Sessie zes

Na drie weken zijn de ogen van Ster eindelijk voldoende gewend aan zonlicht om overdag gewoon buiten te kunnen lopen zonder blindoek. De stad schiet lekker op en we maken ons op om naar het Noorden te vertrekken. Ma Si Tamuz, die de abyssal Winter’s last Refuge nooit gezien heeft, zal ons in de vorm van van een reuze oehoe volgen. ( Ergens tijdens de voorbereidingen laat Dyjab zich ontvallen: "De dragonblooded dragen overal de verantwoordelijkheid voor" en Silverclaw antwoordt: "Helemaal mee eens." ) De drie stalen paarden 

Amee1

uit Autochthon en het bronzen paard van Ster worden voor de wagen gespannen en we vertrekken. Eerst willen we naar de Low Countries om met de abyssals te onderhandelen en daarna gaan we door naar Mos Kovia om te kijken hoe men de vrijhandel daar heeft geregeld.  We besluiten niet harder te gaan dan de standaardsnelheid van de wagen: 50 km/uur. Hij kan vier keer zo hard, maar dat hoeft niemand voorlopig te weten en als we in dit tempo reizen zijn we in vier dagen op onze bestemming.

Het eerste deel van de reis verloopt voorspoedig. De landen van Iberia zijn subtropisch en weelderig begroeid, heel anders dan in de 21e eeuw die we achter ons gelaten hebben. De tocht door de bergen zou voor gewone mensen spannend zijn, maar als exalts hebben we er weinig moeite mee om ze te passeren. En dan komen we aan de andere kant van de bergen: Zuid Frankrijk. Het eerste wat opvalt is dat er minder kleur is. Alles is een beetje dor, de bomen hebben minder bladeren, het gras is kaal en vaal, zelfs de lucht is grauw. En hoe verder we naar het Noorden gaan hoe minder kleuren er te zien zijn. We stoppen in een dorpje om wat water en proviand in te nemen. De mensen zijn schuw en trekken de deuren en de luiken dicht. Alleen een lange jonge vrouw met wit haar en een bleke huid blijft bij de put. Ster spreekt haar aan en vraagt waarom iedereen zo schuchter is. Ze zegt: "De geesten van de voorouders maken zich zorgen over een solar die bij jullie zou zijn, een verdrijver van goden." We stellen haar gerust, we zijn niet van plan goden te gaan verdrijven maar we willen een handelsovereenkomst sluiten. Dat vindt ze eigenlijk nog vervelender, want karavanen met vreemdelingen die door het dorp komen, dat kan alleen maar leiden tot extra aandacht van de belastingontvanger. Ze reageert erg terughoudend op Raine als die er bij komt, maar Ster vraagt door en ze vertelt.

Wijnand de Altijd Hongerige is als belastinginspecteur aangesteld door de heer van deze landen, heer Cesus, maar hij werkt zelfstandig. Cesus Gustav de Geduldige woont in zijn kasteel Schiehallion, op een oude grafheuvel ver in het Noorden en zolang het hier rustig is, bemoeit hij zich niet met wat er hier gebeurt. Maar Wijnand is heel decadent en corrupt en vraagt veel meer belasting dan nodig is.  Hij is een epicurist maar eet geen vlees.

Raine haalt de vrouw met 1 dinar over om voor hem met de geesten te spreken. Zijn moeder blijkt te zijn vermoord door de Wyld Hunt en reist nu met hem mee. Ze waakt over hem. Zijn vader en broers hebben wel weten te ontkomen en vader woont in de buurt van Mos Kovia. Waar de broers zijn weet ze niet. Ze waarschuwt dat we naar de dode landen gaan en dat het daar zowel voor de doden als voor de levenden gevaarlijk is. De vrouw leert Raine hoe hij zelf met geesten kan communiceren door basilicumbladeren te branden en de dampen te inhaleren.

Na dit gesprek gaat ons gezelschap verder naar het Noorden. De wereld wordt steeds kleurlozer. Als we een groot rotsblok rondden, springt er een heerschap op de weg. Hij draagt een stalen borstkuras met het logo van Huis Cesus en een zwart zwaard. "Je geld of je leven." Hij heeft nog zeven mannen in lederen wapenrustingen bij zich. Dyjab valt als eerste aan. De man in het harnas pareert mijn chakram, maar de klap van Dyjab komt wel aan. Raine gooit twee dolken in de breedgeschouderde nr. 2 en Silverclaw slaat er nog een dood. Terwijl hij reutelend neerzakt haalt de kurassier een officieel document tevoorschijn waaruit blijkt dat hij de belastinginner is. Maar dit houdt ons niet meer tegen. Als snel ligt de gehele roversbende dood  neer. Terwijl Silverclaw hoofden verzamelt, steekt Dyjab het bebloede document bij zich. We zetten een bordje ‘corrupt’ bij de stoffelijke resten en besluiten om de inspecteur der belastingen op het ongepaste gedrag van zijn onderlingen te wijzen. Als we de paarden van deze mannen loslaten, keren ze terug naar de stal en we kunnen   Veves1
ze gemakkelijk volgen naar een kasteeltje in de heuvels. We rijden onze wagen de binnenplaats op en dienen ons aan. Dyjab kent de juiste omgangsvormen dus dat is niet zo’n probleem. Een mannetje met een haakneus in livrei brengt ons naar de ontvangstzaal. Daar worden we begroet door een heer in zwart/rood fluweel met een zilveren wandelstok en ringen in zijn oren. Het is Wijnand. Hij is ‘god-blooded’, een godenkind. En hij herkent de dragonblooded in ons gezelschap. Dat maakt hem heel beleefd. Na wat onderhandelingen, waarin hij ons in ruil voor stilzwijgen belooft dat we de spullen van de verslagenen mogen houden, is het wel duidelijk dat hij inderdaad zo corrupt is als de dorpelingen ons verteld hadden. Ster activeert zijn lichtzwaard en slaat de man finaal in twee.
Dyjab installeert de maitre d’ van het kasteel als zaakwaarnemer en men gaat wat eten en rusten. Raine communiceert met zijn overleden moeder en hoort heel het tragische verhaal van hoe 10 man Wyld Hunt het ouderlijk huis aan de voet van de Vesuvius overvielen. Hij krijgt beelden te zien van de daders. Ster gaat inmiddels even terug naar de verslagen mannen. Hun lichamen blijken al geplunderd te zijn en hij volgt de sporen terug naar het dorpje waar ze eerder doorheen gekomen waren. Eerst zijn de mensen heel achterdochtig, maar als Ster vertelt dat hij Wijnand in tweeen heeft gekliefd, komt men los. "Wat hebben jullie nou aan zwaarden en wapenrustingen?" De mensen leggen uit dat ze de spullen willen verhandelen zodat ze een ploeg kunnen kopen om het land mee te bewerken. Als ze uitgelegd hebben wat een ploeg is, biedt Ster aan  Swordinto

om, in ruil voor het zwarte zwaard, een paar ploegscharen voor ze te smeden uit het borstkuras en de wapens van de rovers. Zwart van het roet, stinkend naar rook en zweet, en zeer voldaan keert Ster midden in de nacht terug met het zwarte zwaard. Het is een magisch zwaard, heel veel sneller en wendbaarder dan normale wapens.

