Wat begon als een tussendoor avontuur, is nu een volwaardige campaign die al bijna twee jaar duurt.
Hij heeft nu ook een naam: Tanais.
Ik ga de oude sessies daarom hernoemen. 🙂
Auteursarchief: ellahir
Tanais – 39
– Split party –
9-iv-R1
Gwan maakt een inventarisatie van prijzen op verschillende plekken. Hij is in Soul langsgegaan bij de Revolutionaire Raad, die bestaat uit Ted Carver en Edward Sedler. Hij vroeg naar overschotten en tekorten in verband met de handel. De stad zelf heeft geen tekorten, maar vee is welkom. De schapenhandelaren van Eenoog maken winst. Daarna gaat hij naar de markt. Er zijn hobbit lekkernijen uit Steddle, Qartiaanse wonderzalven (nep), een processie van Mutri-aanhangers en de intocht van Radir Halani de nieuwe handelaar van Qart. Er zijn meer Eenoog-kramen. Ze zijn professioneel en ze doen goede zaken in wol, hout en schapenvlees. Het valt hem op dat er veel zuiderlingen zijn, ze zijn slechter gekleed en bedelen of werken als sjouwer.
Van Soul gaat Gwan eerst naar Ashcroft, waar hij paarden heeft gekocht. In Ashcroft zijn ze op zijn advies ‘bereid’ om de vluchtelingen in ruil voor brood hout te laten kappen. Daarna gaat hij door naar Brocken. Daar is de veemark net afgelopen, maar hij kan de paarden nog steeds met 150% winst verkopen. In de herberg is het tafelzilver vreemd bekend. Het is afkomstig uit Risha’s paleis in Arjan’s Abode. Hij is nu, de 9e, op weg naar Shearton.
Terug in Arjan’s Abode. Het is er rustig en leger dan normaal. Het is stil, het ruikt niet naar wierook, er wordt nergens gezongen. Iemand wil Chang spreken. Het is een jongeman van een jaar of 25 met littekens. Hij draagt een buff jacket en heeft een boog op zijn rug, een mes in zijn riem en een zwaard aan zijn zij. Zo te zien is hij van noordelijke afkomst, misschien halfbloed shintasta. Hij stelt zich voor als Jorin Par. Hij heeft gehoord dat er gerecruteerd wordt en hij wil graag met eigen ogen de generaal zien. Chang neemt hem mee naar het exercitieterrein. Het blijkt dat hij een prima boogschutter is. Dat is mooi, want dat is een vaardigheid die in het leger een beetje ontbreekt. Chang kan hem eten en onderdak bieden, maar de schatkist is leeg, dus soldij is op dit moment nog toekomstmuziek. De straf op desertie is ‘kop er af’. Jorin gaat akkoord met deze voorwaarden. Dan demonstreert Chang nog even wat hij ‘echt vechten’ noemt.
Na afloop wordt Chang nog aangeklampt door twee andere soldaten. Er is bericht van de kapiteisns Bram van de wegenbouwers en Bert van de vloot. Ze komen allebei met gespecificeerde rekeningen. De aanleg van de wegen heeft tot nog toe 50 goud gekost, maar de scheepsbouwers hebben zo’n 500 goudstukken uitgegeven. Dat verschil vindt Chang te groot. Ze moeten mee naar de koning. Maar die is niet in de troonzaal en ook niet in zijn vertrekken. Uiteindelijk vinden ze Rishi in de bibliotheek van de brahmanen, waar hij een toverboek voor beginners aan het lezen is. Waar komt dat verschil vandaan? De afgezant van Bram vertelt dat ze eigenlijk alleen maar pikhouwelen hebben aangeschaft en een heleboel mensen hebben ingehuurd. Dat is niet zo duur. De boodschapper van Bram legt uit dat hij slechts de boodschapper is. Maar het vuur wordt hem desondanks na aan de schenen gelegd. Hout en werktuigen kosten geld. Ja… dus? Uiteindelijk komen we er achter. Al dit geld is een investering voor het volgende kwartaal. Dus het valt uiteindelijk wel mee. Maar toch is het een halvering van het budget van dit arme koninkrijkje. Ze mogen gaan.
Dan gaat Chang op zoek naar boeken met occulte kennis. De bibliotheek van de brahmanen is vornamelijk religie. Toch vindt hij er genoeg basiskennis om twee dotjes occult op te doen.
Adrarn is bij de stallen, spelletjes spelen met de stalknechten. Hij hoort dat er die avond een begrafenis is van een keukenknecht die van zijn paard gevallen is. Hij wordt xb4hoog geplaatstxb4. Dat wil zeggen dat hij bij volle maan voor de gieren neergelegd wordt. Tegen drie uur gaat hij naar Sandra en Florence.
Risha zadelt het groene paard en rijdt naar Bronwë.
Claude is intussen onderweg naar Ashcroft. Hij heeft zich vermomn als een lokaal iemand en komt vanavond aan.
Tegen het einde van de middag komt Risha aan in Bronwë. Het begint al donker te worden. Hij gaat naar het knekelbos van Pashupati en offert daar melk. Het is volle maan, Pashupati’s aspect, en hij heeft het ritueel correct uitgevoerd. De godheid verschijnt als driemaal manshoog wezen. “Fijn dat een echte Shintasta onze eredienst herstelt.”
Risha bewijst hem eer en vraagt om hulp bij he verslaan van de pestgeesten.
De godheid glimlacht: “Mijn advies is yoga, haal de kracht uit jezelf.”
‘Wat moet ik daar nu mee?’ denkt de koning, maar hij dankt de god toch voor het advies. Dan gaat hij mediteren onder de heilige eik. ‘Yoga hè? Dat betekent ongemakkelijk …’ Hij overweegt om aan een tak te gaan hangen, maar besluit het wat eenvoudiger te houden: ondersteboven op zijn handen staand. Als hij daar een uurtje staat daagt hem een inzicht. Dit is precies de verkeerde houding, want sap stroomt van de wortels omhoog. Als eik sta je rechtop met je armen naar de hemel. Hij gaat inde kaarshouding staan en voelt de kracht van Oaken door zich heenstromen. “Spirit Sword” Er vormt zich een zwaard van licht in zijn handen. Het is een stuk van zijn eigen ziel waarmee hij spirits kan raken, maar wat dwars door stoffelijke materie heen gaat.
Adrarn helpt de meisjes met aardappelen schillen. Florence vraagt hem: “Heb jij nog een vriendinnetje van je eigen leeftijd op het oog?” “Nee…” “Jammer. Sandra heeft nog wel een nichtje dat dat wel leuk is. Zullen we je aan haar voorstellen?” Dat was niet helemaal wat hij in gedachten had, maar ach. Daarna polsen ze of hij weet wat onze plannen zijn. Hij weet te bevestigen dat Claude foetsie is. “Niet doorvertellen hoor. Wij hebben in het geheim al een postduif naar het brahmaanse klooster gestuurd. Wil jij in de leer?” “Ja, maar ik zit al vast aan Risha en Chang voor training.” Als hij vertelt wat hij van brahmanen vindt, dan blijkt hij sterk gexefndoctrineerd te zijn door Claude. “Ah.” Daar gaan ze aan werken. Eerst vertellen ze hoe je je aan een meisje voorstelt: je begint met haar vader. Dan leggen ze uit dat er verschillende soorten brahmanen zijn. Aan de ene kant heb je religieuze, kuise brahmanen, maar aan de andere kant heb je er ook die in die kaste geboren zijn of anderszins niet-fanatiek zijn. Sandra en Florence bij voorbeeld zijn niet kuis of fanatiek, ze zijn gewoon goed in wat zij leuk vinden aan het vak.
Claude is bijna in Ashcroft als hij een ouderwetse optocht ziet van 40 oudere vrouwen met fakkels en hooivorken en een coastlander meisje met gebonden handen. Ze zijn op weg naar het Oude Wijven Bos. Hij sluipt er achteraan. De vrouwen zingen liederen aan Graire, de oude godin van de volle maan. Het meisje jammert dat ze onschuldig is. Hij vermomt zich als kolonel te paard en rijdt de stoet tegemoet: “Halt! Roept hij, “wat moet dat?”
Ze negeren hem. Dan laat hij zijn paard stijgeren. Ze zwaaien met hun fakkels en lopen om hem heen, niet onder de indruk. Een van de besjes bijt hem toe: “Ben jij nou een soulfielder? Gedraag je dan ook zo!”
Hij pakt zijn oorlogsboemerang en gooit daarmee de boeien van het meisje los. Ze zet het op een lopen, maar wordt weer gevangen. De vrouwen werpen zich ook op Claude. Met de Cascade of Cutting Terror maakt hij er een slagveld van en de overlevende oude wijven vluchten weg. Het meisje werd ook geraakt en ligt op sterven. Hij stabiliseert het meisje, legt haar over het paard en roept de vrouwen achterna: “Sulfielders gaan niet zomaar meisjes aanvallen.”
Hij rijdt door naar Ashcroft en bij de eerste boerderijen vermomt hij hun allebei weer. Dan vraagt hij onderdak bij een boerderij waar ze het meisje meteen helpen.
Chang is klaar met de bieb. Etenstijd. Daarna kata’s en een ronde door het paleis. Hij hoort rumoer van de mensen die naar de ‘hooglegging’ gaan. Hij geeft een kleine bijdrage. In de barakken checkt hij het slachtoffer van de carrion crawler. Die maakt het goed en is erg dankbaar. “Morgen om 7 uur op het appèl.” “Ja generaal!”
De nieuwe recruut is boogpezen aan het maken. “Denk ook aan peesbeschermers,” zegt Chang. “Eigenlijk moet je kunnen schieten zonder …”, antwoordt Jarin. “Dat is waar. Maar zolang ze het nog moeten leren wil ik geen gewonden.” Chang prijst hem voor zijn inzet en gaat verder naar de wapenkamer. Daar vindt hij vijf bogen, tweehonderd pijlen, tien zwaarden, acht bijlen, twintig slingers, dertig schilden, dertig dolken en tien leren harnassen. Dit is bovenop de uitrusting die de soldaten dragen.
Adrarn gaat met Florence en Sandra naar de uitvaart. Deze plek is vaker hiervoor gebruikt. Er liggen nog wat vingerkootjes en zo. Het lijk wordt onder zangen aan Ganesh en Pashupati op een hoge baar gehesen en dan achter gelaten. Het taboegebied wordt weer afgesloten, hier mogen alleen lijken en vogels komen. De vogels komen niet meteen, maar dat heeft ook nog tijd. Pas over een week wordt wat er over is, verbrand.
Risha dankt de goden. Hij is even in de verleiding om met zijn nieuwe toverzwaard de pestgeesten te gaan bestrijden, maar dan wint het gezond verstand en hij gaat weer terug naar Arjan’s Abode.
