The RoSE – 48

We horen Ebon Ryme uit. Het blijkt dat zijn Infernal kameraden nog niet weten dat hij niet meer aan hun kant staat. Hij heeft bericht gekregen dat er iemand door de Gate in het Noorden gaat komen, in het koperen bamboebos. Hij wil erheen om ze uit te horen. Sango doet Disguise of the New Face op hem, zodat zijn anima en kasteteken er weer Infernal uitzien.
Onder ons blijken de Abyssals de belegeringstoren om te bouwen om Metagalapa weer te bereiken. We moeten hier dus binnenkort weg. We schuiven voorlopig maar weer 100 meter opzij.
Dan bespreken we wat we moeten doen met de Green Lady. Atis stelt voor om haar aan de Maidens te geven. Die kunnen de exaltatie en haar ziel misschien zuiveren. Als we haar doden, zoals Tawuz voorstelt, gaat ze terug en versterkt ze de Abyssals. Eye of Autumn heeft de essence-neutraliserende ketenen nog die we in Gethamane verhandeld en daarna weer teruggehaald hebben. We besluiten haar ermee te boeien. Ze stribbelt tegen en net als het gaat lukken geeft His haar een vuistslag. Ze is verder verzwakt dan hij dacht en driegt te sterven, dus hij moet haar snel EHBO verlenen. Marina helpt.

We vliegen naar Luthe, laten de Lunars overstappen en schepen de Dragon Kings in. Ze gaan in hun battle stations zitten. De water Dragon King frutselt wat en opeens komt er een console uit de algen omhoog. De anderen doen hetzelfde. “Zo,” zegt water, “zullen we eens kijken of hij nog in vijf stukken kan?”
Sarina sputtert tegen, maar Sango wil het erg graag zien (en heeft meer vertrouwen in de vaardigheden van de jonge Dragon Kings). Opeens zakken de consoles met de Dragon Kings in de vloer en even later veranderen de schermen in de muur in ramen. Onder ons is een gouden lichtstraal op de grond gericht. Daar is het target van een enorm krachtige zonnestraal. Afvuren doen we maar niet. Ze proberen meer functies. Metagalapa is niet zo snel als Luthe, maar kan nog steeds 100 km/u. Het is 24 uur naar Rathess. Sango hoopt dat het ding een camouflage heeft.
Sango stet Marina voor dat ze toch Luna proberen te waarschuwen voor het voorspelde nieuwe hemellichaam wat binnenkort opduikt. Marina realiseert zich dat dit alleen maar kan als de maan boven de horizon staat. En dat een rituele jacht eraan voorafgaand een goed idee zou zijn. Marina wil op sacred hunt naar een Green Sun Child, maar dat is misschien wat veel gevraagd om vóór de avond afgerond te hebben. Eye of Autumn wil eerst de Green Lady overdragen aan de Siderials. His wil daarmee wachten tot de Solars er zijn. Wie weet ‘turnt’ ze de anderen. Eye betoogt dat ze snel hulp nodig heeft. Shi Mei Lan zegt dat dit wantrouwen, dat de Siderials misschien niet te goeder trouw zijn, een uiting is van de Great Curse. Daar moeten we tegen vechten, en haar dus nu overdragen. Ey of Autumn betoogt ook dat haar nu al overdragen een goede indruk zal maken. Er volgt een druk twistgesprek, maar dan realiseren we ons dat het nog tien uur duurt voordat al haar Essence gedraind is door de !
ketenen.

We gaan op heilige jacht en besluiten een reuzenanaconda als doel te kiezen. In de loop van de nacht vinden we een enorm exemplaar. Na een enerverende strijd verslaan we hem. Marina snijdt het hart uit en heft het op naar de maan. “Luna, aanvaard mijn offer!” en ze vertelt over de profetie. Het hart licht zilver op en ze krijgt een visioen dat er over vier dagen een zonsverduistering gepland staat. Blijkbaar is de boodschap aangekomen en realiseert Luna zich wanneer het plaats zal vinden. We peuzelen de anaconda op (voor zover we hem opkrijgen) en overnachten in het bos.

’s Ochtends komt Metagalapa aankachelen. Hij past niet aan onze aanlegtoren, maar wel aan de andere. De Fae vinden het geweldig. Op Metagalapa hebben de Dragon Kings op verzoek van Sango de Private Plaza of Downcast Eyes aangezet. De spreuk wordt door lokale kleine godjes geworpen.
De Siderials blijken niet echt geïnteresseerd in de Green Lady. Ze sputteren wat tegen als we Little Shu’s idee suggereren om haar te gebruiken als focus voor het opheffen van de Great Curse, maar uiteindelijk geven ze toe.
Eye of Autumn’s buik groeit snel. Dit gaat niet meer lang duren. Ze gaat naar het scheepshospitaal van Luthe. Dat heeft inderdaad een kraammodule. Ze laat zich scannen en blijkt zwanger van een zesling.

We gaan met Luthe en alle Solars en Lunars naar de plek waar Raksi woont – Mahalanka. Onderweg bespreken we onze strategie. Een smoes – we proberen haar steun voor de strijd tegen de Keizerin en de yozi’s te werven – zou een belediging zijn voor haar intelligentie. We komen in zicht. De binnenstad bestaat uit een serie gouden wolkenkrabbers in de jungle. We houden halt zodra we een stratenpatroon in de jungle herkennen. Na enige discussie roept Tawuz een Lunar groet door de luidsprekers. De straat onder ons loopt vol. Er staan onder andere wachters, aapmensen.
Eye blijft aan boord. Ze weigert zich te laten overtuigen, omdat ze gehoord heeft dat Raksi kinderen eet. De andere lunars landen in beastman-vorm en worden geaccepteerd. Als de solars landen kijken de aapmensen vragend. “Mogen we ze afmaken?” “Nee.” “Dan moeten ze inbinden, want de baas houdt er niet van.” Hij kijkt veelbetekenend naar Atis, die geland is in zijn orichalcum harnas met volle anima banner aan. Atis dimt zijn licht.
Ze nemen ons mee naar een groot plein tussen de hoge gebouwen. In elke muur een poort naar één van de gebouwen. In het midden staat de bibliotheek. Alles is van adamant. In de jungle staan her en der porseleinen gebouwen. Het deel dat nog in gebruik is, is smetteloos. Er wonen veel mensen in de stad, het merendeel heeft Wyld-mutaties. Het handwerk wordt gedaan door bavianen. Verder zijn er kleine aapjes – lori, rhesusaapjes en dergelijke. De laatste soort inwoners zijn lunars. Eentje begroet ons en heet ons welkom. Daarna vaagt hij om tribuut. Tawuz en Marina kijken elkaar aan. Raksi beschouwt zichzelf duidelijk als de lokale vorst. Sarina biedt een drietal Essence Capacitators aan. Hij herkent dit niet en zegt twijfelend: “Dat zal onze godin wel beoordelen.”
Hij leidt ons door de College Of Cosmology And Theology. Het wordt bevolkt door orang oetans. We lopen door een bibliotheek met allemaal prachtige boeken va orichalcum en dergelijke. Verder naar achteren staan de minder mooie boeken. We gaan de lift in, naar de bovenste verdieping. Volgens de Solars voelt het hier goed, een Solar Manse.

Raksi is een naakt jong meisje met mooie maanzilveren tatoeages. Ze kijkt wat verveeld. “En, vertel het eens. Groetjes van Leviathan, zeker?” We groeten terug. Tawuz begint nog over de Ebon Dragon, maar Raksi is totaal niet geïnteresseerd. Ghurkan neemt het woord en groet haar. “Ah, een Solar, interessant, lang niet gezien.” Ghurkan herhaalt dat er grote problemen zijn in Creation en weidt uit. Ze is nog steeds niet geïnteresseerd en doet wat cynisch. Ze biedt wijn aan, maar is aangenaam verrast als Tawuz en Marina met een vaatje Regenboog aankomen. Dat is beter dan die autochtoonse batterijen!
De hapjes zijn mensenvlees. Atis eet er niet van. Raksi wordt boos en geeft hem tien minuten om weg te komen. De anderen eten het wel. (Dit kost de Solars een punt Limit.)
Als er wat gedronken is, komt ze los en vertelt ze sterke verhalen over de First Age. Vooral gevallen van extreme wreedheid. We realiseren ons dat dit een vermomde “social attack” is. Ghurkan gaat in de tegenaanval en openbaart zich als de reïncarnatie van de oude hiërofant. “Cool! Kom mee!” ze rent de trappen op tot hoog in de koepel. De kamer waar ze hem (en de rest, waar ze helemaal niet op let) heen leidt, is van oricalcum. Hij heeft drie podiums met gigantische boeken. De podiums zijn van diamant, saffier en smaragd. In het midden is een naald waar zich waarschijnlijk de heartstone vormt. Er staat een orichalcum wachter naast.
“Keeper,” roept Raksi, “mag ik je voorstellen: de voorzitter van het Solar Deliberative!” “Het Deliberative,” corrigeert Ghurkan. De wachter neemt Ghurkan mee naar een geluiddempende nis en vraagt hem om de autorisatiecode. Ghurkan geeft zijn persoonlijke code, die in de Imperial Manse werkte. Deze wordt geaccepteerd.
De Keeper en Ghurkan komen terug. Raksi vraagt of hij de Keeper bevel wil geven om haar toegang tot het boek met Solar Circle spreuken te geven. “Ik heb het al duizend keer gezegd,” zegt de Keeper, “dat mag ik niet.”
Sango stapt naar voren: “Ik wil toegang.” “Bent u ingewijd?” “Ja.” Ghurkan moet nog toestemming geven, wat hij zonder aarzelen doet, en dan mag ze het diamanten podium betreden. Sango aarzelt. Ze ziet dat Raksi een spreuk voorbereidt. Tawuz merkt dat ze een oog losmaakt om mee te kijken. Sango slaat toch maar het boek open en zoekt naar de Incantation of the Invincible Army. Raksi is teleurgesteldld. “Kun je je tegenstander niet ook direct vernietigen?” Sango negeert haar. Ze wil ook Adamant Circle Banishment en Light of Solar Cleansing leren. Iedere spreuk duurt drie uur om te kopiëren en Raksi blijft rondhangen en meelezen. Sarina vraagt of zij uit het boek op het saffieren podium (2e crikel) mag leren. Dat kan.
Ghurkan en de anderen proberen Raksi af te leiden. Sango doet een kort gebed tot de god van de magie. In haar schaduw verschijnt Wajang. “Je bent goed op weg, maar Raksi is nog steeds een barrière.” De afspraak was dat de boeken weer beschikbaar zouden moeten worden.
De anderen proberen Raksi jaloers te maken door over het werk van White Owl te beginnen, en Sarina’s orichalcum tatoeage te tonen. Ze is niet onder de indruk, want White Owl heeft die kunst van haar geleerd. Als iemand vertelt dat White Owl ook een Dragonblooded heeft getatoeeerd, dreigt ze White Owl tot Chymaera te laten verklaren.

4 Xp solars en lunars

Tanais – 59

21-iii-R2 ochtend

Na een echt hobbit ontbijt worden we aangesproken door de burgemeester. Hij vertelt dat er eerst een plenaire vergadering is van de Egelraad (ieder eiland van Albion is een ‘stekel’). Dat is voor ons niet interessant. Om vijf uur begint het feest, dan worden we opgehaald. Tot die tijd moeten we onszelf amuseren. Het is niet de bedoeling dat we buiten het dorp komen. In het dorp is het heel druk. Wij vallen best op. Ieder eiland heeft een eigen hoedje en de hobbits spreken onderling een eigen taal, die we niet verstaan. We eten wat bij diverse kraampjes en dan vraagt Risha aan Gwan of die een kristallen bol mee heeft. Ja. Even het thuisfront checken. Eenoog stad Shearton is grijs, de mensen werken hard en maken een tevreden indruk. Het marktplein van Shantitown is niet in beeld te krijgen. En het ontplofte vulkaaneiland is nu een ring kraterwanden die uit het water omhoog steken. Er liggen nog wat skeletresten. Claude krijgt inspiratie voor een gevangeniseiland.

Om 5 uur worden we opgehaald en naar de haven gebracht. Daar scheept iedereen zich in. Wij nemen onze eigen keukencatamaran.  De hele vloot vaart naar de Westkant van het eiland. Iedereen ontscheept en loopt naar de klif. Daar gaat iedereen in het gras zitten, met zicht op de zee. Een oude hobbitpriester begint een incantatie. Drie helpers gaan alle mensen langs met strootjes. Wij mogen er ook ieder eentje trekken, wie wint mag naar de goden. De boerenknul die het kortste strootje heeft getrokken probeert blij te kijken, maar dat lukt hem niet zo. De oude hobbit gaat weer incanteren. De lucht scheurt open en er komen vrouwen met scherpe klauwen, aasgiervleugels en scherpe snavels aanvliegen. Ze grijpen de jongen en voeren hem mee terug naar waar ze vandaan kwamen. Daarmee is het ritueel voorbij. Met Essence Sight ziet Chang dat de incantatie van de priester essence gebruikte om de lucht te openen, de vrouwenfiguren waren echt en van vlees en bloed. Risha vraagt aan een hobbit wat er nou eigenlijk gebeurd is. “Het zijn Vanth. Zij beschermen ons, bemiddelen tussen ons en onze voorouders. Dank zij hen hebben we onze magische krachten.”