De volgende dag gaan we verder. Het landschap wordt steeds naargeestiger. Op een bepaald moment zien we een zombie achter een ploeg aanlopen die getrokken wordt door het rottend karkas van een os. Er zijn ook levenden, waar nog mensen wonen hangt de geur van wierook. Overal zijn tekenen van hekserij, voorouderverering en liefde voor de dood. We zien iemand ritueel zelfmoord plegen want de levenden zijn hier tweederangsburgers, je telt pas mee als je dood bent. Het land wordt ook steeds zompiger. Uiteindelijk kunnen we niet verder. Een veerman in een platboomde schuit neemt ons het laatste stuk mee naar het Schiehallion. De geografische lokatie is waar vroeger de Burcht van leiden stond.

Midden in de plassen rijst een oude heuvel omhoog met daarop een zwart kasteel. Veenlijken in het water, er is geen aanlegplaats. Maar op een signaal kruipt een serie skeletten tevoorschijn, een serie skeletten met de ruggegraten en borstkassen aan elkaar geschakeld, kruipt op handen en voeten naar ons toe en de veerman legt aan aan de ondode steiger. De g
eur van verrotting en dood is allesoverheersend. Ster trekt het hier niet. Kotsend valt hij neer en Silverclaw draagt hem van boord terwijl hij doodziek zijn adem-unit zoekt. Grote stadsmuren omringen een complex van sierlijke oude pagodes op de heuvel. Bij de poort worden we begroet door een man in een zwarte jurk, met zilveren gespen op zijn schoenen. Als Ster zijn beademingsapparaat eenmaal voorgebonden heeft, en weer de vette rook van thuis ademt, voelt hij zich langzaam beter. De man stelt zich voor als Leon. Raine stelt zich voor als Geert, de anderen geven wel hun naam. Ster’s complete naam wordt zelfs beantwoord met een autochthoonse herkenningsformule. Leon gaat ons voor door de poort. We passeren een ijzeren kooi met daarin een nachtmerrie. Dan gaan we een pagode binnen. De eens rode pilaren zijn nu grijs, er zijn banken van marmer en een trap omhoog. We zijn nog niet binnen of een joviale man met een bol hoofd en zwart lederen kleding komt de trap af en begroet ons hartelijk. "Ik ben Gustav, welkom!" Hij komt heel sympathiek over en vraagt meteen waar Raine is. Die had hij toch wel verwacht… Geheimhouding is niet nodig. "Ik heb hier mijn fair share van andere exalts."

Bij het vermelden van de gebeurtenissen rond Wijnand, reageert hij direct. Gustav rinkelt met een kristallen bel en er komt een beeldschoon meisje aan. Echt bloedmooi en ze straalt compassie uit. Hij geeft de instructie dat de maitre d’ met onmiddelijke ingang de nieuwe belastinginspecteur van Zuid Frankrijk is. Daarna laat hij ons aan haar goede zorgen over. Zij is de vrouwe "Witte Rouw en Paarse Sluiers", en ze is een abyssal exalt. Maar wel van een heel ander kaliber dan Winter’s Last Refuge. Winter "heeft de snelste weg gekozen, hij is een krijger" en zij is een tovenares. Ze is heel blij de Zon weer eens te zien. En dan bedoelt ze niet dat ding aan de hemel. "Niet iedereen heeft een keus!" Ze heeft de roep van de Primordials gehoord en een weg heeft haar gekozen. Maar nu er weer solars zijn is er weer hoop. "Misschien dat in een vreemde tijd ooit de dood zal sterven. Dan zal ik vrij zijn." Raine valt als een baksteen voor haar charmes. Ster is overigens ook stapelverliefd, maar hem negeert ze.

We nemen met z’n vijfen een bad. Ster maakt zichzelf onzichtbaar en gaat het paleis eens verkennen. En daar stoppen we.

Sessie vijf

De groep is weer bij elkaar. We zijn  in een kleine, benauwde kamer in Autochthonia. De twee Lunars zitten in een krachtbubbel tot ze zijn  uitgeraasd. En Ray heet ons alsnog welkom in Autochthon. Voordat hij ons op weg stuurt naar Juggernaut, de leider van de vakbond, legt hij het een en ander uit over de plek waar we ons bevinden. Voor Ster is dit thuis. De anderen zullen zich moeten aanpassen aan het feit dat ze in een andere wereld zijn, met andere regels.
Er leven hier anderhalf miljoen mensen in acht steden. Iedere stad wordt geleid door een ‘tripartite council’ en een ‘director’. De leider van de raad, de autocraat, is feitelijk de baas van de directeur. Bovendien zijn er onder de exalted twee facties. De ene heet technocratic union en strijdt voor de rechten van de arbeiders. Binnen deze vakbond is Juggernaut de leider van Iteration X (cyborgs), Ster is lid van de Crazy Icarians (ontdekkingsreizigers) en dan  20040619c10p038_2

zijn er nog Progenitors (medische specialisten). De andere factie zijn  de Technomages, daar zijn er veel minder van. Jay ‘Ray’ is een Virtual Adept (computergenie) en er zijn ook nog Sons of Ether (uitvinders). Ook vertelt hij dat van al degenen die de schepping in gezonden zijn, Ster de eerste is die is teruggekomen. Dat dus is heel bijzonder.

Inmiddels is Silverclaw weer aanspreekbaar en kunnen we vertrekken. Er is een systeem van monorailstoeltjes waarmee we naar the Great Forge gaan. Dat gaat lekker hard en Ster geniet. De rest staat doodsangsten uit. Silverclaw is te groot voor zo’n stoeltje en hij hurkt er bovenop. Dat is helemaal gevaarlijk. We arriveren in de stad. Groot, giftige lucht, herrie. Het is hier heet. Het stinkt naar olie, en de roetdeeltjes in de luchtmaken Raine ziek. Hij kan geen adem meer halen en Oeal’s genezendekrachten zijn nodig, want anders gaat hij hier dood. Een grote zwarterochel later. Ster moet er een beetje om lachen: "Ge moet ook niet door uwen mond adem halen."

