handvol godstukken. Daarna keert hij naar het kindje en offert de ghee die hij had meegenomen. Kanesh manifesteert zich aan hem. Risha feliciteert hem met het prachtige kind. De god met het paardenhoofd zegt niets, maar glundert als een jonge vader. Daarna offert de koning aan de andere goden. Hij vertelt dat de brahmanen in aantocht zijn.
Claude is intussen verkleed als soldaat de biljetten aan het aanplakken. Her en der ziet hij groenhuidige dames die de menigte opzwepen: “Alles wordt afgepakt! Brood! Bier! Seks!” Hij gaat de anderen waarschuwen dat hiertegen moet worden opgetreden.
Chang heeft Adrarn opgehaald en laat hem mee exerceren. Dat vindt de jongen beter dan de saaie studie bij zijn oom.
Even overleg tijdens de lunch. Risha laat een paar nieuwe bordelen bouwen in Shanti en Claude gaat naar de zaakwaarneemster van Daguerre, Claudette, om te vragen om in de benedenstad filialen te openen. Tot de bordelen klaar zij huren we een paar panden van Cyrion en MacArthur.
Na het eten gaat Risha mediteren onder de heilige eik. Aan Oaken vraagt hij om een spreuk waarmee hij als verkenner naar de Hoogzetel kan. “Die kun je krijgen in ruil voor een queeste. Kom morgenavond terug. En iets anders, Pashupati heeft Claude als hoofdbrahmaan gevraagd, maar wij andere goden zijn het daar niet mee eens.”
Zonder dat Rishi dat weet is Claude in het doodsbos ernaast bezig ghee aan Pashupati te offeren. “Ik bied mijn excuses aan voor mijn onbeleefdheid gisteren. Ik wil wel hoofdbrahmaan worden.” De god zegt: “Roei 90% van de brahmanen uit, en de baan is voor jou. Zie het als onkruid wieden.” Oeps, massamoord. Daar moet zelfs Claude eventjes over nadenken.
Chang ontdekt dat er in de benedenstad slechts een minderheid bereid is om dienst te nemen. De rest is uit op ons bloed. We moeten eerst die groene dames uitschakelen dus. Maar het is al erg laat, dus eerst slapen.

23-ii-R2 ’s morgens vroeg

We ontbijten gezamenlijk in het zomerpaleis. Een boodschapper wordt aangemeld. “Koning Mahakrishna is in aantocht met een compleet gevolg van brahmanen en soldaten. Hij arriveert over 15 minuten bij de tempelstad. Risha springt op en wil er naar toe rennen. Chang legt uit dat ze niet kunnen verwachten dat we alles gereed hebben. “Ik ben niet bang voor monsters en demonen. Maar dit is mijn broer!” De jonge koning zadelt zijn paard en galoppeert er naar toe, onderweg nog een paar boterhammen in zijn mond proppend. Hij is exact op tijd om de stoet aan de poort te begroeten.
“Hee broertje,” roept Mahakrishna joviaal, “Er is een supernova geweest. Er moeten een paar dingen veranderen!” Hijgend begroet Risha zijn broer en vertelt van de wondergeboorte. Grote broer rijdt er op af, stijgt af en laat een ghee-brander aanrukken. Hij knielt voor het kindje en voert het correcte offerritueel uit. De brahmanen kijken zuur.
“Zo, dat hebben we gehad. Heb je ergens wat betere accommodatie dan deze krottenwijk?”
Risha lacht en neemt hem mee naar het kasteel. “Dat is beter.” De koning en zijn soldaten nemen hun intrek in de gastenverblijven. “Ik zie je na de lunch broertje! En je hoeft niet bang te zijn, dat harnasje mag je houden.”
Intussen kijken de anderen mee via de kristallen bol. Ze zien dat de brahmanen een soulfielder verwijderen uit het groepje Kanesh-aanbidders en hem de stad uitgooien. Chang besluit in te grijpen. Hij gaat er naartoe. Als hij de brahmanen aanspreekt bijten ze hem toe: “Wie denk je wel dat je bent!”
Kalm antwoordt hij: “De minister. Bij koninklijk bevel is het iedereen toegestaan dit kind eer te betonen.”
De brahmanen druipen af. Dan loopt hij door naar het kasteel om Risha op te halen.