De hobbits gaan, blij dat het offer is aanvaard, weer naar hun schepen. Maar de priester vraagt aan ons of we willen blijven. Als de meesten hobbits weg zijn vraagt hij: “Zijn jullie gereed?” Hij wil weten wat we willen leren. Claude wil Water, Risha Sterren en Wind, Gwan Zon en Chang wil ook Wind leren. We mogen in het gras gaan slapen. We hebben dezelfde droom: de Vath komen aan, met bloed aan hun snavels en klauwen. Risha groet ze: “Namasté.” Ze lachen en groeten terug: “Zijn jullie er klaar voor?” Dan vallen ze aan, we kunnen ons in de droom niet verweren en worden tot op het bot kaalgevreten. [Speltechnisch: we gooien evenveel dobbelstenen als de laagste Virtue. Difficulty 7 voor niveau 1, 8 voor niveau 2. We hebben allemaal genoeg successen om te leren wat we willen. Chang heeft eindelijk niveau 1. Risha heeft 3 successen en tilt beide vaardigheden naar niveau 2.]

22-iii-R2

We ontwaken met spierpijn. De wereld lijkt wat helderder, we beheersen onze gekozen elementen beter. Risha kan door de blauwe hemel heen nu ook overdag de sterren zien en hij roept bij het ontbijt een storm in zijn glaasje water op. In het dorp zijn ze niet meer in ons geïnteresseerd. De burgemeester stelt desgevraagd het contact wel op prijs, maar hij wil geen internationaal gekonkel. We zijn welkom in deze haven, maar onze schepen mogen de andere eilanden van Albion niet aandoen. Dan vertrekken we en we gaan nog even dag zeggen tegen Daguerre op het eilandje waar onze handelspost wordt gevestigd. Ze is in haar element met het rond commanderen van de hobbits. Ze komt op eigen kracht wel weer thuis. We merken dat met onze nieuwe kennis het scheepje nog twee maal zo snel is, niveau America Cup. Het is in dit tempo maar zes en een halve dag varen naar Melek Qart.

2-iv-R2 zonsondergang

We hebben een kristal waarmee we door de magische barrière heen kunnen varen. De Qartiaanse bewaking kan ons niet eens bijhouden, dus we bereiken de haven vóór het nieuws. We kiezen er voor om aan te leggen in de dure haven. Dat kost een goudstuk per dag. Onze keuken catamaran steekt een beetje karig af tussen de luxe jachten. De soldaten blijven aan boord, wij betrekken met Adrarn een goede herberg. Eerst gaan we naar een kleermaker. Risha en Adrarn willen er namelijk vorstelijk uitzien als we bij de grootvizier op bezoek gaan. De kleren zijn morgenavond klaar.

3-iv-R2

Als Adrarn er niet meer uitziet als noordelijke barbaar wordt hij de herberg herkend. Het personeel fluistert: “En hij is niet eens de baas? Wie zijn de metgezellen dan?” De bediening is opeens een stuk vriendelijker.

4-iv-R2

We nemen een koets. In het paleis worden we vorstelijk onthaald. De grootvizier is oprecht blij om zijn zoon terug te zien. “Zijn ze goed voor je?” Adrarn klaagt over spierpijn. “Laten ze je bediendenwerk doen?” “Nee, ik leer vechten. Maar ik krijg hoofdpijn van het studeren en de wapentraining is saai en zwaar.” “Volgens mij is het hartstikke goed voor je,” zegt zijn vader, “maar werk je er niet genoeg aan. Gedraag je als een kerel! Hoe heb je uitgeblonken?” Adrarn vertelt over de explosie en de verdwijning van Chantal. “Ik ben trots op je,” zegt vader, “je was een deugniet, maar het wordt wel wat. Het is de bedoeling dat je mij opvolgt. Maar als je niet op alles voorbereid bent, houd je het niet lang vol als grootvizier.” We krijgen Adrarn nog een jaartje mee.

Daarna heeft hij aandacht voor ons. Hij bedankt ons voor wat we gedaan hebben en wil weten wat wij willen. Risha vertelt dat hij tovenaars uit Geb wil inhuren. “Ik geef je weinig kans. Zorg dat ze je niet bedriegen. Ze zijn stervensduur en erg gehecht aan hun woestijn. Wij hebben er geen één in dienst.” Risha zegt dat hij dan misschien wel in de leer kan gaan. “Dat lukt niet. Ze leren hun kunsten alleen door aan andere Gebianen. Je kan beter in de bieb studeren. En hun magische spullen kopen als je genoeg geld hebt.”

We onderhandelen de vestiging van een handelshuis aan deze kant en een lijst van onze schepen die met Melek Qart mogen handelen. Ook bespreken we mogelijke handelswaar zoals olifanten en papyrus. De grootvizier adviseert ons om voornamelijk de beste kwaliteit te leveren, high end.

Gwan wil scry-contact houden. De grootvizier roept er een priester bij. Ze maken afspraken, Gwan blijkt een uitzonderlijk talent te hebben dat hij een glazen bol kan gebruiken onderweg. Normaal heb je daar een speciaal geprepareerde ruime voor. Gwan zal een kamer in Bronwë inrichten zodat de priester hem daar kan contacteren.

Risha vraagt om een accurate prijslijst voor de magische materialen die Melek Qart verhandelt. Als hij op zijn woord als koning belooft om de lijst aan niemand anders te laten zien, krijgt hij die. We vertrekken de volgende ochtend naar Geb. Dat is anderhalve dag met onze snelheid.

6-iv-R2 middag

Alexandros is een stuk chaotischer dan Melek Qart. We gaan eerst naar de bibliotheek. Wat is bauchliet? Volgens de boeken in de afdeling chemie is het een heel goedkoop spul, een paar koper per kilo, wat gebruikt wordt als strooimiddel in kratten. Het vloeibare metaal in ons flesje is iets totaal anders. Het bestaat niet, althans, de bibliotheeekmedewerker kan er nergens een referentie naar vinden. Het flesje zelf is van Euboia glas. Duur, maar ook een extra bewijs dat Euboia de afnemer van het materiaal is.

We gaan verder naar de Al Chemia Markt. Daar is alles te koop wat we wèl in de bibliotheek hebben gevonden. Maar het spul in ons flesje herkent niemand. Claude bleef achter, hij gaat op zoek naar een manier van aandrijving voor zijn contrapties. Hij vindt vergeelde perkamenten met de ontwerpen van een uitvinder Dave Insi. Maar een brandstofmotor is nog niet uitgevonden. Hij vindt wel van alles over tandwielen. [Het niveau van technologie is graeco-romaans.]

Risha gaat naar de tovenaar die ons heeft geholpen met de aap. Hij beschrijft Eenoog, de Abyssals en wat we gevonden hebben in de Barrows en de gangen onder Shanti Town. De tovenaar kent Eenoog niet, maar Nehal Nemar heeft hij wel eens van gehoord. “Een onbeduidend kereltje.” Het verbond tussen de Abyssals en de Weavers interesseert hem wel. De groene vrouwen zijn volgens hem Shuragi, wezens van de Weaver = Eenoog. Chang vertelt van de strijd tegen Octavian. De tovenaar gelooft hem eerst niet. “Dit is zijn staf” zegt Chang, “en Risha heeft de magische eikel.” De tovenaar zet grote ogen op. Hij wil ze wel kopen. Als we vertellen dat er negen van dat soort demonen zijn, regeert hij met: “Respect voor Eenoog en Nehal Nemar.” Risha vertelt dat hij zelf een beginnende tovenaar is, en graag meer wil leren. De magiër wil wel eens zien wat het knaapje kan. Risha maakt de moedra’s die hij van Oaken heeft geleerd. Als het Zielenzwaard verschijnt, zegt de tovenaar verbaasd: “Waar hebben jullie ons nog voor nodig? Dit is epische magie.” “Het is wel een stoere spreuk, maar het is mijn enige.” zegt Risha verlegen en Chang vult aan: “We hebben leiding nodig. Iemand die echt wat van magie begrijpt.”

De tovenaar denkt even na. Hij kan met acht vrienden komen en hij wil de Eikel en de Staf. “En wat hebben jullie nog meer aan te bieden?” Na enig loven en bieden, kan Risha de Eikel behouden en we spreken af dat we als gelijken delen wat we van verslagen demonen overhouden. Wij zijn met vier, de tovenaars met negen. Maar voordat ze met ons mee willen gaan, moeten wij eerst onze waarde bewijzen als zakenpartner. “Als jullie het lijk van de IJsdemon uit het Zuiden brengen, zullen wij, de Negen, een jaar en een dag voor jullie werken. De staf en negen-dertiende van de bezittingen van de demonen zijn onze betaling.”

3 xp

The RoSE – 47

We overleggen hoe we het snelste bij Metagalapa komen. Als we met Luthe reizen zijn we het snelste. Als we Dragon Kings mee willen nemen, kunnen we het beste via Rathess gaan. Onze troepen zijn op halve kracht (Magnitude -1) maar 90% heeft het overleefd. De lunars moeten mee om Luthe te besturen. Bovendien weigert Eye categorisch om Malpheas in te gaan vóórdat ze bevallen is.
We nemen afscheid van Nexus. Ze bedanken ons en verklaren zich tot wederdienst bereid. We vertellen dat het nog wel eens zo ver kan komen, bij de grote veldslag tegen de keizerin.
Als we bij Rathess aankomen zien we dat de piramides, de centrale straat en het observatorium er al een stuk beter uitzien. We hebben vooraf een boodschap gestuurd, zodat ze niet in paniek raken als er een kilometers grote vliegende schotel aankomt. We leggen aan bij de luchtschip-toren. De godin van gemechaniseerde luchtvaart staat ons met open armen op te wachten. Ze heeft zelfs de liftmuziek voor ons aangepast. Ze is een beetje verbaasd als we moeten vragen wat het is – het solar volkslied! We bedanken haar voor het aanvullen van onze kennis.
Beneden staan Dragon Kings, de Siderials en zelfs een paar faery ons op te wachten, de gobelin en de edele die we al eerder ontmoet hebben. We leggen uit waarom we langs komen en vertellen over Metagalapa. De faery zegt: “Dat is toch een wild zone?” We vertellen ook van de Abyssals. De Siderials hebben nieuws: er is een nieuwe Siderial geïncarneerd die hun vijftal compleet kan maken, die is in training in het Heptagram. Daar hebben wij connecties. “En er komt een grote conjunctie aan. We hebben een nieuwe ster zien verschijnen vanuit de Magellaense Wolk, die staat normaal voor Nexus.” We vertellen over de nieuwe Maiden. Dat verbaast ze niet, maar “Mind” dat vinden ze wel een rare keuze. Ze vertellen dat er nog twee zwerfsterren zijn verschenen, één uit het Noorden en één uit het Westen. Ze vertellen ook dat die conjunctie is tussen de zon, de maan en een zwart gat. Wat dat laatste is, weten ze niet. Sango wil Sol gaan waarschuwen, maar zo werkt dat niet, zeggen de siderials.
De dragon kings vragen of we misschien mankracht kunnen leveren. Na enige discussie besluiten we dat het wel kan. We laten duizend arbeiders achter, plus nog tweeduizend van onze gewonden en wat verpleging. De dragon kings geven ons twee van elk type mee, een jong mannetje en een jong vrouwtje. Ze worden mooi uitgedost, totems waardig. Marina vraagt wat de fae hier doen. “Die hebben een verbond met ons!” Ze keert zich naar de fae: “Tips voor de Wyld?” “Enjoy!” is het antwoord.