Gwan kampeert onderweg. ’s Nachts hoort hij hoorngeschal, ijl en mooi. Als hij gaat kijken vindt hij een aantal slanke gestalten te paard die achter een hert aanjagen. Als het hert neergaat, veranderen ze in haviken en doen zich tegoed aan het karkas. Ze negeren de solar en de jonge brahmaan die bij hem is. De brahmaan noemt hen ‘maanwezens’. Maanwezens wonen in Selene, ze kunnen van vorm veranderen. Het lijkt hem verstandig om bij ze uit de buurt te blijven. Na een kwartier vliegen ze naar het Noorden. De paarden blijven achter. Gwan en de brahmaan gaan weer slapen.
10-vi-R1
Chang gaat om half zeven al naar het exercitieterrein, even later komt Jarin er bij. Die geeft acht man les in boogschieten en acht man krijgen martial arts van Chang. Om zeven uur komt Adrarn er bij en hij traint met Chang mee.
Als Risha op zijn groene paard de nederzetting binnenrijdt, zwaaiend met een lichtzwaard, zijn de mensen onder de indruk. Hij gaat naar de exercitieplaats en laat enthousiast zijn nieuwe wapen zien. Chang denkt dat het wel een goed idee is om Jarin eens met een echte zwaardvechter te matchen en vraagt hem om met de koning te sparren. Natuurlijk met oefenwapens. Risha demonstreert zijn zwaardvechtkunst en wint gemakkelijk.
Claude gaat op pad met het meisje dat hij heeft gered. Hij gaat Zuid langs Soul en komt rond lunchtijd aan in het kuststadje Groath. Onderweg heeft ze zich voorgesteld als Daguerre, maar meer weet hij niet van haar. Ze is nog suf en heeft rust nodig. Morgen zal het wel beter met haar gaan. Als hij haar ergens ondergebracht heeft, stelt hij zich voor als ambachtsman en biedt zijn diensten aan. Er is weinig lokale bevolking, maar er zijn wel dertig werkers in het botenhuis. Velen zijn in opleiding. De eerste boot is half af. Om zich te bewijzen snijdt Claude een roer voor het schip en de meester scheepsbouwer is onder de indruk. Claude kan hier als gezel een zilveren penning per week verdienen.
’s Middags geeft Chang zijn soldaten vrij. De Martial Arts oefeningen gaan wel door en Adrarn doet met tegenzin mee tegen de verzuring. Daarna gaat hij uitrusten bij de begraafplaats. Dat is wel een griezelige plek. De gieren zijn inmiddels bezig en hij ziet er twee vechten om een arm. Dat worden nachtmerries vannacht.
11-iv-R1
Claude bouwt verder aan het schip en het meisje geneest al aardig. Ze is knap en aardig en flirterig.
Terwijl wij weer oefenen op het plein, arriveert er een stoet brahmanen in het paleis. Ze nemen hun intrek in hun eigen verblijven. Risha besluit ze te negeren en traint door. Na tweeëneenhalf uur komt de hoofdbrahmaan naar hem toe. Het wordt een vrij lange discussie, waarin de koning zijn ongenoegen uit over het deserteren en vooral dat ze niet naar hem toe gekomen zijn. Is het niet bij d=ze opgekomen dat Risha ook door deze Claude om de tuin geleid was? De brahmaan legt uit van hun uit gezien de koning en Claude twee handen op een buik leken. De brahmaanse gemeenschap heeft hem voor het blok gesteld. Een andere kwestie is de goddelijkheid van de koninklijke familie. Er is sprake van een groot misverstand: “Jullie zijn niet de goden zelf, maar de primaire vertegenwoordigers van de goden”. Chang bemoeit zich er ook even mee: “Officiële leringen wijzigen met het regime.” Uiteindelijk zijn we het over één ding eens. Wij willen Claude van zijn krankzinnigheid genezen. De brahmanen willen ons helpen om de maanwezens tezoeken. Chang gaat aan het einde van de dag Spirit Detecting Glance oefenen bij de begraafplaats.
3 xp
The RoSE – sessie 26
The RoSE sessie 26 – 29 november 2012
Tijdens de reis hebben de solars die naar Nexus waren, Sarina, Ghurkan en Sango, gehoord dat Five Days of Darkness bevrijd is. Sarina is wantrouwig, Ghurkan vreest dat dit niet zoxb4n goed idee is en Sango vindt het niet erg.
Deze keer spelen we met de groep die buiten Gethamane is. Atis, Sango, Little Shu, Shi Mei Lan en His. Atis voelt zich niet goed en blijft bij de luchtschepen. (De speler is ziek).
We besluiten om de luchtschepen aan de niet-belegerde kant van de berg te verstoppen. SML kan elementals oproepen. Een aarde-type zou er uit kunnen zien als een landverschuiving. Ze roept er één op en krijgt die, met enige moeite, te spreken. Het is een lesser dragon, die wel behoefte blijkt te hebben aan afwisseling na millennia van hier saaie ley-lijnen te bewaken. Schepen vermommen en vreemden, met name dragonblooded, aanvallen lijkt hem wel een leuk idee.
We besluiten dat de lunars eerst de legers gaan verkennen. His vertrekt meteen, SML heeft een laaiende aura vanwege het opropeen van de elementaal en moet dus eerst essence terugkrijgen. Sango leent haar een heartstone. Little Shu verkent de naaste omgeving. Er zijn konijnen en diverse eetbare besjes. Ook vindt hij overal giftige zwammen, waar je diarrhee van krijgt.
His vliegt als zeearend over het Noordelijkste kamp. De mensen dragen huiden om warm te blijven.. Maar daaronder kleurige kostuums van vijf Huizen. Elk regiment heeft zijn eigen segment in het kamp. In het midden staan de vijf commandotenten rondom een druk plein. In de haven liggen zo’n 20 grote schepen waarmee de troepen getransporteerd zijn.
Het Noordoostelijke kamp lijkt sterk op het Noordelijke. Eén van de legioenen is cavalerie. Er zijn dus heel veel paarden, een hoefsmid en zelfs een omheining met simhata’s (leeuwpaarden van de dragonblooded) bij de commandotent. Een ander legioen heeft het blazoen van een pissende reus op een rood veld. Het valt ook op dat deze soldaten geen uniforme uitrusting dragen, maar een bijeengeraapt allegaartje. De één draagt rood leer, de andere heeft een ijzeren harnas met rode punten, et cetera.
Na anderhalf uur gaat SML ook op pad. Zij gaat als Sharkbat, de soort die ook overdag jaagt, de andere kant op. Het Zuidelijke kampement heeft eveneens vijf segmenten. In ée;en segment draagt men geen harnassen. En velen ook geen wapens. Ze hebben geschoren hoofden en mengen ook niet met de rest.
Het Zuidoostelijke kamp heeft geen centraal plein, maar er staat een groot stenen gebouw in het midden. Binnen hoort ze chanting. Welke spreuk het is, herkent ze niet.
’s Avonds zitten we bij elkaar en bespreken mogelijke tactieken. Het Red Pisss Legion is misschien gevoelig voor het argument dat hun talenten hier verknoeid worden. De schepen moeten we met rust laten, een leger moet altijd een uitweg hebben anders worden ze fanatiek. Met de Immaculate Monks moeten we voorzichtig zijn. SML merkt op dat ze hier wel lekker uit de weg zitten, zodat de sorcerors op het Blessed Isle naar hartelust demonen kunnen oproepen.
We willen morgen bij één kamp poolshoogte gaan nemen. Sango doet Disguise of the New Face op de anderen. Little Shu’s harnas en boog veranderen in blauw jade, zijn anima in dat van een Air aspect dragonblooded (3 successen). Shi Mei Lan’s aura verandert ook, naar Fire aspect, en ze ziet er uit als een van de ruiters (6 successen).Bij His verandert alleen zijn aura, naar Water aspect (1 succes). Haar eigen aura verandert ze naar Wood en haar uiterlijk naar dat van een piekenier. Vóór zonsopkomst zet Atis ons af bij het Noordoostelijke kamp, bij de ruiters.
De wacht houdt ons aan e vraagt naar onze pasjes. Na enig heen-en-weer gepraat weet His, met een social charm, de schildwacht er van te overtuigen dat het heel logisch is dat een stel adelborsten geen pasje meeneemt als ze naar de hoeren gaan. Sango geeft de bedrukte wachter een paar zilveren muntjes en een complimentje voor zijn ijver.
Little Shu let op de manier waarop de verschillende legioenen met elkaar omgaan. Men blijft vooral in het eigen kamp, behalve op de peden tussen de kampen, die fungeren als hoofdwegen. Er is rivaliteittussen de legioenen, de cavalerie kijkt neer op de rest. Bij de cavalerie zijn weinig dragonblooded, maar dat is logisch want hun aura is dodelijk tenzij ze de juiste charms hebben. Alleen simhata kunnen er van nature tegen. Veel van de soldaten koken voor zichzelf. Arme soldaten koken op sprokkelhout, de rijkere hebben speciale kristallen die vanzelf gloeien. Er is ook in ieder kamp een centrale keuken met voorraden waar men van mag pakken en een grote kookplaats met daarin een haardkat. Little Shu gooit snel een voorraad giftige paddestoelen tussen de klaarliggende paddestoelen. Als een kok hem vraagt wat hij doet, vraagt hij om een stuk kaas. Bij het weglopen ziet hij hoe de kok voor zichzelf een biertje tapt. Het bier zouden we ook kunnen vergiftigen of laten weglopen. De discipline is hier tamelijk laks. Tussen de legioenen zijn dagelijks wel opstootjes. De commandanten gaan wel op redelijke voet met elkaar om.
His gaat kijken in het kamp van de Red Piss Legion. Met een ‘knack’ kan hij zijn kleding veranderen. Hij haalt een broodje kaas bij de keukentent en ziet dat hier de drank in een afgesloten schuur wordt bewaard. His zoekt een kat, en vindt dicht bij de keuken de officiele regimentsmuizenvanger. Eén druppeltje bloed en His is een kat geworden. Hij zorgt er voor om er net iets anders uit te zien dan de verontwaardigde Poem. Dan gaat hij wachten bij de drankschuur. Tegen de tijd dat de deur opengaat glipt hij naar binnen en daar zet hij de vaten open.
SML en Sango onderzoeken de efecten van sharkbat-droppings. Vooral brood bederft er van. Ze mengen het door de graanvoorraad bij een infanterie legioen. Little Shu gaat bij een ander infanterie onderdeel langs en stookt ze op: “De cavalerie, die pony-club, kijkt op ons neer. En de Red Piss, allemaal misdadigers, ook!”
Het vijfde legioen laten we met rust.
Op de tweede dag doen we hetzelfde met het Noordelijke kamp. Dat bevat voornamelijk zeelieden en mariniers.