half 10

We gaan samen naar Shanti om orde op zaken te stellen. Claude over de daken, wij door de straat. Risha tekt zijn Soul Sword. We lopen door de ambassadestad. Beneden is het onrustig, en er branden vuurtjes. Op een plein staat een menigte van wel 500 man naar een groene vrouw te luisteren. Die is magie aan het bedrijven. Claude schiet vanaf het dak. Rischa rent over de schouders en hoofden heen. Chang en Gwan gebruiken hun ellebogen om door de menigte heen te komen. Claude’s pijl laat de abyssal in een gaswolk verdwijnen. Risha landt met een saldo in het midden en begint een eigen toespraak. Hij zet zijn Presence Excellency in, en slaagt erin om de gemoederen te bedaren. De groene dames zijn hier niet meer welkom. Als we klaar zijn is het middaguur aangebroken. Tijd voor lunch en daarna overleg met Risha’s broer. En vooral niet de afspraak met Oaken vanavond vergeten.

Xp 3

The RoSE – 42

Sobek vaart met ons langs een ijzerhoutboom. Deze is wat groter, dus we kunnen er meer wapens van maken. Néré krijgt een goremaul met een setting voor een hearthstone, Olric een skycutter en Xar een daiklave. Sobek vertelt over de Bone Golem. Hij is drie keer zo hoog als wij, heeft zeven hoofden en zeven armen, twee bogen, een hamer en twee daiklaves. Hij doodt alles waar hij bij kan, tot aan  grassprietjes aan toe.  Olric wil graag papier, voor aantekeningen. Sobek stelt berkenbast voor. Néré gaat dan direct mee, die wil wat bast als medicijn. We bespreken de optie om een schild te maken. Na enig nadenken besluiten we een schildpad te vangen. Daar kunnen we leer, schild, pezen en dergelijke van maken. Xar en Phoenix nemen ieder een schild. Néré maakt een slinger en verzamelt kiezels.