Er wordt in- en uitgeladen. In de tijd dat dit kost, rusten de vermoeide spell-casters uit. Little Shu brengt een offer aan de godin van de luchtvaart en Sango improviseert een heiligdom voor de god van solar circle magie. Ze vertelt dat ze op korte termijn haar belofte om het Book Of Three Circles te halen, gaat inlossen.
Als we bij Metagalapa aankomen, zien we dat het inderdaad een berg is die uit de grond is getrokken. Hij hangt ongeveer 1,5 km boven de grond. Er onder is een grote krater. Een gebied van ongeveer een kilometer diameter is zwart, er brandt Balefire en er krioelt van alles. Marina gebruikt de waarneming van Luthe om het shadowland te scannen. Er zijn ondode mensen en dieren. Het groen van balefire is een andere tint groen dan dat van de demonen, meer lijkenlicht. Shi Mei Lan gebruikt de battle stations om te observeren. Ze ziet dat er een grote toren staat die helemaal tot aan de berg reikt. Tawuz kijkt of hij Metagalapa kan contacteren, maar hij krijgt alleen een testbeeld. Shi Mei Lan en Little Shu kijken naar de klimconstructie. Misschien kunnen we die kapot vliegen met Luthe? Als we beter kijken zien we dat de constructie bijna honderd meter breed is en uit soulsteel bestaat. Dat zou Luthe ernstig beschadigen. We zien ook dat er bovenaan al hevig gestreden wordt. De berg wordt verdedigd door twee types gevleugelde mensen. Eén soort met, en één soort zonder armen. Die laatste hebben ook vogelhoofden. Er zijn er intussen genoeg gesneuveld om daar ook een shadowland te laten ontstaan. We besluiten er in persoon op af te gaan, dus Luthe houden we buiten zicht. Atis en Eye blijven aan boord.
Ghurkan en Little Shu op hun airblades, Shi Mei Lan als vleermuis, His als adelaar, Marina als zilvermeeuw, Sarina en Sango op de rug van Tawuz in beastman-vorm. Als we komen aanvliegen, met de pteroks in de voorhoede, worden we tegemoet gevlogen door zes gevleugelde mensen. “Vrees niet, we komen jullie helpen!” Eén van de ‘engelen’ (de mensen met armen) biedt een orichalcum amulet aan. Ze nemen ons mee naar het strijdtoneel. We spreken hun taal niet, maar we koen een heel eind met gebaren. Little Shu stelt voor om de toren kapot te maken. His denkt dat als we Metagalapa kunnen besturen, we het gewoon honderd meter verderop kunnen vliegen. Maar hoe vinden we de commandocentrale? Little Shu doet een charm om te kijken of hij een constructie kan ontdekken.
De dragon kings willen meevechten. Ze zijn nog jong, dus we zijn bang dat ze niet zoveel kunnen hebben. We proberen ze tot voorzichtigheid te manen, maar dat lukt niet zo. Als we dichterbij komen, zien we dat de toren van een heel vreemd soort soulsteel is gemaakt: er zitten geen gezichtjes in. Little Shu pakt zijn starmetal daiklave, doet een Enemy Castigating Solar Justice charm en probeert met een duikvlucht een deel van de toren stuk te slaan. Hij raakt, maar het construct is ijskoud en zuigt essence uit hem weg. Hij beschadigt de constructie wel, maar starmetal is hier niet het juiste materiaal voor. Hij heeft geluk dat zijn daiklave nog heel is.
Sango en Shi Mei Lan doen samen twee spreuken: Sango de Obsidian Butterflies om de trap schoon te vegen, en direct daarna gooit Shi Mei Lan Hound of the Five Winds. Sarina zorgt dat Tawuz en zijn passagiers beschermd worden.
Little Shu schiet een Dazzling Flare door het gat de trap af. Dat is een Holy attack, hij raakt maar één persoon (die draagt een soort mechanisch harnas gemaakt van botten), maar door het zonlicht verwaaien de geesten en krimpen de ondode beesten ineen. Marina wacht op Ghurkan. Shi Mei Lan begint haar incantatie, maar wacht even om weer met Sango te coördineren. Sarina schiet ook op degeen die eerder door Little Shu geraakt is. Hij valt, zijn harnas splijt open en er wordt een lichaam uitgeworpen. Ghurkan en Marina gaan de berg scannen: Marina merkt met Eye of the Cat dat het shadowland op de berg uitkomt in een piek. Gurkan landt en doet op die locatie Eye and Fingertip Wisdom. Hij ziet dat er meerdere schachten de berg in worden gegraven, één ervan is vlak bij een deur. Tawuz zet een duikvlucht in en doet Claws of the Silver Moon.
Van hoger op de helling staat iemand op en doet een incantatie; er vormt zich een warstrider. Sango aarzelt geen moment. Ze roept: “Vang me op!” en springt met Monkey Leap Technique, zodat ze dichtbij genoeg is om Saphire Circle Counter Magic te gooien. De warstrider ontploft, een regen van gloeiende vonken daalt neer. Dit doet Sango geen schade. Degene die de spreuk gooide heeft er wel last van. Hij heeft een interessante aura: een combinatie van dragonblooded en abyssal, afstervende bloemen en bladeren.
Little Shu gebruikt de Trance of Unhesistating Speed, en schiet meerdere pijlen af. Eén ervan wordt opgevangen door een boekrol die open- en dichtrolt. De andere is raak. Shi Mei Lan’s incantatie is klaar. Ze stuurt de Hound de trap af. Sarina springt van Tawuz’ rug af op de brug, en schiet intussen een pijl af. Ze doodt nog een mannetje in zo’n bottenharnas. Marina doet een Octopus Barrage op één van degenen die de gang aan het graven is. Desondanks krijgt ze hem niet weggetrokken. Ghurkan gebruikt de martial art Snake Form en slaat op de andere graver. Hij raakt. Tawuz doet een duikvlucht om Sango, die naar de grond aan het vallen is, te onderscheppen. Ze slaagt er in om zonder wederzijdse schade weer op zijn rug te komen. Marina en Ghurkan merken dat de gravers erg stinken. Ghurkan draagt een Ashigara Battle Armor en stelt de luchtfilters in. De graver valt Ghurkan aan en raakt. De andere valt Marina aan, maar de klauw schampt af. Ze zien dat de harnassen gemaakt zijn van botten en kleine stukjes soulsteel. His komt vanuit de lucht aanvallen en zet zijn Armor Forming Technique in. Als een grote geschubde slang valt hij uit de lucht, vlakbij Ghurkan en Marina. Hij weet Marina’s tegenstander te raken.
Little Shu mike op de spellcaster. Hij aarzelt even als hij ziet dat het een jong meisje is, maar raakt wel. Tot zijn verbazing werkt zijn effect tegen duistere creaturen niet. Shi Mei Lan neemt haar beastman-vorm aan. Ze schiet met haar slinger, maar mist. Sarina doet Fist Action en schiet ook op het meisje. Zij raakt net. Een tweede perkamentrol ontplooit zich. Tawuz doet Instinctive Essence Prediction en realiseert zich dat dit siderial magie is. Hij roept: “Ben jij de Green Lady?” “Ik ben wie jij wil dat ik ben. Stoer pakje overigens, Green Hornet!” Ghurkan haalt uit en slaat de graver neer. Die wordt door zijn harnas uitgestoten. Even voelt Ghurkan een vreemde neiging om het benen harnas aan te trekken. Marina gebruikt de lunar charm Lightning Stroke Attack. Die kent ze niet, maar ze zet er de extra Essence van Luna voor in. Ook haar tegenstander wordt door zijn harnas uitgeworpen. De sideraal, die eerst een klein meisje leek, is nu een dominatrix in zwart latex en bloedrode nagels. Ze trekt een scheur in haar latex, trekt daar een zweep van slangenruggengraat uit en begint een verdedigend web om zich heen te weven. Santo inspecteert intussen de aanhechting van de belegeringsconstructie op zwakke plekken. Ze realiseert zich dat de zwakste plek in de rots zit. Ze spreekt met Tawuz af dat ze er langs scheren en slaat op het juiste punt met de Sledgehammer Fist Punch. Het dreunt, er klinkt een luid gekraak, tergend langzaam valt een stuk van de berg weg. De trap is niet langer verbonden met de berg.
Little Shu scheert langs de dominatrix en slaat naar haar met zijn daiklave, maar mist: de verdediging met de zweep is te sterk. Shi Mei Lan pakt de hearthstone of Eternal Rest en begint de doden in de omgeving tot rust te brengen. Sarina gooit de Rain of Feathered Death op de sideraal: vijf pijlen. De gestalte wankelt, maar blijft staan. Tawuz gebruikt opnieuw zijn magiedetectie. De ene spreukrol stopt pijlen, één per keer, en de andere bevat iets van antimagie. Ghurkan begint de rest van de rommel in de tunnel met zijn blote handen weg te trekken. Marina camoufleert de ingang met Spider’s Trap Door. De dominatrix slaat met haar zweep en haalt haar hand open. Waar de bloeddruppels de grond raken, begint zich de onderwereld te vormen. Sango doet weer een Saphire Circle Countermagic. Haar aura is in één klap iconisch. Het effect is dat alle ontdoen wegkwijnen. De doinatrix zucht: “Ach wel, ik geef me wel over.” Shi Mei Lan accepteert de overgave.
Ghurkan en Marina graven flink door. De vogelmensen, ‘engelen’ en dragon kings komen er bij. Het zijn er zo’n 150. Al snel bereiken de deur. Ze zien dat de deur ontsloten kan worden met de amulet die de vogelmensen aan de pterok hebben gegeven. Ze roepen hem erbij.
De gangen hebben dezelfde vorm als de dragonking-verdieping in Gethamane. Er is zelfs ruimte voor de earth dragon kings. Het is wel duidelijk voor wie deze citadel gebouwd is.
Ghurkan probeert de Green Lady zover te krijgen dat ze een bindende belofte doet. Ze lacht hem uit en vertelt dat het niet gaat werken – op zich fideel. Ghurkan, Sarina en Little Shu blijven bij haar. Ze merken dat haar persoonlijkheid gefragmenteerd is.
De anderen gaan naar binnen. De kapiteinsstoel is bedoeld voor een solar, de vier andere stations voor vier verschillende types dragon kings. De 25 stations eromheen zijn zowel door dragonblooded als door dragon kings te bemannen. We roepen Luthe op en laten de andere dragon kings overzetten.
We doen een eerste actie met Ghurkan in de kapiteinsstoel, en verplaatsen de berg 100 meter zodat de lader echt niet meer aansluit. Little Shu is zeer gepikeerd, maar moet toegeven dat hij niet kan navigeren. Tawuz stelt voor om Ebon Rhime het commando aan te bieden. Die wil het graag aannemen, maar hij moet eerst even weg. Hij kan niet zeggen waarvoor, maar verzekert ons dat heel Creation er blij mee kan zijn. We besluiten hem te geloven en het aanbod te handhaven tot hij weer terug is. Hij kan ook met de vogelmensen praten. De dragon kings zien hem wel zitten. Het lijkt erop dat we over een week een bemanning hebben.

6 xp

The RoSE – 46

Wij (de Solars) reizen naar Gethamane. Dat is ongeveer een week vliegen. Als we in de buurt komen zien we een kilometers groot vliegend schip vlakbij de berg zweven. De onderkant is beschadigd. Little Shu zet zijn helm op en wordt weer “Green Hornet”. 
We zien dat de legioenen samengevoegd zijn tot één groot kampement, heel ongebruikelijk ingedeeld. Veel tenten zijn vervangen door glimmende bouwsels en er is een monorail. Het is zo ingericht dat je in de val loopt, van welke kant je het ook aanvalt. Het is ook wat groter dan de vorige keer. Het plensregent, maar in het midden is een gedeelte met occulte symbolen die de regen stoppen. Sarina kijkt en ziet dat het magie is van The Sea Who Walks Against the Flame – Kimberi zelf. Little Shu doet een War charm en neemt waar dat er in Luthe zo’n 4000 getrainde manschappen zitten. In het kampement zitten elitetroepen.
In de haven liggen een aantal vreemde schepen. Die zijn van Lintha piraten. Als we er aanleggen, vertellen die ons dat er een grote zeestrijd aan de gang is tussen The Silver Prince, een Deathlord, en de vloot van de keizerin. 

‘Onze’ Lunars begroeten ons hartelijk. We praten bij. 

