Auteursarchief: ellahir
Ares – Hoofdstuk 18 1e deel
Het is niet zo lang geworden als andere stukken. Maar dit is een mooi punt om even te pauzeren in het verhaal. Ik ben nu een half jaar bezig. Ik ga het hoofdstuk wel aanvullen, maar dat kan enkele weken duren. De planning was om daarna nog een intermezzo, drie hoofdstukken en dan een afsluitend stuk te schrijven. En dan ga ik het hele verhaal nog een keer herschrijven.
Hier is Hoofdstuk 18.
The end of the world (as we know it)
Spandau Ballet
Muscle Bound, lekkere oude muziek en een mooie clip. Hiervoor geldt het advies dat in de jaren ’70 vaak op LP’s stond: "Play it loud".
Hamer nieuwe fractievoorzitter PvdA
GV2 – Het slapende land
Vanuit het andere Amsterdam gaan de demonenkinderen een portaal maken naar het scoutingkamp in het Amsterdamse Bos. Zo hopen ze de barones en haar hofhouding hierheen te kunnen halen. Maar het Andere Amsterdam is niet groter dan de Singels. Dus het is een heel eind lopen naar de plek waar ze over kunnen steken.
Ze lopen door een oud- Hol- lands land- schap. Vervallen boerderijtjes in een wild landschap, zo tekende Rembrandt zijn omgeving en zo ziet het er hier nog steeds uit. Na een uur lopen komen ze aan een zijpaadje. Twee palen zijn aan weerszijden in de grond gedreven en daar zijn planken tegenaangespijkerd met waarschuwingen: "Gevaar" en "Niet betreden". Kees voelt dat er iets vreemds met het pad aan de hand is. Het is magie, maar geen demonische of engel magie. Nieuwsgierig gaan ze het pad op.
Het is een bochtig zandpad tussen de duinen. Voorbij de eerste bocht staat een manshoge spiegel naast het pad. Wie er in kijkt, ziet zichzelf in tormented vorm. En de kinderen uit de wereld van vuur en metaal zien de ziekste fantasie en de ergste nachtmerries die ze zich voor kunnen stellen. Een jongetje wordt zo bang dat hij van het pad af rent. Suzete holt achter hem aan en houdt hem tegen. Maar ze kunnen de weg terug niet meer vinden, hoewel ze helemaal nog niet ver zouden moeten zijn. Van de andere kant probeert Kees ze te vinden. Hij voelt dat het geen gewone duinen zijn, het is een plek tussen de werelden en als je verdwaalt ben je verloren. Mio maakt van zijn levende metaal een lange staalkabel en die wordt op het pad vastgehouden. Liselotte en Kees vinden de sporen. Als ze opletten zien ze de wereld met iedere stap veranderen. Met veel kronkels komen ze bij de twee verdwaalden aan en via de staalkabel komen ze daarna weer terug op het pad.
Verderop treffen ze een boerderijtje. Ze gaan naar binnen en opeens klapt de deur dicht. Het is helemaal geen boerderijtje, maar een enorm monster. Ze staan nu in zijn bek. Het plafond komt omlaag. Met messen en zwaarden proberen ze zich er uit te vechten. Dat lukt maar op het nippertje. Alweer een valstrik!
En dan komen ze aan het einde van het pad. Hier is het weer een echte wereld. Ze kijken uit op een sprookjeskasteel. De poort is gesloten, maar dat is geen probleem voor Kees. Die stapt via de geestenwereld naar binnen om de deur van binnenuit te openen. Als hij weer materialiseert, voelt hij zich plotseling heel erg slaperig worden. Zijn lichaam wil gaan slapen, maar de demon verzet zich en hij kan de deur openen. Hij waarschuwt de anderen. Ab versterkt hun lichamen, zodat ze niet gaan slapen. Binnen liggen overal mensen op de grond en op de trap en hangend over plantenbakken. Een groep muzikanten is op hun instrumenten in slaap gevallen.
Op de eerste etage vinden ze een casino. Aan een tafeltje zitten mensen te kaarten. Ze verwisselen stiekem de kaarten. Mio pakt een fles schnapps en schenkt zich een stevige borrel in. In de zaal hiernaast is een rariteitenkabinet. Suzette steekt een kristallen bol bij zich met magische symbolen er op. Aan het einde van de zaal is een deur waarnaast twee soldaten met hellebaarden liggen te slapen. Liselotte neemt een hellebaard mee. Achter deze deur is de troonzaal. Hier ligt een koning te slapen. Liselotte kent haar sprookjes. Ze kruipt bij hem op schoot en geeft de koning een kus. Ja hoor, daar wordt die wakker van.
