Tanais 56

23-ii-R2 lunch in het zomerpaleis.

De bediening zegt dat er mensen zijn voor de audiëntie van kwart over een. Er komen eerst twee brutale goblins. “Wij hebben nagedacht. De macht grijpen in Targon lijkt ons een aantrekkelijk idee, maar daar hebben we twintig sterke mannen voor nodig.” Chang geeft ze een sergeant en negentien soldaten mee. Daarna komt Malice. Hij zegt: “Ik heb goed geluisterd naar uw aanwijzingen. Ik wil op de vijfentwintigste met de godheid naar buiten treden.” Risha belooft dat hij er zal zijn om zich te manifesteren.
Dan is het tijd om met koning Mahakrishna te gaan praten. Om drie uur arriveren we. De wacht laat ons onmiddellijk door. Mahakrishna zit gelukkig niet op de troon, maar ontvangt ons in een zijkamer. Risha stelt Chang en Gwan voor, en zijn broer introduceert hun tegenhangers: één van zijn generaals, Mahamutri, en handelsminister Kanesh Qart. Neef Gezeri, de ambassadeur, zit er ook bij, maar voor spek en bonen. Mahamutri benadrukt dat dit een informeel overleg is. “Jullie hebben wat last van relletjes. Laat dat niet onbestraft!” Daarna komt hij ter zake. Financieel kan hij niet helpen. Maar hij wil wel een bondgenootschap van shintasta landen. Hij wil een vrijhandel en brengt een oplossing voor ons probleem met Eenoog: hij kan vijfduizend soldaten leveren met generaal Mahamutri. Hij stelt dat Risha en hij uiteindelijk van hetzelfde bloed zijn, en het valt hem enorm van zijn broertje mee dat die een eigen land heeft weten te verwerven. Hij stelt de stad Tinder voor als grens tussen zijn gebied en dat van Risha. “Zie je wel, er is niets om bang voor te zijn.” Hij waarschuwt ons nog even dat we voorzichtig moeten zijn met de goden, ze verwachten veel en leveren weinig.
Dan spreekt hij Gwan aan. “Gwan, je kan toegelaten worden als shintasta.” Dat is een grote eer, Gwan wil wel, maar hij heeft ook wel bedenkingen. “Het kan geregeld worden. Je kunt de juiste inwijding krijgen, in stilte, en dan wacht je een grootse toekomst. En jullie moeten een keer langskomen voor een tegenbezoek, als Eenoog verslagen is.”
Daarna wordt het gesprek meer ontspannen. Risha is blij dat het is bijgelegd. We hebben het even over de lunars. Mahakrishna adiseert ze te vriend te houden, maar vindt het geen aangenaam volk.
Het wordt een feestje. Mahakrishna vertelt over het spijbelen van Risha en hoe hun vader het opvoeden uiteindelijk maar heeft opgegeven. Chang speelt Go met Mahamutri en merkt dat hij een goede observator is en scherp, bedachtzaam, resoluut speelt. Gwan gaat zuipen met Kanesh Qart. Deze maakt zich zorgen: “Het schijnt dat jullie blut zijn. Wat is jullie businessplan?” Hij wil wel uitleg geven over de grote geldstromen en de karavanen. De grensrivier tussen Erebor en Soul is ideaal als route, maar op dit moment te onveilig omdat de Eenoogsekte het woud aan onze kant in handen heeft. 
Om negen uur is Risha’s afspraak met Oaken. Hij loopt door de brahmanenstad en ziet dat ze als mieren bezig zijn met bouwen, poetsen en bakstenen tellen. Risha kan zich slecht concentreren door de herrie, maar uiteindelijk lukt het hem om contact te leggen met zijn godheid. “Zo kleintje, ben je daar weer? Zorg je wel goed voor je brahmanen? Het schijnt dat Claude in dienst van Pashupati treedt. Pashu is wel in voor een geintje en heeft hem een voorstel gedaan. Maar Claude nam het serieus en ziet het wel zitten.” Risha heeft geen idee waar het over gaat. Oaken verduidelijkt: “Ik stel jou er persoonlijk verantwoordelijk voor: er wordt géén 90% van de brahmanen uitgemoord! Verandering moet langzaam! Stop hem! Pashupati mag zeggen ‘ga moorden’ maar ik ben het daar niet mee eens.” Risha is helemaal overdonderd. Hij heeft zich altijd al afvraagd wat de rol van de brahmanen eigenlijk is.