De volgende arriveert er vanuit het Zuiden een delegatie Lunars, aangevoerd door ene Tammuz. De Lunars behandelen hem nadrukkelijk niet als Elder. Uit Lookshy, Nexus en de Paardenlanden arriveren twaalf Solars, en vanuit Yu Shan vier Siderials. Het zijn vier van de vijf Siderials die de moordpartij hebben overleefd. De vijfde is de Green Lady, maar zij is al eeuwen geleden verdwenen in de Underworld. We besluiten eens bij elkaar  te gaan zitten. De ambassadeur van Autochthon en generaal Ledaal Gras nodigen zichzelf uit. 
Tammuz weet de vergaderzaal van Luthe te vinden. We moeten wel eerst even de bewoners alternatieve woonruimte aanbieden. De Siderials beginnen: De Loom Of Faith is niet bruikbaar. De Grote Knoop is voorbij, maar de Maiden Of Endings is er aan het werk. Zij heeft alleen tegen de Siderials gezegd dat ze hier in Gethamane moesten zijn. Hier komen volgens haar de legers van Creation samen. 
“Ah,” zegt Tammuz, “dat verklaart mijn dromen. Geef me een paar maanden, dan mobiliseer ik alle Lunars en Beastmen uit het Zuiden.” Hij vertelt dat we niet op Rakshi moeten rekenen. Ze is een No Moon, die gelooft in niet ingrijpen. Haar levenswerk is alles over magie leren. Ze wil Solars Circle Sorcery leren. Atis stelt voor om er iets aan te doen, zodat dit voor haar mogelijk wordt. Sango is tegen: de meeste Solar Circle magie is destructief en groot. De anderen vinden het ook een slecht idee. 
Buffy zegt dat de meeste Autochthonians uit Autochthon zijn verdreven. De subroutines gehoorzamen de Mountain Folk. Hun stad is overgezet in een kleiner, mobiel lichaam en is op weg naar The Core. Tawuz mompelt tegen Ghurkan: “Uhm, Ghurkan, herinner je je die autochtoonse kunstmatige lichamen in je opslag? We hebben er eentje uitgeleend…” Ghurkan fronst maar houdt zijn mening voor zich.
Tammuz heeft ook een groep van het autochtoonse volk ontmoet. Ze zijn een nieuwe stad begonnen ten Zuiden van Gem. Hun stad was vermoord door de ambassadeurs van de Realm, twee met groene juwelen in het voorhoofd en groene aura’s, die zich Void Seekers noemen. Wij vermoeden dat het Green Sun Princes zijn. Tammuz heeft de ambassadeur van zijn groep Autochthonians meegenomen, een Moonsilver Caste. Die wil helpen, maar hij wil zelf ook hulp, iemand die met hem meegaat en hem in Yu Shan binnenlaat zodat hij de werkplaats van de Grote Maker kan bezoeken. Onze Solars vertellen dat ze er geweest zijn en laten een paar Hearthstones zien. 
Dan komen de Solars. Zij zijn de overlevenden van de 100 steden. Alleen Nexus en Lookshy houden stand. De dodenstad is ingenomen. De Realm troepen hebben 2nd Circle demonen bij zich. In 2 à 3 weken zullen ze voor de muren van Nexus staan. 
Little Shu vraagt of de visioenen ook tonen waar de eindstrijd gaat plaatsvinden. De Siderials weten het niet. Ook de Loom toont het niet. Alleen weten ze dat het over anderhalf jaar zal zijn. Little Shu vraagt ook hoe groot de legers van de keizerin zullen zijn: ongeveer zo groot als die van ons. 
Kunnen we niet aanvallen? Atis stelt dat we niet achter de feiten aan moeten lopen. Hij stelt voor om wel aan te vallen, maar ook moord- en desinformatiecampagnes te starten. Maar hoe weet je wat je moet raken? Misschien kunnen de Siderials met het astrolabium van de Dragon Kings uit de voeten. Hierin zijn ze inderdaad zeer geïnteresseerd. Wij kunnen ze introduceren bij de dragonking eigenaren ervan.
We kunnen via Yu Shan reizen, daarvandaan zijn alle besproken locaties te bereiken. Atis wil bovendien ook de Celestial Lions aan onze kant hebben. His heeft onlangs via Yu Shan gereisd om het luchtschip uit Rathess op te halen, hij vertelt dat die stad ook brandt. Het was aangevallen.
Tammuz zegt: “Als je echt in het hol van de leeuw wilt aanvallen, moet je in Malpheas zijn.” “Nou,” zegt Tawuz, “daar moesten we toch heen om de moeder van de Green Sun Princes te doden.” We hebben het over tactieken en missies. We kunnen de Solars en Lunars 2nd Circle Banishment leren, en andere spreuken. Met de strategietafel kunnen we de aanval op de keizerlijke legers bij Lookshy en Nexus plannen.
Wat doen we zelf? De queeste in Malpheas is iets voor onze Lunars. Bondgenoten in Yu Shan werven, dat kunnen wij goed doen. Nexus bevrijden willen we ook graag zelf doen, vier van ons komen er vandaan, het in de steek laten vinden we ondenkbaar. Bovendien zouden de yogi ermee veel te machtig worden. We kunnen de troepen naar Nexus en Looksy vervoeren met Luthe, dus de lunars moeten mee om het schip te besturen. Little Shu is teleurgesteld als hij hoort dat het schip echt bedoeld is om door lunars bestuurd te worden, hij was zelf graag kapitein geworden.

De strategietafel wordt aan boord gehaald. Tammuz legt uit hoe we de anti-scrying van Luthe aan kunnen zetten. De Dragon Kings en “Little Shu” (Kimberi  vermomd als Little Shu) worden erbij gehaald. Planning en kennisuitwisseling volgen.

Sango gooit een Carnival Gate, zodat de Siderials via Yu Shan naar Rathess kunnen gaan. Een Pterok uit Gethamane gaat mee om ze te introduceren. 
Ghurkan en His gaan de Celestial Lion aan de gate van Gethamane opzoeken, om hem ons goed genegen te maken. Ze nemen direct de Moonsilver ambassadeur, het Verheven Principe van Gezond Verstand genaamd (bijaam Silver Surfer), mee zodat ze hem naar Autochthon’s werkplaats kunnen brengen.
Het leger wordt ingescheept. Generaal Ledaal blijft achter met 2000 man. 
Eye vraagt aan de lunars of er een manier is om zwangerschap te versnellen. Tammuz zegt dat dit zaken zijn voor vrouwelijke No Moons. Shi Mei Lan gaat bij de No Moons informeren. Die kennen inderdaad praktijken en rituelen: zo kun je snel een stam Beastmen op de wereld zetten. Er zijn ook rituelen om een meerling te krijgen. Eye legt uit dat ze haar ongeboren vrucht wil baren vóór ze naar Malpheas gaat. Ze voert de rituelen uit en voelt de vrucht groeien.

We vertrekken in Luthe. De Solars en de Lunars reizen mee in de commandobrug. Loopings en scherpe manoeuvres kan het schip nog niet aan. De camouflage doet het ook nog niet.
Atis vraagt onderweg aan Buffy wat het Oog van Autochthon eigenlijk doet. Het is volgens haar het zintuig dat Autochthon heeft achtergelaten om contact te houden met Creation. Maar nu hij slaapt, zit je met een deel van een dromende primordial. Het is niet veilig. Alleen Autochthon en zijn subzielen kunnen het zonder gevaar gebruiken. 
We vliegen over wat eens de 100 koninkrijken waren. Het is nacht. De steden zijn hel verlicht, meer dan vroeger. De dorpen zijn ook helderder dan anders. Nexus wordt belegerd. We maken een verkenningsrondje en gaan daarna buiten zicht een tactiek bedenken. Daarna roepen we “Little Shu” erbij en gaan we oefenen. Het blijkt dat zij beter is dan wij allemaal bij elkaar. Maar met z’n allen worden de zwakke plekken gevonden en aangepast. De Wild card is Nexus: zonder steun uit Nexus is de keizerin sterker dan wij. Sarina heeft de rang generaal in de stad, Sango heeft via haar grootvader connecties met de stadswacht. Bovendien kennen we Ouranos, één van de leden van de stadsraad. Sarina kent bovendien de ondergrondse tunnels, waaronder vluchttunnels die ver buiten de stad uitkomen. Die gaan we gebruiken om steun te werven. Sarina trekt haar uniform aan. 
Als we de tunnel ingegaan zijn, worden we staande gehouden. Eén van de bewakers is uit Sarina’s oude bende en kan voor ons instaan. Sango, Ghurkan en Atis gaan naar Opa. Die brengt ze naar het stadsbestuur. Sarina en Little Shu zijn daar op eigen houtje ook heengegaan. 
De stad heeft 10.000 man militie, plus 500 Dragonblooded en kan een beroep doen op de Marukhan (het paardenvolk). We houden contact via walkie-talkies uit Lethe. Little Shu, in zijn gedaante als Green Hornet, wordt de generaal in Nexus, Sarina gaat bij de Marukhan buiten de stad en Kimberi houdt (nog steeds vermomd als Little Shu) het overzicht vanuit Luthe. Opa kan nog martial artists en lokale goden inschakelen. Hij kan bijvoorbeeld slagregens in de vijandelijke kampementen laten neerdalen, maar zegt besmuikt dat dat alleen mag met toestemming van een Solar. Ghurkan geeft de opdracht en bekrachtigt deze. Dat we Luthe hebben en het kunnen vliegen kunnen we niet verborgen houden, maar we besluiten om het schio niet in het gevecht te betrekken. We hopen dat de keizerin zal denken dat het te beschadigd is om als meer dan transportschip te worden gebruikt.

De strijd brandt los. Beide kanten worden door een 3rd circle demon aangevoerd. We zien dat er heel smerige trucs gebruikt worden, aan beide kanten. Wij (de Solars) hebben het er moeilijk mee, maar we verbijten ons. We voelen ons er wel enigszins door bezoedeld (d.w.z.: we lopen ‘limit break’ punten op).
Het eerste uur gaat voorspoedig voor ons. Green Hornet schiet een Essence Arrow om de moraal te verbeteren. Desondanks gaat het tweede uur niet beter dan het eerste. Beide kanten hebben intussen flinke verliezen geleden. We doen extra motiverende acties, het derde uur gaat alweer beter. 
Intussen zijn de legers aan beide kanten een stuk kleiner. Vanuit de heuvels komen Wyld troepen op feral Dragon Kings. Ze vallen ons aan. His verzint een list: hij neemt zijn demonen-vorm aan en probeert ze de andere kant op te sturen. Atis stuurt zijn Pattern-Spider Cloack op een demon af. Sango activeert Battle Fury Focus waardoor ze een vechtmachine wordt. Green Hornet doet een Mob Dispersing Rebuke op een deel van de vijand. Ghurkan schreeuwt gloedvolle slogans. We houden het, maar er staan nog steeds wat Dragonblooded tegenover ons. Shi Mei Lan heeft intussen de spreuk God Forged Champion of War gedaan, waardoor er een enorme warstrider ontstaat. Daarmee winnen we overtuigend.

Het slagveld ligt bezaaid met doden en gewonden, vooral van ons – de tegenstanders waren voor het merendeel demonen, die verdwijnen als ze verslagen worden. We zorgen dat Luthe in de buurt landt, na de troepen van Nexus gewaarschuwd te hebben dat het schip aan onze kant staat. De Dragonblooded aan de kant van de keizerin hebben allemaal iets vreemds. Het lijken wel mutaties, en ze hebben vreemde compulsies – zeuren om bier, schrikken van alles. Het lijkt wel alsof hun Virtues kapot zijn. Ze vechten er overigens niet slechter door.
We hebben nu ook geleerd dat, als beide kanten even sterk zijn, de keizerin wint. 

Tijdens de laatste fase van de veldslag heeft iemand uit de stad de aanvoerder van de vijand, een 3rd circle demon, uitgedaagd. De Emissary is terug! En hij heeft gewonnen. Na het gevecht spreekt hij ons aan en identificeert zich als Ouranos. Hij is langzaam geëvolueerd tot een Maiden, de Maiden of Mind, en met deze overwinning kan hij zijn zijn positie in het firmament aannemen. Hij merkt op dat we één van de Titans (vliegende citadellen) hebben, maar dat we er nog één op de kop kunnen tikken als we heel snel zijn.
We zijn zeer geïnteresseerd en vragen verder. Hij vertelt dat we er vlakbij zullen komen, aangezien we Rakshi willen aanpakken – het ligt er praktisch naast, op de berg Metagalapa.
Verder wil hij een verbond sluiten met Ghurkan, bekrachtigd door hem als Lawgiver. Ghurkan stemt toe. Ouranos schudt zijn hand en zegt: “Ik beloof plechtig dat ik nooit ook maar één enkele zet in de Games of Divinity zal doen!” 
Hij vertelt dat de Games de reden waren dat hij zich verborgen hield in Creation; tot nu was hij niet sterk genoeg om deze gelofte te kunnen houden. Volgens hem zijn de Games dat de reden dat het zo slecht gaat met Creation. Hij overziet nu vanaf de hemel heel Creation en begint zachtjes te huilen. Om ons heen gaat het licht regenen. Eigenlijk begint het in heel Creation te regenen.
Hij vertelt ook dat we Dragon Kings mee moeten nemen naar Metagalapos omdat dat de totems zijn van de lokale stam. En hij herhaalt dat we ons moeten haasten, omdat anders de Abyssals ons te snel af zijn en hem innemen.
Als we er naar vragen, zegt hij dat de dromen niet van hem kwamen. 

Sango stuurt bericht van onze overwinning naar belangrijke bondgenoten. In ieder geval naar Mnemon, the Roseblack en de Dragon Kings en Siderials in Rathess.