De koning is helemaal niet verbaasd dat er een meisje met een helebaard bij hem op schoot zit. Ook schrikt hij niet van de hoorns en vlammen van Suzette of van de engelvleugels van Mio. Koning Ludwig is namelijk een beetje getikt. Maar wel erg aardig. Verbaasd loopt hij met ze door het paleis. De klokken staan allemaal stil op middernacht, maar het is gewoon overdag. Ze gaan naar de hoogste toren. Maar daar is gewoon een rommelig vlierinkje. De koning vertelt dat hij jarig was, zijn dertigste verjaardag. Hij had net zijn dochtertje van 10 voor de vierde keer naar bed gestuurd en het feest was in volle gang. Ze besluiten naar de kamer van de prinses te gaan.
Daar is het aardeduister. Zelfs het licht van Suzettes vlammen komt maar een meter de kamer in. Ze zien een immens spinnenweb. Ze besluiten de draden door te hakken. En daardoor komt het kasteel langzaam tot leven. Ze horen vanuit de verte feestmuziek, verbaasde kreten en gelach. Als ze bij het bed zijn, ligt daar een stokoude vrouw. Het is de prinses. Als ze haar vader ziet, vraagt ze hem om vergiffenis en dan blaast ze de laatste adem uit.
Als engel des doods, kan Kees met de doden spreken. Hij vraagt daarom aan de geest van de overledene wat er is gebeurd. Wel, Toen ze naar bed gestuurd werd, heeft ze haar vader vervloekt. Dat hoorde de stenen heks en die heeft haar vloek doen uitkomen. Honderd jaar heeft het hele land geslapen en zij heeft van al die mensen de dromen gedroomd. Als enige is zij ouder geworden. Uit het verhaal blijkt dat de stenen heks niemand minder is dan Tara. Blijkbaar had het prinsesje haar ziel verkocht. De koning begrijpt dat zijn bezoekers ook een appeltje te schillen hebben met Tara, en stelt zijn leger ter beschikking. Ze spreken af aan het begin van het zandpad bij het Andere Amsterdam. De feestende hovelingen schrikken wel van de demonen en engelen die de koning omringen. Maar daar trekt deze zich niets van aan.
Dan gaat het gezelschap naar het Amsterdamse Bos. Ze weten het precies uit te kienen, Besertana snijdt een poort die precies uitkomt bij het grote vuur van de scoutingvereniging. Omdat er een groot verschil is tussen het verloop van de tijd in de twee werelden, hebben ze haast. Lux Eterna reageert even verbaasd, want vroeger liepen de twee Amsterdams synchroon. Blijkbaar heeft Tara macht over het verstrijken van de tijd. Dinges en de andere bewakers van het Huis Amsterdam worden gemobiliseerd. Er worden vuurwapens uitgereikt. Liselotte krijgt bijvoorbeeld een Kalashnikov die even groot is als zijzelf. Een klein meisje in een gescheurd jurkje met een hellebaard en een geweer op haar rug. Dat is wel een imposant gezicht. Kali en de joodse tweeling gaan ook mee. En dan stapt men terug door de poort.
Ludwig staat al aan het hoofd van zijn leger te wachten. Zijn soldaten zijn er van overtuigd dat hier gevochten wordt tegen de stenen heks die hun land heeft betoverd. En ze hebben verhalen gehoord over de ‘engelen’ die de koning hebben gewekt. Maar het zien van de strijdvaardige gedaantes van de Amsterdamse scouting is toch nog wat anders. Als Ludwig ze hartelijk begroet, worden ze (met enige argwaan) toch geaccepteerd. Een vreemd contrast: de ridders in hun mooie wapenrustingen en de kind-soldaten van Amsterdam
.
Sessie negenentwintig
We zijn inmiddels alweer een maand van huis. In de tempel van de Rijzende Zon overleggen we wat we gaan doen. Dyjab neemt contact op met met Oe’al. Die vertelt dat het thuis een ware volksverhuizing is. Verhalen over magische artefacten hebben Porto Libre faam bezorgd en dat heeft inmiddels al zo’n duizend nieuwe mensen aangetrokken. Hij heeft een sociale dienst moeten instellen en belastingen. 10 Dragon King tovenaars zijn hem komen helpen. De stadsmuur is inmiddels af. Er komen nu ook studenten naar de tovenaarsacademie, dus er zijn dringend boeken nodig. Verder voorziet hij problemen met de Dragonblooded, dus adviseert hij ons om op korte termijn terug naar huis te komen en bondgenoten te gaan zoeken in het Zuiden.