Hoe pakken we de Immaculate Monks aan? Een deel van hen zal in de Wyld Hunt hebben gezeten, en anathema invloeden zullen ze relatief snel ontdekken. Sango herinnert zich de drie monniken die meededen met het toernooi in Nexus. “Als we die nu in naam van mijn grootvader een brief sturen over demonen op het Blesse Isle?” Dat lukt prima. Na een week trekken de Immaculate Monks weg. We zorgen dat het Red Piss Legioen hiervan hoort en planten het idee: ‘ergens anders zijn problemen en wij zitten hier maar duimen te draaien’.
In de tussentijd richten we onze aandacht op het laatste kamp met de sorcerors. Er zijn veel westerlingen (zeeheksen), noorderlingen (ijsheksen), oostelijke bostypes (gifmengers), zuiderlingen die vooral om hun kampvuren zitten te kleumen, en een afvaardiging gelieerd aan het Heptagram (niet alleen dragonblooded, maar ook godblooded, ghostblooded en awakend humans).
4 Xp
Ares wordt uitgegeven
Mijn boek Ares wordt uitgegeven
(^-^)/
Uitgeverij Elikser in Leeuwarden ziet het wel zitten. Helaas zullen de illustraties van Sander ten Napel er niet in worden verwerkt. Dus die laat ik voorlopig nog op de oude website staan.
Zodra ik meer weet zal ik het doorgeven.
Tanais – 38
8-vi-R1
Even terug naar het moment voordat we vorige sessie eindigden. ‘s morgens vroeg zit Claude ergens te ontbijten. Chang en Adrarn zijn al op het exercitieplein aan het oefenen. Als Risha zijn kamer uitkomt, wordt hem door de paleiswacht gemeld dat de brahmanen weg zijn. Hij heeft meteen een verdenking en roept zijn vrienden bijeen.
“Claude, wat heb je gedaan?”
Die vertelt feitelijk en zonder omhaal wat er gisteren is gebeurd. Risha luistert met groeiende verbazing naar het relaas. Claude eindigt met: “en als ze jou vertrouwden, dan waren ze wel naar je toe gekomen in plaats van weg te gaan.”
Risha realiseert zich dat dit op zich wel waar is. Maar dan nog. “Ik had je toestemming gegeven om te infiltreren, niet om je voor te doen als minister van financiën en zomaar mensen in de nor te gooien! Nou heb ik geen regering meer. En als ik met hangende pootjes naar ze toe moet, is het koningschap zijn respect kwijt en zijn ze machtiger dan ooit.”
Claude denkt nog steeds dat hij er goed aan gedaan heeft en wijst er op dat de brahmanen Eenoog in het pantheon op wilden nemen. De ruzie loopt hoog op en uiteindelijk roept Risha “Hou je mond, ik wil je niet meer zien. Wachter! Wijs deze meneer de deur.”
Als hij het paleis uitgegooid wordt, ziet Claude dat er al mensen met vlaggetjes langs de kant van de weg staan, klaar voor de optocht. Hij zadelt zijn paard en trekt naar de Midgewater Marshes.
Adrarn gaat ook naar buiten terwijl Chang en Risha de brahmanenverblijven doorzoeken om er achter te komen wat er gebeurd is. Vijf meter van de voordeur ligt een brief aan Risha. Daarin bieden ze excuses aan voor het plotselinge vertrek. Ze wensen de koning succes en verklaren bereid te zijn om terug te keren als Claude verbannen wordt. Het magische poeder ligt in de koeling. Zij zijn naar een oud klooster.
“The show must go on.” Chang ontbiedt de stadsomroeper en laat doorgeven dat het programma is omgegooid. Risha haalt de soldaten, de stalknechten en het keukenpersoneel over om de priesterlijke gewaden en maskers aan te trekken. En dan gaat het gezelschap in processie door de straten. Risha loopt voorop. Hij doet zijn best en de mensen zijn onder de indruk van zijn performance. Chang heeft paarden geregeld voor ons als rij- en lastdieren. Buiten de stad trekken we de gewaden uit en sturen we het personeel terug onder belofte van geheimhouding. Ze krijgen extra rantsoenen mee voor hun familie. De kleding nemen we mee.
Na een halve dag gaat de weg omhoog. Er zijn geen spinnen meer. We laten de paarden en de soldaten achter bij de poort van Bronwë en gaan verder naar het kasteel. De heilige eik staat er veel gezonder bij dan eerst. We hebben zes vaten poeder bij ons en beginnen op de brug naar het kasteel. Als we het poeder aanraken, brandt het. We verstrooien het daarom met behulp van potscherven. Bij de deur zien we groene pestgeesten die op ons wachten. Het poeder valt door ze heen op de grond, waar het een beetje sist. Als Adrarn er water over gooit begint het hevig te bruisen en er komen giftige dampen van af, dus dat lijkt geen goed idee te zijn. Er zijn veel van die geesten die uit de ramen kijken wat we gaan doen. Adrarn blijft hier achter, Chang en Risha gaan het kasteel in. Zonder soulsteel vinger vallen de geesten direct aan. Maar de twee solars raken niet besmet, omdat ze solars zijn verweert hun imuunsysteem zich kranig. De geesten worden licht gemuteerd door onze invloed. Onder het gooien van héél véél saving throws (die langzaam makkelijker worden) gaan we omhoog. De geesten vallen gewoon door hun heen. Terug gaan ze via de kelders, dat is het snelste. Door de geheime deur komen ze bij de beek en van daar in het magische bos.
De spelleider en speler gaan even de gang op om uit te spelen wat Claude zoal meemaakt. Claude is bij de rand van het moeras. Hij legt booby traps en zoekt een dikke tak op om op te slapen. De volgende dag rijdt hij verder langs de moerassen. Hij blijft in Soul en reist langs de grens met Eventyr. Hij vermomt zich als soldaat en trekt ten Zuiden van Soul stad verder naar de vervuilde kust. Onderweg merkt hij niet eens dat de brahmanen van veraf proberen zijn gedachten te bexefnvloeden om hem van zijn afkeer jegens hun kaste af te helpen.
Wij slaan kamp op in het poortgebouw en maken een wachtschema. Plotseling realiseert Risha zich dat we de toverspreuken niet wisten, die tijdens het poederen moetsen worden gereciteerd.
Adrarn ziet onderaan de heuvel een kampvuur. Hij waarschuwt Chang, die gaat verkennen. Chang treft een verlaten tentje met het wapen van het paleis, en er staat een pot lekker ruikende soep op.
“Hee Chang,” hoort hij. Drie meisjes komen uit het bos. “Komen jullie er bij zitten?”
Ze vragen hoe het is gegaan en reageren stomverbaasd als ze horen dat de brahmanen pleite zijn. “Claude was weer eens bezig…”
“Ah. Die enge creep weer. Ben je hier in je eentje?”
“Héé, ik ben er ook hoor,” roept Adrarn.
Claude vertelt dat het de uit de hand gelopen is tussen Risha en Claude. Na enig nadenken zien ze in dat een ongeziene Claude nog gevaarlijker is. Chang zegt dat hij geen idee heeft waar de brahmanen heen zijn.
Die nacht gaat Adrarn om een uur of vier weer bij Florence en Co langs. Ze horen hem uit over wat er nou precies gebeurd is. Sandra en Florence zijn blij dat Claude weg is, Adrarn niet. Ze vertellen hem dat ze hier zijn om de magische paarden op peil te houden. Als hij daar om vraagt, willen ze graag een ritueel voor hem doen zodat paarden niet meer bang voor hem zijn.
9-vi-R1
’s Morgens wordt Chang wakker van een gesmoorde kreet. Als hij opstaat ziet hij dat de slaapzak van Adrarn leeg is, maar hij heeft wel een vermoeden waar de jongen uithangt. Erger is dat de wacht er niet is. Hij maakt een andere soldaat wakker en gaat verkennen. “Als ik in 10 minuten niet terug ben wek dan de koning.”
Hij vindt slijmsporen op het gras. “Carrion creeper! Haal Risha!” Die pakt zijn zwaarden en rent achter Chang aan naar het Ushas heiligdom. We zijn nog net op tijd voordat het monster de geparalyseerde wachter het vrouwenverblijf in kan slepen. Het beest vlucht na een rake klap van Chang, met achterlating van de soldaat. Chang stabiliseert de man. Met Wound Mending Care herstelt die snel. De andere soldaten zijn diep onder de indruk van Hun generaal die met handoplegging vreselijke wonden kan genezen.
Dan breken we het kamp op en gaan naar Arjan’s Abode. Onderweg hebben we het over Claude. “Wat doen we met hem? En wat denken jullie dat hij nu aan het doen is?” Risha stelt voor om de lunar mates te zoeken en in te schakelen. Chang denkt dat Claude naar de solar stad is. Adrarn verwacht dat hij de keuken catamaran zal nemen. Claude kan het beste zeilen.
In Aryan’s Abode vinden we allemaal een afscheidsbrief van Claude. In die van Risha staat:
‘Beste Risha,
Ik geef toe ik heb een fout gemaakt
Maar jij hebt veel te veel vertrouwen
in de br**m*nen. Daarbij vertrouwen
ze jou ook niet: jij een god? Voor hun
ondenkbaar. Niet voor niets zetten ze jouw
tempel buiten bronwee. Enfin Genoeg
hierover. Ik ben teleurgesteld in jou
onverbiddelijke houding. Iedereen maakt fouten.
Het echte probleem is éénoog.
En aan br**m*nen heb je niet genoeg.
Daar zijin solars voor nodig. Ook
night castes.
Ooit staan we weer aan dezelfde kant
Op het slagveld tegen éénoog.
’t Ga je goed. Claude.’
Risha is geroerd. Veel van wat Claude zegt is, nu hij er zonder woede over kan denken, wel waar. Maar hij ziet ook dat de bizarre haat jegens brahmanen Claude in de weg zit. Daar moet wat aan gedaan worden. Toch realiseert Risha zich dat hij zelf ook veel zwakke plekken heeft.
Chantal was er al eerder dan wij en zij begroet ons. We hebben een gesprekje met haar over de macht van de brahmanen en zij is het met Chang eens dat de priesters er gewoon aan zullen moeten wennen dat er weer een koning boven ze staat.
The RoSE – sessie 25
The RoSE sessie 25 – 8 november 2012
Sango, Ghurkan en Sarina zijn een dagje naar Nexus. Ze blijven twee nachten weg. Little Shu oefent de hele tijd met zijn Windblade om vliegende martial arts onder de knie te krijgen. Sango geeft aan White Owl een briefje mee voor de dragonblooded broers, over de plannen van de keizerin en het spontaan oproepen van de jozi’s. Tawuz geeft de lunar verzetsman uit An Teng een brief mee voor oudtante, met daarbij ook een afschrift van Blood Without Ties.
Marina gaat de voilgende ochtend met de Dragon King de tempel binnen. Ze vertelt dat ze priesteres is van Luna. Vroeger deden een priester van Sol en een priester van Luna samen een ritueel met Calibration. Ze zijn het eens dat het interessant zou zijn om bij de volgende Calibration hier af te spreken.