8 XP

The RoSE – 45

We staan bij de uitgang van Gaia. We zijn in totaal vier weken in deze wereld geweest. Als we door de uitgang lopen, blijken de simhata’s mee te willen. In de paddenstoelentuin worden we welkom geheten en via brede straten naar buiten geleid. Buiten is het donker, maar er hangt een vreemde schemering. In de lucht hangt een grote rode ster die dof, onaangenaam licht geeft. Het leger is in de hoogste staat van paraatheid. De vliegende citadel is nergens te bekennen. Generaal Ledaal heet ons welkom.

Zes weken eerder in Lookshy.
De solars hebben hier enkele dagen doorgebracht en diverse dringende en minder dringende dingen gedaan. Op een gegeven moment komt er een wachter naar ons toe. “Ik zoek Ghurkan!” “Dat ben ik.” “Er is iets voor u aan de poort en we laten het NIET binnen.” We gaan mee.
Bij de stadspoort is het druk. Diverse tovenaars staan spreuken te gooien. Er staan meerdere dragonblooded met laaiende aura’s. Buiten staan Mountain Folk en die willen naar Ghurkan, door de deur heen. Ghurkan neemt zijn windblade en stijgt op. Aan de andere kant staat een draak die steeds een straal blauwe essence op de deur afspuwt. Atis kondigt hem aan: “Mountain Folk! Hier is Ghurkan!”
De draak stopt met spuwen en draait zijn kop naar boven. De ogen blijken glazen koepels te zijn, met in elk oog een mountain folk krijger. “Ghurkan? Meekomen!”
“Waarheen?”
“Meekomen! Moet van Artisans!”
Ons schip werkt niet onder de grond, horen we. We kunnen wel een lift krijgen. Er gaat een luik open in de buik van de draak. Als we op de trap stappen, begint die automatisch omhoog te gaan. De werkers die Ghurkan begroeten vragen wie die anderen zijn. “Dat zijn mijn circle-mates”. Ze kijken twijfelend, tot eentje mompelt: “Solars”.
In de draak is het interieur ruim, functioneel en zonder enige opsmuk. Als we vragen of we naar buiten mogen kijken, maken ze een paar schubben transparant. De draak is naar beneden aan het tunnelen, op meer dan natuurlijke snelheid. We reizen een hele tijd door de aarde omlaag. Soms zien we verlichte ruimtes. In één ervan wonen oogloze wezens met tentakels. De dwergen leggen uit dat dit “Lost Ones” zijn, eerder geschapen wezens die de primordials beu waren geraakt.
We zijn op weg naar de kern. Als we daar aankomen, blijkt het een enorme holte te zijn. In het midden hangt een lichtgevende bol, ongeveer zo helder als de maan. Daar draaien meerdere bollen omheen, in verschillende tempo’s. Van één van de bollen maakt zich een schotelvormig voertuig los. Het reist best wel lang, waardoor we een indruk krijgen van de grootte van deze ruimte. Volgens de mountain folk kijken we naar de schepping in de baarmoeder van Gaia.
Uit de schotel stapt een artisan. Hij begroet Gurkan en vertelt wat ze hebben geleerd over de great curse en wat er aan gedaan moet worden. Het komt er op neer dat de curses van alle celestial exalts op één zondebok worden geconcentreerd. Dat hoeft geen vrijwilliger te zijn. Het moet wel een geëxalteerde zijn. Als die een natuurlijke dood sterft, stopt de vloek. De vloek van de goden wordt daar overigens niet door opgeheven. Het vermoeden is dat hun verslaving aan de Games of Divinity deel uitmaakt van de vloek. Hij waarschuwt ons om zelf niet naar het spel te kijken als we er ooit in de buurt komen. Stervelingen kunnen er niet tegen, zelfs solars niet. Hij geeft een koperen boekrol mee waar een ritueel in beschreven wordt waarin 1 solar, 2 lunars, 3 mountain folk, 4 dragon kings en 5 siderials moeten samenwerken.
Onze gesprekspartner moet terug naar de Maker. Ze zullen een delegatie van een artisan, een werker en een krijger naar de Imperial Mountain afvaardigen om te zijner tijd te helpen met het ritueel.
Inmiddels is de bemanning van de draak afgelost. Ze bieden ons een enorm stuk vlees aan (dino-dij formaat), met wat aardappels. Er zijn slaapvertrekken ingericht. De volgende dag worden we weer afgezet bij Lookshy. We gaan snel naar buiten, voor de stadswacht weer overspannen kan raken, en zeggen onder dankzegging gedag tegen de mountain folk. Zodra de draak weer de grond induik, ontspannen de bewakers. Hij laat overigens de grond ongeschonden achter.
Little Shu wil direct deelnemers aan het ritueel voor het opheffen van de vloek gaan verzamelen. De anderen vinden dat te snel van stapel lopen. Atis’ argument is dat we het Deliberative erover moeten laten beslissen – juist omdat wij vanwege de vloek de neiging hebben om alles zelf op te willen beslissen.

We slaan proviand in en zetten koers naar Chiaroscuro. Na een week komen we aan. Het is een heel vreemde stad, vooral bestaande uit glazen torens. Onderweg zien we troepenbewegingen, het lijkt er op dat de keizerin de troepen weer uitzendt. We zetten, met een bocht om de stad heen, koers naar de opgegeven coördinaten. De woestijn verandert in rots en dan in een vlakte van bergkristal met een kilometer diameter. In het midden staat een fort van zwart kristal. Alle vormen zijn vreemd van de kristalgroeisels. Er lopen geen wegen naar deze plek en het voelt ook onaangenaam. Als we naderen voelen we dat de magie van het luchtschip afneemt. We gaan snel terug, voordat we stranden, en zetten het iets buiten de kristallen vlakte neer zodat het weer kan opladen. De vlakte sluit ons ook af van de essence-stromen van Creation. Het ziet er vreemd uit. Er ligt een glazen vogel, glazen kikkers en iets wat lijkt op een kristallen palmboom. Laten we maar voorzichtig zijn…
We zetten koers naar het fort en belanden bij de rand van een krater waarin het staat. Als we goed kijken, zien we dat het los in de krater hangt, zonder bruggen. Er zijn wel deuren. We bekijken of het Windblade van Little Shu werkt. Ja het werkt, maar het kost hem wel essence, want dat lekt hier weg. Little Shu vliegt naar één van de ingangen en maakt een touw vast. Het is hier doodstil. Sarina rent over het koord en maakt een tweede touw vast. De rest loopt daarna zonder problemen naar het fort.
Binnen is het een driedimensionaal doolhof van obsidiaan. Af en toe lijkt het of we in de muren iets zien bewegen. Atis gebruikt de Keen Sense Technique om zijn gehoor en gevoel te verbeteren. Hij hoort de wind. Als hij het glas aanraakt, voelt het alsof er dingen door het glas heen bewegen, kleine rimpelingen. Ghurkan kent de Eye and Fingertip Wisdom, een lunar charm die hij heeft geleerd van Tawuz (als Eclipse Caste kan hij dat). Hij voelt nu de plattegrond en weet dat er een centrale kamer is. Met de charms van Atis en Ghurkan lopen we de goede kant op. Atis voelt dat er iets op ons af komt en waarschuwt ons dat we op onze hoede moeten zijn.
1. Er komt iets uit de muur! Een draak van rozenkwarts. Hij kijkt heel vals en valt aan. Atis gebruikt zijn Smashfist en God Kicking Boots om een paar klappen en schoppen uit te delen. Sango slaat met haar ijzeren staaf en raakt nèt. De draak is boos, klauwt naar Atis en raakt. Ghurkan slaat met zijn Serpent Sting Staff en raakt ook. De kristallen draak spat uit elkaar. Terwijl we het slagveld bekijken, komen er weer twee uit de muur. Sarina was waakzaam en slaat er naar eentje. Zij heeft ook een ijzeren staaf. Ze verwondt er één.
2. Atis wervelt om zijn as en slaat en schopt in één vloeiende beweging, maar mist. Sango gebruikt nu haar Tiger Claws en beschadigt de andere draak. Ghurkan activeert Essence Claws and Fangs Technique en slaat op de draak die net door Sango geraakt is. Deze draak spat uit elkaar. Little Shu gebruikt de Trance of Unhesistating Speed en schiet een pijl. Hij raakt en de andere draak valt in scherven uit elkaar. Atis en Ghurkan leiden ons snel door, maar zodra we de bocht omgaan, staan er drie op ons te wachten. Sarina doet Rain of Feathered Death en schiet op elke draak een pijl af. Twee van de drie gaan kapot.
3. Atis heeft het idee om via een rechte lijn naar de centrale ruimte te gaan, en begint op de muur te slaan. Hij slaat er brokken uit. Sango slaat op de laatste draak, maar mist. Little Shu schiet en raakt. De derde draak valt in scherven uiteen. Ghurkan roept: “Rennen! Links, rechts, en dan schuin omhoog!” We rennen en laten de draken even achter. De centrale kamer bevat een bal in het midden, zwevend, met allemaal hendels. Maar voor ons verschijnen vier kristallen draken. Eén draak probeert Sango aan te vallen, maar faalt zó erg dat het lijkt alsof ze een kopje krijgt. Een andere bijt Little Shu, die de Solar Counter Attack doet. Eentje mist Ghurkan. De vierde spuugt hagelstenen naar Atis, die snel zijn luchtfilter activeert, maar toch geraakt wordt. Little Shu haalt snel uit en slaat de draak die aan zijn arm hangt. Het wezen verpulvert. Ghurkan slaat en ook zijn draak valt uit elkaar. Atis roept: “Laat er een over!” Little Shu schiet op een van de twee overgebleven draken, raakt, maar doet niet genoeg schade. Sarina springt op de draak bij Sango en probeert hem te berijden.
4. Atis zet zijn harnas op de vliegstand en wil snel naar het object in het centrum van de kamer. Maar het lukt hem niet om te versnellen. In plaats daarvan stijgt hij langzaam op tot boven het voorwerp, en laat zich dan vallen. Sango dekt Atis’ rug en valt niet aan. De draak waar Sarina op zit, dematerialiseert. De andere valt Ghurkan aan, maar mist. Sarina heeft een Autochthonian Heartstone om te dematerialiseren. Ze gebruikt die en zit dus, gedematerialiseerd en al, nog op de rug van de draak. Ghurkan activeert Snake Form om zijn draak een doelwit te bieden, maar verdere aanvallen te ontwijken. Little Shu ziet dat de zaak onder controle is en gaat naar de centrale bol.
5. Atis valt op het voorwerp en blijft er op hangen. Sango gebruikt Monkey Leap Technique om zich aan de bol vast te houden. Ze inspecteren samen de bol. Atis ziet één knop die gezekerd en ingedrukt is. Hij drukt er op. De bol houdt plotseling op met zweven. Atis weet te voorkomen dat hij valt. Sango laat los en breekt haar val. Little Shu helpt de bol op te vangen.
Sarina zit met een heel boze draak die in zijn element is. De draak valt haar aan, maar mist. Sarina slaagt er in om te blijven zitten. Ze ziet dat de anderen de bol pakken en besluit weer te materialiseren. De draak volgt haar niet.
De bol is inderdaad het Oog van Autochthon. We lopen ermee naar buiten.

We besluiten om naar de Heilige Berg te gaan, om de scroll over de Great Curse veilig op te bergen. We moeten hoog vliegen om niet op te vallen. We zien onderweg dat de structuur van het Blessed Isle continent flink veranderd is. Her en der is Balefire te zien, groen vuur dat alles verteert. Tijdens de reis bestuderen Sango en Atis het Oog. Het geeft al hints als je aan een knopje dènkt. Sango denkt dat de magie van hetzelfde niveau is als Solar Circle Sorcery.
Als we tegen de berg omhoog vliegen zien we dat de demonische invloed ophoudt waar Meru begint. De orichalcum beelden staan weer op hun plek en zijn gerepareerd en aangepast. De eerste stelt nu Ghurkan voor, met zijn naam op de sokkel. De tweede is nu van twee parende beastman: een satyr en een swanmaiden. De derde is van drie mountain folk die aan het smeden zijn: een werker, een krijger en een artisan. De vierde is een totempaal van vier verschillende dragon kings op elkaars schouders. De vijfde zijn vijf stokfiguren: eentje die spint, eentje die meet, eentje die knipt, eentje spant de draad op het weefgetouw en de vijfde weeft. Op de berg ontvangen we de boodschap van de lunars: “We hebben Luthe en gaan naar Gethamane.” We besluiten om daar ook heen te gaan.

Solars 7 xp
Dragonblooded 3 xp voor het beëindigen van een verhaal.

Tanais 58

2-iii-R2
Het hele gezelschap trekt in colonne terug naar Bronwë. De reis duurt drie dagen. De tweede dag zal er regelmatig gestopt moeten worden omdat het een heilige dag is en de brahmanen allerhande rituelen uit moeten voeren. Wij rijden te paard verder en komen daarom ruim eerder aan dan de voetgangers.