Als we het eiland naderen doet Gar een Strength of Stone op het gezelschap. We hebben ook graspollen verzameld in de hoop de Bone Golem daarmee af te kunnen leiden. Zodra we hem in zicht krijgen, doet Gar ook de Flaw Finding Technique. Het monster is qua constructie broddelwerk, maar de magie erachter is solide. Sobek wil buiten bereik van de pijlen blijven. Hij kan ons wel op de andere kant van het eiland afzetten, de golem is niet zo snel. Xar gaat tussendoor aan land (ze kan over water lopen) en verspreidt pollen waterplanten. Ze doet ook een charm waardoor ze sneller en sterker wordt: Five Dragon Form. Het wier leidt de golem even af, maar hij heeft al snel door dat de bron van leven  vlakbij is. Hij schiet, en één van zijn pijlen is raak.
Intussen gaan de anderen verderop aan land. Ze naderen de golem van achteren. Xar doet een rennende aanval waarbij ze met haar schild wegrolt. Ze raakt! Phoenix doet Dragon Graced Weapon. Hij slaat met de botte kant van zijn daiklave. Misschien dat hij daarom mist… Gar slaat met zijn goremaul, en raakt precies één van de zwakke punten die hij eerder met zijn charme gedetecteerd had. De golem slaat terug, maar de arm is beschadigd, waardoor hij mist. Als hij naar Phoenix slaat, slaat hij zó mis dat de daiklave uit zijn hand vliegt. Ook Xar wordt gemist. Néré slaat met de Traveler’s Staff, maar mist. Ergens vanuit het midden van het monster klinkt wolvengehuil. Olric kijkt nog eens goed, hij heeft verstand van magitech. Als er een wezen in zit, is het geen golem maar een warstrider! Hij valt niet aan maar gaat de constructie eens goed bekijken.
Xar doet weer een rennende aanval, nu eentje die eindigt met een achterwaartse salto. Deze keer mist ze. Phoenix slaat opnieuw, maar mist weer. Gar slaat ook, en raakt. Olric ziet nu dat er in alle oogkassen gloeiende puntjes zitten. Het lijkt echt alsof het een golem van zeven skeletten is; je ziet van buiten niet dat er in het midden één wezen zit. De golem slaat naar Gar met zijn goremaul: een ruggegraat met een schedel eraan. Hij raakt. Twee andere armen schieten op Olric, mis! Néré wordt ook geraakt. Ze begint een enorme tirade tegen het wezen, noemt het een abominatie van Gaia en vervloekt het. Ze zet ook haar anima aan. Ze weet zich zó boos te maken dat ze raakt. Hoewel de klap niet hard aan komt, breekt de arm waarop ze mikte toch af. Ze voelt zich ook gesteund.
Phoenix zet ook zijn anima aan en slaat. Het vuur doet niet echt schade, maar zijn klap wel. Xar valt aan en raakt de golem goed in de ribbenkast. Nu klinkt er een kreet van pijn; het is geen menselijk geluid.
Olric’s nieuwe theorie is dat er een lunar in zit. Hij vermant zich – hij heeft tot nu toe nog nooit gevochten! – en besluit zijn staf zo in één van de voeten te zetten, dat het monster er over struikelt. Gar gaat nu mikken op de arm met de daiklave. De golem wordt gehinderd door de staf van Olric, wat Phoenix de kans geeft om nog eens te slaan. Hoewel hij nauwelijks raakt, doet zijn aanval toch schade. Néré is intussen blijven vloeken en schelden; af en toe fluistert Olric haar wat nieuwe frasen in (ze is niet zo’n groot redenaar). Haar aanval mist wel.
Olric zegt in Old Realm: “Geef u over!” Het monster keert onmiddellijk naar hem en schiet met beide bogen. Eén pijl mist, de andere ketst af op Olric’s schild. De golem slaat naar Phoenix. Diens charm Aura of Invulnerability is daarmee opgebruikt. Xar slaat opnieuw; dwars door de ribbenkast, dat is goed raak! Het monster is intussen ernstig verzwakt. Phoenix slaat opnieuw raak, en het wezen valt onder luid gekraak om.
Na een moment scheurt de borstkas open. Erin zit een vleesmassa met ogen, klauwen en bekken. Het heeft een zilveren borstplaat en zilveren tijgerklauwen. Olric herkent het als een chimaera, een anathema van het type lunar, helemaal volgens het tekstboekje. Het wezen leeft nog. Néré slaat, maar het wezen duikt weg. Olric roept, nog steeds in Old Realm: “In naam van Luna, geef je over!” Het monster antwoordt, slecht verstaanbaar: “Ik pis op Luna!”