Ze hoort ook dat de god Five Days Darkness door de solars in stasis is gebracht. Waarom weet de dragon king niet. Ze overlegt even met de andere lunars. We besluiten om er informatie over te zoeken. Een vermoeden is dat hij Sol te goed tegenspel zou hebben gegeven in de Games of Divinity.
We kijken eerst in het deliberative of de AI nog informatie heeft. Ja. Het was in het begin van het deliberative, toen de solars nog niet gek waren. Het was een expliciet verzoek van Sol zelf, in het jaar dat één van de ontbrekende primordials weer kwam opdragen. Helemaal gereed voor de strijd, maar niet aanvallend. In de bibliotheek vinden we meer: de broer van Sol, in macht zijn gelijke, in deugd zijn gelijke, speciaal geschapen om de wereld tijdens Calibration te beschermen tegen de Wyld, wanneer Sol dat niet kan.
We vinden het toch wel aantrekkelijk klinken om hem uit stasis te halen. En we moeten de solars daar niet teveel bij betrekken. Na wat gedelibereer gaan we de kapel in. SML gaat in beastman vorm, een katachtige. Als no-moon en als kat heeft ze een dubbel voordeel en kan ze wat zien in de duisternis. Aan de muur staat een standbeeld met een kristallen scepter. De anderen zien niets.
Marina verandert in een vleermuis, zodat ze met sonar kan waarnemen. Er zitten letters uitgebeiteld in de achterwand. Tawuz wrijft ze over met papier en houtskool. Het blijkt de spreuk te zijn om de Calibration Gate te openen.
Marina neemt waar dat er een vierkante sleuf in de voeteneinde van de sarcofaag zit. Dezelfde vorm als de scepter. SML wrikt de scepter los. Ja, die past! We horen een zachte klik. EoA tilt de deksel op, maar daarbinnen heerst nog het stasisveld. Tawuz krijgt een idee en trekt de scepter er weer uit. EoA neemt hem over en duwt hem in de hand van de god. Het stasisveld is weg. Hij begint te ademen.
Als hij zijn ogen open doet, verdwijnt de duisternis. “En waarom hebben de heren van de schepping me gewekt?” Dan ziet hij dat we lunars zijn. “Ah, er is ècht iets veranderd!”
We vertellen dat hij een paar millennia in stasis is geweest. We gaan met hem naar buiten en hij ziet de vernielingen. “Er zij wijn!”
Met een plotseling verschenen beker drinkt hij wijn met ons en wisselen we informatie uit. Calibration dient om Creation te fine-tunen. Daarom heet het zo. Hij is opgesloten op bevel van Sol. Die wilde alle dagen de baas zijn. Wij vertellen over de val van de solars.
Atis en Little Shu komen langs en zien dat de lunars met een god met vleugels zitten te praten. E stellen ze aan elkaar voor. Little Shu buigt, de broer van Sol is tenslotte een belangrijke god. Atis volgt zijn voorbeeld. Als die ons verhaal hoort, zegt hij dat hij blij is dat we hier geen solars bij hebben betrokken. Tawuz: “We wilden ze niet belasten en de beslissing met een helder hoofd nemen.”
De god wil de wereld gaan verkennen en over zeven maanden een goed calibration festival vieren. Het ritueel van Marina en de dragon king is belangrijk maar niet noodzakelijk voor zijn functioneren. Het vergroot wel zijn mogelijkheden. En er moet zo te voelen wel het één en ander gecalibreerd worden! Hij wil niet dat we zijn aanwezigheid geheim houden, anders komen de siderials van het Bureau of Secrets er achter dat hij weer terug is. Little Shu stelt voor om het aan Sango’s opa te vertellen. En als we het goed willen doen, moeten we op de elfde dag van Resplendent Air een Prins Calibration laten kiezen door een Raad van Elf. Dat is een mooie taak voor opa. Atis zal het doorgeven aan zijn half-caste dochter in An-Teng. Alleen jammer dat de lunar boodschapper naar An Teng al vertrokken is. x85 “Die kun je gisteren wel meegegeven hebben,” zegt Five Days Darkness en neemt het briefje aan. Tawuz schrijft een briefje aan Sango’s opa. (Op het moment dat FDD het van hem aanneemt, herinnert Sango zich twee continenten verderop dat ze nog een briefje van Tawuz aan opa in haar zak heeft en geeft het af.)
Marina vraagt naar de plannen van de godheid. Hij geeft geen antwoord, maar neemt vriendelijk afscheid.
Tawuz ziet dat het wijnvat nog niet leeg is en stelt voor om een moot te houden. Iedereen vindt het een prima idee. Bull of the North en Gerd Marroweater sluiten zich aan. Dat er twee solars bij zijn is niet erg. Little Shu en Atis krijgen ter plekke Rang ‘Half’. We vertellen verhalen en het vat raakt niet leeg tot de zon opkomt. Eén van de lunars merkt nog op dat dit een historisch moment is: de eerste moot op de Heilige Berg! De dragon king ergert zich aan de dronken slapers op ‘zijn’ plein.
Als de overige solars de volgende dag terugkomen worden we wakker. Gerd en BotN willen naar het Noorden. Sango zegt: “Daar moeten wij ook heen, voor de reserve pool.” Wij hebben nu luchtschepen, dus we kunnen gezamenlijk op reizen. Dan komt er een discussie over wie wat wil doen. Tawuz wil de solars niet alleen naar de pool sturen, “wij zijn veel beter in informatie verzamelen!” Daar heeft hij een punt …
Maar de belegering van Gethamane is ook belangrijk. Een van onze hypotheses is dat de reserve pool van Gethamane het werkelijke doel is van de Keizerin.
De reis duurt ongeveer twee weken. We gebruiken de tijd om dingen van elkaar te leren. His leert aan Sango en Atis om het luchtschip te besturen. Als we aankomen, zien we dat gethamane belegerd wordt door vier legers van ieder zo’n 25.000 man, geleid door een stuk of 10 dragonblooded. Dit zijn 20 legioenen, een groot deel van het leger van het keizerrijk.
We speculeren over wat nou de relatie is tussen de pool en Gethamane en daarna besluiten we om op te splitsen in een infiltratie- en een aanvallende groep. Binnen: Sarina, Ghurkan, EoA, Marina en Tawuz (3 lunars en 2 solars); buiten: His, Little Shu, Sango, Atis en SML (2 lunars en 3 solars).
Sarina gaat eerst verkennen. Er zijn vier grote orichalcum deuren, op vier van de zes punten van een zeshoek. De twee andere posities zijn in het verre verleden door lawines verwoest. Ze komt niet door de deuren of de lawines, ondanks dat ze onstoffelijk is. Er zijn hier ook helemaal geen geesten, spoken of lokale goden. Tawuz vliegt rond in vogelvorm. Hij kot er achter dat de legers zich vervelen. Het is duidelijk een lange belegering. EoA verkent de lawines in muis/vorm. Ze ziet dat de lawine niet helemaal natuurlijk is. Sommige stenen zijn expres voor de laatste tweee deuren gelegd. En die liggen zo, dat ze weggehaald kunnen worden om een tunneltje te vormen. Het zou dan eenvoudig zijn voor een paar mannen met schoppen om de lawine weg te graven en de stad relatief snel te ontruimen.
We besluiten xb4s nachts een kruipgang vrij te maken. Dat lukt en we ontdekken een kleine deur. Hij is gemaakt door solasr en mountain folk. Ghurkan en Sarina kibbelen wat, waarna Sarina haar lockpicks pakt en het slot met opvallend weinig moeite opent. Het slot lijkt te voelen dat een solar het open maakt. Ze moet het slot wel even smeren. EoA vult intussen de kruipgang weer op. Ook dat gaat eenvoudig.
Binnen is een gang. Er zijn lichtpunten, maar veel ervan werken niet. Na 100 meter komen we bij een neergelaten valhek. EoA klopt aan, geen reactie. Tawuz verandert in een kat, stapt er doorheen en opent het hek met het knopje. Achter ons sluiten we hem weer. 50 meter verder is er nog een en daarna nog één. Dan loopt de gang dood op een muur. Tawuz doet xb4Eye and Fingertip Wisdomxb4 en voelt dat dit uitkomt op een doorgaande straat. De andere kant is gepleisterd zodat je niet ziet dat er een deur achter zit.
Opzij is een douanekantoor met uitgedroogde stempels en tijdelijke pasjes. Tawuz schrijft er vijf uit.
Als we de deur openbreken, kijken de mensen op straat geërgerd, maar niet verontrust. De straten zijn goed verlicht, alle lichten werken. De mensen zijn rustige en redelijk weldoorvoed. Alleen de kinderen maken lawaai. Sarina peilt de stemming; ze krijgt de indruk dat de mensen weten dat ze belegerd worden, en er van uitgaan dat buitenlanders die binnen zijn hier ook mogen zijn. En dat ze rotzooi maken en zich slecht gedragen, tsja het blijven buitenlanders.
Tanais – 37
4-vi-R1
Winter in het sprookjesbos van The Wyrd. Het is 4 uur ’s middags op dag 4 van de zesde maand van Risha’s regering. Chang krabbelt op uit zijn krater en vertelt wat hij heeft meegemaakt met de reuzen en dat hij onze oude stad heeft gezien en voelt dat onze lunars ergens in de buurt zijn. Waarschijnlijk in Selene.
De meisjes willen zo snel mogelijk terug naar Arjan’s Abode en Risha moet daar ook uiterlijk over vier dagen zijn, dus er is geen tijd om nog even naar Selene op en neer te gaan. Het is nu eigenlijk te laat om te vertrekken, dus er wordt een kamp opgemaakt. De dames houden zich bezig met de paarden en Adrarn papt met ze aan. Ze vinden hem wel koddig. De anderen delibreren waar ze de gasten voor het festival moeten onderbrengen. Omdat we een paar daagjes extra hebben, bedenken we dat we morgen eerst naar het magische bos kunnen en daar de spinnen bestrijden voordat we de paarden los kunnen laten.
Risha stelt voor om voor we gaan slapen de grot te onderzoeken. Claude wil niet mee, want die kent hem al. Eerst vinden we de slaapplaats van de reuzin, daar voorbij is een hek waar door Claude wat spijlen uitgerukt zijn. Hierachter ligt veel paardenstront. Als we verder lopen wordt het steeds smaller. Op een bepaald punt vindt Chang een rotspunt die een beetje lijkt te trillen als een fata morgana. Als Risha er zijn vinger tegen aan wil houden, steekt hij er doorheen en voelt hij een frisse tinteling. Adrarn doet het ook. Risha wil er doorheen stappen, typisch een van zijn onbezonnen acties. Chang houdt hem tegen en bindt eerst een touw om het middel van de jongen.