“Zij voorzien ons van voedsel. Ghee is ons eten. De rituelen, het aantal bakstenen en de incantaties zijn de bereiding daarvan. Je bent nu nog jong, maar je zult vanzelf merken dat het uitmaakt als het eten goed klaargemaakt is. Er is geen hoger doel dan de goden dienen en daarvoor zijn de brahmanen. De ganjarokers zijn Pashupati-aanhangers. Die doen het op hun manier.” Risha weet de god er van te overtuigen dat het nuttig is dat brahmanen zich ook behulpzaam opstellen om de mensen aan de goden te binden. Hij krijgt de vliegspreuk als hij een correct offer brengt met 1471 bakstenen. “Vraag maar aan de hoofdbrahmaan hoe en met welke gezangen.” 
Intussen is Chang ook de priesterstad ingegaan. Hij gaat naar Shri Sahib Kanesh Gi (het jongetje met het paardehoofd). Die slaapt. Er zitten wat Soulfielders op de achtergrond eer te bewijzen. Een brahmaan zegt dat ze zo kunnen zien hoe het moet… Chang ziet dat er veel huizen op orde worden gebracht, maar van de bankgebouwen blijven ze af. Er staan veel koeien in de ene wei, en één stier in de andere. Hij vraagt naar Sandra of Florence. Sandra komt. “Leuk dat we weer terug zijn.” De Farfields vond ze maar niks. Ze zijn van plan te blijven. Brahmaan zijn is leuk, maar de paarden van het magische bos zijn leuker. Er is wel een kritiek punt: als de kwaliteit van het bos te laag wordt, sterft het. Shanti moet er weg. Het bos is Weird (waar magie vandaan komt) en dat is beter dan Wyld (chaos). Hobbits en dwergen hebben met de Weird te maken, maar kunnen ervan vervreemden als ze te enthousiast worden, en in grote steden geld gaan maken in plaats van mooie dingen. Hobbits zijn daar beter tegen bestand dan dwergen. In de loop van het gesprek geeft Chang toe dat hij de vulkaan van de dwergen heeft gesloopt. Ze dacht al zoiets, en vraagt of hij Shantitown kan slopen. In ieder geval moet de honderd meter woonwijk verdwijnen, die nu staat waar vroeger bos was. Dat is wat het afgelopen half jaar opgefikt, gesprokkeld en omgehakt is. Ze stelt dat heer Arend in zijn eentje verantwoordelijk is voor Shantitown. “Balen van Chantal. Hebben we als vrouwen een goede vriendschap, vindt ze een man …” 
Het gesprek komt op de verschillende soorten magische wezens. Ze somt op: “Siderials, Lunars, Solars, Abyssals, Weavers, …” Chang onderbreekt haar: “Weavers? Wat zijn dat” De eerste vier kent hij, die hadden ieder een stad, maar de vijfde stad was van Dragonblooded. “Metafysica daar ben je echt slecht in hè? Weavers zijn het volk van Eenoog. Ik bedoel niet zijn mensen. Dat zijn sukkels. Het schijnt dat er negen rassen zijn waar jullie er één zijn, en negen waar jullie niet toe behoren. Uit de schittering van het kristal komen jullie voort, twee maal negen zowel duister als licht, net uit fase met elkaar. De goden behoren tot het andere negental en daarom begrijpen jullie elkaar ook niet. Jullie zijn als kat en hond, elkaars concurrenten. (Een voorbeeld van de duistere kant: Claude en Pashupati zijn gevaarlijk gek.) Momenteel hebben de goden meer macht dan jullie, dus als je een schijn van kans wilt hebben, houd je daar rekening mee. En ze zijn bang voor jullie. In jullie strijd tegen Eenoog moet je vooral uitkijken voor Saman, de god van het vuur van de onderwereld. Chang vraagt nog over het toelaten van Soulfielders tot de brahmaanse riten, maar dar heeft ze geen mening over. “Daar gaat Shivanesh over, niet wij.” 
Gwan kijkt nog even bij de stallen die worden gebouwd. De werklui zijn matig tevreden. Ze zijn blij dat ze hierna nog een opdracht hebben, maar bordelen bouwen is minder leuk dan arena’s. Hij overlegt nog even met Kanesh Qart en gaat dan slapen.

