Tanais 2 – 13

Met de colorcopter gaan we naar Mount Paradise. We parkeren het ding 1 quantum opzij en lopen het laatste stukje. Er zijn een paar siderials die we niet kennen. Ze zeggen dat Imhotep is vertrokken met een of andere boerenkinkel. “Hij leek er nogal op gesteld. Ze zijn naar een of andere barbarenstaat in het Noorden.” Dat zal Karel zijn. Dan weten we dat ze naar Soul zijn om hem koning te maken. In de kristallen bol zien we ze in Bronwe, in gesprek met een paar brahmanen. Op de achtergrond wordt het beeld van Mutri omhoog gehesen. We zetten de copter in het sprookjesbos en gaan via de geheime gang naar het kasteeltje. Boven het kelderluik horen we gestommel: soldaten die aan het verhuizen zijn. Met [Mind] laat Chang ze gaan schaften. Als ze weg zijn zien we dat ze de kelders aan het uitruimen waren. Het nieuwe huisraad is typisch nouveau riche, en geen Shintash werk. Karel blijkt een eigen blazoen te hebben bedacht, dat op alle nieuwe meubels staat. In onze Tanais-vorm gaan we naar de tempelstad. Met [Time] slippen we moeiteloos langs de wachters naar de tempel van Mutri. Daar worden we herkend door Karel en hartelijk begroet. “Het lijkt wel alsof de goden ons extra gunstig gezind zijn. Er zijn meer heilige dagen dan we in jaren gehad hebben.” Een helige dag is een dag waarop de werelden van Wyrd en Decay gemakkelijk overlopen in de Tanais-werkelijkheid. De brahmanen zien hem wel zitten als koning en zijn nu op zoek naar een nieuwe vrouw voor hem. Nee, Chantal is definitief weg. Karel gaat door met de tempelbouw en we leggen onze plannen voor aan Imhotep. Risha stelt voor om de werelden weer te laten versmelten. Imhotep zegt: “Chappie heeft daarvoor genoeg rekenkracht. Maar dan moeten jullie hem alle informatie aanleveren. En het gaat een heleboel zonium kosten. Het zonium van Expulsion is opgebruikt.” “Nee,” zegt Risha, “dat zit in de parallelle werkelijkheden, de slijmdraden.”
Hij wil mee naar Aarde. Daarvoor moeten we een zoniumpak voor hem maken. Waar vinden we zonium? E zit nog een hele prop van dat spul in het ruimtestation, maar om dat er uit te krijgen gaat lastig worden. Claude noemt het flesje in de vulkaan. Dat klinkt als een meer haalbare optie. Het eiland is een en al bedrijvigheid. Allemaal goblins zijn aan het werk, een mannelijke shuragus hanteert de zweep. We sluipen naar het pakhuis en proberen met [Correspondence] het flesje uit de verborgen ruimte te halen. Dat mislukt en wij worden het pakhuis binnen gezogen. Een shuragus rent op het kabaal af. Met [Forces] maakt Claude ons hoekje donker. De shuragus geeft gifgas af terwijl Gwan het flesje pakt. Tegen de tijd dat de kamer vol groen gas staat, zijn wij al weg. Op Mount Paradise maakt Claude een perfect passend zoniumpak voor Imhotep.
Dan gaan we naar Steampunk Island. Als we de copter parkeren kijken de bewoners beleefd verbaasd, en gaan verder waar ze mee bezig zijn. Imhotep vraagt: “Dit is toch niet de Aarde? Waarom zit Chappie hier?” “Hij zit eigenlijk nog een beetje verder in een machinewereld, maar hier is een doorgang.”
Als we door de stad lopen, worden we genegeerd. In de kroeg zijn de vossenmensen bezig met inrichten. Het is nog niet functioneel en er zijn nog geen Lost Boys. Zodra we binnenkomen, voelen we dat er een kracht ontwaakt. Er zijn nog geen monsters in het doolhof, dus we kunnen zo doorlopen naar de kop van de draak. Die kijkt ons verbaasd aan en als hij Imhotep ziet, vraagt hij: “Wie zijn jullie?” We stellen ons een voor een voor: “Gwan,” “Claude,” “Chang,” “Risha,” “Imhotep.”
“Bewijs dat je Imhotep bent!”
“Chappie, je weet toch dat ik van je hou, je weet toch hoe we afscheid hebben genomen?”
De drakenmuil gaat open en een robot stapt naar voren. Imhotep en Chappie vallen elkaar in de armen. Het duurt even voordat ze ter zake kunnen komen. Imhotep stelt ons onder zijn persoonlijke bescherming. We mogen niet ge-juiced worden en we hebben heel belangrijke informatie die Chappie moet doorrekenen. We vertellen alles wat we weten. Dan slaat Chappie aan het rekenen. Enkele seconden later zegt hij: “Wat jullie moeten doen is niet zo moeilijk. Igrot wil ter zaad gaan. Als jullie hem te vroeg zaad laten schieten, gaan alle defensiemechanieken aan. Maar als jullie hem op het einde, vlak voor de botsing, in zaad laten schieten, kun je de tijd stop zetten en de Expulsion-engines aanzetten. Dan worden de werelden aangemeerd zonder dat Igrot er last van heeft. Wat er voorbij de voortplanting gebeurt met Aarde interesseert Igrot niet. Het precieze moment is te berekenen. Jullie moeten de machines vinden. Die zitten als stukjes Aarde in Tanais. Jullie Witte Stad is er een van. Er is nog een andere mogelijkheid. Via de 6e dimensie kun je net die ene Alternate Reality zoeken waarin het goed gaat. Ik weet niet veel van 6D. Alleen dat de meta-goden er iets mee van doen hebben.”