Aan de andere kant vindt hij een grot die het spiegelbeeld lijkt van waar hij net vandaan komt. Het touw valt tegen zijn been, doorgeschroeid. In het licht van zijn kasteteken ziet hij dat de wanden vol staan met geblazen afbeeldingen van dieren. Hij ziet eenhoorns, holenberen, mammoets, gevleugelde paarden en nachtmerries. Er zijn ook restanten van een vuurplaats. De jonge koning draait zich om en voelt of de doorgang er nog is. Aan hun kant zagen Chang en Adrarn ook het touw neervallen, maar nog voordat ze iets kunnen ondernemen, zien ze Risha’s hand weer uit de muur komen. Chang stapt er ook doorheen. Dit is de eigenlijke ontstaansgrot. De reuzin trok met de gestalde paarden nieuwe magische paarden uit de muur tevoorschijn, die dan door het portaal naar haar kant kwamen. Samen lopen ze de grot verder in. Het wordt weer groter, en steeds kouder en er ligt zelfs wat sneeuw. Als ze een hoek om komen, waait er een ijzige wind. Is dit een portaal naar het Noorden? Ze gaan weer terug.
Als iedereen weer bij het kamp aankomt, hangt daar een ongezellige sfeer. Claude kan het echt niet goed vinden met de twee meisjes. Hij is zijn ballen aan het sorteren om hun te ergeren en zij zingen brahmaanse spotliedjes om hem uit te dagen. Risha vertelt over de ontstaansgrot en de meiden gaan er enthousiast naar toe. Na drie kwartier horen we ze weer: “Kom maar jongenx85”
Ze hebben een grote witte pegasus hengst bij zich. Die is erg schrikachtig in de buurt van de solars, maar Adrarn verdraagt hij wel.
5-vi-R1
We worden wakker in een prachtige zonsopgang. De meisjes gaan baden in een nabij meertje en Adrarn bespiedt hen vanuit de struiken, puberdroom. Claude ruimt de kampplek op en verwijdert de sporen van de reuzin. Hij laat graffiti achter in de grot: een ninja die twee brahmanen slaat met een zweep.
We rijden door het Wyrd bos. Dat gaat over van een sprookjesbos in een gewoon eikenwoud en daarna rijden we door de landerijen. Men is druk aan het werk om het land klaar te maken voor de winter. De kleuren zijn normaal, niet grijs. Tegen half vijf komen we aan bij de klif, de dames rijden door naar Arjan’s Abode, wij slaan af richting Bronwë en komen bij het magische bos. Die nacht gaan we spinnen jagen. Adrarn wordt gestoken door een reuzenspin. Maar met heel veel geluk en dankzij de genezende krachten van Chang overleeft hij. Claude probeert te helpen door het gif uit de wond te snijden. Het is heel moeilijk en Adrarn zal er wel een litteken aan overhouden. Hij bloedt en is delirisch. We vinden aardig wat spinnen, maar niet de broedkamer. Claude maakt een omheining van spinnenpoten. Daarbinnen stallen we de paarden en slaan we zelf ook kamp op.
6-vi-R1
We blijven spinnen jagen, maar vinden de broedkamer niet.
7-vi-R1
Eindelijk, op een open plek bij het meertje vinden we de spinneneitjes. Claufde steekt het allemaal in de fik. Er zullen nog wel een paar spinnen in het bos zijn, maar nu komen er in ieder geval geen meer bij. De paarden kunnen los. Dan zien we Chantal en de andere twee dames op eenhoorn aan komen. Ze willen dat wij weggaan, de brahmanen wachten met smart op Risha. En ze hebben zelf vrouwendingen te doen in het bos. Risha weerhoudt Claude er van om achter te blijven. (Dom, dom, dom.)
Tussen de middag komen we aan in Arjan’s Abode. Het personeel heeft een rustige tijd gehad, maar onder de brahmanen heerst één en al bedrijvigheid. De hoofdbrahmaan komt meteen op Risha af. Hij is blij dat de spinnen verslagen zijn, maar nog veel blijer dat de koning op tijd is voor de festiviteiten. Morgen zijn de laatste voorbereidingen en overmorgen gaan we allemaal in optocht naar Bronwë. Drie dapperen gaan dan voorop om de geesten te bepoederen, dan de koning om hun te beschermen en daarachter een bonte stoet van brahmanen en genodigden in rituele kostuums.
Claude besluit om de minister van financiën nog eens te gaan terroriseren. Hij geeft hem opdracht om alles nog eens na te tellen zodat die niet mee kan met de optocht. Claude wil zijn plek innemen in de stoet.
Risha neemt de hoofdbrahmaan apart. Hij wil sorcery leren. De brahmaan belooft om een mentor voor de koning te zoeken. Hij is er nog steeds van overtuigd dat Eenoog prima in het pantheon past als vorm van Saman, de god van het middernachtelijk vuur.
Chang gaat de kostuums eens bekijken. Het zijn maskers van demonen en duivels en er komen veel veren en bodypaint aan te pas. Ze hebben hier erg veel werk in gestoken. De brahmanen zijn in een uitgelaten stemming, er hangt echt een ‘hoera’-sfeer. Chang laat weten dat hij liever niet zo’n raar pak aantrekt en thuis wil blijven. De brahmanen reageren een beetje gekwetst, maar stiekem zijn ze er wel een beetje blij mee. Er horen eigenlijk geen buitenstaanders bij hun ritueel, maar ze waren te beleefd om dat te zeggen.
Adrarn gaat naar de wapenkamer om zijn chainmail te verbeteren. En hij gaat naar de kapper. Die geeft hem een modieus kapsel wat bij de tieners in het stadje een stuk beter in de smaak valt dan de qartiaanse dracht.
Na het eten gaat Chang verder met de training van Adrarn en Risha.
Claude vermomt zich als de minister. Hij wordt verbaasd aangesproken: “Ik dacht dat jij weg was. Je had toch dat akelige briefje achtergelaten? Wat was er in jou gevaren?”
“Claude.”
“Ja, dat is echt een creep. Het is dat we een erecode hebben.”
“Tsja, Pashupati heeft hem een kracht gegeven. Dus ik kan niets tegen hem beginnen.”
“Waarom? Naar Eenoog overlopen is toch geen optie!”
“Ik moest naar een sterkere god.”
“Dat slaat nergens op. Jij hebt toch niets met Pashupati te maken!” roept de man boos, “Alarm! Indringer!”
Er komen wachters aangesneld. Claude, nog steeds in de vorm van de minister van financiën, doet alsof de man die hem aansprak de indringer is. Hij wordt geloofd en ze zullen de brahmaan naar de koning brengen. Claude kleedt zich snel om naar zichzelf en onderschept ze. Hij wil dat ze de man aan hem overdragen omdat de koning momenteel niet toonbaar is wegens ontbloot bovenlijf, zweet en blauwe plekken van het trainen. Het kost wat moeite, maar als ze in de lege troonzaal aankomen, wordt hij uiteindelijk geloofd en dragen ze de brahmaan aan Claude over.
De arme man smeet dat hij onschuldig is en dat hij geframed is.
“Ga eerst maar eens afkoelen in een cel tot na Bronwë.”
Claude gooit hem in het cachot en gaat weer verder als minister.
8-vi-R1
De volgende ochtend is het vreemd stil in het brahmanen kwartier. Ze hebben hun spullen gepakt en zijn weg. Ook de cel is leeg.
Risha heeft wel een vermeden wie hier achter zit.
“Claude, ik wil je nooit meer zien. Ook niet in vermomming.”
Tanais – 36
3-vi-R1
Het begint winter te worden.
Gwan heeft een briefje achtergelaten: hij is op handelsreis (de speler van dit personage speelt nu Adrarn). Zijn doelen zijn: 1. Paarden weer populair te maken; 2. De weg naar Shearton vrijmaken, zowel om de handel in schapen en wol te verbeteren als om Eenoog sekte dwars te zitten; 3. De vluchtelingen werk te geven door ze hout te laten kappen in Old Wive’s Forest.
Claude stuurt instructies na dat er ook weer nieuw bos moet worden aangelegd na de kap en hij wil mensen leren hoe ze papier kunnen maken van houtpulp en perkament van dierenhuiden.
Deze morgen vertrekken we om onze magische paarden op te gaan halen.
Het is xbe dag reizen. Florence en Sandra gaan mee. Risha is incognito, Adrarn en hij gaan mee als leerlingen van generaal Chang. We reizen langs de bosrand. Er staat een stevige wind en de bomen zijn al kaal aan het worden. Onderweg zien we mensen hun akkertjes ploegen en winterklaar maken. Chang wil onderweg de wachttorens inspecteren. Bij de eerste zien we één man bovenin op de uitkijkstaan, twee anderen zitten in de ochtendzon te kaarten. Chang stelt zich voor en laat zijn aanstellingsbrief met et koninklijk zegel zien. Ze tonen respect. Bij de inspectie zijn geen tekens van Eenoog te zien. Het is binnen niet opgeruimd, maar de voorraden zijn op peil. De mannen hebben goed te eten en de wapens zijn in orde. Van bovenin de toren kun je de besneeuwde bergrug in het woud zien. Er hangt een grauwsluier waar we de nederzetting van Eenoog verwachten. Het lijkt wel alsof de kleuren van het woud daar wat minder helder zijn.
We trekken vijf minuten per toren uit, zodat we amper vertraging oplopen. Alle soldaten zijn soulfielders, geen shintasta of eenog-volgelingen. Adrarn heeft het koud, Hij komt vanuit de tropen en is deze temperaturen niet gewend. Naarmate we dichterbij komen zien we dat de kleuren inderdaad fletser zijn bij de nederzetting.
Na vijf uur komen we bij het oude bospad naar het Eenoog dorp. Daar zijn mensen heel ordelijk hout aan het hakken. Ze dragen de kleding van eenoogaanhangers. Er heerst een relaxte discipline. Wonderlijk genoeg zijn ze alle kleur kwijt, alles is in grijstinten. Niet alleen hun kleding, maar ook hun huid en haar en zelfs hun ogen. Risha vraagt de opzichter of dat niet lastig is, alles in het grijs. De man weet niet waar Risha het over heeft. “En wie zijn jullie?” “Wij zij pelgrims.” Hij wordt meteen vriendelijk: “Leuk, we kunnen altijd nieuwe krachten gebruiken.” We praten nog wat en komen er achter dat ze blij zijn met de nieuwe koning. Die heeft de cultus gelegaliseerd.
We gaan verder. Overal zijn groepjes aan he werk. Er liggen houtstapels, er zijn allemaal extra paadjes het bos en we zien veel wagensporen. Onderweg leggen we aan Adrarn uit over de Wyld die hier vroeger was. Risha laat zijn kattenogen zien.
Laat in de middag arriveren we bij Hunter’s Lodge. Het ziet er hier netjes en bedrijvig uit. De waard herkent ons nog. Er zijn nog een paar kamers vrij die we kunnen huren. De rest is ingenomen door een rijke delegatie van Eenoog. Ze wachten met het serveren van de maaltijd tot die terug zijn van hun jachtpartij. Wanneer die binnekomen valt meteen op dat de delegatie ook alle kleur kwijt is, behalve hun tulbanden. Die hebben nog wèl kleur! Adrarn ziet overigens dat het geen echte gewikkelde tulbanden zijn zoals hij draagt, maar eerder een soort hoeden in de vorm van een tulband.