24-ii-R2

Om half vijf worden we gewekt, er is iets belangrijks gebeurd. De majordomo wacht op ons: “Er staan vluchtelingen uit Shantitown aan de poort, met een vaag verhaal over gifgas.” Risha zegt: “Laat ze binnen.” Even later stroomt er een hoestende, strompelende menigte het plein op. Risha haalt Kadier, Chang laat de brahmanen waarschuwen, Gwan hoort de overlevenden uit. “Groen … chloor … zwavelgas steeg op uit de grond … veel doden … op de daken ben je veilig, maar hoe lang nog?” Chang kijkt vanaf de stadsmuur naar het bos. Een licht briesje blaast het gifgas inderdaad de verkeerde kant op. 
Een Maluchan monnik werp zich op als genezer. Zack, een van de volgelingen van Risha, stelt zich op als leider van Shanti en zorgt met zijn bende dat er geen paniek uitbreekt. De brahmanen komen en laten zien dat ze wel degelijk compassie hebben. Er wordt een veldhospitaal ingericht. 
Chang kan ons voor drie uur vrijwaren van de gevolgen van het gifgas. We gaan door de groene walmen richting het hoerenkot.  Er zijn veel lijken in de stad. Op de daken zitten mensen. We waarschuwen ze om daar te blijven. Voor ons klinkt een luid gerommel. Rook van puin: een instorting verderop in de stad. Een hittefront, branderige rook. Bij de voormalige hoerenkast is een gat in de grond dichtgesmolten. Gezeri ligt daar dood. Op het grote plein waar Risha de demonstranten had toegesproken is ook een dichtgesmolten inzakking. Er komt geen nieuw gas meer, maar er liggen hier wel heel veel lijken. Het is het ‘afscheidscadeautje’ van de Shuragi (de groene hive-mind-communication-hub van de onderwereld). Chang ziet dat de groengele smurrie niet tegen gewone lucht kan en zichzelf oplost. Risha neemt het lichaam van zijn neef in de armen en keert bedroefd terug naar de hogere stad. Chang en Gwan gaan nog wat mensen redden van gebouwen die op instorten staan. 

Duizend mensen hebben de bovenstad gehaald en tweeduizend zitten er op de daken. Er zijn er dus drieduizend gered, maar zevenduizend mensen zijn dood! Als de gaswolken verdwenen zijn, wordt de identificatie geregeld. De komende twee dagen staan in het teken van massale uitvaarten. De Soulfielders verbranden hun lijken op de Soulfield-manier, de Shintasta’s verbranden hun overledenen volgens de shintastatraditie. Risha en Mahakrishna vragen de brahmanen om een tombe voor hun neef. Ze zullen een grafheuvel opwerpen in de Shintasta Barrows en Gezeri daar overeenkomstig zijn rang in bijzetten.

In de ochtend bereikt het gifgas het heilige bos. De magische paarden slaan op hol. Sandra en Florence schieten te hulp. Er ontstaat een baan van Weird in de lucht waar de paarden overheen rennen. “We komen terug. Wij moeten de stampede tot stilstand brengen. Het heilige woud moet besproeid worden met héél véél Bronwë water!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s