Xar slaat, en raakt: “Eet dit!” Phoenix’ aura is inmiddels een laaiend vuur (10+). Hij slaat, maar mist. Gar slaat, hij krijgt extra kracht door zijn afschuw. Hij raakt en verwondt het wezen dodelijk. We vertrouwen het niet en slaan erop in tot we zeker weten dat het dood is. Dan pellen we de zilveren borstplaat en klauwen af. Sobek komt aan land en feliciteert ons. Hij herkent dit wezen en zegt dat het inderdaad een chimaera is. Sinds de usurpatie zijn de lunars gek geworden en kunnen ze hun vorm niet meer beheersen. Ze zijn ook niet meer welkom. Hoe deze is binnengekomen weet hij niet. Als we er ooit een tegenkomen, doodmaken!
Het eiland is akelig leeg, er leeft niets. Olric plant zijn Travellers Staff, die onmiddellijk uitgroeit tot een mooie boom. Néré geneest Xar op haar verzoek. De wonden sluiten zich tot er alleen blauwe plekken over blijven. Xar pakt één van de bone daiklaves. Néré weigert de andere bone daiklave, hout past haar beter. Gar legt stenen in een mooi patroon rondom de appelboom. De eerste slijkspringers kruipen het eilandje op en zaadjes waaien aan. Gar pakt de tijgerklauwen, Phoenix het borstkuras.
We reizen verder. Sobek vertelt over wat we in de derde cirkel kunnen verwachten. Er is onlangs iets raars gebeurd: onder de levensboom in het centrum zijn drie vrouwen verschenen, en er is een bron ontstaan. Hij verdenkt Luna. Alles is fout gegaan sinds Gaia verliefd werd op Luna.
Waar we nu zijn, is de tuin van Gaia, Vanagard. De boom in het midden verbindt de negen werelden (hij noemt er een aantal: Midgard, Asgard, Jotunheim, Niflheim, Elfheim). Vroeger woonden de goden daar, voordat ze naar Creation gingen. Hij is één van de weinigen die is gebleven, heel slim. Af en toe krijgt hij gebeden door uit Yu Shan, ook een heel onaangename plaats.
In de derde cirkel zijn dorpjes, er wonen onder andere rassen die verbannen zijn, maar waar Gaia medelijden mee kreeg, zoals de dienaren van het Oogloze Gezicht. (Olric verbleekt – hij weet dat er een spreuk bestaat om die vreselijke creaturen op te roepen.) En honderdarmige reuzen. En, heel nuttig maar je moet beleefd tegen ze wezen, die wezens in zwarte kappen, met handen als verbrande skeletten en een blauwe vlam onder de kap. (Olric herinnert zich vaag dat er ook een spreuk bestaat om die mee op te roepen, iets met Rechters die je op overtreders af kunt sturen. Hij begint te overwegen om Sorcery te gaan leren.)
We varen nu op een heel gladde zee, geen water. Volgens Sobek is het silicium – ook wel glas genoemd. Als het ondieper wordt zien we waterplanten, die ook van glas zijn. De reis duurt een week. Al die tijd zien we in de verte een enorme boom die langzaam dichterbij komt. We passeren een helemaal bebouwd eiland. Volgens Sobek zijn hier dwergen. Schepselen van Gaia, behorende bij het element aarde. Ze probeerde het idee ‘Autochthon’ in leven in te bouwen. Een prima idee, maar ze horen hier niet. Sobek maakt er een grote bocht omheen. Gar (aarde type) wil er wel heen, maar de rest niet. Sobek babbelt verder: “Gaia is niet zo creatief. Nee, dan Ouroboros! HIJ heeft de Primordials bedacht!”
In de loop van de week leren we heel wat. Gar vraagt naar de solars. Die zijn net zo gek als de lunars, maar dan de andere kant op: ze zijn te star. Zij zijn volmaakt, en willen Creation ook volmaakt maken. Maar daatris het helemaal niet voor bedoeld! Creation is bedoeld als speeltuin van de Primordials. Phoenix ziet dat niet zo zitten. Volgens Sobek is zijn perspectief veel te eng, als sterveling met maar één ziel.
We komen aan bij het eiland van de boom. Het heeft een steiger, het derde niet-natuurlijke object wat we in deze wereld zien. (Na het bankje met de kluisjes en de dwergenstad.) Sobek geeft ons een benen fluit en doet de melodie voor waarmee we hem op kunnen roepen. Hij is er dan binnen twee dagen, want de melodie gaat vijf dagen terug en vooruit in de tijd. Die limiet hebben de yozi’s opgelegd gekregen en de primordials hebben zich er vrijwillig aan onderworpen. Daarom geldt hij nu ook voor de goden.
Op de steiger zit een man in groene kleding te vissen.
XP: 7