3-iii-R2
We komen ’s avonds aan bij de ambassadeursstad en gaan meteen door naar het paleis. Kadier wacht ons daar op. Hij is de majordumus voor en bericht ons dat Daguerre terug is. Tijdens onze afwezigheid zijn de siderials langsgeweest. Die komen nog wel terug. Bambi wil een vrijhandelsverdrag sluiten tussen Sesklo en de Noordelijke Liga, wat misschien niet zo’n goed idee is omdat Soul daar niets aan verdient. De Derwet – Soulfield priesters – zij langsgeweest. Die hebben ons net gemist. Hun boodschap was dat de Hoogzetel moet worden heroverd en de Veenzaal mogen we niet kwijtraken. MacArthur is spoorloos verdwenen. Hij werd teruggeroepen naar Vixen en is toen gedeserteerd. Het feest in de tempelstad is goed verlopen. En er is een uitnodiging om het midherfstfestival in Albion te komen vieren. Dat is de 21e van deze maand. Het is verder rustig. De herstelwerkzaamheden in Shanti gaan door en de gasten van het kroningsfeest zijn inmiddels allemaal weer vertrokken.
Claude laat ons zijn ontwerptekeningen zien voor een soort onderwater ligfiets die hij Nautilus noemt.

4-iii-R2
Claude gaat vier nautilussen maken.
Risha gaat bij zijn schrijn langs. Charakas groet hem respectvol. Alle grafitti is weer verwijderd. Hij blijft Risha trouw en voert dagelijks de juiste rituelen uit. Het is in zijn ogen eigenlijk wel logisch dat de god van de verdwenen kinderen zelf ook af en toe verdwijnt. Hij heeft bericht gehad van Malice dat de bakstenen over een week of zes klaar zullen zijn. Dan kan de grote ceremonie op een van de heilige dagen daarna uitgevoerd worden.
Chang inspecteert Shantitown. Het is ‘business as usual’. De smeltplekken worden een beetje gemeden. Hij laat er muurtjes omheen optrekken, zodat mensen er niet doorheen kunnen zakken en in de gifgastunnels eronder terecht komen. Hij geeft de bouwmeesters opdracht om na de bordelen een brouwerij te maken naar het voorbeeld van de brouwerij in de tempelstad. Dat is ook goed voor de werkgelegenheid. De brahmanen krijgen van Risha toestemming om hun eigen gebouwen repareren. Dat vinden ze fijn, want dan hoeven er geen profane werklieden over de heilige grond te lopen.
Risha stuurt een boodschapper uit naar Albion om door te geven dat hij de uitnodiging graag aanneemt.

5-iii-R2
Risha en Mahakrishna ontbieden de ambassadeurs van Sesklo en de Noordelijke Liga en vertellen wat er met de Barrows is gebeurd. Bambi is ontzet. Ze gaat zelf poolshoogte nemen en reist dan door naar Sesklo voor overleg. Ze hoopt dat haar land ook legers zal sturen. Risha zegt dat hij na het bezoek aan Albion door wil varen naar Geb om tovenaars te regelen. Ons plan is om eerst naar Albion te varen. Dan gaan wij met zijn vieren verder naar Geb en van daar, voordat het dichtvriest, via de noordelijke route naar de Witte Stad. Dan zijn we terug tegen de tijd dat Risha’s bakstenen klaar zijn. Na de ceremonie kan Risha vliegend de Hoogzetel gaan verkennen en daarna trekken we ten strijde.
Chang stelt voor dat de koning de eerstvolgende wagenrennen gebruikt om aan zijn populariteit te werken. “Brood en spelen.” Risha ziet dat wel zitten. Hij wil een geel team van jonge shintasta edelen oprichten en hij zal tijdens en na de wagenrennen gratis bier verstrekken.
Daguerre overlegt met Claude. Zij stelt voor dat ze met een handelsvloot meereist tot Albion. Ook Risha’s vriendinnetje Sarina gaat mee om een textielhandel op te zetten.Chang besluit dat hij vooruit zal reizen naar de haven om alvast zeelui te charteren die hij als mariniers kan trainen. Ook Claude wil eerder vertrekken zodat hij de catamaran uit zijn verstopplek kan halen en ongemerkt zijn nautili aan boord kan brengen. Risha regelt met Daguerre dat zijn oude roversbende maandelijks een reünie kan houden in haar bordeel. Ze vind het wel grappig dat een struikrover het tot koning heeft geschopt.
Wat kan Soul allemaal leveren? We inventariseren: bier, wol, huiden en leer, stoffen, houtsnijwerk, amber, barnsteen (nee, dat is niet hetzelfde), gedroogd koeien-, paarden- en lamsvlees, zuurkool, shintasta producten en zelfs sprookjesddieren uit Erebor. Risha zal er voor zorgen dat er een goede lading van al die dingen naar de haven gestuurd wordt.

Er verstrijkt een week waarin Chang naar de haven van Groath gaat. Het dorp ligt er goed bij, het kroegleven bruist. Er zijn al zestien schepen gebouwd, het wachten is op lading. Hij traint 12 man als marine officier, vier zullen ons op de catamaran bijstaan, de overige acht krijgen de opdracht om zelf meer mariniers op te leiden.
Claude haalt de boot op bij de ingang van de rivier Sheila. Hij brengt de onderzeefietsen aan boord en vaart naar Groath.
De schepen worden volgeladen. Risha regelt dat er een aantal vaten dertig jaar oud tempelbier als relatiegeschenk mee gaan. Hij zorgt ook dat er een strijdwagen gemaakt wordt en wagenmenners komen. Pedro van het rode team loopt over naar het team van Risha. Blauw wint. Maar dat vindt de koning niet erg. Zijn gratis bier zorgt voor een groot volksfeest.

10-iii-R2
Er wordt bericht dat er een Wyld-burst was, even voorbij Tinder. Een lading goederen uit Satem is verzwolgen in de chaos.
11-iii-R2
Het leger van 5000 man komt aan bij de stad Soul. Daar wordt kamp opgeslagen. Koning Mahakrishna weet hoe leeg de schatkist van zijn broertje is en biedt aan om de eerste maand nog te financieren. Dan gebeurt er weer enkele dagen niks bijzonders.
14.iii-R2
Het hele land wordt opgeschrikt door een doffe knal. In het zuiden, in Sesklo, is vuur en een rookpluim te zien. Is er een vulkaan uitgebarsten in de bergrug waarmee Sesklo aan de Shintasta landen grenst? Bambi is ongerust.
15-iii-R2
Er wordt bericht dat een vissersboot door Hags is gepakt.
17-iii-R2
Eensteen en Platto sturen een boodschapper: De coup in Targon is helemaal gelukt en er is een ‘verlicht regime’ ingesteld. Risha gniffelt. Zijn eerste vazalstaat. Nog eentje en hij is maharaja. Erebor is ook een makkelijke prooi, dus dat gaat wel lukken.
18-iii-R2
De vloot vertrekt. Het is prachtig weer. Het langzaamste schip bepaalt het tempo van de vloot. Op de 19e is het bewolkt en op de 20e miezert het.
20-iii-R2
We leggen aan voor de kust van Albion. We worden verwacht, dus iedereen mag van boord (dit is vrij bijzonder, want meestal laten de hobbits geen buitenstaanders toe). De herberg is schoon. Daguerre kan het goed met de hobbits vinden en zij mag een weekje aan land blijven. Ze regelt dat een onbewoond eilandje kan worden ingericht als handelspost. Wij solars zijn uitgenodigde gasten, dus wij kunnen in de herberg overnachten en de hobbitmeisjes zijn zeer gastvrij. Maar alle andere leden van het gezelschap dienen aan boord te slapen. Ons tempelbier wordt zeer op prijs gesteld, jammer dat het te weinig is. De meisjes van plezier verwennen ons.

Tanais 57

24-ii-R2 ochtend
We maken plannen om de bron onder het paleis versneld leeg te laten lopen en door de wind te laten vernevelen. Claude knutselt een apparaat, Chang vergroot de opening en Risha roept de wind zodat het water over het bos waait. Dat lukt, maar we worden nat gespetterd. Opeens is het een andere dag. We zijn drie dagen kwijt! Het water sijpelt in een dun riviertje uit de opening in de wand. Buiten regent het en het woud staat er mooi bij.

26-ii-R2 13.00 uur
Risha vloekt, want hij had beloofd op te treden voor zijn gelovigen. Als we terugkomen in het kasteel worden we hartelijk verwelkomd. Kadier blijkt de mensen te hebben gerustgesteld en Mahakrishna is blij dat hij de kroon niet heeft hoeven overnemen. Hij vertelt dat ene Zack 7000 uitvaarten heeft geregeld in de Soulfields en dat daarmee ook de eerste volkstelling van Shantitown heeft plaatsgevonden. Er blijkt uitschot te wonen uit letterlijk alle delen van de bekende wereld. Neef Gezeri moet nog begraven worden.
We gaan even bij de bron langs onder de ambassadeursstad. Het waterpeil is heel laag en net boven de waterlijn vinden we vijf hearthstones. Ze zijn (niet verwonderlijk) van het aspect Water en geven de drager Aquatic Prowess – effectief word je een amfibie en je kunt in water even vrij bewegen als op het land. Eén per solar, toeval bestaat niet!
Risha en Chang gaan de uitstroomopening onder het kasteel repareren en kijken héél erg goed uit dat ze niet weer natgespetterd worden.
Mahakrishna roept Gwan. Er is iets verkeerd gegaan; hij had een huwelijk gearrangeerd tussen Gwan en Adèle, de weduwe van Gezeri. Gwan vraagt of er nog andere dames zijn. “Als Adèle niet goed genoeg voor jou is, trek ik mijn aanbod in! Morgen om acht uur is het feest.”
Daarna gaat Risha naar de hoofdbrahmaan vanwege het ritueel dat Oaken hem had opgedragen. Shivanesh neemt hem mee naar de bibliotheek. Daar komen ze er achter dat het offer met 1471 bakstenen een zeldzaame rite is, bedoeld om het geloof op de proef te stellen. Er moeten 73083,734 stenen gemaakt worden en daar moet de koning eigenhandig de 1471 beste uit sorteren. De criteria zijn vorm, klank en stevigheid. Daarmee wordt een purificatieritueel uitgevoerd. Shivanesh verklaart dat te kunnen vliegen zeer krachtige magie is, en het is logisch dat de goden daarvoor zo’n zware beproeving vragen. Er worden kleidelvers en baksteenbakkers uitgestuurd. Bij het verlaten van de biblioheek loopt Risha tegen Malice op. Risha biedt zijn diepgemeende excuses aan omdat hij er niet was. Malice vergeeft hem, maar het heeft veel leden gekost. Hij wil de schrijn aan Charagas overdoen en zelf iets anders gaan doen. Risha biedt hem de baan van opzichter over de baksteenploeg aan. Daar wordt Malice heel blij van. Shivanesh vindt het goed, want dit scheelt hem veel werk.
Chang is intussen naar Shantitown. Hij sommeert de mensen die in het bos wonen om elders een hutje te gaan kraken en gaat puin ruimen. Hij ziet mensen van alle nationaliteiten. Iedereen is erg geschrokken. Er was veel misdaad, maar dit wordt algemeen gezien als een symbolisch nieuw begin. Chang gedraagt zich niet alsof hij zich beter acht dan hen en dat maakt indruk.
Gwan gaat op zoek naar Adèle. Zij woont in het vrouwenverblijf van de ambassadeurswoning van Shintasta-Satem. Er wordt een ontmoeting geregeld op een pleintje. Adèle komt met twee vriendinnen. Het blijkt een aantrekkelijke dame van 28 te zijn. Ze is vriendelijk, intelligent en vrolijk. Alles wat Gezeri niet was. Het was frustrerend dat Gwan er niet was, maar ze accepteert de uitleg. Na deze ontmoeting gaat hij ook naar Shantitown om te helpen. Hij ontdekt dat bepaalde lieden, stille types die onopvallend de orde bewaken, een speciale ring dragen. Het blijken ‘aanhangers’ van Zack.
Bij het avondeten waarschuwt Chang Risha dat zijn aanzien als koning zeer laag is. We gaan vroeg naar bed.