Sara, de Siderial die deze tempel leidt, is wel benieuwd naar onze stad en ze is bereid ons te helpen met de reis daarnaartoe. Ook kan ze een aantal boeken over magie leveren voor onze academie. Met een magisch ritueel opent ze vanuit de tempel een doorgang naar Porto Libre. We zien poorten en dubbele stadsmuren, met rijen mensen er voor. We stappen door de poort en komen aan op het grote tempelplein. Tot onze verbazing zien we het paleis van het Heptagram naast het plein staan. Steenhouwers zijn met kristallen hamers en vreemde organische Dragon King werktuigen in de weer. Er lopen torenhoge bouwrobots uit Autochthonia rond te sjouwen met gigantische steenblokken. Sara is onder de indruk.
Oe’al begroet ons. Hij heeft al die nieuwe mensen maar aan het werk gezet en nadat de muren af waren, was het hierheen halen en in elkaar zetten van het paleis wel een leuk werkgelegenheidsproject. Bij het inspecteren, blijkt dat de Dragon Kings de muren meer vanuit de esthetica hebben gebouwd dan met praktische kennis van verdedigingswerken. Diamondclaw brengt daarom wat verbeteringen aan. Hij laat wat poorten verplaatst en er wordt een gracht gegraven tussen de binnenmuur en de buitenmuur.
Ster en Raine gaan even op en neer naar Mos Kovia. Raine haalt de schatting op en Ster haalt bij de smid zijn harnas op. Daarna informeert hij bij de handelares in artefacten waar de Mountain Folk gezien zijn. Die weet te vertellen dat haar contact ze in de Oeral heeft gezien.
Dyjab maakt van de tijd gebruik om zijn tattoo wat beter te bestuderen. Het is een vreemd ding, want hij zit niet altijd op dezelfde plaats! Je ziet hem nooit bewegen, maar de draak verandert soms van plek en houding. In meditatie spreekt hijtegen Dyjab. Het is een afbeelding van de draak Mela die Dyjab waarschuwt dat hij zich niet teveel met details moet bezighouden. Het is tijd om een draak te wekken. En Dyjab heeft een slecht gevoel bij het Noorden, er zijn zorgen over het weer en er komt een kwaadaardige invloed vanuit Zuid Amerika.
Als iedereen weer bij elkaar is, gaan we naar Marokko. Naar Dyjab’s moeder. We laten de paarden achter bij Gibraltar en steken op een drijvend kristal over. Van daar lopen we. Om niet op te vallen, gaan de lunars in dierengedaante, Silverclaw als tijger en Ma Si als muisje. Raine doet zich voor als dienaar van Dyjab en Ster pretendeert dat hij God Blooded is. Marokko is een mooi groen land geworden, vredig, met veel handelssteden. We zijn nu in V’neef gebied en passeren kloosters met trainende vechtmonniken, een House of Bells in aanbouw en een Cloister of Wisdom. Dan komen we aan in Marrakesj, een onoverzichtelijke wirwar van straatjes en stegen waar Dyjab prima de weg kent. Hij is er tenslotte opgegroeid. Bij het paleis van zijn moeder, worden Dyjab en Ster uitgenodigd voor een kopje thee in de zomertuin. Raine wordt als bediende naar de keuken gestuurd om de thee te halen. Er komt een jongen aangerend die Dyjabs om de nek valt, het is zijn jongere broertje Steef. Ster vindt hem meteen aardig en ze raken in gesprek. De jongen blijkt net gexc3xabxalteerd te zijn en kan nog niet zo goed met zijn krachten omgaan. Hij vraagt wat Ster doet. Die antwoordt dat hij net sorcery heeft geleerd, maar nog geen spreuken kent. Steef vindt sorcery maar niks, hij wil naar de krijgsacademie.
Dan komt Moeder. Ze is een schitterende, zeer gedistingeerde roodharige dame. Eerst wil ze weten wie Ster is. Hij stelt zich voor als God Blooded en op de vraag of zijn vader een belangrijke god is, antwoordt hij "Nee, niet echt". Dan begint ze Dyjab te grillen over wat hij de afgelopen vijf jaar heeft gedaan. Maar als ze hoort over Porto Libre, handelscontacten met de verboden stad Mos Kovia en met de Lintha piraten, trekt ze bij.
"Dus het kan zijn dat jouw handelswaar door piraten gestolen is van huis Peleps?"
"Dat is niet uit te sluiten, nee."