Tanais – 54

Het verslag van Risha’s belevenissen staat beneden. Eerst is hier het relaas van Claude en Chang.

Dag 20, mnd 2, Risha 2, 1pm

Risha is onvindbaar in het zomerpaleis. Chang luncht met Claude en Dagere. Gwan is al onderweg om een pegasus klaar te maken voor zijn rit naar de haven; voor de opening hiervan. Chang en Claude vragen Dagere mee te gaan. Dagere wil wel, maar heeft ook een dringend probleem dat opgelost dient te worden. Haar bordeel heeft geduchte concurentie uit Shanty-town. Dat moet stoppen. Chang en Claude zien het probleem niet, vrije markt en zo. Als Dagere verteld van verdwenen klanten worden ze iets meer geïnteresseerd. Ze besluiten polshoogte te nemen. Aangezien koning Risha niet te vinden is, besluiten ze meteen maar te gaan. Het leger heeft van Chang opdracht gekregen op te treden als ze na 24 uur niet terug zijn. Terwijl ze in vermomming de stinkende krotten van Shanty town passeren vliegt de pegasus met Gwan en Dagere richting het zuiden.
Ze stoppen bij een voor hun bekend bordeel, dat is gerund door een groenhuidige vrouw. Chang vertelt de vrouw dat Claude hier wel zin heeft in een verzetje. Echter, na een gesprek waarbij Claude laat doorschemeren niet in het aanbod te zijn geïnteresseerd, brengt ze hun mee naar een tweede locatie. Hier gaar Claude mee naar de SM kelder. Hij wordt vastgebonden en alleengelaten. Hij ruikt zwavelgas en ziet een geheime deur. Met zijn Larceny excelency weet hij zijn boeien los te maken en de deur te openen. Chang houd de groene dame bezig. Onder de kelder is weer een kelder, met een man bewusteloos op een bed met rare wonden. Dit is niet goed. Er is weer een geheime deur, weer een kelder, weer een slachtoffer; deze keer dood. Claude ziet ook weer een geheime deur, maar besluit met dit bewijs naar boven te gaan. Hij gooit het lijk voor de groene vrouw neer en beschuldigd haar. Echter de vrouw doet de man ontwaken, niks aan de hand toch? Chang echter ziet het werk van een Necromancer.
Ze gaan naar buiten, halen versterking en laten een groep soldaten het bordeel onderzoeken. Terwijl de officier de groene dame ondervraagt gaan Chang en Claude via de achterdeur ongezien weer naar binnen en naar beneden. Er blijken 9 kelder onder elkaar te zijn. De onderste heeft een metalen rooster in de vloer met daaronder een spelonk. De zwavelgeur is hier sterk en Chang beseft dat het toxisch is. Gelukkig heeft hij een Solarcharm tegen dit gif. Als het de giftige gassen van de vulkaan aankan, dan dit ook.
Ze gaan met spiderclimb de spelonk in en komen in een gang. Een gang gegraven door een grote worm. Dit is niet goed. De volgen een gedeelte van de tunnel en het lijkt erop dat onder Shantytown grote wormen gatenkaas aan het maken zijn van de grond. De worm lijkt hier 1 keer per week langs te komen. De tunnel lijkt 2 jaar oud, ongeveer zolang als zij geëxalteerd zijn. Wegens de toxiciteit van de lucht hier is wachten geen optie. Ze gaan terug. Weer inde spelonk zien ze de vrouw staan op het deksel. Chang slaat het deksel aan gort, de vrouw valt, maar verandererd in groene rook…………………………………….
Teleurgesteld gaan ze terug naar de diplomatenstad (met een stuk of 20 slachtoffers die verslaafd zijn aan de groene feeks en langzaam in een soort dark creatures aan het veranderen zijn; duurt 2 jaar voordat ze weer helemaal genezen zijn, ze worden voor eigen bescherming opgesloten) en laten het leger het bordeel dichttimmeren.
Ze komen in gesprek met Cadir en de siderials. Der Alte ziet in de groene dame een abysal, een onderwereld exalted. Die worm is vast ook onderwereld gelinkt. Cadir zit ongemakkelijk te schuifelen op zijn stoel. Hij is het niet eens met Der Alte. Eenoog is de lord of the flies, de insektenmeester. Geen abyssal. Nehar Nemal de necromancer daarentegen is het wel. Ze werken samen en de groene abyssal vrouw is dus een abyssal maar werkt dus ook samen met de minions van eenoog, dus ook die worm. Daarnaast schijnen deze groene feeksen een hive mind te hebben. Niet zo mooi, dan is nu bekend dat wij ze gevonden hebben. Maar waar is de bron van de worm, waar is de link met sorcerors well. Het lijkt een bron net als die van de fairy Queen. De bron zit volgens claude op max 1 week afstand hiervan. De worm komt hier immers 1 keer per week…..
Siderials gaan info winnen over de wormen en over hoe de energie van Bronwee gebruikt kan worden.
Bier, veel bier ’s nachts gaat Claude naar de tempel van Pashurpati en offert ghee. Hij vraagt naar de dood van Arend en de zwarte steen in diens hoofd. “Oaken heeft Arend doodgemaakt en door de manier van doden is die steen ontstaan; daarin zit zijn ziel. Wees niet bezorgd hij kan gewoon reïncarneren……Claude, wil je de opperbrahmaan worden?”
“Hoe veel tijd kost dat?”
“%&$#^…………………………………….”
“sorry, wist niet dat je boos werd………”
Claude gaat weer naar huis.