We eindigen bij de terminal en lopen door een straat waar we veel bekijks trekken. Vooral Silverclaw en Ma Si Tamuz worden door kinderen omringd. Er wordt eerst voorzichtig aan ze gevoeld en als blijkt dat ze niet eng zijn, wil iedereen ze aaien en er wordt tegen ze aan gekletst in een taal die alleen Ster verstaat. Ze laten het zich met plezier welgevallen. Aan het einde van de straat staat The Great Forge: een immens gebouw van rood metaal, met achter ieder raam een laaiend fornuis. De hitte is van verre te voelen en de geur van smeltend metaal overstemt het roet en de oliestank. Een kleine deur geeft toegang tot een grote hal met op een verhoging een bureau. Daar zit een strenge man die ons vraagt wat we komen doen. Ster voert het woord en hij krijgt een stapel formulieren met stempels mee. Dan vallen er stukjes van het bureau af die ieder acht pootjes groeien en wegrennen.Bureaucrat

Na een half uur wachten, mogen we verder. Een piepklein kamertje (de lift) brengt ons naar de honderdzoveelste verdieping. Eerst willen de lunars er niet in, maar als ze horen dat ze ook met de trap mogen, besluiten ze om toch maar mee te gaan. Boven is de muur van de gang ‘versierd’ met een lijn op verschillende hoogten. Het is allemaal wat ruimer en lichter, hier zetelt de directie. Na een sluisje komen we in een enorme kamer, waar iets gigantisch zetelt. Het is een massa stinkend vlees, rupsbanden, zuigers en lampen met een mensenhoofd op een zwenkarm. Ster herkent het construct als zijn opdrachtgevenr Juggernaut, maar voor de overigens is dit natuurlijk een afgrijselijk monster. Toch weet men zich in te houden en men blijft beleefd. Juggernaut wil eerst weten waarom wij twee van zijn onderdanen hebben gedood. Silverclaw neemt meteen de schuld op zich. "Wie bent u: noem uw naam, rang en nummer." Zijn naam en zijn rang noemt de lunar met trots, en Ster legt uit dat de bewoners van schepping ongenummerd zijn. Na enige ruggenspraak erkent Juggernaut de ‘ouderwetse’ rang en geeft de aanwezigen uit Schepping ieder een nummer. Dan mag de lunar zijn verhaal afmaken. Hij legt uit dat de emoties hem teveel werden. Daar blijkt Juggernaut genoegen mee te nemen, want Silverclaw krijgt een buisje kalmeringstabletten. Ster doet verder verslag van zijn wederwaardigheden in Creation. "Ik had u exalten van de schepping graag hier willen houden voor onderzoeksdoeleinden maar gezien uw status als gezanten moeten wij het diplomatiek incident maar anders afsluiten." De aanwezigheid van demonen in creatie vindt hij zeer zorgwekkend. En hij geeft ons een aantal doelstellingen mee:
– Ten eerste verzoekt hij ons om meer te weten te komen van die abyssal exalten en het zielenmetaal. Het is gevaarlijk, maar zie het als een compensatie voor de dood van de twee arbeiders.
– Ten tweede wil hij ingaan op ons voorstel tot handel. Bij vertrek zullen wij als eerste deal bouwmateriaal voor onze stad meekrijgen. Ster wil daarbij ook een industrieel bouw-exoskelet. Als tegenprestatie hiervoor kunnen wij aan autochthon ertsen, hout en andere grondstoffen leveren. Juggarnaut laat ons intussen de kamer met ongebruikte zielenstenen zien. Hij legt uit dat er niet meer genoeg voedsel is voor iedereen. Dan biedt Dyjab aan om ook organische grondstoffen te leveren.
– De derde opdracht is simpel: "Doe iets tegen die demonen!" Daar hebben we wel oren naar, want dat waren we toch al van plan.

121446259_37e3a4e343_mDat ging goed! Juggernaut gaat ons voor naar een grote lift, waar hij gemakkelijk in kan en ook onze lunars zich niet claustrofobisch in voelen. Er staat een transportmiddel voor ons klaar: een huifkar met drie metalen paarden, die tot 200 km/uur kan.  Aan boord is een boel materiaal, waaronder een hydraulische lier en hij blijkt ons zelfs een geschutskoepel en een grote spoelvormige bliksemgenerator mee te geven! Verheugd en gesterkt gaat men terug naar de Creatie. Alleen wil Ster nog even langs bij een andere stad, waar Royal hir Empirix de scepter zwaait over de ‘meticulous surgeons of the body electric’. Zij zijn de artsen en technici die de vaten  beheren waar Autochthons exalts zich kunnen laten upgraden. En Ster wil graag een pulskanon laten inbouwen. Als hij zich daar aandient, is men heel verbaasd. "Wie bent u?" Maar hij is snel aan de beurt als hij uitlegt dat hij vijf jaar weggeweest is. Als hij zijn Vat-rating meldt blijkt dat hij, als burger van rang 4 (de een-na-hoogste rang) inmiddels ruim voldoende crediet heeft. De chirurg is een grappenmaker, maar Ster krijgt wel de juiste injectie met nanotechnologie. Op weg naar Creatie begint zijn arm pijn te doen en het gaat bloeden. Eerst een klein beetje, maar steeds erger. Ja, wat doe je daar aan? Een beetje omhoog houden maar.   

Thuis aangekomen, stelt Dyjab voor om eerst in bad te gaan en daarna een krijgsberaad te houden. Baden klinkt goed. We gaan naar het badhuis en als iedereen ontspannen is, dringt Dyjab er op aan dat we beloven bondgenoten te blijven. Eerst worden zijn motieven gewantrouwd, met name door Raine die dragonblooded als erfvijand ziet. En de lunars begonnen over hun eer. Maar Ster en Oeal herinneren zich de afgelopen vijf jaar nog helder en na enig heen-en-weer gepraat realiseert iedereen zich weer dat we, als gewone mensen in het Leiden van de 20e eeuw, ook prima met elkaar hebben kunnen opschieten. Intussen bloedt Sters arm rustig door. Hij krijgt een ingeving en stelt voor om bloedbroederschap te zweren. Een bokaal met bloed van alle aanwezigen en ieder neemt daar een slok uit. Ma-Si Tamuz werkt het kinderlijke voorstel uit tot een goed ritueel en
als we elkaar vervolgens vriendschap beloven, resoneert de tempel mee. Opeens zijn we allemaal afgestemd op elkaar en op de tempel en we kunnen essentie opnemen uit de energiestromingen van deze plek. Dan begint Dyjab voorzichtig over de deal met de bosgod. Raine enSilverclaw vallen hem bij en uiteindelijk geeft Ma Si Tamuz toe. Dan gaan we slapen. De tweede dag.