Chang vraagt de waard naar de Wyld. “Ja dat waren slechte tijden. Maar nu heeft de Wyld zich teruggetrokken. Er is alleen nog een heuvelrug halverwege Archet. Als we zeggen naar Sorceror’s Well te willen, dan adviseert hij ons om een lijfwacht van Eenoog meet te nemen. Die bewaken de open plek, want daar zit de duivel, en ze heffen een kleine tol. Risha vraagt of gaat om het spook van Nehal. De waard kent de oude verhalen maar zegt: “Nee, zij hebben het over ‘de duivel’.”
We vragen naar de grijze jagers. De waard maakt zich er maar niet meer druk over. Het lijkt er op alsof zij wèl kleur zien bij elkaar. En grijs hout brandt net zo goed als bruin hout. De vlammen hebben wel kleur. De buit die ze bij zich hebben heeft wel nog kleur. Alleen rondom de wond waar de dieren door een pijl geraakt zij, zit een grijze plek. We bereiden de herbergier vast voor op de komst van hoge gasten.
Claude doet alsof hij dronken is om de jagers te provoceren. Hij roept om schapenballen en een fles jenever. Het personeel voert hem discreet mee naar buiten. Hij mag zichzelf bedienen. De waard komt bij Chang klagen over het wangedrag, maar die kan er ook niets aan doen. Na het eten gaat Chang Adrarn en Risha trainen in martial arts. Het is 2? boven 0 en ze moeten zware oefeningen doen met twee emmers water. De jongens hebben vooral veel moeite met de tweede oefening en ze zullen de volgende dag behoorlijke spierpijn hebben. Als Claude terugkomt, trekken de twee dames zich terug op hun kamer. Hij wordt verder door iedereen genegeerd. On één uur ’s nachts knielen alle elite eenogen neer voor een gregoriaans gezang en daarna feesten ze nog een uurtje verder.
4-vi-R1
De volgende ochtend worden de martial arts oefeningen in alle vroegte voortgezet. Ze zien herders langskomen met een kudde schapen. Die blijken langs Sorceror’s Well te zijn gekomen. De weg is weer open en zij zijn niet bang voor de duivel. Ze doen niet aan bijgeloof. Ze vertellen dat er een permanente bewaking is van vier van die eenogers en die vragen 1 zilver als tol. De schapen gaan naar Soul. Dat is zo afgesproken met de heren van het bos. Die regelen een vaste prijs voor ze, dat is wel zo makkelijk. Dit is de tweede levering al. De handel is dus al op gang gekomen en Risha baalt er van dat Eenoog hem voor is. Hij bedenkt zich dat hij belasting over die tol en over de schapenverkoop moet gaan heffen. Niet te veel.
De herders zijn tevreden met de status quo, zolang de shintasta maar binnen de grenzen van hun reservaat blijven. Voor de revolutie graasden hun kuddes alles kaal. Daar is nu gelukkig paal en perk aan gesteld. Risha vraagt naar de oude priesters. “De Derwit? Die schijnen nog te bestaan,” maar de herders weten er niet veel meer over te vertellen. Chang vraagt naar de Melukhans. Ze lachen: “Aardige lui. We hebben er geen last van. Ze zijn een beetje ‘leeg’ in hun hoofd.”
Adrarn raakt na het trainen in gesprek met de eenoog elite. Hij spreekt ze aan over hun tulbanden. Dat valt goed bij ze. “Mensen die van tulbanden houden zijn altijd welkom, Kom eens langs. x85”
Ze wisselen tips uit over verschillende manieren van wikkelen (Qartiaans) en vastspelden (Eenoog) van de complexe hoofddrachten.
Bij het ontbijt doet Claude moeilijk over eieren en jenever. Daarna gaan we weer op reis. Als we het bos in gaan komt de kleur snel weer terug. Het is een sprookjes-oerbos met dikke moskussens, vreemde paddestoelen en witte konijnen. Dit is de Wyrd, niet de Wyld meer een soort voorstadium. Chang stelt voor om de paarden los te laten. We halen de zadels er af en gaan zonder de dieren verder. Sandra en Florence amuseren zich wel met de buitenlandse ideeën van Adrarn.
Dan verschijnen er borden in het bos. ‘Tot hier en niet verder’ ‘Keer terug’ en ‘Privé eigendom!’ We trekken er ons niets van aan, tot we bij een enorme voetafdruk met zes tenen komen. De takken van de bomen zijn gestript tot 10 meter hoogte. Adrarn vindt vreemde openingen tussen de boomwortels. We laten het aan Sandra over om sporen te zoeken. Die maakt zich zorgen over de voetsporen.
In de verte horen we een diepe, luide vrouwenstem een vrolijk liedje zingen. Behoedzaam gaan we er op af. We vinden een grot et een groot kampvuur er voor. Daar zit een reuzin met drie hoofden. Ze draait aan een spit met een groot beest met acht poten. Ze is een nachtmerrie aan het braden!
We verbergen ons in de bosrand en Claude sluipt de grot binnen.
We horen allemaal vallen afgaan. Dan rennen er allemaal nachtmerries, eenhoorns en pegasi naar buiten. Het groene paard zit er niet tussen. Driehoofd rent achter een van de nachtmerries aan. Sandra en Florence beginnen te zingen. De paarden komen naar hun toe behalve de ene die inmiddels door de reuzin is gevangen. Claude rent naar buiten en gooit dolken naar de reuzin (Cascade of Cutting Terror) waar ze geraakt wordt, komt groen bloed uit haar been. Hij slaat er een hoofd af en Risha hakt op haar linkerarm (een heftige combi van charms). Ze strompelt door in shock en terror. Risha geeft haar de genadeslag. Chang doet hetzelfde bij de kapotgeknepen nachtmerrie.
De reuzin valt uiteen in blubber en er groeit een heel mooie bloem uit. Adrarn probeert de paarden te mennen. Met hulp van de twee meiden lukt dat wel. Ze gaan zingend de paarden zadelen. Zo verzamelen ze twee pegasi, drie nachtmerries en een eenhoorn. Die aantallen kloppen niet. Dit zijn niet onze eigen paarden. Wel vinden we overal botten van paarden, dus die heeft ze blijkbaar al opgegeten. Risha is heel verdrietig, want zijn groene paard is dood. Dit hier is een ontstaansgrot en de reuzin gebruikte onze paarden om er steeds weer nieuwe mee op te roepen.
Risha neemt drie verschillende dieren en verzamelt met hun hulp de nodige kruiden. Het zijn er in dit bos andere dan de vorige keer. Maar het ritueel lukt! De nieuwe groene hengst neemt de leiding van de kudde over. Claude gaat in de grot op zoek naar schatten. Maar de reuzin had geen goud. Dan snijdt hij de ballen af van een pegasus hengst die in een val was gelopen.
Chang bekijkt de bloem. Die groeit in hoog tempo tot inde hemel, net als in het verhaal van Jack and the Beanstalk. Na een kwartier verandert de bonenstaak van onderen naar boven in licht. Chang grijpt de steel vast en klimt snel naar boven. Adrarn ziet hem de hoogte in verdwijnen, richting het zonlicht. Chang hoort van boven een schel, driestemmig gezang. He is wel mooi. Op 150 meter hoogte voelt hij de zwaartekracht niet meer. Hij is in het zonlicht en staat op een soort vloer naast een enorme tafelpoot. Hij ziet hoe de driehoofdige reuzin zich blij herenigt met haar familie. Dan gaat hij op exploratie. De stenen van het gebouw zijn belachelijk groot. Hij kan gemakkelijk onder de deur door en komt in een grazige vlakte, voor hem een jungle met vier enorme wollige benen. Er staat een reusachtig schaap in de wei. Daar zijn er nog meer van. Hij gaat weer naar binnen en vindt daar een enorm grote slaapzaal.
Als hij hoort wat er gebeurd is, klimt Risha op een pegasus en vliegt omhoog. Maar er is alleen maar lucht. Hij vindt geen kasteel maar heeft wel een fantastisch uitzicht over de landerijen van Soul.
Claude wil de ballen gaandrogen om ze daarna op te eten. Dat gaat een paar maanden duren, dan krijgen zijn ballen vleugeltjes.
Adrarn probeert ook met een pegasus te oefenen.
Intussen gaat Chang door met verkennen. Hij vindt naast de slaapzaal een keuken met een haardplaats en daarnaast enorme houtblokken, knollen en hompen vlees. Het zonlicht in de herenigde reuzen versterkt elkaar en geeft een gloed. Chang voelt het in zichzelf resoneren. Maar zijn zon is oneindig veel intelligenter. Hij activeert zijn valor. Daardoor krijgt hij een visioen. Hij ziet uit zijn eigen verre verleden een witte stad die ontploft en onder de golven verdwijnt. Het vergaan van de oude aeon en de stad waar wij gewoond hebben. De baai van Soul met de buitenring van eilanden, onze stad was vlak daarvóór en is daar verzonken. Ook voelt hij dat onze lunar counterparts niet ver zijn. De stad is een soort anker voor onze exaltaties.
Dn valt hij door de lucht omlaag van 150 meter hoogte. Recht achter Risha langs, die ziet hem helemaal niet. Chang gebruikt de charm Spirit Strengthens the Skin. KABLAM! Met een enorme klap stort hij neer. Hij negeert de schade, maar geeft fel licht.
Het is 4 uur ’s middags op dag 4 van de zesde maand van Risha’s regering
The RoSE – sessie 24
The RoSE sessie 24 – 11 oktober 2012
De dragon king priester is de tempel binnengegaan. Solars zijn weliswaar nog steeds in ongenade bij Sol, maar de tempel blijkt nu wel open te zijn en we mogen naar binnen.
Het is heel rijk en protserig ingericht. Het merendeel van de afbeeldingen toont heldendaden van de solars in de strijd tegen de primordials. Er staat één beeld van Sol Invictus. We bekijken de schrijnen van de gevallen goden. Die hebben allemaal drakengedaantes. Twee schrijnen zijn in duisternis gehuld, die van Five Days Darkness, een broer van Sol, en die van Nox, de zesde Maiden. Die van Fife Days darkness is echt een tombe. Bij het licht van het kasteteken van een Night caste (Sarina) zien we een kristallen sarcofaag met daarin het perfect bewaarde lichaam van een jonge man met witte vleugels. Hij lijkt eerder in stasis dan dood.
We horen iemand roepen: “Sarina, Sarina!” We gaan naar buiten. Het blijkt Kes te zijn, één van de siderials. Hij heeft een boodschap van Arvia, de stadsgodin van Nexus. Problemen met misdaadsyndicaten.
