Eerder gepost op Allzumenschlich:
De wet van Gresham: "Slecht geld verdrijft goed geld", geformuleerd in de zestiende eeuw, gaat nog steeds op. Eerst had je ruilhandel: toen kreeg je vijf kippen voor je geit. Daarna werden gouden munten gebruikt. Het goud werd versneden met zilver tot electrum. Men ging munten van zilver maken en van brons. Er kwamen papieren schuldbekentenissen. (Papiertje kwijt: geld kwijt.) Toen werden die schuldbekentenissen gestandaardiseerd door Genghis Khan tot papiergeld. (Geven ze mij hun goud en edelstenen, dan geef ik ze daar bedrukt papier voor terug… goeie truuk he mannen!) Ook kreeg je bankcheques. En papieren overschrijvingskaarten, zodat het geld gewoon in de bank blijft. De gouden standaard werd pas rond 1950 afgeschaft, waardoor papiergeld niet langer een-op-een om te zetten is in edelmetaal. 1 gulden was toen nog gemaakt van 10 gram zilver, maar nu kon je kleinere guldens maken. In 1969 werden guldens voortaan van nikkel gemaakt en in de jaren tachtig werd de cent afgeschaft omdat het muntje voor 3 cent aan koper bevatte. Inmiddels is het girale geld verworden tot de pinpas (werkelijke waarde ongeveer 10 eurocent) en zijn debiele broertje de chipknip (waar het geld niet eens meer op de bank staat, maar een electronische code is geworden op het plastieken ding). En intussen zijn we zo ver dat je een geit kunt verkopen op e-bay. En wat krijg je ervoor terug? Het geld is virtueel geworden. Het is nog maar een getalletje op een internetpagina.
Nou, wat ik terug krijg voor mijn geit op ebay is natuurlijk een bedrag x op mijn bankrekening. Dat bedrag staat er op gegeven moment bij, en op het moment dat ik dan pin dan heb ik het weer in mijn handen als de papieren vodjes van kahn. MAar waar het mis gaat is niet bij slecht geld vs goed geld, waar eht echt mis gaat is dat er winst gemaakt moet worden op het winst maken waardoor er steeds meer geld in roulatie komt en inflatie en daar zit natuurlijk een maximum aan, dat gaat niet eeuwig goed…
Ja inflatie, daar hadden ze in het oude Egypte al last van. Ramses en andere grote pharao’s werden in sjieke zilveren sarcofagen begraven en die arme Toetanchamon moest zich behelpen met een goedkope gouden kist.
Goudmijnen hadden ze namelijk zelf in dat land, dus dat werd steeds minder waard naarmate er meer werd opgegraven. Aan zilver konden ze alleen aankomen door handel of dure veroveringsoorlogen.