BabylonanewDe komende drie weken worden besteed aan de opbouw van de stad. Maar voordat het zo ver is, staat er nog een ding op het pro- gramma: een bezoek aan de riviergod. De lunar No-Moon neemt een bad in de rivier die door onze toekomstige stad stroomt. Zij heeft bloemen en zo bij zich als offerande en zij chant een aanroeping. Er verschijnen visjes in het water. Ze zwemmen om haar voeten heen de rimpelingen in het water vormen de contouren van een gezicht. "Ma Si Tamuz, ik had al over je gehoord. Voor ik een verdrag met je wil aangaan, moet je eerst je naam zuiveren. Sluit vrede met Kal Yaron en kom dan terug." Dat was niet helemaal wat ze wilde horen. Mokkend keert ze terug naar de tempel. Raine en Silverclaw doen hun best en praten op haar in tot ze in haar eentje het bos in gaat. Aan het einde van de ochtend keert ze terug. Wat er tussen haar en de bosgod besproken werd, vertelt ze niet. Maar nu is ze gereed om de rivier opnieuw te woord te staan. Wederom het ritueel, weer visjes en een gezicht in het water. "Exalten welkom! Ik ben Xis, de rivier. Ik dank u voor het verwijderen van de smet op de tempel. Ik dank u voor het verslaan van de demon. Ik ben verheugd over de terugkeer van de solars! Heren van de scheppeing, veel vraag ik niet: benoem mij tot heilige rivier, laat al uw inwoners een maal per jaar een bad in mij nemen en laat drakenboten tot mijn eer en glorie tegen elkaar racen. Ik zal in ruil: uw handelsschepen een behouden vaart schenken, uw vissers een overvloedige vangst en voor uw tegenstanders zal ik een woeste tegenstander zijn. Laat boten niet in de rivier aanleggen, maar graaf een haven; die zal niet verzilten zolang men mij eert." Dat lijkt ons een goede afspraak en we gaan akkoord. Maar dit moet natuurlijk algemeen bekend worden. Die middag laten we alle inwoners van de stad bij elkaar komen voor een groot ritueel. Ma Si Tamuz roept de god weer op en stelt de acoliet Pjotr voor, die priester zal worden. Een hand van water komt omhoog en zegent hem. "Oeh!" De menigte reageert met ontzag. Dan kondigt Dyjab het bad aan. Ster heft in een dramatisch gebaar zijn armen en zijn kleren ontweven zichzelf (autochthoonse technologie) tot hij in zijn blootje aan de rivierkant staat. "Aah!", reageert het volk. Hij gaat als eerste, dan volgen de andere exalts. Daarna neemt de verse priester een bad en dan gooit de hele bevolking hun kleren af en rent de rivier in. Het rituele bad is een feit en er ontstaat een spontaan volksfeest.

Er worden grachten gegraven met een graafmachientje en straten aangelegd. In Autochthon is men blij met de grondstoffen die we sturen, met name zand entakken zijn welkom. Juggernaut levert ons nog twee bouwploegen dieieder door een exalt worden aangevoerd. Ster krijgt zijn industriele exoskelet en hij _exo werkt o.a. mee aan het aanleggen van de stads- muren. (Het ding ziet er uit als een vier meter hoog mensvormig metalen gevaarte, waar je als mens of exalt in vastgesnoerd zit. In plaats van je eigen lichaam, beweeg je het apparaat en het heeft de kracht van een uit de kluiten gewassen hefkraan.)  De haven wordt uitgebaggerd, de wachttorens worden gebouwd en de tempel wordt gerestaureerd.  De lunars maken een tempeltuin. Op het tempelplein worden de beelden van de god en godin neergehaald en vervangen door beelden van onszelf. Na drie weken zullen we vertrekken naar het Noorden, naar de Nether Lands, waar de abyssals ons hebben uitgenodigd.

Wat levert ons deze sessie allemaal op? We zijn een groep geworden. We hebben met twee goden een pact gesloten. We hebben een Manse, waar we onze essence kunnen opladen. We kunnen een beroep doen op 1000 man en we hebben Influence, de stad Porto Libre. Maar Dyjab en Ster vonden het geen goed idee om onszelf als goden te laten vereren, dus geen Cult (niet alleen hebben we zo’n egoboost niet nodig, het is ook beter voor de stad). We hebben een transportmiddel en twee verdedigingsmiddelen voor onze stad. Ster heeft z’n exoskelet en een heftige charm. Wat de anderen er persoonlijk aan overgehouden hebben weet ik niet.

Sessie vier

Sorceress_cgWinter’s Last Refuge is een studie in zwart en wit. Het is een vrij knappe man in een zwart harnas, hij is albino, heeft een bleke huid en wit haar. Zijn opdracht- gever heeft hem hier naar toe gestuurd omdat er in de Landen van Neder gevoeld werd dat de godin dood was. De afstand van zo’n 2000 km heeft hij in vier uur afgelegd op een nachtmerrie. Hij is hierheen gekomen om te onderzoeken wat er aan de hand is. Als Raine zijn wapens trekt, trekt Winter zijn zwaard en lacht er een beetje om. Hij lijkt geheel niet onder de indruk te zijn. Raine wordt met enige zachte dwang tegengehouden zodat we Winter’s betoog kunnen beluisteren.

Over zijn meester is Winter een beetje vaag. Volgens Deejab is iemand van het huis Cesus de baas in de gebieden ten Noorden van de bergketen die dit schiereiland van de rest van het continent afscheidt. 

"Wat zijn jullie van plan met dit gebied en wat voor relatie zullen jullie met mijn heer krijgen?" Dat wil hij weten. Oorlog willen we (voorlopig) niet. Het is vooral Ster die namens het gezelschap het woord voert. "Een vrijhandelszone …" Dat vindt Winter wel interessant. Hij eist dan wel dezelfde rechten als die zijn meester en hij in Mos-Kovia hebben: vrije toegang tot de stad en geen beperkingen op de waren die zij wensen te verhandelen. "Wat kunt gij leveren?" vraagt Ster. "Waar hebt u behoefte aan?" luidt de wedervraag. "Grondstoffen, magische materialen, arbeid, …"

Winter vertelt wat hij kan leveren: zielenstaal, zombies en skeletten vanuit de onderwereld. Ster luistert geinteresseerd naar een uitleg wat zombies zijn. "Ge bedoelt vleeschpoppen, ja. Dat ken ik wel. Autochthon is zeker geinteresseerd in een versche aanvoer van organische materialen; en ook zielenstaal is bijzonder nuttig voor de beplaating van gereedschappen. Het is zeer slijtvast." Terwijl de rest van het gezelschap met moeite hun afschuw en misselijkheid kunnen onderdrukken, onderhandelt Ster opgewekt verder. Winter biedt uiteindelijk een bedenktijd aan van ‘niet al te lang’ en hij nodigt het gezelschap uit voor een tegenbezoek. Dan bestijgt hij zijn nachtmerrie en vliegt de lucht in. (Het ros van heer Winter heeft in de tussentijd op het tempelplein de marktkramen in brand gestoken, de mensen angst aangejaagd en aan het bronzen paard van Ster een paar slechte gewoonten geleerd.)