Ghurkan en Sango willen wel mee. Little Shu is aan het oefenen met vliegen en Atis wordt getroost door zijn lunar mate. Kes opent voor ons een poort naar Yu Shan. We zoeken daar de gate die naar Nexus leidt (gate 41) en zijn binnen de kortste keren in de graftombe van Fred. Daarvandaan komen we in de gangen onder Nexus, vlak bij de verblijven van Arvia. Dus we gaan gelijk langs.
Ze vertelt dat er nog steeds al maanden kinderen geroofd worden. We hebben dit destijds herleid naar een demonencultus in Lookshy, maar de demon zelf is toen ontsnapt. De zoon van solar bendeleider Ophidius Ses is ook verdwenen. Die is nu de misdaadsyndicaten aan het verenigen en hij gelooft niet dat er een demonencultus achter zit. Sarina kent de naam. Het was een slang-mens en hij is nu erg meedogenloos.
Daarnaast rommelt het in het Gilde. Ze zijn geen betrouwbare handelspartner meer. Ook heeft Nexus er last van dat Lookshy belegerd wordt. Veel troepen zitten daar vast. Intussen wordt er gevochten in de straten van Nexus. Omdat de Emissary weg is, wordt daar onvoldoende aan gedaan. De bevolking is erg ontevreden.
Ophidius heeft de controlekamer van de dam in de Gele Rivier overgenomen. Hij dreigt de stroom te stoppen tenzij zijn eisen worden ingewilligd. Maar één van de eisen is dat hij zijn zoon terugkrijgt.
Arvia weet ook te vertellen dat ooit, na het verdwijnen van de keizerin, maar voor dat wij op het toineel verschenen, iemand een 3e cirkel demon had opgeroepen. Deze heette Jacinth en was zó heftig dat de Emissary daar zelf op afgegaan is. Dat leidde tot een grote slag in de hemel boven de Nexus, met veel bliksems en wolken. Daardoor was niet te zien wat er precies gebeurde. Eén getuige heeft gezien dat de Emissary zijn zilveren masker afzette. Toen jacinth zijn gezicht zaag, is hij teruggegaan naar malpheas. Het kan zijn dat de Emissary nu gecompromitteerd is omdat de demonen nu weten wie hij is. Dit was zo’n drie jaar geleden.
We vertellen SArvia kort dat er overal demonische infestaties zijn en dat de keizerin er mee te maken heeft. Sarina vraagt waar de cultus van jacinh destijds zat. Dat was de Castle of Skulls, een begraafplaats.
We gaan naar de Castle of Skulls. Het is afgesloten met een hek met een groot hangslot. Sarina lopent het met gemak. Binnen in het mausoleum is graffiti van de demonenaanbidders. Er ligt ook een deels verbrand boek. Sango kijkt: het is een luxe uitgaven van de Absissic Workings. Alleen de pagina’s helemaal voorin en helemaal achterin zijn nog leesbaar. Sango steekt het bij zich.
Het ziet er hier tè amateuristisch uit om een 3e cirkel demon op te roepen. Er zijn geen geheime gangen te vinden. We lezen de graffiti. Jacinth, de 18e ziel van Adorjan, hij die staat op de toren, de spreker van bruggen. Er is ook een afbeelding van een man met zijn hand omhoog, met op de handpalm een man met zijn hand omhoog, met op de handpalm een man met zijn hand omhoog, enzovoorts. We kijken naar het torentje van het mausoleum. Er staat een deels afgebrokkeld beeld van een man met zijn hand omhoog. Het lijkt er op dat ooit een gewone sterveling per ongeluk de ideale configuratie voor Jacinth heeft geschapen, waardoor die zich spontaan kon manifesteren. Pas daarna is de cultus ontstaan.
Sango stelt voor om eerst bij opa langs te gaan. Misschien heeft hij ook informatie, of zijn vrienden bij de stadswacht.
Op straat is iedereen gewapend en niemand loopt alleen. Veel kroegjes hebben muziek. Door de gezelligheid binnen, worden de straten eigenlijk nog onguurder.
Opa is blij ons te zien. Hij vertelt dat de zaken goed lopen. Iedereen wil wel leren vechten. Vooral de capoueira (zwaarddans) is heel populair. Hij heeft veel aan Sid (de tijger lunar), dat is zijn rechterhand. Zelf is hij druk bezig om de Four Virtues stijl onder de knie te krijgen.
De verdwijnende kinderen dat is ook heel erg. Er zit geen enkel patroon is, het gebeurt steeds anders. Het kan overal gebeuren.
Sid vertelt dat Ophidius anathema is, maar geen Death Knight of Lunar. Hij is heel charmant en hoeft nooit zoveel essence te gebruiken dat zijn kasteteken oplicht. Ghurkan mompelt: “Eclipse caste.” We vertellen Sid over de Deliberative en vertellen over de lunars die we ontmoet hebben en hij vertelt wat hij van de Elders weet: Raksi is gek en eet mensenvlees. White Owl is oud en verdwijnt af en toe jaren in de Wyld. Gerd Marroweater is minder oud, maar een echte held. Hij is een Elder vanwege zijn daden.
Op de Kabinet of Secrets hebben de de naam van één van de Entities van Nexus gelezen. Dat qas Ouranos. Opa veert op. “Dat was de naam van mijn oude leermeester! Ik ben destijds, 70 jaar terug, nog op zijn begrafenis geweest.” Waar toen de dojo was, zit nu een stoffenwinkel, die nog steeds die naam draagt. Daartussenin zaten er een krant en een fourniturenwinkel. We speculeren nog even over de naam die steeds terug lijkt te komen.
We besluiten naar de stoffenzaak te gaan. Opa en Sid gaan mee. Ondertussen passeren we een capoueragroepje. Ze herkennen opa dus het kost wat moeite om er weer weg te komen. Opa en Sid houden zich niet in. Ze laten spectaculaire bovennatuurlijke martial arts moves zien. Sidxb4s anima licht op zonder dat iemand er iets van zegt., We trekken veel bekijks, er ontstaat zelfs een verkeersopstopping. Na een half uur kunnen we weer verder.
We komen aan bij Ouranos’ Emporium en gaan naar binnen. Bij de deur is een schrijntje voor Arvia. Sango legt een muntje neer. Binnen is een mooie grote ruimte. Achter de kassa zit een meisje haar nagels te vijlen. Als ze ons ziet, kijkt ze gexefnteresseerd. Ghurkan stelt zich voor als de eigenaar van een antiquariaat, en zegt dat hij de eigenaar wil spreken. Die is gezet, draagt veel ringen en rijke gewaden, nouveau riche. Ghurkan spreekt hem aan en begint over het verslechterende zakenklimaat. Ouranos vertelt dat zijn zaak heel goed loopt, alle kroegen willen hun meubilair opnieuw laten bekleden.
De man is gelikt. Ghurkan zegt dat hij hem even alleen wil spreken. Hij stuurt het meisje om thee en opa loopt met haar mee. Sid is opeens zeeer afgeleid door stoffen met tijgermotieven en verdwijnt verder de winkel in.
Ouranos is niet zo bezorgd over de toestanden in de stad. Op zich is er een evenwicht. Sango zegt: “Wij waren een paar maanden gelden in Harbourhead, Daar bleek Cecelyne bezig een ideale hiërarchie te scheppen. Ze vertelt daarna over Adorjan en Whitewall en zegt dat dceze streek bedoeld is voor Malpheas. Hij is gexefnteresseerd en vertelt dat er zóveel evenwicht is, dat als hij een edict uitschrijft één van zijn collega’s tegelijk een ander edict schrijft wat het effect uitwist. Hij is overtuigd, maar merkt op dat er een meester-manipulator achter zit. Hij heeft stiekem een edict uitgeschreven. Als solars verschijnen onze acties niet vooraf op het Loom of Fate, dus kost het een manipulator tijd om te detecteren wat we doen en het ongedaan te maken. Dus als morgen zijn nieuwe edict werkt, praten we verder, zo niet dan is deze manipulator zó goed dat Ouranos er ook niets tegen kan beginnen.
We gaan terug naar de dojo. We willen niet feesten, maar kunnen wel lekker sparren. De volgende morgen is er een nieuw edict uitgevaardigd. Capoueira dansers mogen een gele sjerp dragen. Dat is op bepaalde feestdagen in strijd met een stads-taboe. Terug naar Ouranos. “Wel, wel. Dat was interessant. Mijn edict heeft 3xbd uur stand gehouden. Ik heb vanmiddag wel wat uit te leggen aan de andere Entities. En jullie gaan me vertellen wat ik ga zeggen.”
We zijn even van ons stuk. Da zegt Sango: “De stad is onder aanval. Een heel subtiele aanval om de stad om te vormen tot een ideale omgeving voor de jozi Malpheas.” Ghurkan geeft aan dat we ook informatie over de Emissary willen.
Ouranos vraagt ons wat we willen gaan doen. Hij heeft nog 37 minuten om een edict uit te vaardigen dat ons 3xbd uur bewegingsvrijheid geeft. Hoe ontmasker je een meester-manipulator? Hij hint: “Vind de kinderen.”
Sango vraagt of dragonblooded niet een charm kennen om mensen mee te vinden. Ja, maar tegen personen gerichte charms zijn verboden. Dan weten we wat voor edict we willen: het wordt toegestaan om charms te gebruiken om de kinderen op te sporen. Hij verwacht wel dat er hier binnenkort een nieuwe negotie gevestigd zal zijn, Ouranosxb4 Abbatoir. Ghurkan neemt het winkelmeisje over.
Het edict is al in werking als we buiten komen. We gaan naar de stadwacht en zoeken een dragonblooded. Kapitein Cesus doet de charm en leidt ons regelrecht naar de dam. In een kooi van bronzen bamboe zitten de kinderen. Ze zijn getatoeëerd met zegels van demonen. Als de dam dicht zou gaan, zouden de kinderen worden geplet en ze zouden zo een perfect offer vormen.
We brengen de zoon van Ses naar zijn vader. Die komt heel blij uit de commandocentrale. Zijn dreigement heeft gewerkt. Sarina vraagt hem wie hij op het idee gebracht heeft. Hijzelf, natuurlijk. Dat hij als solar de dam kan bedienen heeft hij ook zelf geleerd. Bij zijn exaltatie heeft de bootsman van Sol, een vrouw met een lange tong en vier armen, hem dat verteld. Sarina zegt dat die bootsman er heel anders uitziet. Ses wordt boos. Hij verdenkt Sarina er van achter de verdwijningen te zitten. Hij wil haar niet meer zien, en haar bende is niet meer welkom in de stad. Als hij ze ziet worden ze gedood. Sarina verdwijnt. Ze draagt haar dievenbende over aan Arvia als keurkorps. Ses ervaart dit als een overwinning en is tevreden.
Wij identificeren zijn ‘bootsman’ als de 3e cirkel demon Kali, een ziel van Malpheas. We lichten Arvia en de Entities in. Nu bekend is wie er achter zat, kunnen ze het verder zelf afhandelen.