21ste dag

In de ochtend staat Chang op het exercitieterein en de troepen te trainen. Claude besteld materialen voor de wapens voor de troepen bij Mac Arthur. Cyrion komt bij Chang en vraagt bescherming van de troepen bij zijn komende taak: vertellen in Shanty-town dat het brood vanaf morgen niet meer gratis zal zijn. Chang gaat met 5 soldaten en Claude verkleed als soldaat nummer zes mee. Er breekt inderdaad een rel uit. Terwijl de menigte op de broden afrennen slaat Chang op imponeren de wijze een steen in duizend stukken. Claude reageert ook erg snel en gooit een mes door het hoofd van de voorste relschopper. Die valt dood neer voor hij een brood kan pakken.
Chang geeft Claude op zijn donder, maar Claude wijst op het resultaat. Echt rustig zal het niet lang blijven. De troepen worden Shantytown ingestuurd. Er zijn kunstenaars bezig spotprenten tegen de koning en zijn generaal te maken, ook Gwan komt er niet goed vanaf. Claude weet er drie te pakken en pint ze met een mes door het hoofd vast aan hun creaties. (Hier zal Risha wel weer erg boos om worden). Om niet te bloeddorstig over te komen, besluit Claude de twee volgende rellenleiders die hij snapt gevangen te nemen. Ook de orde troepen onder leiding van Chang pakken een groot aantal onruststokers op. De rust keer weer terug, maar voor hoelang? We moeten snel wat doen aan onze staatsfinanciën…….

Risha’s avontuur:

20-ii-R2 5 uur ’s middags.

Risha geeft het personeel opdracht om te verhuizen van het zomerpaleis naar het kasteel. Zelf gaat hij op zoek naar de heartstone van Bronwe. Het kasteel heeft maar drie verdiepingen. In de kelder zijn de keuken, de bijkeukens en de voorraadkelders. Op de begane grond zijn de ophaalbruggen en de ontvangstruimten. Op de eerste etage zijn slaapkamers en privevertrekken en daarboven zijn de kantelen. Het kasteel is niet zo groot. Eerst gaat hij naar boven. De oude koninklijke slaapkamer is door Chantal luxueus ingericht. Achter een wandtapijt vind hij metselwerk dat er iets anders uitziet. Hij vindt al snel een slot, dat niet bestand is tegen zijn charm Lock Opening Touch. De geheime deur geeft toegang tot een verborgen kast. De kast is leeggehaald, op een enorm boek na, een atlas gespecialiseerd in kaarten van Selene, Silver, Forochel, alles ten noorden van Silver en Soul, en een kaart van New Salish, de lunar stad. Hij bestudeert aandachtig de weg naar de stad. In de pas van Kwaled naar het Noordwesten is New Salish twee stadjes hoog aan weerszijden van de kloof. Achterin de kast vind hij nog een uitermate goed verstopte kluis met 10.000 goudstukken, de reserveschatkist.
Deze verdieping is verder ingericht als woonverdieping voor de lunars, het is een soort duiventil. De ramen zijn heel belangrijk. Ruimtes aan de binnenkant van het kasteel zijn voor service. Er is een kleine zitkamer voor de bediendes en hij vindt de latrines. (Nu komt er een ouderwetse botch, bij het zoeken gooi ik geen enkel succes, maar wel twee 1-en.) Om de een of andere reden denkt de jonge koning dat er wel daar eens een geheime gang te vinden zou kunnen zijn. Hij laat zich in het gat zakken en klimt naar beneden. Hij vindt wel een manier om het kasteel uit te komen via een ventilatieopening, maar daar gaat het 60 meter recht naar beneden. Onder de derrie klautert hij weer naar boven. Gelukkig is er niemand in dit deel van het kasteel, dus hij gaat snel naar de badruimte om zich op te knappen. Het is inmiddels een uur of negen.
Ook in de troonzaal zijn geen bijzondere dingen te vinden. Risha gaat even op de troon zitten. Die is te groot en zit ongemakkelijk. Even tijd nemen om na te denken. O ja, het beekje dat onder het kasteel ontspringt is magisch. Hij besluit om de bron te gaan zoeken.
Vanaf deze kant is de geheime gang naar de bron moeilijk te vinden, maar hij weet waar hij naar zoekt en vindt de doorgang in een nis tussen twee bijkeukens. Het luikje is gerepareerd. Hij gaat via het beekje omhoog, dat is een deel van de gang waar hij nog niet eerder is geweest. Het loopt zo’n 15 meter door en achter een bocht vindt hij de bron. Er is een gemetselde tuit in de rotswand waar het water in onregelmatige gutsen omhoog spurt. Het is mossig, de vloer is belopen en de zitbank naast de bron is schoongemaakt. Sporen wijzen aan dat er bekers hebben gestaan naast de bron en er is iets van 1m80 lang en 80 cm breed met vier poten. Hij gaat op de bank mediteren. Het zou wel eens hetzelfde water als dat van de bron in de ambassadestad kunnen zijn, maar het vereist snel zijn kracht. Je kunt hier dromen met een slokje water. Het is heel privé. Risha vangt wat water op met zijn handen en neemt een grote slok. Dan gaat hij slapen in het mos. Het is laat dus hij valt gemakkelijk in slaap.
Beeld: Een chinese parelduiker die in de oceaan duikt. Heel diep. Hij komt heel erg lang daarna boven met een mooie steen.
Betekenis: De machtigste heartstones liggen het diepste en je kan het ook niet door iemand anders laten doen. En heel af en toe komt er eentje los en die kan dan van de oppervlakte worden geplukt. Abyssals kunnen ook dingen omhoog halen uit de bronnen waar zij toegang toe hebben. Met dezelfde beperking hoopt hij.