Na het vertrek van Winter’s Last Refuge worden de door zijn paard veroorzaakte brandjes geblust. We praten nog wat na en dan gaan we slapen. De eerste dag zit er op. De volgende ochtend gaan we plannen maken. We hebben een staatsstructuur nodig. Ster gaat een architect c.q. planoloog zoeken  en vindt die ook. Er wordt een brandweer opgericht, er worden plannen gemaakt voor een riolering, een stratenplan, etcetera. Raine formeert een geheime politie. De acolieten van de tempel worden tot een soortement van overheid benoemd. En Silverclaw vindt zichzelf niet geschikt om met de goden te onderhandelen. Hij wil wachten totdat Masi-tamuz terug is. GodbloodedlunarAls no-moon sjamaan is zij degene die een pact kan sluiten met de god van de rivier en die van het bos. Nou, dat was een slecht idee. Als eerste gaan ze naar het bos. De bosgod vraagt of wij een bloedoffer willen brengen. Masi is hier mordicus op tegen. Dan stelt Masi voor dat wij hout mogen nemen, als we het maar vervangen: voor iedere gekapte boom moet er een nieuwe worden aangeplant. Dat ziet de godheid weer niet zitten. De bosgod vraagt vervolgens om een feest, waar de mensen vrij, zonder bloedvergieten en naakt de wisseling van de seizoenen kunnen vieren. Masi is ook hier op tegen want de kans bestaat dan dat mensen wellicht over zouden kunnen gaan tot sexuele handelingen. De ruzie loopt zo ver op dat de bosgod zegt dat deze No-moon ongeschikt is voor haar ambt en hij stuurt haar weg. Uiteindelijk gaan Raine en Deejab naar het bos en sluiten alsnog een pact.

Tegelijkertijd gaan Ster en Oeal op zoek naar de poort van Autochthon. Het moet op slechts een paar honderd meter van de tempel te vinden zijn. Maar hoe hij ook zoekt, Ster vindt niks. (Het zou misschien uitmaken als hij zijn blindoek af zou doen, maar de felle zon is te pijnlijk.) Gelukkig vindt Oeal een kleine cirkel in het gras. Daar probeert Ster contact te leggen met Autochthon. Hij spreekt wat in een klein apparaatje. "Hier spreekt Het Mysterievol Algorithme van Stermetaal. Over." Vanuit het ding klinkt een verbaasde stem "Kunt u uw naam nog eens herhalen?" tot 5x toe en Ster  begint zijn  geduld te verliezen: "Geef  me je baas!" …

"Ja Ster, je bent vijf jaar vermist geweest en de dienstdoend technicus werkt hier nog niet zo lang dus die kent jou helemaal niet." We nemen plaats in de cirkel, een reeks metalen ringen stijgt op, de omgeving verandert, de ringen zakken weer neer en Ster is thuis. De technici, geleid door Jay Ray de chef van de virtuele adepten, verwelkomen Ster  hartelijk. Maar Oeal is een ander verhaal. Zo’n vreemd creatuur hebben ze nog niet gezien. Ster stelt hem voor als een technocraat uit de eerste tijd van Creation en na enige aarzeling wordt hij geaccepteerd. Het blijkt dat ook Autochthon een Stargate-adres heeft. Maar de positie van hun stargate is helaas verloren gegaan. Als we die kunnen terugvinden, kunnen ook grote ladingen verplaatst worden. Da’s een goed idee.

Een lange uitleg later, gaat Ster de rest van het gezelschap halen voor een bezoek aan zijn geliefde thuis. Dat was dus een vergissing. Autochthonia is voor de bewoners van de Schepping blijkbaar een heel akelige plek. Hoewel Gaia de zuster is van Autochthon en zij twee de enige primordials waren die de kant hebben gekozen van de goden en de mensen in de grote oerstrijd, zijn ze mekaars tegenovergestelden: natuur en techniek. Als Ster en Silverclaw in de bejaarde machinekamers van Autochthon aankomen worden ze begroet door de geuren van afgewerkte motorolie, heet metaal, verbrand rubber en  de herrie van machinerie. De zwakverlichte claustrofobische ruimte staat vol onbekende, maar tegennatuurlijke apparaten. Silverclaw en Ster worden allerenthousiastst

Nyaa_37 en buitengewoon vriendelijk begroet door in witgeklede mensen, die stinken naar vergiften die Silverclaw nooit heeftgekend maar instinctief verafschuwt.

Ster kent hij, die lijkt net een mens omdat hij zijn technische verbeteringen (om in Schepping niet op te vallen) onderhuids bewaart, maar Jay-Ray draagt ze gewoon open en bloot. Alles zegt Silverclaw dat deze mensen het meest onnatuurlijkezijn wat hij ooit heeft geroken. En dan raakt hij in paniek. Hij gaat berserk en slaat twee technici dood met zijn klauwen.  Jay-Ray sluit hem op in een krachtbubbel en Ster knielt neer bij de dode technici. Inmiddels komt de rest van het gezelschap door de poort. Als ze ziet wat Silverclaw heeft aangericht, raakt ook Ma-Si over de rooie. Ze wil hem aanvallen, maar daar wordt ze in tegengehouden.

Als alle ellende een beetje is gekalmeerd, besluit Jay-Ray dat deze kwestie moet worden voorgelegd aan de superieuren. Jugganaut is een heel oude exalt, die net als Ster zelf is geexalteerd en niet gemaakt is, hij zal over onze zaak oordelen. Zijn machtsbasis is de Great Oven. En volgende sessie gaan we daar naar toe… 

Sessie drie

Na het gevecht in het heiligdom gaan we op weg naar Ravana’s heiligste der heiligen, ver in het diepere gedeelte van de tempel. Raine kent de weg en leidt ons feiloos naar de geheime deur. Daar gaat Ster aan de slag. Hij pakt het stermetalen stafje dat aan zijn zij hangt, en daar schiet een straal rood licht uit van ongeveer een meter lang. Dit steekt hij met kracht in de kier, waardoor het gesteente smelt en hij langzaam de deur uit kan zagen. Als Ster klaar is, gaan de anderen even aan de zijkant staan. De godin zal ons wel opwachten, want we zijn niet bepaald subtiel bezig geweest.

Als Ster de deur omver trapt, valt die met een klap een kleine stikdonkere kamer in. Voorzichtig naderen we de opening. In het midden van de kamer zien we een pedestal met daarop een hand die een vajra vasthoudt. Vajra_detDaaromheen is het onnatuurlijk donker; magische duisternis. Dan voelen we een onwijs krachtige magie op ons afkomen. En opeens lijkt het alsof de hele wereld omkeert. We vallen met een harde klap op het plafond! Ster activeert  zijn persoonlijke zwaartekracht manipulator en rent via de wand terug naar de vloer. De solar en de lunars klauteren de donkere kamer in. En de dragon king en dragon blooded bereiden zich vast voor op een het onvermijdelijke gevecht.