Wat er momenteel op Aarde gebeurt, weet Chappie niet. Hij heeft zich teruggetrokken om zijn opdracht (het juicen van de veroordeelde onsterfelijken) uit te kunnen voeren. Imhotep wil bij Chappie blijven en hij gaat het Lost Boys scenario stoppen.
“Hoe weten jullie daarvan?” vraagt Chappie.
“Wij komen uit een Alternate, vandaar dat we een heleboel weten.”
Imhotep valt ons bij. “Oke, omdat jij het zegt.”
Claude merkt op: “Die technologie werkt echt heel goed. Ga vooral door met hem te perfectioneren. Zo kun je Tanais in kaart brengen en de shiragi volgen.” Dat gaat Chappie doen.
Imhotep weet dat bij de piramides van Geb een doorgang is naar de Melkweg. “Gewone mensen gaan na hun dood naar de Tempest, maar de ingewijden gaan naar hun eigen hiernamaals. Die is veel veiliger. Bij de piramides gaat de Tempest de diepte in, richting Aarde. Waar de Melkweg zich afsplitst ligt een mythische stad waar niemand ooit is geweest. Dan is er nog Nieuw Salish, de stad van de Lunars. De Lunars hebben een heel duister geheim en iets zegt me dat daar ook zo’n ingebed stuk Aarde te vinden is.”
“Dan moeten we daar zeker gaan kijken,” zegt Risha, “en waarschijnlijk zijn er nog meer. Waldheim is ook een kandidaat en ik heb een stad gezien onder de draaikolk van Melek Qart.”
“Weten jullie hoe Tanais gemaakt is?”
“Nee.”
“Er zijn fragmenten van de Aarde gespiegeld en daaruit is een parodie an der Aarde ge-extrapoleerd boven de Ba-laag. Op 5 plekken tegelijk. Van daaruit hebben die plekken zich in antimaterie uitgevouwen tot Tanais.”
We nemen afscheid en gaan met de copter naar de piramides. Bij het weggaan vertelt Imhotep dat er een mythe is over de piramides; dat de on-ingewijden uit de bron drinken en de ingewijden niet.
De Grote Piramide heeft een ingewikkeld gangenstelsel. Maar met [Correspondence] is dat geen probleem. Middenin de piramide zit een hele kleine, van 2×2 meter, waar de grote overheen gebouwd is. Die is veel ouder en massief. Onder het piramidetje zit een scheur in de bedrock, waar ooit een bron opwelde. Maar die is nu droog. In Decay is er wel een bron, die stroomt uit het niets. Hier is een snijpunt met de Tempest en met de Wyrd. De Decay-bron is gemaakt, hij is magisch. De Tanais-bron was natuurlijk. In de Wyrd is op deze plaats een nevel die een brug vormt richting sterrenhemel, de Wyrd uit.
Met [Color] verplaatsen we ons naar de Wyrd. Het is acht. een regenboognevel vormt een ladder naar de sterren. Het is hier heel leeg. Er gaan niet zo veel ingewijden dood. We kunnen de ladder niet beklimmem. Voor ons is het een nevel waar je dwars doorheen stapt.
Claude gaat op zoeknaar de grote hoeveelheid Ka die na Expulsion op deze plek moet zijn achtergebleven. Hij vindt het achter een slijmlaag waar Decay overgaat in Tempest. Risha denkt dat de piramide de plek is waar de doorgang naar de stad is. Claude bevestigt dat de slijmlaag overeenkomt met het kleine piramidetje. We gaan de grote piramide in tot we zo dicht mogelijk bij de kleine zijn en maken een tunnel. De piramidion is van zwart obsidiaan, met op de grens van Decay en Tempest inderdaad een slijmlaag. Het voelt puur boosaardig. De essentie van de Ka van de levende piramide. Als de piramide een Ka heeft, moet hij ook een Ba hebben. Met [Spirit] contacteert Risha de Ba.
“Hallo levende.”
“Wij zijn op zoek naar de stad die hier ooit was.”
“Waarom ga je niet naar de Melkweg? Alleen de meest slechte doden gaan naar de stad. Jouw vriend Claude is een lievertje vergeleken met hun.”
“Bedoel je specters?”
“Die lieden waarvan de specter op het moment van sterven al sterk genoeg is. Als er eentje binnentreedt, voel ik even wat daar is. Jouw Witte Stad ken ik niet. Ik ben slechts de piramide, de begeleider. De inwijding kun je krijgen bij de priesters van Anoebis.”
“Hartelijk bedankt!”
We bedenken ons: de siderials wisten van het witte hert. Misschien kennen ze ook de methodes om de andere steden binnen te komen.

+ 5xp = 62

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s