27-ii-R2
’s Morgens worden we heel vroeg gewekt. Mahakrishna en Shivanesh staan al te wachten met een hele processie om naar de Barrows te gaan voor de begrafenis van Gezeri. Het huwelijk van Gwan en Adèle kan daar wel net buiten de vlakte met de grafheuvels.
Om half acht ’s avonds komen we aan. Uit de nauwe toegang komen rookwolken. We gaan scouten: voorbij de ingang zien we een rode gloed van lava en de wolken zijn hetzelfde groen-gele gifgas als wat er uit de gangen onder Shantitown kwam. Voorbij de bergen lost het snel op, maar de vlakte binnen de rand bergen is er mee gevuld. De Barrows zijn weer bewoond door Weavers, en het is de tegenpool van Sorceror’s Well, waar nu de Abyssals wonen. De verbindingstunnels lopen dwars onder Bronwë door. Mahakrishna ontsteekt in woede: “Broertje, jij hebt serieuze vijanden! Deze abominatie van onze voorouders kan ik niet tolereren.” Hij biedt zoveel hulp aan aan als we nodig hebben. Risha denkt dat er sorcerers nodig zijn om dit op te lossen. We komen er op uit dat we die uit Geb nodig hebben. Mahakrishna vindt dat we dit ook aan het buurland Sesklo moeten tonen en aan de Noordelijke Liga.
Maar dit alles houdt de feestelijkheden niet tegen. Rechts van het pad wordt het huwelijkspaviljoen opgericht en links komt de grafheuvel van Gezeri. De nacht verstrijkt…

28-ii-R2
De twee koningen gaan met het hele gevolg naar de Soulfields om eer te bewijzen aan de overledenen van Shantitown. De reis duurt een paar dagen.

1-iii-R2
Het is half zes in de avond als we aankomen bij het kamp van Zack. Alles is perfect georganiseerd. Er is een ommuurde necropolis aangelegd rondom de tombe van de Soulfield koning en koningin Patrick en Moira. De drassige grond is met kanaaltjes gedraineerd en de overledenen liggen in ‘wijken’ naar etniciteit gesorteerd. Er zijn veel lagere brahmanen in het kamp die hebben geholpen. Risha eert Zack en de brahmanen voor hun inzet. Hij benoemt Zack tot burgemeester van Shanti. Gwan vertrekt incognito op huwelijksreis naar Archet.

Xp 3

The RoSE – 44

Néré merkt op dat Phoenix goed is in het doorhakken van knopen. Als ze ooit eens een snelle amputatie op het slagveld moet uitvoeren weet ze aan wie ze het moet vragen.
Olric vraagt of de nornen hem zeldzame spreuken willen leren en wat hem dat gaat kosten. “Wat denk je wel? We zijn geen handelshuis!” We besluiten dat we alle informatie hebben.
“Nu moeten jullie je queeste nog vervullen.” Ze geven Olric een flesje water uit de bron.
“Wat doet dat?”
“Daar kom je nog wel achter.”
“Hoe heet die bron?”
“Hij heeft nog geen naam.”
“Wat denken jullie van Urth?”
“Dat klinkt goed.”
Boven ons is de eekhoorn in gesprek met een arend. Dan vraagt hij: “Komen jullie mee?” We lopen mee, de tak waar hij op zit wordt steeds groter. Achter ons is de boom opeens een paar kilometer ver weg. Dan begint de eekhoorn ons uit de horen over de boodschap aan Gaia. We vertellen na enige aarzeling dat we een boodschap voor Gaia hebben. Na nog meer doorvragen vertellen we dat die van Autochthon is. De eekhoorn wil de boodschap naar Midgard brengen. Gaia heeft daar alle goden weggestuurd. Hij denkt dat ze iets aan het uitbroeden is, een nieuwe wereld. Daar zou hij de boodschap afleveren. Wij mee gaan? Dat is wel gevaarlijk, zeker nu er geen goden meer zijn. We vragen waarom we de boodschap aan hem mee moeten geven, terwijl de nornen ons net allemaal informatie hebben gegeven over het wekken van Gaia en Autochthon. Als we goed terugdenken aan de conversatie realiseren we ons dat Gaia wekken niet nodig was om de boodschap af te geven, maar om Autochthon te redden. We besluiten met de eekhoorn mee te gaan. Hij leidt ons via een stenen trap in een rotspartij naar beneden.
Het hol komt al snel uit op een vlakte. In de verte zijn bergen. We staan onder een prachtige beuk, enorm oud en enorm groot. Hij is gesnoeid, er hangen slingers in, de grond is bedekt met aangeharkt grind. We komen uit een houten gebouwtje. Er zijn nog meer van dat soort gebouwtjes. In de verte is een grote lelijke stad, vol vierkante vormen. Hij maakt zoveel herrie, dat we het hier horen. (Het is een moderne Japanse stad.)
Waar moeten we heen? Dat kunnen we het beste aan de priester vragen.
“Luid de bel even.”
Olric doet het. Er komt een oudere man tevoorschijn. Hij aait het eekhoorntje, dat opeens klein is. Olric spreekt hem aan. Hij schrikt. Hij had ons niet gezien. Ratatosk spreekt met hem in een vreemde taal. Olric doet Language Learning Ritual en hoort de eekhoorn uitleggen dat wij pelgrims uit Bali zijn.
“Waarom kan ik ze dan niet zien?”
“Uhm … ik denk dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen.”
Ratatosk legt ons uit dat we hier spirits zijn. De priester vraagt of we stoffelijk willen worden? “Nee, dit heeft wel voordelen.” Zijn wierook voedt ons. De priester wil ons naar Amithaba brengen, zijn naam voor Gaia. We gaan met hem de berg af, naar de bushalte. Een van de kinderen die daar staan te wachten ziet ons. Als we zwaaien schrikt zij. Olric tolkt voor ons, tot de priester een charm doet. Opeens hoort en ziet hij ons. Hij is onder de indruk van de leeuwpaarden. Hij spreekt nu opeens Old Realm.
Na tien minuten komt er een enorme kat aan, de katbus. Hij laat ons instappen. De simhata’s krijgen kopjes en mogen er ook in. De katbus neemt een aanloop, springt via de draden van de trolleybus naar de wolken en rent over een enorme oceaan naar een andere continent. Onderweg passeren we nog een mechanisch vliegend voorwerp dat mensen vervoert. Er reist nog een dame in een paarse jurk met een bezem met ons mee. Via de bovenleiding van een tram komen we in een park. Hier is onze halte. (We zitten in San Francisco.)
Ratatosk spreekt een man met lange zwarte strengen haar aan. Hij rookt goede kwaliteit wiet en noemt het dier Eekhoorn. Eekhoorn vraagt naar Big Fat Mama. De man gaat ons voor naar een houten huis, wat verveloos. Hij klopt op de deursponning.
“Ja, kom maar binnen.”
In de keuken staat een heel oude, dikke, donkere vrouw in een kamerjas met roze sloffen.
“Zo Prof Noon, wie heb je meegenomen?”
“Eekhoorn en vijf mensen op … leeuwen of zoiets.”
We laten ons van de simhata’s afglijden en gaan naar binnen. Het voelt als thuiskomen. Ze geeft ons soep, eekhoorn krijgt nootjes, Prof Noon krijgt een bak popcorn en gaat in een hoekje zitten lezen.
“Zo, dat is lang geleden dat ik bezoek uit Creatie kreeg! Het moet wel belangrijk zijn.”
We vertellen dat we een boodschap van Autochthon hebben en geven het cache egg. Ze opent het en bekijkt het kristal er in. “Hm. Ze denken zeker dat ik hier een kristallezer heb. Prof Noon, ga naar William Blake en laat dit ontcijferen. Het is waarschijnlijk in Old Realm of Autochthoons. En zorg dat de Technocracy het niet onderschept!”
Daarna praat ze met ons. Ze vertelt dat deze wereld een experiment is, een wereld zonder goden en zonder magie. Maar zonder magie bleek niet te kunnen. Prof Noon komt terug met een man in een blauwe broek en een heel kort tuniekje. Hij doet een ijzeren boek open en vraagt naar ‘het artefact’. Het boek blijkt knopjes te hebben en een scherm. Hij typt wat, sluit het kristal aan en boven het boek verschijnt een projectie van het hoofd van Buffy, de ambassadeur van Autochthon.
Het hoofd begint te praten, zegt dat het een boodschap van Autochthon heeft voor Gaia alleen en verzoekt alle anderen om weg te gaan. We gaan naar de veranda. Prof Noon laat een joint rondgaan. Dat voedt ons net zoals de wierook van de monnik. Olric krijgt er zijn essence van terug. Prof Noon pakt een kartonnen doos met flesjes. Hij mompelt een toverspreuk en dan kunnen wij ze ook drinken. Er blijkt bier in te zitten. William Blake blijkt ons niet te kunnen zien, en gelooft zelfs niet dat we bestaan.
Gaia komt even later ook naar buiten en komt er bij zitten. Ze neemt ook een fles bier. “Nou dat is me ook wat. Dat de Great Gease is opgeheven waardoor de Autochthonians verbannen worden, dat de yozi’s op uitbreken staan, de Blight (de ziekte van Autochthon) is erger dan ze dacht èn de Void Seekers zitten in Autochthon! Dat zijn techno-magiërs van hier.”
We vertellen dat er ook nornen zijn van een nieuwe primordial. “O, zitten die ook al bij jullie? Dan begint de tijd te dringen.” Ze geeft een boodschap mee voor de ambassadeur van Autochthon. Die moet weten van de Void Seekers. En ze stuurt een bende weerwolven om ons te komen helpen. Dat zijn shapeshifters, mens-wolf alleen. We zeggen dat we lunars en solars kennen. En dat we volgende de nornen haar Jou-Ten moeten wekken. “Dat zou handig zijn, maar die ben ik kwijt.”
“Ze hebben ons coördinaten gegeven. Het is in de Wyld, maar daar kunnen de lunars heen. En hoe zit het met de yozi’s en de dakloze Autochthonians?”
“Zoveel … die yozi’s daar heb je solars voor.” Ze wil ons wegsturen, maar we hebben nog wat vragen. Xar vraagt haar om magie, maar dat is specifiek voor elke wereld. Phoenix vraagt naar wapens. ja, die werken wel. De heftige net iets anders, maar het heftigste wapen gaat ze ons niet meegeven. Ze vertelt ook nog wat Mountain Folk zijn. Ze zijn gestolde Wyld. Wyld bevat bewustzijn, Faery nemen gestalte uit dromen aan. De bewustzijnseenheden die zaten waar Creation gevestigd werd, werden in jade gevangen. Toen Autochthon daar wezens uit ging maken, bleken die volmaakt ordelijk te zijn. Nu ze in Autochthon zitten, maken ze de Blight erger, ze doden het creatieve in hem. Onvolmaaktheid is wat Autochthon definieert. Voor we vertrekken vraagt Néré om Gaia’s zegen. Die geeft ze ons. We voelen onszelf puurder (buitenspels: Breeding 5). Verder vertelt ze ons dat, als alles misloopt, de eerste cirkel van Vanagard een thuisland is voor de dragonblooded, de tweede cirkel is voor de dragonborn en de derde cirkel voor de draken. We vertellen dat we een dragonborn kennen. “Probeer die te overtuigen naar Vanagard te komen.” Gar vertelt dat hij door een appel daarvan is geëxalteerd.
“Dan ben jij het dichtstbij qua afstamming.” Gar is verguld – een paar weken terug was hij nog gewoon mens, nu is hij meer dragonblood dan zijn hele familie! Ze zegt ook nog dat ze het fijn vond om weer eens dragonblooded te zien. Ratatosk heeft een goede beslissing genomen door ons mee te nemen. De monnik zegt dat we nú weg moeten om de bus te halen. Bij de bus krijgen we kaartjes van een klein meisje. Achterin zit een oude Japanse tekenaar. We kletsen wat over verhalen.
Daar is onze halte. Ratatosk zegt dat we het kaartje moeten bewaren. Er staan nog ritten op en je weet maar nooit wanneer je weer eens een halte tegenkomt. Wie weet is er een in de hel. (Gaia had ons verteld dat de doorgang naar Malpheas hier veel poreuzer is dan bij ons.) De priester neemt afscheid van ons. We willen hem bedanken, maar er is niets wat hij begeert. Hij prevelt een spreuk en we staan weer in Vanagard.
Ratatosk stelt voor om nu op de benen fluit te blazen, want dan is Sobek er als we bij de waterkant arriveren. De reis terug verloopt zonder opmerkelijke gebeurtenissen. Als we bij Sobek aan boord gaan, gaan de simhata’s mee. Deze keer besluiten we om wel bij de dwergen langs te gaan.
Ze zijn klein, breed (bijna vierkant), harig en gekleed in metaal. Olric doet een charm en ziet dat ze grote waardering voor creativiteit hebben. Hij vraagt aan Gar om een kristallen plaquette te maken met inscriptie, als douaneformulier. Daardoor komen we zonder problemen binnen. “Welkom in de ambassade van Niflheim.” Ze bieden ons een drankje aan. Het bier is zwart, de wijn ook, de mede is geel. Het smaakt allemaal voortreffelijk.
Gar vraagt naar een jaden mantel. Ze laten en kleermaker komen. Die doet het, in rood en zwart, in ruil voor de goremaul. Olric ruilt zijn skycutter voor een spreukenboek. Hij krijgt een koperen boekrol met ruimte voor nog 20 spreuken. De vijf ‘standaard’ spreuken staan er al op, en de Purifying Flame spreuk. Xar wil ook zo’n spreukenboek, versie celestial circle, maar dat is te duur. Met maar één spreuk erin is het goedkoper: drie artefacten. En de Second Circle Banishment geven ze voor één artefact. Phoenix wil een stootplaat voor zijn daiklave en levert daar de houten reaver daiklave voor. Néré ruilt haar spidersilk gewaad voor een boek over de geneeskundige eigenschappen van mineralen. Phoenix offert zijn spidersilk gewaad (nivo 2) op voor een set chirurchisch gereedschap +2. Gar geeft zijn spidersilk nivo 3 op zodat Xar ook de Second Circle Banishment kan leren.
Aangekomen bij de kluisjes kleden we ons aan. Gar maak de dichte open. Naast de dingen die we al hadden gevonden (Armor of the Immaculate Dragons en een Fiery Solar Cannon) zijn er nog een orichalum slangenarmband (Golden Asp) en een Power Mace.