21-ii-R2

Het is inmiddels druk in het kasteel. De bedienden hebben niet door waar Risha plotseling vandaan komt. Hij snaait een stuk gebraden spek uit de keuken en vraagt hoe laat het is. 5 uur ’s middags. Gelukkig, er is maar 1 dag weg. Een slokje is minder erg dan onderdompeling. “En hoe was de dag?”
“Uw kabinet is weg. Er is onrust in Shanti Town, want u heeft verordonneerd dat men voortaan moet betalen voor brood.” “Nee, ik zei: ‘voor bier!’ ”
“Het heeft slechts geleid tot enkele kleine opstandjes en die zijn in de kiem gesmoord. Generaal Chang heeft het onder controle.”
Risha regelt dat er 100 goudstukken per maand naar het hospitaal van Strega gaat. Dan krijgt hij zij avondeten en daarna gaat hij om 7 uur naar Kadier. Hij vertelt zijn droom. Hij heeft wel een zwarte steen gevonden, maar die heeft hij verhandeld, al 5 maanden geleden, aan de vader van Adrarn. Ze zijn magisch, maar niemand kan er wat mee behalve als pronkvoorwerp. Rishe is heel erg bedroefd, want die dingen komen maar eens in de tien jaar bovendrijven. Kadier belooft een volgende voor de koning te bewaren. Hij heeft ook onfris nieuws: Claude en Chang zijn Shanti ingegaan en hebben een ondergronds gangenstelsel gevonden. Het lijkt met de bronnen samen te hangen. Dit gangenstelsel hoort bij de bron van Bronwe en die van de Faery Queen; niet die van Nehal Nemar, die is veel ouder. Hij legt uit dat Abyssals puur evil zijn maar Eenoog is lawful evil. De machtsplek hoeft overigens geen bron te zijn, de hoogzetel is bijvoorbeeld een bergtop. Er zijn Abyssals gesignaleerd in Shanti, maar de gangen zijn van Eenoog en de abyssals zijn van Nehal Nemar. Blijkbaar werken ze samen.
Het gangenstelsel loopt tot hier, en tot Sorceror’s Well vanaf een plek van Eenoog.
Daarna gaat hij naar zijn vriendinnetje Sarina (die hij ook al een half jaar niet meer heeft gezien). Ze heeft een textielwinkel in de tweede ring. Dat loopt goed en ze heeft het naar haar zin. Ze ziet er goed uit en is positief. Risha spreekt met haar af dat ze iedere maand op de derde dag na volle maan met de oude groep samen komen bij Daguerre. Dat is de beste plek voor onder- en bovenwereld o elkaar te ontmoeten. Zij zal de anderen mobiliseren, Zack krijgt het via via te horen en Bruiser zit ergens aan het front.Die krijgt wel een marsorder. Maar ze heeft wat moeite met Malice. Zack, Strega en Sarina zijn jaloers omdat hij wel wat gekregen heeft en zij niet.
’s Nachts gaat Risha nog even naar zijn tempeltje. Karachas doet open, die schrikt zich een beroerte. Malice slaapt al maar wordt meteen gewekt. Hij blijkt een heel protocol te hebben opgesteld over welke riten er precies wanneer moeten worden gehouden. Risha herinnert hem hoe het vroeger in het roverskamp was. Maar voor brahmanen hoort het tellen van bakstenen en dergelijke er nou eenmaal bij! Risha verklaart dat de priesters naar buiten toe goede daden moeten doen, maar dat de ware eredienst is voor de inner circle. Malice moet zijn genezende gaven gebruiken om zieltjes te winnen. Ieder heeft zijn eigen weg. De priester ziet het wel zitten en vraagt om een publiek optreden van Risha voor de outer circle. Dan gaat hij slapen

3xp