Maar … wie de kamer binnengaat, wordt daar geconfronteerd met zijn grootste angsten. Masi-Tamuz houdt stand, maar Silverclaw en Raine kunnen de macht van Ravana niet weerstaan en ze rennen weg. In verschillende richtingen verdwijnen ze de gang in. Dan bewijst Deejab wat een dragon blooded kan. Met een kort bevel brengt hij Silverclaw weer tot zichzelf en dan rent hij achter Raine aan.  20060807c12p080_2_1Hoewel het pikkedonker is, vertrouwt Masi-Tamuz op haar intuitie en ze hakt op een hoek in. Ze heeft geluk, het is de hoek waar Ravana zich in heeft teruggetrokken. Als hij dat ziet, spring Ster met een salto over de vajra heen naar binnen en haalt uit met zijn lichtzwaard. Raak! De klap doet zelfs massaal schade en Ravana materialiseert. Inmiddels keert Silverclaw terug. Hij heeft zijn strijdvorm aangenomen en een enorme aura in de vorm van een beer met zwarte ogen omgeeft de drie meter hoge gestalte. Verderop, in de gang, brengt Deejab Raine tot zinnen en ook zij keren terug naar de kamer. De dragon king heft de magische duisternis op en de het gevecht gaat nu in volle hevigheid los. Ravana is verschrikkelijk om te zien. Het is een gedrocht met overal geslachtsdelen, bedekt met weerzinwekkend slijm, stinkend en misselijkmakend. Uit de muren weerklinkt gekreun en gesteun. Ravana grijpt Ster bij de arm en waar haar slijmerige hand zijn huid raakt, verdwijnt alle kleur uit zijn huid. Haar aanraking veroorzaakt bovendien existentiele wanhoop, want ze gebruikt haar magie om Ster te laten zien hoe volstrekt onbetekenend zijn plaats in de wereld is. Maar hij biedt weerstand. "Ik mag dan een een onbetekenend radartje zijn, ik ben wel een radartje van Autochthon." Met die woorden hakt hij opnieuw op de demones in. Silverclaw en de anderen weten haar ook flink te beschadigen en wij lijken aan de winnende hand te zijn. Maar Ravana is geen geringe tegenstander. Nu scheurt ze Sters arm, die ze nog steeds vastheeft, met krachtige magie uitde kom. Botten en schouderblad verbrijzelen, versplinterd glas enverbogen messing steken uit de vreselijke wond en de arm vergroeit metSters rug. Hij moet zijn lichtzwaard loslaten en terwijl het op de grond valt, gaat het licht uit. Ondanks de helse pijn geeft Ster zich niet gewonnen en hij grijpt met zijn linkerhand naar een chakram waarmee hij op het monster inhakt.

Onder het geweld van vijf exalts wordt de stoffelijke vorm van de earthbound demon vernietigd. Maar ze is nog niet definitief verslagen. Ze blijkt zich in de vajra te hebben teruggetrokken. En dat ding is stevig! Blasts van pure essence hebben geen enkel effect. Wapens van orichalcum, stermetaal en maanzilver geven slechts krassen. Maar uiteindelijk en met vereende krachten krijgen we het ding toch kapot. En dan manifesteert Ravana zich nog eenmaal. De wanstaltige demones is nog kort even te zien in de spectaculaire effecten waarmee haar essentie definitief vergaat.

En dan is het stil. De tempel voelt opeens schoon aan. En we realiseren ons dat alle acolieten van de tempel en de duizenden mensen op het tempelplein dat ook zullen voelen. Wat gaan we hun vertellen? Masi-Tamuz en Oeal ontfermen zich over Ster. De genezing is allesbehalve subtiel. Het doet feitelijk nog tienmaal meer pijn dan de verwonding. Maar na een kwartier zit alles weer op zijn plek. Uiteindelijk houdt hij er niet meer aan over dan een onuitwisbare witte handafdruk.

Een kort krijgsberaad vindt plaats. We beslissen dat wij van deze tempel ons hoofdkwartier willen maken en om hieromheen een stad te stichten. Deejab stelt voor om er een vrijhandelszone van te maken en Silverclaw wil het jaarlijkse festival niet afschaffen, maar ombouwen tot jaarlijkse spelen.

Busy_that_luang_tw_ptOp het tempelplein is iedereen in verwarring. De hogepriester en de priesteres zijn dood. De feestelijkheden lijken in het water te vallen. Om aandacht te trekken vuurt Ster een bol essence de lucht in en als iedereen hun kant op kijkt, spreekt Deejab de tienduizend mensen toe. Zijn stem wordt versterkt door Oeal, zodat iedereen het zonder moeite kan horen. Deejab vertelt dat we hun bevrijd hebben van de demon en ontvouwt onze plannen voor een stad met lage belastingen, vrijhandel en een mild bestuur. 
 

Het merendeel van de mensen hoort dit nieuws verheugd aan en een paar beginnen zelfs al bomen te vellen om een huis te bouwen. Enkele van de acolieten zijn echter hun godin trouw. Met deze potentiele rotzooimakers wordt genadeloos afgerekend door de Lunars.

En de sessie eindigt met de aankomst van een vreselijk arrogante vent, waarvan Raine zegt dat het een abyssal, een gecorrumpeerde solar is.

Het Boek

Spellbook

In sessie twee heeft de groep Exalted een boek buitgemaakt. In dit boek staat een verslag van de tijd voor de First Age. Er staan verhalen in over hoe de schepper engelen maakte. In eerste instantie is er sprake van een god, later in het verslag zijn het er drie. Er wordt verhaald hoe sommige engelen in opstand kwamen en hoe daar een oorlog van kwam. De opstandige engelen werden demonen. In de strijd delfden de demonen uiteindelijk het onderspit en zij werden gevangen gezet in de hel.

Het boek gaat verder met een tweede strijd, heel, heel veel later. Enkele demonen zijn uit de hel ontsnapt en er komt opnieuw oorlog. Ditmaal loopt het beter af. De poorten van de hemel en de hel worden geopend en er wordt vrede gesloten. Veel van de demonen verzoenen zich, maar niet allemaal. Wie zich niet aan de kant van de hemel  schaart, wordt opgespoord en wederom gevangen gezet. Dit worden de latere yozi’s. Maar een paar hebben zich zo goed verstopt en blijven op aarde: de Earthbound. Ze zijn inmiddels oeroud, ongelooflijk machtig en volledig chaotisch. Sommige van hun projecten zijn goed voor de mensen, sommige heel kwaadaardig, maar de meeste zijn eigenlijk alleen maar totaal onbegrijpelijk. Er is een dynamisch evenwicht tussen de earthbound onderling en tussen hen en de krachten van het goede, de dragonblooded en andere exalted.

Dit boek gaat over zes earthbound, ieder heerst over een enorm gebied: Ravana heeft als titel la dame du mal, ze heerst over het Iberisch schiereiland. De andere vijf zijn: Ammaran the president of nowhere, in Noord Amerika; Lilithu the lady of the seas, in de Zuid Atlantische oceaan; Mardero the monarch of mutilation and duke of disease, in Oost Afrika; Barakata the lady of spirits, in Zuid Amerika en Zethar the king of loneliness in Oost Azie.