5 Xp
Tanais – 35
2-vi-R1
Vermomd als wachter gaat Claude bij de administratie zoeken naar corrupte brahmanen. Hij kijkt door het sleutelgat en ziet een oud mannetje gebogen
over een stapel kleitabletten. Het lijkt hem makkelijk voor de boekhouder om fraude te plegen. Daarom gaat hij naar binnen en meldt dat er graan gestolen wordt uit de stallen, of hij mee kan komen om dat te checken. De man schrikt en komt mee. De voorraadkelders blijken vrij leeg te zijn, het is een slechte oogst geweest. De man blijkt heel integer te zijn. Het inspecteren duurt heel de ochtend.
Risha gaat naar de nieuwe hoofdbrahmaan. Die vertelt dat de meest auspicieuze dag om de pestgeesten met poeder te bestuiven de 9e van deze maand is en dat ze dan op de 18e zo ver verwakt zullen zijn dat ze moeiteloos kunnen worden uitgeroeid. Risha wil de magische paarden terug naar het magische woud, daar is de brahmaan ook erg voor. En voor het verslaan van de monsters in de vrouwenverblijven van Bronwë kunnen de vrouwelijke brahmanen de verblijven ontwijden zodat wij naar binnen kunnen. De brahmaan meldt dat de gasten voor de herwijding van de heilige stad vanaf de 14e verwacht worden. We kunnen ze onderbrengen in Hunter’s Lodge. Er is nog een korte ruzie over het koningschap en heilige c.q. taboe-dagen.
Chang inspecteert de troepen. De koninklijke garde bestaat uit 16 stevige vechtersbazen. Het zijn goede soldaten, sterk, gehoorzaam en trouw. Hij laat Adrarn meedoen aan de exercitie: stokvechten, atletiek, marcheren, et cetera. Het blijkt dat gezamenlijke acties niet hun sterkste kant zijn. Chang geeft ze ook les in martial arts.
Gwan wil weten hoe het met de handel is gesteld. De boekhouder is er niet, dus hij krijgt een jonge enthousiaste brahmaan mee. Die vertelt hem dat onze handelsroute naar Shintasta-Satem moet worden hersteld in verband met de toekomstige handel overzees en met de delfstoffen uit Silver. Er blijken geen scholen te zijn in Soul, behalve die van de brahmanen. Er zijn niet eens gildes. De wegen waren aan de aandacht ontsnapt, ook de interne wegen zoals die via sorceror’s well naar de schapenlanden. Het lijkt hem een goed idee om van Sorceror’s Well ook een pelgrimsplek te maken, er zit tenslotte een doorgang naar de onderwereld en de koning heeft er een dozijn nachtmerries opgeroepen. Verder meldt hij dat de handel in handen is van de Qartianen, daar moeten we rekening mee houden. Een anderee poot van de handel is in handen van de Eénoog-aanhangers, die hun zaakjes slim voor elkaar hebben. Chantal is populair bij het volk, maar ze heeft een geduchte concurrent in de Eénoog cultus. Eventyr, het land tussen Soul en Satem, zal het prima vinden als daar een weg doorheen gaat. Ze hebben een zwakke leiding. Het land is één grote ruxefne, dus er is gespuis op de grote weg (en sprookjesfiguren). Er gaat een gerucht dat koning Risha meer banden wil met het oude geloof. Hijzelf is daar een groot voorstander van, want de mensen hier hadden vroeger eigen priesters. Die zijn uitgeroeid toe de shintasta binnenvielen. Hij stelt voor om die orde in ere te herstellen (onder de verlichte leiding van brahmanen). Een priesterkaste betaalt zichzelf terug.
Terug naar de voorraadschuur. De brahmaan telt een halve amfoor graan teveel! De brahmaan is oprecht beschaamd: “Ik zal ergens een fout gemaakt hebben.” Als Claude tegen hem uit begint te varen, vraagt hij: “Wie ben jij eigenlijk?” “Wie ik ben gaat alleen de koning aan.” Claude dwingt hem om ook de andere voorraden te inventariseren. Eén lap leer blijkt beschimmeld en de hoeveelheid alcohol klopt precies.
We lunchen zonder Claude, omdat die in de kelders bezig is. Chantal, Sandra en Florence blijken inmiddels goede vriendinnen te zijn. De laatste wtee kunnen de vrouwenvertrekken voor ons ontwijden en ze vinden het een heel goed idee om de paarden terug te halen. Dat gan we morgen gelijk doen. Chantal adviseert Risha om gewoon te doen wat de brahmanen zeggen. Ze trekken je kleren aan en zo. Zijzelf is nu van haar rituele taken af, ze is pas in het voorjaar weer nodig. Herfst en winter zijn de tijd van de koning. Dan wend ze zich naar Chang: “Zeg, jij bent zo nuchter en sober, zijn de Melukhans niks voor jou?” Dat is een priestergroepje in Shearton. De schaapherders daar willen best uitbreiden naar Eventyr.
We sturen iemand om naar de boekhouder te zoeken. De wachter komt even later terug: “Nou, er is een onbekende man bij hem die hem bars behandelt.” Chang gaat er op af en foetert Claude uit. Deze reageert: “Ik ben van de geheime politie van Risha en er is hier een ongeregeldheid.” Hij brengt het zó dat de wacht woedend wordt op de brahmaan. Men gaat er mee naar de koning. Dat leidt tot een standje voor de brahmaan èn voor de gestapofiguur. “Het probleem was met de keukens en de stallen. En nu is je cover weg. Je weet daar vast wel iemand anders voor.” Een bediende laat een schaal vallen. Claude gaat er achteraan en arresteert de man.
“Het zijn alleen spullen die gemist kunnen worden.” Hij vertelt alles aan de koning. Iedereen zit er in. Zilveren bestek is verkocht aan Bracken. Claude doet een goed woordje voor de man. Herinnert er aan hoe arm en hongerig de families van de mensen zijn. Risha oordeelt dat ze het in vijf jaar moeten terugbetalen. Een deel van de soldij zal worden ingehouden. Zijn trek is over. Wat er over is van de lunch wordt verdeeld over de soldaten.
’s Middags gaat Gwan naar de administrateur. Die zit in shock naar zijn kleitabletten te kijken. Hij roept het uit als hij Gwan ziet. “Kalm maar, ik wil geen boeken controleren. Ik wil alleen de cijfers zien. Niet alleen van Arjan’s Abode, maar van het hele land.” “Pff x85 De schatkist is aan het einde van het jaar leeg. Chantal heeft afgezien van het innen van belasting en is overgegaan op vrijwillige religieuze schenkingen. Maar dat is veel te weinig. Er zijn verder alleen keuterboertjes. De situatie is niet wanhopig, de graanoogst is mislukt maar met de kuddes gaat het goed. Er is alleen geen solidariteit voor wat betreft het slachten van de schapen en paarden. We kunnen wel dieren verhandelen. Net als wol en hout. Het is alleen een probleem om het op de bestemming te krijgen.” Gwan zegt: “We moeten met de hobbits gaan praten.” “Die zullen dat niet makkelijk doen.” Over vier dagen is de dierenmarkt in Bracken.
Claude wil bij het excercitieterrein indruk maken op de soldaten door met Fist Of Iron een steen stuk te slaan. Maar dat dot auw. Hij ronselt wat personeel voor de geheime dienst.
Risha ronselt houthakkers in Staddle.
Om 5 uur ‘s middags komt er een bode. Er is bezoek uit Vixen.
Chang klopt zijn kleed uit en komt met twee soldaten, Claude als hoge beambte en Gwan naar de troonzaal. Risha is er al. De gezant is een dame die zich voorstelt als Ceilen Gransjer. Ze zegt: “Ik was al op weggestuurd voordat u ons uitnodigde. Fijn om u in levenden lijve te zien. Het was een lange reis, ik heb mij gehaast.”
Ze had een verhaal over een krachtige boot behoord. Dat klopt. De vervuilde kust, daar biedt ze excuses voor aan. “Die eilanden zijn niemandsland. Sorry voor het afval. De vervuiling hindert ons ook.” Een gezamenlijke opruimactie is een goed idee.
Chang vraagt: “Wat produceert u?” “Dat is geheim.”
Ze vindt dat wij hier trots mogen zijn en dat we de decadentie van de zuidelijke landen niet moeten nastreven. “Verdammte Qartianan!” Wij (de noordelijke liga) stellen wat voor in de wereld. Soul staat op een kruispunt. De noordelijke liga is sterk genoeg en Qartianen ondermijnen je vrijheid. Het trauma over paardrijden en wagenmenners is typisch voor Soul, de liga heeft er geen probleem mee. De koningin van Vixen wil geen Qartianen in de noordelijke liga. Maar ze is bereid om er één in Soul te tolereren. Selene is een gewaardeerd lid van de liga, de mensen daar leiden een ruig en teruggetrokken bestaan. Het ideaal van de Noordelijke Liga. Foroichel is geen deel van de Liga, dat is wel een gevoelig punt. Albion is goed volk. Het siert ze dat ze zich voor niemands karretje laten spannen. Ze zijn van niemand. Trots. Ons respect.
Risha vertelt dat hij de urnenvelden heeft gelegaliseerd. Dat verheugt haar. “Onze koningin zal in ruil voor jullie acceptatie van de oude riten de gezamenlijke schoonmaakactie steunen.”
Eerst komen de verkennende besprekingen. Dan komt er een mondelinge overeenkomst waarin Soul in aanwezigheid van getuigen belooft de erecode van de Noordelijke Liga te onderschrijven. Die staat niet op papier, een papieren manifest is wel héél zuidelijk! “Jullie zijn onze haven naar het Zuiden.”
Claude vertelt over de ontvreemde artefacten. “Zodra jullie de eed uitspreken, krijg je vanzelfsprekend je bezittingen terug. Broeders en zusters stelen niet van elkaar. En een tweede punt: géén geheime politie!”
We vragen haar uit over de overige noordelijke landen.
“In Targon en Eventyr is geen orde en gezag. Het zijn restanten van wat ze ooit waren.”
Gwan wil weten wat er gebeurt als we geen lid van de Liga worden. Dat weet ze niet.
Risha zegt: “Het gaat mij op dit moment niet lukken om de grensrivier haar oude naam terug te geven aan onze kant.” Je ziet haar denken x85
Ze zegt: “Brahmanen heb je niet nodig. Ze komen Vixen niet in.”
Risha wil weten welke goden shintasta zijn en welke oud. Dat weet ze wel. Hij noemt de heiligdommen van Bronwë op.
Ushas? “Die naam voldoet.” Sheela? “De rivier is verwant aan de maan. Zij is de belangrijkste, de maan is haar echtgenoot.” Pashupati? “Die heeft de plaats van de maan ingenomen, maar is heel anders.” Oaken? “Die was al bekend.” Mutri is volledig nieuw. Sanan is nieuw. Agnes is oud. Shagri is geheel getransformeerd. De Green Man is oud. Ganesh is nieuw. En een heleboel van de oude concepten ontbreken.