XP: 5

Tanais 56

23-ii-R2 lunch in het zomerpaleis.

De bediening zegt dat er mensen zijn voor de audiëntie van kwart over een. Er komen eerst twee brutale goblins. “Wij hebben nagedacht. De macht grijpen in Targon lijkt ons een aantrekkelijk idee, maar daar hebben we twintig sterke mannen voor nodig.” Chang geeft ze een sergeant en negentien soldaten mee. Daarna komt Malice. Hij zegt: “Ik heb goed geluisterd naar uw aanwijzingen. Ik wil op de vijfentwintigste met de godheid naar buiten treden.” Risha belooft dat hij er zal zijn om zich te manifesteren.
Dan is het tijd om met koning Mahakrishna te gaan praten. Om drie uur arriveren we. De wacht laat ons onmiddellijk door. Mahakrishna zit gelukkig niet op de troon, maar ontvangt ons in een zijkamer. Risha stelt Chang en Gwan voor, en zijn broer introduceert hun tegenhangers: één van zijn generaals, Mahamutri, en handelsminister Kanesh Qart. Neef Gezeri, de ambassadeur, zit er ook bij, maar voor spek en bonen. Mahamutri benadrukt dat dit een informeel overleg is. “Jullie hebben wat last van relletjes. Laat dat niet onbestraft!” Daarna komt hij ter zake. Financieel kan hij niet helpen. Maar hij wil wel een bondgenootschap van shintasta landen. Hij wil een vrijhandel en brengt een oplossing voor ons probleem met Eenoog: hij kan vijfduizend soldaten leveren met generaal Mahamutri. Hij stelt dat Risha en hij uiteindelijk van hetzelfde bloed zijn, en het valt hem enorm van zijn broertje mee dat die een eigen land heeft weten te verwerven. Hij stelt de stad Tinder voor als grens tussen zijn gebied en dat van Risha. “Zie je wel, er is niets om bang voor te zijn.” Hij waarschuwt ons nog even dat we voorzichtig moeten zijn met de goden, ze verwachten veel en leveren weinig.
Dan spreekt hij Gwan aan. “Gwan, je kan toegelaten worden als shintasta.” Dat is een grote eer, Gwan wil wel, maar hij heeft ook wel bedenkingen. “Het kan geregeld worden. Je kunt de juiste inwijding krijgen, in stilte, en dan wacht je een grootse toekomst. En jullie moeten een keer langskomen voor een tegenbezoek, als Eenoog verslagen is.”
Daarna wordt het gesprek meer ontspannen. Risha is blij dat het is bijgelegd. We hebben het even over de lunars. Mahakrishna adiseert ze te vriend te houden, maar vindt het geen aangenaam volk.
Het wordt een feestje. Mahakrishna vertelt over het spijbelen van Risha en hoe hun vader het opvoeden uiteindelijk maar heeft opgegeven. Chang speelt Go met Mahamutri en merkt dat hij een goede observator is en scherp, bedachtzaam, resoluut speelt. Gwan gaat zuipen met Kanesh Qart. Deze maakt zich zorgen: “Het schijnt dat jullie blut zijn. Wat is jullie businessplan?” Hij wil wel uitleg geven over de grote geldstromen en de karavanen. De grensrivier tussen Erebor en Soul is ideaal als route, maar op dit moment te onveilig omdat de Eenoogsekte het woud aan onze kant in handen heeft. 
Om negen uur is Risha’s afspraak met Oaken. Hij loopt door de brahmanenstad en ziet dat ze als mieren bezig zijn met bouwen, poetsen en bakstenen tellen. Risha kan zich slecht concentreren door de herrie, maar uiteindelijk lukt het hem om contact te leggen met zijn godheid. “Zo kleintje, ben je daar weer? Zorg je wel goed voor je brahmanen? Het schijnt dat Claude in dienst van Pashupati treedt. Pashu is wel in voor een geintje en heeft hem een voorstel gedaan. Maar Claude nam het serieus en ziet het wel zitten.” Risha heeft geen idee waar het over gaat. Oaken verduidelijkt: “Ik stel jou er persoonlijk verantwoordelijk voor: er wordt géén 90% van de brahmanen uitgemoord! Verandering moet langzaam! Stop hem! Pashupati mag zeggen ‘ga moorden’ maar ik ben het daar niet mee eens.” Risha is helemaal overdonderd. Hij heeft zich altijd al afvraagd wat de rol van de brahmanen eigenlijk is.
“Zij voorzien ons van voedsel. Ghee is ons eten. De rituelen, het aantal bakstenen en de incantaties zijn de bereiding daarvan. Je bent nu nog jong, maar je zult vanzelf merken dat het uitmaakt als het eten goed klaargemaakt is. Er is geen hoger doel dan de goden dienen en daarvoor zijn de brahmanen. De ganjarokers zijn Pashupati-aanhangers. Die doen het op hun manier.” Risha weet de god er van te overtuigen dat het nuttig is dat brahmanen zich ook behulpzaam opstellen om de mensen aan de goden te binden. Hij krijgt de vliegspreuk als hij een correct offer brengt met 1471 bakstenen. “Vraag maar aan de hoofdbrahmaan hoe en met welke gezangen.” 
Intussen is Chang ook de priesterstad ingegaan. Hij gaat naar Shri Sahib Kanesh Gi (het jongetje met het paardehoofd). Die slaapt. Er zitten wat Soulfielders op de achtergrond eer te bewijzen. Een brahmaan zegt dat ze zo kunnen zien hoe het moet… Chang ziet dat er veel huizen op orde worden gebracht, maar van de bankgebouwen blijven ze af. Er staan veel koeien in de ene wei, en één stier in de andere. Hij vraagt naar Sandra of Florence. Sandra komt. “Leuk dat we weer terug zijn.” De Farfields vond ze maar niks. Ze zijn van plan te blijven. Brahmaan zijn is leuk, maar de paarden van het magische bos zijn leuker. Er is wel een kritiek punt: als de kwaliteit van het bos te laag wordt, sterft het. Shanti moet er weg. Het bos is Weird (waar magie vandaan komt) en dat is beter dan Wyld (chaos). Hobbits en dwergen hebben met de Weird te maken, maar kunnen ervan vervreemden als ze te enthousiast worden, en in grote steden geld gaan maken in plaats van mooie dingen. Hobbits zijn daar beter tegen bestand dan dwergen. In de loop van het gesprek geeft Chang toe dat hij de vulkaan van de dwergen heeft gesloopt. Ze dacht al zoiets, en vraagt of hij Shantitown kan slopen. In ieder geval moet de honderd meter woonwijk verdwijnen, die nu staat waar vroeger bos was. Dat is wat het afgelopen half jaar opgefikt, gesprokkeld en omgehakt is. Ze stelt dat heer Arend in zijn eentje verantwoordelijk is voor Shantitown. “Balen van Chantal. Hebben we als vrouwen een goede vriendschap, vindt ze een man …” 
Het gesprek komt op de verschillende soorten magische wezens. Ze somt op: “Siderials, Lunars, Solars, Abyssals, Weavers, …” Chang onderbreekt haar: “Weavers? Wat zijn dat” De eerste vier kent hij, die hadden ieder een stad, maar de vijfde stad was van Dragonblooded. “Metafysica daar ben je echt slecht in hè? Weavers zijn het volk van Eenoog. Ik bedoel niet zijn mensen. Dat zijn sukkels. Het schijnt dat er negen rassen zijn waar jullie er één zijn, en negen waar jullie niet toe behoren. Uit de schittering van het kristal komen jullie voort, twee maal negen zowel duister als licht, net uit fase met elkaar. De goden behoren tot het andere negental en daarom begrijpen jullie elkaar ook niet. Jullie zijn als kat en hond, elkaars concurrenten. (Een voorbeeld van de duistere kant: Claude en Pashupati zijn gevaarlijk gek.) Momenteel hebben de goden meer macht dan jullie, dus als je een schijn van kans wilt hebben, houd je daar rekening mee. En ze zijn bang voor jullie. In jullie strijd tegen Eenoog moet je vooral uitkijken voor Saman, de god van het vuur van de onderwereld. Chang vraagt nog over het toelaten van Soulfielders tot de brahmaanse riten, maar dar heeft ze geen mening over. “Daar gaat Shivanesh over, niet wij.” 
Gwan kijkt nog even bij de stallen die worden gebouwd. De werklui zijn matig tevreden. Ze zijn blij dat ze hierna nog een opdracht hebben, maar bordelen bouwen is minder leuk dan arena’s. Hij overlegt nog even met Kanesh Qart en gaat dan slapen.

24-ii-R2

Om half vijf worden we gewekt, er is iets belangrijks gebeurd. De majordomo wacht op ons: “Er staan vluchtelingen uit Shantitown aan de poort, met een vaag verhaal over gifgas.” Risha zegt: “Laat ze binnen.” Even later stroomt er een hoestende, strompelende menigte het plein op. Risha haalt Kadier, Chang laat de brahmanen waarschuwen, Gwan hoort de overlevenden uit. “Groen … chloor … zwavelgas steeg op uit de grond … veel doden … op de daken ben je veilig, maar hoe lang nog?” Chang kijkt vanaf de stadsmuur naar het bos. Een licht briesje blaast het gifgas inderdaad de verkeerde kant op. 
Een Maluchan monnik werp zich op als genezer. Zack, een van de volgelingen van Risha, stelt zich op als leider van Shanti en zorgt met zijn bende dat er geen paniek uitbreekt. De brahmanen komen en laten zien dat ze wel degelijk compassie hebben. Er wordt een veldhospitaal ingericht. 
Chang kan ons voor drie uur vrijwaren van de gevolgen van het gifgas. We gaan door de groene walmen richting het hoerenkot.  Er zijn veel lijken in de stad. Op de daken zitten mensen. We waarschuwen ze om daar te blijven. Voor ons klinkt een luid gerommel. Rook van puin: een instorting verderop in de stad. Een hittefront, branderige rook. Bij de voormalige hoerenkast is een gat in de grond dichtgesmolten. Gezeri ligt daar dood. Op het grote plein waar Risha de demonstranten had toegesproken is ook een dichtgesmolten inzakking. Er komt geen nieuw gas meer, maar er liggen hier wel heel veel lijken. Het is het ‘afscheidscadeautje’ van de Shuragi (de groene hive-mind-communication-hub van de onderwereld). Chang ziet dat de groengele smurrie niet tegen gewone lucht kan en zichzelf oplost. Risha neemt het lichaam van zijn neef in de armen en keert bedroefd terug naar de hogere stad. Chang en Gwan gaan nog wat mensen redden van gebouwen die op instorten staan. 

Duizend mensen hebben de bovenstad gehaald en tweeduizend zitten er op de daken. Er zijn er dus drieduizend gered, maar zevenduizend mensen zijn dood! Als de gaswolken verdwenen zijn, wordt de identificatie geregeld. De komende twee dagen staan in het teken van massale uitvaarten. De Soulfielders verbranden hun lijken op de Soulfield-manier, de Shintasta’s verbranden hun overledenen volgens de shintastatraditie. Risha en Mahakrishna vragen de brahmanen om een tombe voor hun neef. Ze zullen een grafheuvel opwerpen in de Shintasta Barrows en Gezeri daar overeenkomstig zijn rang in bijzetten.

In de ochtend bereikt het gifgas het heilige bos. De magische paarden slaan op hol. Sandra en Florence schieten te hulp. Er ontstaat een baan van Weird in de lucht waar de paarden overheen rennen. “We komen terug. Wij moeten de stampede tot stilstand brengen. Het heilige woud moet besproeid worden met héél véél Bronwë water!”