Wat we verder uit het boek opmaken, is dat de essenties van Solars en andere exalted bestaan uit ‘gewiste’ demonen. Demonen van wie de persoonlijkheid en het geheugen zijn vernietigd zodat alleen de pure, eeuwige goddelijke essentie waar ze uit gemaakt waren overbleef. Sommige andere exalted zijn de afstammelingen van nephilim, half mens, half engel c.q. demon.

En wel leren dat de drie krachten wyld, weaver en wyrm heten. Alledrie zijn nodig voor een schepping. Als er een ontbreekt krijg je stagnatie of verval. Terwijl hij dit leest bedenkt Ster dat dit dan waarschijnlijk mis is met Autochthon. De weaver en de wyrm zijn overduidelijk aanwezig, maar er is geen wyld in de Maker.

Sessie twee

20040720c10p047_2_1 "Wat een fel licht."

(Ster is afkomstig van Autochthon. Hij heeft zijn hele leven gewoond binnenin een planeetgrote machine-god en hij heeft nog nooit de zon gezien.)

Nadat de party hun wapens en uitrusting hebben teruggehaald uit de kluis van de tempel waar ze nu zijn, doemde opeens de vraag op: "Wat doen we nu?" Feitelijk zijn er maar twee mogelijkheden, vluchten of vechten. Na enig overleg kiezen we voor vechten. De lokale godheid, aan wie deze tempel is gewijd, heeft ons jarenlang vastgehouden en daar moet hij/zij/het voor boeten! Maar terwijl we nog aan het overleggen zijn, komt er een mismaakte dienaar aan de deur, die ons zegt dat we in tempelgewaad verwacht worden op de ceremonie vanavond en dat de godheid ons voordien nog wil spreken over onze opdracht. Hm. Blijkbaar hebben ze nog niets door. We kleden ons om en gaan op ons gemak de tempel verkennen. Eerst nog een slappe smoes waarom we in de schatkamer zijn geweest: we hebben het ceremoniele loeizware massief gouden harnas vast opgehaald. De hoogbejaarde en volgens mij licht demente hogepriester lijkt er in te trappen. En dan gaan we op stap.
Op het voorplein van de tempel is de jaarmarkt. Overal staan kraampjes, het plein is omlijnd met gigantische standbeelden van de godin en er zijn duizenden mensen. Maar dat licht. Mijn ogen kunnen het niet aan. Ster vlucht onmiddelijk weer naar binnen op zoek naar een lasbril of zoiets. Maar die hebben ze hier natuurlijk niet. Dan maar een blindoek.

Terug op het tempelplein is al snel duidelijk waar dit festival om gaat. Dit is de tempel van de liefde en het is overduidelijk wat daarmee wordt bedoeld. Binnen een paar minuten bezwijkt de in dit opzicht nogal onervaren Ster voor de attenties van een mooi meisje en van het verkennen van de tempel komt de

20040612c10p035_2eerstvolgende anderhalf uur niet veel. Silverclaw, de grote lunar, was er net zo aan toe. Hij had een ‘dame’ met lekker veel tatoeages gevonden.

Gelukkig waren de anderen wat minder onder de indruk van al het vrouwelijke schoon. Dyjab de dragonblood en Masi-Tamuz de andere lunar zijn het helemaal niet met ons eens. Het is hier maar tegennatuurlijk en hoogst onbeschaafd.  Door met een paar van de aanwezigen te praten, komen ze er achter dat de mensen hier bang zijn. De godin is niet vriendelijk, maar juist tyranniek en veel van de mensen komen hier eigenlijk uit angst.

Raine, de solar, ging inmiddels op zoek in de diepere delen van de tempel, een waar doolhof waar vreemde misvormde creaturen rondzwerven. Ergens ver van het voorplein, in nauwe donkere gangen, is een plek waar de aanwezigheid van de godin overweldigend is. Hij besloot niet verder te onderzoeken maar terug te gaan om ons op te halen.

Weer  bij elkaar gekomen, gaat de posse de tempel weer in. Fijn, kan ik die blindoek even afdoen. Op naar de godheid voor de debriefing. Het plan was dat Ster en Silverclaw het woord zouden doen, en Dyjab zou ons souffleren.  De hogepriester wil ons wel vertellen waar we de godheid kunnen spreken, een kamer met twee afgodsbeeldjes, ver de tempel in. Met een sleutel en een toverspreuk opent hij een boek dat hij altijd bij zich draagt. En daarmee kondigt hij de godin onze komst aan.

Ster voelt zich in de krochten van de tempel wel thuis. Het is net Autochthon, maar dan van steen. In de kamer aangekomen, vervelen we ons al snel. Onder leiding van Raine gaan we dus maar naar de plek waar hij de aanwezigheid het sterkste voelde, nog dieper de tempel in. Ster zet een apparaatje aan waarmee je de weg nooit kwijt kunt raken, dat is wel handig in een doolhof. Uiteindelijk, het tempelcomplex is belachelijk groot, komen we aan bij een blinde muur, waarachter het zou moeten zijn. De ‘flawscanner’ van Ster brengt een geheime deur aan het licht. Maar terwijl hij bezig is, hoort hij een stem in zijn hoofd die hem beveelt terug te gaan naar de audientiekamer. Iets later horen de anderen die stem ook. Misschien is het wel een goed idee om dat inderdaad maar te doen. We gaan dus inderdaad maar terug.

Een tijdje later begint het beeld van de godin te bewegen. Ze spreekt ons aan en vraagt hoe onze opdracht gegaan is. Inmiddels vergeten wat het plan was, staan we met onze mond vol tanden. Dan neemt Dyjab het woord. Helaas trapt de godheid er niet in. Door het verhaal heen hoort zij dat we niet langer onder haar invloed staan en wat Silverclaw en Ster en de anderen er aan toevoegen helpt niet om het wantrouwen te verminderen. De godheid vertrouwt ons niet meer, maar heeft (op dit moment nog) geen reden om iets tegen ons te ondernemen. Ze weet dat ze ons allemaal een voor een weer onder haar invloed kan krijgen. Maar ja, dat weten wij nu ook. Dus blijven we bij elkaar en bedenken dat we zo snel mogelijk actie moeten ondernemen.
Eerst gaan we de archieven in, lezen over de geschiedenis van de tempel, kijken of we clues kunnen vinden. We lezen dat de ‘king for a day’ de grote ceremonie zelden overleeft, maar die van vorig jaar is er nog en leeft ergens in de krochten. Zo leren we nog wat meer nuttige zaken. Maar het wordt ons heel duidelijk dat we eigenlijk het boek van de hogepriester moeten hebben.

Een aarzeling? Nee. Het is helder. De oude hogepriester zit te slapen op zijn troon in de tempelzaal.