"Ik ben trots op je!"
Als het ijs gebroken is, vertelt ze over de politieke ontwikkelingen van de laatste tijd. Dyjab moet nodig trouwen. Dat is goed voor de familie. Want huis Katak heeft een groot leger en is geallieerd aan huis Ledaal en huis Mnemon is de troonpretendent. Huis Iselsi is daarentegen zwaar in de verdrukking. Die zijn verslagen door de farao en die heeft hun gebied en het All-Seeing Eye ingepikt. Zij zijn de woestein ingedreven en daar zijn ze bijna uitgestorven, alleen in Albanixc3xab is nog een buitenpost van ze. Aan het einde van het gesprek zijn Moeder en Steef op de hoogte van het bestaan van Dragon Kings, de handelscontracten die we al hebben gesloten en dat we op demonen jagen. Ze is trots dat haar zoon geen nietsnut bleek te zijn en ze biedt ons de protectie van Huis V’neef aan. In ruil voor een handelscontract natuurlijk. We krijgen een aantal groene ibissen mee om contact te houden. Dan gaan we slapen. Voor het eerst in vijf jaar slaapt Dyjab weer in zijn eigen bed, Ster krijgt een logeerkamer, maar Raine en de dieren moeten naar de stallen. Diamondclaw plant onderweg nog een geurvlaggetje op een beeld van de Keizerin.
De volgende dag neemt Steef Ster mee naar zijn knutselhok. Ster vertelt enthousiast dat dit iets is waar je sorcery ook voor kunt gebruiken. Hij laat zijn lichtzwaard zien en een paar van zijn gadgets. Dan vertelt hij dat je als sorcerer-engineer leert hoe je deze dingen zelf kan maken. Hij bouwt een meccano robotje voor Steef en doet voor hoe je die met een beetje essence tot leven brengt. Steef blijkt een natuurtalent te zijn, want hij kan het meteen nadoen.
Terwijl de jongens met hun bionicles spelen en Dyjab met zijn zus Titania praat, die niet zoo onder de indruk is als haar moeder, gaan Raine en de lunars op onderzoek uit. Ze vinden een kluisdeur. Die moet natuurlijk open. Raine krijgt hem open, maar er landt daarbij een gifpijltje in zijn hand. In een soort schatkamer vinden ze nog meer groene ibissen, jaden scarabeexc3xabn en andere magitech artefacten. Ze drukken een ibis, vier zweefstenen en een jaden kruik achterover. Daarna wordt Dyjab gewaarschuwd. Hij herinnert zich dat zijn moeder antigif in haar slaapvertrek bewaart, dus Raine wordt ontgiftigd. Maar dan is het toch wel tijd om te vertrekken. We nemen ons voor om hierna naar Albanixc3xab te gaan, om te kijken of we Huis Iselsi aan onze kant kunnen krijgen.
The last shadow puppets
Net gezien op Later with Jools Holland: The Last Shadow Puppets (Alex Turner van Arctic Monkeys & Miles Kane van The Rascals) met "The Age of Understatement".
Tamara
Tamara liep over het zwarte strand. De zon brandde op haar bleke huid. Haar voeten deden pijn van het hete zand en ze verveelde zich. Na drie dagen met haar vader, haar stiefmoeder en haar vervelende broertje in de auto te hebben gezeten, was ze eindelijk aangekomen op de camping aan het meer van Bolsena. Gelukkig had ze dit jaar een eigen tent meegekregen, dan hoefde ze niet de hele tijd bij haar familie te zijn. Toen de auto eenmaal geparkeerd was, had ze snel haar tentje opgezet en haar nieuwe zwarte bikini aangetrokken. Toen was ze naar het strand gerend, om eindelijk alleen te zijn.
Ze liep langzaam, tilde haar voet pas op als het echt niet meer uit te houden was. Dat doen die klereleiers op school me niet na, dacht ze. Zou ik er blaren van krijgen? Van een zonnesteek kun je ook dood gaan. Dat zou wel een spectaculaire manier zijn om zelfmoord te plegen. Of langzaam, zoals Anniek, die snijdt zichzelf met een schaar. Dat is ook wel stoer. En Anorexia, daar heb je pas wilskracht voor nodig!
Twee jongens waren met een surfplank bezig. Ze waren bruin van de zon en hadden lang donkerbruin haar. Ze leken sprekend op elkaar, vast een tweeling. Eentje zwaaide lachend naar haar en riep iets in het Frans. Ze zwaaide terug. Misschien wordt het toch nog een leuke vakantie.