Raine sluipt er naar toe. Ster staat onzichtbaar tussen de zuilen met zijn chakrams in de aanslag. Raine ontfutselt de priester de sleutel van het boek. Dan pakt hij zijn twee orichalcum dolken en snijdt de oude man de hals over.
Ja, die gaat daar natuurlijk dood van. En dat vindt zijn godin helemaal niet leuk! Het lijk scheurt open en een mooie vrouw vormt zich in de wolken bloed. Een magische pijl van Masi-Tamuz schiet er op af. Mijn cue … twee chakrams scheren door de lucht. De ene is van stermetaal, het metaal van het lot, restant van dode goden. De andere is van adamant, het hardste  materiaal dat er bestaat. De magie van de pijl zorgt er voor dat ze zonder aarzeling raken. Flats! Drie magische wapens hebben de godin geraakt terwijl ze zich begon te materialiseren en ze vergaat weer.

We hebben het boek. Hebben we nog tijd? Volgende week weten we meer !

Sessie een vervolg

Vijf spelers en een spelleider, zes karakters. Deejab de dragon-blooded, Masi-Tamuz en Silverclaw zijn lunars, Raine een solar, Oeab is een dragonlord en Ster is alchemical. Zij komen bij in een tempel nadat ze door de stargate zijn teruggekeerd in hun  eigen wereld. Of beter gezegd: hun eigen tijd. Want de wereld van Exalted is de verre toekomst van onze eigen wereld. Een wereld die het gevolg is van onze daden in onze  vorige campaign, die van Demon the Fallen. Daar speelden wij de demonen die de poort van de hemel hebben geopend. Deze wereld van Exalted is het gevolg van het herstel van de verbindingen tussen hemel en aarde en hel. Dit plaatje vond ik te laat, maar het past goed bij het einde van de vorige campaign.
Nyaa_61

OK, terug naar de wereld van Exalted. In de tempel liggen we op stretchers voor de stargate. Deejabs jachtkat springt blij tevoorschijn als hij wakker wordt. Een paar acolieten verzorgen ons al jaren en ze zijn erg verbaasd als we bijkomen. Ze halen de priesteres er bij. Terwijl we onze kracht hervinden vraagt ze ons hoe onze missie is verlopen, maar ze lijkt vreemd genoeg niet erg geinteresseerd in het antwoord. Het was  indertijd een enorme teleurstelling dat onze lichamen niet werden getransporteerd door de stargate. We hebben vijf jaar bewusteloos gelegen en werden wel verzorgd, maar ik krijg de indruk dat de priesteres het allemaal niet meer belangrijk vindt. We mogen ons nu gaan opfrissen, onze kamers zijn er nog maar mijn spullen zijn er niet meer. De acolieten zijn beleefd tegen ons, de meisjes plagen de jongens. Oh dat is waar ook, we dachten onszelf monniken in dit klooster gewijd aan de liefde en we hadden wapens en wapenrustingen weggegeven aan de orde. Maar nu zijn onze herinneringen terug, onze hersenen ‘ontspoeld’  en die dingen willen we terughebben.
En dus gaan we op zoek. Hoewel we de weg kennen in het klooster, kost het een boel moeite om de schatkamer te vinden. Er zijn valstrikken onderweg, een valkuil onder meer waar ik in val. Maar we komen er en daar vinden we de schatten van het klooster: een gouden harnas voor het ritueel van overmorgen, snuisterijen, maar niet onze eigen dingen. Die blijken verder weg te zijn verstopt, achter een geheime deur in de kluis is een gang met een valkuil, waar ik ook in val, en daar achter vinden we onze wapens en wapenrustingen en technologie uit de eerste tijd.

Goh, wat ben ik blij dat we alles terughebben, ik activeer onmiddelijk al mijn bezittingen. Aangezien dat een enorme hoeveelheid magische energie opslorpt, begint daardoor mijn aura op te lichten. Dat noemen ze een  Anima. Het is nogal wat. Gewone exalts hebben een of twee magische voorwerpen maar ik heb er tientallen. Mijn kristallen chakram kost de meeste energie. Wielen en tandraderen in alle kleuren van de regenboog en prismatische lichteffecten als olie op water verlichten de omgeving in een spetterende lichtshow. We  We nemen alles mee. Volgende sessie zien we wel hoe het klooster reageert als de deur naar de kluis geforceerd is en de tempelschatten zijn gestolen…

Exalted

Abydosqueen058

"Je komt langzaam bij in een grote zaal in een tempel." Het klink als de meest standaard opening van een nieuw rollenspel. En dat zou het ook zijn als onze Storyteller – degeen die het spel leidt en het verhaal maakt – niet eerst twee avonden had besteed aan een inleidend verhaal. We gingen Exalted spelen, een White Wolf fantasy rollenspel, en de storyteller begint met het uitdelen van Call of Cthulhu character sheets.
Hee maar we gingen toch Exalted spelen? "Nee, vul dit eens in, maar dan zoals je zelf bent." Wij ons zelf ingevuld, en dat was best interessant. Leuke vragen als wat kan ik allemaal en hoe vertaal ik dat in in speltermen, hoeveel kennis  heb ik van occulte zaken, dat soort dingen. En dan speel je jezelf:
"Jullie zitten hier aan tafel, en hebben net lekker Exalted gespeeld. Dan valt je iets op als je door het raam kijkt, gooi allemaal eens …" Dus, voor je het weet zit je midden in de nacht achter een man met vogelpoten aan, kruip je door riolen, vlucht je weg voordat je geofferd wordt en word je langzaam gek. En dan begin je je dingen te herinneren. Dingen als: dit is niet mijn lichaam; ik hoor hier niet te zijn; ik ben er in geluist. Onder hypnose en met hulp van de ingewijden van de cultus van Lilith, blijkt dat we uit een andere wereld komen, en al jaren met geheugenverlies opgesloten zitten in de levens van een stelletje rollenspelers. We herinneren ons de tempel waarvandaan we ooit door een wereldpoort zijn gestapt om in deze wereld iemand te doden.

Stargate8

Maar wie moesten we doden? Lilith. Waarom? Nou, dat is simpel: we zijn er in geluist! Gehersenspoeld en voor het lapje gehouden. En toen we hier aankwamen, zijn niet onze lichamen getransporteerd, maar alleen onze geest. En die werd gevangen in een ander lichaam, in andermans leven, zonder herinneringen. Maar nu zijn we ons ‘zelf’ weer en we willen terug naar onze eigen wereld en de mensen die hier horen hun leven teruggeven. Hun huwelijk, hun baan, hun leven. En dan is het dus nota bene de cultus van die Lilith die ons helpt om de stargate te vinden die ons terug kan brengen. Hij ligt op de bodem van de zee in een verzonken stad. Een duikexpeditie en we vinden en activeren de gate. En als we erdoorheen zwemmen scheiden lichaam en geest zich weer. In de ene wereld een vriendengroep op duikvakantie en in de andere wereld zes Exalted die bijkomen in de zaal van de stargate van hun wereld.